Wilmar Dik 14 september 2026 0 reacties Print Waar blijft de bescherming van echte zelfstandigen in de Wet Platformwerk?De discussie over de Wet Platformwerk draait vooral om de vraag wanneer iemand werknemer is. Maar daarmee blijft een andere vraag onderbelicht, stelt Wilmar Dik: hoe beschermen we zelfstandigen die juridisch ondernemer zijn, maar economisch nauwelijks onderhandelingsmacht hebben en structureel te weinig verdienen?De Wet Platformwerk moet de positie van mensen die via digitale platforms werken verbeteren. Het wetsvoorstel introduceert onder meer een rechtsvermoeden van werknemerschap en regels rond algoritmisch management. De Europese richtlijn daarachter heeft een duidelijk doel: betere arbeidsvoorwaarden en meer bescherming voor platformwerkers. Op de internetconsultatie reageerden zowel Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) als VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN. VZN zegt de belangen van zelfstandig ondernemers te vertegenwoordigen; VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN komen op voor werkgevers en ondernemingen. De reacties liggen op belangrijke punten opvallend dicht bij elkaar. Beide willen voorkomen dat normale zzp-bemiddeling te snel onder het rechtsvermoeden valt en benadrukken dat tariefinvloed, matching en kwaliteitsregels ook bij echte zelfstandigen voorkomen. VZN richt zich vooral op bescherming van de zelfstandigenstatus: voorkomen dat echte zzp’ers ten onrechte als werknemer worden gezien. Veel minder aandacht gaat uit naar hun economische positie. Dat is opvallend, omdat VZN zelf erkent dat grote opdrachtgevers door marktmacht maximumtarieven kunnen dicteren. Wie beschermt de zelfstandige als hij juridisch ondernemer is, maar economisch nauwelijks onderhandelingsmacht heeft? Voorkomen dat het rechtsvermoeden zzp-bemiddeling raakt Bij het platformrechtsvermoeden wordt gekeken naar vijf omstandigheden: het platform bepaalt of beïnvloedt de hoogte van de vergoeding; het platform bepaalt of verdeelt opdrachten; er is toezicht op de uitvoering; de vrijheid om opdrachten te weigeren wordt beperkt, bijvoorbeeld met sancties; de werkende moet bindende regels volgen over uiterlijk, gedrag of uitvoering. Als aan twee van deze vijf criteria is voldaan, kan het rechtsvermoeden worden geactiveerd. Dat betekent niet automatisch dat iemand werknemer is. Bij een geschil moet het platform aantonen dat er in deze arbeidsrelatie géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. VZN vindt die opzet te breed. Maximumtarieven, matching, kwaliteitsbewaking, ratings en gedragsregels komen volgens de vereniging ook voor bij reguliere bemiddeling van echte zelfstandigen. Daarom wil VZN scherpere criteria. De werkgeversorganisaties redeneren vrijwel hetzelfde. Ook zij willen scherpere criteria. Het rechtsvermoeden voor platformwerkers, iets anders dan het algemene rechtsvermoeden voor zelfstandigen, moet volgens hen een bewijsinstrument blijven en geen zelfstandige kwalificatietoets worden. Maar wat blijft er over van de bescherming? Als je de omstandigheden die het rechtsvermoeden activeren verder beperkt, wordt die bescherming nog kleiner. Dat is begrijpelijk vanuit werkgeversperspectief. Maar van een organisatie die zelfstandigen vertegenwoordigt, mag je juist voorstellen verwachten die zelfstandigen daadwerkelijk beter beschermen. Daar komt bij dat een rechtsvermoeden de economische oorzaak van schijnzelfstandigheid niet wegneemt. Zolang het financieel aantrekkelijk blijft om werk via goedkope zzp-constructies te organiseren, bestrijd je vooral de gevolgen en niet de bron. Dat