Hugo-Jan Ruts 29 juni 2026 0 reacties Print Wet Platformwerk biedt bescherming kwetsbare zzp’ers. Maar impact is veel breder dan datHet kabinet heeft een conceptwetsvoorstel gepubliceerd voor de Wet Platformwerk. Via een internetconsultatie kunnen belanghebbenden en andere geïnteresseerden nu reageren op de plannen. Wat is het doel en inhoud van de Wet Platformwerk? Valt jouw bedrijf straks onder de nieuwe Wet? Moeten platformwerkers die nu als zzp’er werken straks automatisch beschouwd worden als werknemer? En wat betekenen de regels rond algoritmisch beheer voor de dagelijkse praktijk? Het kabinet heeft een concept-memorie van toelichting gepubliceerd bij het wetsvoorstel Wet Platformwerk. Dit is de Nederlandse uitwerking van de Europese Platformrichtlijn (Richtlijn (EU) 2024/2831), die in oktober 2024 werd aangenomen. Lidstaten zijn verplicht deze richtlijn uiterlijk 2 december 2026 om te zetten in nationale wetgeving. Nederland erkent in de stukken dat die deadline niet meer haalbaar is en streeft naar implementatie zo spoedig mogelijk daarna. Waarom deze wet? De Europese Platformrichtlijn is er na een jarenlange discussie toch gekomen. Een eerdere versie, waarbij vijf concrete criteria zouden gelden voor het rechtsvermoeden van werknemerschap, haalde in 2024 geen meerderheid. In een nieuw akkoord werd besloten dat lidstaten de invulling van die criteria zelf mogen bepalen, zolang het rechtsvermoeden effectief en werkbaar is. Het doel van de richtlijn is drieledig: Makkelijker maken dat de juiste arbeidsrelatie van platformwerkers wordt vastgesteld (via een rechtsvermoeden werknemerschap) Transparantie en menselijk toezicht bij algoritmisch beheer bevorderen, en Informatieverstrekking over platformwerk verbeteren, ook in grensoverschrijdende situaties. Dit doel gaat dus een stuk verder dan sec de ‘kwalificatie’-vraag: is een platformwerker zoals een Uber-chauffeur of een maaltijdbezorger) een zzp’er of niet? Doel 2 en 3 staan daar immers los van. Dat betekent dat de wet ook impact kan hebben op arbeidsmarktdienstverleners in de breedste zin van het woord. Ook als er geen twijfels zijn over de juistheid van de arbeidsrelatie. Het kan dus ook gaan over echte zzp’ers of mensen in loondienst. Voor wie geldt de wet? De wet richt zich op digitale arbeidsplatforms. Dat is een bedrijf of persoon die een dienst verleent die aan vier vereisten voldoet: 1. De dienst wordt minstens gedeeltelijk op afstand verleend via elektronische middelen, zoals een website of app. 2. De dienst wordt verleend op verzoek van een afnemer. 3. De dienst omvat, als noodzakelijk en essentieel onderdeel, de organisatie van werk dat door personen tegen betaling wordt verricht. 4. De dienst omvat het gebruik van geautomatiseerde monitorings- of besluitvormingssystemen. Alleen als aan alle vier de punten aanwezig zijn, valt een platform, of dienstverlener die grootschalig gebruik maakt van technologie onder de wet. De reikwijdte en impact van de Wet Platformwerk ligt met name bepaald worden door het derde en vierde criterium. Een bedrijf dat slechts bijkomstig werk organiseert, valt er niet onder. De memorie van toelichting geeft het voorbeeld van een webshop die huishoudelijke apparatuur verkoopt en als bijkomende service installatie aanbiedt via een lokale monteur. Omdat de installatie niet het kernproduct is, wordt dit bedrijf waarschijnlijk niet als digitaal arbeidsplatform aangemerkt. Platforms die het werk niet organiseren maar alleen de middelen bieden waarmee aanbieders klanten kunnen bereiken, vallen eveneens buiten de definitie. Denk aan advertentieplatforms die enkel dienstverleners en eindgebruikers bij elkaar brengen zonder verdere bemoeienis. Uitzendbureaus, zzp-intermediairs en tussenbureaus Voor de gehele intermediair sector, maar ook sommige detacheerders en consultancybureaus, ligt dit het punt ‘val ik onder deze wet of niet’ ingewikkelder. Voor deze uitzendbureaus en andere (intermediaire dienstverleners) geldt dat de arbeidsbemiddeling rechtstreeks via een digitaal kanaal moet plaatsvinden én dat gebruik wordt gemaakt van geautomatiseerde monitoring- of besluitvormingssystemen. Een app die alleen urenregistratie en salariëring toont, kwalificeert daar niet als zodanig. Een bureau (uitzend of zzp, dat maakt niet uit) dat voor werving, selectie, tarief of salarisbepaling, contractering (opstellen/overeenkomen van contract) en/of communicatie zwaar leunt op technologie en AI, valt al een stuk sneller onder de doelen van de wet (doel b en c). Ook als er geen twijfels zijn over de juistheid van de arbeidsrelatie (doel a). In de meest geavanceerde VMS en ATS systemen in toenemende mate AI tooling zit die ‘besluiten’ nemen en autonoom communiceren met de werkenden (chatbots). Dat maakt dan ook ‘gewone’ intermediairs mogelijk nu al, of in de toekomst waar gebruik van AI steeds meer standaard wordt, onder de wet vallen. Dat geldt ook voor de dienstverleners dit tussenpersoon werken. Platformwerkers die niet rechtstreeks een contract hebben met het platform maar met een tussenpersoon (zoals een uitzendbureau, broker of onderaannemer), genieten dezelfde bescherming als degenen die direct voor het platform werken. Een uitleg wat nu de precieze regels en verplichtingen worden: Het rechtsvermoeden van werknemerschap De wet introduceert een ‘weerlegbaar rechtsvermoeden’ van werknemerschap. Dat betekent: als een platformwerker aan ten minste twee van vijf criteria voldoet, wordt de arbeidsrelatie vermoed een arbeidsovereenkomst te zijn. Het is dan aan het platform om te bewijzen dat dit niet zo is. De vijf criteria zijn: Het platform bepaalt of beïnvloedt de hoogte van de vergoeding. Het platform bepaalt de verdeling of toewijzing van opdrachten. Het platform houdt toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden. Het platform beperkt de vrijheid om opdrachten te aanvaarden of te weigeren, ook via sancties. Het platform legt specifieke bindende regels op aan de werkende over uiterlijk, gedrag of uitvoering van het werk. Het rechtsvermoeden verandert de kwalificatie van arbeidsrelaties niet. Het verlaagt wel de drempel voor platformwerkers om een arbeidsovereenkomst te claimen, doordat de bewijslast na een geslaagd beroep op het vermoeden verschuift naar het platform. Dit lijkt dus erg op het wet rechtsvermoeden bij laag tarief die vanaf 1 januari 2027 geldt voor de inzet van zzp’ers. Het rechtsvermoeden platformwerk geldt voor de civiele rechter en voor de Arbeidsinspectie bij handhaving van de Wet minimumloon. Het wordt – net als bij het rechtsvermoeden laag tarief – geen handhavingsinstrument van de Belastingdienst of UWV. Regels rond algoritmisch beheer Een – voor ZiPconomy lezers (zie uitleg hierboven)- waarschijnlijk relevanter onderdeel van de wet is het breed opgezette deel over over het gebruik van algoritmes. De wet legt platforms verplichtingen op rondom geautomatiseerde monitoring- en besluitvormingssystemen: Verboden verwerkingen. Platforms (of althans bedrijven die volgens bovenstaande criteria als platform gezien worden) mogen bepaalde persoonsgegevens niet verwerken via geautomatiseerde systemen. Denk aan gegevens over de emotionele toestand van een werkende, of het afleiden van informatie over ras, geloofsovertuiging of seksuele geaardheid. Ook mogen er geen gegevens worden verzameld buiten de momenten dat de werkende daadwerkelijk platformwerk aanbiedt of uitvoert. Onduidelijk is hierbij in hoeverre evaluaties van opdrachten hier dan ook onder vallen Gegevensbeschermingseffectbeoordeling. Platforms moeten altijd een privacyeffectbeoordeling (DPIA) uitvoeren bij gebruik van geautomatiseerde systemen. De standpunten van platformwerkers en hun vertegenwoordigers moeten daarin worden betrokken. De beoordeling moet worden gedeeld met de ondernemingsraad. Platforms zijn verplicht platformwerkers, hun vertegenwoordigers en bevoegde autoriteiten te informeren over het gebruik van geautomatiseerde systemen. Dit moet proactief en op begrijpelijke wijze, met name bij aanvang van de werkrelatie en bij substantiële wijzigingen. Menselijk toezicht. Platforms zijn verplicht minimaal eens per twee jaar een evaluatie uit te voeren van de impact die geautomatiseerde systemen hebben op platformwerkers. Bovendien mogen beslissingen over het beperken, schorsen of beëindigen van een account of overeenkomst uitsluitend door een mens worden genomen, ook als een geautomatiseerd systeem die beslissing voorbereidt. Uitlegrecht en herziening. Platformwerkers hebben recht op uitleg bij besluiten die zijn genomen of ondersteund door geautomatiseerde systemen. Bij besluiten die gevolgen hebben voor hun overeenkomst of account, moet het platform een schriftelijke motivering geven en heeft de werkende het recht om herziening te vragen. Het platform moet binnen twee weken schriftelijk reageren. Ook hier geldt weer: de impact van deze punten kan fors zijn voor dienstverleners die zich wellicht geen ‘platform’ voelen, maar mogelijk wel zo gezien worden. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houdt toezicht op deze privacygerelateerde onderdelen van de wet en kan boetes opleggen tot 20 miljoen euro of 4% van de wereldwijde jaaromzet, conform de AVG. Verplichte en afgeschermede ommunicatiekanalen Een laatste verplichting is dat het verplicht wordt om communicatiekanalen in te richten waar platformwerkers privé en veilig met elkaar en met hun vertegenwoordigers kunnen communiceren. Het platform zelf mag geen toegang hebben tot die communicatie (over dit punt binnenkort meer). Wat nu? Het concept-wetsvoorstel ligt nu voor via een internetconsultatie. Iedereen, dus ook brancheverenigingen, uitzendbureaus, platforms en individuele werkenden, kan reageren. Niet zozeer de regels en verplichtingen zelf, maar de definities die bepalen welke dienstverleners onder deze richtlijn vallen of niet, zal in deze fase naar verwachting de nodige aandacht krijgen. Na deze consultatiefase stelt het kabinet een definitief voorstel op, waarna de Raad van State advies uitbrengt en het voorstel naar de Tweede Kamer gaat voor behandeling. De regering erkent dat de Europese implementatiedeadline van 2 december 2026 niet meer haalbaar is en streeft naar zo spoedig mogelijke invoering daarna. EU richtlijn platformeconomie, Wet Platformwerk Print Over de auteur Over Hugo-Jan Ruts Hugo-Jan Ruts is de oprichter van ZiPconomy. Hij is de algemeen directeur/uitgever van ZiPmedia en politiek verslaggever voor ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts