Maandelijkse archieven: juni 2026

Te zelfstandig voor bescherming: de blinde vlek in het rechtsvermoeden voor zzp’ers

De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief. De wet treedt naar verwachting per 1 januari 2027 in werking. Daarmee krijgt een zzp’er die onder de tariefgrens werkt en denkt eigenlijk werknemer te zijn, een sterkere positie om werknemersrechten op te eisen. Dat kan vooral schijnzelfstandigen helpen. Maar wie beschermt de echte zzp’er aan de onderkant van de markt? Een echte zzp’er kan en wil meestal geen werknemersrechten opeisen. Maar soms is bescherming wel hard nodig.

In de Nota naar aanleiding van het verslag beantwoordde de regering vragen van onder meer VVD, CDA, GroenLinks-PvdA en JA21. CDA en GroenLinks-PvdA vroegen naar de beperkte effectiviteit van het rechtsvermoeden, omdat juist kwetsbare werkenden mogelijk niet snel de stap naar de rechter zetten. De VVD vroeg naar uitvoerbaarheid, regeldruk, mogelijke ontwijkconstructies en de gevolgen voor sectoren waarin veel zelfstandigen werken. JA21 vroeg naar regeldruk en het risico dat opdrachtgevers minder gebruik gaan maken van zzp’ers door mogelijke procedures.

Goede vragen. Maar de regering antwoordde steeds in dezelfde lijn: de wet verandert de beoordeling van arbeidsrelaties niet. De vraag blijft of sprake is van arbeid, loon en werken in dienst van een ander. Het moet vooral preventief werken. Opdrachtgevers zouden vooraf beter gaan beoordelen of iemand als zelfstandige kan worden ingehuurd of dat er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Het rechtsvermoeden helpt niet iedere zelfstandige

Het rechtsvermoeden helpt vooral werkenden die mogelijk werknemer zijn. Voor zelfstandigen die juridisch echt zelfstandig werken, maar tegen lage tarieven, biedt het weinig oplossing. Zij willen vaak zzp’er blijven en hebben weinig aan een gang naar de rechter om werknemersrechten op te eisen.

Niet het beroep, maar de feitelijke arbeidsrelatie is beslissend: wie bepaalt het werk, welk risico draagt de werkende en gedraagt iemand zich werkelijk als ondernemer? Het tarief is niet doorslaggevend, maar kan wel meewegen in dat totaalbeeld.

In sommige werkpraktijken verschilt het werk daadwerkelijk van loondienst: met wisselende opdrachtgevers, eigen acquisitie, eigen investeringen, ondernemersrisico en ruimte om opdrachten te weigeren. Iemand kan dan juridisch echt zelfstandig zijn, ook als het tarief laag is.

De Temper-uitspraak laat zien dat het arbeidsrecht kan ingrijpen wanneer zelfstandigheid vooral een constructie blijkt. Maar een laag tarief maakt iemand niet automatisch werknemer. Voor wie juridisch zelfstandig is, biedt het rechtsvermoeden dus geen bescherming tegen een tarief waarbij duurzaam ondernemerschap niet mogelijk is.

Niet de constructie, maar het verdienmodel is het probleem

In de Eerste Kamer werd ook gevraagd naar mogelijke ontwijkconstructies. Maar wat wordt er dan ontweken? Bij constructies zoals Temper kan de vraag terecht zijn of zelfstandigheid wordt gebruikt om werknemerschap te vermijden. Maar werken met een echte zelfstandige mag gewoon, ook ver onder de grens van het rechtsvermoeden. Zolang er juridisch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, wordt er niets ontweken. Dan is er simpelweg sprake van zelfstandige arbeid tegen een laag tarief. Het rechtsvermoeden stelt vooral de vraag of iemand eigenlijk werknemer is, terwijl in bepaalde sectoren een andere vraag relevanter is: kan iemand voor een bepaald tarief duurzaam werken als zelfstandige?

Als je ontwijkconstructies echt wil voorkomen, moet je niet alleen kijken naar de kwalificatie van de arbeidsrelatie, maar ook naar de economische prikkel erachter. Zolang zelfstandige arbeid veel goedkoper kan zijn dan loondienst, blijft de prikkel bestaan om werk buiten loondienst te organiseren. Dan krijg je vanzelf constructies die precies binnen de regels proberen te blijven, zonder dat het onderliggende probleem wordt opgelost. 

Een hardere ondergrens kan daar meer aan doen: bereken sectorspecifieke minimumtarieven en verplicht die. Dan wordt niet alleen gevraagd of iemand werknemer is, maar ook of zelfstandige arbeid voor een bepaald tarief überhaupt houdbaar is.

Te zelfstandig voor bescherming

Er is iets mis als het gemiddelde zzp-tarief in een sector bij een normale inzet niet genoeg oplevert om er zelfstandig van te leven. Daarmee pleit ik niet voor een inkomensgarantie voor iedere zzp’er, maar wel voor het erkennen dat er iets fundamenteels niet klopt. Een zelfstandige blijft ondernemer en verantwoordelijk voor eigen keuzes, tarieven en bedrijfsvoering. Die ondernemer moet daarbij juist kijken naar de realistische marktsituatie: hoeveel werk is er, hoeveel uren zijn daadwerkelijk declarabel en welke kosten en risico’s horen bij het vak? Een sectorale ondergrens moet wel op diezelfde werkelijkheid zijn gebaseerd.

In veel projectmatige beroepen werken mensen terecht als zelfstandige. Zij hebben wisselende opdrachtgevers, organiseren hun eigen werk en dragen zelf risico. Voor hen is een gang naar de rechter voor werknemersrechten vaak geen logische oplossing. Maar als de tarieven in zo’n sector structureel zo laag zijn dat iemand ondanks een normale inzet niet kan rondkomen, zit het probleem niet alleen in de contractvorm.

Wat de AV-sector laat zien over te lage zzp-tarieven

De film- en AV-sector laat zien hoe laag toegestane zzp-tarieven kunnen zijn. Opvallend is dat binnen de audiovisuele praktijk verschillende fair pay-systemen naast elkaar bestaan. Voor freelancers bij de publieke omroep zijn via de Fair Practice Code Omroep cao-gerelateerde minimumafspraken gemaakt door de NVJ.

Maar de Ketentafel AV/Film hanteert voor vergelijkbaar werk ook starttarieven die aanzienlijk lager uitvallen. Aan de Ketentafel AV/Film beginnen de starttarieven bij €29,16 per uur en ligt ongeveer de helft onder de grens van het rechtsvermoeden van €38 per uur. Eerder schreef ik al wat er mis kan gaan in zo’n cao-zzp-vergelijking.

Lage tarieven zijn niet per se een ontwijkconstructie

Toch zou ik deze lage tarieven van de Ketentafel AV/Film geen ontwijkconstructie noemen. Er hoeft niets ontweken te worden: echte zelfstandigen kunnen ook onder de grens van het rechtsvermoeden werken. Maar het laat wel zien hoe kwetsbaar die groep is. Een sector kan tarieven ver onder die grens presenteren als Fair Pay, terwijl zelfstandigen geen werknemersrechten krijgen én geen bescherming tegen te lage tarieven.

