Maandelijkse archieven: september 2026

Rechter: inspanningsverplichting maakt nog geen arbeidsovereenkomst

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 22 juli 2026 geoordeeld over de aard van de arbeidsrelatie tussen een legal counsel en Clinias Dental Group B.V. (CDG). De uitspraak illustreert eens te meer dat de overheidscampagne ‘Zo kan zzp wél’ hout snijdt. 

Wat was er aan de hand? 

De legal counsel is meester in de rechten en gespecialiseerd in juridische dienstverlening op het gebied van gezondheidsrecht en privacyrecht. Zij werkt vanuit een eenmanszaak. CDG maakt deel uit van een concern dat zich bezighoudt met de overname en exploitatie van tandartspraktijken. CDG verricht backofficewerkzaamheden voor de aangesloten zorgbedrijven.

Op 23 januari 2023 sloten de legal counsel en CDG een overeenkomst van opdracht voor advies en ondersteuning op het gebied van de (implementatie van de) AVG, voor maximaal drie jaar. Het uurtarief bedroeg € 155 exclusief btw.

Op 1 juli 2023 sloten partijen een tweede overeenkomst van opdracht. Op basis daarvan werkte de legal counsel 24 uur per week als Functionaris voor Gegevensbescherming (FG) en verrichtte zij daarnaast advieswerkzaamheden. De maandelijkse vaste vergoeding bedroeg € 13.000 exclusief btw.

Op 28 juni 2024, bijna een jaar later, zegde de legal counsel de laatst gesloten overeenkomst op. Zij stelde zich vervolgens op het standpunt dat beide overeenkomsten arbeidsovereenkomsten waren.

Zelfstandig en naar eigen inzicht

De rechtbank stelde vast dat de legal counsel haar werkzaamheden voor CDG, zowel in het kader van de AVG als voor de overige werkzaamheden, zelfstandig en naar eigen inzicht verrichtte. Voor het juridisch kader verwijst de rechtbank naar het arrest van de Hoge Raad van 6 november 2020 (het participatieplaats-arrest) en het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023.

De legal counsel gebruikte wel een CDG-mailadres en een CDG-laptop. Afspraken werden intern door CDG gepland en zij werd gevraagd daarbij aanwezig te zijn. Soms zegde zij afspraken vanwege verhindering af. Ook beschikte zij over een tag waarmee zij toegang had tot het CDG-kantoor.

Toch was volgens de rechtbank geen sprake van een gezagsverhouding. De legal counsel gedroeg zich als ondernemer en had twee andere opdrachtgevers. Zij had de overeenkomsten zelf opgesteld en haar algemene voorwaarden waren van toepassing. Zij was niet gebonden aan richtlijnen van CDG en kon zelf bepalen waar en wanneer zij haar werkzaamheden uitvoerde. Ook waren haar werkzaamheden volgens de rechtbank niet ingebed in de organisatie.

Inspanningsverplichting

Wat mij vooral opvalt, is dat de legal counsel een inspanningsverplichting had en geen resultaatverplichting. Toch wees dit volgens de rechtbank niet in de richting van een dienstbetrekking.

Dat is interessant, omdat de Belastingdienst stelt: “Een inspanningsverplichting wijst op een arbeidsovereenkomst, een resultaatverplichting wijst daar juist niet op.” Dat standpunt verdient een heroverweging door de Belastingdienst. De meeste opdrachten brengen juist een inspanningsverplichting met zich mee, geheel of gedeeltelijk. Een jurist, adviseur of consultant kan immers niet altijd een concreet resultaat garanderen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Rechter fluit franchisegever terug voor het zonder toestemming innen van fees voor franchisenemers

Bemiddelingsbureau PIDZ Zorg exploiteert een franchiseformule die vraag en aanbod in de zorgsector bij elkaar brengt: zorginstellingen en zorgprofessionals (zzp’ers en flexwerkers) vinden elkaar via het digitale platform MijnPIDZ. Drie franchisenemers, gevestigd in Den Haag, Alkmaar en Maastricht, factureerden onder deze formule zelf een servicefee aan zorginstellingen en droegen daarvan vijftig procent af aan PIDZ als franchisefee. Sinds 1 januari 2026 brengt PIDZ Zorg de servicefee zelf rechtstreeks in rekening bij de zorginstellingen in plaats van dat dat via de franchisenemers loopt. Die zagen hun inkomsten uit de servicefee wegvloeien en stapten naar de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant. 

Aanleiding

Vanaf oktober 2025 kondigde PIDZ in drie memo’s aan dat de facturatie van de zzp-bemiddeling zou worden gecentraliseerd. In de laatste memo werd bekendgemaakt dat facturen aan zorginstellingen weliswaar op naam van de franchisenemers bleven staan, maar dat het vermelde bankrekeningnummer werd vervangen door dat van PIDZ Flex BV, een aan PIDZ gelieerde vennootschap. 

De franchisenemers maakten telkens bezwaar, maar PIDZ voerde de wijziging toch met terugwerkende kracht door per 1 januari 2026. Het gevolg: PIDZ Flex inde de servicefees, maar aan de franchisenemers werd niets doorbetaald, ook niet over december 2025.

Het verweer

PIDZ noemde de wijziging louter administratief-technisch en stelde geen instemming nodig te hebben. Belangrijkste argument: zorginstellingen eisen van hun ketenpartners een SNA-certificering en vanaf 1 januari 2026 zouden franchisenemers niet langer kunnen meeliften op de certificering van PIDZ. Alleen centrale facturatie via het gecertificeerde PIDZ Flex zou dit kunnen borgen. 

Daarnaast beriep PIDZ zich op een drempelwaarde in de franchiseovereenkomst: pas bij 20 procent omzetderving met een minimum van 200.000 euro zou instemming vereist zijn en die grens werd volgens PIDZ niet gehaald omdat de wijziging financieel neutraal zou zijn.

De afweging van de rechter

De rechter kwalificeerde de ingreep als een wijziging van de franchiseformule waarvoor instemming van de franchisenemers nodig is. Van een neutrale wijziging van enkel een rekeningnummer was geen sprake: ook de begunstigde en de partij die verantwoordelijk was voor de facturatie veranderden.

Het SNA-argument van PIDZ kreeg van de rechter de hardste weerlegging. De franchisenemers hadden een e-mail overgelegd van een inspectieorganisatie die SNA-certificeringen beoordeelt, waarin stond dat zo’n certificering helemaal niet verplicht is. Sterker nog: dat bureau liet weten dat een eigen SNA-certificering juist onmogelijk wordt als de facturatie via de franchisegever loopt in plaats van via de eigen onderneming van de franchisenemer. 

Daarmee bleek de door PIDZ aangevoerde noodzaak niet alleen ongegrond, maar zette de wijziging de franchisenemers zelfs verder op achterstand bij het behalen van precies de certificering die PIDZ als reden opvoerde. Ook het argument dat de wijziging nodig was tegen schijnzelfstandigheid overtuigde niet: de rechter zag eerder een toename dan een afname van dat risico, nu de franchisenemers voortaan afhankelijk werden van doorbetaling door PIDZ.

Verder woog mee dat de wettelijke termijn van drie maanden voor aankondiging van wijzigingen niet was gehaald, dat de franchisenemers van één debiteur (PIDZ Flex) afhankelijk werden in plaats van het risico te kunnen spreiden over meerdere zorginstellingen en dat hun opschortings- en verrekeningsbevoegdheden werden uitgehold. De drempelwaarde van 20 procent achtte de rechter niet van toepassing. En zelfs als die wel zou gelden, werd hij door de halvering van de inkomsten ruimschoots overschreden.

De uitspraak

De franchisenemers kregen op vrijwel alle punten gelijk. De franchisegever moet de wijzigingen in de betaalstroom binnen veertien dagen ongedaan maken en mag deze, net als de nog niet uitgevoerde plannen uit eerdere memo’s, niet opnieuw doorvoeren zonder schriftelijke instemming. Facturen moeten weer op naam, btw-nummer en bankrekeningnummer van de franchisenemers worden gesteld en PIDZ mag geen rechtstreekse overeenkomsten sluiten met de klanten van de franchisenemers. 

Bron: Rechtbank Oost-Brabant, 2 april 2026, zaaknummer C/01/422185 / KG ZA 25-649

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

AI maakt zzp’ers sneller en productiever, maar verandert hun bedrijf nog weinig

AI heeft in korte tijd een vaste plek gekregen in het werk van zelfstandig ondernemers. Uit de eerste Knab Zzp AI Monitor 2026 blijkt dat 84 procent van de ondervraagde zzp’ers AI gebruikt voor het werk. De helft doet dat dagelijks. Veertig procent van de zzp’ers experimenteert met AI of gebruikt het voor losse taken. 

Bij 44 procent gaat het gebruik verder dan dat. Een derde van de zzp’ers (33%) heeft AI inmiddels als vast onderdeel van het werk opgenomen. Bij nog eens 11 procent voert AI zelfstandig terugkerende taken uit of zijn delen van het werk rond AI ingericht.

Daarmee groeit het gebruik snel. Bij 74 procent van de ondervraagde zzp’ers is het AI-gebruik in het afgelopen jaar toegenomen. Nog eens 15 procent gebruikte een jaar geleden nog helemaal geen AI.

Vooral sneller en beter werken

De effecten zijn volgens de AI-gebruikers vooral merkbaar in het dagelijkse werk. 85 procent zegt dankzij AI sneller te werken en 82 procent vindt dat de kwaliteit van het werk verbetert. Ook zegt 78 procent meer ruimte te ervaren om zich verder te ontwikkelen en vindt 71 procent het werk leuker door AI.

Een lagere werkdruk is minder vanzelfsprekend. Zes op de tien AI-gebruikers ervaren een lagere werkdruk. Bij 40 procent is daar dus geen sprake van.

De impact op de onderneming als geheel blijft vooralsnog beperkt. Zes op de tien AI-gebruikers zien nog geen effect van AI op de ontwikkeling van hun onderneming.

Een kleinere groep zet de technologie wel in voor zakelijke vernieuwing. Zo onderzoekt 17 procent actief nieuwe zakelijke kansen. Ongeveer 15 procent heeft de bestaande dienstverlening uitgebreid en een vergelijkbaar aandeel heeft nieuwe producten of diensten toegevoegd. Negen procent zegt dankzij AI op nieuwe manieren geld te verdienen.

“AI geeft veel zzp’ers een krachtigere motor, maar de meesten rijden er voorlopig dezelfde rondjes mee,” zegt Casper Zwart, onderzoeker bij Knab. Volgens hem werken zzp’ers dankzij AI sneller en beter, terwijl een kleinere groep de technologie gebruikt om ook de koers van de onderneming te veranderen. 

Grote verschillen tussen sectoren

Het gebruik van AI verschilt sterk per type werk. Van de zzp’ers die vrijwel niet achter een beeldscherm werken, gebruikt 33 procent AI. Bij ondernemers die bijna al hun werk achter een beeldscherm doen, ligt dat op 93 procent.

De verschillen zijn ook zichtbaar tussen sectoren. In de ICT gebruikt 97 procent van de ondervraagde zzp’ers AI, waarvan 78 procent dagelijks. In media en communicatie gebruikt 96 procent AI en doet 66 procent dat dagelijks.

In de bouw ligt het gebruik aanzienlijk lager: 59 procent gebruikt AI voor het werk en 29 procent doet dat dagelijks. In kunst en cultuur gaat het om respectievelijk 67 en 26 procent.

Volgens Knab betekent een lager gebruik niet automatisch dat ondernemers achterblijven. Generatieve AI sluit volgens de bank nu eenmaal beter aan op digitaal kenniswerk dan op fysiek, ambachtelijk of sterk persoonlijk werk.

AI wordt volgens zzp’ers snel normaal

De verwachting is ondertussen dat AI de komende jaren verder zal doorbreken. 79 procent van de ondervraagde zzp’ers verwacht dat AI binnen vijf jaar minstens zo normaal wordt als internet.

Knab wil de AI Monitor jaarlijks uitbrengen om te volgen of de snelle groei in het gebruik zich ook vertaalt naar structurele veranderingen in het werk en ondernemerschap van zzp’ers.

Voor de eerste editie vulden ruim 1.000 zelfstandigen een online vragenlijst in. De resultaten hebben betrekking op 868 deelnemers die aangaven zzp’er te zijn. Het onderzoek liep van 23 mei tot en met 5 juli 2026. De vragen over toepassingen en effecten zijn meestal alleen voorgelegd aan de 723 deelnemers die AI gebruiken.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Hoe de Belastingdienst omging met problemen rond broker OneStopSourcing en het inhuren van zzp’ers en andere externen. Een feitenrelaas.

