ZP’ers betalen meestal meer belasting dan vergelijkbare werknemers. En andere inzichten over fiscale prikkels.

Wie inkomensvergelijkingen maakt tussen werknemers en zelfstandigen, begeeft zich al snel op glad ijs. Hugo-Jan Ruts deed toch een poging en laat zien dat de werkelijke verschillen complexer zijn dan gedacht.

De ‘fiscale prikkels’ die werkenden verleiden om hun veilige vaste dienstverband te verlaten en zzp’er te worden, staan door het eindrapport van de Commissie Borstlap weer volop in de belangstelling.

In dat rapport stelt de Commissie vraagtekens bij de positieve effecten van de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Het advies is om dit soort voordelen snel af te schaffen. ‘De fiscaliteit is een onhanteerbaar groot onderscheid gaan maken tussen zelfstandige en onzelfstandige arbeid, waardoor werkenden worden gestimuleerd om mede op oneigenlijke gronden (namelijk belastingbesparing) keuzen te maken’, staat in het rapport (pagina 80).

In de Tweede Kamer legde commissievoorzitter Hans Borstlap vorige week nog eens uit dat het terugdringen van het aantal zzp’ers moet beginnen bij het afschaffen van belastingvoordelen. “We zijn er achter gekomen dat alle arbeidsrechtelijke regels worden weggevaagd door de fiscale en financiële prikkels. Die zijn zo groot dat mensen op vrijdagmiddag ontslag nemen om op maandag terug te komen als zzp’er.”

Klopt dat eigenlijk wel? Dit vraagt om een beschouwing en het nodige rekenwerk. Ik wil drie onderwerpen onder de loep nemen: de motieven van werkenden om voor zich zelf te beginnen, het gebrek aan inzicht in de diversiteit van zelfstandigen en vooral de rekenvoorbeelden die de Commissie gebruikt.

Prikkels en diversiteit

Of de fiscale prikkel de belangrijkste oorzaak is dat mensen overstappen van loondienst naar het ondernemerschap, daar is geen Nederlands onderzoek naar gedaan. Zulk onderzoek is mij in elk geval niet bekend. Ook het SEO rapport  “Evaluatie fiscale ondernemersregelingen” (olv Cie Borstlap-lid Bas ter Weel) suggereert die prikkel, maar geeft er geen bewijs voor. Dat een fiscaal voordeel een rol speelt bij de afweging is een veronderstelling, die natuurlijk best plausibel is. Gelukkig maar. Een beetje aspirant ondernemer maakt natuurlijk een berekening voordat hij de sprong waagt.

Verder komen veel argumenten voor het afschaffen van de fiscale voordelen voort uit de vergelijking ‘werknemer-zelfstandige’. Daarmee misken je echter de diversiteit onder de zelfstandigen. Ja, er een is groep zelfstandigen die ‘ingehuurd’ wordt voor werkzaamheden die ook in loondienst gedaan worden (al dan niet vanwege piek/ziek).

Dan heeft zo’n vergelijking zin. De groep zelfstandigen die zulke opdrachten doet (zeg: zzp’ers in de flexschil. Onderste categorie in plaatje rechts), is maar 25 tot 30% van alle zelfstandigen. Dat heb ik in dit artikel al eens nader uitgewerkt. Dat is best een klein deel. De andere zelfstandigen doen heel veel losse opdrachten voor bedrijven (bijvoorbeeld zelfstandig advocaten of ontwerpers), werken voor particulieren (fysiotherapeuten, schilders, loodgieters) of verkopen producten (winkelier op de hoek, marktkooplui, webwinkelhouders) of zijn zelfstandige met personeel. Driekwart van alle zelfstandigen ontvangt mogelijk fiscale voordelen, maar heeft helemaal niets te maken met de mogelijke verstorende arbeidsmarkteffecten (‘zzp is goedkoper dan werknemer, zzp is financieel aantrekkelijk dan baan). Maar die effecten zijn wel een belangrijk argument (de commissie heeft er meer) om deze fiscale voordelen voor alle zelfstandigen af te schaffen. Dat is best gek.

Appels met appels vergelijken

Ik vind het nog belangrijker om stil te staan bij het rekenvoorbeeld dat de commissie hanteert.

