Maandelijkse archieven: juli 2026

Op zoek naar een werkbaar beoordelingskader voor substantieel ondernemerschap

In mei publiceerde ik op deze plek de column ‘Inhuur of loonlijst? Stop met de verkeerde vraag stellen.’ De boodschap aan inkoop, HR en compliance: stop met kijken naar rechtsvorm, begin met kijken naar ondernemerschap. Drie checks volstaan: draagt de ondernemer aantoonbaar eigen risico, heeft hij aantoonbare ondernemerssubstance, en is er een meerjarig patroon van opdrachtenspreiding.

De reacties waren positief, inclusief verbeterpunten. Twee daarvan verdienen een uitgebreid antwoord. Samen met de politieke ontwikkelingen van de laatste weken bieden zij de aanleiding voor dit vervolg. Want het is duidelijk dat de markt niet kan wachten op een sluitende juridische theorie. De markt heeft directe behoefte aan een werkbaar beoordelingskader voor substantieel ondernemerschap. En precies daar wil ik me met deze serie hard voor maken.

De juridische tegenwerping: geen rangorde, ook niet voor ondernemerschap

De eerste tegenwerping kwam van een advocaat. In mijn column suggereerde ik dat aan een holistische afweging pas wordt toegekomen als ondernemerschap niet kan worden vastgesteld. Dat is te absoluut. De Hoge Raad heeft in het Uber-arrest van 21 februari 2025 expliciet bevestigd dat er geen rangorde bestaat tussen de Deliveroo-gezichtspunten, ook niet voor extern ondernemerschap. Daar heeft de advocaat gelijk in, en dat verdient erkenning.

Tegelijk zit onder die juridische correctie een belangrijker punt. Wat ik aandraag is geen theorie over juridische rangorde, het is een empirische observatie over hoe de holistische weging in de praktijk uitvalt. In tien jaar gepubliceerde jurisprudentie is geen zaak te vinden waarin een ondernemer die voldoet aan de substantiechecks tegen zijn zin een arbeidsovereenkomst kreeg opgelegd. De zaken waarin herkwalificatie wel slaagde, gaan vrijwel zonder uitzondering over werkenden met dun ondernemerschap: een KvK-inschrijving, een LinkedIn-profiel, eigen werkkleding. Geen substantieel ondernemerschap, maar een façade.

Voor een jurist is het verschil tussen ‘geen rangorde’ en ‘de holistische weging valt in de praktijk consistent uit’ wezenlijk. Voor een inkoper die maandag een interim-controller wil contracteren biedt het laatste reële houvast. De Hoge Raad zegt: alles weegt. De praktijk bewijst: substantieel ondernemerschap kantelt de balans. Dat is geen tegenstelling, het is een aanvulling en juist die aanvulling is wat inhurende organisaties en ondernemende zzp’ers nu nodig hebben.

De partijvraag: met wie sluit je eigenlijk een overeenkomst?

Sluit een opdrachtgever een overeenkomst met een onderneming, dan is de contractpartner het bedrijf, niet de persoon die het werk doet. De Hoge Raad heeft in ABN AMRO/Malhi het verbondenheidscriterium ontwikkeld: rechtszekerheid verzet zich tegen het geruisloos veranderen van de contractstructuur. Door de onderneming ‘heen kijken’ mag alleen als ultimum remedium: als de onderneming onvoldoende substantie heeft, schijn is of onjuist is ingericht. Mijn lekenconclusie: dat verklaart de afwezigheid van arresten waarin ondernemers met substantie toch als werknemers in loondienst werden beoordeeld.

Dat onderscheid is belangrijker dan veel discussies over Deliveroo-criteria laten doorklinken. Eerst de partijvraag: heb je een afspraak met een ondernemer of met een persoon die zich als ondernemer voordoet? Pas bij de tweede variant kom je toe aan de toetsing van de arbeidsrelatie. Bij een onderneming met echte substantie blijft die toetsing eenvoudigweg niet relevant. Advocaat Joost van Ladesteijn heeft over deze partijvraag en over het gezichtspunt extern ondernemerschap waardevolle artikelen geschreven, waaronder zijn commentaar op het advies van A-G De Bock in Uber en zijn artikel over de vergeten partijvraag. Beide aanraders voor wie deze materie juridisch wil doorgronden.

Een kort woord over wat ik in deze tekst met ‘substantieel ondernemerschap’ bedoel. Het is geen juridische categorie en geen alternatieve aanduiding voor het Deliveroo-gezichtspunt extern ondernemerschap. Het is een bedrijfskundige toets: een operationele check waarmee een inhurende organisatie kan vaststellen of de werkende een echte ondernemer is.

Het belangrijkste resultaat van die toets is bedrijfskundig aanvaardbare zekerheid vooraf: geen juridische garantie (Haviltex en de uitlegfase blijven gelden), wel een risiconiveau waarop een inhurende organisatie kan handelen. Empirische onderbouwing: tussen de 2,5 en 4 miljoen opdrachtjaren met substantieel ondernemerschap in tien jaar, en hooguit een handvol gepubliceerde herkwalificatiezaken: een risiconiveau dat geen accountant of CFO als materieel zal kwalificeren. Vraag 1 levert die zekerheid bij een onderneming met aantoonbare substantie. Vraag 2 kan haar alsnog bieden als de partijvraag tot de persoon leidt; daarvoor is met Bovib ervaring opgedaan met een toetskader. Voor vraag 1 ontbreekt zo’n kader, en daar ligt de leemte.

De politieke actualiteit: er beweegt iets

Minister Thierry Aartsen heeft de Tweede Kamer toegezegd nog voor de zomer een aangepaste leidraad inhuur externen bij de Rijksoverheid te willen publiceren. Hij gaat in gesprek met de VNG over gemeenten die zelfstandigen bij voorbaat uitsluiten. In hetzelfde overleg sprak Aartsen ook over de Zelfstandigenwet als instrument dat ‘de duidelijkheid en de zekerheid vooraf geeft aan zzp’ers door een soort veilige haven in die wet te creëren’. En deze week is de Webmodule beoordeling arbeidsrelatie aangepast om aan te sluiten bij de Uber-uitspraak: extern ondernemerschap is nu een volwaardig criterium.

De webmodule-toelichting bevat daarbij een opmerkelijke erkenning. Voor een overeenkomst met een rechtspersoon stelt de Belastingdienst dat er geen arbeidsrelatie ontstaat met het bedrijf, mits dat bedrijf realiteitswaarde heeft. En voegt eraan toe dat zo’n beoordeling een uitgebreid onderzoek vraagt waarvoor de webmodule niet geschikt is. De Belastingdienst zegt dus zelf dat zijn eigen toets de partijvraag uit het schema hierboven niet kan beantwoorden.

Tegelijk publiceerde Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) op 21 juni haar voorstel voor de Zelfstandigenwet, ZiPconomy publiceerde daar deze week een aparte analyse over. Voorzitter Connie Maathuis vat de kern raak samen: niet ‘werknemer, tenzij’, maar ‘ondernemer, want’. VZN bepleit een eigen status voor de zelfstandige, met een zelfstandigentoets die vooraf wordt uitgevoerd en die opdrachtgevers via een register kunnen raadplegen: de safe harbour-gedachte.

Drie ontwikkelingen die in dezelfde richting wijzen. Aartsen wil de leidraad aanpassen én spreekt over een ‘veilige haven’ in de Zelfstandigenwet. De webmodule erkent zijn beperkingen bij de partijvraag. VZN draait het frame om naar ‘ondernemer, want’. Wat ze delen: het besef dat het huidige systeem opdrachtgevers achteraf afrekent op een toets die ze vooraf niet kunnen uitvoeren. En precies dáár past een werkbaar beoordelingskader voor substantieel ondernemerschap.

Wat ik wil bouwen

Mijn ambitie met deze serie is concreet. Ik wil een beoordelingskader voor substantieel ondernemerschap uitwerken dat aan drie eisen voldoet.

  1. Vooraf toepasbaar door een inkoper, HR-medewerker of compliance-officer. Geen juridisch deskundigenrapport, maar een verifieerbare set criteria met een heldere uitkomst: voldoet wel of voldoet niet. Bij voldoet niet vallen we terug op de holistische toets.
  2. Empirisch verankerd. De criteria zijn gebaseerd op wat in tien jaar jurisprudentie consistent als markers van echt ondernemerschap is erkend. Geen wensdenken, maar feiten die rechters en de Belastingdienst meewegen.
  3. Het kader sluit aan op zowel de partijvraag uit vraag 1 als het gezichtspunt extern ondernemerschap uit vraag 2: hetzelfde kader, op twee plaatsen toepasbaar. En het is afdwingbaar in een register of een door de Belastingdienst gepubliceerde toets, zodat opdrachtgevers vooraf zekerheid kunnen krijgen. Dat sluit precies aan op de safe harbour-gedachte van VZN.

Op zoek naar een partner

Ik kan dit niet alleen. De partijen die hier logisch in beeld komen, zijn voor mij de volgende:

  • Vereniging Zelfstandigen Nederland, omdat het beoordelingskader de operationele invulling kan zijn van wat VZN met ‘ondernemer, want’ politiek bepleit.
  • FNV Zelfstandigen, omdat zij in de zaak-Zwiers lieten zien dat ze de bescherming van échte zelfstandigen serieus nemen: door uitsluiting aan te vechten, niet door inhuur te ontmoedigen.
  • De Belastingdienst zelf, omdat de webmodule-toelichting de partijvraag al erkent als operationele leemte. Een sectorale handreiking kan die leemte dichten zonder dat de dienst zelf een politiek kwetsbaar instrument hoeft te ontwikkelen.
  • Aan ZiPconomy en de lezers: ken je een partij die hierbij past of een bestuurder die mij zou willen ondersteunen, dan houd ik me aanbevolen. Reacties zijn welkom, ook rechtstreeks via LinkedIn. (https://www.linkedin.com/in/pauloldenburg

In het volgende deel van ‘Op zoek naar’ schets ik de eerste contouren van het beoordelingskader zelf. Dan komt de vraag aan de orde welke markers van substantieel ondernemerschap juridisch én operationeel houdbaar zijn en welke we beter aan de juristen kunnen laten.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 2s Reacties

Klusplatform Temper stapt naar Hoge Raad in zaak of hun werkers nu zzp’ers zijn of uitzendkrachten.

Het klusplatform Temper legt zich niet neer bij de uitspraak van het Gerechtshof dat het bedrijf gezien moet worden als een uitzendbureau. De stap komt niet onverwacht. De financiële belangen zijn groot, de casus is principieel en de uitkomst ongewis. Het Gerechtshof leek ook zelf rekening te houden met de cassatie door te bepalen dat de uitspraak nog niet uitgevoerd hoeft te worden indien de zaak aan de Hoge Raad wordt voorgelegd.

Hof draaide uitspraak rechtbank geheel om

Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde op 16 juni 2026 in hoger beroep dat er tussen Temper en de mensen die via het platform werken sprake is van een uitzendovereenkomst, en draaide daarmee de uitspraak van de rechtbank Amsterdam uit 2024 volledig om. Het hof oordeelt dat Temper zo’n grote vinger in de pap heeft bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen opdrachtgever en freelancer, dat het platform niet louter gekarakteriseerd kan worden als een bemiddelingssite.

Temper werft en selecteert werkers (freeflexers zoals Temper ze zelf noemt), beheert de toegang tot klussen via de app, stelt kwaliteitseisen en kan werkers van het platform weren; kenmerken die volgens het hof horen bij een werkgever en niet bij een neutrale bemiddelaar. Temper kwalificeert daarmee volgens het hof als uitzendwerkgever en moet de cao voor uitzendkrachten toepassen op iedereen die via het platform werkt.

Finale oordeel aan Hoge Raad

Temper maakt nu dus de stap naar de Hoge Raad. De financiële belangen zijn groot. Het hof oordeelde onder andere dat Temper de fee van 1 euro per uur die het in rekening bracht bij de freeflexers moet terugbetalen, omdat een bemiddelingsfee vragen aan werkers verboden is onder de Waadi. Daarnaast spelen mogelijke claims rond vakantiegeld, loondoorbetaling bij ziekte en pensioenopbouw, en zal ook de Belastingdienst aanleiding kunnen zien om naheffingen op te leggen.

‘We waren echt verrast door de uitkomst,’ zegt Matthijs Tetteroo, de kersverse CEO van Temper, in gesprek met het FD. ‘Temeer omdat het arrest qua richting lijnrecht tegenover het vonnis van de rechtbank staat.’ Temper, dat ondertussen ook een uitzendformule heeft gelanceerd, wil alle vormen van flexwerk kunnen blijven aanbieden, aldus Tetteroo. ‘Alleen zo kunnen we tegemoetkomen aan de uiteenlopende werkwensen van de groep die via Temper bijverdient.’

Uitspraak Hof biedt ruimte voor cassatie

Temper ziet, ook omdat de uitspraak van het hof geheel anders was dan de eerdere uitspraak van de rechtbank, voldoende inhoudelijke argumenten om in cassatie te gaan.

In een eerdere reactie op de uitspraak van het hof noemden een aantal juristen een aantal openingen voor een succesvolle cassatie. Arbeidsrechtadvocaat Maarten Tanja van Köster Advocaten schat in dat er weinig ruimte is om tot een andere beoordeling te komen, maar ziet wel een kwetsbaar punt: de eenvormigheid van de groep werkers. Temper voerde aan dat, in lijn met het Uber-arrest, de werkers onderling te veel verschillen voor een gemeenschappelijke beoordeling van hun zelfstandigheid. Volgens Tanja is dat “heterogeniteitsbeginsel” een aspect waarop het arrest heroverwogen zou kunnen worden.

Ook arbeidsrechtadvocaat Jasper van der Voet van Pellicaan Advocaten noemt dit punt, al plaatst ook hij een kanttekening: de Temper-werkers zijn van een ander kaliber dan de taxichauffeurs van Uber als het om ondernemerschap gaat, omdat het bij Temper vaak om studenten gaat die zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel omdat het platform dat vereist.

Daarnaast wijst Van der Voet erop dat de vraag of er überhaupt sprake is van een uitzendovereenkomst in het arrest maar mager is onderbouwd. Fiscaal-jurist Jacques Raaijmakers sluit zich daarbij aan en vindt dat het hof op punten kort door de bocht gaat, met name als het gaat om de inbedding van de werkers in de organisatie van Temper. Hij verwacht dat de Hoge Raad daar mogelijk anders naar kijkt.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | 1 Reactie

Waarom algemene voorwaarden voor ZZP’ers geen luxe zijn, maar pure noodzaak

Veel zzp’ers starten vol enthousiasme met ondernemen. De focus ligt op klanten binnenhalen, goed werk leveren en groeien. Begrijpelijk. Maar één belangrijk onderdeel wordt daarbij vaak vergeten: algemene voorwaarden. Terwijl juist die voorwaarden het verschil kunnen maken tussen een gezonde onderneming en een kostbaar conflict.

Te veel zelfstandigen vertrouwen nog op mondelinge afspraken, losse e-mails of ‘het komt wel goed’. Totdat een opdrachtgever niet betaalt, extra werkzaamheden verwacht zonder vergoeding of aansprakelijkheid probeert af te schuiven. Dan blijkt ineens hoe kwetsbaar je bent zonder duidelijke afspraken.

Wat zijn algemene voorwaarden eigenlijk?

Algemene voorwaarden zijn de spelregels van jouw onderneming. Hierin leg je vast onder welke voorwaarden jij werkt. Denk aan betaaltermijnen, aansprakelijkheid, annuleringen, intellectueel eigendom en wat er gebeurt bij geschillen.

Voor zzp’ers zijn algemene voorwaarden essentieel omdat je vaak werkt met uiteenlopende opdrachtgevers, verschillende projecten en soms grote financiële belangen. Zonder voorwaarden val je volledig terug op de wet en die biedt lang niet altijd de bescherming die je denkt.

Een opdrachtgever is niet automatisch jouw partner

Veel zelfstandigen vinden het spannend om voorwaarden te sturen. Ze zijn bang dat het ‘te zakelijk’ overkomt of de relatie schaadt. Maar professionele opdrachtgevers verwachten juist dat je dit goed geregeld hebt. Sterker nog: grote bedrijven werken zelf vrijwel altijd met uitgebreide voorwaarden. Waarom zou jij als zelfstandige dan onbeschermd werken?

Volgens ervaren ondernemer en adviseur Michel Verheij van easeley is dat één van de grootste fouten die ZZP’ers maken: “Een opdracht zonder algemene voorwaarden is alsof je zonder verzekering de snelweg op gaat. Zolang er niets gebeurt lijkt het prima geregeld, maar bij de eerste botsing betaal je de prijs.”

Die uitspraak raakt precies de kern. Want problemen ontstaan meestal niet aan het begin van een samenwerking, maar pas wanneer verwachtingen uiteenlopen.

Voorkom discussies over betalingen

Een van de belangrijkste onderdelen van algemene voorwaarden gaat over betalingen. Wanneer moet een factuur betaald worden? Wat gebeurt er bij te late betaling? Mag je rente of incassokosten rekenen? Zonder duidelijke afspraken kan een opdrachtgever eindeloos rekken. Zeker grotere organisaties staan erom bekend betaaltermijnen stilletjes op te schuiven van 14 naar 30 of zelfs 60 dagen. Met goede voorwaarden creëer je duidelijkheid vooraf. Dat voorkomt discussies achteraf én zorgt ervoor dat jij professioneler overkomt.

Bescherm jezelf tegen aansprakelijkheid

Veel zzp’ers onderschatten hun risico’s. Eén fout advies, een verkeerd bestand of een gemiste deadline kan leiden tot financiële schade bij een opdrachtgever. Zonder beperking van aansprakelijkheid kun je in theorie volledig aansprakelijk worden gesteld.

Goede algemene voorwaarden beperken dit risico. Bijvoorbeeld door jouw aansprakelijkheid te beperken tot het factuurbedrag of het bedrag dat door je verzekering wordt uitgekeerd. Daarnaast biedt een goede beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering een noodzakelijke bescherming. Voor ondernemers die actief zijn in advies, marketing, IT of zakelijke dienstverlening is dit absoluut onmisbaar.

Meer rust en professionele uitstraling

Naast juridische bescherming hebben algemene voorwaarden nog een ander belangrijk voordeel: rust. Je hoeft niet bij iedere opdracht opnieuw na te denken over afspraken. Alles ligt vast. Dat werkt sneller, professioneler en voorkomt misverstanden. Bovendien laat je zien dat je serieus onderneemt. Opdrachtgevers krijgen vertrouwen in ondernemers die hun zaken goed geregeld hebben.

Algemene voorwaarden zijn geen wantrouwen

Een veelgehoorde misvatting is dat voorwaarden vooral bedoeld zijn voor conflicten. Maar in werkelijkheid zorgen ze juist voor duidelijkheid en een betere samenwerking. Heldere afspraken beschermen namelijk beide partijen. Michel Verheij van easeley verwoordt het treffend: “Professioneel ondernemen draait niet alleen om goed werk leveren, maar ook om risico’s beheersen. Algemene voorwaarden horen daar gewoon bij.”

Laat jouw onderneming niet onnodig kwetsbaar zijn

Of je nu startende zzp’er bent of al jaren onderneemt: algemene voorwaarden zijn geen bijzaak. Ze vormen de juridische basis van je bedrijf. Zeker in een tijd waarin opdrachten groter, digitaler en complexer worden, is het verstandig om je onderneming goed te beschermen. Want uiteindelijk wil je doen waar je goed in bent: ondernemen. Zonder onverwachte juridische of financiële verrassingen.

 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 1 Reactie

Circle8 wordt nieuwe wereldwijde naam van moederbedrijf Atlantic International

Atlantic International Corp, het Amerikaanse beursfonds waar het Nederlandse Circle8 sinds begin dit jaar onderdeel van is, krijgt een nieuwe naam: Circle8. Dat heeft het bedrijf bekendgemaakt.

Met de naamswijziging volgt na nieuws in januari van dit jaar. Toen verkocht Guus Franke, oprichter van Circle8, zijn bedrijf aan het Amerikaanse Atlantic International in ruil voor aandelen. Franke werd daarmee direct de grootste aandeelhouder van het beursfonds en kreeg de functie van executive chairman. Circle8 zou als zelfstandig opererende dochteronderneming binnen Atlantic blijven bestaan.

Ruim vijf maanden volgt de – niet geheel onverwachte – vervolgstap: Franke is nu ook benoemd tot CEO van het hele concern. Jeffrey Jagid, die vanaf de oprichting van Atlantic aan het roer stond en de overnames van uitzendbedrijf Lyneer Staffing Solutions en Circle8 Group leidde, stapt over naar de functie van president en blijft aan als bestuurslid.

Atlantic International heeft als Amerikaanse staffingorganisatie haar wortels vooral in de industriële sector. Circle8 komt vooruit IT Staffing en zich richt op IT-professionals in Nederland en de rest van Europa.

Het bedrijf presenteert zich, met de nieuwe naam, als wereldwijd technologie- en workforceplatform. Het concern rapporteert een omzet op jaarbasis van meer dan 1,2 miljard dollar en is actief in Noord-Amerika en Europa. De dienstverlening is opgebouwd rond vier pijlers: consultancy, technologie-oplossingen, managed services en workforce-oplossingen.

Volgens Franke is de nieuwe naam meer dan een cosmetische ingreep. Organisaties willen volgens hem steeds vaker met minder leveranciers werken en één partij die verantwoordelijkheid neemt over de volledige technologieketen, van advies tot uitvoering en beheer.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Allard van Dam (HeadFirst Group): ‘Over twee jaar staan we op nummer 1’

 “Marion heeft enorme impact gehad. Zij zorgde voor naamsbekendheid en een goede positie in de markt. Ze vindt het nu tijd voor een nieuwe uitdaging en wil graag weer ondernemen” aldus Van Dam over het vertrek van Van Happen als CEO van HeadFirst Group Europe en bestuurslid van HeadFirst Global. “Dit moment valt samen met een fase waar we ook met onze organisatie een volgende stap maken.”

De Nederlandse country manager rapporteert voortaan, net als zijn Belgische evenknie David Muyldermans, rechtstreeks aan Simon Blockley, de regionale CEO UK & Europe. “Hoewel de visie wereldwijd is uitgezet, heb ik veel vrijheid om mijn eigen lokale strategie voor Nederland te bepalen”, vertelt Van Dam. “Ik wil een leider zijn die duidelijkheid, rust en regelmaat brengt na een hectische periode van verandering.”

Van buy & build naar internationale integratie

Tot nu toe had HeadFirst Group een zogenoemde ‘buy and build’-strategie. Sinds 2016 nam de directie meerdere bedrijven over, waarna de omzet en het personeelsbestand grotendeels organisch groeide. In maart 2024 volgde de overname van Impellam Group, een internationale MSP-dienstverlener en specialist in recruitment van STEM-professionals (Science, Technology, Engineering, Mathematics).

Zo groeide de van oorsprong Nederlandse HR-techdienstverlener uit tot een wereldwijde speler op het gebied van HR-oplossingen. Het bedrijf wil de internationale markt veroveren met een innovatief platform voor Total Talent Management waarbij AI-agents en medewerkers elkaar versterken.

Van platte organisatie naar matrixmodel

“Voorheen was de organisatie platter”, vertelt Van Dam. “Iedereen zat dicht op elkaar, processen waren overzichtelijk en informeel. Nu we internationaal werken, is er een andere structuur nodig.”

Het wereldwijde bestuur van HeadFirst Global kwam met de blauwdruk van hoe de organisatie er in de toekomst uit moet zien om haar strategische doelen te behalen. Van Dam: “We werken nu in een internationale matrixorganisatie.”

Tussen lokaal en wereldwijd

In deze structuur is de organisatie opgesplitst in een wereldwijd (global) en een lokaal (local) deel. Dit betekent dat de rapportagelijnen binnen het bedrijf anders zijn. Sommige afdelingen werken vanaf nu volledig internationaal, terwijl de commerciële teams juist puur lokaal opereren.

Lokale focus binnen de internationale organisatie is belangrijk om meerdere redenen. “We dachten een paar jaar terug dat we vanuit Nederland de Belgische markt konden bestieren, maar dat werkte totaal niet”, vertelt hij. “Zo kun je ook een Nederlandse gemeente of klant niet bedienen vanuit Engeland, je moet de lokale markt door en door kennen. Wet- en regelgeving verschillen sterk per land en persoonlijk contact is enorm belangrijk.”

Ondersteunende afdelingen zoals HR, communicatie en finance zijn gecentraliseerd. Zij werken op wereldwijd niveau onder een internationale directie met een regionale vertegenwoordiging. Deze ‘globale’ teams bepalen hoe het vakgebied wereldwijd wordt ingericht. Voorheen rapporteerden deze collega’s nog aan de Nederlandse directie, maar nu hebben zij een internationale leidinggevende gekregen.

‘Wel even wennen’

Deze structuur moet het bedrijf grote internationale slagkracht en schaalbaarheid geven, vertelt Van Dam. De transitie is in grote lijnen nu ongeveer een jaar bezig. Van Dam: “Het gaat de goede kant op met de integratie, maar een grote herinrichting brengt altijd uitdagingen met zich mee.”

Medewerkers zijn enthousiast, maar moeten wel even wennen. “Het risico is dat mensen zich verloren voelen”, zegt Van Dam. “Ze hebben allerlei vragen. Daarom is het belangrijk oog te hebben voor mensen, duidelijk te communiceren over hun nieuwe rol en waardering te uiten.”

De country manager ‘zet zwaar in’ op interne communicatie en regelmatige evaluaties. “I’m leading from behind. Ik zet mensen in hun kracht en geef veel vrijheid en verantwoordelijkheden.”

‘Over twee jaar staan we op nummer 1’

Tegelijkertijd omschrijft hij zichzelf als commercieel gedreven en competitief. “Ik heb een hekel aan verliezen”, zegt hij. Dat HeadFirst Group in 2025 voor het eerst te maken kreeg met krimp (-7,8%), is voor hem extra motivatie. De dalende omzet is opmerkelijk na de stevige groei van 17,5 procent in 2024 en een bijna even grote groei in 2023.

De daling in de omzetcijfers heeft volgens Van Dam niet te maken met de fusie. “Allereerst spelen de afkoelende flexmarkt en de onzekerheid rondom zzp-wetgeving een grote rol”, vertelt hij. 

Proactief bij de overheid, kansen in het bedrijfsleven

HeadFirst is van oudsher heel groot bij de overheid en ministeries. Momenteel is flex inzetten bij de overheid lastiger. Lokale overheden zijn soms zo bang voor handhaving op schijnzelfstandigheid, dat ze een totale inhuurstop voor zzp’ers afkondigen.

Van Dam: “Dat is natuurlijk niet de bedoeling en het legt belangrijke projecten plat. Ook daarom is het belangrijk dat wij proactief angst wegnemen en te laten zien hoe inhuren wel kan. Zo werken we al. We wachten niet af tot er een aanbesteding online komt, maar zitten al lang voor die tijd aan tafel om specifieke behoeftes te ontdekken.”

Er ligt nu veel meer focus op actieve sales en intensief accountmanagement, vertelt Van Dam. Niet alleen bij de overheid, maar juist ook in het bedrijfsleven. “Dat de omzet is gedaald komt denk ik ook doordat we na jarenlange groei onbewust een beetje achterover zijn gaan leunen. Dat doen we nu anders. Er valt bijvoorbeeld nog veel te winnen in de commerciële markt.”

Van uurtje-factuurtje naar resultaatgericht werken

Die actievere houding is ook hard nodig voor de verkoop van nieuwe oplossingen. Van Dam ziet bijvoorbeeld een grotere behoefte in de markt aan resultaatgericht werken, oftewel Statement of Work (SoW).

“Bedrijven willen niet meer alleen inhuren op basis van uurtje-factuurtje”, zegt hij. “Bij een SoW spreek je vooraf een vaste prijs af voor een concreet resultaat. Voor HeadFirst is dit een belangrijke nieuw oplossing. Het is aan ons Nederlandse team om deze manier van werken de komende tijd aan te bieden en succesvol te implementeren bij organisaties.”

Dit sluit aan bij de ambitie om uit te groeien tot een wereldwijd toonaangevend, schaalbaar platform voor Total Talent Management. Het concern wil loskomen van het traditionele denken in ‘vast’ of ‘flex’. Van Dam: “We willen organisaties helpen bij de kern van de zaak: hoe richt je het werk zo resultaatgericht en effectief mogelijk in?”

WTTA: forse last, maar wij zijn er klaar voor

Van Dam ziet volop kansen, maar ook uitdagingen als het aankomt op wet- en regelgeving. “In Nederland brengt bijvoorbeeld de komst van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) veel administratieve druk en kosten met zich mee.”

Hij vindt het goed dat de overheid misstanden aanpakt. “Dat is goed voor het imago van de hele branche, maar de verplichtingen zijn fors. Vooral voor kleinere ondernemers. Inmiddels zijn wij er wel helemaal klaar voor: we hebben alle SNA-certificaten binnen.”

Tot slot geeft hij toe: ja, ook de herinrichting zorgde voor een rem op de groei. “Iedereen moest even pas op de plaats maken en zijn nieuwe positie bepalen”, zegt Van Dam. “Die interne focus zorgde tijdelijk voor wat minder aandacht voor de markt. Maar dit is puur een overgangsfase. Onze ambitie: over twee jaar staan we op nummer één in FlexNieuws TOP 100.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | Laat een reactie achter

Zzp’ers in de langdurige zorg kiezen voor vertrek uit sector, niet voor loondienst

Zorginstellingen in de ouderen- en gehandicaptenzorg proberen al langer om minder met zzp’ers te werken. Maar het effect van die inspanningen is niet wat beleidsmakers ervan hoopten. Zzp’ers die stoppen, komen in de praktijk zelden in loondienst terug. Ze verlaten de sector. Dat blijkt uit de jaarlijkse Benchmark Langdurige Zorg van BDO, en het sluit aan bij een patroon dat ook elders in de zorg al eerder werd gesignaleerd.

Minder zzp, maar niet meer loondienst

BDO onderzocht de jaarverslagen van 299 ouderenzorginstellingen en 105 organisaties in de gehandicaptenzorg. De boodschap is voor beide sectoren gelijkluidend: de pogingen om zzp-inhuur terug te dringen vanwege de handhaving op schijnzelfstandigheid onder de Wet DBA, hebben weliswaar effect, maar niet het gewenste effect. In de ouderenzorg werken inmiddels zo’n 3.000 mensen minder dan voorheen, in de gehandicaptenzorg ongeveer 2.000. Dat zijn per saldo dalingen, niet verschuivingen: er kwamen geen 3.000 respectievelijk 2.000 mensen in loondienst bij om het gat te vullen. De zzp’ers die stopten, gingen niet over naar een vast dienstverband bij dezelfde of een andere zorgorganisatie, maar verdwenen uit de sector.

Mike Tagage, voorzitter van de Branchegroep Zorg bij BDO, noemt dat voor de gehandicaptenzorg met name zorgelijk, omdat die sector kleiner is en dus verhoudingsgewijs harder geraakt wordt. Volgens Tagage zitten zorginstellingen daardoor in een spagaat: ze moeten van de zzp’ers af om boetes van de Belastingdienst te voorkomen, maar zonder zzp’ers kunnen ze de zorg niet meer rondkrijgen. Het gevolg is dat instellingen vaak toch doorgaan met zzp-inhuur, in de hoop dat handhaving uitblijft.

Dat de uitstroom een onbedoeld effect is van de wet, benadrukt Tagage nadrukkelijk. Het stijgende ziekteverzuim, dat in de gehandicaptenzorg opliep tot 8,5 procent en in de ouderenzorg tot 9,2 procent, zet de druk op het overgebleven personeel verder op.

Cijfers sluit aan bij eerder onderzoek

Dat zzp’ers in de zorg liever de sector verlaten dan in loondienst te gaan, is niet nieuw. Ruim anderhalf jaar geleden bleek al uit een enquête van brancheorganisaties in de ouderenzorg dat het gros van de zzp’ers niet naar loondienst wilde. Bij een derde van de organisaties bleek destijds geen enkele bereidheid te bestaan om die overstap te maken, en bij ruim de helft wilde slechts een klein deel van de zzp’ers dat wel. Actiz waarschuwde toen al dat de continuïteit en kwaliteit van zorg in gevaar konden komen, en riep de Belastingdienst op om instellingen die aantoonbaar bezig waren met het terugdringen van schijnzelfstandigheid, tijdelijk te ontzien.

Ook cijfers over de bredere arbeidsmarktwaarde van zorg-zzp’ers wijzen in dezelfde richting. Onderzoek van SEO Economisch Onderzoek, uitgevoerd in opdracht van belangenbehartiger SoloPartners, liet vorig jaar zien dat zzp’ers in de zorg jaarlijks tussen de 500 miljoen en 1,5 miljard euro aan maatschappelijke waarde opleveren, onder meer doordat het zzp-schap de arbeidsdeelname in de zorg verhoogt. Datzelfde onderzoek schatte in dat 1 tot 9 procent van de huidige zzp’ers de sector zou verlaten als zelfstandig werken niet langer mogelijk zou zijn, in plaats van in loondienst te gaan.

In de BDO-cijfers wordt nu zichtbaar dat die verwachting ook klopt bij de praktijk.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , | 2s Reacties