ZiPredactie 22 oktober 2026 2 reacties Print NAU waarschuwt consultants, IT-bedrijven en BV’s: ook jullie vallen mogelijk onder de WttaNiet alleen uitzendbureaus en detacheerders moeten zich vóór 31 december melden bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Ook consultancybureaus, IT-bedrijven en dga’s die zichzelf via een bv verhuren, vallen mogelijk onder de Wtta. NAU-directeur Kees van Nieuwamerongen legt uit waar de grens ligt en waarom wachten geen optie is.Wie een uitzendbureau runt, weet dat de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) eraan komt. Maar wat als je een IT-bedrijf hebt, een consultancybureau of een eenmans-bv waarmee je opdrachten bij klanten uitvoert? Dan is de kans groot dat je de wet nog niet op je radar hebt. Precies die groep baart de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) zorgen. NAU directeur Kees van Nieuwamerongen sprak er tijdens de webinarweek over. Het gaat volgens hem vaak om ‘bedrijven die zich er eigenlijk niet van bewust zijn.’ En voor hen is de tijd krap: tussen 1 november en 31 december 2026 moeten uitleners zich melden voor de overgangsregeling. Dienst leveren of personeel uitlenen? Consultants, IT-specialisten, reclamebureaus en andere zakelijke dienstverleners zien zichzelf zelden als uitlener. Ze leveren een dienst, zo is het gevoel. Van Nieuwamerongen ziet dat anders. “Veel bedrijven denken dat ze een dienst leveren, maar eigenlijk stellen ze personeel ter beschikking.” Het onderscheid is niet of je jezelf een dienstverlener noemt, maar hoe het werk feitelijk is georganiseerd. Stuurt jouw bedrijf de medewerker aan, of doet de klant dat? Veel IT-bedrijven en consultants gaan ervan uit dat hun mensen onder hun eigen leiding werken. “In de praktijk is dat niet zo”, aldus Van Nieuwamerongen. “Stelt een IT-bedrijf mensen ter beschikking die onder leiding en toezicht van de klant werken, dan ben je gewoon een uitlener.” De NAU vindt juist de langlopende, vertrouwde relaties het meest riskant: de IT-leverancier waarvan de mensen al tien jaar bij dezelfde klant werken. “Dat soort constructies zijn volgens mij het meest gevaarlijk.” Iedereen denkt dat er niets aan de hand is, tot blijkt dat het om terbeschikkingstelling van arbeid gaat. Lees ook: De toelatingsplicht van de werk-bv onder de Wtta Drie vragen die het verschil maken Om te bepalen of je onder de toelatingsplicht valt, hanteert de NAU drie kernvragen. Heeft u werknemers in dienst die tijdelijk bij een ander bedrijf werken? Ontvangt u daarvoor een vergoeding van dat bedrijf? Werken deze werknemers onder leiding en toezicht van dat andere bedrijf? Is het antwoord op alle drie ja, dan kan sprake zijn van terbeschikkingstelling van arbeid. De toelatingsplicht geldt volgens de NAU niet alleen voor uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven, maar ook voor andere bedrijven die personeel uitlenen en daar winst op maken, ook als dat slechts een nevenactiviteit is. Bedrijven voor wie uitlenen minder dan tien procent van de omzet uitmaakt, kunnen een ontheffing aanvragen. Let op: ook die ontheffing moet actief worden aangevraagd. Niets doen is geen optie. De dga die zichzelf verhuurt Een van de vragen uit het publiek ging over de directeur-grootaandeelhouder (dga) die zichzelf vanuit de eigen bv als consultant verhuurt. Valt die onder de Wtta? Het antwoord van Van Nieuwamerongen was kort: ja. Althans: als je onder leiding en toezicht werkt. Dan is het je bv