"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Rechter in hoger beroep: Temper geen platform voor zzp’ers maar een uitzendbureau.

Temper is geen neutraal prikbord met zzp opdrachten maar een actieve bemiddelaar van personeel. Dat is oordeel van het Gerechtshof Amsterdam en daarmee moet het platform ook gezien worden als uitzender. Met alle gevolgen van dien.

Is een online werkplatform dat zzp’ers en opdrachtgevers koppelt een neutraal technologiebedrijf, of is het gewoon een uitzendbureau in een nieuw jasje? Mogen receptionisten, obers en logistiek medewerkers die via een app worden ingepland worden beschouwd als zelfstandig ondernemers? En wat betekent de uitkomst van deze zaak voor andere platforms die op vergelijkbare wijze opereren?

Het Gerechtshof Amsterdam deed op 16 juni 2026 uitspraak in het hoger beroep van FNV en CNV tegen Temper en draaide een uitspraak van de rechtbank Amsterdam uit juli 2024 volledig om.

De kern van de rechtszaak

Aan de ene kant staan vakbonden FNV en CNV, die namens een aantal Temper-werkers optreden in een collectieve actie. Aan de andere kant staat Temper, een online platform dat zzp’ers (die het bedrijf zelf “FreeFlexers” noemt, waarvan een flink deel zich expliciet achter Temper heeft geschaard) koppelt aan opdrachtgevers voor kortdurende klussen. Denk aan horecamedewerkers, receptionisten, winkelbedienden en logistiek personeel.

De inzet is fors: als de overeenkomsten die via Temper worden gesloten kwalificeren als uitzendovereenkomsten, dan valt Temper ook onder de wetgeving en cao voor uitzendkrachten. Dat betekent onder meer recht op pensioenopbouw, loondoorbetaling bij ziekte, opbouw van arbeidsrechten en de toepasselijkheid van cao-loonschalen. Reden ook waarom het platform door sommige traditionele uitzenders met argusogen werd bekeken.

FNV en CNV wilde dat de rechter vaststelt dat de overeenkomsten die de Temper-werkers via het platform sluiten, uitzendovereenkomsten zijn met Temper als formele werkgever.

De aanleiding en voorgeschiedenis

De vakbonden begonnen al in het najaar van 2020 met een rechtszaak tegen Temper. Zij stelden dat de werkwijze van Temper identiek is aan die van een uitzendbureau: Temper werft, selecteert en koppelt werkers aan inleners, beheert de planning en afhandeling, en houdt stevige grip op de arbeidsrelatie via de app.

In 2021 concludeerde de Nederlandse Arbeidsinspectie al dat Temper in de periode 2018-2019 feitelijk als uitzendbureau functioneerde en dat er bij sommige opdrachtgevers sprake was van een gezagsverhouding tussen Temper en de werkers.

Temper paste zijn werkwijze daarna aan, wat mede ten grondslag lag aan de uitspraak van de rechtbank Amsterdam in juli 2024: die oordeelde dat onder de gewijzigde opzet geen sprake meer was van formeel werkgeversgezag van Temper, omdat de opdrachtgevers de werktijden en werkzaamheden bepalen, Temper geen loon uitbetaalt aan de werkers (dat doen de opdrachtgevers via een factoringmaatschappij), en er nauwelijks een verplichting bestond om de klus persoonlijk uit te voeren.

FNV en CNV lieten het hier niet bij zitten en gingen in hoger beroep.

Het verweer

Temper voerde ook in hoger beroep aan dat zijn platform fundamenteel verschilt van een uitzendbureau. Het bedrijf omschrijft zichzelf als een digitaal prikbord dat vraag en aanbod bij elkaar brengt, niet als werkgever. Werkers zijn volledig vrij om klussen te accepteren of te weigeren, de opdrachtgever bepaalt wie er welk werk doet en wanneer, en de betalingsstromen lopen niet via Temper maar rechtstreeks van opdrachtgever naar werker via factoringmaatschappij Finqle.

Temper wees ook op de meer dan 15.000 FreeFlexers die zelf hadden laten weten hun manier van werken te willen behouden. Bovendien beriep Temper zich op recente jurisprudentie van de Hoge Raad in het Uber-arrest als ondersteuning voor zijn standpunt dat niet elke platformconstructie automatisch leidt tot een arbeids- of uitzendovereenkomst.

