Kamer stemt in met Wet meer zekerheid flexwerkers — met stopknop voor de minister Geplaatst 12 mei 2026 door ZiPredactie De Tweede Kamer heeft met grote meerderheid ( JA21, FvD, SGP, BBB en Groep Markuszower stemden tegen) vóór de Wet meer zekerheid flexwerkers gestemd. Met het wetsvoorstel, onderdeel van een breder pakket aan arbeidsmarkthervormingen, worden zowel de mogelijkheden van interne flex als externe flex beperkt, door bijvoorbeeld het afschaffen van de nulurencontracten als de beperking van de uitzendduur. Ook wordt wettelijk vastgelegd dat extern personeel dat ‘ter beschikking wordt gesteld’ – zoals uitzendkrachten en gedetacheerden – gelijkwaardig beloond moeten worden. Dat is overigens in de lopende cao uitzendkrachten en cao gedetacheerden al geregeld. Stopknop gelijkwaardige beloning Wel krijgt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een soort stopknop waarmee de mogelijkheid om via een cao af te wijken van het principe van gelijke beloning wordt beperkt. Via een algemene maatregel van bestuur (amvb) kan de minister van SZW specifieke arbeidsvoorwaarden aanwijzen waarvan in geen geval mag worden afgeweken. Denk aan loon, toeslagen, verlofregelingen en scholing. Afwijking via compenserende arbeidsvoorwaarden – zoals nu afgesproken in de lopende cao’s – is dan niet langer mogelijk voor die aangewezen onderdelen. Zo moet de minister de mogelijkheid krijgen in te grijpen als wordt ‘gesjoemeld’, zoals Mariette Patijn (Pro) dat noemde bij het indienen van haar amendement hierover. Ze is – met de vakbonden FNV en CNV – bang dat bij het samenstellen van beloningspakketten bijvoorbeeld bonussen worden ingeruild voor opleidingschecks die uitzendkrachten vervolgens niet kunnen of gaan inwisselen. Het wetsvoorstel verplicht de overheid om te monitoren of er daadwerkelijk onheus omgegaan wordt met de term ‘gelijkwaardige’ beloning. De VvDN, ABU en NBBU gaven eerder aan niet blij te zijn met deze aanpassing van de wet. Ze stellen dat het voorbarig is en ingrijpt op afspraken tussen sociale partners. Breder pakket arbeidsmarkthervormingen De Wet meer zekerheid flexwerkers maakt deel uit van een breder pakket wetgeving voor hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt. Voorstellen daartoe zijn afkomstig uit de SER en zijn gebaseerd op het rapport van de commissie Borstlap uit 2020. Zo werd onlangs de Wet rechtsvermoeden bij laag tarief goedgekeurd, en komt er nog wetgeving aan over de verplichte arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen en een wet crisisregeling personeelsbehoud. Ook werkt het kabinet aan de Zelfstandigenwet. Daarnaast gaat de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) op 1 januari 2027 van kracht, waarmee er onder andere een toelatingsstelsel komt dat malafide uitzendbureaus en detacheerders moet aanpakken. Minister Vijlbrief blij met brede steun Minister Vijlbrief is blij dat de Tweede Kamer instemt met de wet: “Met dit wetsvoorstel krijgen mensen meer zekerheid over hoeveel uren ze werken en hoe hoog hun inkomen is. Als je dat weet kan je plannen maken voor de toekomst. En die zekerheid biedt ook ruimte voor scholing en ontwikkeling, wat goed is voor de werknemer en de werkgever. Dit wetsvoorstel heeft de steun van zowel de vakbonden als de werkgevers, en ik ben heel blij dat nu ook een grote meerderheid in de Kamer het steunt. Ik ga de Eerste Kamer vragen dit wetsvoorstel snel op de agenda te zetten, zodat we snel aan de slag kunnen.” Ingangsdatum deels 2027 Gelijke arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten (eerste tranche) van het wetsvoorstel gaat in op 1 januari 2027. De rest van de wijzigingen (bandbreedtecontract, ketenregeling, uitzendfasen) gaat in op 1 januari 2028. Mits de Eerste Kamer binnenkort ook instemt met het wetsvoorstel. Hoofdpunten