Een jaar terug begon het te rommelen rond broker OneStopSourcing. Zowel intermediairs als individuele zzp’ers klaagden over het uitblijven van betalingen van uren die al lang door opdrachtgevers waren goedgekeurd. Eerst bij de broker zelf, maar bij gebrek aan resultaat ook bij de organisaties waar de interim professionals hun opdracht doen en in wier opdracht OneStopSourcing de inhuurcontracten afhandelt.

Zo ook bij de afdeling inhuur van de Belastingdienst, klant van OneStopSourcing (OSS), net als een aantal andere onderdelen van het ministerie van Financiën en van de rijksoverheid.

Recent vrijgegeven interne mails en WhatsAppberichten tussen ambtenaren, correspondentie tussen de Dienst en OSS en CC Group (moeder OSS), tussen verschillende onderdelen van het ministerie, waaronder de UHT (afhandeling toeslagenaffaire), en andere betrokken partijen geven een beeld van hoe signalen bij de Belastingdienst binnenkwamen, hoe de ontstane onrust onder het ingehuurde personeel leidde tot toenemende druk op OSS, en hoe dit uiteindelijk leidde tot de keus van de Dienst om het bedrijf in gebreke te stellen.

Geen groot nieuws, wel inzicht in het proces

Wie alle gemaakte stappen op een rij zet (zie hieronder), leest geen groot nieuws. Wel ontstaat er het beeld dat de Belastingdienst de signalen serieus neemt maar aanvankelijk ook meegaat in de beloftes van OSS dat alle problemen tijdelijk zijn. De beloftes kan het bedrijf uiteindelijk maar beperkt waarmaken. Begin 2026 gaat OSS failliet.

Wat ook inzichtelijk wordt is de ongemakkelijke verhouding met de bureaus die extern personeel leveren aan de Belastingdienst maar waarmee feitelijk geen contractrelatie bestaat. Ze dringen er al snel op aan om over te stappen naar een andere broker.

Opvallend is verder dat zusterbedrijven van OSS ook commerciële relaties hebben met andere rijksonderdelen en dat die belangen en betrokkenheid ook door elkaar lopen. Verder wordt inzichtelijk dat nadat de Belastingdienst OSS in gebreken stelt, het bedrijf een andere toon aanslaat: het feit dat OSS geen nieuwe opdracht meer krijgt wordt als argument gebruikt waarom de broker niet aan haar verplichtingen kan voldoen.  

Leeswijzer

De hieronder volgende reconstructie is opgesteld op basis van 303 pagina’s met mailwisselingen en WhatsAppgesprekken die openbaar gemaakt zijn naar aanleiding van een Woo-verzoek (dat verzoek is niet ingediend door ZiPconomy). Deze reconstructie, in chronologische volgorde, is zo zorgvuldig mogelijk gemaakt, maar kan op onderdelen niet volledig zijn. Het totale pakket aan documenten is hier te vinden. Zoals begebruikelijk in Woo-stukken zijn persoonsnamen weggelakt. De cursieve teksten verwijzen naar andere bronnen dan de Woo-documenten en dienen ter aanvulling.

Vooraf

OneStopSourcing B.V. (OSS), broker/MSP, onderdeel van CC Group, levert vanaf 14 juli 2023 diensten aan de Belastingdienst. De overeenkomst daartoe wordt op 25 juli 2025 verlengd werd tot en met 31 augustus 2026. Onderdeel van de overeenkomst is Uitvoeringseis 12 (UE 12): “garantie dat door OSS ingezette onderaannemers/derden ten minste het door OSS aan de Belastingdienst gefactureerde inhuurtarief (netto, na aftrek van de opslag) tijdig uitbetaald krijgen.”

September- november 2025: de eerste signalen

13 september 2025. Vroegste in de stukken aangetroffen signaal: een medewerker van Dienst Toeslagen/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) meldt intern dat betalingen aan kandidaten via OneStopSourcing al enige tijd niet goed verlopen, met onrust bij de betrokken medewerkers en speculatie over de financiële gezondheid van de leverancier tot gevolg. Er is al contact geweest met de contractmanager, die op haar beurt met OSS heeft gesproken.

18–22 september 2025. Vervolgcontact over openstaande facturen (onder meer over juli); een resourcemanager van UHT stelt op 19 september voor dat OSS die dag alle betalingen in orde maakt, en dat anders vanaf de maandag erop externen via een andere broker worden ingeleend. Zij wijst op de impact van te late loonbetaling (hypotheek, huur, verzekeringen). De contractmanager antwoordt dat OSS heeft verzekerd dat er geen faillissement dreigt, en dat overstappen naar een andere leverancier op dat moment contractueel niet mogelijk is.

23 september – 10 oktober 2025. Doorlopende mailwisseling (“Update betalingen en overzicht openstaande posten”) tussen Belastingdienst, Toeslagen en OSS/CC Group over de stand van de openstaande facturen. Volgens de latere ingebrekestelling zijn de achterstanden in oktober tijdelijk ingelopen.

18–20 november 2025. Nieuwe interne signalen (“signaal one stop sourcing”); de contractmanager houdt zich op 18 november stand-by om direct te kunnen acteren zodra een naam van een gedupeerde bekend is. Kort daarna blijkt dat de problemen zich opnieuw voordoen, de novemberproblemen worden in de latere ingebrekestelling omschreven als “structureel van aard”.

27 november – 5 december 2025. Interne opschaling: een medewerker vraagt collega’s om dit soort zaken voortaan bij hen te laten, “zodat wij voor dit soort zaken onze juristen benaderen”; een dag eerder is de kwestie al met het juridisch team besproken. De e-mailwisseling (“Betalingsproblemen OneStopSourcing, Broker NON-ICT”) loopt door tussen meerdere teams (Servicedesk Inhuur, contractmanagement, Toeslagen).

December 2025: escalatie en ingebrekestelling

1 december 2025. Interne, met “urgent” gemarkeerde waarschuwing over de betalingsachterstand bij OSS circuleert binnen de Belastingdienst.

3–9 december 2025. Voortdurend contact tussen Belastingdienst en OSS over de betalingsstatus (“Update betalingen”).

