"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Het zzp-dossier: de stand van de zaken voor de zomer

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid debatteert woensdagavond over de arbeidsmarkt. Er staat veel te gebeuren op het gebied van zzp: van nieuwe regels voor de inhuur van zzp’ers tot een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Wat is de stand van zaken?

Het kabinet is vlak voor de zomer nog volop bezig met de voorbereiding van wetten en plannen rondom zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Woensdagavond vergadert de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de huidige stand van zaken in het zzp-dossier. Op de agenda staan onder andere de voorlichtingscampagne, de handhaving op schijnzelfstandigheid en het wetsvoorstel voor de verplichte aov (BAZ).

Wat is de huidige stand van zaken? Hoe gaat het nu echt met de zzp-markt? Een overzicht.

Wetgeving en politiek beleid: de stand van zaken

Het nieuwe kabinet presenteerde begin 2026 een duidelijke, nieuwe koers rondom zzp-beleid. Na jaren van onzekerheid, moet de zzp-wetgeving nu snel verduidelijkt worden. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) werkt daar hard aan. Hij wil dat er over vier jaar geen discussies meer zijn over werken met zzp’ers, zei hij in een interview met ZiPconomy.

De minister voert het nieuwe zzp-beleid in fases in:

  1. Rechtsvermoeden van werknemerschap

Inmiddels zijn zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer akkoord met een rechtsvermoeden van werknemerschap. Hiermee kunnen zzp’ers met een laag uurtarief gemakkelijker rechten als werknemer opeisen. De wet geldt naar verwachting vanaf 1 januari 2027.

Wat houdt de wet in?

Zzp’ers die ingehuurd worden voor minder dan het grenstarief (waarschijnlijk 39 euro in 2027) kunnen dezelfde rechten opeisen als werknemers in loondienst. Zij krijgen bij de rechter kort gezegd het voordeel van de twijfel. Als een opdrachtgever het hier niet mee eens is, moet hij bewijzen dat er wel degelijk sprake is van zzp-schap.

Belangrijk om te weten:

  • Alleen werkenden zelf of hun vertegenwoordigers kunnen een beroep doen op het rechtsvermoeden. De Belastingdienst, Arbeidsinspectie en UWV kunnen er geen gebruik van maken.
  • De wet geldt niet voor zzp’ers die werken voor particuliere opdrachtgevers.
  • Het rechtsvermoeden is nadrukkelijk facultatief: werkenden hoeven het niet in te roepen. Zij mogen gewoon als zzp’er onder het grenstarief blijven werken.
  • De maatregel is vooral bedoeld als extra bescherming voor kwetsbare groepen. Het moet ertoe leiden dat opdrachtgevers en werkenden vooraf kritischer nadenken of het werk geschikt is voor een zzp’er.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

De wetgeving is bedoeld om opdrachtgevers bewust te maken van de verschillen in regels voor werknemers en zzp’ers. Huur je een zelfstandige in? Bepaal aan de hand van de regels die volgen uit het Deliveroo-arrest of je werkwijze aan de wet voldoet. Je kunt ook de webmodule gebruiken.

2. Zelfstandigenwet

Om de regels rondom inhuur van zzp’ers te verduidelijken, ontwikkelt minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) de Zelfstandigenwet. In de vorige kabinetsperiode kwam hij zelf met dit voorstel als alternatief voor de omstreden wet VBAR.

Wat houdt de wet in?

De Zelfstandigenwet bestaat uit een ondernemerstoets, een werkrelatietoets en criteria die verschillen per sector. In de ondernemerstoets zitten eisen voor zelfstandigen, zoals pensioenopbouw en een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. De werkrelatietoets gaat over de specifieke opdracht en de relatie met de opdrachtgever.

Wat betekent dit voor jou?

De wetgeving wordt nog volop ontwikkeld. Minister Aartsen wil de Zelfstandigenwet eind 2026 naar de Raad van State sturen. De nieuwe regels gelden dan per 1 januari 2028.

