Ter Beschikkingstelling van Arbeid, Aannemen van Werk, en Overeenkomst van Opdracht: wat zijn de verschillen? Geplaatst 11 juli 2024 door Maarten de Jong We duiken in de definities, verplichtingen, en praktijkvoorbeelden om helderheid te bieden. Ter Beschikkingstelling van Arbeid (TBA) Ter Beschikkingstelling van Arbeid houdt in dat een bedrijf (de uitlener) personeel uitleent aan een ander bedrijf (de inlener). Volgens de Waadi gedefinieerd als: het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander voor het onder diens toezicht en leiding, anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst, verrichten van arbeid; De ingehuurde arbeidskracht verricht werkzaamheden onder leiding en toezicht van de inlener. De werknemer blijft in dienst van de uitlener, maar werkt feitelijk bij de inlener. De inlener is ook verantwoordelijk voor de (veilige) werkplek, de materialen, de aansturing van de medewerker en de kwaliteit van uitvoering van het werk. Er kan door de inlener geen beroep worden gedaan op kwaliteit, kwantiteit of wijze van uitvoering van het door de ingeleende medewerker uitgevoerde werk. Voorbeeld van TBA Een logistiek bedrijf huurt extra magazijnmedewerkers van een uitzendbureau tijdens de drukke feestdagen. Deze medewerkers werken onder leiding van het logistiek bedrijf en gebruiken hun materialen en machines. Zij worden op een soortgelijke manier aangestuurd als het eigen personeel van de inlener. Andere termen voor TBA: uitzenden, uitlenen, detacheren, ter beschikking stellen van personeel, doorlenen van personeel, inhuur van personeel, payrolling. Ook een consultant, manager en/of directeur kan ter beschikking gesteld worden onder leiding en toezicht van een opdrachtgever, de feitelijke omstandigheden bepalen of dit het geval is. Wat is de WAADI? De Waadi (Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Intermediairs) regelt de voorwaarden voor TBA. Deze wet verplicht uitleners om geregistreerd te zijn in het Handelsregister. Inleners moeten controleren of hun uitleners geregistreerd zijn. Bij TBA geldt dat conform de WAADI vanaf de eerste van ter beschikking stelling van personeel door de uitlener de arbeidsvoorwaarden van de inlener toegepast moeten worden. Dit betekent dat de inlener de uitlener (schriftelijk) moet informeren over deze arbeidsvoorwaarden, de inschaling van de functie in de CAO van de inlener en daarmee de juiste functie, schaal en trede en het uurloon kenbaar maken. De uitlener dient deze en alle andere relevante arbeidsvoorwaarden vanaf dag 1 toe te passen. Dit is een beknopte weergave. De WAADI kent veel meer verplichtingen welke door de uitlener in geval van TBA toegepast moeten worden. Bij TBA zijn er enkele belangrijke verplichtingen voor de uitlener (beknopte opsomming): De uitlener moet in het Handelsregister staan; De uitlener moet de WAADI toepassen (arbeidsvoorwaarden en omstandigheden gelijk houden aan die van eigen personeel); Toepassing van de cao Uitzendkrachten: indien de uitlener onder de cao Uitzendkrachten valt (ABU – NBBU of algemeen verbindend verklaring) dan hebben de uitzendkrachten recht op de inlenersbeloning van de inlener/opdrachtgever. Dit is een vaste set aan arbeidsvoorwaarden die geldt voor de eigen werknemers van de inlener maar dan minder uitgebreid als bij de WAADI. Ook hier geldt dat de uitlener wettelijk verplicht is om deze voorwaarden kenbaar te maken. En de uitlener is verplicht om deze toe te passen; De werkgever verstrekt aan de uitgeleende werknemer informatie over de verlangde beroepskwalificatie en de beschrijving, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, (kort samengevat de risico-inventarisatie en veiligheidsvoorschriften op de arbeidsplaats bij de inlener) voordat de terbeschikkingstelling start Aannemen van Werk (AVW) Wat is AVW? Bij Aannemen van Werk wordt een specifieke taak of project aangenomen door een aannemer of onderaannemer, die de uitvoering en het resultaat garandeert. De aannemer heeft volledige controle over hoe het werk wordt uitgevoerd en levert het eindproduct af. Vaak wordt een vaste prijs afgesproken. De beschrijving van het uit te voeren werk wordt vastgelegd en is ingekaderd. Totdat dit werk is opgeleverd is de aannemer verantwoordelijk voor kwaliteit, snelheid, kosten en opleveringscriteria. Schade, aansprakelijkheid of tekortkomingen valt in de regel voor rekening van de aannemer. Voorbeeld van AVW Een bedrijf wil dat alle muren van een nieuw kantoorgebouw glad laten stukadoren en schakelt een bouwbedrijf in. Het bouwbedrijf neemt de volledige verantwoordelijkheid voor de uitvoering, van materiaalkeuze tot eindoplevering, en stuurt zijn eigen personeel aan. Er wordt per m2 afgerekend nadat een opleveringscontrole en herstel van fouten heeft plaatsgevonden. Verschillen tussen TBA en AVW Gezag en Toezicht: Bij TBA werkt de werknemer onder leiding en toezicht van de inlener, terwijl de aannemer bij AVW volledige autonomie heeft over de uitvoering van het werk. De aannemer bepaalt ook welke medewerker het werk uitvoert, wanneer ingeroosterd wordt. Verantwoordelijkheid: bij TBA is de inlener verantwoordelijk voor de kwaliteit van het opgeleverde werk bij AWV is de (onder)aannemer hiervoor verantwoordelijk