Op 5 december informeert OSS zzp’ers en andere leveranciers over ontstane problemen. Naar aanleiding daarvan publiceert ZiPconomy op 10 december een artikel over de onrust en de acute liquiditeitsproblemen bij broker. In het artikel laat directie van OSS/CC Group weten dat er hard gewerkt wordt aan een verse kapitaalinjectie.

10 december 2025 Een kantelpunt.

  • Ochtend: Belastingdienst informeert (nog terughoudend) alle inhurende managers van via OSS ingezette medewerkers over signalen van betalingsachterstand; de omvang van het probleem wordt nog uitgezocht.
  • Middag (16.30 uur): gesprek met OSS zelf; een eventueel faillissement wordt door de Belastingdienst niet uitgesloten.
  • Financiële administratie: dezelfde dag zet de Shared Service Organisatie Financieel van de Belastingdienst een crediteurenblokkade op de nog openstaande facturen aan OneStopSourcing.
  • Daarnaast stuurt de eigen Inhuurdesk van de Belastingdienst een e-mail waarin OSS wordt gewezen op haar verplichtingen onder de Arvodi-2018 naar aanleiding van nieuwe aanbiedingen die OSS in die periode nog steeds indiende op openstaande aanvragen; OSS wordt gevraagd deze aanbiedingen te heroverwegen als zij niet aan de voorwaarden kan voldoen.
  • Er zijn “duidelijke toezeggingen” van OSS over het inlopen van de achterstanden, waaronder een dagelijkse update van de Belastingdienst over de betalingen die week.
  • De volgende dag (11 december) volgt een gesprek met een jurist om te bepalen wat contractueel wel en niet mogelijk is.

11 december 2025. Interne lijst van “binnengekomen signalen”: naast een aantal individuele meldingen worden ook toeleveranciers genoemd die problemen signaleren, onder meer van een leverancier van procesregisseurs bij UHT en andere detacheerder. In een eerder stadium, in september, had ook ander leverancier van extern presoneel zich al gemeld, via de afdeling Inkoop.

Diezelfde dag meldt een van de andere brokers van de Belastingdienst intern bij de Belastingdienst dat verschillende detacheringspartijen die met OSS werken zich bij hen hebben gemeld met zorgen en de vraag of zij konden overstappen; een van de leveranciers laat weten de novemberuren niet meer aan OSS te hebben gefactureerd en wil per 1 november overstappen naar een andere broker, iets wat OSS bij andere klanten (Hoogheemraadschap, SBB, Universiteit Twente) al zou hebben geaccepteerd. Ook blijkt dat NeedStaffing, de zustermaatschappij van OSS binnen CC Group die de IV/ICT-mantel bedient, met vergelijkbare problemen kampt en daarover apart met Belastingdienst IV in gesprek is.

12 december 2025 (pas achteraf bekend geworden, via het hoger-beroeparrest van mei 2026): kort vóór het indienen van de WHOA-startverklaring verpandt OSS haar debiteurenportefeuille aan gelieerde zustervennootschappen binnen CC Group.

15–16 december 2025. Het probleem wordt ook via een andere ingang gesignaleerd: een e-mailwisseling (“Financiële problemen | Needstaffing / One Stop Sourcing, die voor het UHT als broker fungeert”) loopt via Toeslagen en een extern advocatenkantoor.

19 december 2025. OSS zegt toe uiterlijk 26 december circa €200.000 uit te betalen. Diezelfde dag wordt intern (via chatverkeer) circa €158.000 daadwerkelijk uitbetaald, met voorrang voor zzp’ers.

22 december 2025. Een overzicht van OSS zelf toont een totaal openstaand bedrag van €996.513, waarvan €489.948 de betalingstermijn al is verstreken.

23 december 2025. Vanwege de kerstperiode vraagt de contractmanager van de Belastingdienst OSS om vooraf duidelijk te maken op welk moment de betalingen die week worden verricht.

24 december 2025. Formele ingebrekestelling.

De Belastingdienst stelt OneStopSourcing B.V. schriftelijk (aangetekend én regulier) in gebreke wegens structurele niet-nakoming van Uitvoeringseis 12 (UE 12).

Kern van de brief:

  • Hersteltermijn tot en met 16 januari 2026 om alle vervallen facturen van onderaannemers alsnog te betalen;
  • bij gebreke daarvan: verzuim, met als mogelijk gevolg ontbinding van de raamovereenkomst, aansprakelijkstelling voor schade en het (buiten)gerechtelijk verhalen van kosten;
  • Maatregel 2: OSS wordt met onmiddellijke ingang tijdelijk uitgesloten van deelname aan lopende en nieuwe minicompetities onder de raamovereenkomst.

Via een interne mail wordt de Servicedesk Inhuur (onderdeel van Directie Organisatie & Personeel van de Belastingdienst) wordt geïnstrueerd om OSS bij aanvragen in het perceel Broker niet-ICT voorlopig handmatig te verwijderen uit het systeem (DioR), voor alle drie de klanten (Belastingdienst, Toeslagen, Douane).

29 december 2025. Interne bevestiging dat de ingebrekestelling is verstuurd; een medewerker van de Servicedesk Inhuur benadrukt dat de Belastingdienst weliswaar aan haar eigen betalingsverplichting jegens OSS moet blijven voldoen, maar daarin niet “voorop wil lopen” ten opzichte van andere opdrachtgevers van OSS.

30 december 2025. OSS wordt daadwerkelijk uit de drie distributieprofielen gehaald (Belastingdienst, Toeslagen, Douane): vanaf dat moment ontvangt de leverancier geen nieuwe aanvragen meer via de minicompetities.

31 december 2025. Peildatum voor de vorderingen die kort daarna in het WHOA-traject worden meegenomen.

Januari 2026: WHOA, verlenging en de tegenaanval

1 januari 2026. OneStopSourcing dient een WHOA-startverklaring in bij de Rechtbank Midden-Nederland (Wet homologatie onderhands akkoord). Peildatum voor de schulden: 31 december 2025. Het advocatenkantoor van OSS kondigt aan op korte termijn een afkoelingsperiode van in beginsel vier maanden te zullen aanvragen bij dezelfde rechtbank, en stelt dat verplichtingen aangegaan vanaf 1 januari 2026 “business as usual” en dus volledig zullen worden nagekomen.

