Twee trends in de handhaving op schijnzelfstandigheid Geplaatst 24 juni 2025 door Boris Emmerig Vóór opheffing van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 was de handhavingsstrategie van de Belastingdienst erop gericht om homogene groepen van werkenden te controleren. Staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) informeerde de Tweede Kamer op 18 december 2024 als volgt: “Indien de feiten en omstandigheden waaronder gewerkt wordt binnen een groep gelijk zijn, kan verwacht worden dat de verschillende arbeidsrelaties binnen deze groep gelijk kwalificeren.” Het Uber-arrest van 21 februari 2025 gooide roet in het eten. De Hoge Raad overwoog dat het zich kan voordoen dat de arbeidsrelatie ten aanzien van hetzelfde werk, verricht ten behoeve van dezelfde opdrachtgever/werkgever, ten aanzien van werkenden die zich in het economisch verkeer als ondernemer gedragen of kunnen gedragen, anders te kwalificeren valt dan ten aanzien van andere werkenden. Vragenlijst en administratieonderzoek voor zzp’ers Als gevolg hiervan worden nu ook zzp’ers via derdenonderzoeken volop in de handhaving betrokken. De Belastingdienst moet wel omdat op haar de bewijslast rust van een dienstbetrekking. Voor de goede orde, dit is wettelijk toegestaan en de zzp’er is verplicht mee te werken. De zzp’er wordt geïnformeerd dat er bij zijn opdrachtgever een controle is ingesteld. De opdrachtgever wordt met naam en toenaam genoemd (is er geen geheimhoudingsplicht?). Er volgt een vragenlijst met 26 vragen, die binnen 2,5 week beantwoord moeten worden. De vragen zijn erop gericht om vast te stellen of de zzp’er ondernemer voor de inkomstenbelasting is. Het gaat verder dan alleen het gedrag als ondernemer. Er wordt ook gevraagd naar elementen uit de administratie van de zzp’er. Bewijslast versus geheimhoudingsverplichting Interessant is dan de vraag of de Belastingdienst de van de zzp’ er verkregen informatie mag delen met de opdrachtgever die wordt gecontroleerd. Enerzijds moet de Belastingdienst voldoen aan haar bewijslast, anderzijds rust op haar een geheimhoudingsverplichting. Ik zou het zo 1-2-3 niet weten. Duidelijk is in ieder geval wel dat de zzp’er die wordt bevraagd, vol in de spotlights staat. Voor hem geldt er geen handhavingsmoratorium. Hij zal zijn ondernemerschap goed op orde moeten hebben. Geen rangorde in Deliveroo-criteria Een tweede trend is dat de Belastingdienst het Uber-arrest vrij losjes interpreteert. De Hoge Raad heeft beslist dat er geen rangorde tussen de Deliveroo-criteria bestaat. De Belastingdienst stelt dat de precieze betekenis en het gewicht van de Deliveroo-criteria toch nog kunnen verschillen, afhankelijk van de volledige context aan feiten en omstandigheden in een concreet geval. Maar geen rangorde is toch geen rangorde? Dit laat ruimte om indicatoren contra-dienstbetrekking minder belangrijk te vinden dan indicatoren pro-dienstbetrekking. Hoe ‘de volledige context aan feiten en omstandigheden in een concreet geval’ hierbij doorwerkt, is mij niet duidelijk. Het klinkt in ieder geval niet heel concreet. Kortom, de handhavingstrein raast door. Never a dull moment! Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Holla, schijnzelfstandigheid, wet dba, Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, zzp | 9s Reacties