Een simpele rekensom laat zien waarom de starttarieven aan de Ketentafel AV/Film waarschijnlijk te laag zijn. Het SEO-onderzoek naar flexibiliteit in de culturele en creatieve sector gaat uit van 62 procent declarabele uren. In mijn eerdere artikel [link] rekende ik dat door naar 969 declarabele uren per jaar. Bij €29,16 per uur levert dat ongeveer €28.250 bruto omzet op.

Trek daar, voorzichtig berekend, 35 procent vanaf voor kosten, AOV, pensioen en belasting, dan blijft ongeveer €18.360 per jaar over: circa €1.530 per maand. Dat is geen duurzaam starttarief voor zelfstandig ondernemerschap. Toch kan en mag het wel, en wordt het door de Ketentafel AV/Film als Fair Pay-starttarief gepresenteerd.

Waarom een laag tarief wel relevant is, maar nog niet doorslaggevend

Een laag tarief maakt iemand niet automatisch werknemer. Maar het zegt wel iets over de vraag hoe zelfstandig iemand in de praktijk kan opereren. Een echte zelfstandige moet kunnen rekenen, onderhandelen en werken tegen een tarief waarmee het ondernemerschap houdbaar is.

Wie structureel werkt tegen een tarief waarvan je niet kunt leven, heeft blijkbaar weinig ruimte om als ondernemer te handelen. Rechters kunnen al kijken naar beloning, ondernemersrisico en de manier waarop iemand zich in het economisch verkeer gedraagt. Toch blijft er een groep die juridisch zelfstandig is, maar economisch niet duurzaam kan werken. Die zzp’er heeft weinig aan werknemersrechten die hij niet wil of kan opeisen.

Ligt daar een taak voor de nog uit te werken Zelfstandigenwet? Die moet niet alleen duidelijk maken wanneer iemand zelfstandig mag werken, maar ook voorkomen dat zelfstandig werk in een sector structureel onder een leefbare ondergrens wordt betaald. Bescherming hoeft niet pas te beginnen bij een rechtszaak. Ik pleit al een tijdje voor sectorale minimumtarieven of ondergrenzen: tarieven die vooraf zijn gebaseerd op realistische declarabele uren, kosten, risico en de feitelijke marktsituatie.

Daarbij moet worden gekeken naar declarabele uren per sector, kosten, risico, ziekte en de daadwerkelijke omstandigheden in die markt. Die sectorale aanpak lijken ze in Australië te begrijpen, las ik onlangs in een artikel van Martijn Arets. Die aanpak lijkt op wat ik voorstel: duidelijke ondergrenzen per sector, zodat zelfstandig werken niet structureel onder bestaansniveau wordt betaald.

Preventie is niet genoeg

Onze regering hoopt dat het rechtsvermoeden opdrachtgevers preventief aanzet tot betere keuzes. Dat kan werken in situaties waarin iemand mogelijk werknemer is. Maar voor echte zelfstandigen met lage tarieven werkt dat matig. Een rechter kan concluderen dat iemand terecht als zelfstandige werkt, maar waar is de bescherming dan?

Er blijft een groep echte zzp’ers over die niet wordt beschermd door werknemersrechten en daar ook geen aanspraak op wil of kan maken. Echt zelfstandig werkenden hebben soms onvoldoende marktmacht om een redelijk tarief af te dwingen.

Maak van bescherming geen rechtszaak, maar een ondergrens

Het rechtsvermoeden kan nuttig zijn voor werkenden die mogelijk eigenlijk werknemer zijn. Maar nu de wet is aangenomen, wordt ook duidelijker wat niet wordt opgelost: de positie van echte zelfstandigen die structureel tegen te lage tarieven werken. Die groep blijft zonder bescherming achter. Als de overheid serieus werk wil maken van bestaanszekerheid voor zelfstandigen en de armoede niet wil laten oplopen, zoals ook in de motie-Bikker is uitgesproken, moet zij verder kijken dan alleen werknemerschap. Ook echte zelfstandigen kunnen in een markt zitten waar tarieven structureel te laag zijn. 

Recent onderzoek laat zien dat zzp’ers en ondernemers veel vaker te maken hebben met wisselende inkomsten dan werknemers. Juist daarom is het niet genoeg om alleen te toetsen of iemand juridisch werknemer is; ook echte zelfstandigen aan de onderkant hebben bescherming nodig tegen tarieven die structureel geen bestaanszekerheid bieden.

Dat kun je niet zomaar aan sectoren zelf overlaten. Waar opdrachtgevers, producenten, instellingen en bemiddelaars belang hebben bij lage tarieven, ontstaat een eerlijke ondergrens niet vanzelf. Collectief onderhandelen kan helpen, maar als de uitkomst afhankelijk blijft van de machtsverhouding aan tafel, kan ook een sectortafel of ketentafel eindigen in een te laag tarief.

Een ondergrens voor zzp’ers moet daarom niet beginnen met een onderhandeling, maar met een objectieve berekening: hoeveel declarabele uren zijn realistisch, welke kosten horen bij het beroep, welk risico draagt de zelfstandige en welk tarief is minimaal nodig voor een bepaald inkomen? De zzp’er blijft boven die ondergrens gewoon zelf verantwoordelijk voor zijn tarief, maar de bodem moet voorkomen dat zelfstandig werk structureel onder bestaansniveau wordt betaald.

Zonder echte sectorale ondergrenzen blijft de boodschap richting een groep zzp’ers oneerlijk: je bent te zelfstandig voor werknemersbescherming en te kwetsbaar om eerlijk te kunnen onderhandelen.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 14s Reacties

Minister Aartsen: mogelijk nog voor zomer aanpassing leidraad inhuur rijksoverheid

Minister Aartsen bekijkt of het lukt om nog voor de zomer een aangepaste leidraad inhuur externen bij de Rijksoverheid te publiceren. Die toezegging deed de Minister van Werk & Participatie gisteren aan de Tweede Kamer. Kamerlid Flach (SGP) wees de minister op het voorbeeld waar het Audit Dienst Rijk zzp’ers en zelfstandigen met een BV bij voorbaat uitsluit bij een specifieke opdracht. ZiPconomy publiceerde daar onlangs dit artikel over.

“We werken ook aan die leidraad. Die was gebaseerd nog op de vbar. Dat wetsvoorstel is aangepast. Dus we pas ook de leidraad aan” aldus de minister van Werk & Participatie.

Gesprek met gemeenten

De Minister liet de Kamer ook weten dat hij in overleg gaat met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over soortgelijke situaties. Aanleiding hier is een klachtenprocedure die zelfstandig interim-manager Richard Zwiers – samen met FNV Zelfstandigen – aanspande tegen de Gemeente Pijnacker/Nootdorp (zie hier ons artikel daarover). Zwiers kreeg gelijk op het feit dat de gemeente hier niet vooraf zzp’ers mocht uitsluiten. De gemeente gaat de (mini)aanbesteding opnieuw doen.

