Joost van Ladesteijn 20 juli 2026 7 reacties Print Het probleem bij schijnzelfstandigheid zit niet in het arbeidsrechtHet debat over schijnzelfstandigheid draait volgens advocaat Joost van Ladesteijn om de verkeerde vraag. Niet het arbeidsrecht schiet tekort, maar de manier waarop politiek, marktpartijen en adviseurs omgaan met onzekerheid, verwachtingen en bestaande jurisprudentie. Het debat over schijnzelfstandigheid zegt inmiddels meer over de wijze waarop politiek en samenleving met onzekerheid omgaan dan over het arbeidsrecht zelf. De juridische toetsingskaders zijn immers niet nieuw. Zij functioneren al decennialang en worden door de rechtspraak consequent toegepast. Toch worden zij tegenwoordig voorgesteld als fundamenteel problematisch. De oorzaak ligt niet in het recht, maar in de verwachtingen ervan. Het politieke debat wordt steeds sterker gedomineerd door abstracte beleidsdoelen als gelijkheid en zekerheid. Dat zijn legitieme ambities, maar zij kunnen niet los worden gezien van de werkelijkheid van een pluriforme samenleving en een heterogene arbeidsmarkt. Wanneer beleid zich te veel laat leiden door wensdenken, ontstaat het risico dat de praktijk zich niet langer aan het beleid aanpast, maar het beleid juist steeds verder van de praktijk af komt te staan. Het dossier schijnzelfstandigheid vormt daarvan een treffend voorbeeld. Politieke perceptie en de illusie van volledige zekerheid Een eerste gevolg is dat politieke percepties de plaats innemen van juridische realiteit. Verschillende arbeidsrelaties worden vanuit een gelijkheidsideaal steeds vaker behandeld alsof zij in essentie gelijk zijn, terwijl zij dat niet zijn. Daardoor vervagen de verschillen tussen werknemer en ondernemer, tussen incidentele uitzonderingen en structurele patronen, en tussen hoofd- en bijzaken. Tegelijk neemt de waardering voor bestaande rechtsbronnen, juridische expertise en institutionele rollen af. Sociale media en AI versnellen deze ontwikkeling doordat informatie zich sneller verspreidt dan kennis zich verdiept. Een tweede gevolg is de zoektocht naar een mate van zekerheid die eenvoudigweg niet bestaat. In het politieke debat lijkt steeds vaker de onrealistische verwachting te bestaan dat vooraf volledig kan worden vastgesteld of een arbeidsrelatie alle toekomstige juridische toetsing zal doorstaan. Geen enkel rechtsgebied kent een dergelijke absolute voorspelbaarheid. Toch wordt juist deze schijnzekerheid voortdurend verlangd, terwijl bijvoorbeeld minimaal procedures tegen de Belastingdienst worden geïnitieerd, welke het verkeerd zou doen. Onzekerheid wordt door de markt zelf versterkt Dat heeft merkbare gevolgen voor de markt. Opdrachtgevers worden terughoudender, terwijl veel zzp’ers en intermediairs zelf blijven benadrukken dat het juridische kader onduidelijk zou zijn. Daarmee versterken zij precies de onzekerheid die zij zeggen te willen bestrijden. Wie voortdurend verkondigt dat niemand weet waar de grenzen liggen, vergroot de bereidheid van opdrachtgevers om risico’s geheel te vermijden. Intussen is rondom het dossier een omvangrijke adviesindustrie ontstaan. Tal van schijnspecialisten grossieren in communicaties in grove onjuistheden over het arbeidsrecht. Het gevolg is dat bedrijven uit angst onnodig afscheid nemen van echte ondernemers, of dure schijnoplossingen kopen die hen geen stap verder helpen. Hierdoor verschraalt de kwaliteit van het publieke debat en ontstaat een situatie waarin risico’s structureel verkeerd worden ingeschat: soms worden zij onderschat, maar minstens zo vaak worden zij juist overdreven. Waarom de holistische toets juist werkt Juist daarom verdient de zogenoemde holistische toets een herwaardering. Deze wordt vaak afgeschilderd als bron van onzekerheid, terwijl zij in werkelijkheid de noodzakelijke menselijke maat biedt. De holistische toets erkent dat economische en maatschappelijke verhoudingen zich niet volledig laten standaardiseren via een checklist. Dat verklaart waarom deze wijze van beoordelen niet alleen diep is verankerd in het Nederlandse arbeidsrecht, maar ook aansluit bij de Europese rechtsontwikkeling en in tal van andere rechtsgebieden wordt toegepast. Minder nieuwe regels, meer vertrouwen in de rechtspraak De oplossing ligt daarom niet in steeds nieuwe regels of politieke beloften. Zij ligt in het accepteren van de grenzen van maakbaarheid. Van de politiek mag worden verwacht dat zij de rust bewaart, zich baseert op harde feiten en zich niet laat leiden door incidenten of sentiment. Dat betekent concreet: stoppen met het hanteren van nieuwe wetgeving als multidoekje en vertrouwen op vaste jurisprudentie. Van marktpartijen mag worden verwacht dat zij geldende toetsingskaders serieus nemen en zich daarin verdiepen. Elk systeem vergt zorgvuldige handhaving en toezicht. Zolang politiek en markt blijven doen alsof het arbeidsrecht fundamenteel tekortschiet, zal de onzekerheid zichzelf blijven voeden, terwijl bij dit kwalitatieve niveau geen enkel toetsingskader volstaat. Niet het arbeidsrecht vraagt om hervorming, maar de manier waarop ermee wordt omgegaan door alle actoren. Daarin ligt de werkelijke culturele en institutionele opgave van het dossier schijnzelfstandigheid. wetgeving Print Over de auteur Over Joost van Ladesteijn Joost van Ladesteijn is partner en advocaat bij Vertex Legal B.V., een boetiekkantoor in juridisch, cultureel en strategisch managementadvies. Bekijk alle berichten van Joost van Ladesteijn
De waanzin regeert momenteel inderdaad, met als grote verstoring de zogenaamde compliance partijen die ertussen worden gezet, uit onzekerheid, onwetendheid of uit gemakzucht. Wat wij hier zien gebeuren is dat er 4 meter extra dossier wordt aangelegd terwijl niet wordt getoetst aan de praktijk, zzpers moeten door brandende hoepels springen om nog te kunnen werken. Complete beroepsgroepen worden op voorhand uitgesloten, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat Joost zegt, garanties vooraf kan niemand geven, wie dit wel beweerd moet worden gewantrouwd. Na 2 jaar jurisprudentie is het wel in grove lijn duidelijk als je je tenminste erin verdiept. Alsnog vind ik het persoonlijk erg vermoeiend dat de overheid de markt zo heeft verstoord, dit had heel anders gekund. Beantwoorden
Eindelijk een bericht dat hout snijdt. Terug naar de basis. Ik kan er hier één aan toevoegen. Al ver in het verleden is vastgelegd dat DGA’s en eenmanszaak niet kunnen en mogen deelnemen aan het sociale stelsel. Ik ga ervanuit met de juiste overwegingen. Nu wordt gesteld dat een deel van deze groep niet bijdraagt. Dus met Joost mag ik concluderen dat zelfs onze wetgever het zicht kwijt is op een juiste en volledige inrichting. Pas deze wet aan. Probleem opgelost en geen extra wetgeving, controle plicht en kosten. Beantwoorden
Eens! Ik herken deze uitspraak echter niet: “…terwijl veel zzp’ers en intermediairs zelf blijven benadrukken dat het juridische kader onduidelijk zou zijn…” Voor de zorg: ZZP’ers willen graag en intermediairs volgens mij ook. Het zijn de opdrachtgevers die van zelfstandigen af wilden en onder het mom van “niet durven” HELAAS met de inzet van ZZP’ers gestopt zijn. Beantwoorden
Sterk stuk, Joost, en op de kern ben ik het met je eens. Het arbeidsrecht schiet niet tekort, en de holistische toets doet wat zij moet doen: recht doen aan verhoudingen die zich niet in een checklist laten persen. Je schrijft dat van marktpartijen mag worden verwacht dat zij de geldende toetsingskaders serieus nemen en zich erin verdiepen. Daar zit voor mij de open vraag: hoe dan? Een inkoper of CFO die risico mijdt en dan maar categorisch geen zzp’ers meer inhuurt, gedraagt zich niet dom maar rationeel, zolang hij geen manier heeft om vooraf te ordenen wat hij eigenlijk contracteert. Daar werk ik aan met de substantietoets. Geen juridische garantie, want die kan niemand geven, en wie dat wel belooft verdient je wantrouwen. Wel bedrijfskundig aanvaardbare zekerheid als antwoord op de vraag met wie de CFO of inkoper contracteert: met een onderneming of met een persoon. Voordat de vraag opkomt hoe die relatie zich juridisch kwalificeert. Als de onderneming de substantietoets niet doorstaat, komt de beoordeling van de arbeidsrelatie gewoon in de holistische toets terecht. Precies waar het hoort. Beantwoorden
Ik heb laatst de conclusie getrokken. Dat het wetsvoorstel VBAR de boel op scherp heeft gezet. Ofwel de richting die het op moest gaan. Natuurlijk ligt er nu weer een andere wet de zelfstandige wet. Maar het zit al bij de inlener in de gedachte. Politiek worstelt met hun plan die ze de Eu voorstelde. Ook dit geeft dus ook die richting aan. I Ik denk dat ik zo de eerste zinnen moet cq denk te lezen van dit artikel.. Beantwoorden
Hoezo schijnzelfstandigheid? Zeer veel ondernemingen zijn gestart door 1man of vrouw die in de aanloop vaak op de meest uiteenlopende manieren en de meest opmerkelijke constructies hun brood voor hun gezin verdienden in de aanloop naar de situatie waarin hun activiteit een “normaal “ is geworden, of niet. Juist in deze aanloopperiode dient de nieuwe ondernemer niet gehinderd te worden door een complex stelsel van wet -en regelgeving. Eens te meer hebben wij behoefte aan flexibilisering van de arbeidsmarkt Beantwoorden
video - Krijg weer controle over inhuur van zzp’ers. ‘Het is niet onduidelijk of ingewikkeld, maar w...