Boris Emmerig 24 juni 2026 0 reacties Print Wet DBA, intermediairs en hun g-rekeningHet aanhouden van een g-rekening is sinds jaar en dag ook voor zzp-intermediairs een toegestaan instrument om extra zekerheden in te bouwen, legt fiscalist Boris Emmerig uit. Dat de Belastingdienst toch zo’n rekening wilde opzeggen bij een intermediair bevreemdt hem dan ook. Een klant van een intermediair heeft geen goed zicht op de aard van de arbeidsrelatie tussen de intermediair en de werkende die de intermediair aan zijn klant ter beschikking stelt. Het kan een zzp’er zijn, maar het kan ook een schijnzelfstandige zijn. In het laatste geval loopt de klant het risico dat hij op grond van de inleners- of ketenaansprakelijkheid kan opdraaien voor de door de intermediair onbetaalde loonbelasting en sociale premies. Dat een intermediair failliet kan gaan en daardoor haar fiscale betalingsverplichtingen niet meer kan nakomen, is niet ondenkbaar. Zie bijvoorbeeld de recente uitspraak van Hof Den Haag inzake OneStopSourcing. Kamervragen Eerder werden vanuit de Tweede Kamer de volgende vragen aan de staatssecretaris van Financiën gesteld: “Bent u bekend met het gebruik van de g-rekening (geblokkeerde rekening, red) ter voorkoming van risico in het kader van keten- en inlenersaansprakelijkheid? Is het storten op een g-rekening van een leverancier die een zzp’er levert oneigenlijk gebruik van de g-rekening?” Het antwoord was helder: het is geen oneigenlijk gebruik. De staatssecretaris schreef: “Door storting van een deel van de factuursom op de g-rekening wordt het risico op aansprakelijkstelling op grond van de fiscale keten- of inlenersaansprakelijkheid beperkt. […] Zekerheidshalve kan de opdrachtgever een deel van de factuursom op de g-rekening van de uitlener storten om zijn risico op aansprakelijkheid te beperken. Het geld op de g-rekening kan door de opdrachtnemer/uitlener worden gebruikt voor het betalen van verschuldigde loonheffingen en omzetbelasting. Een eventueel overschot kan worden gedeblokkeerd. Dit levert geen oneigenlijk gebruik van de g-rekening op.” Lees ook: Minister Thierry Aartsen breekt nog geen potten in het Wet DBA dossier G-rekening in leidraad Belastingdienst Vanaf 1 januari 2025 is in de Leidraad Invordering de volgende bepaling opgenomen: “Betaling op de g-rekening van een uitlener/opdrachtnemer die ook een zelfstandige zonder personeel levert, levert in beginsel geen oneigenlijk gebruik van de g-rekening op.” Toch zag ik recent een brief van de Belastingdienst aan een intermediair waarin de g-rekening wordt opgezegd met als motivering: “U stelt niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend personeel ter beschikking en u zult dit op korte termijn ook niet doen”. Dit wekt bevreemding. Hoe kan de Belastingdienst immers op voorhand weten dat geen personeel ter beschikking wordt gesteld? Als er schijnzelfstandigen ter beschikking worden gesteld, gebeurt dat immers wel. Een intermediair doet er dan ook verstandig aan om haar g-rekening aan te houden ten behoeve van haar klanten. Dit levert geen oneigenlijk gebruik op. Wanneer een intermediair geen g-rekening meer wil aanhouden omdat zij dan telkens een verzoek tot deblokkering van haar g-rekening moet indienen en vreest dat hierdoor de aandacht van de Belastingdienst op haar wordt gevestigd, dan is de vraag gerechtvaardigd in hoeverre zij er zeker van is dat zij geen schijnzelfstandigen ter beschikking stelt. The proof of the pudding is in the eating. Boris Emmerig, g-rekening, schijnzelfstandigheid, wet dba Print Over de auteur Over Boris Emmerig Boris Emmerig werkt sinds 1990 als belastingadviseur en sinds 1996 als advocaat. Hij heeft ruim dertien jaar ervaring als raadsheer-plaatsvervanger bij de Belastingkamer van het Gerechtshof te Amsterdam. Hij is als docent verbonden aan de Specialisatieopleiding Arbeidsrecht van het Leids Juridisch PAO, de beroepsopleiding van de Nederlandse Orde van Advocaten en LexLumen. Regelmatig verschijnen publicaties van zijn hand in de fiscale en juridische vakpers. Emmerig is een fiscalist pur sang. Zijn specialismen liggen op het terrein van de loonbelasting, vennootschapsbelasting en fiscale procedures. Hij is verbonden aan het kantoor Holla Advocaten. Bekijk alle berichten van Boris Emmerig