Aartsen gaf Zwiers de complimenten voor zijn actie. “Ga niet onnodig categorie zzp’ers uitsluiten. Kijk naar de situatie, zorg dat je aan de regels houdt” was zijn oproep, waarbij hij dus erkende dat juist overheden hier stappen in te maken hebben.

De lijn van Aartsen past bij de door hem aangekondigde campagne ‘zo kan zzp wel’ die het ministerie na de zomer gaat lanceren.

Nieuwe wet op komst

De minister herhaalde in het overleg met de Kamer nog maar eens dat hij hard werkt aan een Zelfstandigenwet. Een wet, die volgens Aartsen “de duidelijkheid en de zekerheid vooraf geeft aan zzp’ers. Door ze erkenning te geven. Door een soort veilige haven in die wet te creëren die er nu een van de weinige West-Europese landen ontbreekt. Zonder dat we de werknemersrechten aantast, zonder dat we handhaving aantasten en zonder dat we de boel in disbalans brengen. Eindelijk een oplossing die gewoon meerjarig meegaat.”

Aan het wetsvoorstel wordt momenteel hard gewerkt. Juist deze weken wordt – zo liet de minister weten – gesproken met zowel experts als belangenorganisaties. De planning is dat het wetsvoorstel in het najaar naar de Raad van State gaat voor advies, met als beoogde inwerkingtredingsdatum 1 januari 2028.

Webmodule aangepast

Verder liet minister Aartsen weten dat deze week de Webmodule beoordeling arbeidsrelatie is aangepast zodat hij ook aansluit bij de meest recente uitspraken in de zaak rond een Uber-chauffeur. Het Gerechtshof bepaalde in die zaak dat extern ondernemerschap een volwaardig criterium dient te zijn bij de (individuele) beoordeling van de arbeidsrelatie.

Overigens zijn de vragen in de webmodule niet direct aangepast noch – zo lijkt het – de onderlinge wegingsfactoren. Wel staat nu op de eerste pagina een uitgebreide uitleg over dat extern ondernemerschap; zaken die buiten de opdracht liggen, zoals de mate waarin een zzp’er aan acquisitie doet en meerdere opdrachtgevers heeft of heeft gehad.

De webmodule constateert daar nu op dat dat gegevens zijn waarover de opdrachtgever niet altijd beschikt, waardoor het “kunnen vaststellen of de werkende zich extern als ondernemer gedraagt” voor een opdrachtgever lastig kan zijn. “De indicatie die de webmodule afgeeft, houdt daar dus beperkt rekening mee. Als u vaststelt dat de werkende zich daadwerkelijk als (extern) ondernemer gedraagt, dan kunt u dat meewegen bij het aangaan van de arbeidsrelatie. Zeker als de webmodule geen oordeel kan afgeven, kan het (extern) ondernemerschap van de werkende er mogelijk toe leiden dat de opdracht buiten dienstbetrekking kan worden verricht.” De webmodule geeft opdrachtgevers nu het advies om informatie over dat extern ondernemerschap vast te leggen in de administratie, zeker als dat extern ondernemerschap sterk meeweegt in de beoordeling dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | 4s Reacties

Het zzp-dossier: de stand van de zaken voor de zomer

Het kabinet is vlak voor de zomer nog volop bezig met de voorbereiding van wetten en plannen rondom zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Woensdagavond vergadert de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de huidige stand van zaken in het zzp-dossier. Op de agenda staan onder andere de voorlichtingscampagne, de handhaving op schijnzelfstandigheid en het wetsvoorstel voor de verplichte aov (BAZ).

Wat is de huidige stand van zaken? Hoe gaat het nu echt met de zzp-markt? Een overzicht.

Wetgeving en politiek beleid: de stand van zaken

Het nieuwe kabinet presenteerde begin 2026 een duidelijke, nieuwe koers rondom zzp-beleid. Na jaren van onzekerheid, moet de zzp-wetgeving nu snel verduidelijkt worden. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) werkt daar hard aan. Hij wil dat er over vier jaar geen discussies meer zijn over werken met zzp’ers, zei hij in een interview met ZiPconomy.

De minister voert het nieuwe zzp-beleid in fases in:

  1. Rechtsvermoeden van werknemerschap

Inmiddels zijn zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer akkoord met een rechtsvermoeden van werknemerschap. Hiermee kunnen zzp’ers met een laag uurtarief gemakkelijker rechten als werknemer opeisen. De wet geldt naar verwachting vanaf 1 januari 2027.

Wat houdt de wet in?

Zzp’ers die ingehuurd worden voor minder dan het grenstarief (waarschijnlijk 39 euro in 2027) kunnen dezelfde rechten opeisen als werknemers in loondienst. Zij krijgen bij de rechter kort gezegd het voordeel van de twijfel. Als een opdrachtgever het hier niet mee eens is, moet hij bewijzen dat er wel degelijk sprake is van zzp-schap.

Belangrijk om te weten:

  • Alleen werkenden zelf of hun vertegenwoordigers kunnen een beroep doen op het rechtsvermoeden. De Belastingdienst, Arbeidsinspectie en UWV kunnen er geen gebruik van maken.
  • De wet geldt niet voor zzp’ers die werken voor particuliere opdrachtgevers.
  • Het rechtsvermoeden is nadrukkelijk facultatief: werkenden hoeven het niet in te roepen. Zij mogen gewoon als zzp’er onder het grenstarief blijven werken.
  • De maatregel is vooral bedoeld als extra bescherming voor kwetsbare groepen. Het moet ertoe leiden dat opdrachtgevers en werkenden vooraf kritischer nadenken of het werk geschikt is voor een zzp’er.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

De wetgeving is bedoeld om opdrachtgevers bewust te maken van de verschillen in regels voor werknemers en zzp’ers. Huur je een zelfstandige in? Bepaal aan de hand van de regels die volgen uit het Deliveroo-arrest of je werkwijze aan de wet voldoet. Je kunt ook de webmodule gebruiken.

2. Zelfstandigenwet

Om de regels rondom inhuur van zzp’ers te verduidelijken, ontwikkelt minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) de Zelfstandigenwet. In de vorige kabinetsperiode kwam hij zelf met dit voorstel als alternatief voor de omstreden wet VBAR.

Wat houdt de wet in?

De Zelfstandigenwet bestaat uit een ondernemerstoets, een werkrelatietoets en criteria die verschillen per sector. In de ondernemerstoets zitten eisen voor zelfstandigen, zoals pensioenopbouw en een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. De werkrelatietoets gaat over de specifieke opdracht en de relatie met de opdrachtgever.

Wat betekent dit voor jou?

De wetgeving wordt nog volop ontwikkeld. Minister Aartsen wil de Zelfstandigenwet eind 2026 naar de Raad van State sturen. De nieuwe regels gelden dan per 1 januari 2028.

Tot die tijd blijft de Belastingdienst handhaven op basis van de bestaande wet- en regelgeving. Om te weten of je inhuur voldoet aan de regels kun je de criteria uit het Deliveroo-arrest of de webmodule gebruiken.

3. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering

Het kabinet werkt aan de BAZ: de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. Dit is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen. Het is een publieke basisregeling. Zelfstandigen mogen in plaats daarvan een private verzekering afsluiten, mits die aan de eisen voldoet.

Wat is de status?

  • Minister Aartsen streeft ernaar dat de wet uiterlijk 31 augustus 2026 is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. Die datum hangt samen met afspraken met de Europese Commissie in het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan.
  • De verplichting zal pas veel later ingaan. Uitvoeringsinstantie UWV kan de regeling namelijk niet eerder dan 2030 uitvoeren. Dat komt onder andere door achterstanden bij WIA-keuringen en ICT-aanpassingen.
  • Binnen de BAZ geldt een wachttijd van twee jaar. Dat betekent dat er een verschil zit tussen het moment waarop de regeling formeel ingaat en het moment waarop de eerste uitkeringen verstrekt worden. Dat wordt dus op zijn vroegst in 2032.
  • De premie bedraagt 5,4% van de winst uit onderneming, met een maximum van circa €171 bruto per maand (gebaseerd op 142,86% van het minimumloon in 2025, dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd).
  • Lees hier alles over de BAZ.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

Voorlopig verandert er weinig, maar als de BAZ wordt ingevoerd dan heeft dit waarschijnlijk invloed op de tarieven van zelfstandigen.

4. Wet meer zekerheid flexwerkers

De Tweede Kamer heeft op 12 mei 2026 de Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen. Het doel van de wet is de rechtspositie van flexwerkers en uitzendkrachten verbeteren en vaste contracten weer de norm te maken.

Deze wetgeving gaat niet direct over zzp’ers, maar is wel onlosmakelijk verbonden met het zzp-dossier. De minister pakt beide dossiers tegelijkertijd aan om een zogenaamd ‘waterbedeffect’ te voorkomen. Als de overheid namelijk alleen de regels voor uitzendkrachten en oproepkrachten strenger maakt, zouden werkgevers massaal overstappen op het inhuren van zzp’ers. En vice versa.

Wat houdt de wet in?

  • Nulurencontracten worden grotendeels verboden en vervangen door ‘bandbreedtecontracten’. Daarbij krijgen werknemers recht op een vast minimum- en maximumaantal uren per week.
  • De periode waarin flexkrachten flexibel kunnen worden ingezet (Fase A) wordt verkort van anderhalf jaar naar één jaar (52 weken).
  • Uitzendkrachten krijgen recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers van het inlenende bedrijf.
  • De tussenperiode waarna een tijdelijk contract opnieuw mag worden opgebouwd (ketenregeling) wordt verlengd van 6 maanden naar 5 jaar. Zo zijn werkgevers sneller verplicht om tijdelijk personeel een vast contract aan te bieden.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

De planning van de Wet meer zekerheid flexwerkers is als volgt:

  • 1 januari 2027: Het onderdeel dat zorgt voor gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten treedt naar verwachting op deze datum in werking. Bereid je hier dus op voor. Veel uitzend-cao’s hebben dit per 1 januari 2026 al grotendeels geregeld.
  • 1 januari 2028: Het verbod op nulurencontracten en de aangescherpte ketenregeling gaan op z’n vroegst per 1 januari 2028 in. Volgens het overgangsrecht mogen lopende tijdelijke contracten volgens de oude regels worden uitgediend.
  • Bereid je voor door nu al kritischer te kijken naar je totale inzet van flexibel personeel: van uitzendkrachten tot zzp’ers.

5. Handhaving op schijnzelfstandigheid

De Belastingdienst hield jarenlang een pauze wat betreft de handhaving op schijnzelfstandigheid, maar sinds 1 januari 2025 is de fiscus weer volop bezig met controles. Per 1 januari 2026 deelt de Belastingdienst ook weer vergrijpboetes uit voor opdrachtgevers die opzettelijk schijnzelfstandigen inhuren (kwaadwillendheid).

Per 1 januari 2027 is de ‘zachte landing’ officieel voorbij. Vanaf dat moment kan de Belastingdienst ook reguliere verzuimboetes en naheffingen uitdelen, met terugwerkende kracht tot maximaal 1 januari 2025. In dit overzicht staan de veranderingen op een rij.

6. Voorlichtingscampagne ‘Zo kan zzp wél’ en aangepaste webmodule

Minister Aartsen wil voorkomen dat echte zelfstandigen ten onrechte werk verliezen. Daarom begint hij een overheidscampagne om duidelijk te maken hoe werken met zzp’ers wel kan. De campagne is een uitleg van de huidige regels. De nadruk is positief: wanneer kan werken met een zzp’er wél?

Verder wordt de webmodule aangepast zodat die beter aansluit bij huidige wetgeving en jurisprudentie. Zo wordt zogenaamde ‘extern ondernemerschap’ (gedraagt de werkende zich over het algemeen als ondernemer, bijvoorbeeld met een eigen pensioenvoorziening, meerdere opdrachtgevers en actieve acquisitie?) voortaan duidelijk benoemd op de startpagina van de webmodule.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

  • De minister wil voorkomen dat opdrachtgevers zzp’ers op voorhand uitsluiten van werk wat zij wel degelijk mogen uitvoeren.
  • Twijfel je of je voor een opdracht een vacature moet uitzetten of dat het werk is voor een zzp’er? Je kunt het controleren via de webmodule of via de website hetjuistecontract.nl.

7. Actuele zzp-marktcijfers

Het kabinet komt niet zomaar met een campagne met een positieve insteek. De onduidelijkheid en het handhavingsbeleid hebben namelijk negatieve invloed gehad op de zzp-markt.

Aantal zzp’ers neemt af

Uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het aantal zzp’ers daalt. Het eerste kwartaal van 2026 waren er minder dan een miljoen zzp’ers (974.000), bijna 11% minder dan op het toppunt in 2024 (1,1 miljoen).

De grootste oorzaak is de strenge handhaving op schijnzelfstandigheid. Die heeft sinds 2025 fors effect: het aantal zzp-opdrachten kromp flink. Zelfstandigen in veel beroepsgroepen komen moeilijker aan opdrachten.

Lagere tarieven, hogere kosten, minder tevreden

Ook zzp-tarieven dalen. Experts in tech en data blijven gewild, maar de gemiddelde tariefstijging voor zzp’ers vlakt in 2026 af naar slechts 1% (HeadFirst, Intelligence Group 2025-2026). Ondertussen stijgen de kosten voor zzp’ers, onder andere door inflatie en de afbouw van de zelfstandigenaftrek. De tevredenheid onder zelfstandigen daalde in 2025 naar 79,9%, blijkt uit cijfers van TNO en het CBS. Dat is het laagste punt sinds de start van de metingen in 2012.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

Deze daling van het aantal zzp’ers is geen organische krimp omdat er minder werk is. Het is pure risicomijding van opdrachtgevers die bang zijn voor de Belastingdienst. Vaak is dit onterecht.

Als opdrachtgever kun je gebruikmaken van deze situatie. Als jij je verdiept in de regels en weet wanneer en hoe je een zzp’er kunt inhuren, heb je een voordeel ten opzichte van je concurrent. Je hebt meer keuze uit deskundige zzp’ers en bovendien zijn de tarieven lager dan voorheen. Via de criteria die volgen uit het Deliveroo-arrest of de webmodule kun je controleren of een opdracht geschikt is voor zzp’ers.

Wordt vervolgd…

ZiPconomy is aanwezig bij het debat op woensdag 24 juni en komt de dag erna met een verslag en analyse.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 3s Reacties

Wet DBA, intermediairs en hun g-rekening

Een klant van een intermediair heeft geen goed zicht op de aard van de arbeidsrelatie tussen de intermediair en de werkende die de intermediair aan zijn klant ter beschikking stelt. Het kan een zzp’er zijn, maar het kan ook een schijnzelfstandige zijn. 

In het laatste geval loopt de klant het risico dat hij op grond van de inleners- of ketenaansprakelijkheid kan opdraaien voor de door de intermediair onbetaalde loonbelasting en sociale premies. Dat een intermediair failliet kan gaan en daardoor haar fiscale betalingsverplichtingen niet meer kan nakomen, is niet ondenkbaar. Zie bijvoorbeeld de recente uitspraak van Hof Den Haag inzake OneStopSourcing. 

Kamervragen

Eerder werden vanuit de Tweede Kamer de volgende vragen aan de staatssecretaris van Financiën gesteld: “Bent u bekend met het gebruik van de g-rekening (geblokkeerde rekening, red) ter voorkoming van risico in het kader van keten- en inlenersaansprakelijkheid? Is het storten op een g-rekening van een leverancier die een zzp’er levert oneigenlijk gebruik van de g-rekening?”

Het antwoord was helder: het is geen oneigenlijk gebruik. De staatssecretaris schreef: “Door storting van een deel van de factuursom op de g-rekening wordt het risico op aansprakelijkstelling op grond van de fiscale keten- of inlenersaansprakelijkheid beperkt. […] Zekerheidshalve kan de opdrachtgever een deel van de factuursom op de g-rekening van de uitlener storten om zijn risico op aansprakelijkheid te beperken. Het geld op de g-rekening kan door de opdrachtnemer/uitlener worden gebruikt voor het betalen van verschuldigde loonheffingen en omzetbelasting. Een eventueel overschot kan worden gedeblokkeerd. Dit levert geen oneigenlijk gebruik van de g-rekening op.”

G-rekening in leidraad Belastingdienst

Vanaf 1 januari 2025 is in de Leidraad Invordering de volgende bepaling opgenomen: “Betaling op de g-rekening van een uitlener/opdrachtnemer die ook een zelfstandige zonder personeel levert, levert in beginsel geen oneigenlijk gebruik van de g-rekening op.” 

Toch zag ik recent een brief van de Belastingdienst aan een intermediair waarin de g-rekening wordt opgezegd met als motivering: “U stelt niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend personeel ter beschikking en u zult dit op korte termijn ook niet doen”. 

Dit wekt bevreemding. Hoe kan de Belastingdienst immers op voorhand weten dat geen personeel ter beschikking wordt gesteld? Als er schijnzelfstandigen ter beschikking worden gesteld, gebeurt dat immers wel. Een intermediair doet er dan ook verstandig aan om haar g-rekening aan te houden ten behoeve van haar klanten. Dit levert geen oneigenlijk gebruik op.

Wanneer een intermediair geen g-rekening meer wil aanhouden omdat zij dan telkens een verzoek tot deblokkering van haar g-rekening moet indienen en vreest dat hierdoor de aandacht van de Belastingdienst op haar wordt gevestigd, dan is de vraag gerechtvaardigd in hoeverre zij er zeker van is dat zij geen schijnzelfstandigen ter beschikking stelt. The proof of the pudding is in the eating.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | 3s Reacties

‘De overheid moet eerst vertrouwen herstellen voordat nieuwe campagnes effect hebben’

Public Affairs-collega’s Sem Overduin en Oifik Youssefi van HeadFirst Group schreven samen het boek De ZZPuzzel, een feitelijke uiteenzetting van het zzp-dossier. Het boek kwam tot stand na vele gesprekken met arbeidsmarktexperts uit de wetenschap, politiek en het maatschappelijk middenveld. Hardnekkige misinformatie, eenzijdige beeldvorming, gebrek aan politieke daadkracht en de complexiteit van het arbeidsrecht maken het dossier een ingewikkelde puzzel. In deze artikelenreeks gaan de auteurs in gesprek met betrokkenen die een aanvullend puzzelstuk aandragen.

Lex Tabak volgt het zzp-dossier al jaren vanuit meerdere perspectieven. Als zorgprofessional en initiatiefnemer van ZZP-erindezorg.nl volgt hij de ontwikkelingen rond schijnzelfstandigheid, handhaving en arbeidsmarktbeleid al jaren op de voet. Daarbij ontpopte hij zich via zijn artikelen tot een veel gelezen criticus van zowel politiek als overheid. Volgens Tabak raakt de huidige handhaving op schijnzelfstandigheid ook grote groepen bonafide zelfstandigen, schiet het beleid zijn doel voorbij en zal de nieuwe campagne ‘Zo kan zzp wél’ pas effect hebben als de overheid eerst het vertrouwen van opdrachtgevers weet te herstellen. 

In hoeverre is het zzp-dossier een puzzel volgens jou?

“Wat mij betreft is het geen puzzel. Een puzzel veronderstelt dat we met elkaar aan hetzelfde eindplaatje werken. Dat vraag ik me ernstig af. Ik weet niet of we op weg zijn naar een oplossing of dat we meer te maken hebben met een speelveld waarin verschillende partijen hopen op een oplossing, terwijl een aantal invloedrijke partijen blijft redeneren vanuit één uitgangspunt: het dienstverband is de norm.

Rondom de zzp’er staan partijen die al jaren aantonen dat zelfstandig ondernemerschap voor veel mensen draait om autonomie, regie over werk en professionele vrijheid. De onderzoeken zijn er, de argumenten zijn gewisseld en de voor- en nadelen zijn uitgebreid besproken. Toch staan we in veel opzichten op hetzelfde punt als twintig jaar geleden.

Daarom zie ik het zzp-dossier niet als een puzzel die gezamenlijk wordt gelegd. Eerder als een vreemd schaakspel waarin sommige partijen hopen op verandering, terwijl andere partijen vasthouden aan bestaande uitgangspunten. Commissies als Borstlap hebben integrale perspectieven op de arbeidsmarkt geschetst, maar als je kijkt naar het beleid rond zzp’ers en de arbeidsmarkt, dan zie je vooral dat er wordt gedraaid aan de knop minder flex, meer vast. Een moderne visie op de arbeidsmarkt ontbreekt nog steeds, ondanks dat werkenden al decennialang aangeven dat er behoefte is aan meer flexibiliteit.”

Welk puzzelstuk zou je willen toevoegen aan De ZZPuzzel?

“Voor mij is dat governance. Wat doen we als beleid aantoonbaar effect heeft dat we niet willen? Als we spreken over het aanpakken van schijnzelfstandigheid, dan moet dat gebaseerd zijn op harde cijfers en empirische onderbouwing. Als achteraf blijkt dat vooral de verkeerde groep wordt geraakt, moet daar iets mee gebeuren. Zeker als aan de voorkant van het beleid al gewaarschuwd is voor hetgeen nu praktijk geworden is.