Wet meer zekerheid flexwerkers De Wet meer zekerheid flexwerkers samengevat in vier kernpunten 1. Nulurencontract afgeschaft Nulurencontracten of oproepcontracten worden vervangen door bandbreedtecontracten: werkgever en werknemer spreken een minimumaantal uren af waarvoor de werknemer standaard wordt ingeroosterd én betaald. Het maximum mag niet meer dan 130% boven het minimum liggen. Buiten de afgesproken uren bestaat geen verplichting om te komen werken. Voor studenten, scholieren en AOW-gerechtigden blijft het wel mogelijk om met nulurencontracten te werken. 2. Beperking draaideurcontracten Na drie tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever geldt een verplichte tussenpoos voordat opnieuw een tijdelijk contract mag worden aangeboden. Het wetsvoorstel stelde deze op 5 jaar (60 maanden), maar via een aangenomen amendement is dit verkort naar 36 maanden. Dit geldt ook voor uitzendovereenkomsten. De cao-afwijkingsmogelijkheid voor opvolgend werkgeverschap vervalt. Ook hier geldt een uitzondering voor studenten; ook voor seizoensarbeid blijft inkorten tot een tussenperiode van 3 maanden mogelijk. 3. Kortere uitzendfasen Fase A wordt wettelijk teruggebracht van 78 naar 52 weken. Fase B gaat van 6 contracten in 4 jaar naar 6 contracten in 2 jaar. Cao-afwijkingen op deze termijnen zijn niet langer toegestaan. Na in totaal 3 jaar heeft de uitzendkracht recht op een contract voor onbepaalde tijd. Deze aanpassing is al opgenomen in de lopende cao uitzenden, die vanaf 1 januari van kracht is. 4. Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden Uitzendkrachten, gedetacheerden en ander personeel dat ‘ter beschikking wordt gesteld’ krijgen recht op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers bij de inlener. Dit geldt, voor alle duidelijkheid, niet voor zzp’ers. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Wet meer zekerheid flexwerkers | Laat een reactie achter
Omzetdaling detacheerders vlakt verder af, nieuwe cao inzet bij war for talent Geplaatst 12 mei 2026 door Arthur Lubbers Deze omzetdaling van 3,2% in het eerste kwartaal van dit jaar is aanzienlijk geringer dan in de voorgaande kwartalen. De omzetdaling was in het laatste kwartaal van 2025 nog 4,5%, in derde kwartaal 6,3%, het tweede kwartaal 6,7% en het eerste kwartaal 7,6%. “We hebben nog steeds te maken met krimp, maar deze neemt kwartaal op kwartaal af. Het is goed zichtbaar dat deze lijn doorzet in 2026”, zegt VvDN-voorzitter Edwin van den Elst in een reactie op de cijfers. Omdat de daling van de omzet ook lager is dan de daling van het aantal medewerkers, is er sprake van een stijgende omzet per medewerker van 4,7%. Tariefstijging onvoldoende om kosten te dekken De verwachte grote impact van de nieuwe detacherings-cao en de verdubbeling van de pensioenpremie per 1 januari jl. lijkt mee te vallen. Detacheerders zullen deze kostenelementen moeten doorberekenen in de tarieven. De tarieven stegen in het eerste kwartaal van 2026 weliswaar met 3,9%, maar dit is minder dan verwacht, legt Van den Elst uit. “Dat de tariefstijging niet zo sterk is komt doordat sommige opdrachtgevers wel – en anderen niet – zijn meegegaan in prijsverhoging die nodig is om de veel hogere kosten van arbeid te dekken.” Volgens detacheerders is deze tariefstijging dan ook onvoldoende om alle extra kosten op te vangen, weet Van den Elst. “Ik verwacht dat de komende kwartalen de tarieven verder zullen stijgen.” Helft sectoren krimpt, andere helft groeit De marktomstandigheden zijn zeker niet voor alle detacheerders gelijk. De helft van de sectoren kent krimp, de andere helft groeit. Dat betekent dat er steeds meer vakgebieden zijn waar gespecialiseerde detacheerders omzetverbetering zien. Dat geldt niet voor de drie grootste sectoren, zij kampen nog altijd het