"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Een zzp-tarief vergelijken met een cao: waar het mis kan gaan

Een cao gebruiken als basis voor een zzp-tarief klinkt eerlijk. Maar als de verschillen tussen loondienst en zelfstandig ondernemerschap onvoldoende worden meegenomen, ontstaat volgens Wilmar Dik een vertekend beeld. De discussie over Fair Pay in de AV-sector laat zien hoe bepalend de onderliggende aannames zijn.

Een tariefondergrens voor zzp’ers is op zichzelf een goed idee. Ik pleit zelf ook voor minimumtarieven per sector. Maar dan wel op basis van een goede rekensom en niet op basis van onderhandelingen. Een cao kan een nuttig vertrekpunt zijn om een zzp-tarief te berekenen. Maar zo’n vergelijking is alleen eerlijk als de freelance praktijk goed wordt meegenomen.

De Fair Pay-richtlijn voor zzp-starttarieven in de film- en AV-sector is bedoeld als ondergrens voor onderhandeling en contractvorming. Dat is positief. Ik was zelf niet betrokken bij de AV/Film-Ketentafel. Wel ben ik vanaf het begin betrokken bij de nog lopende Ketentafel Fotografie.

De AV/Film-sector heeft ook met de Belastingdienst afspraken gemaakt over verantwoorde zzp-inhuur. Dat geeft misschien fiscale houvast, maar fiscale duidelijkheid is nog geen economisch gezonde zelfstandigheid. Voor 2026 beginnen de zzp-starttarieven bij €29,16 per uur en zit de helft van alle niveaus onder de €37 per uur. De Fair Pay zzp-starttarieven film en AV vind je op de website van fairPACCT

Bij zulke lage starttarieven draait alles om de rekensom eronder. Kun je een tarief nog Fair Pay noemen als die rekensom vooral gunstig uitpakt voor de betaalbaarheid van de sector? Zeker als een aantal aannames op zijn minst twijfelachtig is.

Een zzp’er bepaalt zelf zijn tarief. Toch?

In theorie bepaalt een (zelfstandig) ondernemer zelf het tarief van een dienst of product. Dat begint bij een eigen ondergrens: wat is nodig op basis van kosten, risico, declarabele uren, continuïteit, marge en de realiteit van de markt? Pas als die tariefgrens duidelijk is, kun je onderhandelen. Onder de kostprijs werken is voor een bedrijf of zzp’er nooit een gezonde optie. 

Zodra tarieven worden besproken met opdrachtgevers, producenten en belangenorganisaties, verandert de dynamiek. Dan gaat het niet alleen over wat een zzp’er nodig heeft, maar ook over wat partijen willen betalen. Ga er maar vanuit dat iedereen alles goedkoper wil. Juist daarom is het riskant als er een cao wordt omgerekend naar een zzp-tarief. Zeker in sectoren waar zelfstandigen voor opdrachtgevers soms al goedkoper zijn dan mensen in loondienst. Zo kan een cao-vergelijking al snel een laag tarief legitimeren.

De aanname over declarabele uren bepaalt het tarief

De AV/Film-sector staat onder druk om met zo weinig mogelijk budget zo veel mogelijk te produceren. Daardoor is de wens om tot lage tarieven te komen groot.

De jaarlijkse omzet van een zzp’er moet worden verdiend in de uren die gefactureerd kunnen worden. Kun je per jaar minder uren declareren, dan moet het uurtarief hoger zijn om op hetzelfde jaarinkomen uit te komen. Voor de rekensom maakt het dus enorm uit met hoeveel declarabele uren per jaar wordt gerekend. Hoe meer uren op papier declarabel zijn, hoe lager het uurtarief wordt.

De AV/Film-rekentool gaat uit van 25% opslag voor niet-declarabele tijd. Dat klinkt ruim, maar betekent rekenkundig dat 20% van de totale werktijd niet-declarabel is en 80% dus wel declarabel. Bij het rechtsvermoedenbedrag van €38 wordt gewerkt met een opslag van 50% bovenop het minimumuurloon. Reken je die opslag terug naar declarabele tijd, dan kom je uit op ongeveer 66,7% declarabel. De AV/Film-rekentool gaat met 80% declarabel dus uit van een veel hogere inzetbaarheid.