5–6 januari 2026. De contractmanager van de Belastingdienst herinnert OSS eraan dat nog geen inhoudelijke reactie is ontvangen op de ingebrekestelling. Op 6 januari om 17:44 uur reageert de directeur van CC Group: hij erkent ontvangst van de brief van 24 december, wijt de problemen aan het abrupt beëindigen van de factoringrelatie door de voormalige factoringmaatschappij, kondigt een kapitaalinjectie aan die op 23 januari 2026 bij de notaris zou passeren, en vraagt om verlenging van de hersteltermijn met twee tot vier weken.

Op diezelfde dag is er een mailwisseling tussen de Belastingdienst en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), dat de rijksbrede categorie “ICT professionals Rijk” beheert. Een domein – met een veel grotere contractwaarde – waarin CC Group-zustermaatschappij NeedStaffing actief is. RVO meldt dat zijn wel al een formele garantstellingsbrief van CC Group hebben ontvangen: ondertekend door zowel de bestuurder als de grootaandeelhouder van CC Group, met een persoonlijke/zakelijke garantie, én dat de contractmanager van RVO ter plekke op kantoor bij CC Group het onderpand heeft mogen inzien. CC Group belooft die achterstanden bij de RVO (categorie ICT Rijk) uiterlijk 30 januari te hebben ingelopen, na een kapitaalinjectie op 17 januari.

De aanbestedingsjurist van de Belastingdienst dit bericht door aan de Coördinator Servicedesk Inhuur.  Die reageert met de opmerking die je zoekt: “Erg bijzonder dat wij deze brief met garantstelling dan niet ontvangen hebben. Vooral omdat wij hen in gebreke gesteld hebben en het probleem bij BD het grootste is”.  Een betrokken jurist reageert “Ik vind het zelf opmerkelijk dat er nog geen enkel signaal vanuit OSS is gekomen op de ingebrekestelling vanuit de Belastingdienst.”

9 januari 2026. Online overleg (Teams) tussen OSS – met haar advocaat – en de Belastingdienst, waarin OSS de WHOA-procedure toelicht.

14 januari 2026. De Belastingdienst reageert schriftelijk en is bereid de hersteltermijn met drie weken te verlengen, tot en met 6 februari 2026, onder zes cumulatieve voorwaarden:

  1. uiterlijk 15 januari 2026: een schriftelijke, rechtsgeldige garantstelling van CC Group B.V. voor nakoming van alle betalingsverplichtingen onder IUC21-690;
  2. uiterlijk 16 januari 2026: een concreet betalingsplan per openstaande factuur, met als resultaat nul achterstand op 6 februari 2026;
  3. uiterlijk 23 januari 2026: een derdengeldenrekening bij een notaris, van waaruit facturen vanaf die datum rechtstreeks worden betaald;
  4. onmiddellijke melding aan de Belastingdienst van alle communicatie van OSS aan onderaannemers over de achterstanden;
  5. handhaving van de (tijdelijke) uitsluiting van minicompetities gedurende de verlengde termijn;
  6. informeren van alle onderaannemers over volledige betaling van openstaande facturen.

15 januari 2026. CC Group B.V. stuurt een formele garantstellingsbrief: zij bevestigt garant te staan voor de nakoming van alle bestaande en toekomstige betalingsverplichtingen onder IUC21-690, en herhaalt de aankondiging van een kapitaalinjectie per 23 januari 2026. (Uit interne correspondentie van begin maart 2026 blijkt achteraf dat deze garantstelling nooit rechtsgeldig ondertekend is, de Belastingdienst had naar eigen zeggen alleen de inhoud ervan nog getoetst.)

Dezelfde dag publiceert ZiPconomy het artikel over de start van de WHOA-procedure.

16–19 januari 2026. De Belastingdienst dringt aan op het toegezegde inzicht in de betalingsoverzichten (onderdeel van de afspraken van 9 januari); een herinnering op 16 januari levert een toezegging op die niet wordt nagekomen. Een nieuwe deadline wordt gesteld op maandag 19 januari, 10.00 uur.

19 januari 2026 Koerswijziging van OSS

In plaats van het gevraagde overzicht stuurt de directeur van CC Group een e-mail waarin hij:

  • stelt dat het businessmodel van OSS is “aangetast” door de opgelegde uitsluiting van de minicompetities én doordat de Belastingdienst – volgens OSS –  actief aan onderaannemers zou hebben laten weten hun inzet onder te brengen bij andere mantelpartijen;
  • meedeelt dat OSS ermee instemt dat lopende inzetten worden overgenomen door andere mantelpartijen;
  • de eerder gedane voorstellen en verzoeken (waaronder het verzoek tot verlenging) intrekt;
  • aankondigt dat de resterende achterstanden en de betrokken onderaannemers (als schuldeisers) voortaan via het WHOA-traject worden afgewikkeld, “zonder jullie hiermee verder te belasten”.

20 januari 2026. Interne juridische beoordeling bij de Belastingdienst: deze e-mail van OSS betekent formeel verzuim en biedt grond voor ontbinding van de raamovereenkomst. Geadviseerd wordt de zaak, mede vanwege aansprakelijkheidsaspecten, via de eigen jurist én de centrale juridische afdeling (FJZ) verder te laten oppakken.

22 januari 2026. Formeel adviesverzoek aan de afdeling Fiscale en Juridische zaken (FJZ), met de vraag hoe de Belastingdienst “zo correct en spoedig mogelijk” kan reageren. Daarbij wordt gemeld dat de bewuste e-mail van OSS ook naar (ten minste) één ander ministerie is gestuurd, intern aangemerkt als een “integriteitskwestie”. Bijgevoegd: de ingebrekestellingsbrief van 24 december 2025 en de verlengingsbrief van 14 januari 2026.

28–29 januari 2026. De Belastingdienst stelt interne en externe communicatie op: één bericht voor leidinggevenden, één voor betrokken medewerkers/zzp’ers. Kernboodschap: CC Group heeft eenzijdig besloten om ook de crediteuren binnen de raamovereenkomst niet-ICT alsnog te laten deelnemen aan het WHOA-traject, in afwijking van eerdere toezeggingen om hen daarbuiten te houden en volledig te compenseren. Er wordt bewust voor gekozen niet rechtstreeks met kandidaten te communiceren (“als SDI [Servicedesk Inhuur, red.]zijnde schakelen we nooit rechtstreeks met kandidaten”), maar via de leidinggevenden.

