"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Hersteloperatie Groningen riskeert vertraging door schijnzelfstandigen-probleem

Bij ruim tweehonderd zelfstandigen die voor de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) werken, bestaat een risico op schijnzelfstandigheid. Dat schrijft minister Pieter Heerema van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aan de Tweede Kamer. Het zet de doorlooptijd van de aardbevingsschade-aanpak onder druk.

De NCG, verantwoordelijk voor het onderzoeken en versterken van huizen en gebouwen in het aardbevingsgebied, werkt al jaren met een combinatie van vast personeel en ingehuurde zelfstandigen. Die inzet van zzp’ers is volgens de organisatie nodig vanwege de omvang en tijdelijke aard van de operatie, specialistische kennis en schaarste op de arbeidsmarkt, zo legt minister Heerma uit in zijn brief aan de Tweede Kamer. Eind 2024 werd die inhuur al eens doorgelicht op het risico van schijnzelfstandigheid. De conclusie toen: de genomen maatregelen waren voldoende.

Nieuwe controle, ander beeld

Een aanvullende controle begin 2026 pakte minder gunstig uit. Nader onderzoek wees uit dat bij meer dan tweehonderd zelfstandigen sprake is van een risico op schijnzelfstandigheid, oftewel het risico dat de arbeidsrelatie feitelijk meer lijkt op een dienstverband dan op een zelfstandige opdracht. Voor het beoordelen van die grens geldt de Wet DBA, de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties.

Heerema schrijft dat hij dit risico wil aanpakken: “Dit risico wil ik mitigeren” of te wel afzwakken. Concreet betekent dat twee dingen. Voor nieuwe inhuuropdrachten geldt sinds 1 juli 2026 een aangescherpte toetsing. En voor de zelfstandigen bij nu al een zzp-opdracht doen voor het NCG onderzoekt de organisatie per geval welke oplossing passend is: indiensttreding, detachering, aanpassing van de aansturing, of het omzetten van de opdracht naar een resultaatgerichte overeenkomst. Daarbij kijkt de NCG ook naar hoe andere overheidsorganisaties met vergelijkbare vraagstukken zijn omgegaan. De komende periode gaat de organisatie hierover het gesprek aan met de betrokken zelfstandigen. De minister lijkt zich te realiseren dat deze overgang mogelijk gaat leiden tot vertraging, bijvoorbeeld omdat niet alle betrokken zzp’ers – die juist veel kennis en ervaring hebben – bereid zijn om hun zelfstandige status los te laten.

Het spanningsveld: wet naleven versus tempo houden

“Dit plaatst mij voor een dilemma” schrijft de minister daarbij.  Aan de ene kant moet ook de NCG zich houden aan de wet- en regelgeving rond de inzet van zelfstandigen. Aan de andere kant heeft het Rijk de taak om de versterkingsoperatie door te laten lopen en te voorkomen dat bewoners, van wie velen al jaren wachten op onderzoek of versterking van hun woning, opnieuw met vertraging te maken krijgen. Heerema plaatst dat ook in het licht van de nieuwe aardbeving in Groningen afgelopen week.

Heerema benadrukt dat beide opdrachten in samenhang moeten worden uitgevoerd, niet na elkaar. Het uitgangspunt is dat het risico op schijnzelfstandigheid wordt weggenomen, terwijl de gevolgen voor de voortgang van de versterking en voor bewoners zoveel mogelijk beperkt blijven. Waar dat schuurt, is het aan de NCG om te schakelen: “Waar spanning tussen beide doelen ontstaat, worden tempo, prioritering en overgang zorgvuldig gewogen.”

Wat dat nu precies betekent wordt uit de brief niet duidelijk. Het dilemma waar de minister Heerema voor staan doet denken aan de afwegingen gemaakt rond de afhandeling van de Toeslagenaffaire. Eind 2024 werd daar aanvankelijk gekozen om juist door te gaan met de inzet van zzp’ers die als schijnzelfstandigen werden beoordeeld zodat er geen vertraging zou ontstaan. Na ophef daarover werd die stap werd snel weer teruggedraaid.

Honderden woningen in de hoofden van deze zzp’ers

Wat het vraagstuk urgent maakt, is waar deze zelfstandigen precies zitten in de organisatie. Het gaat niet om ondersteunende of perifere functies, maar om mensen die volgens de minister “betrokken zijn bij de versterking van enkele honderden woningen.” Verdwijnt hun kennis en betrokkenheid zonder dat daar een passende oplossing tegenover staat, dan heeft dat volgens Heerema direct gevolgen voor lopende versterkingstrajecten en voor de huidige planning van de operatie.

De uiteindelijke impact op de doorlooptijd hangt dus af van hoeveel van deze zelfstandigen op een andere manier aan de operatie verbonden kunnen blijven, via loondienst, detachering of een aangepaste opdrachtvorm, en bij hoeveel dat niet lukt. Dat aantal is op dit moment nog niet bekend; de gesprekken tussen de NCG en de zelfstandigen moeten dat de komende periode duidelijk maken.

De minister belooft dat regionale partijen in Groningen en de Tweede Kamer periodiek op de hoogte worden gehouden van de voortgang.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×