"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Het zijn niet de uren die bepalen wat een zzp’er verdient

Een minimumuurtarief voor zzp’ers klinkt als een oplossing voor lage inkomsten, maar volgens Henk Hofstra van de Beroeps Organisatie Kunstenaars gaat het daarmee voorbij aan de kern. In de creatieve sector bepalen niet de gewerkte uren, maar vooral prestatie, ervaring en vraag wat een zelfstandige verdient.

Met soms grote belangstelling en soms grote verbazing lees ik de stukken van Wilmar Dik. Ik ben zeer onder de indruk van zijn goede bedoelingen. Iedereen die in de creatieve en culturele sector werkt, zou er goed van moeten kunnen bestaan. Volgens Wilmar is daarvoor nodig dat we met elkaar afspreken dat er een soort minimumuurtarief moet komen voor zzp’ers in de sector en misschien wel in alle sectoren.

Declarabele uren

Het aantal declarabele uren verschilt per beroep. Wie veel uren maakt, kan veel uminimumren declareren en kan een lager tarief hanteren dan een zzp’er die minder uren maakt en dus ook minder uren kan declareren. Volgens Wilmar. Die redenering klopt boekhoudkundig.

Echter, iemand die veel uren kan ‘maken’ omdat er veel vraag is naar zijn of haar werk, zal niet met de prijs zakken, maar de uren waar veel vraag naar is juist duurder maken. Omgekeerd werkt dat ook zo. Iemand die weinig vraag krijgt naar zijn of haar werk, zal snel geneigd zijn de prijs te verlagen en hopen dat daardoor meer vraag ontstaat.

Minimumtarieven

In Wilmars artikelen lees ik over eerlijke minimumtarieven voor zelfstandigen, met schijven per beroep. Ervaring heeft geleerd dat minimumtarieven die ergens worden vastgesteld al snel maximumtarieven worden. Vooral in de gesubsidieerde wereld van musea en kunstenaars worden minimumtarieven gebruikt als een soort wet. Het museum moet het minimumtarief betalen om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie. Meer betalen aan een kunstenaar mag wel, maar hoeft niet. Al snel wordt gezegd: ‘Dit staat ervoor, meer hoeven wij niet te betalen en voor jou tien anderen.’

Een tegemoetkoming van 13,63 euro per uur

Het Mondriaan Fonds heeft voor kunstenaars een regeling waarbij je een tegemoetkoming in tijdsinvestering kunt aanvragen. Het standaardbedrag hiervoor is vastgesteld op 2.180 euro per maand. Dat is dan voor fulltime, 40 uur per week. Dus een volledige werkweek. Vier weken per maand.

Als je dat gaat omrekenen naar uren, kom je op een tarief van 13,63 euro per uur. Bij navraag bij het Mondriaan Fonds werd mij verteld dat ik het anders moest zien. Het is geen loon, want het Mondriaan Fonds is geen werkgever, maar een tegemoetkoming. Of het nou een tegemoetkoming is, een schenking of loon, of hoe je het ook wilt noemen: als ik moet werken voor deze vergoeding, wordt mijn maand langer dan mijn geld.

Het zijn niet de uren

Het zijn niet de uren die bepalen wat je, vooral in de creatieve en culturele sector, per maand aan geld binnen kunt halen. Het is je prestatie die het bepaalt, samen met de vraag die er is naar jouw werk. Je kunt heel veel uren steken in iets waar niemand een cent voor over heeft, en je kunt in een half uur verdienen waar iemand anders een week over doet. Ik denk dat dit ook zal gelden in veel andere sectoren en niet alleen in de creatieve en culturele sector.

Picasso tekende in enkele minuten een prachtige, eenvoudige vredesduif. In 1949 werd de afbeelding als symbool van de vredesbeweging gebruikt op het Wereldvredescongres in Parijs. Sommige kunstenaars zitten weken en soms maanden te zwoegen op een kunstwerk waar niemand iets in ziet, althans nu nog niet, en waar niemand iets voor over heeft.

Omhels onzekerheid

Als je zekerheid en een vast maandelijks inkomen wilt, moet je niet gaan ondernemen. Dan moet je niet als zzp’er aan het werk gaan. Je moet geloven in je eigen kracht, kennis en kunde. Je moet bereid zijn om slechte tijden te accepteren en zo verstandig zijn om goede tijden goed te besteden.

In de creatieve en culturele sector, maar het zal in andere sectoren niet veel anders zijn, moet je niet alleen goed werk maken, maar ook werken aan je bekendheid. Je moet overal en nergens aanwezig zijn. Zorgen dat je zoveel mogelijk op het juiste moment op de juiste plek bent. En vooral geloven in jezelf en doorzetten. Volhouden en nooit opgeven. Omhels ook de onzekerheid. Pas dan geniet je extra van de successen die zeker gaan komen.