Maar zowel 66,7% als 80% zegt niets over de specifieke markt waarin een AV/Film-zzp’er werkt. Bij projectwerk, gaten tussen producties en annuleringen is 80% declarabel een bijzonder ruim genomen aanname. 

Voor zover ik kan zien is er geen sectorspecifiek onderzoek gedaan naar het werkelijke aantal declarabele uren per beroep binnen de AV/Film-sector. Dus niet: hoeveel betaalde uren maken cameramensen, editors, geluidsmensen of andere functies gemiddeld per jaar echt?

Schattingen zijn geen marktonderzoek

Berenschot, het bureau achter de omrekening van cao-loon naar zzp-starttarief, verwijst voor de 20% niet-declarabele tijd naar algemene bronnen voor zelfstandigen, waaronder Knab en ZZP Nederland.  ZZP Servicedesk schrijft: “Er wordt geschat dat 20 tot 30 procent van je totale aantal uren niet-declarabele uren zijn.”

Maar schattingen zijn nog geen marktonderzoek naar de praktijk van AV/Film-zzp’ers. Toch kiest Berenschot de onderkant van deze algemene bandbreedte: 20% niet-declarabele tijd. Die keuze op basis van algemene en deels oudere bronnen stuurt direct naar een lager tarief.

Knab laat overigens zien dat declarabele uren per beroep sterk kunnen verschillen. Een videomaker komt in het Knab Uurtarievenboekje 2026 bijvoorbeeld uit op gemiddeld 24 declarabele uren per week, ongeveer 66,7% declarabel.

Bovendien is sinds 2023 de markt voor zzp’ers niet gunstiger geworden. Volgens Zipconomy krimpt de zzp-markt al vele kwartalen en lopen ook de gewerkte uren door zelfstandigen terug.

De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd, maar naar de onderliggende aannames over declarabele uren wordt niet opnieuw gekeken. Cao’s worden regelmatig geactualiseerd op basis van de realiteit. Bij koffie, benzine of andere producten en diensten betalen we ook niet de prijs van jaren geleden plus inflatie. We kijken naar de actuele markt en de werkelijke kosten. Waarom zou dat bij zzp-tarieven dan anders zijn?

Bij één klus past één cao

De opdracht vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) was om te kijken naar een referentiemarkt. De cao voor het Omroeppersoneel ligt dan voor de hand. Maar ook de cao Toneel & Dans is meegenomen. Is dat logisch voor een AV/Film-sector die films en series produceert?

Natuurlijk, er wordt soms op toneel gespeeld of gedanst in films en series. Maar dat maakt de cao Toneel & Dans nog niet automatisch representatief voor de AV/Film-sector. Voor mensen in loondienst binnen AV/Film is die cao toch ook niet de logische basis? Zij vallen ook niet de ene week onder een 36-urige cao en de week daarop onder een 40-urige cao. 

Bij één klus past één cao, niet twee of een gemiddelde van twee. Toch worden zzp’ers in deze berekening voor de helft afgerekend op die minder relevante cao. Door die minder relevante cao mee te nemen, valt het tarief ook weer lager uit. In het Berenschot-rapport wordt voor Toneel & Dans gerekend met 1.736 netto inzetbare uren per jaar, terwijl de cao Toneel & Dans zelf uitgaat van 1.720 beschikbare uren. Bij Omroeppersoneel rekent Berenschot met 1.636 uur.

Door beide cao’s te middelen, komt men uit op 1.686 inzetbare uren per jaar. Als alleen naar de meest logische cao voor het Omroeppersoneel was gekeken, was dat 1.636 uur geweest. Dat scheelt 50 uur per jaar. Bij 80% declarabiliteit zijn dat 40 extra declarabele uren. Daardoor lijkt de zzp’er op papier meer te kunnen factureren, maar feitelijk zorgt het voor een lager tarief.

