ZiPredactie 25 juni 2026 4 reacties Print Minister Aartsen: mogelijk nog voor zomer aanpassing leidraad inhuur rijksoverheidToezeggingen van Minster Aartsen over aanpassing inhuurbeleid overheid, met meer ruimte voor zzp. Extern ondernemerschap heeft een duidelijkere plek gekregen in webmodule. Niet in de vragen maar vooral in de toelichting. Minister Aartsen bekijkt of het lukt om nog voor de zomer een aangepaste leidraad inhuur externen bij de Rijksoverheid te publiceren. Die toezegging deed de Minister van Werk & Participatie gisteren aan de Tweede Kamer. Kamerlid Flach (SGP) wees de minister op het voorbeeld waar het Audit Dienst Rijk zzp’ers en zelfstandigen met een BV bij voorbaat uitsluit bij een specifieke opdracht. ZiPconomy publiceerde daar onlangs dit artikel over. “We werken ook aan die leidraad. Die was gebaseerd nog op de vbar. Dat wetsvoorstel is aangepast. Dus we pas ook de leidraad aan” aldus de minister van Werk & Participatie. Gesprek met gemeenten De Minister liet de Kamer ook weten dat hij in overleg gaat met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over soortgelijke situaties. Aanleiding hier is een klachtenprocedure die zelfstandig interim-manager Richard Zwiers – samen met FNV Zelfstandigen – aanspande tegen de Gemeente Pijnacker/Nootdorp (zie hier ons artikel daarover). Zwiers kreeg gelijk op het feit dat de gemeente hier niet vooraf zzp’ers mocht uitsluiten. De gemeente gaat de (mini)aanbesteding opnieuw doen. Aartsen gaf Zwiers de complimenten voor zijn actie. “Ga niet onnodig categorie zzp’ers uitsluiten. Kijk naar de situatie, zorg dat je aan de regels houdt” was zijn oproep, waarbij hij dus erkende dat juist overheden hier stappen in te maken hebben. De lijn van Aartsen past bij de door hem aangekondigde campagne ‘zo kan zzp wel’ die het ministerie na de zomer gaat lanceren. Nieuwe wet op komst De minister herhaalde in het overleg met de Kamer nog maar eens dat hij hard werkt aan een Zelfstandigenwet. Een wet, die volgens Aartsen “de duidelijkheid en de zekerheid vooraf geeft aan zzp’ers. Door ze erkenning te geven. Door een soort veilige haven in die wet te creëren die er nu een van de weinige West-Europese landen ontbreekt. Zonder dat we de werknemersrechten aantast, zonder dat we handhaving aantasten en zonder dat we de boel in disbalans brengen. Eindelijk een oplossing die gewoon meerjarig meegaat.” Aan het wetsvoorstel wordt momenteel hard gewerkt. Juist deze weken wordt – zo liet de minister weten – gesproken met zowel experts als belangenorganisaties. De planning is dat het wetsvoorstel in het najaar naar de Raad van State gaat voor advies, met als beoogde inwerkingtredingsdatum 1 januari 2028. Webmodule aangepast Verder liet minister Aartsen weten dat deze week de Webmodule beoordeling arbeidsrelatie is aangepast zodat hij ook aansluit bij de meest recente uitspraken in de zaak rond een Uber-chauffeur. Het Gerechtshof bepaalde in die zaak dat extern ondernemerschap een volwaardig criterium dient te zijn bij de (individuele) beoordeling van de arbeidsrelatie. Overigens zijn de vragen in de webmodule niet direct aangepast noch – zo lijkt het – de onderlinge wegingsfactoren. Wel staat nu op de eerste pagina een uitgebreide uitleg over dat extern ondernemerschap; zaken die buiten de opdracht liggen, zoals de mate waarin een zzp’er aan acquisitie doet en meerdere opdrachtgevers heeft of heeft gehad. De webmodule constateert daar nu op dat dat gegevens zijn waarover de opdrachtgever niet altijd beschikt, waardoor het “kunnen vaststellen of de werkende zich extern als ondernemer gedraagt” voor een opdrachtgever lastig kan zijn. “De indicatie die de webmodule afgeeft, houdt daar dus beperkt rekening mee. Als u vaststelt dat de werkende zich daadwerkelijk als (extern) ondernemer gedraagt, dan kunt u dat meewegen bij het aangaan van de arbeidsrelatie. Zeker als de webmodule geen oordeel kan afgeven, kan het (extern) ondernemerschap van de werkende er mogelijk toe leiden dat de opdracht buiten dienstbetrekking kan worden verricht.” De webmodule geeft opdrachtgevers nu het advies om informatie over dat extern ondernemerschap vast te leggen in de administratie, zeker als dat extern ondernemerschap sterk meeweegt in de beoordeling dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Leidraad inhuur Rijksoverheid Print Over de auteur Over ZiPredactie De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie
Volgens mij is de zomer vorige week begonnen. Dat die aanpassing nog voor de zomer komt is dan m.i. een onmogelijkheid. Of gaat het om 2027? Beantwoorden
John, ik begrijp je punt. De minister had het eerst over ‘na de zomer’ maar op aardringen van Flach werd dat dat ‘proberen voor de zomer’. Dat wordt dan beste lastig, Kamerreces start volgende week (als is contact hierover met Kamer niet nodig). Verder hadden wij hier ivm met eerder artikel contact over het Min BZK (dat hierover gaat) en toen werd gezegd dat er nog wel 1-2 maanden nodig zijn. We zullen zien. Beantwoorden
Naar aanleiding van dit stukje heb ik nog eens de Webmodule beoordeling arbeidsrelatie bekeken. Als je daar invult dat je contracteert met een rechtspersoon (zoals een BV), krijg je de volgende waarschuwing: “Realiteitswaarde beoordelen – Wel kan een arbeidsrelatie ontstaan zijn als de rechtspersoon geen realiteitswaarde heeft. Bijvoorbeeld omdat alleen een rechtspersoon is opgericht om persoonlijke aansprakelijkheid te voorkomen, of om te zorgen dat opdrachtgevers geen loonheffingen hoeven af te dragen. In dit soort gevallen kan door de rechtspersoon heen gekeken worden en wordt ervan uitgegaan dat er geen sprake van een rechtspersoon is.” Deze opmerking in de Webmodule over de ‘realiteitswaarde’ van een DGA-BV is juridisch volstrekt onhoudbaar en puur politiek gemotiveerd. Dat de Webmodule een BV-structuur op deze gronden als ‘schijn’ bestempelt, getuigt van een fundamenteel gebrek aan kennis van het civiele en fiscale recht. Ten eerste is het argument dat een BV ‘geen realiteitswaarde’ heeft omdat deze is opgericht om aansprakelijkheid te beperken, een grap. Het beperken van aansprakelijkheid is hét wettelijke en economische kerndoel van Boek 2 BW. Dat is geen schijn, dat is de wet. Ten tweede faalt de impliciete ‘fraus legis’-benadering op alle fronten. Er is bij een actieve DGA-BV geen sprake van belastingontduiking (het motiefvereiste faalt); de BV draagt netjes btw, vpb en loonheffing over het gebruikelijk loon af. Van normoverschrijding (het normvereiste) is al helemaal geen sprake. De Hoge Raad heeft in het bekende arrest HR:2013:BY9295 (rov. 3.3.3) immers klip en klaar geoordeeld dat een DGA die zich verhuurt vanuit zijn of haar BV een volstrekt legale, algemeen erkende rechtsfiguur is in het handelsverkeer. Dat de opdrachtgever van de BV geen loonheffing afdraagt is een logisch gevolg van B2B-contracteren, geen wetsontduiking. Civielrechtelijk bestaat hier geen overeenkomst met een natuurlijk persoon. Het is zorgwekkend dat ministeries via toelichtingen en online modules geldend recht en vaste jurisprudentie proberen te negeren om een politieke agenda door te drukken. Een DGA die zich verhuurt vanuit zijn of haar BV is en blijft een legitieme ondernemer. Beantwoorden
Beste Sjoerd, dank voor je comment en interessante tekst die daar staan. Die is volgens mij nieuw, ik had hem in ieder geval nog niet eerder gezien. Denk wel dat het goed is om iets vollediger te zijn in wat er staan. De eerste zin van de toelichting is immers uitgelegd waarom de Webmodule niet geschikt is voor beoordeling van BV “Gaat u een overeenkomst aan met een rechtspersoon, dan gaat u een overeenkomst aan met het bedrijf. Er ontstaat dus geen arbeidsrelatie met het bedrijf, op voorwaarde dat de rechtspersoon realiteitswaarde heeft.” Oftewel: heeft iemand een BV met ‘substantie’ en je hebt daar geen twijfels over, dan is er geen vraag over de kwalificatievraag wel/geen arbeidsrelatie en kan je gewoon met zo’n zzp’ers zaken doen. Dat lijkt me een juiste uitleg en ook beter dat wat de ADR bijvoorbeeld doet. Dus dat is winst. De constatering dat je twijfels hebt aan over die relaliteitswaarde cq substantie je dan niets hebt aan de webmodule lijkt me ook terecht. Immers, die ‘partijvraag’ (doe ik zaken met een bv of een persoon) is Ladesteijn ook uitlegt hier https://www.zipconomy.nl/2026/04/de-partijvraag-als-vergeten-realiteit-in-het-dossier-schijnzelfstandigheid/ een wezenlijk andere vraag dan de kwalificatievraag. Beantwoorden