Webmodule

De webmodule moet een online tool worden waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of ze voor een opdracht een zelfstandige kunnen inhuren. Het is de enige overgebleven maatregel van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) en staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) op de Wet DBA te vervangen.

Op 1 januari 2012 wordt er gestart met een pilot periode van 6 maanden. Na de pilot (in de zomer van 2021) wordt geëvalueerd of de webmodule als instrument behulpzaam is en wordt er besloten over de eventuele definitieve inzet van de webmodule. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden voor handhaving, misbruikrisico’s en naar de gevolgen voor de uitvoeringsinstanties.

De vervanging van de wet DBA in het algemeen en de webmodule in het bijzonder zijn complexe materie. Zowel voor de politiek, als de ondernemers die er uiteindelijk mee te maken krijgen. Daarom een poging om duidelijk te maken waar we nu staan, wat er gaat gebeuren en hoe je je als opdrachtgever kunt voorbereiden.

  • Zie voor de meeste recente nieuwsberichten over de webmodule : dit overzicht

15 vragen en antwoorden

  1. De webmodule. Kun je nog één keer uit leggen wat het is? 

De webmodule wordt een online vragenlijst. Als een opdrachtgever twijfelt of hij voor een bepaalde opdracht een zzp’er kan inhuren, vult hij de online tool met een kleine veertig vragen in. Die vragen gaan over de opdracht, niet over de opdrachtnemer.

Daarna volgt een van deze drie uitkomsten:

  • Er kan ‘buiten dienstbetrekking gewerkt worden’. De webmodule geeft een opdrachtgeversverklaring, die de opdrachtgever zekerheid geeft dat hij geen sociale premies hoeft af te dragen. Als hij tenminste zorgt dat de opdracht wordt uitgevoerd zoals ingevuld.
  • Er is een ‘indicatie dienstbetrekking’. Dit betekent dat er meerdere aanwijzingen zijn dat de opdracht op deze manier niet door een zzp’er gedaan kan worden. Het advies is om of iemand tijdelijk in dienst te nemen of de opdracht op een andere manier vorm te geven.
  • Er wordt ‘geen oordeel’ gegeven. De webmodule kan duidelijkheid geven, dit is een twijfelgeval.
  1. De webmodule is dus niet voor zzp’ers?

Nee. Het is een middel voor opdrachtgevers om duidelijk te maken of er in een bepaalde situatie een zzp’er ingehuurd kan worden.

Er bestaat ook een online ‘ondernemerscheck’. Daarmee kun je als zzp’er bepalen of de Belastingdienst jou ziet als ondernemer. Dat is verwarrend, maar er is een belangrijk verschil.

Als je door de Belastingdienst gezien wordt als ondernemer, betekent dat namelijk niet automatisch dat een opdrachtgever je ook zonder problemen kan inhuren. Dat hangt echt af van de manier waarop je samenwerkt.

  1. Is de webmodule ook bedoeld voor bemiddelingsbureaus?

Ja. Het gaat om de beoordeling van de arbeidsrelatie. Die is er tussen de werkende en de juridisch opdrachtgever. Als het contract (en facturatie) geregeld worden door een bemiddelaar, dan is die in dit geval de opdrachtgever van de zelfstandige.

De webmodule heeft ook een aparte routing voor bureaus. Die vragen gaan specifiek over wat er feitelijk op de werkvloer gebeurt. Het bureau en de organisatie waar de zzp’er daadwerkelijk aan de slag gaat, moeten dat dus goed onderling afstemmen. Dat doen ze trouwens nu ook al met de modelovereenkomsten.

De pilot versie van de webmodule is echter nog niet gereed voor deze ‘tussenkomst’ situatie.

  1. Welke nieuwe beoordelingscriteria staan er in de webmodule?

Geen. De webmodule is een poging om bestaande wetgeving, jurisprudentie en het handboek Loonheffingen van de Belastingdienst onder te brengen in een lijst met vragen plus wegingsfactoren.

De wet is dus niet veranderd. De criteria zijn dezelfde die nu ook gelden bij Belastingcontroles en rechtszaken. De vragen uit de webmodule zullen voor wie een beetje verstand heeft van ‘inhuur’ dan ook bekend voorkomen.

De wegingsfactoren zijn wel nieuw. Hiermee doet het ministerie van Sociale Zaken een poging om de waarde die rechters aan bepaalde criteria toekennen te vertalen naar strafpunten.

  1. Wanneer kan ik de webmodule gaan gebruiken?

De webmodule komt per 1 januari 2021 in gebruikt. Maar dan is het alleen nog een pilot. Tijdens die testfase kunnen opdrachtgevers de webmodule uitproberen. De uitkomsten zijn anoniem en er kan ook nog geen rechtszekerheid aan ontleend worden. Je krijgt dan dus nog geen zelfstandigenverklaring.

Na de pilotfase kijken experts of de webmodule goed werkt en de juiste uitkomsten oplevert. Daarna moeten politici oordelen of zij tevreden zijn over die uitkomsten. Het is de bedoeling dat de webmodule ‘schijnzelfstandigen’ (ongewenst zzp) eruit filtert en de ‘echte ondernemers’ (gewenst zzp) met rust laat.

Daarvoor is wel een politieke uitspraak nodig over wat nu gewenst en ongewenst is.

  1. Geeft de webmodule het juiste antwoord?

Dat is nog maar de vraag.

Bij een eerste controle door drie experts van het ministerie, bleek dat hun oordeel slechts in 60% van de gevallen volledig overeenkwam met het resultaat van de webmodule. Ter vergelijking: ze waren het in 15% van de gevallen onderling oneens. (zie hier)

  1. Wat vindt de politiek dan ‘gewenst’ en ‘ongewenst’ zzp? 

Dat is nog onduidelijk.

Naast een juridische test van de webmodule, wil de minister van Sociale Zaken ook een politiek oordeel. Wat vindt het kabinet van de uitkomsten van de webmodule?

Minister Koolmees voert de webmodule, met de handhaving, niet in voordat de uitkomsten van de webmodule op politiek niveau zijn besproken. Zijn de uitkomsten gewenst en zo niet, welke criteria moeten veranderd worden?

Als blijkt dat de webmodule bepaalde zzp-opdrachten afwijst waarvan velen denken ‘maar dat zou toch moeten mogen als zzp’er’ of opdrachten die gezien worden als schijnconstructies goedkeurt, dan moet het ministerie waarschijnlijk terug naar de tekentafel.

ZiPconomy haalde 10 voorbeelden door de webmodule (zie hier) en kwam tot de conclusie dat interim-opdrachten vrij snel worden afgewezen als zzp-werk, terwijl bijvoorbeeld koerierswerk makkelijker het oordeel krijgt dat er buiten dienstbetrekking gewerkt mag worden.

Na de pilot (in de zomer van 2021) wordt geëvalueerd of de webmodule als instrument behulpzaam is en wordt er besloten over de eventuele definitieve inzet van de webmodule.

  1. Dus de criteria worden anders?

Dat zou dus heel goed kunnen.

Denkbaar is dat de politiek vindt dat de webmodule op onderdelen te streng uitpakt of juist niet. Die politieke beoordeling moet dan leiden tot aanpassing van de criteria en dat kan alleen via nieuwe wetgeving.

Minister Koolmees wel wel nu al breed maatschappelijk gesprek voeren over “de wijze waarop we nu werken, welke klussen wel en niet door een zelfstandige zouden moeten worden gedaan en over mogelijke knelpunten in de regelgeving.”

Wanneer dat debat leidt tot de conclusie dat er nieuwe wetgeving nodig is, dat is dat vooral ook aan het nieuw kabinet over. Met mogelijk weer een heel andere politieke samenstelling. Daarbij kost aanpassing van wetgeving per definitie een paar jaar.

Minister Koolmees wil ook graag dat er binnen specifieke sectoren ook aparte besluiten komen over wat mag als zzp’er. Mogelijk zal dat leiden tot sectorspecifieke afspraken.

  1. Wat vindt de commissie Borstlap hiervan?

De commissie Regulering van Werk onder leiding van Hans Borstlap adviseert een ‘werknemer, tenzij’ principe. Iedereen is werknemer, tenzij hij kan aantonen dat hij echt ondernemer is. Die visie verschilt trouwens niet zo erg van een strikte hantering van de criteria in de webmodule.