Een rekensom op basis van de AV/Film declarabiliteit

Stel dat de aanname in de AV/Film-rekentool klopt en dus 80% declarabel is, dan ziet de rekensom bij een starttarief van €29,16 per uur er zo uit. Voor de eenvoud reken ik daarna met 35% voor alle kosten, belastingen, pensioenopbouw en AOV. De bruto omzet van €39.331 gebruik ik verderop als vergelijkingsbedrag.

  • 1.686 werkuren per jaar x 80% declarabel = 1.348,8 declarabele uren per jaar
  • 1.348,8 x €29,16 = €39.331 bruto omzet per jaar
  • €39.331 x 65% = €25.565 per jaar / 12 = ongeveer €2.130 per maand

Ter vergelijking: bij het minimumuurloon van €14,99 kom je bij een fulltime werkweek van 36 uur, zoals in de cao Omroeppersoneel, uit op ongeveer €2.338 bruto per maand. Die bedragen zijn niet één-op-één vergelijkbaar, maar ze laten wel zien hoe krap de uitkomst is.

Zelfs met de optimistische aanname van 80% declarabel kom je uit op een maandbedrag dat nauwelijks ruimte laat voor het extra risico dat een zelfstandige draagt.

Geen correctie voor ziekte: het risico blijft bij de zzp’er

In de berekening zit geen aparte correctie voor ziektedagen als verlies aan inzetbare uren. Er is wel een opslag voor AOV, maar dat is een verzekeringspremie, geen correctie op het aantal uren dat een zzp’er daadwerkelijk kan werken en factureren.

Toch is elke Nederlander gemiddeld 11 tot 13 dagen per jaar ziek. Voor werknemers is ziekte in principe doorbetaalde tijd. Voor zzp’ers betekent ziekte minder omzet. Zelfs als je voor zzp’ers voorzichtig rekent met 10 ziektedagen, heeft dat direct invloed op het aantal declarabele uren. 10 dagen ziek per jaar is ongeveer €1.750 minder omzet per jaar.

Onderzoek naar flexibiliteit en inkomenszekerheid

Over de balans tussen flexibiliteit en inkomenszekerheid is onderzoek gedaan door  SEO Economisch Onderzoek. Daar was ik zelf bij betrokken, samen met onder meer de voorzitter uit de AV/Film-sector. Zie: Op zoek naar balans tussen flexibiliteit en inkomenszekerheid.

Berenschot adviseerde zelf ook aanvullend onderzoek naar flexicurity specifiek voor de film- en AV-sector. Alleen zie ik de uitkomsten over flexicurity en realistische declarabele uren niet terug in de uiteindelijke starttarieven.

Het onderzoek laat zien dat flexibiliteit in de culturele en creatieve sector niet gratis is. Korte of minder intensieve opdrachten zorgen voor extra niet-declarabele tijd. Als die kosten niet in het tarief zitten, levert de zzp’er de flexibiliteit en betaalt ook zelf de rekening. Het rapport adviseert daarom een flexicurity-opslag van 5% tot 25%.

Het SEO-onderzoek laat ook zien dat de aanname van 80% declarabel mogelijk veel te optimistisch is. In de enquête komt de culturele en creatieve sector uit op ongeveer 62% declarabele tijd. Als je uitgaat van de cao voor het Omroeppersoneel, 1.636 inzetbare uren per jaar, kom je uit op 1.014 declarabele uren. Dat is een stuk lager dan de ongeveer 1.349 declarabele uren waar de AV/Film-berekening nu van uitgaat.

Het SEO-onderzoek is wel gebruikt voor de post niet-declarabele kosten, maar de uitkomsten over flexicurity en realistische declarabele uren zie ik niet terug in de starttarieven. 

Mijn punt is niet dat de AV/Film-sector per se met 1.014 of 1.349 uur moet rekenen. Mijn punt is dat je bij een cao-zzp-tariefvergelijking moet onderzoeken hoeveel declarabele uren per beroep realistisch zijn. Dát is de werkelijkheid waarop een zzp’er zijn tarief moet baseren. Een ondernemer die rekent met een papieren werkelijkheid houdt het in sommige sectoren niet lang vol.

Een andere rekensom: €29,16 of €42,62 per uur?