en deze dient bij klachten over de kwaliteit deze ook op eigen kosten te herstellen. Beloning: Bij TBA wordt de ingeleende medewerker op basis van de arbeidsvoorwaarden van de inlener door de uitlener beloond, terwijl bij AVW de aannemer verantwoordelijk is voor het juist toepassen van de eigen arbeidsvoorwaarden waaronder alle medewerkers van de aannemer vallen (CAO of bedrijfseigen regeling). De arbeidsvoorwaarden van de opdrachtgever hebben hier geen invloed op. Overeenkomst van Opdracht (OVO) Een Overeenkomst van Opdracht wordt vaak gesloten met ZZP’ers (zelfstandigen zonder personeel) die specifieke diensten leveren aan een opdrachtgever zonder onder het gezag van de opdrachtgever te staan. Net als bij AVW is de opdracht goed beschreven, ingekaderd, kent kwaliteitseisen, opleveringseisen en de ZZP’er dient bij klachten over de kwaliteit deze ook op eigen kosten te herstellen. De ZZP’er bepaalt werktijden, wijze van uitvoering en gekozen materialen. Er wordt conform de Wet DBA gewerkt met goedgekeurde modelovereenkomsten. De ZZP’er factureert de opdrachtgever op basis van de OVO en is zelf verantwoordelijk voor administratie en belastingen, verzekeringen, materialen en het op peil houden van kennis. Voorbeeld van OVO Een marketingbedrijf huurt een freelance grafisch ontwerper in voor een campagne. De ontwerper werkt zelfstandig vanuit zijn eigen studio, bepaalt zijn eigen uren, en levert het werk volgens de afgesproken deadline en kwaliteitseisen. De overeengekomen prijs wordt gefactureerd. Schijnzelfstandigheid en Wet DBA De Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) is in het leven geroepen om schijnzelfstandigheid te bestrijden. Schijnzelfstandigheid ontstaat wanneer een ZZP’er feitelijk als werknemer functioneert. Belangrijke indicatoren zijn: Aanwezigheid van een gezagsverhouding tussen ZZP’er en de opdrachtgever; Integratie in de organisatie van de opdrachtgever (gelijk werk uitvoeren als medewerkers); Ontbreken van ondernemersrisico. Verschillen tussen TBA en OVO Arbeidsrelatie: TBA impliceert een werkgever-werknemer relatie onder toezicht van de opdrachtgever, terwijl een ZZP’er (OVO) zelfstandig werkt zonder directe aansturing. Risico’s en Verplichtingen: Bij TBA liggen risico’s en verplichtingen bij de inlener, terwijl een ZZP’er (OVO) zelf verantwoordelijk is voor zijn bedrijfsvoering en belastingafdracht. Bij de beoordeling van de arbeidsrelatie kijkt men naar: De feitelijke omstandigheden op de werkvloer. Dus niet de papieren werkelijkheid. Gezagsverhouding: Wordt er direct toezicht gehouden en leiding gegeven aan de werknemer? Integratie in de organisatie: Is de werker geïntegreerd in de bedrijfsvoering van de opdrachtgever en/of worden de werkzaamheden die deze uitvoert ook standaard in de organisatie uitgevoerd. Verantwoordelijkheden: Wie draagt de verantwoordelijkheid voor arbeidsvoorwaarden, veiligheid, en het resultaat van het werk? Valkuilen Onjuiste Classificatie: Het verkeerd indelen van arbeidsrelaties kan leiden tot naheffingen, boetes, en juridische geschillen. Schijnzelfstandigheid: Werknemers onterecht als ZZP’ers behandelen kan fiscale consequenties hebben en juridische complicaties veroorzaken. De gedachte dat ‘een hoge en complexe functie’ niet onder TBA valt is onjuist. Lees ook: Ontwikkelingen rond aanpak schijnzelfstandigheid gaan hard Conclusie Het is essentieel voor bedrijven om de verschillen tussen TBA, AVW, en OVO goed te begrijpen om compliant te blijven met wet- en regelgeving. Een verkeerde classificatie kan tot 5 jaar terug aanzienlijke risico’s met zich meebrengen, zowel financieel als juridisch. Het naleven van de Waadi, de cao uitzendkrachten, en de Wet DBA is cruciaal voor het vermijden van valkuilen en het waarborgen dat men werkt volgens wet- en regelgeving. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags schijnzelfstandigheid, TBA, Waadi, wet dba | 2s Reacties
Rechtbank: Temper is geen uitzendbureau Geplaatst 10 juli 2024 door Annet Maseland Temper is sinds 2020 verwikkeld in een rechtszaak aangespannen door vakbonden CNV en FNV. Temper is een online platform voor werk, waar werkers en opdrachtgevers overeenkomsten kunnen sluiten over uit te voeren werkzaamheden. Op het platform gebeurt dit automatisch op basis van een model-opdrachtovereenkomst. Volgens FNV en CNV is dat een constructie van schijnzelfstandigheid en zijn de werkers in werkelijkheid geen zelfstandigen maar uitzendkrachten van Temper. Naar hun mening moet het uitzendbureau de uitzend-cao hanteren. Bovendien moet, met terugwerkende kracht, de onterechte vergoeding voor bemiddeling die door de medewerkers van Temper afgedragen is, terugbetaald worden. Conclusie De rechtbank Amsterdam kwam woensdag tot de conclusie dat er geen sprake is van een uitzendovereenkomst, met name omdat er geen sprake is van formeel werkgeversgezag van Temper. Daarbij speelt een rol dat Temper geen loon betaalt aan de werkers (dat doen de opdrachtgevers) en er is nauwelijks sprake van een verplichting voor de werkers om de werkzaamheden persoonlijk te verrichten. Over de secundaire eis van de bonden dat werkers in dienst zijn van de opdrachtgever kon de rechter geen uitspraak doen, omdat de groep van opdrachtgevers te uiteenlopend is en bovendien niet bij deze rechtszaak betrokken waren. Maarten Zoomers, ceo Temper Maarten Zoomers, ceo van Temper, is verheugd over de uitspraak. ‘Mooi om te zien dat de rechtbank duidelijk aangeeft dat ons model bestaansrecht heeft.’ Volgens Zoomers laat het vonnis zien dat de manier waarop Temper werkt onverenigbaar is met een dienstbetrekking. ‘Er is geen formeel werkgeversgezag. Werkers kunnen zich vrij laten vervangen. Dat is bij ons niet alleen een theoretische mogelijkheid, maar het kan en gebeurt ook echt. Werkers bepalen zelf waar en wanneer ze werken. Ook dat past niet binnen een dienstbetrekking.’ De vakbonden noemen het in een verklaring een ‘onbegrijpelijke uitspraak, die in strijd is met andere jurisprudentie van de afgelopen jaren in andere platformzaken. ‘Receptionisten, obers, logistiek medewerkers, winkelbedienden zijn geen zelfstandigen maar werknemers.’ Ze gaan in hoger beroep tegen de uitspraak. Wie praat namens de platformwerkers? In eerder uitgesproken tussenvonnis kreeg Temper ook het gelijk aan zijn zijde. Daarin stond de vraag centraal of de bonden de Temper-werkers in collectieve actie mochten vertegenwoordigen. De werkers die niét door de bond vertegenwoordigd willen worden, konden dat via een ‘opt-out’ laten weten. Ongeveer een kwart van de werkers tekende zo’n opt-out, waarna de rechter een streep zette door de eisen die betrekking hadden op individuele gevallen. Alleen het tweede deel van de rechtszaak – de principiële beoordeling van de overeenkomst – kon toen nog doorgaan. De Stichting Vrij Platform probeerde zich vervolgens te voegen aan de zijde van Temper als belangenbehartiger van de platformwerkers. De stichting is in 2021 opgericht door enkele Temper-werkers, waarna ook platformwerkers van Young Ones zich aansloten. De rechter vond de stichting te zeer verstrengeld met Temper om onafhankelijk te kunnen zijn. Wel mochten de bestuurders van de stichting zich in de procedure voegen als belanghebbende, zodat ze hun stem konden laten horen in de procedure. Enzo Salatiello, bestuurslid van Stichting Vrij Platform is enorm opgelucht over de uitspraak, laat hij weten in een reactie. ‘We voelen ons gesterkt en gezien in onze positie als belangenbehartiger van platformwerkers die er weloverwogen en bewust voor kiezen om op deze wijze hun werkzame leven in te richten.’ Deliveroo, Helpling Het is niet voor het eerst dat de bonden een rechtszaak aanspannen tegen bedrijven uit de platformeconomie. Bij platform Helpling – dat inmiddels failliet is – stapten vakbond FNV en een van de zelfstandige schoonmakers naar de rechter om een arbeidsovereenkomst af te dwingen. Schoonmakers die via platform bij particulieren werkten, hebben een arbeidsovereenkomst met het platformbedrijf, oordeelde advocaat-generaal De Bock deze maand in haar advies aan de Hoge Raad. In de rechtszaak rond de maaltijdbezorgers van Deliveroo oordeelde de Hoge Raad dat deze werknemers van de bezorgdienst waren. Deliveroo heeft altijd volgehouden dat het om zzp’ers gaat. Volgens de rechter is deze zaak anders dan Deliveroo, omdat in die zaak de relatie tussen twee partijen (de bezorgers en Deliveroo) werden beoordeeld. Zoomers noemt daarbij de modus operandi ook wezenlijk anders. ‘Deliveroo had meer invloed op de werkers. En de werkers waren daar niet vanaf het begin zelfstandig. Ze hebben vanuit het werknemerschap de overstap gemaakt. Helpling is weer een heel ander model. De schoonmakers werkten daar nooit als zelfstandige, maar vanuit ‘dienstverlening aan huis’. Ook de Arbeidsinspectie oordeelde eerder anders dan de rechtbank. Van Temper – en recent van Young Ones – vond de inspectie dat het een uitzendbureau betrof. Volgens Zoomers van Temper gaat het om twee onvergelijkbare grootheden. ‘De meervoudige kamer van de Rechtbank heeft vier jaar lang onderzoek bij ons gedaan naar alle feiten en omstandigheden, met het Deliveroo-arrest in de hand. De Arbeidsinspectie is een handhavend orgaan, het zal net als de Belastingdienst, zich moeten voegen naar de jurisprudentie.’ Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags CNV, deliveroo, FNV, platform, schijnzelfstandigheid, Temper | 2s Reacties
Violet Wolbers (Randstad Sourceright): ‘MSP kan veel leren van RPO’ Geplaatst 10 juli 2024 door Arthur Lubbers Randstad Sourceright is de grootste Managed Service Provider van Nederland. Maar liever wijst Violet Wolbers (Randstad Sourceright) op de bredere positionering. ”Wij zijn met alle kennis, data en expertise die we in huis hebben meer een (total) talent partner.” Violet Wolbers is als client services director Nederland bij Randstad Sourceright verantwoordelijk voor de MSP-activiteiten in ons land. Zij kan bogen op een rijke carrière van 28 jaar bij Randstad waarin zij de wereld van werk heeft zien veranderen. Dat geldt zeker voor de opkomst en ontwikkeling van de Managed Service Provider, die volgens haar een ‘gigantische evolutie’ heeft doorgemaakt.. “Nederland is een volwassen MSP-markt geworden, waar het inmiddels wemelt van de grotere en kleinere aanbieders. Maar er zijn niet zo veel partijen heel sterk in recruitment process outsourcing (RPO) én MSP. Daarin zijn wij marktleider. Maar dat wil niet zeggen dat we op eenzame