"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Nieuwe regels voor platformwerk raken niet alleen platformbedrijven

De Europese Platform Work-richtlijn lijkt vooral bedoeld voor platformbedrijven. Platformexpert Martijn Arets vertelt in ZiPTalk dat ook intermediairs, HR-techbedrijven en werkgevers die algoritmes en AI inzetten om werk te organiseren met de nieuwe regels te maken krijgen.

De Europese Platform Work-richtlijn wordt vaak geassocieerd met Uber, maaltijdbezorgers en andere platformbedrijven. Volgens platformexpert Martijn Arets is dat een te beperkte kijk. De technologie achter platformwerk wordt inmiddels veel breder ingezet om arbeid te organiseren. Daardoor krijgen mogelijk ook intermediairs, HR-techbedrijven en werkgevers die algoritmes gebruiken voor matching, planning of beoordeling met de nieuwe regels te maken.

Platformwerk heeft de toegang tot werk vergroot

De discussie over platformwerk gaat vaak over de schaduwkanten, maar Arets vindt dat het belangrijk is eerst te kijken wat platformen hebben opgeleverd. “Platformen verlagen op heel veel plekken de toegang tot werk. Heel veel mensen kunnen relatief eenvoudig aan het werk gaan en hebben veel flexibiliteit om te bepalen wanneer ze werken. Daardoor konden groepen die eerder werden genegeerd op de arbeidsmarkt ineens wel aan het werk.”

Tegelijkertijd plaatst hij daar direct een kanttekening bij. “We hebben ook heel duidelijk gezien dat daar een schaduwzijde aan zit. Uiteindelijk is die autonomie ook maar beperkt en afhankelijk van verschillende factoren.”

De definitie van platformwerk is steeds breder geworden

Platformwerk begon als een digitale marktplaats die vraag en aanbod in gefragmenteerde markten bij elkaar bracht. Arets: “Bijvoorbeeld voor taxichauffeurs of maaltijdbezorgers. Het platform faciliteert die transactie en bepaalt ook onder welke condities het werk wordt uitgevoerd. Maar je ziet steeds meer dat die definitie breder wordt getrokken. Het platform wordt steeds meer een mechanisme voor de organisatie van arbeid.”

Dat ziet hij op twee manieren gebeuren. Aan de ene kant breidt platformwerk zich uit naar steeds meer sectoren. Waar het eerst vooral zichtbaar was in consumentenmarkten, wordt dezelfde technologie inmiddels gebruikt voor de business markt: dagklussen, de uitzendbranche en de zorg. Aan de andere kant worden platformmechanismen ook binnen organisaties toegepast. “Je ziet bijvoorbeeld interne platformen waarbij werknemers in loondienstverband meer controle krijgen over welk werk ze doen. Maar ook platformen waarmee organisaties personeel onderling kunnen uitwisselen of regionale pools organiseren.”

Volgens Arets wordt de rol van technologie regelmatig overschat. “Technologie is uiteindelijk altijd het gevolg van keuzes die worden gemaakt door mensen. En daar zit ook de discussie: over die keuzes en over de verantwoordelijkheid daarachter.” 

Van digitaal prikbord naar marktmeester

Volgens Arets zit de grootste kritiek op platformwerk niet in de technologie zelf, maar in de machtspositie van platformen. “Platformen positioneerden zich in het begin heel erg als een prikbord. Maar uiteindelijk zie je dat een platform de informatiepositie heeft in een gefragmenteerde markt. Daardoor heeft het een informatievoordeel en datamacht.”

Daarnaast bepalen platformen steeds vaker zelf de spelregels. “Het platform bepaalt de voorwaarden van de transactie. In de meest extreme vorm zie je dat bij ‘on demand work’ zoals taxi en delivery, waar het algoritme eigenlijk alles bepaalt.” Daardoor ontstaat volgens hem een ongelijke positie tussen platform en werkende. “Het platform heeft alle data en de werkende niet. Dat zie je ook terug in rechtszaken.”

Vaak wordt platformwerk direct gekoppeld aan zzp’ers, maar dat is volgens Arets een te beperkte benadering. “Het fenomeen platformen voor het organiseren van arbeid trekt zich eigenlijk niets aan van de contractvorm.” Als voorbeeld noemt hij dataportabiliteit. “Voor de toegang tot werk maakt het niet uit of iemand freelancer is, in loondienst werkt of uitzendkracht is.”

De richtlijn gaat over veel meer dan platformwerk

Ook Hugo-Jan Ruts benadrukt dat de Europese richtlijn veel breder is dan de naam doet vermoeden. “Het is eigenlijk een slechte naam,” zegt Ruts. “Want het gaat niet alleen over platformwerk. Het gaat ook over de regulering van de technologie die eronder zit.” Denk aan systemen die kandidaten selecteren, een tarief of salarisindicatie bepalen of beoordelingen ondersteunen. Als zulke beslissingen grotendeels via een algoritme plaatsvinden, zonder menselijke tussenkomst, kunnen organisaties onder de nieuwe richtlijn vallen. Daardoor kunnen ook organisaties die zichzelf helemaal niet als platform zien met de nieuwe regels te maken krijgen. 

De conceptwet ligt momenteel ter internetconsultatie, waarna de politiek zich over de definitieve invulling buigt. Ruts: “Als je de richtlijn in de meest ruime zin uitlegt, hebben we het over duizenden, misschien wel 20.000, bedrijven die hier op een of andere manier mee te maken krijgen. Veel mensen denken nu nog aan Uber of Uber Eats, maar het is echt veel breder.”

Hij noemt het voorbeeld van werkgevers die medewerkers volledig via apps aansturen. “Je kunt een bezorgafdeling hebben met mensen die gewoon in loondienst zijn, maar feitelijk worden aangestuurd als een soort platform.”

Europa gebruikte platformwerk als ingang

Volgens Arets is de Platform Work-richtlijn het resultaat van jarenlange discussies in Brussel. “Het was lange tijd spannend of die er überhaupt zou komen. De belangen zijn natuurlijk heel groot en de arbeidsmarkt is een onderwerp dat veel landen liever niet op Europees niveau bespreken. Ik heb vaak gevraagd: waarom pakken jullie niet meteen de hele arbeidsmarkt? Dan zeiden ze in Brussel: ‘Dat snappen wij ook wel, maar dat is politieke zelfmoord.’ Platformen waren een mooi haakje om voor een bepaalde groep werkenden urgentie te creëren.”

De richtlijn is inmiddels vastgesteld. Nu moeten de lidstaten die vertalen naar nationale wetgeving. “Landen hebben behoorlijk veel vrijheid gekregen, maar er zijn ook harde voorwaarden. Binnen die kaders moet ieder land de implementatie verder vormgeven.”

Twee onderdelen van de Nederlandse wet

Volgens Hugo-Jan Ruts bestaat de Nederlandse uitwerking grofweg uit twee onderdelen. Het eerste deel gaat over de arbeidsrechtelijke positie van platformwerkers en het rechtsvermoeden van werknemerschap. Dat sluit volgens hem aan bij de bredere discussie over schijnzelfstandigheid. “Dat stuk vind ik eigenlijk niet zo spannend,” zegt Ruts. “Dat gaat over een beperkt aantal platformen en sluit ook aan bij het rechtsvermoeden bij lage tarieven.”

Veel interessanter vindt hij het tweede deel van de wet. “Dat gaat over al die platformtechnologie. Over werving en selectie, tariefbepaling, ratings en algoritmes. Die gaat veel breder.” Volgens Ruts draait dat niet meer om de vraag of iemand werknemer of zelfstandige is. “Het gaat vooral over: doe je dat netjes? Ben je daar transparant over? Leg je uit wat het doel is?”

Arets waarschuwt ervoor de nieuwe verplichtingen niet te onderschatten. “Sommige dingen overlappen met andere wetgeving, zoals de AI Act en de AVG. Maar er zijn ook echt nieuwe verplichtingen.” 

Een voorbeeld is het verplichte communicatiekanaal dat in de richtlijn is opgenomen. Platformen moeten een mogelijkheid bieden waarmee werkenden met elkaar én met hun vertegenwoordigers kunnen communiceren. Volgens Arets is de gedachte daarachter eenvoudig. “Vroeger konden werkenden elkaar vinden op de werkvloer. Vertegenwoordigers konden bij de fabriekspoort gaan staan en mensen aanspreken. Nu werk steeds digitaler wordt georganiseerd, moet je die fabriekspoort eigenlijk digitaliseren.”

Ook werkgevers en intermediairs kunnen worden geraakt

Voor intermediairs, MSP’s, HR-techbedrijven en softwareleveranciers heeft Arets een duidelijk advies. “Lees de documenten van de consultatie en kijk wat de impact op jouw organisatie is.” Veel onderdelen zouden volgens hem eigenlijk al vanzelfsprekend moeten zijn. “Het gaat om basisdingen als uitlegbaarheid, accountability en risicotoetsing. Als je op een ethisch juiste manier met systemen omgaat, zou je dat eigenlijk al lang moeten doen.” Vervolgens is het zaak te kijken welke aanvullende verplichtingen gelden als een organisatie daadwerkelijk onder de wet komt te vallen.

Daarnaast ziet hij een belangrijke rol voor brancheverenigingen. Wanneer veel organisaties aan dezelfde regels moeten voldoen, kunnen gezamenlijke voorzieningen de nalevingskosten beperken. 

Hoewel de uiteindelijke Nederlandse invulling nog niet vaststaat, merkt Arets dat veel organisaties pas sinds de internetconsultatie beseffen dat de richtlijn ook voor hen gevolgen kan hebben. “Eigenlijk zit iedereen nog in een verkennende fase. Terwijl er al jaren over wordt gesproken.” Juist daarom pleit hij ervoor niet af te wachten. Die oproep geldt niet alleen voor platformbedrijven of intermediairs. Ook opdrachtgevers en werkgevers die AI of algoritmes inzetten om werk te organiseren doen er verstandig aan zich nu al in de nieuwe regels te verdiepen. “Neem het initiatief. Er is nog heel veel ruimte voor invulling. Je kunt wachten tot iedereen het doet en je daarnaar schikken, maar je kunt ook zelf de lead nemen”, besluit Arets.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×