Mario Voorbij 14 oktober 2026 0 reacties Print Zelfstandigenwet kan zzp-markt juist verder op slot zettenDe Zelfstandigenwet moet opdrachtgevers en zzp’ers meer duidelijkheid bieden, maar kan zelfstandigen ook buitenspel zetten. Mario Voorbij (Vrij Verbond) waarschuwt voor een afvinkcultuur waarin één ontbrekend vinkje al tot afwijzing leidt. Is de veilige haven straks niet vooral een hoge muur?De vorige versie van het wetsvoorstel Zelfstandigenwet sloeg de plank mis. Inmiddels zijn we een versie verder en heeft minister Thierry Aartsen het zzp-dossier naar zich toegetrokken. Zijn ambitie verdient waardering: eindelijk duidelijkheid voor zelfstandigen en opdrachtgevers. Wie aan de voorwaarden voldoet, komt in wat Aartsen de ‘veilige haven’ noemt. Alleen bestaat de toegang tot die haven inmiddels uit zeven vinkjes. Daarbij is vooraf één belangrijke juridische nuance noodzakelijk. Wie niet aan alle voorwaarden van de Zelfstandigenwet voldoet, is niet automatisch werknemer. In theorie blijft dan de huidige beoordeling op grond van artikel 7:610 lid 1 BW van toepassing: de inmiddels bekende holistische beoordeling waarbij alle omstandigheden van het geval in samenhang worden gewogen. Juridisch blijft de deur naar zelfstandigheid dus open. De praktijk is echter weerbarstig en opdrachtgevers zijn met dit eerste lid al bijzonder terughoudend. Hoe open is die deur straks in de praktijk? Dat is precies waar het grootste probleem met deze Zelfstandigenwet zit. Opdrachtgevers zijn de afgelopen jaren buitengewoon risicomijdend geworden. Wanneer de wet straks een expliciete veilige haven aanbiedt, ligt het voor de hand dat opdrachtgevers die veilige haven tot toelatingseis verheffen. Zeven groene vinkjes? Welkom. Eén vinkje rood? Dan zoeken we iemand anders. De paradox is dat een wet die bedoeld is om de markt voor zelfstandigen weer open te breken, deze voor een deel van hen juist verder op slot kan zetten. Zeker als de Zelfstandigenwet voor een aanzienlijk deel van de populatie wel een oplossing biedt, verdeelt dit de groep zelfstandigen en zie ik het somber in voor dat deel dat niet in de ‘veilige haven’ zit. Zeven vinkjes De nieuwe systematiek bestaat uit twee onderdelen. Eerst is er de zelfstandigentoets, die kijkt naar de persoon achter de onderneming. Daarnaast is er de werkrelatietoets, die kijkt naar de concrete verhouding tussen opdrachtgever en zelfstandige. De zelfstandigentoets bevat drie voorwaarden. De zelfstandige moet voldoende opdrachtgevers hebben gehad, voldoende voorzieningen hebben getroffen voor ondernemersrisico’s en de basisvoorwaarden van het ondernemerschap op orde hebben. Daarna volgen vier voorwaarden binnen de werkrelatietoets: de wil van partijen, vrijheid bij de organisatie van het werk, vrijheid ten aanzien van werktijden en werkplek en werken voor eigen rekening en risico. Drie plus vier. Zeven vinkjes. Het klinkt overzichtelijk. En daar zit ook de aantrekkingskracht van het voorstel. Vergeleken met de huidige situatie weet een opdrachtgever straks in ieder geval: als aan alle voorwaarden wordt voldaan, zitten we goed. Maar daarmee wordt de omgekeerde vraag belangrijker: wat gebeurt er met iemand die zes van de zeven vinkjes haalt? Lees ook: Hoe haalbaar zijn de zeven vinkjes van de Zelfstandigenwet? Drie opdrachtgevers graag Neem de eis dat een zelfstandige minimaal drie opdrachtgevers moet hebben gehad. Dat klinkt als een logische aanwijzing voor ondernemerschap, totdat je naar de werkelijkheid kijkt. Een interim-professional kan anderhalf jaar fulltime aan een grote transformatie werken en daarnaast geen ruimte hebben voor twee andere opdrachtgevers. Een specialist kan juist worden ingehuurd omdat een organisatie hem langdurig nodig heeft. Het ontbreken van drie opdrachtgevers maakt zo iemand niet plotseling minder ondernemend als zelfstandige. Het criterium raakt bovendien starters. Wie net begint, kan per definitie nog geen lange historie met verschillende opdrachtgevers laten zien. Juist iemand die de stap naar zelfstandig ondernemerschap wil zetten, wordt daardoor richting de onzekere holistische toets geduwd. Formeel mag hij dus nog steeds als zelfstandige werken. Praktisch zal een opdrachtgever zich afvragen waarom hij dat risico zou nemen wanneer hij ook iemand kan inhuren die alle zeven vinkjes heeft. Dan hebben we het nog niet eens over de knulligheid van deze specifieke voorwaarde. Hoewel de wettekst en de toelichting niet bepaald consistent zijn, komt het erop neer dat het vereiste aantal opdrachten moet zijn behaald in de periode vanaf het begin van het vorige kalenderjaar tot het moment van toetsing. Stel dat iemand op 10 januari wordt getoetst, dan moet hij in iets meer dan een jaar tijd drie opdrachten hebben gehad. Zelfstandig, maar wel op de manier van de overheid Nog principiëler is de eis dat een zelfstandige een minimumbedrag besteedt aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s. Iedereen wordt wel gevraagd om mee te denken wat een realistisch minimumbedrag zou moeten zijn. De deur tot participatie lijkt daarmee open te staan. Het is verstandig om na te denken over arbeidsongeschiktheid, pensioen en financiële buffers. Dat zou iedereen moeten doen, niet alleen zelfstandigen. Maar waarom moet iedere zelfstandige dat op een manier doen die de overheid voorschrijft? De zzp-populatie varieert van een gepensioneerde die af en toe een opdracht uitvoert tot een consultant met een omzet van meer dan twee ton. Van iemand die zijn hypotheek heeft afgelost en een forse vermogensbuffer bezit tot iemand die zijn risico’s volledig verzekert. De essentie van zelfstandig ondernemerschap zou juist moeten zijn dat iemand zelf verantwoordelijkheid draagt voor die keuzes. Een absoluut minimumbedrag houdt bovendien geen rekening met verschillen in inkomen, omzet, vermogen, leeftijd en persoonlijke omstandigheden. Als je al een minimumbedrag zou willen eisen, waarom is er dan niet voor gekozen om dit relatief te maken aan de omzet en alternatieve manieren toe te staan om aan de achterliggende doelstelling te voldoen? Het wordt daardoor minder rigide, maar dat is misschien eerder een voordeel dan een bezwaar. Lees ook: Twaalf dingen die je als zzp’er – en opdrachtgever – moet weten over de nieuwe Zelfstandigenwet Mag de opdrachtgever nog opdrachtgever zijn? De werkrelatietoets levert minstens zoveel vragen op. Zo probeert de wet onderscheid te maken tussen een instructie van een opdrachtgever en werkgeversgezag. In de toelichting wordt zelfs het voorbeeld gegeven van een schilder waarbij het relevant kan zijn of de opdrachtgever bepaalt welke kamer als eerste wordt geschilderd. Daar wordt de discussie bijna absurd. Natuurlijk moet een opdrachtgever kunnen aangeven welke kamer als eerste moet worden geschilderd. Misschien moet die kamer morgen weer beschikbaar zijn. Het is vervolgens aan de zelfstandige om te bepalen of hij de opdracht onder die voorwaarden wil aannemen en hoe hij deze uitvoert. Een opdrachtgever die voorwaarden stelt aan een opdracht verandert daarmee nog niet in een werkgever. Het omgekeerde is ook waar. Iemand in loondienst kan ook in gesprek gaan met zijn leidinggevende of het wel verstandig is om die ene kamer als eerste te schilderen. Dat maakt een werknemer ook niet minder een werknemer. Hetzelfde probleem zien we bij protocollen, bedrijfsregels en toezicht. In sectoren als financiële dienstverlening, zorg, techniek en ICT kunnen regels rond compliance, privacy, veiligheid en kwaliteit onvermijdelijk zijn. Soms is een opdrachtgever zelfs wettelijk verplicht toezicht te houden. Toezicht op de naleving van een protocol is echter iets anders dan werkgeversgezag over de persoon die het werk uitvoert. Als we dat onderscheid onvoldoende scherp maken, worden juist zelfstandigen in sterk gereguleerde sectoren uit de markt gedrukt. Een uurtarief maakt je geen werknemer Ook het criterium ‘werken voor eigen rekening en risico’ bevat een merkwaardige gedachte. In de toelichting wordt betaling per uur problematischer gevonden omdat een zelfstandige dan niet financieel zou profiteren wanneer hij sneller werkt. Dat is een bijzonder beperkte definitie van ondernemerschap. Een zelfstandig consultant die €150 per uur factureert kan volledig voor eigen rekening en risico werken. Hij bepaalt zijn tarief, onderhandelt over opdrachten, wordt tussen opdrachten niet doorbetaald, draagt zelf zijn ondernemingskosten en loopt het risico dat zijn opdracht morgen eindigt. Waarom zou diezelfde persoon plotseling minder zelfstandig zijn omdat hij zijn kennis per uur verkoopt? Voor consultancy, interim-management, ICT, juridische dienstverlening en andere kennisintensieve beroepen is vooraf bovendien lang niet altijd een eindproduct met een vaste aanneemsom te definiëren. De toegevoegde waarde bestaat juist uit het gedurende een bepaalde periode beschikbaar stellen van specialistische kennis en ervaring. De wijze van factureren zegt