De politiek mag daar wat mij betreft consequenties aan verbinden. Kamerleden stellen voortdurend kritische vragen, maar echte antwoorden blijven uit. Toch mag het beleid door. Het structureel monitoren van effecten blijkt lastig in een politiek veld dat met steeds kortere houdbaarheidsdata kampt. Aan de andere kant heb je een ambtelijk apparaat waarin mensen vaak langer op een dossier zitten. Daardoor kan  in feite een machtsverstoring ontstaan waarbij de ambtelijke top meer invloed lijkt te hebben op de beleidsrichting dan de politiek zelf.”

Hoeveel vertrouwen heb jij als zzp’er in politiek en overheid anno 2026?

“Ik heb lang gezocht naar een formulering die hierbij past. Ik ben kritisch, daar maak ik geen geheim van, maar ik vertrouw ook op de goede intenties van mensen. Maar ik geloof in dit dossier niet meer wat de overheid zegt. Ik vertrouw erop dat ambtenaren ’s morgens met goede intenties opstaan, maar ik geloof niet dat wat ons verteld wordt de echte uitgangspunten zijn.

Veel mensen behandelen dit dossier alsof het een stijldans is waarin verschillende perspectieven harmonieus moeten gaan samenkomen. Ik zie eerder een judowedstrijd. Er wordt stevig geworsteld om positie, macht en uitvoering.

Wat mij bijvoorbeeld opvalt, is de mate waarop beleid snel kan verschuiven als het om maatregelen gaat die zzp’ers negatief treffen en dat het allemaal in de verre toekomst ligt als het gaat om wetgeving die de zzp’er moet helpen. Denk nu weer aan de vliegensvlugge afbouw van de startersaftrek. Daartegenover staat een Zelfstandigenwet die door vele molens heen moet, tot deze (wellicht) pas in 2028 het levenslicht ziet. De jarenlange afbouw van fiscale aftrekposten of een AOV voor zzp’ers afspreken tijdens een pensioenakkoord zijn andere voorbeelden. De campagne ‘Zo kan zzp wél’ laat een half jaar op zich wachten na aankondiging. Ik zie dit als bewijs van een andere agenda dan het zzp-veld wordt voorgehouden.” 

Arbeidsrechtwetenschapper Niels van der Neut stelde in 2025 dat een laag vertrouwen in overheid en politiek een voedingsbodem kan zijn voor misinformatie. Herken jij dat beeld?

“Ik herken dat zeker en Van der Neut haalt hier een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) aan. Dit is ook van toepassing op het zzp-dossier. Die misinformatie in dit dossier kan ontstaan omdat er geen concreet te maken wetgeving ligt. Dus wordt er online inderdaad van alles geroepen over het zzp-dossier, want het is interpretatie. Maar doet de overheid hier niet aan mee? Ik signaleer ook bij de Rijksoverheid selectieve informatievoorziening waar steeds meer mensen doorheen kijken en deze niet langer vertrouwen. 

Neem het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR). Die was sterk gebaseerd op de koppeling tussen inbedding en werknemerschap, terwijl de rechtspraak benadrukt dat alle omstandigheden van de arbeidsrelatie meewegen. Het Deliveroo-arrest noemt negen gezichtspunten die in samenhang moeten worden bekeken. Als je vervolgens één of twee elementen centraal stelt en presenteert als dé waarheid, dan kom je gevaarlijk dicht in de buurt van misinformatie.

Of de webstite www.hetjuistecontract.nl, die talloze malen door ministers is aangehaald. De site heeft nog steeds onjuiste informatie online staan in de lijn ‘inbedding = dienstverband’. Terwijl dit juridisch nooit houdbaar geweest is. Het kan allemaal bestaan en niemand grijpt in. Er lijkt wel een soort andere agenda achter te zitten. Ik maakte daarom zelf de stap van misinformatie naar desinformatie.

Het grotere vraagstuk voor mij is hoe dit soort zaken überhaupt kunnen ontstaan en wat de agenda rondom zzp’ers dan wel is. Mijn indruk is dat er bewust ambtelijke ruimte wordt gezocht waar deze juridisch niet bestaat. Waarna de politiek door het veld wordt opgeroepen om het te corrigeren. Dat kost veel tijd. Ondertussen haken veel opdrachtgevers af voor de inhuur van zzp’ers. Daarmee veroorzaak je als overheid logischerwijs wantrouwen.”

In hoeverre neem jij een vertrouwensprobleem waar onder zzp’ers?

“In mijn sector, de zorg, zie ik dat heel duidelijk. Dat is bovendien de sector waar relatief gezien de meeste zelfstandigen actief zijn. Via ZZP-erindezorg.nl spreken we dagelijks mensen die hiermee worstelen.

Het vertrouwen wordt op twee manieren aangetast. Ten eerste door het negeren van de bron van het probleem: de slechte werkomstandigheden in een vast dienstverband. Al decennia geven zorgprofessionals aan het werk anders te willen zien, maar zonder succes. Hierdoor is een deel als zzp’er verder gegaan, om vervolgens in een heel verwijtende sfeer terecht te komen. Dat doet het vertrouwen geen goed. 

Ten tweede is het marginaliseren van zzp’ers in het publieke domein een doorn in het oog. Alsof zzp in zorg en onderwijs niet zouden mogen bestaan en schijnzelfstandigheid een gegeven is. De zorgsector fungeert al jaren als proeftuin voor beleid tegen zelfstandigen. De eerste modelovereenkomst werd gelanceerd in 2015 en de handhaving op schijnzelfstandigheid werd in 2023 al in de zorg opgestart. Vanuit de boodschap ‘inbedding = dienstverband’ zijn we inmiddels jaren aan foutieve beeldvorming verder. Het jarenlang verdacht maken van zzp’ers in de zorg heeft het vertrouwen fors ondermijnd.” 

Je bent kritisch op de manier waarop het kabinet het zzp-dossier aanpakt. Waar zit de kern van die kritiek?

“Iedereen weet dat we fundamenteel anders naar de arbeidsmarkt moeten kijken, maar dit wordt nog steeds genegeerd. Zzp-schap is niet het probleem, maar in zekere zin een symptoom van een arbeidsmarkt die moeite heeft om verschillende vormen van werk een plek te geven.

Bij een fundamenteel andere aanpak van de arbeidsmarkt hoort ook een herziening van de sociale zekerheid, dus dat is geen argument om het huidige stelsel zo te laten. Wat ontbreekt is een authentieke agenda over de toekomst van werk. Er is geen nieuwe visie op een integrale arbeidsmarkt, maar een heimelijke agenda om alles weer terug te brengen naar een vast contract. Het doorstrepen van nulurencontracten, het duurder maken van uitzenden en het belemmeren van zzp’ers zijn daar signalen van. Ministeries blijven symptomen bestrijden zonder de onderliggende oorzaken aan te pakken.”

Het kabinet zet in op consistentie, in de Kamerbrief van 9 april omschrijven ze dat als ‘geen zigzagbeleid’. Geeft dat meer rust, denk je?

“Het is een sterke politieke slogan, maar je kunt in plaats van tovertaal ook een oud Hollands gezegde erbij pakken: ‘liever ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’. De visie van de afgelopen jaren op het zzp-dossier is wat mij betreft heel consistent en gericht tegen de ontwikkeling van deze werkvorm gericht. 

Dat minister Aartsen expliciet maakt naar nieuw beleid te willen streven is uiteraard prima. Maar niet alleen straks. Als het huidige beleid rondom de aanpak van schijnzelfstandigheid in het hier en nu aantoonbaar ook bonafide zelfstandig ondernemers raakt en je dat erkent, moet je bijsturen als je zegt dat je voor zzp staat. Ook hier heb ik vertrouwen in intenties, maar geloof ik niet dat ‘geen zigzagbeleid’ de werkelijke reden is van niets doen.”

Waarom werkte de vorige Rijkscampagne ‘ZZP ja of nee’ volgens jou onvoldoende?

“Omdat die campagne sterk leunde op uitgangspunten die vooraf al ter discussie stonden. De ‘inbedding = dienstverband’ gedachte vanuit de VBAR stond juridisch al op losse schroeven toen er een complete website met informatie werd opgetuigd. Er werd selectief gebruikgemaakt van bepaalde elementen uit het Deliveroo-arrest, waardoor de onzekerheid over de arbeidskwalificatie groter werd gemaakt. Het logische gevolg is dat er vooral werd ingezoomd op wat er niet kan in de samenwerking met zzp’ers, gebaseerd op een gedeeltelijke weergave van de juridische werkelijkheid. Daardoor ontstond geen breed begrip van de materie, maar vooral verwarring, angst en onzekerheid.”

Het kabinet komt nu met de campagne ‘Zo kan zzp wél’. Denk je dat die beter zal werken?

“Ik noemde de vorige campagne al eens eerder een angstcampagne. Angst activeert psychologisch heel andere mechanismen dan rationele afwegingen. Als je mensen eerst bang maakt, kun je dat niet zomaar herstellen met een nieuwe slogan. Zeker niet als je jarenlang die angst en onzekerheid hebt vergroot.

Bovendien is de naam veelzeggend. Zzp kón namelijk altijd al. Als hetgeen wat al kon nu een aparte campagne nodig heeft, waarom is die oude dan ontstaan? Ik blijf benieuwd naar de echte agenda.”

Wat mag in deze campagne absoluut niet ontbreken?

“Erkenning dat de vorige communicatie te eenzijdig was en opdrachtgevers op het verkeerde been werden gezet. Een mea culpa. Als je dat niet doet en alleen wat andere taal gebruikt, blijven mensen zich verhouden tot het oude beeld. Zelfreflectie is essentieel als je als overheid geloofwaardig wilt zijn. De overheid moet wat mij betreft eerst vertrouwen herstellen voordat zo’n campagne effect heeft.”

Hoe kijk jij naar de aangekondigde Zelfstandigenwet?

“Ik vind het positief dat zelfstandigen daarmee mogelijk meer juridische borging krijgen. Tegelijkertijd zie ik een patroon. Zoals ik zei: maatregelen die zelfstandigen beperken gaan snel, maatregelen die duidelijkheid moeten bieden duren lang. In de tussentijd moeten zelfstandigen zelf maar zien hoe ze zich staande houden. Dat creëert onnodige onzekerheid.”

Wat is volgens jou de grootste fout die de overheid de afgelopen jaren heeft gemaakt binnen het zzp-dossier?

“De handhaving op schijnzelfstandigheid was in het verleden gekoppeld aan nieuwe wetgeving. Bij het brengen van meer juridische duidelijkheid, hoorde ook handhaving.  De gedachte was: eerst meer helderheid over de spelregels, daarna strikter handhaven. Die beloofde duidelijkheid bleef uit, maar de handhaving bleef in stand. Er ligt nog altijd geen nieuwe wet die de praktijk wezenlijk meer houvast biedt, terwijl de handhaving inmiddels wel volop plaatsvindt. Ook hier weer: dat wat zzp-schap belemmert kan nu alvast, terwijl hetgeen zzp helpt naar achteren geschoven wordt.

Het kabinet verpakt dit door te stellen dat het nodig is om de markt weer te laten wennen aan een werkelijkheid waarin opdrachtgevers geen vrijbrief hebben om met zelfstandigen samen te werken en waarin de Belastingdienst daadwerkelijk kan optreden. Dat begrijp ik op zichzelf, maar je kunt niet wennen aan een niet concrete en onzekere werkelijkheid. Als je afwijkt van de oorspronkelijke belofte van eerst meer duidelijkheid en daarna handhaving, creëer je juist onrust.

Veel opdrachtgevers en zelfstandigen ervaren dat ze worden geconfronteerd met risico’s, terwijl de fundamentele vragen waar ze al jaren mee worstelen nog steeds niet definitief zijn beantwoord. Daarmee versterk je onzekerheid op de markt, terwijl juist het herstellen van vertrouwen een belangrijk doel zou moeten zijn. Als overheid en politiek moet je jezelf afvragen hoe je wilt worden gezien door bijna 1,3 miljoen zzp’ers. Dat gesprek wordt onvoldoende gevoerd.”

Stel dat minister Aartsen morgen tegenover je zit. Wat zou je hem adviseren?

“Voer als minister uit waar je als Kamerlid voor stond. De onrust in 2026 is dezelfde onrust waar de VVD bezorgd over was in 2016. De argumenten zijn niet veranderd. Neem de angst voor inhuur weg. Dat kan met de huidige wetgeving alleen als deze aanpak wordt beëindigd, vooral omdat hij zo onzuiver is gecommuniceerd. Zorg zo snel mogelijk voor wetgeving die meer duidelijkheid geeft. En wat mij betreft: stop de handhaving totdat de beloofde duidelijkheid er daadwerkelijk is.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 2s Reacties

Ontwikkeling VMS: van stand-alone tool naar AI native-oplossing

Aan deze 7e editie van het VMS-onderzoeksrapport hebben zeven VMS-aanbieders deelgenomen die (ook) in Nederland en België actief zijn: Beeline, Connecting Expertise, Magnit, Nétive VMS, OLLi, Pixid VMS en ProUnity. Naast de trends en ontwikkelingen (onder meer AI-toepassingen) en een actueel marktoverzicht, bevat het rapport een uitgebreide beschrijving van de functionaliteiten van de VMS’en van deze partijen. En een beoordeling van de zeven VMS-systemen door negen onafhankelijke experts, waaronder Bart de Borger, aan de hand van live-demo’s. 

Speeddaten

Bart de Borger vergelijkt de live demo’s die zijn gehouden tijdens het onderzoek met speeddating. ”Je kijkt naar features, waarin verschilt het ene VMS van het andere?” Hij benadrukt dat het niet alleen maar gaat om de functionaliteiten van verschillende systemen. “Op het gebied van features groeien de platformen meer en meer naar elkaar toe. Een Applicant Tracking System (ATS) krijgt meer VMS-functionaliteiten en een planningstool heeft VMS light-functionaliteiten. De architectuur en connectiviteit aan de achterkant zijn vandaag de dag minstens zo belangrijk als de features, die uiteraard ook moeten matchen.”

