"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

VvDN: verantwoording gelijkwaardige beloning in Wtta-normenkader te zwaar

De Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) vindt dat de verantwoording van gelijkwaardige beloning in het Wtta-normenkader verder gaat dan de wet vraagt. De brancheorganisatie komt met vijf verbetervoorstellen die het normenkader beter uitvoerbaar maken.

De Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN) steunt het uitgangspunt van gelijkwaardige beloning. Maar de manier waarop uitleners dat straks moeten aantonen, vindt de vereniging te zwaar en strenger dan de wet. Dat staat in de zienswijze die de VvDN heeft ingediend in de internetconsultatie over het normenkader Wtta en de daarin opgenomen eisen over hoe om te gaan met gelijkwaardige beloning van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. 

De VvDN doet vijf verbetervoorstellen. Volgens de vereniging laten die de norm intact, maar sluit de bewijslast er beter mee aan bij de wet en bij de praktijk van de uitleen-cao’s.

Ook ABU en NBBU kritisch

De VvDN is niet de enige brancheorganisatie met bezwaren. Eerder noemden de ABU en de NBBU het normenkader in de huidige vorm al onuitvoerbaar. Hun kritiek richt zich vooral op de nieuwe eis dat een uitlener die gelijkwaardig beloont, de compensatie voor iedere afzonderlijke arbeidsvoorwaarde moet aantonen. Op dat punt legt ook de VvDN de nadruk.

Het normenkader bevat de eisen waaraan een uitlener moet voldoen om een toelating van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) te krijgen en te houden. Straks telt bij de beoordeling ook mee of uitgeleende medewerkers gelijk of gelijkwaardig worden beloond ten opzichte van de werknemers van de inlener. Daarop wordt periodiek gecontroleerd. Een uitlener die niet voldoet, krijgt eerst de tijd om het te herstellen. Gebeurt dat niet, dan kan de toelating worden geschorst of ingetrokken. 

Norm 5.3 over gelijkwaardige beloning is het enige deel van het normenkader dat nog niet vastligt. Volgens de NAU moet die norm voor het einde van dit jaar in werking treden en wordt er vanaf medio 2027 op getoetst.

Totaal of per element?

De VvDN is op een aantal punten positief over het concept. Onder meer over het feit dat het gaat om een vaste, limitatieve lijst van twaalf arbeidsvoorwaarden. En dat de inspectie-instelling niet zelf oordeelt over de gelijkwaardigheid van het pakket.

Het bezwaar van de VvDN richt zich op de verantwoording. De regeling vraagt die per gewijzigde arbeidsvoorwaarde, per arbeidskracht en bij iedere terbeschikkingstelling. De wet vraagt volgens de vereniging alleen een gelijkwaardig totaal. Artikel 8 lid 5 van de Waadi, zoals dat per 31 december 2026 luidt, staat een cao toe om af te wijken, zolang het totaal aan arbeidsvoorwaarden ten minste gelijkwaardig is. Ook het Hof van Justitie van de EU geeft sociale partners in het arrest TimePartner ruimte om zelf te onderhandelen over afwijking en de compensatie daarvan.

De praktijk van de leden past niet bij een verantwoording per element. De VvDN vertegenwoordigt 260 detacheringsondernemingen. Hun gedetacheerden zijn meestal in vaste dienst en hebben een vast maandsalaris volgens een eigen loongebouw. Is het totaal van de arbeidsvoorwaarden bij de opdrachtgever hoger, dan krijgen ze een projecttoeslag, en tussen twee opdrachten loopt het loon door. Zo’n systeem vergelijkt totalen. Een uitruilschema per arbeidsvoorwaarde bestaat daarin niet.

Daardoor wordt de route die de wet bij cao openlaat administratief de zwaarste, stelt de VvDN. Dat kan bureaus ertoe brengen hun eigen loongebouw los te laten, en daarmee ook de doorbetaling tussen opdrachten. “De bescherming van de arbeidskracht zou daardoor eerder afnemen dan toenemen”, schrijft de vereniging.

Vijf verbetervoorstellen

  1. Compensatie aantonen op totaalniveau (normeis 5.3.e). De koppeling van elke afwijking aan een specifiek compenserend element moet vervallen. Het compensatieoverzicht bestaat dan uit drie delen: de waarden van de inlener voor de twaalf arbeidsvoorwaarden, het eigen pakket per component, en een totaalvergelijking. Ook wil de VvDN in de normtekst zelf vastleggen dat het om een gedragseis gaat en dat de uitlener de uitkomst niet sluitend hoeft te bewijzen. Als alternatief stelt ze voor dat een rekenmethode die cao-partijen hebben afgesproken als compensatieoverzicht geldt.
  2. Per functie(groep) en per inlener, niet per arbeidskracht. De eis om per arbeidskracht te verantwoorden staat alleen in de toelichting, niet in de norm. Bovendien is die eis inconsistent: voor de uitvraag bij de inlener volstaat het functieniveau al. Alleen als de beloning van een individuele werknemer afwijkt, zou die werknemer apart verantwoord moeten worden.
  3. Lichter bewijsregime boven een loongrens. Het normenkader gebruikt al een grens van 1,5 keer het wettelijk minimumuurloon, bijvoorbeeld bij huisvesting en tijdregistratie. Dat komt neer op ongeveer € 3.900 bruto per maand bij een werkweek van 40 uur. De VvDN wil die grens ook hier gebruiken. Hetzelfde lichtere regime zou moeten gelden voor werknemers met een vast contract die tussen opdrachten worden doorbetaald. Concreet: alleen een totaalvergelijking, het compensatieoverzicht alleen op verzoek, en nader onderzoek alleen bij concrete aanwijzingen.
  4. Geen vergelijkbare functie bij de inlener (normeis 5.3.b). Bij specialistische functies heeft de inlener soms geen vergelijkbare werknemers. Dan geldt volgens de wet de vergelijking met de sector, maar het normenkader regelt niet hoe dat wordt getoetst. De VvDN vraagt om verduidelijking. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat de onderneming laat zien hoe de beloning is bepaald.
  5. Bevestiging aan de werknemer (normeis 5.3.g.4). Bij iedere terbeschikkingstelling standaard het volledige compensatieoverzicht verstrekken gaat verder dan de wet vraagt, stelt de VvDN. De uitleen-cao’s verplichten bovendien al om op verzoek uitleg te geven. Voorstel: standaard alleen de informatie van de inlener, het eigen pakket en de bevestiging dat het totaal gelijkwaardig is. Het compensatieoverzicht volgt op verzoek, binnen een vaste termijn.

Hoe verder?

De internetconsultatie loopt tot en met 22 oktober. Daarna weegt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de reacties mee bij het vaststellen van de definitieve regeling. De VvDN biedt aan haar voorstellen toe te lichten.

Voor detacheerders en andere uitleners staat intussen de toelating zelf op de agenda. Van 1 november tot en met 31 december 2026 kunnen uitleners zich aanmelden voor de overgangsregeling. Wie die termijn mist, kan in 2027 niet zonder meer blijven uitlenen. Hoe de verantwoording van gelijkwaardige beloning er precies uitziet, wordt pas duidelijk als de definitieve regeling er ligt.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×