Als je alleen uitgaat van de cao voor het Omroeppersoneel, kom je uit op 1.636 inzetbare uren per jaar. Vervolgens kun je niet zomaar aannemen dat 80% van die tijd declarabel is. Het SEO-onderzoek binnen de creatieve sector komt uit op 62% declarabele tijd. Reken je daarmee dan blijven er van 1.636 inzetbare uren ongeveer 1.014 declarabele uren per jaar over. Als je daarna voorzichtig rekent met 10 ziektedagen per jaar, daalt het aantal declarabele uren verder naar ongeveer 969 uur per jaar.

Om met die 969 declarabele uren dezelfde bruto jaaromzet van €39.331 te halen, is een uurtarief nodig van ongeveer €40,59. Tel je daar een minimale flexicurity-opslag van 5% bij op, zoals het SEO-onderzoek adviseert, dan kom je uit op ongeveer €42,62 per uur. Dat is een heel andere uitkomst dan het AV/Film-starttarief van €29,16 én ligt boven het rechtsvermoedenbedrag van €38.

Als het aantal declarabele uren anders blijkt te liggen, kan dat ook gevolgen hebben voor andere opslagpercentages. Die percentages werken niet los van de uren waarmee wordt gerekend. Dit laat zien hoe sterk een tarief kan worden gestuurd door aannames. Ik denk dat een tarief pas eerlijk is als de realiteit van zzp’ers is onderzocht en die resultaten ook echt worden meegenomen in de berekeningen.

Met één cao, 10 ziektedagen, echt onderzoek naar declarabele uren in de betreffende sector en correctie voor flexibiliteit was het starttarief boven €38 uitgekomen. Dan had het overleg met de Belastingdienst over zzp-inhuur bij tarieven ver onder het rechtsvermoeden er waarschijnlijk heel anders uitgezien.

Het risico van een verkeerde vergelijking

Verschillen tussen loondienst en zelfstandigheid moet je serieus nemen. Een cao-vergelijking kan alleen eerlijk zijn als het beroep nog regelmatig in loondienst wordt uitgevoerd  en de cao goed aansluit bij de praktijk van de zzp’er. Want die zzp’er wordt uiteindelijk met die cao vergeleken.

Bestaat het beroep nauwelijks nog in loondienst omdat zzp-inhuur voordeliger is? Dan moet je voorzichtig zijn met zo’n vergelijking, of die niet maken. Wil je toch vergelijken, begin dan niet met onderhandelen zolang de ondergrens voor zzp’ers niet duidelijk is.

Ga uit van gemiddelde realistische declarabele uren, doe goed marktonderzoek en neem risico, kosten, AOV, pensioen, ziekte, niet-betaalde tijd en continuïteit mee. Zo bepaal je eerst een eerlijke ondergrens. Pas daarna kun je eventueel onderhandelen met andere belanghebbenden.

Sla je die stap over, dan kunnen partijen denken dat zij Fair Pay betalen, terwijl zelfstandigen mogelijk onvoldoende overhouden om duurzaam te werken. Dan legitimeert een cao-vergelijking vooral een lage prijs, in plaats van dat die een gezonde ondergrens bepaalt.

Wilmar Dik is fotograaf, cameraman en actief pleitbezorger voor de positie van zelfstandigen in Nederland. Sinds 2008 werkt hij als zelfstandig professional en combineert hij zijn praktijkervaring met publicaties over ondernemerschap, marktwerking, tariefvorming, fotografie, marketing en duurzame verdienmodellen voor zzp’ers. Hij schrijft regelmatig over werken als zelfstandige en over de economische realiteit achter het ondernemerschap. Vanuit die betrokkenheid zet hij zich actief in voor realistische en uitvoerbare oplossingen die bijdragen aan een economisch houdbare positie van zelfstandigen. Bij de NVJ is hij vertegenwoordiger in het beleidsteam Werkvoorwaarden namens de ledengroep NVF/Beeldmakers. Daarnaast is hij als zelfstandig specialist betrokken bij de Ketentafel Fotografie (fairPACCT). Bekijk alle berichten van Wilmar Dik

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×