In het tussenrapport maakte de commissie er een punt van dat ‘een gemiddelde werknemer een bruto loon van € 50.000 heeft’ en dat dit een werkgever € 65.000 aan werkgeverslasten kost. ‘Het inhuren van een zelfstandige is € 25.000 euro goedkoper’.

Deze rekensom (afkomstig van OESO) past niet bij de realiteit, zoals ik eerder schreef in dit artikel. Er wordt hier namelijk het netto salaris vergeleken van bijv. een beleidsmedewerker of IT’er in loondienst, met de netto inkomsten van een zzp met een uurtarief van omgerekend € 27 euro per uur. Maar voor zo’n uurtarief is geen zzp-IT’er te vinden. En tegenwoordig ook geen timmerman meer.

In het eindrapport kiest de commissie voor een variant hierop. Wat houdt een werknemer met een bruto inkomen van  € 50.000 netto over en wat houdt een zzp’er netto over als een werkgever de loonkosten (= €65.000) uitgeeft aan een zelfstandige. Vervolgens berekent de commissie wat de werkende in loondienst en de zelfstandige netto overhoudt.

Het is wat mij betreft nog steeds een verkeerd uitgangspunt om daadwerkelijk inzicht te krijgen in de fiscale verschillen.

Want als de verpleegster, een IT’er of manager zo’n rekensommetje maakt, dan vergelijkt hij zijn marktwaarde. Welk salaris krijg ik voor het werk dat ik kan en wil? Welk uurtarief kan ik krijgen voor dat type werk? Die vergelijking maakt ook een werkgever. Welke werkgeverslasten heb ik als ik iemand in dienst neem? Wat wat kost het me als ik iemand inhuur?

Oftewel: je moet het salaris van een verpleegster vergelijken met het uurtarief van een verpleegster. Pas bij zo’n vergelijking kan je zien wat de fiscale verschillen zijn en zal je zien dat een zelfstandige niet minder (wat vaak gesuggereerd wordt), maar vaak méér belasting betaalt dan een werknemer die ongeveer hetzelfde werk doet.

Rekenwerk

Met rekenmodelletjes begeef je je per definitie op glad ijs. Zeker als het gaat om nettoinkomsten, want aftrekbare kosten, declarabele uren en toeslagen verschillen sterk per persoonlijke situatie. Ik pretendeer dan ook niet dat de cijfers die hieronder staan voor iedere situatie kloppen. Mijn doel is inzicht geven in de verschillen tussen bepaalde beroepen en bepaalde inkomenscategorieën.

In hoofdlijnen ben ik uitgaan van een fulltime werkende. Voor een zzp’er betekent dat 1.400 declarabele uren per jaar (35 werkweken van 36 uur per week) en 10% van omzet zijn voor aftrekbare kosten. Er wordt geen rekening gehouden met toeslagen (bijvoorbeeld zorgtoeslag), hoewel die natuurlijk een flink effect kunnen hebben op het netto inkomen. Daarover later meer (de volledige excelsheet met de berekening plus toelichting is hier te vinden) .

Ik heb 10 beroepen gekozen die vrij veel voorkomen, zowel onder werknemers als onder zzp’ers (bedenk daarbij: bijna de helft van alle zzp’ers heeft minimaal een HBO-opleiding, 15% een LBO-opleiding). Het zijn beroepen met uiteenlopende salarissen en tarieven (bron salarissen: salariswijzer en Glassdoor;  bron tarieven: data van intermediairs en opdrachtgevers).

Dit overzicht laat twee zaken zien. Ten eerste dat er lang niet altijd een directe relatie is tussen salaris en uurtarief. Marktomstandigheden (schaarste/overschot) hebben een veel groter effect op uurtarieven, dan op salarissen.

Zo liggen de salarissen van een journalist en een communicatieadviseur veel dichter bij elkaar dan hun uurtarieven. Verder wordt zichtbaar dat de directe werkgeverslasten vaak lager liggen dan de kosten van inhuur (waarbij opgemerkt dat de totale personeelskosten natuurlijk veel hoger zijn dan puur de werkgeverslasten). De fiscale prikkel bij de lage lonen/tarieven is dus niet voor de zelfstandige, maar de werkgever. In het lage segment zijn de werkgeverslasten immers hoger dan de kosten van inhuur. Het schema hieronder laat zien dat het netto inkomen van iemand met laag uurtarief al snel lager ligt dan dat van een werknemer met een salaris net boven het minimumloon.

