SLUIT MENU

Kamer stemt in met Wet meer zekerheid flexwerkers — met stopknop voor de minister

Het wetsvoorstel – onderdeel van breed pakket arbeidsmarkthervormingswetten – gaat op 1 januari 2028 in. Minister Vijlbrief blij met brede steun in de Kamer.

De Tweede Kamer heeft met grote meerderheid vóór de Wet meer zekerheid flexwerkers gestemd. Met het wetsvoorstel, onderdeel van een breder pakket aan arbeidsmarkthervormingen, worden zowel de mogelijkheden van interne flex als externe flex beperkt, door bijvoorbeeld het afschaffen van de nulurencontracten als de beperking van de uitzendduur.

Ook wordt wettelijk vastgelegd dat extern personeel dat ‘ter beschikking wordt gesteld’ – zoals uitzendkrachten en gedetacheerden – gelijkwaardig beloond moeten worden. Dat is overigens in de lopende cao uitzendkrachten en cao gedetacheerden al geregeld.

Stopknop gelijkwaardige beloning

Wel krijgt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een soort stopknop waarmee de mogelijkheid om via een cao af te wijken van het principe van gelijke beloning wordt beperkt.

Via een algemene maatregel van bestuur (amvb) kan de minister van SZW specifieke arbeidsvoorwaarden aanwijzen waarvan in geen geval mag worden afgeweken. Denk aan loon, toeslagen, verlofregelingen en scholing.

Afwijking via compenserende arbeidsvoorwaarden – zoals nu afgesproken in de lopende cao’s – is dan niet langer mogelijk voor die aangewezen onderdelen.

Zo moet de minister de mogelijkheid krijgen in te grijpen als wordt ‘gesjoemeld’, zoals Mariette Patijn (Pro) dat noemde bij het indienen van haar amendement hierover. Ze is – met de vakbonden FNV en CNV – bang dat bij het samenstellen van beloningspakketten bijvoorbeeld bonussen worden ingeruild voor opleidingschecks die uitzendkrachten vervolgens niet kunnen of gaan inwisselen.

Het wetsvoorstel verplicht de overheid om te monitoren of er daadwerkelijk onheus omgegaan wordt met de term ‘gelijkwaardige’ beloning.

De VvDN, ABU en NBBU gaven eerder aan niet blij te zijn met deze aanpassing van de wet. Ze stellen dat het voorbarig is en ingrijpt op afspraken tussen sociale partners.

Breder pakket arbeidsmarkthervormingen

De Wet meer zekerheid flexwerkers maakt deel uit van een breder pakket wetgeving voor hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt. Voorstellen daartoe zijn afkomstig uit de SER en zijn gebaseerd op het rapport van de commissie Borstlap uit 2020.

Zo werd onlangs de Wet rechtsvermoeden bij laag tarief goedgekeurd, en komt er nog wetgeving aan over de verplichte arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen en een wet crisisregeling personeelsbehoud. Ook werkt het kabinet aan de Zelfstandigenwet.

Daarnaast gaat de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) op 1 januari 2027 van kracht, waarmee er onder andere een toelatingsstelsel komt dat malafide uitzendbureaus en detacheerders moet aanpakken.

 

Minister Vijlbrief blij met brede steun

Minister Vijlbrief is blij dat de Tweede Kamer instemt met de wet: “Met dit wetsvoorstel krijgen mensen meer zekerheid over hoeveel uren ze werken en hoe hoog hun inkomen is. Als je dat weet kan je plannen maken voor de toekomst. En die zekerheid biedt ook ruimte voor scholing en ontwikkeling, wat goed is voor de werknemer en de werkgever. Dit wetsvoorstel heeft de steun van zowel de vakbonden als de werkgevers, en ik ben heel blij dat nu ook een grote meerderheid in de Kamer het steunt. Ik ga de Eerste Kamer vragen dit wetsvoorstel snel op de agenda te zetten, zodat we snel aan de slag kunnen.”

Ingangsdatum deels 2027

Gelijke arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten (eerste tranche) van het wetsvoorstel gaat in op 1 januari 2027. De rest van de wijzigingen (bandbreedtecontract, ketenregeling, uitzendfasen) gaat in op 1 januari 2028.

Mits de Eerste Kamer binnenkort ook instemt met het wetsvoorstel.

Hoofdpunten Wet meer zekerheid flexwerkers

De Wet meer zekerheid flexwerkers samengevat in vier kernpunten

1. Nulurencontract afgeschaft

Nulurencontracten of oproepcontracten worden vervangen door bandbreedtecontracten: werkgever en werknemer spreken een minimumaantal uren af waarvoor de werknemer standaard wordt ingeroosterd én betaald. Het maximum mag niet meer dan 130% boven het minimum liggen. Buiten de afgesproken uren bestaat geen verplichting om te komen werken.

Voor studenten, scholieren en AOW-gerechtigden blijft het wel mogelijk om met nulurencontracten te werken.

2. Beperking draaideurcontracten

Na drie tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever geldt een verplichte tussenpoos voordat opnieuw een tijdelijk contract mag worden aangeboden. Het wetsvoorstel stelde deze op 5 jaar (60 maanden), maar via een aangenomen amendement is dit verkort naar 36 maanden. Dit geldt ook voor uitzendovereenkomsten. De cao-afwijkingsmogelijkheid voor opvolgend werkgeverschap vervalt.

Ook hier geldt een uitzondering voor studenten; ook voor seizoensarbeid blijft inkorten tot een tussenperiode van 3 maanden mogelijk.

3. Kortere uitzendfasen

Fase A wordt wettelijk teruggebracht van 78 naar 52 weken. Fase B gaat van 6 contracten in 4 jaar naar 6 contracten in 2 jaar. Cao-afwijkingen op deze termijnen zijn niet langer toegestaan. Na in totaal 3 jaar heeft de uitzendkracht recht op een contract voor onbepaalde tijd.

Deze aanpassing is al opgenomen in de lopende cao uitzenden, die vanaf 1 januari van kracht is.

4. Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden

Uitzendkrachten, gedetacheerden en ander personeel dat ‘ter beschikking wordt gesteld’ krijgen recht op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers bij de inlener. Dit geldt, voor alle duidelijkheid, niet voor zzp’ers.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×