die jou uitleent en val je dus onder de wtta, aldus Van Nieuwamerongen. Hij trekt de vergelijking zelf: “Dan verschil ik in feite niets van een uitzendbureau.” Zo kunnen dga’s van een bv dus ook te maken krijgen met de aanmelding in november, aanvragen van toelating en de waarborgsom. Dat maakt het verschil met de zzp’er zonder bv opvallend. Een zzp’er met een eenmanszaak die onder leiding en toezicht van een opdrachtgever werkt, is volgens Van Nieuwamerongen niet toelatingsplichtig, maar is – als wordt geconstateerd dat hij of zij onder leiding en toezicht werkt – in feite gewoon in dienst. Daar speelt dus de bekende discussie over schijnzelfstandigheid. Waar bij de handhaving op arbeidsrelaties en schijnzelfstandigheid breed wordt gekeken, waaronder het feit of iemand onder leiding en toezicht werkt, draait het bij de Wtta om één kernvraag aldus Van Nieuwamerongen: word je ter beschikking gesteld en werk je onder leiding en toezicht van de inlener? Hoe de constructie daaronder heet, doet er dan minder toe. Dat beide wetten elkaar raken maar verschillend uitpakken, erkent hij volmondig. “Daarom is het ook gewoon zo verdraaid ingewikkeld.” Niet helemaal zwart-wit Van Nieuwamerongen geeft toe dat de grens voor dienstverleners niet altijd scherp is. “Ik wil niet zeggen grijs gebied, maar het is niet helemaal zwart-wit.” De wet geeft algemene kaders en per situatie moet worden bekeken of je eronder valt. Concrete casussen beoordeelt de NAU daarom niet. Of iets onder de wet valt, bepaalt uiteindelijk de Nederlandse Arbeidsinspectie. Bovendien kan één ontbrekend detail het oordeel kantelen. Het advies is daarom: doorloop de beslisboom op toelatinguitleenmarkt.nl en roep bij twijfel juridische hulp in. En vooral: niet afwachten. “Daar moet je niet mee wachten. Dat moet je nu doen.” De consequentie van verkeerd inschatten is fors. Wie onder de wet valt maar zich niet vóór 31 december meldt, kan geen gebruik maken van de overgangsregeling. Vanaf 1 januari 2028 mogen alleen toegelaten uitleners nog uitlenen. “Als je eronder valt en je doet niks, heb je wel een probleem.” Je klant gaat ernaar vragen Ook als je zelf twijfelt, ontkom je er niet aan het gesprek te voeren. Inleners zijn onder de Wtta verantwoordelijk voor de hele keten en mogen straks alleen inlenen via uitleners die in het openbare register staan. De NAU roept opdrachtgevers daarom op hun leveranciers rond 1 november te vragen of ze zich hebben aangemeld, en bij een nee door te vragen waarom niet. Heb je dat onderzocht? Heb je de stappenplannen doorlopen? Voor consultancy- en IT-bedrijven betekent dat: zorg dat je een onderbouwd antwoord hebt. Opdrachtgevers die het risico niet willen lopen, zullen kritischer worden op constructies die ze jarenlang als vanzelfsprekend zagen. Lees ook: De vijf meest gestelde vragen over de Wtta volgens de NAU Wat je nu moet regelen Valt je bedrijf of bv onder de wet, dan meld je je tussen 1 november en 31 december 2026 aan voor de overgangsregeling. Daarvoor zijn eHerkenning niveau 3, toegang tot de Berichtenbox voor Bedrijven, juiste gegevens in het KVK-handelsregister, de verwachte jaaromzet over 2026 en het verwachte type aanvraag nodig. Omdat het aanvragen van eHerkenning en de Berichtenbox weken doorlooptijd kunnen hebben, is het advies die nu al aan te vragen. De omzet bepaalt ook de hoogte van de leges. Tussen 1 mei en 30 juni 2027 volgt de aanvraag voor toelating of ontheffing. Daarvoor is een VOG