Dat het netto inkomen van een zelfstandige al snel hoger ligt dan het netto inkomen van een werknemer met vergelijkbaar werk, wordt in het hier onderstaande overzicht duidelijk. Daarbij is het wel van groot belang om te realiseren dat hierbij beperkt rekening gehouden is met bijvoorbeeld de kosten pensioenopbouw en dat het ondernemersrisico op ‘leegloop’ niet verrekend is.

Achter de netto inkomens per maand staat vermeld wat deze personen per jaar aan inkomstenbelasting en premies betalen.

Zelfstandigen met relatief lage tarieven betalen inderdaad minder belasting dan werknemers met een vergelijkbaar beroep. Maar bij 7 van de 10 van deze voorbeelden betalen zelfstandigen méér inkomstenbelasting dan vergelijkbare werknemers. Simpelweg omdat ze flink meer omzet maken.

Ja, zeker als het je lukt om flink wat uren per jaar te maken, is er in deze vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid een financiële prikkel om over te stappen. Maar in hoeverre dat komt door de mkb-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek (let wel: slechts 50% van de zzp’ers maakt aanspraak op de zelfstandigenaftrek; bron IBO-zzp 2015) zie je in onderstaand schema.

Het fiscale voordeel vanwege de zelfstandigenaftrek en MKB winstvrijstelling is in sommige situatie een groot deel van het totale voordeel dat een zelfstandige heeft. Maar meestal komt het netto voordeel veel meer door het verschil tussen salaris en uurtarief, dan uit de fiscale voordelen. Het fiscale voordeel valt niet te bagatelliseren, maar het is te simpel gedacht dat je met het wegnemen van de fiscale voordelen alle financiële prikkels weghaalt.

Marginale belastingdruk

In de hierboven uitgewerkte cijfers houd ik geen rekening met eventuele toeslagen voor zorg, huur of kinderopvang. Toch zijn dit soort toeslagen wel belangrijk. Zeker voor de verpleegkundige die op vrijdag op het punt staat om ontslag te nemen. Terwijl een verpleegkundige in loondienst vaak wel in aanmerking komt voor die toeslagen, komt de fulltime werkende zzp-verpleegkundige met een uurtarief van 40 euro sneller boven de inkomensgrens. Dan verdwijnt die fiscale prikkel als sneeuw voor de zon.

In jargon: de marginale belastingdruk pakt voor werknemers en zelfstandigen heel anders uit, zoals dit plaatje (afgeleid uit de analyse Belastingplan 2020) laat zien. Dit lijkt mij extra aanleiding om de effecten van de belastingvoordelen nog eens goed door te rekenen. 

 

Disclaimer

Een waarschuwing voor iedereen die nu nog elke laatste week van de maand zijn salaris gestort krijgt: ren naar aanleiding van de rekenvoorbeelden niet gelijk naar de Kamer van Koophandel. Kosten voor sociale zekerheid en pensioen zitten maar beperkt in dit plaatje. Belangrijker: 1400 declarabele uren per jaar, is best veel. En het is vooral lastig om dit altijd te realiseren. Leegloop tussen opdrachten, een crisis en – een zwaar onderschat effect – de afnemende bezettingsgraad in de laatste jaren voor het pensioen maken dit plaatje een stuk minder rooskleurig.

3,8 miljard: een discussie waard

Per jaar ontvangen ongeveer 1,2 miljoen zelfstandigen (IB-ondernemers, geen BV’s) 3,8 miljard euro belastingvoordeel door de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling, staat in het rapport Borstlap. Dat is gemiddeld dus iets meer dan 3000 euro per zelfstandige. Sommige zelfstandigen krijgen niets, anderen een veelvoud daarvan.

3,8 miljard euro is een flink bedrag. Dat is genoeg aanleiding om kritisch te kijken of dat geld ook bepaalde doelen dient. Plus om te bezien in hoeverre die fiscaliteit verstorend werkt op de arbeidsmarkt. Maar wees ook bewust van het feit dat het effect niet op elke ondernemer hetzelfde is.

Huidige wetgeving uitstekend geschikt om ongewenste flex tegen te gaan

Tot slot nog even terug naar het bekende voorbeeld van de verpleegster die op vrijdagmiddag ontslag neemt om op maandag als zzp’er terug te keren bij diezelfde organisatie. Om zulke situaties te voorkomen, is geen nieuwe wet nodig.

Er spelen in zo’n situatie twee wettelijke kaders. Voor de werkgever speelt hier de beoordeling van de arbeidsrelatie (zeg maar: de Wet DBA). Voor de werkende de beoordeling van de fiscale status (wel/niet gezien worden als IB-ondernemer en dus wel/niet in aanmerking komen voor de fiscale voordelen).

De situatie waarin een werknemer ontslag neemt en hetzelfde werk gaat doen bij dezelfde organisatie, zonder de intentie om dat op een andere manier of voor andere opdrachtgevers te gaan doen, is arbeidsrechtelijk en fiscaal tamelijk overzichtelijk:

  • De ‘ondernemerscheck’ van de Belastingdienst is onverbiddelijk. Deze werkende is geen ‘ondernemer voor de Belastingen’ en heeft dus geen recht op de fiscale voordelen.
  • En de opdrachtgever zal bij een controle op de vingers getikt worden door de Belastingdienst: er is hier sprake van een (voortgezette) gezagsrelatie. Dit is gewoon een werknemer en dus dient er loonheffing ingehouden te worden.

Het bestrijden van de ‘vrijdag weg, maandag weer terug’-situatie: daar hebben we geen fiscale hervorming voor nodig. Handhaven wat we al hebben is meer dan genoeg.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

11 reacties op dit bericht

  1. Hugo-Jan,
    Mooi artikel waarbij inderdaad veel uitgelegd wordt, maar ook veel nog niet zoals de door jou al genoemde pensioen-, AOV premies en leegloop buffers. Daarnaast nog de ‘overige’ verzekeringen zoals beroepsaansprakelijkheid verzekering.

    Wellicht aardig voor een volgend artikel om eens te laten zien wat zoiets kost?
    Ik verwacht dat te zien zal zijn, dat de kosten van zoiets t.o.v. wat er nu rechts als netto opbrengsten staat genoteerd sterk toenemen.
    Dat is iets wat in het rekenvoorbeeld van de commissie Borstlap volgens mij absoluut verkeerd is berekent.
    De grondslag van de kosten van de AOV zijn nl veel hoger dan veronderstelt in dat rapport.
    Immers, wanneer je afhankelijk wordt van de AOV uitkering, loopt je pensioen ‘premie’/voorziening gewoon door, in het begin lopen je andere verzekeringen gewoon door, bepaalde kosten van bv een auto, pandhuur etc.
    Dus de hoogte van de uitkering behoefte is hoger dan het salaris dat de commissie als grondslag neemt. En daarmee de premie dus ook.

    Daarnaast is daar het door jou al aangegeven verschil tussen het markttarief en het salaris. Wanneer het markttarief – door schaarste- hoger is dan de werknemers equivalent van het salaris, dan moet de AOV premie dus over het inkomen uit markttarief komen.
    Dat is bij 1400 uur veel meer dan het salaris van dat beroep, omdat de levensstandaard die moet worden opgevangen vanuit zo’n AOV uitkering ook hoger is.
    Ergo, de premie is veel hoger.

    Een verzekering als de beroepsaansprakelijkheid verzekering laat zich lastiger doorrekenen omdat dit afhankelijk is van het gemiddeld risico per klus.
    Kijkend naar mezelf vraagt men soms een risico afdekking van 1 ton, maar soms ook 2,5 miljoen. Dat scheelt nogal in premie, maar kost veel geld. Dat heeft een werknemer niet, (en ZZP-ers met lagere tarieven vaak ook niet) maar zal in de hogere tarieven wel behoorlijk doortellen.

    Al met al denk ik dat je dan uiteindelijk ziet dat de ZP-ers aan de bovenkant ws niet alleen absoluut gezien meer belasting betalen dan degene in loondienst van dezelfde beroepen, maar ook dat het verschil in netto inkomen lager is dan veronderstelt.

    NB; Dit is als het goed is nog steeds wel een positief verschil, anders doen ze iets verkeerd 😉

    Ik denk wel dat dit inzicht iets is, waarvan ik merk dat véél mensen (en dus ook commissieleden of beleidsmakers) geen idee hebben van de werkelijkheid.
    Als dat soort kosten inzichtelijk worden, denk ik dat men beter snapt waarom ook alweer een deel van die fiscale voordelen in het leven geroepen zijn…
    Juist om een meer gelijk speelveld te creëren tussen ZZP-ers en werknemers op fiscaal vlak. Dat moet er nu blijkbaar weer uit.

    Als laatste nog dit; bovenstaande wil niet claimen dat de ZZP-er zielig is, vanwege die hogere lasten. Als deze het goed doet, verdient deze idd meer dan een werknemer ondanks deze extra kosten, en draagt dus op die manier ook evenredig meer bij door meer belasting te betalen.
    Het is jammer dat de overheid niet in staat is deze extra inkomsten door te sluizen in de potjes van het sociaal stelsel.
    Dan was deze ‘perverse’ fiscale prikkel van de overheid om ZZP-ers (i.i.g. die aan de bovenkant van de markt) te beschuldigen van te weinig bijdragen aan dit sociaal stelsel er nl ook niet geweest. We dragen wel degelijk voldoende extra bij, alleen de boekhouders van de overheid zien het niet of willen het niet zien…

  2. @Bjorn, zoals in het artikel uitgelegd neem ik idd beperkt kosten voor bijv aov/pensioen op, omdat mensen daar zeer verschillende individuele keuzes in maken. Verzeker je bijvoorbeeld wat je als zzp’er gewend bent geraakt, of je andere niveaus of slechts basis. Dat levert te veel variatie op in dit beeld. Ook werknemers kunnen extra via bijv cao’s hebben, die hier niet in staan,. Leegloop is een zo variabel risico dat ik het niet in het rekenmodelletje opgenomen hebt je dat juist een vertekend beeld kan krijgen.

  3. Mooi Hugo-Jan.

    Borstlap spreekt ook over een leraar** (zie voetnoot) die er fors op vooruitgaat als hij zelfstandige wordt. Dat is zeer de vraag. Ten eerste heeft een leraar 6 weken zomervakantie, 1 week voorjaar, 1 week herfst en 2 weken meivakantie. Dat zijn samen al tien niet-declarabele weken waarin de loondienst leraar wel maandsalaris krijgt en de zelfstandige niet. Tel er dan nog studiedagen en een staking hier en daar of een griepje bij en je zit zo aan twaalf weken. Dat is toch 25% van een jaar.

    Daarnaast zal de leraar verschillende opdrachten hebben, dus snijverlies in het aantal uren als hij bij de ene school stopt en bij de andere start. Of snijverlies doordat de interim opdracht voor de leraar geen garantie op 40 werkuren geeft.

    Ik snap dus niet waarom Borstlap ‘perverse prikkels’ ziet in zijn leraar voorbeeld. Zo aantrekkelijk is de overstap niet. En zo realistisch is het voorbeeld ook niet.

    ——

    ** Ik noem leraar als voorbeeld idioot; hoe vaak komt dit nou voor; ik hoor nergens over leraren die en masse zelfstandige willen worden. Neem dan een interim manager als voorbeeld ofzo

  4. Los van mijn leegloop voorbeeld van hierboven waarin een leraar zomaar 40% niet-declarabel zou kunnen zijn. Weet ik uit praktijk dat er best veel bijkomende kosten zijn. Ik noem even wat.

    – AOV premie 3500 per jaar
    – huur werkplek 300/mnd
    – automatisering 300/mnd (is inclusief afschrijving op hardware)
    – leaseauto en vervoer/parkeerkosten 700+300=1.000 per maand
    – sparen voor pensioen en leegloop

    Totaal al zo 2.000 per maand ex pensioen en leegloop.

    Een werknemer met een werkplek, laptop en telefoon en auto van de zaak en pensioenregeling en bescherming tegen werkloosheid (leegloop) en vangnet arbeidsongeschiktheid heeft deze kosten niet.

    • @Maarten, als ik naar KVK cijfers kijk, dan zie ik geen groot aantal zzp’ers in het onderwijs. Grotere leegloop, en vooral versnipperd (niet langdurig ingehuurd worden maar bijvoorbeeld echt alleen ziektevervanging) is iets wat je zeker in hoger tarief moet verrekenen. Auto kosten heb ik er uit gelaten (zie artikel) omdat ik ook door te berekenen reiskosten niet meeneem in uurtarief. Huur werkplek is voor die zelfstandigen die vooral ingehuurd worden (itt bijv veel korte opdrachten) in de regel niet aan de orde. Maar, en blijft altijd veel ruimte voor discussie over welke kosten je nu wel en niet mee neemt (immers ook bij werknemer reken ik alleen de ‘kale’ werkgeverskosten en salaris, geen onkostenvergoeding /bonus/13de maand/andere extra’s of bijv extra vakantiedagen ofzo).

  5. Mijn grootste bedrijfsrisico is een overheid die met slechte wet- en regelgeving de markt verstoort. De invoering van Wet DBA in 2016 heeft me vijf maanden omzet gekost. Pas toen Wiebes zijn brief aan de eerste kamer stuurde in november van dat jaar, ontdooide de boel enigszins en kon ik weer aan de slag. Een hele nare ervaring was dat.
    Goed artikel. Komt overeen met mijn eigen ervaring. Alleen mag best een gooi worden gedaan naar de niet-declarabele uren. 20% voor acquisitie, leegloop, administratie, studie, e.d. lijkt mij alleszins redelijk. Daarom adviseer ik loonwerkers om nooit te gaan zzp-en voor het geld, maar voor de vrijheid, het avontuur, de kans op succes om omdat het gewoon in je zit. Ondanks al het rekenwerk blijven het appels en peren.

    • Maar als je het voor de vrijheid doet, begrijp ik niet dat iemand zich fulltime laat inhuren en naar de pijpen van de opdrachtgever moet dansen, qua werktijden, vakantie, enz enz.
      Dat noem ik geen vrijheid.
      Ik denk nog steeds dat verreweg de meeste zzp’ers (met name de uurtjes makers) het voor het geld doen.

      • Vrijheid is voor iedereen weer anders. Sommigen voelen zich pas vrij als ze helemaal niet meer hoeven te werken.
        Ik denk overigens dat het aantal mensen dat op vrijdag ontslag neemt, om op maandag bij de zelfde baas gaat zzp-en, heel beperkt is. Ook nu zijn er regels wat kan en wat niet. Daar is Borstlap niet voor nodig.
        Ik ben heel benieuwd wat de belastingdienst zo tegenkomt in de Zorg en Bouw bij hun ‘sectorale toezicht’ actie. Ik gok dat velen in deze sectoren werken op basis van ‘geen persoonlijke arbeid’ (dus geen dienstverband), maar niet voldoen aan de criteria van een onderneming in de ogen van de belastingdienst (dus geen recht op aftrek). Hier zal geheid over geprocedeerd gaan worden; veel van deze criteria zijn boterzacht.

      • Al zou ik in loondienst 25% meer verdienen, dan zou ik het nog niet doen. Ik kan nu zelf bepalen of ik een contract wel of niet wil verlengen. Ik hoef daarvoor geen ontslag te nemen. Natuurlijk heb je als je ingehuurd wordt ook te maken met commitments.

  6. Goed artikel en zoals ik al in een eerder artikel “Commissie Borstlap legt het nog één keer uit, nu aan de Kamer: haal de fiscale prikkels weg en hanteert scherpe arbeidsrechtelijke regels” had aangegeven, betaalde ik als werknemer minder belastingen als zelfstandiger. Dat wordt hiet dus bevestigd. Maar ik heb voor hert ZZper-schap gekozen voor meer vrijheid en keuze van werk.
    Misschien is het ook goed om uit te rekenen wat de Staatskast gaat missen aan belastingen door iedereen over één kam te scheren?

  7. Bedankt voor het artikel. Ik heb het met interesse gelezen, het is nogal tendentieus.
    Logisch dat de zzper meer belasting betaalt als hij meer verdient.
    Ik mis volledig de analyse van de zzper en de persoon in loondienst die even veel belasting betalen, maar waarbij de persoon in loondienst veel meer uren moet maken in vergelijking met de zzper omdat te bereiken. Ongeveer 5 dagen om 3 dagen voor de hogere inkomens !