"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Advies: sectoraal zzp-verbod, toetsingscommissie voor zzp-inhuur en modelovereenkomsten terug

Het inhuren van zzp’ers is voor werkgevers een van de meest onwerkbare wettelijke verplichtingen die er zijn, blijkt uit onderzoek van Sira Consulting in opdracht van AWVN. Het bureau komt met drie voorstellen om de regeldruk rond de inhuur van zzp’ers terug te dringen.

Een onafhankelijke toetsingscommissie die bindend oordeelt of iemand als zzp’er mag worden ingehuurd. De terugkeer van modelovereenkomsten voor het werken met zzp’ers. En een afgebakende lijst van sectoren waarin het werken met zzp’ers helemaal niet is toegestaan. Dat zijn de drie concrete voorstellen die Sira Consulting doet om een einde te maken aan de onzekerheid rond het voorkomen van schijnzelfstandigheid.

Het onderzoeksbureau deed de aanbevelingen in opdracht van werkgeversvereniging AWVN. Het bureau rekent de regels rond het inhuren van zzp’ers tot de slechtst werkbare verplichtingen voor werkgevers.

Mix van oud en nieuw

De drie voorstellen zijn een mix van bestaande of al eerdergenoemde ideeën.

Een toetsingscommissie komt ook voor in de plannen voor de Zelfstandigenwet en lijkt op de Administratieve Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie (CAR) die in België beoordeelt of een samenwerking moet worden beschouwd als arbeidsovereenkomst of zelfstandige activiteit. Een vergelijkbare voorziening draat bij aan meer rechtszekerheid en minder regeldruk doordat vooraf duidelijkheid ontstaat over de aard van de arbeidsrelatie, aldus Sira. Minister Aartsen liet begin juni wel weten dat hij die sectorale toetsing en de aparte toetsingscommissie vooralsnog buiten beschouwing laat, om de invoering van de Zelfstandigenwet zelf niet verder te vertragen.

De modelovereenkomsten kennen we sinds de afschaffing van de VAR. Het idee was om in zo’n overeenkomst afspraken vast te leggen die vooraf door de Belastingdienst werden goedgekeurd, zodat opdrachtgever en zzp’er zekerheid hadden dat er geen sprake was van een dienstverband. Door een gebrek aan regie liep dit idee bij uit uitvoering volledig uit de hand, met vele duizenden aanvragen voor goedkeuring. Daarbij – zo vond de Belastingdienst – werd er met de modelovereenkomsten eerder gekeken naar wat er op papier stond dan naar de praktijk. Mede daardoor wordt het systeem van modelovereenkomsten momenteel uitgefaseerd. Sinds september 2024 worden geen nieuwe modelovereenkomsten meer beoordeeld, bestaande overeenkomsten blijven geldig tot en met 31 december 2029.

Sira vraagt zich af op hiermee niet “het kind met het badwater” is weggegooid. Het systeem biedt immers duidelijkheid en rechtszekerheid vooraf. “Een verbeterde variant van het systeem kan mogelijk wél goed functioneren – bijvoorbeeld door middel van gerichte steekproefcontroles om te toetsen of de praktijk overeenkomt met wat op papier is vastgelegd. Werkgevers die aantoonbaar volgens de regels handelen, kunnen vervolgens het voordeel krijgen dat hun andere overeenkomsten vooraf als betrouwbaar worden beschouwd, waardoor de administratieve lasten beperkt blijven en toch rechtszekerheid wordt geboden.”

Bepaalde sectoren uitsluiten voor zzp’ers, bijvoorbeeld omdat de kans op misstanden of schijnzelfstandigheid bovenmatig groot is, doet denken aan het kabinetsbesluit van begin juli om uitzendkrachten in de vleesverwerkende industrie vanaf 2028 te verbieden. “Door duidelijk te maken dat zelfstandige inzet in bepaalde situaties in beginsel niet passend is – bijvoorbeeld bij structurele werkzaamheden onder leiding en toezicht of bij kernactiviteiten in sectoren als zorg, onderwijs, openbaar vervoer en beveiliging – ontstaat vooraf meer duidelijkheid.” aldus Sira. “Door de afbakening te beperken tot duidelijke en breed gedragen categorieën blijft de uitvoerbaarheid gewaarborgd en wordt juridisering voorkomen, terwijl het beschermingsdoel effectiever wordt bereikt zonder onnodige regeldruk.”