beschreef ik eerder in Waarom het rechtsvermoeden de economische prikkel achter schijnzelfstandigheid niet wegneemt. Het platformrechtsvermoeden biedt bovendien geen automatische bescherming. De platformwerker moet er zelf een beroep op doen en bij een geschil kan alsnog een gang naar de rechter nodig zijn. De winst zit vooral in de bewijspositie: bij twee van de vijf criteria moet het platform aantonen dat géén arbeidsovereenkomst bestaat. VZN wil juist de voorwaarden aanscherpen waaronder een platformwerker een beroep op dat rechtsvermoeden kan doen. Daardoor wordt het voor minder platformwerkers mogelijk om van die sterkere bewijspositie gebruik te maken, terwijl daar geen economische bodem tegenover staat. Waar ligt de ondergrens voor tarieven? VZN en de werkgeversorganisaties willen voorkomen dat invloed op tarieven of maximumtarieven te snel wordt gezien als aanwijzing voor een arbeidsovereenkomst. Zulke afspraken komen volgens hen ook voor in gewone commerciële relaties met echte zelfstandigen. Tegelijk schrijft VZN zelf dat grote opdrachtgevers door hun marktmacht regelmatig maximumtarieven kunnen dicteren, bijvoorbeeld bij aanbestedingen. Daarmee erkent VZN dat opdrachtgever en zelfstandige lang niet altijd gelijkwaardig onderhandelen. Opvallend is wat daarna gebeurt. VZN gebruikt die marktmacht vooral als argument om het rechtsvermoeden te beperken, niet om zelfstandigen tegen de gevolgen ervan te beschermen. Voor werkgeversorganisaties is dat vanuit hun positie begrijpelijker: zij vertegenwoordigen ondernemingen die arbeid en diensten inkopen. Als opdrachtgevers door marktmacht maximumtarieven kunnen opleggen, is vrijheid maar betrekkelijk. VZN benoemt die marktmacht, maar stelt daar geen concrete economische bescherming tegenover. Een echte zelfstandige kan ook te weinig verdienen VZN begint haar reactie met een interessante constatering. Volgens de vereniging biedt het wetsvoorstel vooral extra bescherming aan schijnzelfstandigen en nauwelijks verbetering voor echte zelfstandigen. Daar ben ik het mee eens. Maar zou het kunnen dat er heel veel schijnzelfstandigen binnen de platformeconomie werken? En is VZN er niet om juist echte verbeteringen voor zelfstandigen aan te dragen? Juist daarom valt op dat in de zeventien aanbevelingen van VZN nauwelijks economische bescherming voor die echte zelfstandige terugkomt. Iemand kan zelfstandig ondernemer zijn en tóch structureel te weinig betaald krijgen. Dat probleem verdwijnt niet wanneer we met meer juridische zekerheid vaststellen dat iemand ‘echt zzp’er’ is. Bij werknemers vinden we een economische ondergrens vanzelfsprekend. Voor zelfstandigen ontbreekt zo’n algemene bodem. Maar hoe groot is dat probleem eigenlijk? Lees ook: Wet Platformwerk biedt bescherming kwetsbare zzp’ers. Maar impact is veel breder dan dat 55 procent verdient minder dan het minimumuurloon Juist bij platformwerk is een lage vergoeding erg relevant. Volgens cijfers die de Raad van de EU gebruikt, verdient ongeveer 55 procent van de platformwerkers minder dan het netto minimumuurloon in hun land. Bovendien is 41 procent van de tijd die zij aan platformwerk besteden onbetaald, bijvoorbeeld door wachttijd. Juist in een markt waarin lage beloning en veel onbetaalde tijd voorkomen, is het opmerkelijk om vooral te pleiten voor minder toegang tot het beschermende rechtsvermoeden. Het voorstel beschermt vooral de status Dat komt ook terug wanneer VZN de verhouding met de toekomstige Zelfstandigenwet bespreekt. Wie op grond van een zelfstandigentoets een ‘volwaardige, bewuste ondernemer’ is, moet volgens VZN op die status kunnen