Helft zzp’ers overweegt vast dienstverband door zorgen over toekomst arbeidsmarkt Geplaatst 31 januari 2024 door ZiPredactie Van de werkende Nederlanders maakt 57% zich flinke zorgen over de komende twee jaar. Die zijn het grootst bij de jongeren in de leeftijd 18 tot en met 24 jaar. De meeste onrust over de arbeidsmarkt zit in de detail- en groothandel. Ongerustheid bij zzp’ers De zorgen over de toekomst van de arbeidsmarkt zijn met 70% het grootst bij zzp’ers. 5 op de 10 zzp’ers zou weer een vast dienstverband overwegen. Daarna komen, met 63%, de werknemers met een contract voor bepaalde tijd. Opvallend is ook de score bij de werknemers met een vaste aanstelling, waarvan wordt gedacht dat een vast contract hen meer zekerheid geeft. Meer dan de helft (53%) van deze doelgroep is bezorgd over de huidige arbeidsmarktontwikkelingen. Drie op de tien werknemers in loondienst zou liever zzp’er zijn Dit onderzoeksresultaat is opmerkelijk, aangezien de Nationale Vacaturebank recentelijk nog meldde dat drie op de tien werknemers in loondienst liever zzp’er zou willen zijn. Destijds bleek uit hun marktonderzoek dat vooral in de sectoren Financiële dienstverlening en Bouw & Industrie de wens om als zelfstandige te werken sterk was. Zzp’erschap indicatie van vertrouwen Suzanne van Malsen van de Nationale Vacaturebank noemt de resultaten opvallend: “We hebben nog steeds veel vacatures op onze site staan, in alle regio’s van Nederland. Toch blijkt dat werkenden zich zorgen maken. Dit zou te maken kunnen hebben met de onrustige tijden waar we in leven, zoals de hoge inflatie en de economische krimp van de afgelopen kwartalen.” “ Een ander punt van zorg kunnen de salarissen zijn die minder hard stijgen, terwijl inflatie wel hard stijgt. Vastigheid en zekerheid in je baan zijn dan extra belangrijk.” Uit de enquête van Nationale Vacaturebank blijkt ook dat zekerheid de belangrijkste reden is om voor een vast dienstverband te kiezen, ongeacht leeftijdscategorie. Vaak is het aantal zzp’ers in de markt ook een indicator van het vertrouwen in de economie. Als veel werkenden kiezen voor het wat onzekere zzp-bestaan, dan zien ze de toekomst positief tegemoet. Suzanne van Malsen van Nationale Vacaturebank: “Uit ons onderzoek blijkt dat 47% van alle ondervraagde zzp’ers weer een vast dienstverband overweegt. Het nog steeds ruime aanbod van vacatures zou de reden kunnen zijn dat veel zzp’ers die stap nu willen maken.” Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags arbeidsmarkt, Nationale Vacaturebank, vast contract | Laat een reactie achter
‘Vakmanschap en Maatwerk: de toekomst van inhuur in een volwassen wordende markt’ Geplaatst 31 januari 2024 door Mariëtte Wendrich Het nieuwe jaar is ruim van start. Voor veel deskundigen betekent dit dat zij hun voorspellingen voor het komende jaar delen. Wat zijn dé trends in hun vakgebied? En waar zien we dat in terug? Veel van deze trends zijn een weerspiegeling van bredere, maatschappelijke ontwikkelingen. Bovendien zijn de meeste trends niet enkel van toepassing op één vakgebied, maar op allerlei verschillende terreinen. Één van die brede, maatschappelijke ontwikkelingen die mij ontzettend boeit, is de toenemende waarde die mensen hechten aan kwaliteit en maatwerk. Ik ben ervan overtuigd dat we die trend de aankomende jaren nog verder zullen zien toenemen; vakmanschap wordt weer belangrijk. Waar we de kaas- en de groenteboer een aantal jaren geleden verruilden voor de supermarkt, zijn de speciaalzaken tegenwoordig opnieuw in trek. Waarom? Omdat men weet dat die kaasboer betere kaas heeft en de groenteboer betere groenten. De specialist wint het van de generalist. Opdrachtgever heeft meer kennis Deze trend trekt door naar andere vakgebieden, net zoals in onze inhuurbranche. Ook daar draait het steeds meer om de combinatie van kwaliteit en maatwerk. Voor een deel komt dat omdat de markt aan de kant van de opdrachtgever volwassener wordt. Een opdrachtgever met meer kennis en ervaring weet – net als een consument die weet waar je de beste kaas kan kopen – beter waar hij/zij het best in kan huren. Het is niet gek dat die volwassenheid in de inhuurwereld nu pas in een nieuwe fase komt. Veel diensten en tools zijn eigenlijk nog maar heel jong. Zo kwam de eerste MSP pas in de jaren 90 op de markt. Tel bij die jonge markt de razendsnelle digitalisering op, en het is logisch dat organisaties tijd nodig hebben om hun kennis op niveau te brengen. Maar als gezegd: die slag wordt nu steeds meer gemaakt. Het is niet gek dat die volwassenheid in de inhuurwereld nu pas in een nieuwe fase komt Naast het volwassen worden van de markt, hebben ook andere factoren invloed op de toenemende vraag naar maatwerk in de inhuurbranche. Dat begint met de groei van het aantal zzp’ers. Net als de schaarste, meer behoefte aan specialistische kennis, het toenemende belang van compliance en de genoemde digitalisering, spelen mee in het feit dat de opdrachtgever op zoek gaat naar dienstverleners die het beste – en dus op maat – tegemoetkomen aan hun wensen. Eigen VMS Ik denk in alle onbescheidenheid dat deze trend de voornaamste reden is dat we bij Flextender zo hard groeien. Maatwerk zit in ons DNA. Wij zijn de enige MSP die een eigen VMS heeft gebouwd. Andere MSP’s maken gebruik van bestaande VMS’en in de markt met beperkte standaardoplossingen. Logisch op zich, want deze VMS’en zijn grote machines die uitgaan van schaalbaarheid. Bij Flextender is het VMS niet het primaire verdienmodel, maar moet het faciliterend zijn aan onze dienstverlening. We richten ieder dashboard op maat in voor de klant en ons eigen team van slimme IT-ontwikkelaars ziet iedere IT-uitdaging als een kans. Op deze manier zijn we zeer innovatief en wendbaar als organisatie. Koppeling tussen systemen Een klein voorbeeld is onze samenwerking met de gemeente Zeist. We hebben voor deze gemeente onlangs een koppeling gemaakt tussen AFAS, het systeem waar zij mee werken, en ons platform. Een koppeling waar een reguliere VMS al gauw van terugdeinst. Het gevolg is dat veel handelingen die voorheen dubbel verricht moesten worden, nu geautomatiseerd zijn en dat mutaties die in het platform van Flextender worden uitgevoerd automatisch ook in AFAS worden doorgevoerd. Als we elkaar vinden vanuit een gezamenlijk streven naar kwaliteit en op basis van aanvullend vakmanschap, kunnen we de inhuurmarkt verder transformeren. Ik zie de toekomst zeer positief tegemoet! Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags flextender, MSP, overheid | Laat een reactie achter
ZiPtalk: de waarde van zelfstandig professionals Geplaatst 30 januari 2024 door ZiPredactie Uit onderzoek blijkt dat de zelfstandig professional (ZP’er) 4,4 miljard euro per jaar bijdraagt aan de Nederlandse economie. In de nieuwste aflevering van ZiPtalk vertellen onderzoeker Henry Bussink (SEO Economisch Onderzoek) en Sem Overduin (HeadFirst Group) over het onderzoek en de feiten en fabels over de zelfstandige professionals. “Hoe zou de situatie eruit zien wanneer deze mensen niet als ZP’er actief zouden zijn op de arbeidsmarkt?”, vroegen de onderzoekers zich af? Wat zouden zij doen? Waar zouden zij werken? De uitkomsten hiervan waren van grote betekenis, vertelt Bussink: “Wat bleek is dat een gedeelte in werknemerschap verder zou gaan, een ander deel zou als DGA in een BV constructie aan de slag blijven. Een andere groep zou ervoor kiezen om zich te laten detacheren. Maar ook zou een gedeelte van de ondervraagden vervroegd met pensioen gaan, of ze zouden ervoor kiezen om in het buitenland te gaan werken. Sommigen zouden minder of helemaal niet meer gaan werken.” Lees ook: Zelfstandig professional draagt flink bij aan de maatschappij: 4,4 miljard euro per jaar Op basis hiervan concludeerden de onderzoekers dat zo’n 10% van de 110.000 ZP’ers in Nederland niet meer werkzaam zou blijven op de Nederlandse arbeidsmarkt als zij niet meer als zzp’er zouden mogen werken. Bussink: “We schatten dat het aandeel van alle ZP’ers op de economie 4,4 miljard euro bedraagt. Als hier 10% van zou stoppen, zou de totale arbeidsproductie lager liggen en de Nederlandse economie kleiner zijn.” Niet alle zzp’ers Dit onderzoek richtte zich niet op de gehele breedte van de ZZP-doelgroep, maar op hoogopgeleide, gespecialiseerde zzp’ers. Deze doelgroep werkt hoofdzakelijk voor grote opdrachtgevers in de zakelijke dienstverlening. Overduin spreekt van een discussie over de solidariteit van deze groep en hun bijdrage aan het sociale zekerheidsstelsel. Zij dragen namelijk minder premies af. Wat betekent dit voor de houdbaarheid en de betaalbaarheid van dit stelsel? Er worden minder sociale premies geïnd, circa 1,3 miljard, maar daar tegenover staat een hogere belastingopbrengst, zo’n 1,6 miljard. Overduin: “Dit onderzoek laat in dat debat mooi zien: er worden minder sociale premies geïnd, circa 1,3 miljard, maar daar tegenover staat een hogere belastingopbrengst, zo’n 1,6 miljard. Dat zijn interessante inzichten voor de politieke discussie hierover.” Bussink sluit niet uit dat andere type zzp’ers ook onderzocht zullen worden. “Het zzp-landschap is zeer heterogeen, waarbij allerlei verschillende dynamieken per groep een rol spelen. Het zal voor ons de uitdaging zijn om voor al deze groepen te onderzoeken wat hun alternatief op de arbeidsmarkt zou zijn als zij niet als zelfstandig ondernemer zouden werken. Ik denk dat de uiteindelijke informatie die we daarover ophalen, heel belangrijk zal zijn om in te schatten wat de maatschappelijke kosten en baten zullen zijn.” Lees ook: ‘Zelfstandig professionals van grote waarde voor maatschappij en economie’ De zelfstandige professional Wat maakt het zelfstandige ondernemerschap zo aantrekkelijk voor deze doelgroep? Bussink: “Wat we heel duidelijk zien bij deze groep is een win-win situatie onder de zelfstandige professional. De zelfstandige professional kiest er heel bewust voor om als zelfstandige te werken en de opdrachtgevers kiezen er heel bewust voor om een zelfstandige in te schakelen.” Doordat de ZP’ers zich uitsluitend kunnen richten op hun expertise, zijn zij economisch veel productiever, legt Bussink uit. “Hierdoor wordt er over de hele breedte meer gewerkt en wordt er meer geproduceerd.” Aftrekposten Wat is het effect van het verlagen van de aftrekposten? Bussink: “Wat we nu zien is dat verhoudingsgewijs een ZP’er minder belasting betaalt dan een gemiddelde werknemer. Tegelijkertijd leidt de grotere arbeidsproductie van de ZP’er ertoe dat er meer belasting geheven wordt. Zouden die aftrekposten er niet zijn, dan zal de netto geheven belasting hoger zijn. Maar aan de andere kant is het mogelijk dat er hierdoor een gedragsverandering plaatsvindt, waardoor er minder ZP’ers zijn die zich aanbieden op de arbeidsmarkt en de geheven belasting uiteindelijk lager wordt.” Motieven van opdrachtgevers Doordat de ZP’ers zich als zelfstandige volledig kunnen richten op hun expertise, zijn zij interessant voor opdrachtgevers. De hogere kosten van het inhuren van een ZP’er vormen geen daarbij expliciet tegenargument. Bussink: “Je zou bijna het tegendeel kunnen beargumenteren. Het kostenmotief is niet het voornaamste motief voor opdrachtgevers om wel of geen ZP’er in te huren. Maar opdrachtgevers vinden deze prijs gerechtvaardigd, gegeven de expertise en de productiviteit van de ZP’er.” Het kostenmotief is niet het voornaamste motief voor opdrachtgevers om wel of geen ZP’er in te huren. Deze hogere productiviteit komt voort uit dat ondernemerschap. Bussink: “De ZP’er kan zich als zelfstandige herhaaldelijk en uitsluitend toespitsen op zijn of haar expertise, waar een normale medewerker tijdens hun dienstverband niet altijd kan richten op diens expertise. Daardoor zijn de ZP’ers vaak productiever.” Wet VBAR De boodschap van het onderzoek is dat deze productiviteit niet verloren moet gaan vanwege nieuwe wet- en regelgeving, met name de conceptwet VBAR. Is de verwachting dat het eerste deel van deze wet, de ‘ABC-wet’, en het rechtsvermoeden van werknemerschap, deze productiviteit in de weg zal zitten? Lees ook: ZiPtalk explainer: Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden Overduin: “Het rechtsvermoeden van werknemerschap kan heel behulpzaam zijn. Dat is een vorm van maatwerk die met name de onderkant van de zelfstandigen op de arbeidsmarkt beschermt. Maar de ABC-wet is een voorbeeld van generieke maatregelen die gelden voor de gehele zzp-doelgroep. Deze wet zou hard ingrijpen in de deelname in het ZP’schap, waardoor deze mensen geen zelfstandig ondernemer worden en daardoor minder productief zijn. Dat zou dan leiden tot een welvaartsverlies. Ik hoop dat kamerleden zich daar bewust van zijn.” Bekijk of beluister de hele aflevering van deze ZiPtalk op Youtube of op Spotify Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags HeadFirst Group, onderzoek, SEO Economisch Onderzoek, ZiPTalk | Laat een reactie achter
“Wet- en regelgeving belemmert groei detacheringsbranche” Geplaatst 30 januari 2024 door Arthur Lubbers Er zijn veel meer detacheerders die veel meer omzet draaien en vooral veel meer gedetacheerde vrouwen (45%) dan vijf jaar geleden. Dat blijkt uit het Marktonderzoek detachering, dat Panteia heeft uitgevoerd in opdracht van de VvDN, ABN AMRO en PwC. Dit rapport is 24 januari jl. gepresenteerd tijdens het event ter ere van het eerste lustrum van de VvDN bij gastheer Yacht in Diemen. Volgens dit uitgebreide onderzoek – een vervolg op het onderzoek vijf jaar geleden – is de totale omzet van de detacheringsbranche gestegen van 6 miljard euro in 2017 naar 10 miljard euro (grove schatting) in 2022. Edwin van den Elst “De detacheringsbranche heeft de afgelopen vijf jaar een prachtige groei doorgemaakt. Dat is alleen maar mogelijk doordat detacheerders goed werkgeverschap in de praktijk brengen”, zei Edwin van den Elst, de nieuwe voorzitter van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). De VvDN is in 2019 opgericht om de belangen van detacheerders te behartigen en telt inmiddels 85 leden. “Dat is mooi, maar niet genoeg”, stelt Van den Elst. “Wet- en regelgeving vormt nog meer dan vijf jaar geleden een bedreiging. Het sentiment is in ons nadeel gedraaid. We moeten in dit veranderende (politieke, red.) klimaat duidelijk maken dat wij als detacheerders echt andere wet- en regelgeving nodig hebben. Dat moeten we samen doen. Ik zal er in elk geval keihard aan werken om ervoor te zorgen dat we een speelveld krijgen waarop we op een goede, eerlijke manier kunnen ondernemen.” Belemmering door wet- en regelgeving Het tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten is nog altijd de grootste belemmering voor detacheerders. Dat is in vijf jaar tijd niet veranderd. Maar de uitkomsten van het onderzoek tonen inderdaad aan dat detacheerders overheidsregels meer en meer als belemmering zien. Gold dit in 2017 voor amper een derde (32%) van de detacheerders, inmiddels stelt meer dan de helft (54%) last te hebben van de huidige wet- en regelgeving. Met stip bovenaan de top-10 belemmeringen die detacheerders ervaren bij het uitoefenen van hun activiteiten staat de inlenersbeloning (69%). (Juridisch gezien valt detachering onder ‘uitzenden’ door de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) en moet dus de inlenersbeloning worden toegepast.). Ook de Uitzend-CAO (56%) en de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) (51%) worden als belemmerd ervaren, net als het omgaan met begrippen als ‘gezag’, ‘toezicht en leiding’ en ‘inbedding’ bij het beoordelen van arbeidsrelaties (49%). GenZ wil vast contract Zowel ABN AMRO als PwC namen het podium tijdens de jubileumbijeenkomst om de ruim honderd aanwezige detacheerders te wijzen op de kansen die zij hebben op de arbeidsmarkt, nu en in de toekomst. Want ondanks een kwakkelende economie draait de arbeidsmarkt op volle toeren – ABN AMRO spreekt dan ook slechts van een ‘technische recessie’. Ook volgens Raymond Welmers van PwC is de situatie bijzonder. “Economische onzekerheid in combinatie met een krappe arbeidsmarkt komt bijna nooit voor. Dit zorgt voor druk op de loonkosten. En met name de Generatie Z (geboren tussen 2000 – 2014) heeft behoefte aan financiële stabiliteit omdat zij met hoge (woon)lasten en studieschuld zitten.” Boodschap aan detacheerders: “Zij (GenZ) vinden het salaris het belangrijkst. Het is een mythe dat zij voor de bonus gaan. Zij willen wel flexibiliteit, maar niet in hun arbeidsvoorwaarden. En zij willen een vast contract.” Detacheerder als impresario Han Mesters benadrukte dat detacheerders vooral zouden moeten inspelen op de behoefte aan autonomie en ‘purpose’ (maatschappelijke relevantie) van de kandidaat. “Post corona zijn we allemaal een beetje zzp’er geworden. Werkenden willen niet meer 40 jaar in dienst zijn bij een bedrijf. Belangrijkste reden voor vertrek is hun manager en de bedrijfscultuur. Als (jonge) mensen zich daarin niet kunnen vinden, zijn ze weg.” Op die behoefte aan flexibiliteit en zelfstandigheid kunnen detacheerders inspringen, stelt Mesters. En dat doen zij ook al, zo blijkt uit het onderzoek dat detacheerders meer en meer doen aan zzp-bemiddeling. Mesters ziet voor detacheerders een rol weggelegd als impresario: persoonlijke aandacht en het bieden van intensieve loopbaanbegeleiding. En die rol lijken detacheerders ook te pakken. Het onderzoek toont aan dat detacheerders veel meer dan vijf jaar geleden investeren in persoonlijke ontwikkeling en loopbaanbegeleiding van hun medewerkers. Reskilling – omscholen voor schaarsteberoepen – en upskilling – inclusief (persoonlijke) ontwikkeling – is ook volgens Welmers de manier voor detacheerders om zich te onderscheiden. Dat detacheerders volgens het onderzoek meer doen aan het ontwikkelen van soft skills van hun mensen, vindt Welmers dan ook positief. “Dat is belangrijk voor hun inzetbaarheid.” Detacheerder als ‘change agent’ Marjolein ten Hoonte (Randstad) gaat nog een stap verder. Zij schetst een arbeidsmarkt waarin detacheerders als moderne werkgevers als ‘change agents’ kunnen dienen. “De wereld is in transitie, de uitkomst onzeker. Het leven, het werk, verandert. Wij kunnen wij als moederschip fungeren, van waaruit die werkende zich kan ontwikkelen, zodat elk mens, elke werkende, zekerheid krijgt, los van contractvorm.” Een fraai vergezicht, dat – zeker gezien het politieke klimaat – niet realistisch lijkt op korte termijn. In de dagelijkse hectiek zal het voor de individuele detacheerder ook niet direct prioriteit nummer één zijn. Maar het is een mooi doel om samen na te streven vanuit de branchevereniging VvDN. 5 meest opvallende uitkomsten uit het Marktonderzoek detachering De totale omzet van de detacheringsbranche is gestegen van 6 miljard euro in 2017 naar tussen de 8 en 12 miljard euro (grove schatting) in 2022; de gemiddelde omzet per bedrijf is € 14,5 miljoen. De detacheringsmarkt is diverser geworden, er zijn meerdere nieuwe snelle groeiers toegetreden tot de markt. Als gevolg hiervan is het aandeel van de grote detacheringsorganisaties in de totale omzet van de branche afgenomen (vergelijkbaar met de ontwikkeling in de uitzendbranche, waar de zogenoemde Grote 4 ook relatief aandeel in de totale omzet verliezen.) Het aantal gedetacheerden is gegroeid van 135.000 in 2017 naar tussen de 149.000 -194.000 in 2022; van de gedetacheerden is een kleine meerderheid man, veelal hoogopgeleid (HBO+, 63%) en het gros is jonger dan 40 jaar (66%). In vergelijking met 2017 valt vooral de toename van het aandeel vrouwen op (in 2022: 45%). Ook opmerkelijk, een groot aandeel van alle gedetacheerden in 2022 is in dienst getreden bij de detacheerder als schoolverlater (29% tegen 15% in 2017) of in mindere mate vanuit een uitkeringssituatie (7% tegen 13% in 2017). Volgens de VvDN geeft dit aan dat detacheerders in toenemende mate een brug vormen naar de arbeidsmarkt. De uurtarieven zijn gestegen; werd in 2017 de grootste groep nog gedetacheerd tegen een uurtarief tussen de € 35 en € 50, in 2022 werd de grootste groep gedetacheerd op basis van een tarief tussen de € 50 en € 75 per uur. Ten dele is dit natuurlijk te verklaren door de inflatie en hogere CAO-lonen (inlenersbeloning). Maar kennelijk zijn detacheerders er ook in geslaagd hun toegevoegde waarde (op een krappe arbeidsmarkt) te vertalen naar een hogere prijs. Het overgrote merendeel van de detacheerders (94%, tegen 88% in 2017) biedt tegenwoordig naast detachering ook andere diensten aan. Zo doen de detacheerders veel vaker ook aan zzp-bemiddeling (62%, tegen 49% in 2017), aan werving en selectie (59%), en deta-vast bemiddeling (51%), op ruime afstand gevolgd door onder meer uitzenden (36%). Detacheerders hebben een belangrijke rol bij de opleiding en ontwikkeling van gedetacheerden. Gemiddeld wordt door detacheerders ruim € 1.700 per medewerker uitgegeven aan training, coaching en opleiding (5% van de loonsom). Opvallend is de verschuiving van training van hard skills naar soft skills. Driekwart betreft vaktechnische opleidingen. Maar daarnaast is er een sterke groei in het aanbod externe coaching (47%), loopbaanbegeleiding en trainingen competentiemanagement (49%). Het rapport Marktonderzoek detachering is onder meer te downloaden op de site van ABN AMRO. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags detachering, marktontwikkelingen, VVDN | Laat een reactie achter
Nieuwe Kamerleden willen zzp-wet splitsen: wel rechtsvermoeden onder een uurtarief, geen inbeddingscriterium Geplaatst 29 januari 2024 door Claartje Vogel Tweede Kamerleden in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zijn het eens: ze willen schijnzelfstandigheid bij kwetsbare werkenden zo gauw mogelijk aanpakken. Dat bleek donderdag tijdens het eerste commissiedebat Arbeidsmarktbeleid in de nieuwe samenstelling sinds de Tweede Kamerverkiezingen. Om snel iets te doen tegen verkapt werknemerschap bij laagbetaalde werknemers willen Nieuw Sociaal Contract, SGP en VVD een rechtsvermoeden van werknemerschap instellen onder een bepaald uurtarief. Om dat voor elkaar te krijgen, moet de minister vernieuwing van de criteria om te werken als zzp’er voorlopig laten zitten. Oftewel: zij moet haar conceptwetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (Wet VBAR) in twee delen splitsen. Enthousiasme over een rechtsvermoeden Zo zit dat: een rechtsvermoeden van werknemerschap is al onderdeel van de conceptwet VBAR. In dit wetsvoorstel van minister Karien van Gennip (SZW) staat onder andere dat zzp’ers die onder een uurtarief van 32,24 euro werken, direct gelijk krijgen van de rechter als zij vinden dat ze recht hebben op een dienstverband. Kamerleden zijn enthousiast over deze nieuwe regel, een uitwerking van het advies van de Sociaal Economische Raad (SER). De wet zal werkgevers huiverig maken zzp’ers in te huren voor lage tarieven. De wet geeft economisch kwetsbare werkenden in één keer flink meer onderhandelingsmacht. Ook zullen werkgevers problemen willen voorkomen met hogere uurtarieven. En met meer inkomsten kunnen zzp’ers zelf hun sociale zekerheid organiseren. Massale weerstand tegen deel twee Politici vinden dit een goed idee, maar toch is de kans klein dat de Wet VBAR snel wordt aangenomen. Dat komt omdat het rechtsvermoeden slechts een onderdeel is van het geheel. De Wet VBAR bestaat uit twee nieuwe regels en er is heel veel kritiek op de tweede. Samengevat: in deel twee staan vernieuwde criteria voor inhuur en die maken het een stuk moeilijker om te werken als zzp’er. Ook voor zelfstandigen met goede onderhandelingsposities en tarieven. Tijdens de internetconsultatie over het voorstel bleek dat zzp’ers, opdrachtgevers en bemiddelaars er massaal tegen zijn. Ook politici zijn tegen, behalve het CDA is eigenlijk niemand enthousiast. De PvdA/GroenLinks vindt dit deel van de wet niet streng genoeg, VVD, SGP en Nieuw Sociaal Contract zien het helemaal niet zitten. Maar als het huidige wetsvoorstel geen politieke steun krijgt, betekent dat vertraging van zzp-wetgeving van minimaal drie jaar. Dat wil niemand. De oplossing: splits de wet in tweeën. Hoe dat werkt schreef ZiPconomy-hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts begin deze week al. Ook Sem Overduin van Bovib (de branchevereniging voor intermediairs) benoemde het in de podcast ZiPTalk. Van Gennip wil niet splitsen De minister moet vaart maken, want het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid verloopt op 1 januari 2025. De VVD zei eerder dat nieuwe regels een voorwaarde zijn voor de opheffing van die pauze op boetes en controles van de fiscus. Ook uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat de Belastingdienst eerst meer duidelijkheid nodig heeft, voordat de inspecteurs effectief kunnen handhaven. Maar de minister bleek niet enthousiast over het plan om haar wet te splitsen. “Ik werk gewoon het wetsvoorstel verder uit, er komt een volgende versie en daar kunnen we dan over verder praten”, zei Van Gennip tijdens het commissiedebat. “De wet moet uitvoerbaar en haalbaar zijn. Daar zullen we dus nog veel over spreken. De criteria in het wetsvoorstel zijn bovendien niet nieuw, we maken ze alleen duidelijker. Zo komt ‘inbedding in de organisatie’ al sinds 1978 voor in jurisprudentie.” Uitbreiding van de plannen De nieuwe zzp-wetgeving is een onderdeel van een groot pakket maatregelen om de arbeidsmarkt te hervormen. Tjebbe van Oostenbruggen (Nieuw Sociaal Contract) maakte aan het begin van het commissiedebat direct duidelijk hoe hij denkt over het hervormingsplan. Volgens hem gaan de plannen niet snel en ver genoeg: “Ik wil nog meer maatregelen uit het rapport van Borstlap invoeren om de arbeidsmarkt in balans te brengen. Ik wil de plannen aanscherpen en uitbreiden, met bijvoorbeeld een persoonlijk ontwikkelbudget en een verbod op een concurrentiebeding onder bepaald salaris.” Ook Mariëtte Patijn (PvdA/GroenLinks) vindt dat de plannen niet ver genoeg gaan, maar haar partij heeft een heel andere visie. PvdA/GroenLinks wil hogere lonen en minder flexcontracten. Patijn: “Het percentage vaste contracten in Nederland moet omhoog. Nu heeft 55% een direct dienstverband met zijn werkgever, dat moet naar 85%.” Stand van zaken aov voor zelfstandigen en uitzendwet Bijna alle Kamerleden benadrukken dat ze vaart willen blijven maken met de hervormingen. Ze vroegen de minister naar de stand van zaken, onder andere over de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zelfstandigen en de nieuwe regelgeving voor uitzenders en detacheerders, de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wet TTA). Zoals eerder aangekondigd is minister Van Gennip nu bezig met een conceptwetsvoorstel voor een verplichte aov voor zelfstandigen met een private opt-out. Dat betekent dat zelfstandigen ook een eigen, gelijkwaardige aov mogen afsluiten. Hoe dat precies gaat werken, is nog niet duidelijk. Lees ook: Opt-out bij aov voor zelfstandigen is voor VVD ‘essentieel’ Ook meer regulering van de uitzendsector heeft haast, vindt de minister. Volgens haar is het nog steeds mogelijk om de wet TTA op 1 januari 2026 in te laten gaan. “Misstanden aanpakken in de uitzendsector is belangrijk. Dat vinden ook uitzendorganisaties zoals de NBBU en de ABU”, zei ze. “De arbeidsinspectie krijgt daarbij 90 FTE extra voor handhaving. Zij gaan nu al aan de slag.” Van Gennip benadrukt dat ze de maatregelen ‘zo snel mogelijk’ wil invoeren. “Ik zie het als mijn taak en verantwoordelijkheid om het arbeidsmarktpakket zo ver mogelijk uit te werken en te behandelen”, zei de minister. Meer weten? Volg op 6 februari (11.15 uur) het gratis webinar van de NBBU over het toelatingsstelsel tijdens de WebinarWeek. Inschrijven kan hier https://www.wbnrs.live/webinarweek/ Alles weten over wat die Wet TTA (toelatingsstelsel) betekent voor inleners? Kijk dan naar de sessie met Patrick Tom op 8 februari (13:30 uur) en stel hem al je vragen. Inschrijven kan hier https://www.wbnrs.live/webinarweek/ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags kamerdebat, sociale zaken, zzp-wet | 2s Reacties
Arbeidsmarkt op een keerpunt, krapte blijft Geplaatst 29 januari 2024 door Intelligence Group Ondanks de krimpende economie, is er op de arbeidsmarkt nog altijd sprake van flinke krapte. Maar de hyperkrapte lijkt wel op een keerpunt aangekomen. De arbeidsmarktactiviteit (het aandeel mensen dat actief op zoek is naar ander werk) is – ondanks de lage werkloosheid – iets toegenomen en ook het aandeel mensen dat nieuw/ander werk heeft gevonden vlakt af. Het verloop neemt niet verder toe. De sourcingsdruk, die aangeeft in welke mate mensen benaderd worden voor nieuw/ander werk, is voor het eerst in drieënhalfjaar niet toegenomen. En tot slot laat ook de verwachte zoekduur naar een baan geen verdere daling zien. Dit blijkt uit onderzoek naar het arbeidsmarktgedrag van de Nederlandse beroepsbevolking onder een steekproef van ruim 4.000 personen in het vierde kwartaal van 2023, dat al meer dan 20 jaar elk kwartaal wordt uitgevoerd voor Intelligence Group. “Het zijn allemaal geen spectaculaire veranderingen, maar alles bij elkaar laat toch een beeld zien van een arbeidsmarkt die in ieder geval niet nóg krapper wordt en waarschijnlijk iets minder oververhit zal worden”, aldus Arjan Ruis, senior arbeidsmarktanalist bij Intelligence Group. Alle feiten op een rij en meer: Actieve arbeidsmarktaanbod: 1,06 miljoen personen (groei van 41.000 tov Q3-2023). Baanwisselingen: 1,85 miljoen personen (geen groei tov Q3 2023). Sourcingsdruk: 41,6% (geen groei tov Q3 2023). Verwachte zoekduur: 3 maanden (geen verdere daling). Bekijk hier alle cijfers Verhogen pensioenleeftijd lijkt logische oplossing om tot meer aanbod te komen Van een ruime arbeidsmarkt is voorlopig geen sprake. Daarvoor zal de vraag flink moeten afnemen en het aanbod moeten toenemen. Beide scenario’s lijken niet voor de hand te liggen. Met de hoge participatiegraad, de lage werkloosheid en beperkte bereidheid om meer te gaan werken is er weinig rek in het aanbod. Mensen meer uren laten maken is wel degelijk een optie. Hier kan ook een combinatie gevonden worden met het werken als zzp’er (hybride arbeidsvormen). Mensen meer uren laten maken is wel degelijk een optie om uit te werken, zeker als meer werken extra loont. Hier kan ook een combinatie gevonden worden met het werken als zzp’er (hybride arbeidsvormen), maar het werken als zelfstandige/flexwerker is geen populaire arbeidsvorm binnen politiek Den Haag. Een andere optie is door arbeid te ‘importeren’ (immigratie), maar los van de politieke en sociaal-maatschappelijke discussie is dat op lange termijn ook geen structurele oplossing. Het verder verhogen van de pensioenleeftijd naar bijvoorbeeld 70 jaar kan daarentegen wel voor duurzaam extra aanbod zorgen. Dit zal echter ook op veel politieke weerstand stuiten, nog afgezien van de bereidheid van mensen of zij nog langer willen doorwerken. Arbeidsproductiviteit is de sleutel op de arbeidsmarkt, maar die staat onder druk Op korte termijn zijn er geen eenvoudige oplossingen om tot extra aanbod te komen. In dat geval ligt de sleutel bij het verhogen van de arbeidsproductiviteit (hetzelfde werk met minder mensen doen), maar precies dát is waar het al tijden aan schort binnen de Nederlandse economie. Opvallend is daarom ook dat de werkgelegenheid blijft groeien bij een krimpende economie, wat betekent dat de productiviteit afneemt. Schaarste op de arbeidsmarkt is mede het gevolg van een allocatieprobleem, waarbij het juiste talent en de juiste skills zich niet in de juiste baan, sector of bij de juiste werkgever bevinden. “Schaarste op de arbeidsmarkt is mede het gevolg van een allocatieprobleem, waarbij het juiste talent en de juiste skills zich niet in de juiste baan, sector of bij de juiste werkgever bevinden. Gevolg is verloop, een hoog ziekteverzuim en een lage motivatie wat allemaal een negatief effect heeft op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit”, aldus Geert-Jan Waasdorp CEO van Intelligence Group. “Er is nog onvoldoende pijn bij werkgevers om tot echte grote veranderingen te komen, maar dat is een kwestie van tijd nu de krapte op de arbeidsmarkt de alles beperkende factor is om tot grote maatschappelijke veranderingen te komen” Extra verdieping op de belangrijkste kengetallen van arbeidsaanbod De arbeidsmarktactiviteit, de mate waarin de Nederlandse beroepsbevolking actief op zoek is naar een baan, is in vergelijking met vorig kwartaal gestegen. Ook ten opzichte van het vierde kwartaal van 2022 is er sprake van een toename. Iets minder dan één op de acht personen uit de Nederlandse beroepsbevolking (12,0%) is actief op zoek naar een nieuwe baan. Onder werkenden is dat slechts één op de twaalf (7,9%). De groep latente baanzoekers – zij die niet zozeer actief op zoek zijn, maar wel open staan voor (ander) werk – is met 44,9% ruim drieënhalf keer zo groot als de groep actieve baanzoekers. In de strijd om personeel is daarom vooral het vinden, benaderen en verleiden van de latente baanzoeker belangrijk. Bij het aantal baanwisselingen lijkt er sprake van een afvlakking. Ten opzichte van het vorige kwartaal was er in absolute zin geen verandering in het aantal mensen dat ander/nieuw werk vond. In relatieve zin wel, het aandeel baanwisselaars/-vinden nam af van 21,1% naar 21,0%. Ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar is er nog wel sprake van een toename (+15 duizend / +0,1%), maar de groei is beduidend lager dan in voorgaande kwartalen. De mobiliteit/dynamiek is de laatste jaren zeer hoog. Het betreft overigens niet uitsluitend mensen die van baan wisselen, al is dit wel de grootste groep binnen de ruim 1,8 miljoen baanwisselaars. Ook degenen die vanuit een niet-werkende situatie een baan hebben gevonden worden meegeteld. Wanneer de werkgelegenheid toeneemt wordt het aandeel van deze groep groter. De sourcingsdruk is met 41,6% in het vierde kwartaal onveranderd gebleven. Dat was voor het eerst sinds halverwege 2020 (corona). Ten opzichte van vorig jaar is er sprake nog wel sprake van een lichte toename. Nog altijd worden heel veel mensen uit de Nederlandse beroepsbevolking benaderd door werkgevers/recruiters/bureaus voor een nieuwe baan. Waarschijnlijk ook ingegeven door de passiviteit van de beroepsbevolking (de lage arbeidsmarktactiviteit). De sourcingsdruk is een belangrijke indicator van schaarste op de Nederlandse arbeidsmarkt. De werkloosheid in Nederland is al geruime tijd zeer laag. Op dit moment is die 3,6% (december 2023). Het CPB voorziet in haar meest recente prognose (augustus 2023) een lichte toename naar 4,0% in 2024, maar dat is alsnog relatief laag. De arbeidsmarkt blijft daarom naar verwachting krap. De te verwachten zoekduur naar een nieuwe baan is in het vierde kwartaal gestabiliseerd. Deze zoekduur is gebaseerd op de periode die mensen zélf aangeven nodig te hebben voor het vinden van nieuw werk. Het kan gezien worden als vertrouwensindicator van werknemers in de arbeidsmarkt. Met 3,0 maanden is de verwachte zoekduur nog steeds het laagst sinds de start van de metingen in 2011. Het aandeel baanvinders dat direct een vast contract kreeg is in het vierde kwartaal weer wat gestegen. In het vierde kwartaal gaf 44,0% van de baanvinders aan dat ze direct een vast contract kregen (ten opzichte van 43,0% in het vorige kwartaal). Enerzijds hebben werkgevers te maken met een zeer krappe arbeidsmarkt en proberen ze personeel te verleiden en/of te binden met een vast contract. Anderzijds ervaren ze een afkoelende economie en is er onzekerheid over de toekomst. In het tweede kwartaal van 2023 lag het aandeel vaste contracten voor baanvinders op het hoogste punt (44,9%). Nu is dat wat lager, niettemin ligt het aandeel nog steeds erg hoog. Begin 2020, vlak voor het uitbreken van de coronacrisis, was het aandeel ook hoog. Daarna was er sprake van een daling, maar sinds eind 2021 nam het aandeel vaste contracten onder baanvinders weer toe. De cijfers passen bij het beeld van een krappe arbeidsmarkt. In 2022 ontstonden er bijna 1,6 miljoen nieuwe vacatures volgens het CBS. Dat is een flinke stijging ten opzichte van de 1,4 miljoen nieuwe vacatures in 2021. Wederom werd een record gebroken als het gaat om het aantal nieuwe vacatures. De vacaturegraad (het aantal vacatures ten opzichte van het aantal banen van werknemers) bereikte met 17,4% ook een record (het gemiddelde van de afgelopen 25 jaar ligt op 11,8%). Het ongekende vacaturevolume ging (en gaat) bovendien gepaard met een beperkt aanbod van arbeid. De krapte op de arbeidsmarkt was dan ook niet eerder zo groot. De meest recente prognose van het CPB en het UWV over de Nederlandse economie en arbeidsmarkt zijn doorgerekend in ons vacaturemodel. De verwachting op basis van het model is dat het aantal vacatures in 2023 wat is afgenomen tot 1,4 miljoen. Definitieve cijfers volgen half februari, maar alleen al in de eerste drie kwartalen van 2023 ontstonden 1,1 miljoen vacatures. In 2024 en 2025 zal het aantal vacatures eveneens rond de 1,4 miljoen liggen. Het totaal aantal vacatures alsmede de vacaturegraad blijven daarmee relatief hoog. Meer informatie Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags cijfers, Intelligence Group, krapte | Laat een reactie achter