voor rechtspersonen nodig (of een VOG voor natuurlijke personen bij een eenmanszaak), die maximaal drie maanden oud mag zijn. Te vroeg aanvragen heeft dus geen zin. Daarnaast heb je een geldig Wtta-inspectierapport, een SNA-keurmerk dat op 30 juni 2027 nog geldig is, of een aanmelding voor de overgangsregeling met de verplichting om een inspectierapport te halen nodig. Dat laatste is voor de meeste consultancybureaus en dga-bv’s de route, omdat zij doorgaans geen SNA-keurmerk hebben. Dan is er de waarborgsom van 100.000 euro. Van Nieuwamerongen benadrukt dat toelating geen ton kost. Wie de afgelopen vier jaar keurig loon en belasting heeft afgedragen, krijgt vrijstelling. Wie wel stort en vier jaar zonder achterstanden werkt, krijgt het bedrag terug, maar wel zonder rente. Route naar 2028 1 november tot 31 december 2026: aanmelden voor de overgangsregeling. 1 januari 2027: de Wtta treedt in werking. 1 mei tot 30 juni 2027: aanvraag toelating of ontheffing. Vanaf 1 juli 2027: beoordeling door de NAU, openbaar register gaat open. Vanaf 1 januari 2028: handhaving door de Arbeidsinspectie; alleen toegelaten uitleners mogen nog uitlenen. De beslisboom, stappenplannen en het contactcentrum van de NAU zijn te vinden via toelatinguitleenmarkt.nl. De NAU heeft ook een ‘Communicatietoolkit Wtta’ opgesteld met antwoorden op de meest gestelde vragen over de Wtta, die vind je hier. Het volledige webinar, inclusief alle vragen uit het publiek, is hieronder terug te kijken. wtta Print Over de auteur Over ZiPredactie De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie
Is er weer nieuwe, dure onzin bedacht? De overheid groeit als kool juist bij de toezichthouders. GA WEG! Beantwoorden
Ik zie dit toch als politiek gemotiveerde stemmingmakerij. Om de heer van Nieuwamerongen te citeren:”Het antwoord van Van Nieuwamerongen was kort: ja. Althans: als je onder leiding en toezicht werkt.” Geen DGA met ook maar een greintje gezond verstand zal zijn BV overeenkomsten laten aangaan waarbij die DGA onder leiding en toezicht van de opdrachtgever van de BV gaat werken. Al was het maar om discussies met de belastingdienst over gezag te vermijden. De belastingdienst waarschuwt namelijk ook al:”Ook bij een bv mag er geen gezagsverhouding zijn tussen opdrachtgever en de persoon die het werk uitvoert.” Dat is zo expliciet als het wordt! Daarbovenop komt nog dat onder de huidige Waadi ‘uitlenen’ (want dat is het inderdaad als een DGA onder leiding en toezicht van de opdrachtgever van de BV gaat werken) ook al niet is toegestaan zonder dat de BV geregistreerd is, en aan allerlei eisen voor uitzendbureaus voldoet. Dat de boete voor overtreden op nihil gesteld is doet daar niets aan af. Maar als een BV met de opdrachtgever een overeenkomst van opdracht volgens art 7:400 BW afsluit, en in die overeenkomst bovendien leiding en toezicht door de opdrachtgever uitsluit, dan gaat de arbeidsinspectie het delict zoals omschreven in art 1 van de Wtta/Waadi bijna niet kunnen bewijzen. En nee, het civielrechtelijke kader voor toetsen aan art 7:610 BW mag noch de inspectie, noch de rechter gebruiken voor het opleggen van een bestuurlijke boete! Dat laat het smerige retorische truukje zien wat de heer van Nieuwamerongen hier toepast: verwijs naar een ander geval, en pretendeer dat dat geval representatief is voor de gehele markt. Het resultaat: de markt in onzekerheid gestort en het politieke anti-ondernemer doel bereikt. Bah! Beantwoorden