vertrouwen, ongeacht het kanaal waarlangs de opdracht binnenkomt. Die zekerheid is nuttig. Maar een zelfstandigenstatus biedt geen economische bescherming. Je kunt honderd procent zekerheid hebben dat je ondernemer bent en vervolgens 22 euro per uur krijgen, terwijl je door bedrijfskosten, pensioen, arbeidsongeschiktheid, ziekte en niet-declarabele tijd veel meer nodig hebt om duurzaam zelfstandig te werken. Dan hebben we geregeld dát je zzp’er mag zijn, maar nog niets geregeld over bescherming aan de onderkant. Dat doet denken aan mijn eerdere vergelijking met een lekkend dak. We blijven praten over de opvang onder het lek, terwijl het dak zelf niet wordt gerepareerd. Alleen tarieven monitoren is geen bescherming VZN vraagt wel aandacht voor tarieven. Een aanbeveling is om na invoering te monitoren wat de wet doet met het opdrachtvolume en de tarieven van zelfstandigen. Ik denk dat extra kijken naar opdrachten en tarieven niets zal brengen voor zelfstandigen. Data over opdrachtvolumes en tarieven bestaan ook allang, maar daar gaat het toch uiteindelijk niet om? Twee jaar langer kijken naar data is geen bescherming. Als na twee jaar blijkt dat zelfstandigen nog steeds structureel voor economisch onhoudbare tarieven werken, hebben zij daar in de tussentijd weinig aan. Bovendien is Europees al aangetoond dat platformwerkers weinig betaald krijgen. Bescherming gaat ook over inkomen Volgens Europese cijfers verdient ongeveer 55 procent van de platformwerkers minder dan het netto minimumuurloon in hun land. Dat is een sterk signaal dat er economisch iets misgaat. Die lage beloning zorgt bovendien voor oneerlijke concurrentie met werknemers, voor wie wél een wettelijke loonbodem geldt. Platformwerkers kun je op meerdere manieren beschermen. Stel een minimumtarief vast dat naast een uurloon ook de extra kosten en risico’s van zelfstandig werken dekt. Beperk daarnaast onbetaalde wachttijd en/of vergoed die tijd. Een wettelijke inkomensbodem voor platformwerk Het huidige wetsvoorstel voor de Wet Platformwerk kent geen absolute inkomensgrens. Zelfs als iemand inclusief noodzakelijke wachttijd structureel minder verdient dan het minimumloon, maakt dat hem niet automatisch werknemer. Het wetsvoorstel biedt alleen een weerlegbaar rechtsvermoeden op basis van vormen van sturing door het platform. Wat mij betreft is dat aan de uiterste onderkant te weinig bescherming. Als iemand met platformwerk, gerekend over alle noodzakelijke werk- en wachttijd, structureel minder verdient dan het wettelijk minimumuurloon, zou die arbeidsrelatie wat mij betreft wettelijk als schijnzelfstandigheid moeten worden aangemerkt en zouden werknemersrechten moeten gelden. Niet pas na een procedure bij de rechter, maar omdat het verdienmodel zelf onder de wettelijke loonbodem voor arbeid uitkomt. Als een zelfstandige inclusief noodzakelijke wachttijd gemiddeld per uur minder verdient dan het minimumloon, wordt zelfstandigheid gebruikt om arbeid onder de wettelijke loonbodem te laten verrichten. Dat zou wat mij betreft niet mogelijk moeten zijn. De opvallende overeenkomst Leg je de reacties van VZN en VNO-NCW, MKB-Nederland en AWVN naast elkaar, dan valt vooral op wat zij willen behouden: zoveel mogelijk ruimte om via platforms met zelfstandigen te blijven werken. Ze willen het platformrechtsvermoeden beperken en voorkomen dat invloed op tarieven of maximumtarieven snel gevolgen heeft voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Zo blijft er veel ruimte voor zzp-inhuur, ook als een opdrachtgever of platform invloed heeft op het tarief. De uitkomst ligt daarmee dicht bij elkaar: houd zzp-inhuur mogelijk, beperk het rechtsvermoeden en laat commerciële tariefafspraken grotendeels vrij. VZN wil daarbij vooral zekerheid dat iemand als zzp’er kan blijven werken. Omzet is niet hetzelfde als rendabele omzet VZN presenteert minder zzp-opdrachten en omzetverlies vooral als nadeel. Maar minder zzp-inhuur betekent niet automatisch dat het werk verdwijnt. Maaltijden moeten nog steeds worden bezorgd. Als de vraag naar dat werk blijft bestaan, kan het ook in loondienst worden uitgevoerd. Dan krijgt de werkende wél bescherming via het minimumloon, loondoorbetaling bij ziekte en andere werknemersrechten. En voor een zelfstandige is omzet geen doel op zichzelf. Een slecht betaalde opdracht levert wel omzet op, maar kan economisch ongunstig zijn. Voor een zelfstandige kan het verdwijnen van de slechtst betaalde klussen juist tijd vrijmaken voor beter betaald werk. Uiteindelijk gaat het er niet om hoeveel opdrachten iemand krijgt, maar of het werk voldoende oplevert om van te leven en de kosten en risico’s van zelfstandig ondernemen te dragen. Bescherm de zelfstandige Zekerheid over de zelfstandigenstatus is een ding, maar de discussie daarover kan ook afleiden van een veel concreter probleem. In veel gevallen kan iemand al gewoon als zelfstandige werken. Van een belangenorganisatie voor zelfstandigen mag je daarom verwachten dat zij aandacht heeft voor de economische positie van zzp’ers, zeker aan de onderkant. Als VZN zelf constateert dat opdrachtgevers door marktmacht tarieven kunnen dicteren, hoort daar ook een antwoord bij op de gevolgen daarvan. Die marktmacht ontstaat bijvoorbeeld wanneer veel zelfstandigen afhankelijk zijn van relatief weinig opdrachtgevers. Een individuele zzp’er kan dan formeel vrij onderhandelen, maar heeft in werkelijkheid weinig invloed op het tarief. Een marktprijs is daardoor niet automatisch een economisch gezonde prijs. Daar schreef ik eerder over in Marktwerking: waarom het in sommige sectoren hapert voor zzp’ers. Door vooral zoveel mogelijk ruimte te houden voor zzp-inhuur ontstaat juist minder bescherming tegen die marktmacht. Als zelfstandigen vervolgens structureel kans maken om te weinig te verdienen, bescherm je vooral de mogelijkheid om hen tegen lage tarieven te blijven inhuren. Via zzp-constructies kan arbeid immers nog steeds goedkoper worden ingekocht dan via loondienst, waar wél een wettelijke loonbodem geldt. Een echte zelfstandige heeft niet alleen behoefte aan zekerheid dat hij zelfstandig mág werken. Belangrijker is dat een normale beroepspraktijk voldoende kan opleveren om van te leven en de kosten en risico’s van zelfstandig werken te dragen. Lees ook: De Wet Platformwerk raakt niet alleen platformbedrijven platformwerk Print Over de auteur Over Wilmar Dik Wilmar Dik is fotograaf, cameraman en actief pleitbezorger voor de positie van zelfstandigen in Nederland. Sinds 2008 werkt hij als zelfstandig professional en combineert hij zijn praktijkervaring met publicaties over ondernemerschap, marktwerking, tariefvorming, fotografie, marketing en duurzame verdienmodellen voor zzp’ers. Hij schrijft regelmatig over werken als zelfstandige en over de economische realiteit achter het ondernemerschap. Vanuit die betrokkenheid zet hij zich actief in voor realistische en uitvoerbare oplossingen die bijdragen aan een economisch houdbare positie van zelfstandigen. Bij de NVJ is hij vertegenwoordiger in het beleidsteam Werkvoorwaarden namens de ledengroep NVF/Beeldmakers. Daarnaast is hij als zelfstandig specialist betrokken bij de Ketentafel Fotografie (fairPACCT). Bekijk alle berichten van Wilmar Dik