Toch zijn er op de volwassen VMS-markt duidelijke verschillen en heeft elk VMS zijn eigen unique selling point, merkt De Borger op. Zo is Nétive VMS geënt op Salesforce en dus zeer configureerbaar en een ‘mooie kandidaat’ voor organisaties die zo’n platformoplossing zoeken. ProUnity is daarentegen weer heel sterk vertegenwoordigd in de publieke sector in België. Magnit scoort internationaal heel goed, en is zeer geschikt om over meerdere landen uit te rollen. OLLi is juist weer heel API-enabled (modulair), ideaal om te communiceren met verschillende andere applicaties. Connecting Expertise is typisch voor de Belgische markt en sterk in Statement of Work (SoW) en white collar-inhuur. Beeline is een zeer groots algemeen platform dat heel veel zaken afdekt, maar mist nog iets voor blue-collar inhuur (beschikbaarheden, worker portal), waar Pixid VMS juist weer heel sterk in is (dankzij de achtergrond in het uitzenden). De Borger: “Zo heeft elk VMS zijn sterktes en zwaktes. Je moet niet alleen naar de features kijken, maar vooral naar wat erachter zit. Wat past het best bij de oplossing die je zoekt?”

Samen om tafel

Dat is dan ook de vraag die je volgens De Borger als organisatie jezelf moet stellen bij de keuze voor een VMS. Waar zit de grootste nood? Is dat bij de inhuur van uitzendkrachten of interim professionals? Is het voor lokale of internationale inhuur, voor de private of publieke sector? Reguliere inhuur of Statement of Work?

Daarbij komt dat je goed moet nadenken over de architectuur. Volstaat één tool of moet je op verschillende locaties andere tools gaan implementeren? “Digitalisering staat gelijk aan standaardisering. HR, finance, legal, procurement en operations moeten samen om tafel zitten en het traject vooraf heel goed definiëren: wat is ons objectief en hoe gaan we dat bereiken?”

Zijn advies: “Bekijk het vanaf de start breed. Definieer: wat is must have, wat is nice to have? En ga dan valideren op de features en kijk verder dan alleen het VMS op zich. Kijk ook naar de achterkant en naar de connectiviteit (met andere systemen).”

Jan-Willem Weijers vult hem aan. “Je kunt wel een Rolls-Royce aanschaffen, maar als je een auto nodig hebt om boodschappen te doen kun je je afvragen of je wel zo’n dure auto moet kopen.” Als het gaat om de keuze voor een VMS mag de rol van de inhuurmanager niet onderschat worden. “Je kunt de Rolls-Royce onder de VMS’en implementeren, maar als de inhuurmanager (operations) het systeem niet goed benut of zelfs een bypass gebruikt, heb je niks aan zo’n dure oplossing.” Volgens De Borger schort het bij VMS-systemen vaak aan de usability voor de inhuurmanager. “Eigenlijk wil een hiring manager simplicity.”

AI wordt gamechanger

AI gaat volgens De Borger een enorme impact hebben op de rol van het VMS in de nabije toekomst. VMS-systemen zijn er namelijk op ingericht om alle mogelijke HR- en procurementprocessen af te dekken. “Dat is juist waar AI een oplossing kan bieden. AI is de layer die over de systemen ligt, deze beheerst en combineert met andere automatiseringsprocessen.”

De Borger voorspelt een toekomst waarin een inhuurmanager alleen nog maar een (gesproken) hulpvraag hoeft te stellen aan het systeem. De AI-gedreven layers sturen het VMS, ATS en HR-systeem aan en voeren autonoom taken uit. “Dan heb je het over een AI native-oplossing voor VMS’en. Dit gaat een enorme gamechanger zijn en het gebruikersgemak waanzinnig versterken.”

Het VMS is uiteraard ontstaan in het pre AI-tijdperk. “Je kunt nog altijd perfect een VMS-oplossing gebruiken als basis die met API’s werkt. Maar ik zou vooral gaan kijken hoe AI de interne organisatie kan ontsluiten?”, stelt De Borger.
Welke kant het opgaat met AI binnen de VMS-wereld is volgens hem nog een black box. “De vraag is: hoe ver wil je gaan? Wordt AI alleen als feauture gebruikt? Of blijft het bij orkestreren (intelligentie als tussenlaag om automatisering te verbeteren)? Of wordt de schil (AI-layer) de kern en ga je naar AI native?

“Blijf je daar waar nodig de human-in-the-loop houden en wordt verder alles geautomatiseerd?” Dat is afwachten, maar dát de impact van AI groot zal zijn, staat volgens De Borger wel vast. “Ik ben dan ook heel benieuwd waarover het volgende VMS-rapport over twee, drie jaar zal gaan.” 

Total workforce-oplossing 

Marleen Deleu is al vanaf de allereerste editie van het VMS-onderzoeksrapport hierbij betrokken en heeft het VMS een enorme evolutie zien doormaken. “Eerst was het VMS alleen iets van inkoop, puur transactioneel. Een stand-alone systeem voor het beheren van leveranciers. Nu zijn er koppelingen met ATS’en en er zijn  ATS’en met VMS-achtige functionaliteiten. Dat groeit naar elkaar toe. Het gaat meer richting Total Talent Management.”

Het is volgens Deleu echter niet waarschijnlijk dat het ATS (Applicant Tracking System, voor werving van vast personeel) en het VMS (inhuur externen) helemaal in elkaar op zullen gaan. Neem direct sourcing, een trend die ook doorwerkt in de VMS-wereld. “Het selectieproces kan wel gelijk zijn, maar het contracteren en factureren gaat volgens een andere flow. Het werven van een freelancer is juridisch gezien ook anders.” Een andere trend, de groei van Statement of Work (SoW), past helemaal niet in een ATS, en wel in een VMS. Deleu: “Er zijn contractvormen in de groep externe inhuur die absoluut in gespecialiseerde tooling moeten worden beheerd.”

Jan-Willem Weijers wijst erop dat er wel degelijk VMS’en zijn die een total workforce-oplossing bieden. “Contractneutraliteit wordt steeds belangrijker. “Het gaat uiteindelijk om toegang tot talent, op het juiste moment. Dan is het wel bijzonder dat direct sourcing en het opbouwen van een talent pool zowel in een ATS als in een VMS wordt gedaan, terwijl het wellicht om dezelfde mensen gaat. Maar omdat de initiële contractvorm anders was, zitten ze in een ander systeem. Daar is nog wel winst te behalen.”
Deleu en Weijers zijn het erover eens dat er niet één TTM-systeem is, maar door integratie kun je wel komen tot een total workforce-oplossing. “Steeds meer organisaties kiezen voor een best of breed-benadering, waarbij het VMS onderdeel uitmaakt van het ecosysteem.” 


NextConomy en ZiPconomy hebben de 7e editie van het onderzoeksrapport Aanbieders van VMS-systemen in Nederland en België gepubliceerd, dat gratis te downloaden is. 


Kijk hier het webinar terug:

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , , , | Laat een reactie achter