meest met krimp. Zo daalde in het eerste kwartaal van 2026 de omzet van detacheerders in de sector Engineering (-4,7%), Financieel (-8,3%) en ICT (-6,4%) ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Ook detacheerders in de vakgebieden Legal (-4,4%) en Inkoop & Logistiek (-9,4%) zagen hun omzet dalen. Het aantal sectoren met een positieve omzetontwikkeling groeit vergeleken bij afgelopen jaar. De sector Secretarieel/administratief springt er het meest uit met een groei van +18,5% in het afgelopen kwartaal ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Ook detacheerders die actief zijn in de medische sector zagen hun omzet wederom groeien (+6,5%), nadat de medische sector in het laatste kwartaal van 2025 ook al een omzetstijging van maar liefst 18% kende. En – net als in het laatste kwartaal van 2025 – was er in het eerste kwartaal van 2026 opnieuw omzetgroei in de sectoren HRM (9,1%) en in het sociale domein (+6%). Aantal gedetacheerden daalt verder Het aantal medewerkers (gedetacheerden) in loondienst is afgelopen kwartaal opnieuw flink gedaald (-7,5%) ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In het laatste kwartaal van 2025 was zelfs een nog forsere daling van het aantal gedetacheerden in loondienst te zien (-9,3%). “Een zorgelijke ontwikkeling”, volgens Van den Elst. “Een krimpende detacheringsmarkt gaat op termijn de BV Nederland parten spelen. Detacheerders hebben een belangrijke allocatiefunctie en het is voor bedrijven en organisaties belangrijk dat zij over de flexibiliteit kunnen beschikken om kennis en expertise in te huren.” Gunstig voor detacheerders is wel dat het percentage leegloop (aantal gedetacheerden zonder opdracht) is uitgekomen op 7,5% in het eerste kwartaal van 2026. Dat is een daling van 5,6% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In 2025 nam dit percentage leegloop nog telkens toe. Vier op de vijf in vaste dienst Het percentage medewerkers in vaste dienst is weliswaar gedaald in het eerste kwartaal van 2026 ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar (-2,7%), maar is met 79,5% nog altijd veel hoger dan het gemiddelde in Nederland (57%). Dat vier op de vijf medewerkers in vaste dienst zijn bij de detacheringsorganisatie geeft aan dat detacheerders er alles aan doen om mensen aan zich te blijven binden. Ondanks dat opdrachtgevers steeds vaker gedetacheerden overnemen en in eigen dienst nemen. Van den Elst: “Het vaste diensterband is en blijft belangrijk voor detacheerders.” Goed werkgeverschap De VvDN ziet de komst van de eigen cao voor detachering als mogelijkheden nog meer in te zetten op goed werkgeverschap. “Het eerste kwartaal stond in het teken van de transitie naar gelijkwaardige beloning volgens de nieuwe detacherings-cao. Hiermee kunnen we een arbeidsvoorwaardenpakket bieden dat nog beter aansluit bij de behoefte van de professional. Dit – in combinatie met het vaste dienstverband – maakt detacheerders aantrekkelijke werkgevers. We staan nog sterker in de war for talent.” Met de recente verdubbeling van het ledenaantal – mede onder impuls van de nieuwe cao – kan de VvDN deze boodschap naar Den Haag en de markt nog luider laten klinken. Meest opvallende resultaten van de VvDN MarktMonitor over het eerste kwartaal 2026 (ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar): omzetdaling detachering: -3,2% Omzetontwikkeling verschilt sterk per sector: daling ICT, financieel, engineering, stijging HRM, Medisch, administratief, sociaal domein Aantal medewerkers (gedetacheerden) in loondienst: -7,5% Percentage medewerkers in vaste dienst: 79,5% (-2,7%) Percentage leegloop (gedetacheerden zonder opdracht): 7,5% (-5,6%) Tarief: € 79,16 (+3,9%) Geplaatst in Beleid, Cijfers en feiten, Nieuws | Tags VvDN MarktMonitor | Laat een reactie achter
