"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

‘De helft van zzp’ers schijnzelfstandige? Onmogelijk.’

Volgens een artikel in het FD moet mogelijk wel de helft van alle zzp’ers als schijnzelfstandige gezien worden. Wie naar de cijfers kijkt weet dat dat onmogelijk is, zo legt Marion van Happen (CEO HeadFirst Group) uit.

Recentelijk heeft het Financieele Dagblad de afschaffing van het handhavingsmoratorium en de fiscale risico’s voor zzp’ers en opdrachtgevers belicht. Deze zorgen zijn terecht, gezien de toenemende vragen van opdrachtgevers. Goede informatie is cruciaal vanwege de aanzienlijke arbeidsrechtelijke en fiscale risico’s. Tegelijkertijd moeten we rust bewaren, elkaar ondersteunen en echte zelfstandigen blijven inhuren, terwijl we compliant gedrag aanmoedigen. Het is vooral opmerkelijk dat in het artikel misverstanden bestaan over het aantal schijnzelfstandigen, waarbij ongefundeerde cijfers worden gepresenteerd.

Feiten en cijfers over zzp-populatie

De Nederlandse politiek en polder werken al langer aan een duidelijker onderscheid tussen werknemers en zzp’ers en aan een sterkere positie voor kwetsbare zzp’ers. Het is belangrijk om de discussie te baseren op feiten en cijfers, want alleen dan kunnen we samen tot uitvoerbaar beleid komen dat écht werkt.

Van de ongeveer 1,2 miljoen zzp’ers op de arbeidsmarkt vallen ruim 270.000 af als schijnzelfstandige, aangezien ze producten verkopen. Ook ongeveer 329.000 zzp’ers die hun arbeid aan particulieren aanbieden, vallen niet onder deze categorie. Bij zzp’ers die voor organisaties werken, zien we een groeiende groep met veel opdrachtgevers per jaar en kortlopende opdrachten. Dan blijven er ongeveer 210.000 over, wat neerkomt op ongeveer 17,35 procent van het totaal. Ook in deze groep is niet iedereen een schijnzelfstandige.

Hoewel er discussie is over de houdbaarheid van het sociale stelsel, tonen onze onderzoeken aan dat zelfstandig professionals positieve resultaten opleveren voor overheid, bedrijfsleven en werkenden zelf. Hoewel er minder premies worden betaald, wordt dit ruimschoots gecompenseerd door hogere belastinginkomsten. Daarnaast kiest het merendeel van de zzp’ers heel bewust voor het ondernemerschap, is tevreden over de werkomstandigheden en zet zich graag in voor de Nederlandse arbeidsmarkt en economie.

Weg naar een werkbare oplossing

Hoewel er vrije vogels en vogelvrijen tussen zitten, helpt het niet om te stellen dat de helft een schijnzelfstandige is. Het rechtsvermoeden van werknemerschap is een uitstekend voorstel om kwetsbare werkenden een betere positie te geven. Dit voorstel moet snel behandeld worden in de Tweede en Eerste Kamer, zodat het tijdig kan worden ingevoerd. Er is breed draagvlak in zowel de polder als het werkveld. Het is cruciaal om samen om de tafel te gaan en duidelijke ondernemerscriteria te formuleren, zodat zzp’ers en opdrachtgevers de duidelijkheid en erkenning krijgen die zij verdienen.

12 reacties op dit bericht

  1. Een veel te simpel artikel over een immens probleem.
    Waar gaat het over bij het onderschei in loondienst dan wel zelfstandigheid? Het verhaal bestaat uit ‘bouwsteentjes’.
    1. De basis regels van het arbeidsovereenkomstenrecht:
    werken in een gezagsrelatie, persoonlijk moeten uitvoeren van het werk, betaling.
    2. Bij het vaststellen of iemand ondernemer is is er sprake van ‘bouwstenen’: meerdere opdrachtgevers, ondernemersrisico (wanbetalers!), investeringen in bijvoorbeeld reclame, gereedschappen etc., een consistent gedrag als ondernemer (niet hoppen tussen loondienst en ZZP)
    In het artikel worden alleen die bouwsteentjes even aangestipt, terwijl juist het hele verhaal van de gezagsrelatie en persoonlijk moeten uitvoeren van het werk het grote probleem zijn. Ondersteunend aan het vermoeden dat er sprake is van loondienst zijn onder andere de soms hele lange duur van opdrachten (jaren achter elkaar vooral bij de overheid) en het feit dt vrijwel alle opdrachten inhoudelijk exact gelijk zijn aan bestaande rollen die ook door collega’s in loondienst worden ingevuld. Soms zou dat verklaarbaar zijn, bijvoorbeeld de financials die in de jaarverslag periode bijspringen, maar de controllers die het hele jaar ‘normaal’ hun werk doen onder het gezag van de CFO zijn in alle opzichten gewoon in loondienst.
    Ooit was er een beroepsvereniging voor interim managers, de ORM. Die bespraken met het toen nog bestaande GAK en de fiscus dat er een redelijk veilige bedrijfsvorm mogelijk was: een arbeidsovereenkomst met een BV die optreed as aannemer van werk en jou daarvoor inzet. Die constructie zou volgens mij nog altijd de discussie kunnen overleven.
    In mijn waarneming ‘in het veld’ kwalificeert op dit moment het merendeel van de ZZP-ers niet als zelfstandig ondernemer. Maar we gaan het zien. Ik denk dat het verstandig is als serieuze ZZPers eens een goed gesprek hebben met een fiscalist en alsnog een BV oprichten.

    • Te betwijfelen valt of die BV-vorm een oplossing vormt. In de fiscale – arbeidsrechtelijke en sociaal verzekeringsrechtelijke – jurisprudentie prevaleert de werkelijkheid doorgaans boven de schijn.

      Immers, in feite komt er een rechtspersoon tussen in de waardeketen. Als daar dezelfde mens feitelijk dezelfde werkzaamheden verricht is er wezenlijk weinig verandert. Er wordt dan door die onnodige extra schakel ´heen gekeken´, zo leert mijn ervaring.
      En voorts is het begrip ´aanneming van werk´ ook aan voorwaarden verbonden.

      Een van de meest wezenlijke verschillen is de kwalificatie van de overeenkomst over het te verrhet onderscheid tussen afspraken over
      1 Inspanning
      2 Resultaat.

    • Hybride werken, of hoppen, is voor 800,000 mensen in NL normaal en het mag. Het is ook normaal in andere landen. Part-time ondernemen is ook normaal in NL (= bijv. vrouwen die zorgen voor kinderen want hun partners doen het niet blijkbaar). Dat NL een zooi van de regels heeft gemaakt doet er niet toe. Zier Tweebaans werk, Hoe banen combineren voor jou werken kan, van Luc Dorenbosch en Mark van Vuuren.

  2. Beste Marion,

    Eindelijk een bericht waar duidelijk staat waar het echt om gaat. Het instandhouden van het sociale stelsel en dat de belastingdienst met hagel gaat schieten. Er wordt angst gezaaid waar dit niet nodig is.
    Maar ook een definitie van ondernemerschap voor deze professionals is niet de oplossing. De groep is te divers. Wat maakt het uit of iemand 1 of meer dan 2 opdrachtgevers heeft. De vraag zou moeten zijn: waarom is er vraag naar zelfstandige professionals? Waarom is deze soms langdurig? Waarom neemt de opdrachtgever niemand in dienst?

    Met het stellen van dergelijke vragen wordt het al een heel andere discussie en een zoektocht op hoe te handhaven. Misschien helpt wanneer we niet meer spreken over zzp-ers ( zelfstandige zonder personeel) maar over zelfstandige professionals. Ondernemers die in een vraag voorzien. Dan kijk je totaal anders naar deze groep.

    Conclusie: laat de zelfstandige professionals gewoon hun diensten blijvend laten aanbieden zonder restricties en beoordeel de markt (vraagstuk voor zover dat er is) op een andere wijze.

  3. De groep is inderdaad te divers en blijft zo. Waarom neemt de opdrachtgever niemand in dienst?
    – Gesubsidieerde instellingen in de cultuursector kunnen geen banen aanbieden = zzp’ers.
    – Journalistiek kampt met een duopsonie en geld gebrek = zzp’ers
    – Tolken en vertalers bij de rechtbank moeten onpartijdig zijn/monopsonie= zzp’ers.
    – Zorg: niet genoeg mensen kunnen vinden/te ingewikkeld = zzp’ers nodig
    -Onderwijs: idem
    – Bouw: veranderende arbeidspatronen en de behoefte aan flexibiliteit = zzp’ers
    Etc.

    Iedereen komt met deeloplossingen en dat helpt niet. De oplossingen vergen een veel breder blik.

  4. Hoi Terry,

    Je opmerking is onjuist over de ondernemingsvorm. Waar jij op doelt heet fraus legis, een constructie om belasting te vermijden. Dat is bij deze keuzes niet het geval. De eenmanszaak zit in de IB-sfeer en de BV valt onder vennootschapsbelasting sfeer. Dit zijn legitieme keuzes die gewoonweg worden gevolgd.

    • Hoi André

      Het spijt me, maar ik doel niet op fraus ligis, doch op ervaring over mogelijke handhavingspraktijk en jurisprudentie.

  5. Fraus Legis is de juiste term.
    Los daarvan – die begrip is totaal niet aan de orde – het werken vanuit een management BV is een praktijk die al decennia bestaat.
    Ik ben een van de jongsten van de “oude” generatie interim managers, een andere term dan ZZP. Toen ik startte was ik de enige dertiger op bijeenkomsten van bureaus als Moret Interim en KPMG interim. Interim management was de verzamelterm voor een groep – veelal oud directieleden – die op basis van hun ervaring en/of specifieke deskundigheid korte tijd ‘bijspringen’ in organisaties waar een probleem op te lossen was. Het waren per definitie zelfstandigen, externen die kwamen om weer weg te gaan in de rol van “vreemde ogen”. Die hele groep werkte vanuit een eigen management BV, eigenlijk een eenmanszaak adviesbureau. Maar in die tijd (eind jaren 70 vorige eeuw) begon ook de discussie over zelfstandigheid. Die ontstond vooral door mensen, zoals ik, die niet binnenkwamen als ervaren general manager, maar als professional in een deelgebied, de zogenaamde ‘functionele manager’. Voorop liepen de IT-ers die ook veel lawaai maakten (het grote geld) en al snel in gesprek kwamen via hun beroepsorganisatie, met de fiscus en het GAK. Er ontstond een gedoog afspraak voor IT specialisten. Ook in die tijd ontstond een beroepsorganisatie voor interim management, de ORM. Kort daarvoor ontstond ook de RIM, organisatie van bemiddelende bureaus. Ons bestuur koos voor twee sporen, enerzijds het overleg met fiscus en GAK over de zelfstandigheidseisen en anderzijds een helder beroepsprofiel. Leden waren minimaal HBO opgeleid en ervaren in hun vak, ze volgden een pad van permanente educatie, conformeerden zich aan een gedragscode en tuchtrecht. Kortom, er ontstond een nieuwe beroepsgroep vergelijkbaar met accountants, en advocaten die al sinds mensenheugenis als zelfstandig ondernemers worden gezien. In die periode ontstonden ook met fiscus en GAK afspraken over het management-BV model. Uiteraard hoorden daar ook de ‘normale’ details bij zoals meerdere opdrachtgevers binnen een redelijke termijn (ruim geformuleerd maar toch wel maximaal 2 jaar), reclamekosten, investering etc. Zelfs werk ik sinds 1978 met die constructie, mijn BV neemt opdrachten aan en zet mij – in loondienst van de BV – in voor het vervullen van die opdracht. Ook ten tijde van ‘normale’ handhaving, voor het moratorium hield dit fiscaal stand, ook bij controles is het nooit punt van discussie geweest. Dit zo gek, aangezien er een arbeidsovereenkomst is die uitsluit dat er een arbeidsovereenkomst met anderen / opdrachtgevers wordt aangegaan. Detail: mede om die laatste reden stond er “vroeger” in overeenkomsten van opdracht met de RIM bureaus altijd een verbod om bij de opdrachtgever in dient te treden.

    De nu heersende verwarring is naar mijn mening ontstaan doordat een groot marktsegment, tijdelijke arbeid via uitzendbureaus, is gaan schuiven. De bovenlaag van dat segment, de hoger opgeleiden, zag vermeende grote financiële voordelen bij het werken als zelfstandige. De uitzendwereld zat ook niet te slapen en vormde aparte bemiddelingsactiviteiten voor deze groep functionele managers en specialisten. En zo ontstonden Headfirst, Between etc. en vormde zich een immens grote nieuwe markt. De huidige discussie gaat over de regulering van die markt. Als ik zie, vooral bij grote overheidsorganisaties, hoe grote groepen voormalig werknemers nu als zelfstandige hun heren schrijven in hele normale banen waarbij ze jarenlang op dezelfde stoel zitten – ik ken een organisatie waar 40% externe is, met een gemiddeld verblijf van drie jaar – is het niet vreemd dat de overheid opnieuw grip wil krijgen.

    • Dat er quasi uitzendbureaus tussen zijn gaan zitten werd grotendeels veroorzaakt door de beruchte wet ketenaansprakelijkheid , aldus in het leven geroepen door de overheid, waarbij het uitzend- of bemiddelings bureau de plicht kreeg om te controleren of de zelfstandige voldeed aan alle belastingverplictingen etc, terwijl iedereen in de keten overigens toch ook verantwoordelijk bleef.

      Grooste aandrijver van deze hele markt in de jaren 90 was uiteraard de explosieve groei van de IT in alle sectoren.
      Later na het jaar 2000 kwamen daar meerdere beroepssectoren bij, mede als gevolg van diverse crisissen en daaruit voortkomende werkeloosheid, waarbij de overheid instanties (UWV) betreffende mensen vaak adviseerden om notabene voor zichzelf te beginnen (!)

      Vervolgens deden de vele grotere bedrijven alleen maar zaken met preferred suppliers, alwaar zij dachten dat ze dan goedkoper uit zouden zijn: Het tegendeel was en is waar.

      Uiteraard bieden deze “uitzend” bedrijven ook voordelen voor de zelfstandige op zoek naar een nieuwe opdracht.

      Curieus dat u (in totaal hooguit) een paar honderd overheidsmedewerkers erbij haalt, die voor zichzelf zijn begonnen en min of meer hetzelfde werk zijn blijven doen: alsof dat de drijfveer is voor deze VAR/DBA Soap.

      Pak de problemen aan de onderkant van de markt aan, middels een minimum tarief en breng desnoods een betaalbare AOV in het leven van zeg 250 euro per maand.
      Er is inmiddels al flink gesneden in zelfstandigen aftrek, dus dat moet ook redelijk wat geld in het laatje brangen: Maar bovenal laat die zelfstandigen vooral hun werk doen zodat ze op jaarbasis tot wel 40 a 45 cent per verdiende euro aan de belasting afdragen !

  6. Marcel, een paar correcties:
    Ik zeg nergens dat er ‘uitzendbureaus tussen zijn gekropen’. Sterker, het zogenaamde tussenkomst model bestaat al decennia en het is ook één van de besproken werkwijzen in het overleg in begin tachtiger jaren met de fiscus en GAK. De wet Ketenaansprakelijkheid heeft daar geen invloed op, ik zou ook niet weten waarom.
    De grote groei is niet uit de 90iger jaren, maar begon al tien jaar eerder. Het fenomeen “zelfstandigen” is inderdaad wat meer in de belangstelling komen te staan in periodes van afnemende werkgelegenheid, maar dan praat je over een enkel individu, vaak op advies van job coaches (weer zo’n onbeschermd en ongeschoold beroep) die het niet echt snapten.
    Het begrip preferered suppliers is afkomstig uit het inkoopvak. Ik moet bekennen dat ik lang voor ik de term leerde kennen, net als de meeste van mijn HR collega’s, werkte met vaste leveranciers, doodgewoon om enig overzicht te houden en om een serieuze klant te zijn die eisen kan stellen. Prijs speelt in dat soort processen nauwelijks een rol, door concurrentie zijn de verschillen klein, bovendien gaat het bij inhuur van externen vooral om snel inzetbaar zijn en kwaliteit, het is geen kosten inkoop proces.
    Ik heb het niet gehad over ex overheids medewerkers, ik haalde een voorbeeld aan van een mij bekende overheidsdienst die voor meer dan 40% uit externen bestaat die heel gewoon het werk van een vaste ambtenaar doen en dat jarenlang doen.

    Tot slot, dit hele item gaat niet over belasting of wat dan ook, het gaat erg over dat volgens de geldende wetgeving veel zelfstandigen in werkelijkheid kwalificeren als medewerkers in loondienst. Er ligt al heel lang een tikkende tijdbom onder onze markt waar iedereen ten onrechte de schouders over ophaalt. Als de fiscus volgend jaar actief gaat handhaven vrees ik een bloedbad, de nog altijd onveranderde wetgeving is namelijk vrij helder.

  7. Maarten het is een bevroren wet, die vervangen gaat worden, dus niemand onder de zelfstandigen is gekwalificeerd onder de noemer schijnzelfstandige. Het is nog even wachten op het definitief afblazen van dit gedrocht. Groetjes: Marcel , inmiddels 35 jaar actief als zelfstandige (DGA by the way) en zet het woord schijn er niet voor !

  8. Marcel, als jij de Java specialist bent op LinkedIn én het is echt waar, wat je heira vertelt, dat je 35 jaar als zelfstandige werkt dan ben je exact een voorbeeld van de groep waarop gehandhaafd gaat worden. Ik lees 10 jaar Nationale Nederlanden, 4 jaar Rabo, en dan een jaartje Belastingdienst als freelancer. Ik geef je weinig kans om hier goed mee weg te komen. Tegen dit soort situaties is zelfs de BV constructie zoals ik die bepleit niet opgewassen, hier is in mijn ogen inderdaad sprake van fraus legis.
    Er is geen sprake van een “gedrocht van een wet die vervangen gaat worden”. De wetgeving die gaat over onze arbeidsverhoudingen stamt af van het Bijzonder Besluit Arbeidsverhoudingen uit 1948 en daarna uitgewerkte zaken. De definitie van een dienstverband is decennia oud en tamelijk waterdicht. Wel zijn erg sinds de 80iger politiek bepaalde uitzonderingen bedacht, die geen van alle waterdicht gebleken te zijn. Nog steeds probeert het ministerie wegen te vinden om de nooit bedoelde ruimte voor schijnzelfstandigheid alsnog enigszins te legaliseren zonder dat dit goed lukt. Als niet hip korte termijn iemand een oplossing vind kan de fiscus haast niet anders dan duizenden mensen onder de loupe te nemen en honderden opdrachtgevers te beboeten. Overigens, als uitvoerder van het werk kom je er denk ik wel goed vanaf zolang je in ieder geval steeds netjes belasting en premies hebt afgedragen. Wel loop je natuurlijk risico met aftrekposten, met name als je die als vermeend IB ondernemer hebt gedaan.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *