ZiPredactie 14 mei 2026 0 reacties Print Gerechtshof bevestigt faillissement OneStopSourcing. Curator zet onderzoek naar onrechtmatigheden door.Broker verliest rechtszaak in hoger beroep in poging faillissement ongedaan te maken. Curator houdt ruimte om onderzoek te doen naar interne financiële transacties. Kans op doorstart ‘niet reëel’ Het faillissement van broker en MSP-dienstverlener OneStopSourcing blijft voorlopig van kracht. Het bedrijf probeerde via een hoger beroep het faillissement ongedaan te maken maar daar gaat het Gerechtshof Den Haag niet in mee. Het hof bekrachtigde de uitspraak van de rechtbank uit maart 2026, waarbij de voorlopige surseance van betaling werd ingetrokken en het bedrijf failliet werd verklaard. Aanleiding voor die uitspraak waren vermoedens van schuldeisersbenadeling en een aanhoudend gebrek aan transparantie over de financiële administratie. Wat er voorafging De problemen rond OneStopSourcing (OSS) kwamen eind 2025 aan het licht. Het bedrijf — actief als broker en MSP-dienstverlener voor onder meer de Belastingdienst, de Tweede Kamer, provincies en gemeenten — beheerde contracten voor ongeveer negenhonderd ingehuurde externen, waaronder enkele honderden zzp’ers. Nadat de samenwerking met een factoringbedrijf in problemen raakte, konden leveranciers en zzp’ers niet meer tijdig worden betaald. In januari 2026 startte OSS een WHOA-procedure om een faillissement af te wenden. Toen de rechtbank Gelderland de gevraagde afkoelingsperiode afwees, stapte het bedrijf over op een surseance van betaling, die op 26 februari 2026 door de rechtbank Midden-Nederland werd verleend. Als bewindvoerder werd mr. S. El Hadouchi aangesteld. Intrekking surseance: drie gronden Het duurde niet lang voordat de aangestelde bewindvoerder de rechtbank vroeg de surseance in te trekken en OSS alsnog failliet te verklaren. Hij had daarvoor een aantal argumenten, zo blijkt uit de processtukken. Zo weigerde OSS hem aanvankelijk volledige toegang te geven tot de digitale financiële administratie. Daarnaast waren er sterke aanwijzingen van schuldeisersbenadeling. Kort vóór de WHOA-startverklaring, op 12 december 2025, was de debiteurenportefeuille van OSS verpand aan gelieerde zustervennootschappen. Tijdens de afkoelingsperiode, terwijl andere schuldeisers onbetaald bleven, betaalde OSS per saldo ruim 2,3 miljoen euro aan moedermaatschappij CC-Group, met de verklaring dat dit geld daar “geparkeerd” werd om het buiten bereik van schuldeisers te brengen. Ook boekte OSS in 2025 circa 8 miljoen euro aan vorderingen op aandeelhouders weg via verrekening, waardoor dat bedrag niet meer beschikbaar was voor andere schuldeisers. In het concept-akkoord dat OSS aan de bewindvoerder voorlegde, werden al deze activa niet vermeld. Ook ontbrak wat de curator betreft elk reëel vooruitzicht op een bevredigend akkoord met schuldeisers. De diverse interne rekening-couranttransacties binnen de groep roepen de nodige vragen op bij de curator waardoor hij een rechtmatigheidsonderzoek noodzakelijk acht. Dat kan de curator het meest effectief doen indien het faillissement overeind blijft en de curator daarmee ook alle bevoegdheden behoudt. Fors verlies Uit een eerste openbaar faillissementsverslag van de curator blijkt dat OSS, waar op het moment van faillissement vier mensen werkten, in 2025 een verlies heeft geleden van maar liefst 8,6 miljoen euro. In 2024 bedroeg de winst nog bijna 300 duizend euro. De curator stelt in zijn verslag ook vast dat de activiteiten van OSS momenteel nagenoeg stilliggen. De overeenkomsten met opdrachtgevers en opdrachtnemers zijn in de praktijk grotendeels beëindigd. Daarom ziet hij vooralsnog geen reële mogelijkheden voor een doorstart. Beroep OSS OSS bestreed de uitspraak van de rechtbank. Het bedrijf voerde onder meer aan dat de verpanding van de debiteurenportefeuille voortvloeide uit een bestaande ‘clearingsovereenkomst’ (afspraken over verrekeningen binnen concernverband) uit 2022, dat van de 2,3 miljoen euro al 1,4 miljoen was terugbetaald aan de boedel en dat er inmiddels een aangepast concept-surseanceakkoord lag dat voorgelegd kon worden aan schuldeisers. Het bedrijf verwees in het hoger beroep ernaar dat deze acties waarbij met geld werd geschoven tussen OSS en het moederbedrijf gedaan zijn op advies van een ‘toenmalige’ advocaat. Gerechtshof bevestigt uitspraak Het gerechtshof heeft op 7 mei de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het hof vindt dat OSS in het hoger beroep wel een aantal zaken duidelijker heeft gemaakt, maar dat daarmee nog geen afdoende verklaring is gegeven voor de wisselende mededelingen die zij tijdens de surseance deed. Bovendien bestaan er, ook na het hoger beroep, nog steeds aanzienlijke onduidelijkheden over de geparkeerde gelden, de onderlinge rekening-courantverhoudingen binnen de groep, de doorbelasting van kosten en de geclaimde pandrechten. Die onduidelijkheden roepen volgens het hof de vraag op of het vermogen van OSS op juiste wijze is beheerd en of schuldeisers daardoor zijn benadeeld. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat een rechtmatigheidsonderzoek noodzakelijk is — en dat daarvoor het faillissementskader het geëigende wettelijke kader biedt. De curator had het hof ook gewezen op de praktische bezwaren van een terugkeer naar surseance: zijn onderzoek naar de financiële transacties loopt nog, en een surseance zou dat onderzoek compliceren zonder dat er enig perspectief bestaat op voortzetting van de onderneming of op een bevredigend akkoord met de schuldeisers. De CC-group, waar OSS onderdeel van uit maakt, heeft niet gereageerd op een verzoek van ZiPconomy voor een nadere toelichting of reactie. OneStopSourcing Print Over de auteur Over ZiPredactie De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie
nieuws - Gerechtshof bevestigt faillissement OneStopSourcing. Curator zet onderzoek naar onrechtmatigheden do...
nieuws - OneStopSourcing start WHOA-procedure en probeert zo tijd te kopen om faillissement af te wenden