  1. Wat gaat er uiteindelijk gebeuren?

Inhuur van zzp’ers wordt lastiger.

Linksom of rechtsom, bijna iedereen in de politiek wil af van de vrijheid die er onder de VAR was. Dus de mogelijkheid om langdurig, fulltime een zzp’er in te huren voor werk dat erg lijkt op werk dat werknemers ook doen gaat op termijn verdwijnen. Niet alleen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (uitbuiting, prijsvechters) maar ook in het middensegment en de bovenkant van de markt.

Er zijn ook plannen om zzp’ers volledig te laten meedoen met het sociale stelsel en de fiscale verschillen te laten verdwijnen. Als dat gebeurt, krijgen werkenden misschien meer ruimte om zelf te kiezen met welke contractvorm ze willen werken.

  1. Blijven de modelovereenkomsten die we nu hebben nog van kracht

Ja.

In ieder geval tot dat er een goed alternatief is. En dat duurt dus nog wel even. Ondertussen verloopt de goedkeuringsperiode van veel huidige modelovereenkomsten, dus het is tijd om verlenging aan te vragen.

  1. Is er nog steeds een handhavingsmoratorium van de Wet DBA?

Ja, dat is verlengd tot 1 oktober 2021. Dus tot na de pilot met de webmodule.

Maar ‘kwaadwillende bedrijven’ worden wel aangepakt.

Concreet: de Belastingdienst controleert dus wel op schijnconstructies. Als de inspecteur vindt dat de opdrachtgever op onjuiste wijze zzp’ers inhuurt, dan geeft hij een ‘aanwijzing’ om het anders te doen. De organisatie heeft dan drie maanden om de werkwijze aan te passen. De Belastingdienst geeft dus in eerste instantie geen boetes en vraagt geen naheffing, maar ‘coacht’.

  1. Komt er alsnog een minimuminhuurtarief?

Nee. Ondanks dat er veel draagvlak in de Tweede Kamer is voor het idee, blijkt een minimumtarief te veel administratieve lasten op te leveren voor ondernemers. Daarom komt de wet er toch niet.

Politici staan ondertussen wel open voor collectieve onderhandelingen van zzp’ers over tarieven. Zo is in de architectenbranche een minimumtarief overeengekomen (zie hier). Dat zou wel eens navolging kunnen krijgen.

  1. Waar is de ‘opt-out variant voor hoog tarief’ gebleven ?

In de prullenbak.

Het plan dat als je iemand inhuurt voor meer dan 75 euro per uur je automatisch gevrijwaard bent van eventuele loonheffingen (de ‘zelfstandigenverklaring’), is geheel van de baan.

  1. Tot slot: wat moet ik als opdrachtgever nu doen ?

Bekijk de vragenlijst van de webmodule.

Als je je inhuurdossier als opdrachtgever een beetje op orde hebt, is er zeker geen aanleiding om dingen anders te gaan doen. Voorlopig kun je blijven werken met modelovereenkomsten. De webmodule is er nog niet en als die er komt, bevat hij criteria die nu ook al gelden.

De vragenlijst is wel nuttig als zelftest. Zo krijg je iets meer inzicht in de huidige wetgeving en jurisprudentie. Haal je huidige zzp-contracten en manier van werken er eens doorheen, eventueel samen met je leverancier of adviseur.

 70 strafpunten is de grens voor ‘indicatie dienstbetrekking’. Huur je goed gekwalificeerde zzp’ers in, die zelf gekozen hebben om als zzp’er te werken, betaal je ze fatsoenlijk, maar kom je toch dik boven de 70 strafpunten uit? Dan moet je misschien eens nadenken over andere contractvormen (loondienst, flexcontracten). Let wel: dit is geen aanleiding om met spoed afscheid te nemen van de zzp’ers, maar er komt een moment dat je moet omschakelen.

Wie minder dan 44 strafpunten haalt, kan in de toekomst een opdrachtgeversverklaring krijgen. Blijf je onder die 70 punten maar zit je nog niet aan de 44 punten? Dan kun je puntjes op de i zetten. Houd verder goed in de gaten hoe het debat over de criteria verloopt komend jaar.