Waarom het rechtsvermoeden de economische prikkel achter schijnzelfstandigheid niet wegneemt Geplaatst 11 mei 2026 door Wilmar Dik Minister Aartsen wil het zzp-dossier normaliseren, zodat we het er over vier jaar niet meer over hoeven te hebben. Dat is begrijpelijk, maar het gesprek over de zzp-markt verdwijnt niet zolang de onderliggende problemen blijven bestaan. Dit dossier speelt inmiddels al ruim tien jaar. Niet door gebrek aan communicatie, maar omdat de kernvragen blijven liggen: wanneer is iemand echt zelfstandig, hoe voorkom je schijnzelfstandigheid en hoe zorg je voor bescherming en bestaanszekerheid aan de onderkant van de markt? Normaliseren lukt pas als de oorzaken worden aangepakt. Het rechtsvermoeden pakt de bron niet aan Het idee achter het rechtsvermoeden is begrijpelijk: wie onder een bepaalde tariefgrens werkt, moet makkelijker kunnen stellen dat er eigenlijk sprake is van loondienst. Voor zelfstandigen onder die grens moet de opdrachtgever dan aantonen dat er géén sprake is van werknemerschap. Maar zelfstandigen rekenen meestal niet uit zichzelf tarieven waarmee ze nauwelijks kunnen rondkomen. Wie inkomen, pensioen, verzekeringen, ziekte, vakantie, administratie, scholing, bedrijfskosten en het aantal declarabele uren meeneemt, komt niet snel uit op een tarief waarbij de kans groot is om onder het minimumloon te eindigen. Economische prikkel voor goedkope arbeid Schijnzelfstandigheid ontstaat vooral door de economische prikkel om arbeid goedkoop en flexibel buiten loondienst om in te kopen. In sommige sectoren worden tarieven niet bepaald vanuit wat duurzaam zelfstandig werken kost, maar vanuit wat opdrachtgevers willen betalen. Zij weten wat loondienst kost en hoeveel goedkoper een zzp-opdracht kan zijn. Ik zag laatst zelfs een traject waarin een arbeidsrechtadvocaat uitlegt hoe arbeid onder 30 euro per uur kan worden ingekocht. Dat kan dus, zolang je als opdrachtgever zorgt dat je zzp’ers inhuurt die aannemelijk kunnen maken dat ze echte zelfstandigen zijn. Lees ook: Niet één tarief voor alle zzp’ers, maar sectorale ondergrenzen voor echte duidelijkheid De nieuwe wetgeving dreigt daardoor vooral meer werk voor advocaten op te leveren. En meer stress en slapeloze nachten voor zzp’ers die hun gelijk via de rechter proberen te halen, met een uitkomst die ongeveer fifty-fifty is. Een werknemer in loondienst kost meer dan alleen het afgesproken salaris. Er zijn werkgeverslasten, loondoorbetaling bij ziekte, vakantiegeld, pensioen, ontslagbescherming en andere verplichtingen. Bij een zzp’er kunnen veel van die risico’s en kosten worden verschoven naar de werkende zelf. Als het tarief hoog genoeg is, hoeft dat geen probleem te zijn. Maar in lage-tariefsectoren gebeurt vaak het omgekeerde: de opdrachtgever krijgt flexibiliteit en kostenvoordeel, terwijl de zelfstandige de risico’s draagt zonder dat daar voldoende vergoeding tegenover staat. Verplichtingen afschuiven op zelfstandigen Met de wetgeving die eraan komt kunnen partijen nog steeds verplichtingen afschuiven op zelfstandigen, zolang de samenwerking juridisch aannemelijk als zelfstandige opdracht kan worden ingericht. Daarmee los je de economische prikkel niet op. Zolang zzp’ers voordeliger kunnen worden ingezet dan werknemers, faciliteer je als overheid nog steeds te lage vergoedingen in bepaalde markten. Het is dan ook niet vreemd dat partijen aan de inhuurkant positief reageren. Als werken met zzp’ers mogelijk blijft zolang je het juridisch goed organiseert, blijft het model aantrekkelijk voor opdrachtgevers en intermediairs. Maar daarmee is nog niet geregeld dat zelfstandigen aan de onderkant een tarief krijgen waarmee ze duurzaam kunnen werken. Partijen leren snel omgaan met nieuwe regels en vinden manieren om lage vergoedingen juridisch overeind te houden. In veel