De afweging

Het Gerechtshof Amsterdam is het daar niet mee eens. Het Hof beoordeelt de vraag of er sprake is van een uitzendovereenkomst niet alleen aan de hand van formele criteria, maar ook op basis van de feitelijke kenmerken van de arbeidsrelatie.

Waar de rechtbank in 2024 nog zwaar woog dat Temper geen formeel loon uitbetaalt en dat de opdrachtgevers de gezagsverhouding invullen, kijkt het Hof naar het geheel: Temper werft en selecteert werkers, beheert de toegang tot klussen via de app, stelt kwaliteitseisen, kan werkers van het platform weren en bepaalt de spelregels van de samenwerking.

Dat zijn kenmerken die in de jurisprudentie van de afgelopen jaren, te beginnen met het Deliveroo-arrest en de Helpling-zaak, consistent zijn aangemerkt als indicatoren van een arbeidsrechtelijke constructie waarbij het platform als werkgever functioneert.

Het Hof concludeert dat Temper de beschikking over de werkers heeft in de zin van de wet, dat de werkers voor rekening en risico van Temper werken, en dat de overeenkomsten dus kwalificeren als uitzendovereenkomsten. Dat de belating via een factoringconstructie verloopt doet daar in de ogen van het Hof niet aan af.

De uitspraak

Het Gerechtshof Amsterdam vernietigt dus het  vonnis van de rechtbank en wijst de hoofdvordering van FNV en CNV alsnog toe: de overeenkomsten die via het Temper-platform worden gesloten zijn uitzendovereenkomsten. Temper kwalificeert als uitzendwerkgever en dient de cao voor uitzendkrachten toe te passen op de werkers die via zijn platform werkzaamheden verrichten.

Wat dit in de praktijk betekent voor de individuele claims van werkers, loon- en cao-nabetalingen en de positie van opdrachtgevers, zal in verdere procedures of onderhandelingen moeten worden uitgewerkt. Temper kan nog in cassatie bij de Hoge Raad. In dat geval hoeft Temper de uitspraak nog niet uit te voeren, zo bepaalde het Hof.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 16 juni 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1612

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

8 reacties op dit bericht

  1. Dat wordt een enorme complexe chaos qua afhandeling, te beginnen met het feit dat de betrokken zzp-ers de door hun betaalde BTW/IB/ZVW kunnen gaan terugvorderen bij de belastingdienst, de opdrachtgevers de door hun betaalde facturen kunnen terugvorderen bij de factoring partij die op hun beurt weer gaan verhalen bij de zzp-ers. Om vervolgens met terugwerkende kracht inbedding als uitzendkracht op te gaan tuigen, salarissen uit te betalen en alles wat daar volgens de uitzendcao bij komt kijken, etc, etc

    • Arjan, dat kan – indien Temper-werkers massaal in actie komen – inderdaad stevige gevolgen hebben. Met name dan als het gaat om vakantiegeld en andere rechten (waarbij hun tarief vaak wel boven CAO niveau lag, maar goed wat nu precies loon en tarief is, daar oordelen rechters soms anders over). Rond BTW/IB en zo: Temper is tamelijk proactief in het zzp’er (veelal studenten) te wijzen op de Kleine ondernemersregeling waarmee ze geen btw in rekening hebben gebracht. https://help.temper.works/nl/articles/3429705-hoe-werkt-de-kleineondernemersregeling-kor Daarbij: als ze belasting hebben betaald (via IB aangifte. met zelfstandigenaftrek zullen veel studenten geen belasting betaald hebben) dan zullen de betrokken zzp’ers dat niet terugvorderen vanwege feit dat Temper dat via loonheffing had moeten afdragen. Kans is natuurlijk wel dat de aangifte herbeoordeeld moet worden (niet meer als IB-ondernemer maar als werknemer). Maar goed, eerste maar eens zien of die 15.000 freeflexers massaal in actie komen.

  2. Aha, de arbeidsmarkt moet en zal blijven zoals die was! Het maakt niets uit dat zowel Temper, de zzp’ers en de opdrachtgevers allemaal graag via deze constructie werken. Wat een treurnis.

  3. Dit land gaat naar de knoppen, bedankt maar weer , geen touw aan vast te knopen. Het is niet te verzinnen dit. Rechtszekerheid van een ui

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×