hoogte staan. We moeten hard werken om een paar stappen voorop te blijven lopen, want er wordt van Randstad ook veel verwacht.” Ja, we zijn marktleider, maar dat wil niet zeggen dat we op eenzame hoogte staan. We moeten hard werken om in de veranderende wereld van werk een paar stappen voorop te blijven lopen. Talent advisors Die combinatie van RPO en MSP is relevant, want ook de marktvraag is volgens Wolbers verschoven. “Voorheen ging het om compliance (voldoen aan wet- en regelgeving), transparantie en kostenbeheersing (-besparing). Dat zijn nu hygiënefactoren. Wat daar vooral is bijgekomen is het vinden en binden van de juiste talenten. Klanten willen advies en ondersteuning bij de uitvoering. Dat vraagt van MSP’s dat zij inzicht (data) en technologie bieden om goede talent marketing te voeren.” Op die bredere vraag denkt Randstad Sourceright bij uitstek goed te kunnen inspelen. “Randstad is een wereldwijde aanbieder van recruitment process outsourcing (RPO), re- en upskilling (via Randstad RiseSmart), Statement of Work (SoW), MSP .. we hebben alles in huis om in alle stadia -van acquisitie tot beheer en door- en uitstroom – kandidaten te vinden en te binden. Want als MSP ben je geen leverancier. Je voert gesprekken met HR en procurement over onderwerpen waar hij of zij wakker van ligt. Onze MSP-consultants noemen we tegenwoordig niet voor niets talent advisors.” Wolbers ziet de strikte scheiding in vast (RPO) en flex (MSP) vervagen. De MSP leert van de RPO-wereld. “Bij recruitment voor vast personeel uit naam van de klant is het al langer heel gebruikelijk om met talent marketing, employer branding en de candidate journey bezig te zijn. Bij MSP’s was dat niet of nauwelijks aan de orde, maar nu wel.” Zo maakt Randstad Sourceright gebruik van de kennis en ervaring binnen RPO om ook bijvoorbeeld direct sourcing – het opbouwen van talentpools uit naam van de kant – te verzorgen, net als het inrichten van de beste candidate journey. Dat je niet vendor neutral bent wil niet zeggen dat je niet aan neutrale selectie doet. Neutrale selectie Die ontwikkeling komt volgens haar mede doordat de markt anders tegen MSP-dienstverlening aankijkt. “Vroeger diende een MSP vooral vendor neutral te zijn, maar die tijd is wel voorbij.” Randstad Sourceright is niet altijd vendor neutral omdat zij ook zelf – gebruikmakend van de brand van de klant – een talentpool kan opbouwen. Daarnaast kan Randstad ook kandidaten uit het eigen Randstad-concern leveren. Via welke leverancier een kandidaat komt is niet meer zo relevant volgens Wolbers. “Het gaat uiteindelijk om de beste kandidaat tegen de juiste kosten. En dat de hiring manager betrekt bij de eindselectie. Want dat je niet vendor neutral bent wil niet zeggen dat je niet aan neutrale selectie doet.” Sterker nog, Wolbers ziet het als een voordeel. Het geeft een voorsprong als je een talentpool opbouwt voor en uit naam van de klant dat je daarvoor ook kandidaten uit de eigen organisatie kunt ontsluiten.” Geen silo’s, maar seamless Ook de Randstad-organisatie beweegt daarin mee met de bredere dienstverlening die van een MSP wordt gevraagd. “Waar voorheen wel werd gezegd dat we teveel in silo’s opereerden, zijn we nu steeds beter in staat om alles op elkaar te laten aansluiten.” Wolbers spreekt van een ‘seamless’ aanbod van alle dienstverlening. Randstad Sourceright richt zich – met het wereldwijde moederconcern achter zich – natuurlijk op de grote, internationale klanten en interessante merken. Maar ook op kleinere bedrijven op de lokale Nederlandse markt. Dit gebeurt bijvoorbeeld via Yacht Inhouse Services (YIS), een centrale inhuurdesk voor de inhuur van gedetacheerden en zzp’ers. Deze klanten bedient Randstad Sourceright met een (gestandaardiseerde) plug & play-oplossing om hun HR, Inkoop en de hiring managers te ontzorgen. De corporates vragen maatwerk, daarbij wordt een inhuurprogramma opgetuigd, waarbij de technologie (VMS, tooling) wordt afgestemd op de wensen en systemen van de klant en waarbij vaak ook change management komt kijken. Groot voordeel is dat het concern gebruik kan maken van alle wereldwijde data en expertise die Randstad in huis heeft. “In de veranderende wereld van werk zijn wij voor onze klanten de total talent acquisition partner.” Randstad is niet alleen de grootste uitzender van Nederland, dat geldt ook voor de Managed Service Provider (MSP)-tak Randstad Sourceright. Ook dat is de marktleider in ons land. Randstad Sourceright is niet zozeer groot door het aantal inhuurprogramma’s dat zij beheert, maar vooral door het volume hiervan. Randstad Sourceright beheert zeer omvangrijke inhuurprogramma’s voor grote, internationale bedrijven. Waar Randstad Group actief in vrijwel alle sectoren in de markt en de overheid, richt Randstad Sourceright zich vooral op de finance, life sciences, pharma, high tech productie en (natuurlijk) de opkomende ‘groene economie’. Zoals blijkt uit het rapport MSP-aanbieders in Nederland en België, editie 2022/2023) behoort Randstad Sourceright ook op de wereldwijde MSP-markt tot de grotere spelers. Dit artikel maakt deel uit van een serie artikelen over de MSP-markt in Nederland die in 2024 op ZiPconomy worden gepubliceerd. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags MSP, MSP interviewserie 2024, Randstad Sourceright | Laat een reactie achter
Gelijke beloning bij externe inhuur gaat bij de Rijksoverheid nog wel eens fout Geplaatst 10 juli 2024 door ZiPredactie Het Rijk liet, naar aanleiding van Kamervragen, onderzoeken hoe het zelf als opdrachtgever met externe inhuur omgaat, vooral waar het gaat om ‘gelijke beloning’ voor externe arbeidskrachten. Minister De Jonge (Binnenlandse Zaken) presenteerde het rapport ‘Onderzoek naar Goed Opdrachtgeverschap’, uitgevoerd door Pellicaan Advocaten en Significant Public, deze week aan de Tweede Kamer. Conclusie: met name in het geval van detachering en de inhuur van ict-professionals werden de betrokken werknemers niet altijd volledig in overeenstemming met de wet beloond. Inlenersbeloning Waar zit het probleem precies? De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) schrijft voor dat gelijk werk gelijk betaald wordt. In de uitzendcao’s is dat vertaald naar de ‘inlenersbeloning’. Een uitzendkracht verdient hetzelfde salaris als de personeelsleden die rechtstreeks in dienst zijn. De inlenersbeloning wordt gebaseerd op de cao van de opdrachtgever. Heeft die geen cao, dan is dat het loongebouw van de opdrachtgever. Volgens dezelfde Waadi is detacheren gelijk aan uitzenden. Maar veel detacheerders vinden van niet. Lees ook: Hof past belemmeringsverbod Waadi ambtshalve toe De afgelopen jaren is de inlenersbeloning flink uitgebreid; eenmalige uitkeringen, de vaste eindejaarsuitkering en een thuiswerkvergoeding zijn erbij gekomen. Sinds juli 2023 vallen ook alle toeslagen en kostenvergoedingen die bij de opdrachtgever gelden, onder de inlenersbeloning. Toezicht en leiding Voor Henk Geurtsen, partner bij Experts in Flex, komen de bevindingen niet als een verrassing. ‘Als de overheid zakendoet met uitzendbureaus wordt over het algemeen de inlenersbeloning toegepast. De overheid maakt ook veel gebruik van detacheringsbureaus. En er zijn nogal wat detacheringsbureaus die vinden dat ze niet onder de werkingssfeer van de ABU-cao vallen of het verpakken als consultancy. En om die redenen passen ze de inlenersbeloning niet toe.’ ‘Deels hebben ze een punt’, vervolgt hij. ‘Medewerkers van detacheringsbureaus krijgen doorgaans gelijk een jaarcontract of zelfs een vast contract en een vast maandsalaris. Het salaris is door de bank genomen prima. In dat opzicht wijken ze duidelijk af van de “gewone” uitzendbureaus. Maar als je mensen onder leiding en toezicht van een opdrachtgever laat werken, ben je nu eenmaal ook geen consultant. Dan stel je mensen ter beschikking, val je onder de regels van de Waadi en moet je de ABU-cao toepassen.’ Hij hoort regelmatig als argument dat het bureau HR-medewerkers in dienst heeft die de begeleiding doen en dat de medewerkers die bij opdrachtgevers werkzaam zijn een zodanig niveau hebben dat door hen leiding wordt gegeven bij de opdrachtgever. Die argumenten gaan volgens hem niet op. ‘Als je leiding geeft aan een team val je altijd nog onder leiding en toezicht van de directie van de opdrachtgever. Zelfs de ceo valt onder leiding en toezicht, in dat geval van de aandeelhouders of de raad van commissarissen.’ Onbekendheid De onderzoekers constateerden vooral bij detachering en ict-inhuur diverse afwijkingen van de inlenersbeloning. De fouten lagen op het vlak van het periodeloon, de initiële verhoging en vakantiedagen. Dit hoeft overigens niet per definitie te leiden tot onderbetaling. Volgens de onderzoekers schuilt een deel van het probleem in onbekendheid bij opdrachtgevers met de inlenersbeloning. Zo wisten sommige opdrachtgevers niet dat onder leiding en toezicht werken van een opdrachtgever consequenties heeft voor de beloning. Andere opdrachtgevers geven aan dat ze ‘geen klachten of vragen’ krijgen van extern ingehuurde arbeidskrachten over hun beloning. Het beeld bestaat soms dat de ingehuurde arbeidskrachten zelf aan de bel zouden trekken. Ook leeft bij opdrachtgevers het idee dat externe arbeidskrachten juist ‘te veel’ betaald krijgen in vergelijking met eigen medewerkers. HR en inkoop Een ander punt is dat het externe opdrachtgeverschap bij de Rijksoverheid nogal versplinterd is. De grote verscheidenheid aan opdrachtgevers en ondersteuning (via diverse inhuurdesks, en inkooppunten) maakt het lastig om te kunnen beoordelen of de afspraken voor alle betrokkenen duidelijk zijn. Daarmee raakt ook de verantwoordelijkheid voor juist belonen van externe arbeidskrachten versnipperd. Ondanks dat het een kleine steekproef betrof, durven de onderzoekers de bewering aan dat juiste beloning van externe arbeidskrachten niet vanzelfsprekend is. Een van de adviezen is een brug te slaan tussen HR en inkoop, zodat personeelsbeleid en het inkoop- en inhuurbeleid van het Rijk goed op elkaar afgestemd zijn. Vraag opdrachtgevers binnen het Rijk om duidelijk te maken waar “leiding en toezicht” ligt op externe arbeidskrachten en welke arbeidsvoorwaarden gelden voor vergelijkbare functies. Inlenersaansprakelijkheid Henk Geurtsen benadrukt dat in diverse cao’s (waaronder de cao Rijk) een bepaling is opgenomen dat als de inlenersbeloning bij uitzendkrachten niet goed wordt toegepast, dat de opdrachtgever daarvoor verantwoordelijk is. Een medewerker in dienst van een detacheringsbureau valt onder de definitie van de term “uitzendkrachten”, ook al voelt men dat niet als zodanig en zijn er duidelijke cultuurverschillen. In de Wtta, die behandeld wordt in de Tweede Kamer en die vrijwel zeker van kracht gaat worden, is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever ook opgenomen.’ Geurtsen ziet al wel een verschuiving optreden. Steeds meer detacheringsbureaus willen hun leven beteren en komen bij hem om advies. ‘Ze willen hun salarisstructuur, wat een belangrijk onderdeel is van hun bedrijfs-dna, instandhouden en tegelijkertijd óók voldoen aan de inlenersbeloning. En dat kan heel goed, maar het vereist wel een inspanning.’ Het rapport ‘Onderzoek naar Goed Opdrachtgeverschap’ is te downloaden van de website van Significant Public. Indicatoren die erop wijzen dat ingehuurde arbeidskrachten niet onder toezicht en leiding van de opdrachtgever werken: De opdrachtnemer heeft een volledig werkproces van de opdrachtgever overgenomen. b. De overgenomen processen zijn goed van de rest van de organisatie van de opdrachtgever af te bakenen. c. De opdrachtnemer is gespecialiseerd in dienstverlening in de relevante sector(en). d. De opdrachtnemer is een resultaatverplichting aangegaan met de opdrachtgever ten aanzien van te leveren werken, diensten of andere meetbare resultaten, niet een verplichting ten aanzien van de ter beschikking te stellen arbeidskrachten. e. De opdrachtgever betaalt niet per arbeidsuur, maar een vooraf overeengekomen tarief per geleverd werk of dienst. f. De opdrachtnemer maakt gebruik van vaste teams van werknemers. g. De door de opdrachtnemer ingezette teams zijn in vergaande mate autonoom en de opdrachten op de werkvloer worden gegeven door een leidinggevende die ook in dienst is van de opdrachtnemer. h. De opdrachtnemer is (financieel) verantwoordelijk voor planning, administratie, management en toezicht en draagt werkgeversrisico’s, dan wel neemt de werkgeversrisico’s op zich. i. De door de opdrachtnemer ingezette teams maken gebruik van bedrijfsmiddelen van de opdrachtnemer. Bron: ‘Onderzoek naar Goed Opdrachtgeverschap’ (Significant/Pellicaan Advocaten) Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags detachering, inhuur, opdrachtgever, rijksoverheid, wtta | Laat een reactie achter
Werkgevers, zzp’ers en intermediairs ontevreden over nieuwe conceptwet VBAR: ‘Bezwaren blijven overeind’ Geplaatst 9 juli 2024 door Claartje Vogel Wanneer mag werk door een zzp’er gedaan worden? Vorige week werd het nieuwe conceptwetsvoorstel met criteria openbaar. Het nieuwe voorstel is slechts een beetje anders dan een eerder concept en daarom zijn werkgevers- en zzp-organisaties ontevreden, blijkt uit een rondgang van ZiPconomy. Het voorstel kreeg namelijk een hoop kritiek tijdens de zogenaamde internetconsultatie en daar lijkt weinig mee gedaan. Overeenkomsten en verschillen Net zoals in de eerdere versie zijn de opdracht en de samenwerking met de werkgever het belangrijkst bij de beoordeling of iemand ingehuurd mag worden. Of de werkende zich over het algemeen gedraagt als ondernemer, kan bij twijfel doorslag geven. Maar dit criterium speelt slechts een kleine rol. Anders dan in het eerste voorstel zijn ‘werkinhoudelijke instructies’ en ‘organisatorische inbedding’ nu samengevoegd onder de noemer ‘criteria die wijzen op werknemerschap’. Pas als er meer feiten zijn die wijzen op ‘zelfstandigheid’ tijdens de opdracht, mag iemand het werk als zzp’er doen. Dat werkinhoudelijke instructies en organisatorische inbedding nu één geheel zijn, moet het geheel volgens voormalig minister van Sociale Zaken Karien van Gennip ‘meer in balans’ brengen. Van Gennip diende dit voorstel in. Haar opvolger Eddy van Hijum (Nieuw Sociaal Contract) kan het wetsvoorstel nog aanpassen, voordat hij het naar de Tweede Kamer stuurt. Rechtsvermoeden van werknemerschap ‘maakt handhaving eenvoudig’ Het tweede deel van de wet is een ‘rechtsvermoeden van werknemerschap’. Daarin staat dat een iemand die ingehuurd wordt voor minder dan 33 euro per uur, eenvoudiger werknemersrechten kan opeisen. Vrijwel iedereen is het eens met deze maatregel. “De meeste problemen met schijnzelfstandigheid doen zich voor aan de basis van de arbeidsmarkt, waar de onderhandelingspositie van werkenden soms erg zwak is”, schrijft woordvoerder Edwin van Scherrenburg namens werkgeversvereniging VNO-NCW en MKB-Nederland. Hij verwijst naar het middellangetermijnadvies 2021-2025 voor de arbeidsmarkt van de SER. Dit advies van werkgevers- en werknemersorganisaties is de basis voor het nieuwe arbeidsmarktbeleid. “Daarin hebben we afgesproken dat de Belastingdienst zich vooral richt op de groep die onder het rechtsvermoeden valt. Dat maakt de handhaving stukken eenvoudiger.” Werkgevers: ‘Eerdere zorgen en kritiek staan nog steeds’ Toch zijn de werkgevers nog niet tevreden over de VBAR. Van Scherrenburg: “Het concept wetsvoorstel VBAR regelt het rechtsvermoeden en de aanbevelingen van de SER en dat is goed. Tegelijk bevat het wetsvoorstel allerlei criteria die voor onduidelijkheid en onzekerheid in de markt gaan zorgen, vrezen wij. Onze eerdere zorgen en kritiek staan nog steeds.” VNO-NCW en