Tot die tijd blijft de Belastingdienst handhaven op basis van de bestaande wet- en regelgeving. Om te weten of je inhuur voldoet aan de regels kun je de criteria uit het Deliveroo-arrest of de webmodule gebruiken.

3. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering

Het kabinet werkt aan de BAZ: de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. Dit is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen. Het is een publieke basisregeling. Zelfstandigen mogen in plaats daarvan een private verzekering afsluiten, mits die aan de eisen voldoet.

Wat is de status?

  • Minister Aartsen streeft ernaar dat de wet uiterlijk 31 augustus 2026 is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. Die datum hangt samen met afspraken met de Europese Commissie in het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan.
  • De verplichting zal pas veel later ingaan. Uitvoeringsinstantie UWV kan de regeling namelijk niet eerder dan 2030 uitvoeren. Dat komt onder andere door achterstanden bij WIA-keuringen en ICT-aanpassingen.
  • Binnen de BAZ geldt een wachttijd van twee jaar. Dat betekent dat er een verschil zit tussen het moment waarop de regeling formeel ingaat en het moment waarop de eerste uitkeringen verstrekt worden. Dat wordt dus op zijn vroegst in 2032.
  • De premie bedraagt 5,4% van de winst uit onderneming, met een maximum van circa €171 bruto per maand (gebaseerd op 142,86% van het minimumloon in 2025, dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd).
  • Lees hier alles over de BAZ.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

Voorlopig verandert er weinig, maar als de BAZ wordt ingevoerd dan heeft dit waarschijnlijk invloed op de tarieven van zelfstandigen.

4. Wet meer zekerheid flexwerkers

De Tweede Kamer heeft op 12 mei 2026 de Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen. Het doel van de wet is de rechtspositie van flexwerkers en uitzendkrachten verbeteren en vaste contracten weer de norm te maken.

Deze wetgeving gaat niet direct over zzp’ers, maar is wel onlosmakelijk verbonden met het zzp-dossier. De minister pakt beide dossiers tegelijkertijd aan om een zogenaamd ‘waterbedeffect’ te voorkomen. Als de overheid namelijk alleen de regels voor uitzendkrachten en oproepkrachten strenger maakt, zouden werkgevers massaal overstappen op het inhuren van zzp’ers. En vice versa.

Wat houdt de wet in?

  • Nulurencontracten worden grotendeels verboden en vervangen door ‘bandbreedtecontracten’. Daarbij krijgen werknemers recht op een vast minimum- en maximumaantal uren per week.
  • De periode waarin flexkrachten flexibel kunnen worden ingezet (Fase A) wordt verkort van anderhalf jaar naar één jaar (52 weken).
  • Uitzendkrachten krijgen recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers van het inlenende bedrijf.
  • De tussenperiode waarna een tijdelijk contract opnieuw mag worden opgebouwd (ketenregeling) wordt verlengd van 6 maanden naar 5 jaar. Zo zijn werkgevers sneller verplicht om tijdelijk personeel een vast contract aan te bieden.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

De planning van de Wet meer zekerheid flexwerkers is als volgt:

  • 1 januari 2027: Het onderdeel dat zorgt voor gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten treedt naar verwachting op deze datum in werking. Bereid je hier dus op voor. Veel uitzend-cao’s hebben dit per 1 januari 2026 al grotendeels geregeld.
  • 1 januari 2028: Het verbod op nulurencontracten en de aangescherpte ketenregeling gaan op z’n vroegst per 1 januari 2028 in. Volgens het overgangsrecht mogen lopende tijdelijke contracten volgens de oude regels worden uitgediend.
  • Bereid je voor door nu al kritischer te kijken naar je totale inzet van flexibel personeel: van uitzendkrachten tot zzp’ers.

5. Handhaving op schijnzelfstandigheid

De Belastingdienst hield jarenlang een pauze wat betreft de handhaving op schijnzelfstandigheid, maar sinds 1 januari 2025 is de fiscus weer volop bezig met controles. Per 1 januari 2026 deelt de Belastingdienst ook weer vergrijpboetes uit voor opdrachtgevers die opzettelijk schijnzelfstandigen inhuren (kwaadwillendheid).

Per 1 januari 2027 is de ‘zachte landing’ officieel voorbij. Vanaf dat moment kan de Belastingdienst ook reguliere verzuimboetes en naheffingen uitdelen, met terugwerkende kracht tot maximaal 1 januari 2025. In dit overzicht staan de veranderingen op een rij.

6. Voorlichtingscampagne ‘Zo kan zzp wél’ en aangepaste webmodule

Minister Aartsen wil voorkomen dat echte zelfstandigen ten onrechte werk verliezen. Daarom begint hij een overheidscampagne om duidelijk te maken hoe werken met zzp’ers wel kan. De campagne is een uitleg van de huidige regels. De nadruk is positief: wanneer kan werken met een zzp’er wél?

Verder wordt de webmodule aangepast zodat die beter aansluit bij huidige wetgeving en jurisprudentie. Zo wordt zogenaamde ‘extern ondernemerschap’ (gedraagt de werkende zich over het algemeen als ondernemer, bijvoorbeeld met een eigen pensioenvoorziening, meerdere opdrachtgevers en actieve acquisitie?) voortaan duidelijk benoemd op de startpagina van de webmodule.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

  • De minister wil voorkomen dat opdrachtgevers zzp’ers op voorhand uitsluiten van werk wat zij wel degelijk mogen uitvoeren.
  • Twijfel je of je voor een opdracht een vacature moet uitzetten of dat het werk is voor een zzp’er? Je kunt het controleren via de webmodule of via de website hetjuistecontract.nl.

7. Actuele zzp-marktcijfers

Het kabinet komt niet zomaar met een campagne met een positieve insteek. De onduidelijkheid en het handhavingsbeleid hebben namelijk negatieve invloed gehad op de zzp-markt.

Aantal zzp’ers neemt af

Uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het aantal zzp’ers daalt. Het eerste kwartaal van 2026 waren er minder dan een miljoen zzp’ers (974.000), bijna 11% minder dan op het toppunt in 2024 (1,1 miljoen).

De grootste oorzaak is de strenge handhaving op schijnzelfstandigheid. Die heeft sinds 2025 fors effect: het aantal zzp-opdrachten kromp flink. Zelfstandigen in veel beroepsgroepen komen moeilijker aan opdrachten.

Lagere tarieven, hogere kosten, minder tevreden

Ook zzp-tarieven dalen. Experts in tech en data blijven gewild, maar de gemiddelde tariefstijging voor zzp’ers vlakt in 2026 af naar slechts 1% (HeadFirst, Intelligence Group 2025-2026). Ondertussen stijgen de kosten voor zzp’ers, onder andere door inflatie en de afbouw van de zelfstandigenaftrek. De tevredenheid onder zelfstandigen daalde in 2025 naar 79,9%, blijkt uit cijfers van TNO en het CBS. Dat is het laagste punt sinds de start van de metingen in 2012.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

Deze daling van het aantal zzp’ers is geen organische krimp omdat er minder werk is. Het is pure risicomijding van opdrachtgevers die bang zijn voor de Belastingdienst. Vaak is dit onterecht.

Als opdrachtgever kun je gebruikmaken van deze situatie. Als jij je verdiept in de regels en weet wanneer en hoe je een zzp’er kunt inhuren, heb je een voordeel ten opzichte van je concurrent. Je hebt meer keuze uit deskundige zzp’ers en bovendien zijn de tarieven lager dan voorheen. Via de criteria die volgen uit het Deliveroo-arrest of de webmodule kun je controleren of een opdracht geschikt is voor zzp’ers.

Wordt vervolgd…

ZiPconomy is aanwezig bij het debat op woensdag 24 juni en komt de dag erna met een verslag en analyse.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×