daarom op zichzelf bijzonder weinig over zelfstandigheid. Van holistische toets naar afvinkcultuur En daarmee komen we terug bij het fundamentele probleem. Aartsen wil af van vage normen. Dat streven is begrijpelijk in het licht van de huidige wettekst uit 1907. De huidige situatie biedt opdrachtgevers en zelfstandigen onvoldoende zekerheid. Maar objectiveerbare criteria hebben ook een keerzijde wanneer ze gezamenlijk toegang geven tot een wettelijk erkende veilige haven. Dan worden criteria al snel toelatingseisen. Dat is waarschijnlijk wat er in de praktijk zal gaan gebeuren. Compliance-afdelingen, brokers, inhuurdesks en opdrachtgevers zullen niet iedere kandidaat uitgebreid juridisch gaan beoordelen. Zij zullen een proces inrichten. Vinkje één? Ja. Vinkje twee? Ja. Vinkje drie? Nee. Afgewezen. Dat artikel 7:610 lid 1 BW vervolgens juridisch nog steeds ruimte kan bieden om als zelfstandige te werken, helpt die zelfstandige weinig als niemand bereid is die beoordeling nog te maken. De veilige haven kan daarmee onbedoeld een hoge muur krijgen. Dan vergeten we bijna nog de administratieve lasten als belangrijk punt van kritiek. De zelfstandige en opdrachtgever zullen samen moeten vastleggen én aan kunnen tonen dat aan de voorwaarden voor de veilige haven wordt voldaan. Een formulier met zeven vinkjes is daarvoor niet voldoende. En wat als de situatie morgen verandert? Tussentijdse controles en dat mogelijk voor meerdere opdrachtgevers. De Zelfstandigenwet dreigt daarmee in de uitvoering een forse administratieve last te worden voor zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. Lees ook: Minister Aartsen: “Zelfstandigenwet biedt wel duidelijkheid, in tegenstelling tot de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest” Het probleem zit dieper We proberen een arbeidsmarkt uit 2026 nog steeds passend te krijgen binnen een juridische definitie van de arbeidsovereenkomst waarvan de oorsprong meer dan een eeuw teruggaat. De arbeidsmarkt is fundamenteel veranderd. Niet iedere werkende verlangt naar de bescherming van een arbeidsovereenkomst. Mensen kunnen bewust kiezen voor onzekerheid in ruil voor vrijheid, voor een hoger inkomen in ruil voor eigen risico of simpelweg omdat zij niet binnen een traditionele arbeidsverhouding willen werken. Daarom zou de discussie opnieuw gevoerd moeten worden en moeten beginnen bij het begin, bij artikel 7:610 lid 1 BW zelf. Geef binnen de primaire beoordeling meer betekenis aan de bewuste keuze van volwassen partijen. Moderniseer het begrip werkgeversgezag. Maak onderscheid tussen gezag en normale zakelijke instructies. Accepteer dat verantwoordelijkheid dragen ook betekent dat mensen keuzes mogen maken die de overheid zelf misschien niet zou maken. Andersom gebeurt dat tenslotte ook. Dan hebben we geen zeven vinkjes nodig om zelfstandigheid te verdienen. Zelfstandigheid zou het uitgangspunt moeten kunnen zijn wanneer twee volwassen partijen daar bewust voor kiezen en de feitelijke verhouding daarmee verenigbaar is. De Zelfstandigenwet biedt meer duidelijkheid aan degenen die keurig binnen alle vakjes passen. Dat is ogenschijnlijk winst. Maar als die duidelijkheid er tegelijkertijd toe leidt dat zelfstandigen die één vinkje missen in de praktijk geen opdrachten meer krijgen, dreigt het voor de groep als geheel een pyrrusoverwinning te worden. De echte test van deze wet zit dan ook niet bij degene die zeven vinkjes haalt. De echte test zit bij degene die er zes haalt. Reageren op de internetconsultatie Iedereen kan inhoudelijk reageren op het initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigen, dit mag ook anoniem. Reacties op deze internetconsultatie kunnen effect hebben op het verdere verloop en de inhoud van het wetsvoorstel. zelfstandigenwet Print Over de auteur Over Mario Voorbij Mario Voorbij ontdekte al vroeg dat een vast dienstverband hem niet paste. Na 6 jaar in loondienst besloot hij op 24‑jarige leeftijd zzp’er te worden. Hij specialiseerde zich in betalingsverkeer en gebruikte de invoering van SEPA als springplank. Drijvende op zijn passie voor vrijheid en deskundigheid, deelt Mario regelmatig zijn inzichten, bijvoorbeeld op ZiPconomy. Als mede-oprichter van Vrij Verbond, een rechts-progressieve politieke partij, brengt hij zijn expertise in bij een partij met een heldere visie op vrijheid, verantwoordelijkheid en economie, met specifieke aandacht voor de arbeidsmarkt en zzp’ers. Bekijk alle berichten van Mario Voorbij