MKB-Nederland vrezen vooral dat de term ‘inbedding’ voor grote onzekerheid gaat zorgen. “Het is bijna onvermijdelijk dat iemand die zelfstandig werkt voor een bedrijf zich iets gelegen moet laten liggen aan de organisatie,” schreven ze al eerder. De werkgevers vinden het wetsvoorstel op dit punt ‘niet in lijn met het SER-advies’. “Door deze uitwerking ontstaat grote onzekerheid bij zowel opdrachtgevers als bij veel zelfstandigen. Dit kan niet de bedoeling zijn.” Ook de AWVN is teleurgesteld. Woordvoerder Jannes van der Velde: “Dit wetsvoorstel even onduidelijk als het eerdere voorstel. Er is geen verschil tussen het oude en het nieuwe, het heet alleen anders, dus zullen dezelfde discussies losbarsten.” VZN: ‘Ondernemerscriteria op persoonsniveau zouden de basis moeten zijn’ Ook de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) heeft dezelfde bezwaren als voorheen. “De wet is nog steeds onduidelijk, getuige ook de onrust die we alweer in de markt zien ontstaan”, zegt voorzitter Cristel van de Ven. “Bovendien gaat VBAR voorbij aan de essentie van het probleem. Er is geen onduidelijkheid over de definitie van een werknemer, maar doordat er afgelopen decennia meer verscheidenheid is ontstaan aan werkrelaties is de positie van deze werkenden vertroebeld.” VZN mist een definitie van ‘zelfstandige’, zegt Van de Ven. “Om de positie van werkenden te verhelderen, moet er naast de bestaande definitie van werknemer ook een heldere definitie van zelfstandige komen. En juist die scherpe definitie missen wij. Duidelijke ondernemerscriteria op persoonsniveau zitten ver weggestopt in deze wet, terwijl ze juist de basis zouden moeten zijn.” Intermediairs: ‘Gemiste kans’ Ook de branchevereniging voor intermediairs en brokers Bovib is kritisch. Sem Overduin (voorzitter van de Lobbywerkgroep) sluit zich aan bij de kritische reacties uit het werkveld van andere brancheverenigingen en zzp-organisaties. “Dit wetsvoorstel is inhoudelijk weinig anders dan het concept dat eerder ter internetconsultatie lag”, zegt hij. “Dat is een gemiste kans, omdat er veel goede en inhoudelijke reacties zijn ingediend.” De Bovib betreurt dat er nog steeds weinig waarde wordt gehecht aan het ondernemerschap van de persoon zelf. “De ondernemerscriteria die toezien op de werkende zelf, zijn duidelijker en makkelijker te beoordelen”, zegt Overduin. “En duidelijke criteria, daar is juist behoefte aan bij zelfstandigen, intermediairs en opdrachtgevers.” De Raad voor Interim Management, vertegenwoordiger van de bureaus voor interim-managers, sluit zich daar bij aan. Voorzitter Desiree Simons: “Er is een wet in voorbereiding die gebaseerd is op een onnauwkeurige en onvolledige inschatting van het aantal zelfstandigen en waarbij geen verschil gemaakt wordt tussen segmenten van zelfstandigen bij het hanteren van het begrip ‘schijnzelfstandigheid”. Onze arbeidsmarkt vraag om een toekomstbestendig en flexibel stelsel waarbij ondernemerschap een belangrijke voorwaarde is voor het draaiende houden van onze economie door beschikbaarheid van specialistische expertise en waarin mensen keuzevrijheid hebben in welke contractvorm zij dat doen. Overduin hoopt dat de Raad van State en de kersverse minister Van Hijum nog met aanpassingen komen. Verder zal de Hoge Raad eind juli ook nog vragen beantwoorden over de casus Uber. Die antwoorden kunnen ook gevolgen hebben voor het wetsvoorstel. De vragen gaan namelijk over de rol van het ondernemerschap bij het beoordelen van een arbeidsrelatie en de manier waarop werkgevers de relatie van taxichauffeurs met het bedrijf moeten vaststellen. FNV: ‘Schijnwerkgeverschap is het probleem’ Niet iedereen is ontevreden. Net zoals de voormalig minister van SZW, vindt FNV Zelfstandigen dat de omstandigheden van de opdracht de basis zouden moeten zijn. “Niet schijnzelfstandigheid, maar schijnwerkgeverschap is het probleem”, zegt Wim Arie van Zelderen, beleidsadviseur FNV Zelfstandigen. “Kwalificeren van arbeidsrelaties is complex, het is de primaire verantwoordelijkheid van de opdrachtgever of werkgever. Onze indruk is dat velen die verantwoordelijkheid niet nemen.” De zzp-tak van werknemersvakbond FNV vindt het ‘verstandig’ dat de Belastingdienst vanaf 1 januari 2025 weer vaker gaat controleren welke arbeidsrelatie werkgevers hebben met de mensen die bij hen werken. “Sinds het handhavingsmoratorium hebben werkgevers steeds vaker werkenden als zzp’er voor hen laten werken terwijl er juridisch sprake was van werknemerschap”, zegt Van Zelderen. “Daardoor hebben deze werkenden zaken als pensioenopbouw en vakantiedagen misgelopen.” Verder vindt FNV dat werkgevers loondienst weer aantrekkelijk moeten maken. Vooral voor bepaalde beroepen waar mensen nu vaak ten onrechte als zzp’er werken, zoals verpleegkundige, onderwijzer of communicatiemedewerker. “We roepen werkgevers op in gesprek te gaan met de mensen die bij hen werken en afspraken te maken over goede arbeidsvoorwaarden voor alle werkenden.” Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Politiek | Tags Eddy van Hijum, VBAR, Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) | 11s Reacties