Februari 2026: ontbinding van de raamovereenkomst

3 februari 2026. Interne afstemming over juridische ondersteuning: normaliter zou de centrale juridische dienst (DJZ) dit oppakken, maar daar ontbreekt capaciteit en budget; een jurist buigt zich er desondanks “ernaast” over, en constateert dat de raamovereenkomst “dusdanige haken en ogen” kent dat extra tijd nodig is voor advies.

9 februari 2026. Intern mandaatverzoek (“Mandaat benodigd voor ontbinding ROK Broker niet-ICT met partij One Stop Sourcing”): dezelfde dag nog wordt een ontbindingsbrief opgesteld door een aanbestedingsjurist van de directie Inkoop (IUC), tegengelezen door een collega-jurist van IUC én door een jurist van FJZ (“6 ogen”), en gezocht wordt naar de juiste mandaathouder om de brief nog diezelfde middag te ondertekenen en te versturen.

10 februari 2026 Ontbinding. De Belastingdienst ontbindt de raamovereenkomst IUC21-690 (contractnummer 4400002913) met OneStopSourcing B.V. met onmiddellijke ingang, aangetekend verstuurd, op grond van artikel 6:265 Burgerlijk Wetboek juncto artikel 22 lid 1 ARVODI-2018. De brief zet de hele voorgeschiedenis op een rij (ingebrekestelling 24 december, verlengingsbrief 14 januari, e-mail van OSS van 19 januari waarin de gestelde voorwaarden feitelijk niet meer worden nagestreefd) en concludeert dat OSS “blijvend tekortschiet”. Gevolgen:

  • geen nieuwe opdrachten meer onder de raamovereenkomst;
  • actieve lopende opdrachten worden schriftelijk opgezegd, met een opzegtermijn van maximaal één maand;
  • de Belastingdienst behoudt zich het recht voor op aanvullende acties, waaronder een vordering tot schadevergoeding, en op terugvordering van eventuele onverschuldigde betalingen.

12 februari 2026. Interne (en voor doorsturen bedoelde) communicatie aan leidinggevenden over de ontbinding: lopende opdrachten worden opgezegd met uiterste einddatum 10 maart 2026; voor structurele inhuurbehoefte moet een nieuwe aanvraag worden ingediend bij de Servicedesk Inhuur, zodat een opdracht via een andere mantelpartij kan worden afgesloten.

13 februari 2026. De contractmanager constateert dat ook facturen over januari niet (tijdig) zijn betaald, terwijl het herstructureringsplan van OSS juist inhield dat na 1 januari 2026 geen nieuwe achterstanden meer zouden ontstaan. OSS wordt om opheldering gevraagd.

19 februari 2026. Bevestiging dat de opdracht van (in elk geval) één ingehuurde medewerker per 1 februari tot en met 31 mei 2026 wordt voortgezet via het nieuwe mantelcontract met Maandag Managed Services; de naam OneStopSourcing komt in dit document niet meer voor.

22–23 februari 2026. Einde van de opzegtermijn/uitloopperiode voor de betreffende opdracht via OSS (22 februari); vanaf 23 februari loopt de opdracht via Maandag Managed Services.

eind februari 2026. De rechtbank heft bij beschikking de gevraagde afkoelingsperiode in het WHOA-traject op en verleent OneStopSourcing (voorlopige) surseance van betaling. 

Maart 2026: van surseance naar faillissement

3 maart 2026. Een extern bureau dat voor UHT werkt, meldt de Belastingdienst dat de surseance nu ook onzekerheid brengt over de betaling van januari- en februari-facturen, in tegenspraak met eerdere toezeggingen dat 2026-facturen “business as usual” zouden worden voldaan. Het OSS-portal verwerkt geen februari-uren meer, terwijl OSS de betrokkenen wel vraagt hun uren in te dienen. De openstaande schuld bij dit ene bureau alleen bedraagt op dat moment circa €150.000 (exclusief februari).

4–5 maart 2026. Interne evaluatie bij de Belastingdienst: de raamovereenkomst is al per 10 februari ontbonden, dus is er in de ogen van de betrokken medewerkers “geen actie meer” vanuit de Belastingdienst nodig, al blijft ruim €1 miljoen onbetaald aan partijen die daar wel recht op hadden. Er wordt geopperd dat de (niet-ondertekende) garantstelling van CC Group van 15 januari mogelijk nog kan worden ingezet om CC Group aan haar toezegging te houden. Zorgen blijven over onrust bij (voormalig) ingehuurde medewerkers, die het gevoel kunnen hebben dat de kwestie voor hen nog niet is afgesloten.

10 maart 2026. De contractmanager vraagt de financiële administratie de nog openstaande betalingen aan OneStopSourcing (opnieuw) tegen te houden, vanwege de bekende betalingsproblematiek richting onderaannemers.

Medio maart 2026 faillissement. Volgens het openbare insolventieregister wordt de surseance in maart 2026, op verzoek van de bewindvoerder, ingetrokken en wordt OneStopSourcing B.V. failliet verklaard (rechtbank Midden-Nederland; insolventienummer F.09/26/83; rechter-commissaris mr. N.E.M. de Coninck). Reden voor de intrekking van de surseance waren volgens latere berichtgeving van ZiPconomy vermoedens van schuldeisersbenadeling en aanhoudend gebrek aan transparantie over de financiële administratie, mede gevoed door de verpanding van de debiteurenportefeuille aan zustervennootschappen op 12 december 2025, een bedrag van ruim €2,3 miljoen dat tijdens de afkoelingsperiode naar moederbedrijf CC Group vloeide (volgens OSS zelf om het “buiten bereik van schuldeisers” te brengen), en circa €8 miljoen aan vorderingen op aandeelhouders die in 2025 via verrekening werden weggeboekt.

11 maart 2026. Bevestiging dat de betalingsblokkade richting OSS is aangebracht; op dat moment staan nog slechts twee facturen open (circa €9.000), die uiterlijk 3 april 2026 betaald moeten worden vanaf welke datum de blokkade weer moet worden opgeheven.

April–mei 2026: nasleep

26 maart / 2 april 2026. OSS c.q. de curator stuurt een “informatiebericht” aan crediteuren over de stand van zaken, dat via een van de teams van UHT ook bij de Belastingdienst terechtkomt.