Inclusiever werven: wrijving maakt immers glans Geplaatst 24 juni 2025 door Mariëtte Wendrich Soms zit het verschil in één woord. Maar het streven naar diversiteit en inclusie is niet altijd zo eenvoudig. Het begint, denk ik, met een diepgeworteld geloof dat het werkt. Als een organisatie écht overtuigd is van de kracht van diversiteit, volgt de rest vaak vanzelf – van inclusieve vacatureteksten tot het aannemen van mensen met uiteenlopende achtergronden. Voor mij gaat diversiteit over openstaan voor alles wat iemand meebrengt: talenten, leeftijd, ervaringen, kennis, denkwijze, afkomst, gender maar ook persoonlijkheid. Juist die mix zorgt voor nieuwe perspectieven, andere verhalen. En als je al die verschillen bewust inzet, ontstaan nieuwe ideeën en kun je uiteindelijk ook betere beslissingen nemen. Cliché “Wrijving geeft glans,” zeggen mensen weleens. Misschien een cliché, maar er zit wat in. Natuurlijk is het verleidelijk om mensen aan te nemen die lijken op jezelf – dat voelt vertrouwd. Ook ik denk soms: ‘Ha, die denkt als ik, dat werkt lekker..’ Maar juist die gedachte moet je dus altijd uitdagen, met de vraag of het genoeg wrijving zal geven. Daarom gebruiken we assessments bij sollicitaties, om zo objectief mogelijk naar competenties te kijken. En DISC-profielen helpen ons om teams samen te stellen waarin mensen elkaar aanvullen, ook qua karakter. Als vrouwelijke algemeen directeur weet ik hoe belangrijk het is dat het hebben of overwegen van kinderen geen belemmering vormt in je carrière. Dat zou in deze tijd vanzelfsprekend moeten zijn. Juist in onze sector werken veel vrouwen, maar juist dat beeld is bij veel bedrijven aan de top nog vaak traditioneel. We kijken ook verder dan ons eigen bedrijf. We helpen klanten inclusiever te werven. Bij externe inhuur is de neiging vaak om iemand te zoeken die ‘in het plaatje past’. Maar wat als je dat plaatje loslaat? Wie voeg je dan ineens wél toe? Kleurrijker team Veranderen doe je niet van de ene op de andere dag, zeker niet als de top van een organisatie nog weinig afspiegelt van de maatschappij. Maar we merken dat er beweging is, vooral in de publieke sector, waar veel van onze klanten actief zijn en waar het belang van diversiteit breed gedragen wordt. Eerlijk is eerlijk: ook bij ons is het werk niet af. We willen een kleurrijker team, maar veel collega’s komen uit de regio en de regio rond Eemnes is nu eenmaal niet heel divers. We doen mee aan de Pride, maar onze toiletten zijn gescheiden. En onze feestdagen? Die zijn gebaseerd op de christelijke kalender. Ik ben ervan overtuigd dat deze aanpassingen ook niet nodig zijn, om wel voor diversiteit te staan. Tradities en diversiteit kunnen hand in hand met elkaar gaan, zolang er voldoende respect is voor allebei. Mijn droom? Dat we op een dag niet meer hoeven te praten over ‘diversiteit en inclusie’ omdat het vanzelfsprekend is. Dat we openstaan voor talent in al zijn vormen en niemand zich meer hoeft af te vragen waarom dat belangrijk is. Als wij als Flextender daar een beetje aan kunnen bijdragen, is dat al iets moois. Lees ook dit artikel: Van onderbuik naar onderbouwd: zo vind je de beste kandidaat Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Diversiteit, flextender, inclusie, inclusiviteit, inhuur, werving | Laat een reactie achter
Arbeidsrechtprofessor Ruben Houweling: “De arbeidsmarkt heeft een deltaplan nodig, geen pleisterwetgeving” Geplaatst 23 juni 2025 door HeadFirst Group Arbeidsrechtprofessor Ruben Houweling aan de Erasmus Universiteit Rotterdam stelt dat om van het oude naar het nieuwe te kunnen gaan, we op meerdere fronten tegelijkertijd in afwisselend tempo zullen moeten bewegen. Dat gaat volgens hem niet met ‘pleisters plakken’, maar aan de hand van een meerjarig deltaplan voor de arbeidsmarkt. In gesprek met Oifik Youssefi van HeadFirst Group legt hij uit waarom het Wetboek van Werk het vertrekpunt kan vormen voor zo’n grootschalige stelselherziening. Ruben, wat was voor jou de aanleiding om het Wetboek van Werk te ontwerpen? De Wet Werk en Zekerheid uit 2015 gaf vooral een juridisch antwoord op een sociaal-maatschappelijk probleem. Het ging uit van het oude denken: je bent óf werknemer óf zelfstandige. Maar dat dualisme past niet meer bij de realiteit van het hier en nu. In plaats van alleen kritiek vanaf de zijlijn te leveren, hebben we met een groep collega’s een alternatief geformuleerd. Het idee: niet het contract centraal, maar de werkende zelf. Het Wetboek van Werk is daarmee niet zomaar een bundeling van voorstellen, maar een aanzet tot een soort deltaplan voor de arbeidsmarkt. Een fundamentele herziening op systeemniveau. Het bijzondere is dat bijna parallel aan dit project de Commissie Borstlap eind 2019 het levenslicht zag. Een aantal leden uit onze organisatie nam ook deel aan die commissie wat overlapvragen opriep; echter kregen we juist het verzoek om de uitwerking van het Wetboek van Werk voort te zetten. Waarom is zo’n fundamentele herziening volgens jou nodig? Omdat de samenleving nou eenmaal fundamenteel verandert. Een groot en verstrekkend voorbeeld: we vergrijzen. Dat maakt dat informele zorg – zoals mantelzorg – groeit; werkenden zijn mobieler dan ooit. Tegelijk blijft de arbeidsmarkt draaien op begin 20e eeuwse regels, toen de arbeidsmarkt veel industriëler was . Daarbovenop blijven we met wetgeving symptoombestrijding toepassen. Steeds nieuwe lappendekens onder het mom van: “vast minder vast”, “flex minder flex”. Alsof het probleem in de contractvorm zit. Terwijl we eigenlijk een nieuwe hoofdstructuur nodig hebben. Wat mij betreft is dat het moment om het over zo’n deltaplan te hebben. En daarom kiezen jullie in dat kader voor het begrip ‘werker’? Ja. De categorie ‘werker’ doorbreekt het denken in juridische hokjes. Het maakt het mogelijk om beleidsmatig te denken vanuit participatie, niet vanuit contractvorm. Daarbij kun je nog steeds differentiëren. Iemand die incidenteel werkt, heeft minder bescherming nodig dan iemand die vijf jaar lang voor eenzelfde opdrachtgever actief is. Maar je organiseert het van buiten naar binnen, niet van binnen naar buiten. Dat is essentieel voor een stelsel dat lang mee moet kunnen. Je koppelt dat ook direct aan sociale zekerheid. Hoe dan? Omdat sociale zekerheid nu nog te veel leunt op contractdefinities. Maar de risico’s – zoals arbeidsongeschiktheid – zijn niet contractgebonden. Wij stellen voor om die risico’s collectief te dekken, via een generiek vangnet. Iedereen draagt bij. Geen basisinkomen, maar wel: bescherming op basis van risico. Het systeem moet uitgaan van vertrouwen en wederkerigheid. Wie niet wil meewerken aan herstel of omscholing, kan worden aangesproken op eigen middelen. Daarmee is het geen liefdadigheid, maar een robuust publiek arrangement. Ook dat is een bouwsteen van het deltaplan waar ik voor pleit. Zoiets vergt ook politieke daadkracht en welwillendheid; je kan immers niet zomaar overgaan van het oude naar het nieuwe. Er zal ongetwijfeld sprake zijn van een transitieperiode waarbij al het ongemak wat zo’n wijziging met zich meebrengt zich openbaart. Dat kan geheid op weerstand rekenen, maar dat maakt niet uit zolang er een heldere langetermijndoelstelling is. Past zo’n benadering binnen de bestaande instituties? Niet zonder meer. Daarom introduceren wij het idee van de ‘Werkhub’. Eén integrale toegangspoort waar werkenden terecht kunnen voor ondersteuning, perspectief en heroriëntatie. Niet drie loketten bij drie instanties. En die hubs kunnen juist ook sectorgebonden zijn, of lokaal verankerd. De vorm is flexibel. Wat telt, is de integraliteit. En dat is precies het type institutionele infrastructuur dat bij een deltaplan hoort: schaalbaar, adaptief en coherent. In het kader van infrastructurele veranderingen, wat vind je dan van voorstellen zoals de VBAR, die de arbeidsrelatietoets tussen opdrachtgever en opdrachtnemer