Gedwongen zzp-schap komt volgens zelfstandigen zelf nauwelijks voor Geplaatst 9 juli 2024 door NBBU Over de zzp’er doen al jaren hardnekkige verhalen de ronde. Ze zouden vaak gedwongen zijn om als zzp’er te werken en hun financiële situatie wordt als precair voorgesteld. Daardoor zouden ze een grote aanslag plegen op ons sociale stelsel, waaraan ze bovendien maar mondjesmaat bijdragen. “Maar het beeld dat opdoemt uit dit nieuwe onderzoek staat echt haaks op deze aannames”, zegt Marco Bastian, directeur van de NBBU, die opdracht gaf voor het onderzoek. “Je kunt niet anders stellen dan dat het bestaande beeld – het beeld dat al jaren gebruikt wordt om beleid op te baseren – niets anders is dan dat: beeldvorming, gebaseerd op aannames.” Sterke behoefte aan betrouwbare en objectieve cijfers over zzp’ers Er gaan over zzp’ers allerlei cijfers de ronde en een deel van deze cijfers is gebaseerd op (hardnekkige) beelden of afkomstig van onduidelijke bronnen. Deze cijfers dragen echter wel bij aan de beeldvorming van de zzp’er in Nederland. Het is in het belang van het maatschappelijke en politieke debat over zzp dat de cijfermatige kant van de zzp’er in kaart wordt gebracht vanuit recente en betrouwbare bronnen. Daarnaast zijn meer kwalitatieve kenmerken van de zzp’er onderzocht, zoals: Beweegredenen om zzp’er te worden en de redenen om via een intermediair te werken; De gemiddelde duur van opdrachten en uurtarieven; De financiële kwetsbaarheid van zzp’ers in het licht van de aanstaande regelgeving. Nauwelijks sprake van gedwongen zzp-schap De motieven om als zzp’er aan de slag te gaan zijn veel vaker van positieve dan negatieve aard. De meest genoemde redenen van zelfstandigen om zzp’er te worden, zijn: 1) Zelf bepalen hoeveel en wanneer ik werk; 2) Beroep wordt meestal als zelfstandige uitgevoerd; 3) Ik heb altijd al als zelfstandige willen werken; 4) Ik wilde niet (meer) voor een baas werken; 5) Ik zocht een nieuwe uitdaging. Slechts in minder dan 3% van de gevallen geven zelfstandigen aan zzp’er te zijn geworden omdat hun voormalig werkgever dat wilde. Meeste zzp’ers hebben voldoende financiële buffer De meeste zzp’ers hebben bovendien een financiële buffer van 6 maanden of meer. Minder dan 6 maanden wordt als problematisch ervaren. Dit komt zeker voor, maar is met name afhankelijk van leeftijd, opleidingsniveau en sector. Zo’n 80% van de huishoudens blijkt bij wegvallen van het zzp-inkomen minimaal 3 maanden of langer te kunnen rondkomen. “De meeste zzp’ers hebben een financiële buffer van 6 maanden of meer.” Bemiddelde zzp’ers vaak hoger opgeleid… Van de zzp’ers laat 7% zich bemiddelen door een intermediair. In het onderzoek is ook naar deze afzonderlijke groep gekeken. Zzp’ers die zich laten bemiddelen door een intermediair zijn relatief vaker hoger opgeleid dan de gemiddelde zzp’er in Nederland. Ruim de helft van de zzp’ers die zich laten bemiddelen door een intermediair werkt in zakelijke en financiële dienstverlening en informatie en communicatie. “We kunnen het maatschappelijke en politieke debat over zzp’ers niet langer voeren langs de uitgangspunten van oude en nu weerlegde aannames.” … en zitten vaak in de hoogste inkomensklassen Zzp’ers die zich laten bemiddelen door een intermediair komen relatief vaak voor in de hoogste inkomensklassen. Zo heeft 57% van deze groep een jaarlijks inkomen boven de €50.000, terwijl dit aandeel in de totale groep zzp’ers 30% bedraagt. Financiële onafhankelijkheid, waarbij het persoonlijk inkomen genoeg is om te voorzien in de eerste levensbehoeften, komt bovendien veelvuldig voor bij de door een intermediair bemiddelde zzp’ers (92%). Zzp’ers die werken via platforms zijn in 80% van de gevallen financieel onafhankelijk, net iets onder het gemiddelde in Nederland (82%). 55-plussers in het nauw De groep 55-plussers – 270.902 – die aan het werk is als zelfstandige, meer dan een kwart (25.9%) van het totaal dreigt in het nauw te kunnen komen als alle zzp-plannen onverkort doorzet. “Die groep 55-plussers is relatief duur zijn om in dienst te nemen, hetzij door cao-vereisten of door pensioenverplichtingen. Als zelfstandige kunnen zij nog een goede boterham verdienen en een waardevolle bijdrage leveren op de arbeidsmarkt. Die bescherm je niet door hen in dienst te dwingen. Want als ze langer dan vijf jaar als zelfstandige hebben gewerkt, duurt het weer tien jaar tot zij hun maximale sociale rechten weer hebben opgebouwd,” aldus Bastian. “Debat niet langer voeren op basis van oude aannames” “Dit onderzoek bevestigt wat onze ervaring al leerde: de beeldvorming over de zzp’er is hooguit gebaseerd op een kleine minderheid. De rol van intermediairs voor zzp’ers pakt voor deze groep werkenden bovendien over het algemeen heel goed uit”, zegt Bastian. “Wat het onderzoek in ieder geval duidelijk maakt, is dat we het maatschappelijke en politieke debat over zzp’ers niet langer kunnen voeren langs de uitgangspunten van oude en nu weerlegde aannames.” Download hier de interactieve factsheet met de resultaten van het zzp-onderzoek. onderzoek_kenmerken_zzper-interactief Lees meer: ‘De helft van zzp’ers schijnzelfstandige? Onmogelijk’ Wet DBA: fiscus gaat handhaven, maar waarop? Ontwikkelingen rond aanpak schijnzelfstandigheid gaan hard Geplaatst in ZP en Politiek | Tags NBBU, onderzoek, schijnzelfstandigheid, zzp | 3s Reacties