Stuksprijs, geen uren

Als ik een auto koop, een nieuwe spijkerbroek of een kunstwerk, of eigenlijk bij alles wat ik koop, kijk ik naar de prijs. Ik vraag mij nooit af hoeveel uren de producent in het product heeft gestoken. Ook niet bij het laten maken van foto’s van mijn kunst. Ik vraag gewoon wat het kost.

De uurprijs maakt mij niet uit. Ik wil iets hebben of laten maken, ik vraag de prijs en dan beslis ik. Hetzelfde gebeurt als ik mijn kunst verkoop. Er hangt een prijskaartje aan met wat ik ervoor wil hebben, geen urenregistratie. Er wordt mij weleens gevraagd: ‘Hoe lang doet u daar nou over?’ Mijn antwoord is dan: ‘Ongeveer vijftig jaar.’

Daar ligt de kern van de zaak. Ik kan door mijn ervaring wellicht iets sneller maken dan iemand met minder ervaring. Mijn uren worden misschien wel effectiever besteed dan de uren van iemand met minder ervaring. Iets terugrekenen naar die uren ga ik niet doen. Ik kijk aan het eind van de maand of er nog dagen over zijn of dat er misschien wat geld over is.

Zelfstandigheid in de knel?

In Den Haag zijn ze bezig om een zelfstandigenwet in elkaar te sleutelen. Raar idee. Is er al een werkgeverswet? Of een werknemerswet?

Ik snap dat er tussen werkgevers en werknemers afspraken worden gemaakt en dat je je als werkgever, maar ook als werknemer, moet houden aan bepaalde regels en wetten. Dat moet je ook als zzp’er. Maar mag je straks nog wel zelf beslissen of je als zelfstandige wilt werken? Komt er straks een commissie of dienst die gaat beslissen of je wel zzp’er mag worden? En wat doe je met de mensen die zijn opgeleid tot zelfstandige en nergens in loondienst kunnen?

Ik ben benieuwd of overal aan gedacht wordt. Blijft het zogenaamde rechtsvermoeden van het uurtarief? Moet ik voor meerdere opdrachtgevers werken? Mag ik wel werken als zelfstandige zonder opdrachtgevers? Ik ben benieuwd wat ze voor ons in petto hebben.

Blij met het kunstenaarschap 

Velen zijn ermee bezig en het houdt velen van de straat, al dat gedoe over tarieven, prijzen en uren. Veelal met de beste bedoelingen. En er is inderdaad veel armoede en uitbuiting in de creatieve en culturele sector. Sommigen worden meteen na hun opleiding al ‘ontdekt’. De meesten worden pas na twintig jaar of langer zwoegen ontdekt en anderen krijgen pas lang na hun dood de waardering die ze nu al zouden moeten krijgen.

Ook ik zou graag zien dat het anders gaat en dat iedere zzp’er, in welke sector dan ook, een goed bestaan kan opbouwen. Vanuit BOK, de Beroeps Organisatie Kunstenaars, doen we er alles aan om al die kunstenaars te ondersteunen en te helpen met alle uitdagingen die ze tegenkomen.

Toch ben ik, ondanks alles wat ons als kunstenaars tegenzit en tegenwerkt, blij. Blij omdat wij iets kunnen wat de meeste mensen niet kunnen. Vroeg of laat zal de waardering er komen. Niet de waardering voor onze uren, maar voor wat we de beschaving hebben meegegeven. Niet omdat we voor opdrachtgevers hebben gewerkt, maar voor wat we gemaakt hebben. Uit vrije wil en in volledige vrijheid en zelfstandigheid.

Over de auteur

Henk Hofstra is voorzitter van de Stichting BOK (Beroeps Organisatie Kunstenaars).

ZiPconomy geeft ruimte aan auteurs die eenmalig een artikel willen plaatsen op ZiPconomy. Naam en functie van deze gastbloggers worden onder het artikel vermeld. Bekijk alle berichten van Gastblogger

3 reacties op dit bericht

  1. Ik heb deze column voor de zekerheid 2 keer gelezen.
    Dit is een verhaal zonder roze bril. Maar wel een zeldzaam verhaal.
    Zoiets horen en lezen we te weinig. Hier wordt precies omschreven waar het om gaat.
    Hier kunnen ze in Den Haag nog iets van leren.
    Dit is echt een goede column.

  2. Bedankt Henk voor je uitgebreide aandacht voor mijn pleidooi voor een ondergrens en echte bescherming aan de onderkant. Ik blijf mijn best doen zolang die bescherming nog niet goed geregeld is

    Je schrijft: “Ik ben zeer onder de indruk van zijn goede bedoelingen. Iedereen die in de creatieve en culturele sector werkt, zou er goed van moeten kunnen bestaan. Volgens Wilmar is daarvoor nodig dat we met elkaar afspreken dat er een soort minimumuurtarief moet komen voor zzp’ers in de sector en misschien wel in alle sectoren.”

    Voor de duidelijkheid: ik pleit niet voor een goed bestaan voor iedereen in de creatieve en culturele sector. Ik gun het iedereen, maar een ondergrens zorgt daar niet automatisch voor. Om goed te kunnen leven van zelfstandig ondernemerschap moet je goed ondernemen: klanten vinden, kwaliteit leveren, investeren, risico nemen en onderhandelen.

    Ik pleit wel voor bescherming van de onderkant. Werken moet kunnen lonen, ongeacht sector of contractvorm. Een sectorale ondergrens kan voorkomen dat professioneel werk structureel wordt ingekocht onder een economisch houdbare bodem. Net zoals het minimumloon niet bepaalt wat de meeste werknemers verdienen, hoeft zo’n ondergrens ook niet bepalend te zijn voor wat de meeste zelfstandigen verdienen. Er kunnen sectoren zijn waar een ondergrens de standaard wordt. Maar dat kunnen juist sectoren zijn waar zelfstandigen vóór invoering van zo’n bodem nog veel lagere vergoedingen konden krijgen.

    Dat er aan de onderkant sprake is van economische kwetsbaarheid, blijkt ook uit cijfers. Volgens het CBS leven zzp’ers ruim 2,5 keer zo vaak in armoede als werknemers. Bij platformwerk verdient volgens de Raad van de EU ongeveer 55% minder dan het netto minimumuurloon in het land waar zij werken.

    Dat de waarde van een kunstwerk niet of maar deels wordt bepaald door het aantal uren dat eraan is gewerkt, begrijp ik. Een kunstwerk is een product waarvan de marktwaarde op een heel andere manier kan ontstaan.

    Veel zzp’ers leveren professionele diensten. Tijd is daarbij een belangrijk onderdeel van de kostprijs, ook als wordt afgerekend per project, product of gecreëerde waarde. Een vaste prijs kan omgerekend naar alle benodigde uren alsnog neerkomen op een zeer lage uurvergoeding.

    Daarom blijft tijd relevant bij het bepalen van een economische ondergrens. Ook het wettelijke rechtsvermoeden gebruikt vanaf eind 2026 een uurtariefgrens, maar een echte zelfstandige heeft daar weinig aan omdat die geen werknemersrechten kan opeisen.

    Bij de berekening van de landelijke uurtariefgrens van het rechtsvermoeden wordt voor alle sectoren met dezelfde aanname gewerkt, gebaseerd op cijfers uit 2012: gemiddeld zou 2/3 van de gewerkte uren declarabel zijn en 1/3 niet. Maar juist dat verschilt sterk per sector en beroep. In de ene sector kan een zelfstandige gemiddeld veel meer uren factureren dan in de andere, terwijl beiden fulltime werken en hard ondernemen.

    Voor het rechtsvermoeden kan één landelijke aanname praktisch zijn, maar als basis voor een economische ondergrens voor alle zelfstandigen is die veel te grof.

    Daarom zet ik mij in voor een economische ondergrens die ook echte zelfstandigen beschermt en rekening houdt met realistische declarabele uren per sector of beroep. Wat werk waard is, wat de markt ervoor betaalt en wat nodig is om het duurzaam te kunnen leveren, zijn niet hetzelfde.

    Gemiddelde declarabele uren gebruik ik niet om de waarde van werk te bepalen, maar om te berekenen waar de economische bodem ligt. Als in een sector gemiddeld minder uren factureerbaar zijn, moet het tarief per declarabel uur voldoende ruimte bieden voor niet-declarabele tijd en normale ondernemerskosten. Dat hoort gewoon bij een goede kostprijsberekening.

    Als tarieven in een sector of beroep structureel zo laag zijn dat zelfstandigen ondanks hard werken onvoldoende ruimte hebben voor inkomen, pensioen, arbeidsongeschiktheid, ziekte en periodes zonder opdrachten, raakt dat direct hun bestaanszekerheid. Als zelfs een goed georganiseerde zelfstandige bij een realistisch aantal declarabele uren onvoldoende ruimte heeft voor die voorzieningen, kun je dat niet meer alleen verklaren vanuit individueel ondernemerschap. Dan speelt ook mee hoe die markt is ingericht. Juist dan kan een goed berekende ondergrens nodig zijn: tot hier en niet lager.

    Zo’n ondergrens kan de onderkant beter beschermen tegen de gevolgen van ongelijke marktmacht en een race naar beneden. Die bescherming is wenselijk en komt, ondanks alle rapporten en adviezen van de afgelopen jaren, maar moeilijk van de grond.

    Henk, bedankt voor het aanzwengelen van de discussie. Volgens mij willen we allebei voorkomen dat professioneel werk door zzp’ers structureel te laag wordt beloond.

    Voor wie mijn eerdere artikelen en onderbouwing over dit onderwerp wil nalezen, die zijn hier te vinden: https://www.zipconomy.nl/author/wilmar-dik/

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×