Het adviesbureau ziet het invoeren van een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst als een alternatief voor een verbod. Het bureau wijst er op dat dit in België momenteel ingevoerd is voor sectoren als de bouw, bewaking, vervoer van goederen en/of mensen, schoonmaak, land- en tuinbouw en bij digitaal platformwerk. Ook in Nederland wordt gewerkt aan een rechtsvermoeden werknemerschap voor platformwerkers. Daarnaast gaat zo’n rechtsvermoeden vanaf 1 januari 2027 gelden voor wie ingehuurd wordt voor onder de € 39 per uur.

Onderdeel van een pakket van 21 aanbevelingen

Deze drie voorstellen maken deel uit van een breder pakket van 21 aanbevelingen waarmee AWVN de regeldruk voor werkgevers wil terugdringen. Voor het rapport ‘Regeldrukreductie, het kan wél! Een oproep om Nederland te ontregelen’ bracht Sira Consulting voor een fictieve maar representatieve middelgrote werkgever, met 250 werknemers, actief in de industrie en internationaal opererend, alle 67 wettelijke verplichtingen in kaart die op het werkgeverschap rusten. Daarvan is volgens het onderzoek slechts 33 procent goed uitvoerbaar, is 52 procent redelijk werkbaar en scoort 15 procent als niet of slecht werkbaar.

Het inhuren van zzp’ers valt in die laatste, kleinste maar meest problematische categorie, samen met onder meer het aanvragen van ouderschapsverlof, het begeleiden van niet-functionerende werknemers en de ontslagprocedure via de kantonrechter.

Voor elf van de 67 verplichtingen werkte Sira in totaal 21 concrete aanbevelingen uit om de regeldrukkosten te verlagen of de werkbaarheid te verbeteren. Volgens de berekeningen van Sira, gebaseerd op het Standaardkostenmodel dat ook het ministerie van Economische Zaken eerder gebruikte, kost het vervullen van alle verplichtingen een middelgrote werkgever ruim 1,1 miljoen euro per jaar: 20 procent daarvan is interne capaciteit, bijvoorbeeld van de HR-afdeling, en 80 procent zijn externe kosten, zoals het inhuren van een deskundige of het betalen van een transitievergoeding. Voor het mkb als geheel raamt AWVN de totale regeldrukkosten op ruim 20 miljard euro per jaar.

Aanleiding: rapport voor het kabinet

Het onderzoek verschijnt niet toevallig nu. In het coalitieakkoord ‘Aan de slag: bouwen aan een beter Nederland’ kondigde het kabinet aan serieus werk te willen maken van het terugdringen van regeldruk, een onderwerp dat volgens AWVN al jaren in de top drie van belemmeringen voor werkgevers staat.

Op maandag 6 juli 2026 overhandigde AWVN-directeur Lisette van Breugel (rechts op de foto) het onderzoeksrapport en de begeleidende brochure aan de ministers Heleen Herbert (Economische Zaken) en Thierry Aartsen (Werk en Participatie). De laatste is binnen het kabinet verantwoordelijk voor de regels rond het inhuren van zzp’ers.

AWVN weet dat niet alle aanbevelingen even snel te realiseren zijn, omdat ze aanpassing van wet- en regelgeving of overleg met sociale partners vergen. Maar de voorstellen die vooral bestaande regels verduidelijken of procedures vereenvoudigen (‘laaghangend fruit’) wil AWVN meteen in gang gezet zien. De drie zzp-adviezen vallen wat de werkgeversorganisatie betreft daar nadrukkelijk onder.

De onderliggende gedachte is dat regeldruk vaak niet ontstaat door het doel van een regel, maar door de uitvoering ervan. Zoals AWVN-directeur Lisette van Breugel het verwoordt: “het probleem zit in de uitvoering”, niet in de regel of de wet zelf, en die uitvoering is doorgaans eenvoudiger te veranderen dan de wet.

Bronnen: Sira Consulting, ‘Regeldruk en het werkgeversklimaat’, onderzoek in opdracht van AWVN; AWVN, ‘Regeldrukreductie, het kan wél! Een oproep om Nederland te ontregelen’, juni 2026; AWVN-persbericht ‘AWVN helpt schrappen overbodige regels voor werkgevers

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×