3 april 2026. Telefonisch contact met de curator: die kan op dat moment nog geen zicht geven op de verdere afwikkeling; naar verwachting gaan preferente schuldeisers (waaronder de fiscus) voor.

10 april 2026. Discussie tussen de Belastingdienst en het ministerie van Financiën/Dienst Toeslagen over een brief van een onderaannemer, die stelt dat UHT verantwoordelijk zou zijn voor haar onbetaalde facturen omdat de inzet via een MSP-constructie (OSS) door UHT zou zijn “opgelegd”. De Belastingdienst betwist deze lezing: het betrof een broker-constructie waarbij de onderaannemer vooraf wist dat facturatie via OSS zou lopen, en UHT had destijds gelijktijdig aan meerdere gecontracteerde brokers (naast OSS ook Maandag en Between) de opdracht verstrekt.

13–29 april 2026. Individuele crediteuren/onderaannemers vragen bij herhaling om een inhoudelijke reactie of compensatie van de Belastingdienst; de gemelde individuele vordering van één zzp’er bedraagt in dit voorbeeld circa €18.915,93.

12–19 mei 2026. De Belastingdienst reageert: er bestaat geen contractuele relatie tussen Belastingdienst/Toeslagen/Douane en de onderaannemers van OSS, alleen met OSS zelf; bij gebrek aan juridische grondslag wordt niet overgegaan tot compensatie van financieel nadeel als gevolg van het faillissement. Voor de verdere afwikkeling wordt verwezen naar de curator.

14 mei 2026 — Gerechtshof bevestigt faillissement. Het Gerechtshof Den Haag bekrachtigt (arrest van 7 mei 2026) de faillietverklaring in het door OSS aangespannen hoger beroep. Volgens ZiPconomy blijven er ook na het hoger beroep “aanzienlijke onduidelijkheden” bestaan over de geparkeerde gelden, de onderlinge rekening-courantverhoudingen binnen de groep, de doorbelasting van kosten en de geclaimde pandrechten; het hof acht een rechtmatigheidsonderzoek door de curator noodzakelijk en vindt dat het faillissementskader daarvoor het meest geëigende kader is. Uit een eerste openbaar faillissementsverslag blijkt dat OSS in 2025 een verlies leed van circa €8,6 miljoen (tegenover een winst van bijna €300.000 in 2024); de curator ziet geen reële mogelijkheid voor een doorstart. OneStopSourcing kondigt aan tegen deze uitspraak in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.

Juni 2026: resterende geschilpunten

11–17 juni 2026. Correspondentie tussen de Belastingdienst en een detacheerder over onbetaald gebleven uren (1–22 februari 2026, dus vóór de overgang naar Maandag Managed Services op 23 februari) van een via OSS geplaatste consultant. De Belastingdienst bevestigt dat de uren in het eigen systeem zijn geregistreerd en goedgekeurd, maar kan alleen betalen tegen een factuur, zoals contractueel overeengekomen; voor de afwikkeling van de resterende vordering wordt verwezen naar de curator van OneStopSourcing.

Uit een verslag van de curator van 17 juli 2026 wordt duidelijk dat er mogelijk 950 crediteuren zijn die nog geld van OSS krijgen, dat er op dat moment voor meer dan 11 miljoen aan vorderingen zijn ingediend en dat een onderzoek naar mogelijk ‘onbehoorlijk bestuur’ nog loopt. Het is duidelijk dat de afhandeling van het faillissement, ook vanwege de cassatieprocedure van OSS bij de Hoge Raad, nog geruime tijd in beslag zal nemen. 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 4s Reacties

Interimmarkt vindt nieuw evenwicht: minder opdrachten, maar tarieven blijven stijgen

Na een periode van uitzonderlijke groei vindt de Nederlandse flexibele arbeidsmarkt een nieuw evenwicht. Eind 2024 werkte nog 22 procent van alle hoogopgeleiden als externe professional. Dat aandeel is in het tweede kwartaal van 2026 gedaald naar achttien procent. \

Er zijn minder opdrachten en meer aanbiedingen per opdracht. Toch blijven de uurtarieven stijgen. Dit blijkt uit de nieuwste editie van de Talent Monitor, een gezamenlijke uitgave van HR-tech dienstverlener HeadFirst en arbeidsmarktdata-specialist Intelligence Group.

Flexibele schil terug naar niveau van voor groeiperiode

Met circa 775.000 zzp’ers en gedetacheerden die ingehuurd wordt, blijft dit deel van de flexibele schil een belangrijk onderdeel van de Nederlandse arbeidsmarkt. In 2022 lag hun aandeel rond de zeventien à achttien procent, waarna dit opliep tot een piek van 22 procent eind 2024. Sindsdien daalt de flexibele schil geleidelijk, zo zien HeadFirst en databedrijf Intelligence Group.  

De opheffing van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid speelt hierin een belangrijke rol: opdrachtgevers hebben hun inhuurbeleid aangepast, contracten aangescherpt en hun flexibele schil afgebouwd. 

Tarieven blijven stijgen ondanks daling in opdrachten

Het aanbod van flexibel werk is in dezelfde periode sterk gekrompen: vergeleken met hetzelfde kwartaal vier jaar eerder nam het aantal geregistreerde opdrachten met circa 42 procent af. Toch leidt die hogere concurrentie niet tot lagere tarieven. Het gemiddelde gerealiseerde uurtarief steeg van €91,10 in het tweede kwartaal van 2022 naar €102,38 in het tweede kwartaal van 2026, een stijging van ruim twaalf procent.

Geert-Jan Waasdorp, CEO bij Intelligence Group: “Dat de tarieven blijven stijgen terwijl er minder opdrachten zijn en de concurrentie tussen professionals toeneemt, laat zien dat het uurtarief zich weinig laat bepalen door vraag en aanbod. Ondanks de veranderende marktomstandigheden, in het nadeel van de flexmarkt, blijven de tarieven de inflatie volgen. Dat patroon zien we al langer terug in onze data.”

Beweging tussen vast en flex stabiliseert

Ook de mobiliteit op de arbeidsmarkt laat een stabiel beeld zien. Momenteel is 22 procent van de zzp’ers actief op zoek naar een nieuwe opdracht, tegenover 24 procent van de gedetacheerden. Dat ligt lager dan tijdens eerdere piekmomenten. De daling hangt deels samen met de krimp van de populatie: professionals die langdurig geen opdrachten vonden, hebben de flexibele arbeidsmarkt verlaten.

Ook de beweging tussen vast en flex stabiliseert: dertien procent van de zzp’ers wil de overstap naar loondienst maken. Een vergelijkbaar aandeel werknemers in loondienst overweegt de stap naar zelfstandigheid.

Allard van Dam, Country Manager Nederland bij HeadFirst: “Wat we zien is een markt die volwassen wordt. Flexibele professionals blijven een onmisbare rol spelen voor organisaties die behoefte hebben aan specialistische kennis, extra capaciteit of tijdelijke ondersteuning. Juist in deze fase is het belangrijk om strategisch naar de inzet van talent te kijken, ongeacht de contractvorm.”

Check het webinar

Wil je meer inzicht in de actuele dynamiek op de arbeidsmarkt? Schrijf je dan in over het webinar ‘De impact van handhaving, beleid en arbeidsmarktontwikkelingen in cijfers’ op 5 oktober. Een webinar met de nieuwste arbeidsmarktcijfers, analyses en duiding daarvan. Allard van Dam, country manager HeadFirst Nederland, en Hugo-Jan Ruts bespreken de hoofdpunten uit het kersverse rapport ‘De nieuwe werkelijkheid van zzp. De impact van handhaving, beleid en arbeidsmarktontwikkelingen in cijfers’. 

 

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter

Goed beginnen met AI is níet beginnen met een AI-tool

Elk kwartaal heeft een nieuwe kampioen op het gebied van AI-technologie. Wie nu een AI-tool kiest en daar blind op vertrouwt, loopt het risico binnen een jaar alweer achterop te raken. De echte winst zit niet in de tool, maar in de data eronder.

Voorlopers op de inzet van AI, op dit moment vooral software developers, wisselen continu van onderliggende AI-motor. Zodra een nieuw model beter presteert, stappen zij over. Wat zij wél angstvallig bewaken, is hun eigen data en hun instructies aan het model. Dat wordt in hun werk steeds meer de onderscheidende factor.

Van prompts naar context

Wat eerst prompt engineering heette, noemen deze voorlopers nu context management. De verschuiving in naamgeving is veelzeggend: het gaat niet langer alleen om de juiste vraag stellen, maar om het slim organiseren van de informatie die je een AI-model meegeeft. Dat heeft een dubbel doel. Aan de ene kant levert het betere uitkomsten op, aan de andere kant helpt het efficiënter om te gaan met de tokens die steeds duurder worden.

Data wordt de echte waarde

Deze ontwikkeling is al gevestigd in softwareontwikkeling, maar zal steeds meer voor alle sectoren gelden. Voor Workforce Management (WFM) betekent het dat harde data over planning, uren, proces en performance steeds persoonlijker en waardevoller worden. Deze gegevens, en de lessen die er in verstopt zitten, worden daarmee een uitkomst op zich. Een WFM-proces is pas succesvol als het ook goede data genereert over wat werkt en waarom. Naarmate AI-modellen beter worden, zullen lessen die nu nog verborgen zijn steeds beter gezien worden en wordt goede, gestructureerde data steeds meer waard.

Kijk voorbij de AI-tool van vandaag

De les die hieruit te trekken valt: focus niet te veel op de AI-tools die nu beschikbaar zijn. Gebruik ze, maar zorg dat je zelf eigenaar blijft van de data. Volgend jaar zijn er weer nieuwe kampioenen, en die zullen ook functies bieden voor overstappen zonder verlies. Maar dat werkt alleen als je zelf de regie hebt over je eigen data. Laat die niet bij een externe leverancier zitten, want dan zit je vast.

Drie stappen voor een AI-bestendige organisatie

Wie zich wil voorbereiden op de toekomst, kan daarom beter beginnen bij de basis in plaats van bij de tool. Dat begint met het kiezen van een datastructuur: in welke structuur wordt de organisatie bestuurd en hoe wordt er gerapporteerd? Vanuit die vraag is het zaak om data te organiseren op een zo groot mogelijk detailniveau, met een gestructureerde ‘kapstok’ voor kwantitatieve gegevens. Per afdeling per week registreren is daarbij prima, maar per shift per persoon is nog beter. Aan die kwantitatieve basis kan vervolgens ook kwalitatieve informatie worden opgehangen.

Ten tweede is het van belang om alle bedrijfsdata consequent in diezelfde structuur te organiseren, zodat alles op elkaar aansluit. Als het nu veel tijd kost om een totaaloverzicht van gewerkte uren samen te stellen, zal een AI tool diezelfde bottleneck moeten overwinnen, met hogere kosten en mindere uitkomsten tot gevolg.

Ten derde is het verstandig om vanaf nu ook kwalitatieve data zoals feedback en tevredenheidsonderzoeken binnen diezelfde structuur vast te leggen. Zodoende kan die door de toekomstige tools geduid worden op de juiste plek binnen het proces en zo bijdragen aan een completer beeld van de organisatie en de succesfactoren.

Data van vandaag wordt morgen waardevoller

Ook in de toekomst zullen AI-modellen steeds krachtiger worden. Daarmee wordt de data van vandaag en gisteren steeds meer waard. AI-modellen kunnen relatief eenvoudig worden ingewisseld voor een nieuwere, betere versie. Wat niet kan, is gegevens terughalen die nooit zijn vastgelegd. Wie nu de basis legt voor een gestructureerde, gedetailleerde dataverzameling, legt daarmee ook de basis voor onderscheidend vermogen in de toekomst.


Meer leren van Shifter?

Tijdens de ZiPmedia Webinar Week vertelt Gijs-Jan van het Kaar in het webinar ‘De uitzend inhuur impact top 5’ welke vijf bottlenecks in je proces je kunt oplossen om de waarde van inhuur te maximaal te verbeteren. In 45 minuten leer je de kosten van vijf concrete bottlenecks, en de stappen die je morgen kunt toepassen om ze op te lossen. Ontdek waar in het inhuurproces de meeste winst te behalen valt op kosten, kwaliteit en betrouwbaarheid, en hoe je chaos en risico structureel terugdringt.

Meer informatie en inschrijven? Ga naar de website van de Webinar Week.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter