ZiPredactie 14 september 2026 0 reacties Print Internetconsultatie Wet Platformwerk afgerond: brede steun voor doel, kritiek op uitvoeringDe internetconsultatie over de Wet Platformwerk leverde 86 reacties op. Hoewel vrijwel iedereen de doelen onderschrijft, klinkt er stevige kritiek op de uitvoering, van de reikwijdte van de wet tot de rechtsvermoedens en regeldruk. De internetconsultatie over de Wet Platformwerk liep van 29 juni tot en met 24 augustus. Er kwamen 86 reacties binnen. Een flink deel daarvan komt van individuele taxichauffeurs, met een boodschap die vooral op één bedrijf gericht is: Uber. Maar ook tientallen organisaties reageerden: van vakbond en coalitie van platformbedrijven tot brancheorganisatie en zelfstandigenorganisatie. De Wet Platformwerk is de Nederlandse vertaling van de Europese Platformwerk-richtlijn (2024/2831), die platformwerkers beter moet beschermen en meer transparantie moet brengen in algoritmisch management. Zoals we eerder uitlegden op ZiPconomy, kent de wet drie doelen: het makkelijker maken om de juiste arbeidsrelatie van platformwerkers vast te stellen (via een rechtsvermoeden van werknemerschap), meer transparantie en menselijk toezicht bij algoritmisch beheer, betere informatievoorziening over platformwerk, ook grensoverschrijdend. Een bedrijf valt onder de wet zodra het aan vier voorwaarden voldoet: de dienst wordt (deels) digitaal verleend, op verzoek van een afnemer, met de organisatie van werk als noodzakelijk en essentieel onderdeel én met gebruik van geautomatiseerde monitoring of besluitvorming. Nederland haalt de Europese implementatiedeadline van 2 december 2026 sowieso niet; het kabinet mikt op invoering zo snel mogelijk daarna. Wet Platformwerk raakt mogelijk veel meer bedrijven Wie denkt dat dit alleen Uber, Deliveroo en Temper raakt, heeft het mis. Platformexpert Martijn Arets en ZiPconomy-oprichter Hugo-Jan Ruts legden eerder in een ZipTalk-aflevering uit dat ook uitzendbureaus, HR-techbedrijven en gewone werkgevers met de wet te maken kunnen krijgen zodra ze algoritmes inzetten voor matching, planning of beoordeling. Ruts schat dat de wet, in de meest ruime uitleg, al snel duizenden (misschien wel twintigduizend) bedrijven raakt. Eén concrete verplichting die daaruit voortvloeit, het verplichte digitale communicatiekanaal voor platformwerkers, bespraken we al eerder in een verdiepend artikel over de dilemma’s rond die ‘digitale bedrijfskantine’. Bijna negentig reacties, met een luide taxi-stem Wie de volledige lijst met reacties doorbladert, ziet dat een opvallend groot deel afkomstig is van individuele taxichauffeurs. Hun toon verschilt sterk van die van de brancheorganisaties: waar organisaties het hebben over rechtsvermoedens en AMvB’s, gaat het bij chauffeurs vooral over tarieven, deactivatie van accounts en het gevoel overgeleverd te zijn aan het algoritme van Uber. Dat verdient een eigen verhaal; dit artikel richt zich op de reacties van organisaties. Iedereen voor het doel, bijna niemand blij met de uitvoering Vrijwel alle (branche)organisaties onderschrijven het doel van de richtlijn. VNO-NCW, MKB-Nederland, AWVN, de NBBU, ABU, TLN, HR-platform Maqqie, HeadFirst Group en de gezamenlijke platformcoalitie van Bolt, Roamler, Temper, Thuisbezorgd.nl, Uber en YoungOnes zeggen allemaal: bescherming van kwetsbare platformwerkers en transparantie over algoritmes zijn goede uitgangspunten. Waar ze wél moeite mee hebben, is de uitvoering. De grootste gemene deler is de vrees dat de definitie van een ‘geautomatiseerd systeem dat monitort of besluit’ zo ruim is geformuleerd dat gewone software voor planning, urenregistratie of matching er ook onder kan vallen. Daardoor zou de wet volgens onder meer de NBBU en HeadFirst Group ook intermediairs raken die zich helemaal geen platform voelen. Bijna alle partijen vragen bovendien om de kerncriteria van het rechtsvermoeden in de wet zelf vast te leggen in plaats van in een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur), die, zo signaleert HeadFirst Group, bij deze consultatie ontbrak. Twee rechtsvermoedens, dubbele hoofdpijn Een terugkerend punt van zorg: Nederland krijgt straks niet één, maar twee rechtsvermoedens van werknemerschap naast elkaar. Naast het rechtsvermoeden uit de Wet Platformwerk (bij twee van vijf criteria) geldt vanaf 1 januari 2027 ook een rechtsvermoeden gekoppeld aan een laag uurtarief. BOVIB, VZN, de NBBU, ABU, Maqqie en HeadFirst Group vragen allemaal om duidelijkheid over hoe die twee zich tot elkaar verhouden. Zelfstandigenorganisaties: pas op voor de échte zzp’er Zelfstandigenkoepel VZN en brancheorganisatie BOVIB trekken een vergelijkbare kaart, maar dan vanuit het perspectief van de zelfstandige zelf. Zij vrezen dat de drempel van ‘twee van de vijf criteria’ zo laag ligt dat ook doodgewone bemiddeling van bewuste zzp’ers eronder kan vallen. Het risico: platforms en opdrachtgevers die uit voorzorg stoppen met het contracteren van zelfstandigen. Beide wijzen bovendien op de aankomende Zelfstandigenwet, die met een heel andere systematiek werkt en tot tegenstrijdige uitkomsten kan leiden voor dezelfde persoon. De digitale bedrijfskantine: schrappen, uitbesteden of centraliseren? Het verplichte communicatiekanaal uit artikel 10 is ook in deze consultatieronde een terugkerend thema. VNO-NCW en de zes platforms willen de moderatieplicht uit de toelichting laten schrappen, omdat die volgens hen botst met de Digital Services Act. Andere partijen zoeken de oplossing juist in centralisatie: onafhankelijk onderzoeker Martijn Arets pleit al langer voor één publiek, via API’s gekoppeld communicatieplatform in plaats van dat ieder bedrijf zelf het wiel uitvindt. HeadFirst Group noemt dat voorstel in zijn reactie expliciet als werkbaar alternatief en compliance-platform Vocazzp/ZWiZ presenteert met het ‘Dutch Compliance Platform Model’ een vergelijkbare, gedeelde aanpak. FNV: het moet juist verder, niet minder Tegenover al die oproepen tot verduidelijking en beperking staat één duidelijk ander geluid: vakbond FNV. Die wil het rechtsvermoeden juist steviger maken: de bewijslast moet meteen bij het platform beginnen in plaats van bij de werkende, het vermoeden moet ook gelden voor UWV en Belastingdienst en het hoort thuis in het Burgerlijk Wetboek in plaats van in een aparte wet. FNV wil bovendien dat ook opdrachtovereenkomsten niet zomaar meer opgezegd kunnen worden en pleit voor evaluatie van de wet na drie in plaats van vijf jaar. Twijfels over de rekensom Ten slotte zetten Maqqie en de NBBU vraagtekens bij de regeldrukberekening van het ministerie, dat uitgaat van circa 17.000 euro aan structurele kosten per platform per jaar. Maqqie’s eigen, gedetailleerde raming komt uit op een bedrag dat tot negen keer hoger kan liggen. Vooral omdat elke volgende digitaliseringsstap van een platform zelf weer nieuwe toetsingsverplichtingen kan triggeren. Wat nu? Het kabinet gaat na een beoordeling van de reacties een definitief wetsvoorstel opstellen, waarna de Raad van State advies uitbrengt. Vervolgens is de Tweede Kamer, en daarna de Eerste Kamer, aan zet. Bovengenoemde punten van kritiek zullen dan ongetwijfeld onderdeel worden van de politieke discussie. De exacte ingangsdatum van de nieuwe wet hangt onder andere af van de snelheid van behandeling in het parlement. De Europese deadline van 2 december 2026 wordt sowieso niet gehaald. Wet Platformwerk Print Over de auteur Over ZiPredactie De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie
achtergrond - Hoe bouw je een veilige, digitale bedrijfskantine voor platformwerkers? De impact, dilemma’s e...