"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Zorgbureau en zelfstandigen stappen naar de rechter om zekerheid te krijgen over contractvorm. Wat was het oordeel?

Het bureau Zorgmaatje aan Huis en drie van zijn freelance zorgverleners wilden graag weten of de manier waarop ze werken wel klopt. Dus legden ze aan de rechter voor: kunnen wij werken via een overeenkomst van opdracht of is er sprake is van een arbeidsovereenkomst?

Mag je als zorgbedrijf blijven werken met freelance zorgverleners op basis van een overeenkomst van opdracht? En wat als zowel het bureau als de zelfstandigen zelf die zekerheid willen, maar de rechtspraak daarover verdeeld is? Zorgmaatje aan Huis en drie van haar freelance zorgverleners namen een opmerkelijke stap: zij trokken gezamenlijk naar de rechter om duidelijkheid te vragen of ze door kunnen via het werken met een overeenkomst van opdracht. En, als dat dan niet zo is, moet Zorgmaatje aan Huis dan gezien worden als uitzendbureau? De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam gaf ze onlangs antwoord.

De kern van de zaak

Zorgmaatje aan Huis biedt aanvullende mantelzorg aan thuiswonende ouderen en andere hulpbehoevenden. Die zorg wordt verleend door freelance ‘zorgmaatjes’. Ze houden die ouderen gezelschap, doen boodschappen doen of maken een wandeling.

Drie van deze zorgmaatjes werkten op basis van een overeenkomst van opdracht voor het bureau.

Zowel het bureau als de drie zorgmaatjes waren ervan overtuigd dat hun samenwerking geen arbeidsrelatie was. Maar door de wisselende rechtspraak over arbeidsrelaties van zelfstandigen, recente uitspraken van de Hoge Raad en aangekondigde wetswijzigingen wilden zij juridische zekerheid. Zij stapten daarom gezamenlijk naar de kantonrechter, een bijzondere route via artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die het mogelijk maakt om samen een rechtsvraag voor te leggen zonder dat er een geschil is.

Gezamenlijk initiatief om duidelijkheid te krijgen

Het verzoek is vrij bijzonder: er was geen conflict tussen partijen, geen ontslagprocedure en geen claim van achterstallig loon. Juist omdat beide kanten het eens waren over de gewenste uitkomst, maar wisten dat de arbeidsrechtelijke discussie rondom zelfstandigen in Nederland volop in beweging is, wilden zij een rechterlijk oordeel. Het verzoek was primair dat de rechter voor recht zou verklaren dat de overeenkomsten kwalificeren als overeenkomst van opdracht. Voor het geval de rechter anders zou oordelen, vroegen de zorgmaatjes aanvullend of dan in elk geval sprake was van een uitzendovereenkomst.

De zorgmaatjes onderbouwden hun positie als zelfstandigen aan de hand van de praktijk. Zij werkten op basis van losse opdrachten die zij per keer konden accepteren of weigeren, zonder dat een weigering gevolgen had. Zij bepaalden zelf hoe en wanneer zij het werk uitvoerden, in overleg met de cliënt en zonder directe instructies van het bureau. Zij konden zich laten vervangen, mochten tegelijkertijd voor andere opdrachtgevers werken en kregen alleen betaald voor daadwerkelijk gewerkte uren. Bij ziekte of vakantie was er geen recht op doorbetaling. Kortom: zij gedroegen zich als zelfstandigen en werden ook zo behandeld.

De afweging van de rechter

De kantonrechter beoordeelde de arbeidsrelatie aan de hand van de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad (2023). Dat kijkt onder meer naar de aard en duur van de werkzaamheden, de vrijheid bij de uitvoering, de inbedding in de organisatie, het recht op vervanging, de beloningsstructuur en het ondernemersgedrag.

Vrijwel alle gezichtspunten wezen in dezelfde richting. De opdrachten waren tijdelijk en per cliënt afzonderlijk vastgelegd, geen structureel werk. De zorgmaatjes bepaalden zelf de invulling van hun werk en werktijden, zonder aansturing van het bureau. Zij maakten slechts beperkt deel uit van de organisatie: geen verplichte vergaderingen, geen interne gedragsregels, geen bedrijfsmiddelen buiten een identificatiebadge. Zij mochten zich laten vervangen en werken voor andere opdrachtgevers. Zij droegen zelf financieel risico en werden uitsluitend betaald voor gewerkte uren.

Tarief niet erg relevant

Interessant is ook wat de rechter zegt over de hoogte van het tarief. De zorgmaatjes werken namelijk voor een bescheiden €21,60 per uur (exclusief btw en exclusief toeslagen). De rechter constateert dat de hoogte van het tarief in dit specifieke geval minder relevant is omdat de zorgmaatjes dit werk ‘vaak niet in de eerste plaats voor het geld doen. Velen van hen doen dit om maatschappelijk betrokken te blijven, om na hun pensioen actief te blijven of om iets voor een ander te betekenen.’ Omdat ze financieel niet afhankelijk zijn van deze inkomsten zegt de hoogte van het uurtarief, in dit geval, ‘niet zoveel voor de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht.’

Aansturing via de app?

Eén element vroeg extra aandacht: de zorgmaatjes registreerden hun werkzaamheden in een app die ook door het bureau kon worden ingezien. De rechter oordeelde echter dat dit geen toezicht of gezagsuitoefening inhield, maar voortvloeide uit praktische en wettelijke rapportageverplichtingen in de zorg en uit de behoefte om vervangende zorgmaatjes te kunnen informeren.

De rechter verwijst daar weliswaar niet naar, maar dit punt doet wel denken aan de EU-richtlijn platformwerk, die in Nederland – via de Wet verbetering positie van werkenden bij platformwerk – nog geïmplementeerd moet worden. De reikwijdte daarvan wordt onder meer bepaald in hoeverre een platform of app managementtaken als toezicht en sturing overneemt.

De uitspraak

Na deze holistische afweging van alle omstandigheden concludeerde de kantonrechter dat er in deze specifieke situatie geen sprake is van een gezagsverhouding, en dus ook niet van een arbeidsovereenkomst. Daarbij keek de rechter ook nog eens apart naar de specifieke omstandigheden (ondernemerschap) van de drie individuele zorgmaatjes.

Zorgmaatje aan Huis en de drie zorgmaatjes kunnen dus door met het werken via een overeenkomst van opdracht. Aan de vraag of Zorgmaatje aan Huis mogelijk als uitzendbureau gezien moest worden, kwam de rechter niet toe. Die vraag is immers niet relevant meer.

Beide partijen droegen, zoals zij zelf hadden voorgesteld, de eigen proceskosten.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

4 reacties op dit bericht

  1. In aanvulling op het bovenstaande artikel wijs ik er op dat de rechter ook gewicht heeft toegekend aan het feit dat de Zorgmaatjes gebruik maakten van de dienstverlening van Verloning.nl voor facturering en uitbetaling van de vergoeding. De rechter oordeelt dat deze manier van factureren en uitbetalen kenmerken vertoont van een overeenkomst van opdracht.

    Bovendien biedt Verloning.nl de mogelijkheid om (vrijwillig) hun financiële risico te verzekeren tegen een extra vergoeding. De rechter geeft aan dat ook dit past bij werken als zelfstandige.

    Voor de praktijk betekent dit dat het feit dat een opdrachtnemer gebruik maakt van de dienstverlening van Verloning.nl een extra indicatie vormt voor een overeenkomst van opdracht.

    Uiteraard blijft het een (holistische) weging van alle afspraken, feiten en werkwijzen. Neigen deze teveel richting een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst, dan zal de werkrelatie vanzelfsprekend nog steeds als een arbeidsovereenkomst worden aangemerkt.

    Edward Belgraver
    Verloning.nl

    • Geachte wetgevers,
      Gelieve de overwegingen van deze kantonrechter mee te nemen in de onderhanden wetgeving mee te nemen. Het tijdig rond krijgen van de wetgeving (waarvoor uitstel is verkregen van Brussel) zal dan leiden tot a) honderden miljoenen in het kader HVP en het belangrijkste b) normalisering en herstel ZZP markt! Leest u mee Rijksoverheid?
      Mvg,
      W.

      • Will, het Zelfstandigenwet (als je daar naar verwijst) maar overigens ondertussen geen onderdeel meer uit van het HVP pakket (en Wet rechtsvermoeden bij laag tarief wel, die gaat in per 1 jan 2027)

  2. Geachte wetgevers,
    Gelieve de overwegingen van deze kantonrechter mee te nemen in de onderhanden wetgeving mee te nemen. Het tijdig rond krijgen van de wetgeving (waarvoor uitstel is verkregen van Brussel) zal dan leiden tot a) honderden miljoenen in het kader HVP en het belangrijkste b) normalisering en herstel ZZP markt! Leest u mee Rijksoverheid?
    Mvg,
    W.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×