meer gestalte tracht te geven? De VBAR probeert meer zekerheid te creëren door de grens werknemer/zelfstandige scherper te trekken. Op zich juich ik elke verduidelijking op dit dossier toe, omdat er al te lang over wordt gesproken en maar geen knopen worden doorgehakt. Dat is niet goed voor de werker en de werkverschaffer. Liever had ik gezien dat we deze onzekerheid zouden aangrijpen het concept ‘werker’ te introduceren. De Hoge Raad heeft met Deliveroo en Uber laten zien dat je breder mag kijken naar de context van een werkrelatie. Daarin past een werker als concept heel goed. Ook hier is dus een soort ordening nodig waarin de werkende zélf het uitgangspunt is, en niet zijn juridische status. Een voor velen belangrijke stap voorwaarts in de sociale zekerheid is de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Hoe kijk je hier tegenaan? In beginsel goed. Maar het moet echt contractneutraal. Eerlijkheid en proportionaliteit zijn in het arrangeren van collectief sociale zekerheid. Die AOV moet dus onderdeel zijn van een breder vangnet. Wat we niet moeten doen is regelingen stapelen zonder overzicht. We moeten de sociale zekerheid opnieuw inrichten vanuit één logica. Dat is geen detailmaatregel, maar kern van het deltaplan dat ik eerder bedoelde. Je zou denken: je hebt met het Wetboek van Werk een panklare aanpak. Wat maakt implementatie van het Wetboek van Werk dan lastig? (Politieke) tijd en veranderbereidheid. Dit vergt een meerjarenpad. Daarom moet je klein beginnen: sociale zekerheid, vangnetten, institutionele samenwerking. Vanuit daar kun je bouwen richting arbeidsrecht en contractpositie. Zo’n gefaseerde opbouw maakt het ook mogelijk om de achterban stap voor stap mee te nemen. En het is eerlijker: je verandert niet alles in één klap, maar legt een route open. Dat ís wat een goed deltaplan behelst. In het kader van toekomstverwachtingen: wat hoop je dat we in 2030 zeggen over deze fase? Dat we het ongemak van de overgang niet geschuwd hebben. En dat we, zo gauw als het kan, beginnen met denken voorbij de hokjes. Als we dan terugkijken en zeggen: dit was het moment waarop we besloten de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken – dan is het Wetboek van Werk geslaagd in z’n rol als katalysator voor dat grotere plan. Het is geen blauwdruk. Het is een aanzet tot structuurvernieuwing. En dat is wat Nederland nodig heeft. Lees ook dit artikel: Arbeidsmarktadviseur Saskia Grit (UWV): “Krapte op de arbeidsmarkt biedt ook veel kansen” Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags arbeidsmarkt, flex, HeadFirst Group, sociale zekerheid | 2s Reacties
TMT-sector blijft groeien ondanks afhankelijkheid van Verenigde Staten Geplaatst 20 juni 2025 door ZiPredactie Het Nederlandse bedrijfsleven bevindt zich in een onzekere fase. Geopolitieke onzekerheden en onduidelijkheid over de impact van hogere Amerikaanse invoerheffingen op de internationale handel, leggen de kwetsbaarheid van Nederland als open economie bloot. Dat kan gevolgen hebben voor de keuzes die bedrijven maken. Zo stellen zij investeringsbeslissingen uit en zoeken ze naar oplossingen op korte termijn om de effecten van invoerheffingen te beperken. In haar nieuwste Sectorprognoses 2025-2026 analyseert ABN AMRO de handel met de Verenigde Staten op sectorniveau om inzicht te krijgen in de risico’s. Vanwege hun sterke verwevenheid met de wereldhandel zijn de Industrie, Transport & Logistiek en Technologie, Media & Telecom (TMT) het meest kwetsbaar voor escalatie van de handelsoorlog. Exportgerichte sector met focus op VS Van de totale verdiensten aan export door de TMT-sector komt circa 10,5 procent of 2,5 miljard euro uit de VS, schat ABN AMRO op basis van gegevens van het CBS. Het belang van de VS als afzetmarkt is voor de TMT-sector daarmee bijna twee keer zo groot als voor de Nederlandse economie in zijn geheel. Vooral de subsectoren communicatieapparatuur, software en digitale infrastructuur zijn gericht op de VS. De afhankelijkheid is ook zichtbaar in specifieke segmenten: zo gaat ruim 22 procent van de Nederlandse telecomexport naar de Verenigde Staten. Daarnaast kijken Amerikaanse techbedrijven steeds vaker naar Nederland als strategische locatie voor servers en datacenters, vanwege de goede digitale infrastructuur en het gunstige vestigingsklimaat. Risico’s bij verdere escalatie Tot nu toe richtten Amerikaanse en Europese maatregelen zich vooral op goederen. Software, cloud-diensten en andere digitale diensten zijn nog buiten schot gebleven. Toch waarschuwt ABN AMRO dat de TMT-sector extra hard geraakt zou worden als ook diensten onderdeel worden van het handelsconflict, gezien de sterke verwevenheid met Amerikaanse technologie en de afhankelijkheid van Amerikaanse software, clouddiensten en toepassingen gebaseerd op kunstmatige intelligentie (AI). De Europese Unie (EU) heeft, met het zogeheten Anti-Coercion Instrument (ACI), een juridisch raamwerk klaarliggen om tegenmaatregelen te kunnen nemen die gericht zijn op Amerikaanse diensten die de EU importeert. Importheffingen zijn een belangrijk deel van dit Brusselse plan, maar hier bovenop kunnen ook beperkingen op markttoegang of strengere mededingingsregels voor Amerikaanse big tech worden opgelegd. Het Centraal Planbureau (CPB) berekende eerder dat een grootschalige escalatie van de handelsoorlog kan leiden tot een structureel verlies van 2 tot 3 procent van het Nederlandse bbp. Maatregelen om handelsschade te beperken “Bedrijven in sectoren die geraakt worden moeten maatregelen nemen om de schade van de handelsoorlog te beperken”, vertelt Melanie Murk, sectoreconoom Agrarisch en Food van ABN AMRO. “Voorbeelden zijn het verleggen van toeleveringsketens, het verplaatsen van de productie en het zoeken naar nieuwe afzetmarkten en leveranciers. Deze opties zijn overigens niet eenvoudig te realiseren en vragen de nodige voorbereiding. Op korte termijn is handel vaak afhankelijk van een goed netwerk en bestaande relaties.” Groeiverwachting blijft voorlopig positief Ondanks de risico’s blijven de vooruitzichten voor de TMT-sector in 2025 en 2026 positief. ABN AMRO verwacht voor 2025 een groei van +4,5 procent en voor 2026 een groei van +4 procent. Digitalisering, cloud-migraties en AI-innovaties zijn de drijvende krachten achter de verwachte groei, evenals de IT-dienstverlening die hiermee samenhangt. Om de dominantie van big tech te doorbreken zet Europa in op het versterken van zijn eigen technologische fundamenten door middel van initiatieven zoals de European Chips Act, het InvestAI-initiatief en het Nederlandse ECOFED-project. Deze initiatieven zijn gericht op het vergroten van de technologische zelfredzaamheid in Europa. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags ABN AMRO, sectorprognose ABN AMRO, technologie, VS | Laat een reactie achter
Geen controverse over arbeidsmarktthema’s: Tweede Kamer wil demissionair doorwerken Geplaatst 19 juni 2025 door Claartje Vogel De Tweede Kamer mag doorwerken aan alle wets- en beleidsvoorstellen rondom de arbeidsmarkt, ook nu het kabinet gevallen is. De vaste kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) was er snel uit: er bestaat over geen enkel onderwerp controverse. Alleen GroenLinks-PvdA was het daar niet mee eens. Controversieel of niet? Bij de val van een kabinet bepaalt de Tweede Kamer welke wetsvoorstellen ‘controversieel’ zijn. Dat wil zeggen dat een thema te politiek gevoelig is om demissionair te behandelen. Die thema’s worden pas weer behandeld zodra er een nieuw kabinet is. De Kamer kan ook besluiten verder te werken aan bepaalde dossiers, bijvoorbeeld vanwege urgentie of brede politieke steun. De minister van SZW was met een hoop vernieuwing, denk aan nieuwe regels rondom werken met zzp’ers en afschaffing van oproep- en nulurencontracten. Bekijk hier een overzicht van de dossiers. Hij mag met al die thema’s demissionair verder, bleek tijdens de procedurevergadering donderdag. Teleurstelling bij GroenLinks-PvdA Een paar partijen stelden onderwerpen voor om controversieel te verklaren, maar zij kregen geen of nauwelijks steun. Zo wilde VVD de Wet Meer Zekerheid Flexwerkers overlaten aan een volgend kabinet, maar de rest van de Kamer was het daar niet mee eens. GroenLinks-PvdA wilde meerdere onderwerpen controversieel verklaren, maar kreeg slechts een enkele keer steun van de SP. Dat was lang niet genoeg om de dossiers van de agenda te halen tot de komst van een nieuw kabinet. Patijn: ‘Nieuw kabinet kan meer voor elkaar krijgen’ Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) was teleurgesteld in de rest van de Kamer. “Het vorige kabinet heeft weinig voor elkaar gekregen”, zei ze. “Ik ben ervan overtuigd dat een nieuw kabinet met meer mandaat beter in staat is goede dingen te regelen. Daarom willen wij veel controversieel verklaren. Maar ik ga nu stoppen, want we zijn blijkbaar de enige.” Overigens kan de lijst met controversiële onderwerpen tijdens de periode tussen de val van het kabinet en de aanstelling van een nieuw kabinet nog worden aangepast. Op dit moment lijkt dit onwaarschijnlijk. Lees meer: Controversieel of niet? Wat betekent de politieke crisis voor de toekomst van zzp-wetgeving en arbeidsmarkthervorming? Geplaatst in ZP en Politiek | Tags #zzpdebat, arbeidsmarkt, Waadi, wet dba, zzp-beleid | 1 Reactie
Van Hijum over zzp’ers: “Je hebt toch liever een werknemer dan iemand die even een klusje komt doen en weer weg is.” Geplaatst 18 juni 2025 door Arthur Lubbers Dat zei de beoogd NSC-voorman tijdens de 5e editie van ArbeidsmarktPoort in Den Haag, georganiseerd door brancheverenigingen ONL, Bovib en VvDN. “Het wordt spannend of de Kamer ons nog de ruimte gunt om onze plannen door te zetten. We zullen misschien op zoek moeten naar wisselende meerderheden.” Maar dat Van Hijum gemotiveerd is om de wetgeving door te zetten is duidelijk. “Ik wil nog zoveel mogelijk het verschil maken.” Zijn belangrijkste doel: ‘het herstellen van de balans tussen vast en flex’ op de arbeidsmarkt. Als uitgangspunt hanteert Van Hijum het adagium van Borstlap: flex minder flex en vast minder vast. Wat betreft het aanpakken van flex is hij naar eigen goed op weg, met wetgeving als de Wet Meer zekerheid flexwerkers, Wtta en de VBAR. Maar Van Hijum moet toegeven dat het met de uitvoering van ‘vast minder vast’ nog niet zo ver is. Er zijn voorstellen om de loondoorbetaling bij ziekte (2 jaar) in te perken, maar daar blijft het dan ook wel bij. Van Hijum wijst daarbij ook naar de polder. “Partijen houden vast aan eerder gemaakte afspraken en voor elke verandering is heronderhandeling nodig.” Arbeidsmigratie geen oplossing Hoewel Van Hijum erkent dat krapte op de arbeidsmarkt een van de grootste belemmeringen is voor de economie, is arbeidsmigratie volgens hem niet de oplossing. Ook niet om het tekort aan arbeidskrachten door de vergrijzing op te vangen. “We zullen die demografie moeten accepteren. Natuurlijk willen we niet elke arbeidsmigrant direct weren, dan hebben we morgen een gigantisch probleem. Maar we moeten wel kritischer zijn in het bepalen voor welke sectoren arbeidsmigranten nodig zijn. We zijn als economie te veel verslaafd geraakt aan goedkope arbeid, met alle gevolgen van dien, zoals slechte huisvesting voor arbeidsmigranten.” Wat volgens hem wel kan bijdragen aan het tegengaan van het tekort aan arbeidskrachten is het verhogen van de productiviteit en verlaging van administratieve lasten. “Maar de illusie dat er een oplossing is heb ik niet. Het mag in ieder geval niet ten koste gaan van mensen in de sectoren waar krapte is.” Het toelatingsstelsel zal zeker niet voor minder administratieve lasten zorgen. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) was niet voor niets zeer kritisch op de Wtta en stelde dat betere handhaving effectiever is dan een nieuwe wet. Van Hijum neemt de kritiek ter harte, maar wijkt niet. “We hebben een nieuwe ordening van de arbeidsmarkt nodig. Het maatschappelijke probleem is zo groot dat ik de wet wil doorzetten.” De demissionair minister heeft er vertrouwen in dat de Wtta in de praktijk goed gaat uitpakken. “Werkgevers kunnen straks alleen met bonafide uitzenders zaken doen. Daarop gaan we handhaven. Ik heb de hoop dat dit gaat werken.” Lees ook: Eerste Kamer BBB houdt forse kritiek op Wet TTA: “disproportioneel en ineffectief” VBAR of Zelfstandigenwet Van Hijum houdt ook vast aan de VBAR. “We zullen na de uitspraak van de Hoge Raad de wet aanpassen en ondernemerschap als criterium volledig laten meewegen. Maar we willen de VBAR zo spoedig mogelijk doorvoeren. Dat moet ook, want anders dreigt een boete vanuit de EU. En de markt heeft duidelijkheid nodig.” Op de vraag of de Zelfstandigenwet van VVD-Kamerlid Thierry Aartsen (inmiddels staatssecretaris Infrastructuur en Waterstaat) niet een beter alternatief is, zegt Van Hijum. “Het gaat in essentie om dezelfde discussie. Er wordt een beeld opgeroepen alsof we van zelfstandigen af willen. Dat is niet het geval. Het probleem is dat maar al te vaak iemand als zelfstandige werkt terwijl er gewoon sprake van loondienst is. Dan wordt het risico op de zelfstandige afgewenteld.” Lees ook: Zelfstandigenwet of VBAR? Twee visies op de toekomst van zzp-beleid Kritiek Bovib en VZN Bovib-directeur Bart Smals is echter kritisch over de focus op het terugdringen van zzp’ers. “Je zou denken dat je de krapte op de arbeidsmarkt moet aanpakken door iedereen zoveel mogelijk aan het werk te krijgen en te houden, ook zzp’ers. Ik krijg niet de indruk dat de minister dat wil. Eerder het tegendeel.” Van Hijum erkent dat flex nodig is, maar blijft bij zijn standpunt. “Wij moeten scherper maken hoe je ook zelfstandigen aan de slag kunt houden, maar dat mag niet meer via verkapte dienstverbanden.” Cristel van de Ven, voorzitter VZN, wijst de minister op het traditionele taalgebruik in de politiek dat volgens haar geen recht doet aan zzp’ers. “Men spreekt in Den Haag alleen maar over werkgevers en werknemers, dat is normaal. Als iemand als zelfstandige werkt, dan moet het toch ook normaal zijn om over zzp’ers te spreken? Waarom nog zo traditioneel denken?” Veelzeggend is de reactie van Van Hijum die maar blijft hameren op zijn thema schijnzelfstandigheid. “We moeten er beducht voor zijn dat zzp een sluiproute wordt voor uitholling van de sociale zekerheid.” Zijn voorkeur voor het werknemerschap boven het zzp-schap is overduidelijk. “Ik heb liever dat we het arbeidscontract aantrekkelijker maken zodat mensen niet vluchten naar zzp omdat zij gevangen zitten in dat arbeidscontract. Waarom zijn werkgevers niet in staat werknemerschap aantrekkelijker te maken? Want je hebt toch liever dat werknemers samenwerken in een organisatie in plaats van dat ze even een klusje komen doen en weer weg zijn.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags arbeidsmigratie, Borstlap, bovib, Meer Zekerheid Flexwerkers, onl, VBAR, VVDN, wtta | 48s Reacties