sectoren verdienen zelfstandigen nu al te weinig voor buffers, pensioen en straks waarschijnlijk ook een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Een lekkend dak met discussie over emmertjes Een dergelijk idee en werkwijze is niet bedacht door zzp’ers of door partijen die echt willen opkomen voor zelfstandigen. Het is alsof je bij een lekkend dak naar de rechter mag gaan om van de huisbaas te eisen dat er emmers onder de lekkage worden gezet. De rechter bepaalt dan wie de emmers moet betalen. Natuurlijk is het goed dat er een emmer staat onder de lekkage. Maar als het dak lek is, moet je het dak repareren. Anders blijf je dweilen. Lees ook: ‘Meer regels voor zzp’ers, maar het echte probleem blijft liggen’ Zo onderhand is er een situatie gecreëerd die uitgaat van een kapot dak. Juristen mogen uitleggen hoe je zo goed mogelijk kan blijven dweilen. Ook begint de overheid met een uitgebreide campagne hoe je kunt dweilen. En de huisbaas blijft tevreden, want emmertjes kosten veel minder dan een dakreparatie. Bij schijnzelfstandigheid is dat lekkende dak de economische prikkel om arbeid onder de werkelijke kostprijs in te kopen. Zolang die prikkel blijft bestaan, blijven opdrachtgevers zoeken naar vormen waarin werk goedkoop, flexibel en met minder verplichtingen kan worden georganiseerd. Werken moet lonen: het SER-MLT-advies Het SER-MLT-advies uit 2021 was veel breder dan alleen het rechtsvermoeden. Het ging niet alleen over het tegengaan van schijnconstructies, maar ook over betere bescherming van zelfstandigen, eerlijke en toereikende tarieven en meer ruimte voor collectief onderhandelen. In het SER-advies staat dat zelfstandigen moeten kunnen rekenen op een eerlijk en toereikend tarief, zodat werken ook echt loont. Maar of werken loont, hangt nog steeds sterk af van de sector waarin je werkt. Ook collectief onderhandelen moest volgens het SER-advies mogelijk worden. De ACM heeft daar inmiddels meer ruimte voor gegeven, maar daarmee is het probleem niet opgelost. In markten waar vraag en aanbod uit balans zijn, werkt collectief onderhandelen beperkt. Als genoeg zelfstandigen het werk wél voor te lage tarieven doen, zet een opdrachtgever de groep die betere afspraken wil simpelweg opzij. Commissie-Borstlap: bescherming via een breder fundament Ook het rapport van de commissie-Borstlap was breder dan alleen het rechtsvermoeden. Borstlap wilde de verschillen tussen werknemers en zelfstandigen verkleinen, omdat die verschillen de economische prikkel vergroten. Kwetsbare werkenden moesten eerder onder arbeidsrecht, minimumloon en werknemersbescherming vallen. Zelfstandigen die daarna overblijven, werden meer gezien als ondernemers die zich staande moeten kunnen houden. Maar uit rechterlijke uitspraken blijkt dat lang niet iedere zzp’er werknemer is. Als iemand juridisch zelfstandige blijft, maar economisch werkt in een sector met lage tarieven en weinig onderhandelingsmacht, is het probleem niet opgelost. Bovendien: als een zzp’er naar de rechter gaat om werknemersrechten af te dwingen, is de arbeidsrelatie met die opdrachtgever in de praktijk waarschijnlijk voorbij, wat de uitkomst ook mag zijn. Wat blijft er dan over van bescherming aan de onderkant? Zonder aanpak van de economische prikkel verandert er weinig De huidige aanpak geeft zelfstandigen vooral een route achteraf: dit had misschien loondienst moeten zijn. Maar er komt geen bescherming vooraf tegen tarieven waarbij echte zelfstandigheid financieel niet haalbaar is. Als schijnzelfstandigheid ontstaat doordat opdrachtgevers arbeid goedkoop willen inkopen, moet je juist die prikkel weghalen. Bijvoorbeeld met sectorale ondergrenzen en een realistische berekening van wat zelfstandig werken echt kost. Een echte zelfstandige bepaalt zijn eigen tarief. Maar in markten waar opdrachtgevers de voorwaarden dicteren, is die vrijheid schijn. Zolang die economische prikkel blijft bestaan, bestrijden we vooral gevolgen in plaats van oorzaken. Er is altijd hoop Het kan best dat de huidige ideeën nog ergens stranden. Er zijn genoeg mensen die zien dat deze aanpak niet ideaal is. Maar dat een slecht idee strandt, betekent nog niet dat er daarna wél politieke wil is om goede wetgeving te maken. Als die wil ontbreekt, kun je rapporten blijven schrijven tot je een ons weegt. Dan wordt er gewoon weer een nieuwe weg ingeslagen die vroeg of laat opnieuw vastloopt. De politiek zigzagt hier namelijk al jaren omheen. Lees ook: ‘Sectorale minimumtarieven voor zzp’ers kunnen schijnzelfstandigheid oplossen’ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags rechtsvermoeden, schijnzelfstandigheid | 10s Reacties
Basisschoolfase ideale periode voor zzp-moeders, blijkt uit onderzoek Knab Geplaatst 10 mei 2026 door ZiPredactie Zzp‑moeders met een kind op de basisschool zijn opvallend positief over het zelfstandig ondernemerschap. Bijna de helft van hen (48%) waardeert het werken als zelfstandige met een negen of een tien. Daarmee ligt hun waardering hoger dan bij andere groepen zzp’ers, zoals vaders en moeders in andere levensfasen. Dat blijkt uit nieuw Moederdagonderzoek van Knab onder ruim tweeduizend zelfstandig ondernemers. Gemiddeld geven zzp’ers het ondernemerschap een 8,2. Onder moeders met een jongste kind tussen de 4 en 12 jaar komt dat uit op 8,4. Volgens Knab sluit het ondernemerschap in deze levensfase goed aan bij het dagelijkse gezinsleven. De basisschoolperiode kent vaste patronen, maar vraagt ook om voortdurende afstemming. Schooltijden, studiedagen, vakanties, sportclubs, oudergesprekken en zieke kinderen zorgen ervoor dat weken zelden hetzelfde lopen. “Voor veel moeders draait het om ruimte om te kunnen schakelen wanneer dat nodig is,” zegt Casper Zwart, onderzoeker bij Knab. “Het zelfstandig ondernemerschap geeft hen de ruimte om werk en gezin rondom die momenten te organiseren.” Lees ook: Moederdagonderzoek: ondernemerschap goed voor band tussen moeder en kind Ondernemerschap heeft positieve invloed Veel zzp‑moeders ervaren dat deze manier van werken doorwerkt in hun gezin. Van de moeders met thuiswonende kinderen vindt 78% dat het ondernemerschap een positieve invloed heeft op de band met hun kinderen. Dat percentage ligt hoger bij gezinnen met jongere kinderen. In de toelichtingen gaat het vaak over nabijheid en aandacht op momenten die ertoe doen. Ook het plezier in ondernemen wordt genoemd. “Ik denk dat mijn kinderen er veel aan hebben als hun ouders met plezier werken,” zegt een moeder en ondernemer in de persoonlijke dienstverlening. “Ik wil ze laten zien dat werk iets kan zijn waar je energie van krijgt.” Werkuren bewegen mee Het onderzoek laat zien dat moederschap bij zzp’ers niet automatisch leidt tot een structurele vermindering van werkuren. Een kwart van de moeders met thuiswonende kinderen is minder uren gaan werken. Tegelijk blijft een groot deel evenveel werken als daarvoor, of wisselt dat per periode. Wat vooral verandert, is het moment waarop er gewerkt wordt. Veel moeders geven aan dat hun werk meer is verweven geraakt met schooltijden en het ritme van het gezin. Avonden, vroege ochtenden en schooluren worden vaker benut. Ter vergelijking: uit de Emancipatiemonitor van het CBS blijkt dat bijna de helft van de vrouwen in loondienst na het krijgen van kinderen structureel minder gaat werken. Onder zzp‑moeders komt die verschuiving minder vaak tot uiting in minder uren, en vaker in een andere indeling van de werkweek. Lees ook: Zzp’ers optimistisch over toekomst, maar kritisch op negatieve beeldvorming in media Flexibiliteit leidt vaak tot meer zorgtaken Die flexibiliteit heeft in de praktijk ook gevolgen voor de verdeling van zorgtaken. In gezinnen met jonge kinderen waarin de moeder zzp’er is en de partner in loondienst werkt, geeft 69 procent van de moeders aan dat zij overdag meestal degene zijn die iets regelt wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld bij een ziek kind of een onverwachte schoolmelding. Bij zzp‑vaders met een partner in loondienst ligt dat aandeel op 33 procent. Dat verschil laat zien dat flexibiliteit vaak samenkomt met verwachtingen over beschikbaarheid, en dat zorg in de praktijk nog regelmatig bij moeders terechtkomt. Voordelen wegen zwaarder Zzp‑moeders zijn zich bewust van de spanningen die het ondernemerschap met zich meebrengt. Inkomensonzekerheid wordt het vaakst genoemd als uitdaging (26%). Ook het door elkaar lopen van werk en gezin (20%) en moeite hebben om echt vrij te zijn (15%) komen regelmatig terug. Tegelijk laten de resultaten zien dat veel moeders, vooral in de basisschoolfase, bewust kiezen voor deze manier van werken. De uitdagingen wegen voor hen niet op tegen de voordelen van het ondernemerschap: de ruimte om zelf te sturen, aanwezig te zijn en mee te bewegen met het gezin. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags flexibiliteit, knab, zzp | Laat een reactie achter
Campagne ‘ZZP Ja of Nee’ miste slagkracht Geplaatst 8 mei 2026 door ZiPredactie De ‘ZZP Ja of Nee’ campagne van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is beperkt effectief gebleken: bij ondernemers die wel eens zzp’ers inhuren boekt de campagne redelijke resultaten, maar bij zzp’ers schiet de aanpak tekort. Dat blijkt uit campagne-effectonderzoek van Verian-Validators. Activeren lukt deels, informeren minder De campagne — die liep van augustus 2025 tot januari 2026 — had als doel zowel zzp’ers als ondernemers bewuster te maken van de juiste contractvorm en schijnzelfstandigheid te bestrijden. Daarvoor werd onder meer ‘branded content’ ingekocht bij NU.nl en De Ondernemer en verschenen er reclames op LinkedIn, Reddit en radio. Op het punt van activeren zijn er positieve signalen: de intentie om informatie op te zoeken steeg onder zzp’ers van een kwart naar meer dan een derde. Ook de bekendheid met de campagnewebsite hetjuistecontract.nl nam toe onder zzp’ers. Het kennisniveau over de juiste contractvorm bleef echter nagenoeg stabiel bij beide groepen. De onderzoekers concluderen dat de campagne “slagkracht mist door de minder sterke communicatieve werking.” De zichtbaarheid was beperkt en nam verder af naarmate de campagne vorderde, mede door de gefaseerde afbouw van mediadruk. De herkenning van campagne-uitingen bleef bij zzp’ers structureel onder het benchmarkniveau van vergelijkbare overheidscampagnes. Ondernemers bereikt, zzp’ers niet overtuigd Ondernemers waardeerden de campagne met een 7,0 tot 7,1 — boven de benchmark van 6,5. Zij vonden de campagne relevant, informatief en geloofwaardig. Bij zzp’ers lag de waardering lager (6,5, in lijn met de benchmark), en daalden scores op aansprekendheid en opvallendheid in de nameting verder. De boodschapoverdracht scoorde bij zzp’ers significant onder de benchmark. Ondanks de matige communicatieve werking is er onder beide groepen draagvlak voor het thema: meer dan driekwart van de ondernemers en ruim zeven op de tien zzp’ers vindt het (heel) belangrijk dat de overheid campagne voert over de juiste contractvorm. Blinde vlek: grote opdrachtgevers Uit de analyse wordt duidelijk dat de communicatie zich richtte zich op zzp’ers in het algemeen én op ondernemers die “wel eens zzp’ers inschakelen of dat voornemens zijn te doen.” Dat terwijl een flink deel van de zzp’ers juist ingehuurd wordt door grotere bedrijven, de overheid en non-profitorganisaties. De al dan niet terechte angst vanwege het opheffen van het handhavingsmoratorium zal toch vooral bij dat soort organisatie gespeeld hebben en speelt er nog steeds. Die categorie opdrachtgevers is in de campagnestrategie grotendeels buiten beeld gebleven. Nieuwe campagne in de maak: ‘Zo kan zzp wél’ Minister Aartsen van Werk en Participatie kondigde begin april aan nog voor de zomer te starten met een nieuwe voorlichtingscampagne onder de noemer ‘Zo kan zzp wél’. De toonzetting verschuift daarmee nadrukkelijk: waar ‘ZZP Ja of Nee’ nog draaide om de vraag óf zzp mogelijk is, richt de nieuwe campagne zich op de situaties waarin het wél kan — en wat daarvoor nodig is. Aanleiding is onder meer de zorg dat opdrachtgevers soms bij voorbaat de deur sluiten voor zzp’ers, ook waar dat helemaal niet nodig is. Geplaatst in ZP en Ondernemen | 5s Reacties
De arbeidsmarkt is krap. Toch? Geplaatst 7 mei 2026 door Jan-Willem Weijers Herkenbaar? Een manager loopt rood aan tijdens het wekelijkse MT-overleg. “We kunnen die functie écht niet invullen,” verzucht zij, “de arbeidsmarkt is gewoon te krap.” Instemmend geknik rond de tafel. Probleem benoemd, vergadering door. Ondertussen, drie verdiepingen lager, zit Elisa. Zeven jaar in dienst, twee keer interne sollicitant geweest, twee keer vriendelijk afgewimpeld. Ze heeft inmiddels haar cv bijgewerkt. Niet voor een interne vacature, die zag ze niet eens voorbij komen. Maar voor de concurrent, die haar vorige week proactief benaderde via LinkedIn. Paradox Welkom in de paradox van modern Talent Management. Organisaties spenderen tonnen aan externe werving, employer branding en Externe Inhuur, terwijl de eigen mensen staan te trappelen om iets anders of meer te doen. De achterdeur staat wagenwijd open, maar de aandacht gaat volledig naar de voordeur. We meten de krapte op de externe arbeidsmarkt met benchmarks en rapporten, maar de interne arbeidsmarkt: wie wil groeien, wie dreigt weg te lopen, wie heeft onbenut potentieel blijft grotendeels terra incognita. Het probleem is niet data. We zwemmen erin. Het échte probleem is wélke data we serieus nemen. Externe cijfers over schaarse doelgroepen krijgen een prominente plek in het directierapport. Interne signalen, zoals verzuimpatronen, interne mobiliteit, exitgesprekken, medewerkerstevredenheid, belanden in een spreadsheet die niemand opent. En dan zijn er nog de silo’s. Recruitment praat niet met Learning & Development. HR en Inkoop: praten niet maar wijzen naar elkaar. L&D praat niet met de business. De business praat wel, maar voornamelijk over korte termijn bezetting. Zo ontstaat een organisatie die voortdurend extern zoekt naar wat intern wellicht al aanwezig is, of met wat begeleiding aanwezig kán zijn. Buzzword Total Talent Management of de hippe variant, Total Workforce Orchestration klinkt als een buzzword. En eerlijk gezegd: soms is het dat ook. Maar achter de jargon schuilt een ongemakkelijke vraag die iedere organisatie zichzelf zou moeten stellen: Weten wij eigenlijk wie we in huis hebben? Niet wie er op de loonlijst staat. Maar wie er écht zit. Wat mensen drijft, wat ze kunnen, waar ze naartoe willen. Los van in welke contractvorm ze werken. Bij RAI Amsterdam weten ze dat allemaal wel. Zowel van vast personeel als van flexkrachten, in alle vormen. Ze wonnen niet voor niets de Total Talent Award, samen met Shifter. Marathon Total Talent Management is geen sprint die je wint met een nieuw dashboard of een strategiesessie op de hei. Het is een marathon, waarbij je eerst moet accepteren dat je de afgelopen jaren vooral naar de verkeerde finish hebt gerend. Elisa is inmiddels weg, trouwens. Drie maanden later plaatste haar oude manager een vacature. Lees ook: Waarom Total Talent Management maar niet van de grond komt Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Total Talent Management (TTM) | Laat een reactie achter