Maandelijkse archieven: september 2024

Rijksoverheid lanceert publiekscampagne aanpak schijnzelfstandigheid

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een website gelanceerd met informatie en instrumenten om het “werknemers en werkgevers duidelijk te maken wanneer iemand als zzp’er werkt of in loondienst.”

De website (zie hier) maakt onderdeel uit van een voorlichtingscampagne die gestart is in aanloop naar het opheffen van het ‘handhavingsmoratorium beoordeling arbeidsrelatie’ per 1 januari 2025. De Belastingdienst komt in een later stadium ook met een website met informatie, maar ook met de uitkomsten van handhavingsonderzoeken door inspecteurs.

Opdrachtgevers en opdrachtnemers zijn samen verantwoordelijk voor de juiste contractvorm, zo staat te lezen op de website van SZW te lezen. “Voor zzp of loondienst gelden namelijk andere rechten en plichten.” De website geeft een opsomming van die rechten en plichten van zowel zzp’ers als werknemers.

Keuzetool

Centraal op de website is een keuzetool die werkgevers en werkenden in staat moet te stellen zelf te beoordelen of een opdracht gedaan kan worden door een zzp’er. Deze tool stelt 10 vragen en lijkt een soort van mini-webmodule. Anders dan bij de webmodule komt er uit deze keuzetool geen ‘oordeel’. Wanneer het antwoord wijst op ‘werken binnen loondienst’, dan krijgt de invuller het advies: “Ga samen het gesprek aan voor het juiste contract.”

Bij de keuzetool staan ook 10 kenmerken die wijzen op een opdracht en 10 die wijzen naar loondienst.

Het zijn deze kenmerken.

Kenmerken die horen bij een opdracht als zzp’er Kenmerken die horen bij loondienst

 

  1. De werkende draagt commercieel risico.  Bijvoorbeeld omdat hij/zij de schade moet dragen als het werk niet goed wordt uitgevoerd.
  2. De werkende doet eigen investeringen voor het werk. Bijvoorbeeld omdat hij/zij zelf de materialen of apparaten voor het werk moet kopen.
  3. De vergoeding voor het werk ligt duidelijk hoger dan wat binnen de sector normaal gesproken aan werknemers wordt betaald.
  4. De werkende gedraagt zich naar buiten toe als ondernemer. Bijvoorbeeld doordat hij/zij actief een website beheert en zich aanbiedt voor andere klussen.
  5. Het gaat om een opdracht van kortere duur of een beperkt aantal uren per week.
  6. De werkende heeft steeds verschillende opdrachten en opdrachtgevers.
  7. De werkende heeft de vrijheid om zich te laten vervangen en kan dat in de praktijk ook doen.
  8. De werkende bepaalt zelf hoe het werk wordt uitgevoerd, niet de opdrachtgever.
  9. De werkende wordt op factuurbasis per uur of per opdracht betaald. Wanneer per uur wordt betaald, worden alleen de daadwerkelijk gewerkte uren betaald. Bij ziekte ontvangt de werkende niets.
  10. Er is een ‘resultaatverplichting’ met de werkende afgesproken. Dat betekent dat verwacht wordt dat op een bepaald moment concreet resultaat bereikt wordt, en dat hij/zij daar ook op kan worden aangesproken.

 

  1. Het werk wordt gedurende langere tijd verricht.
  2. De opdrachtgever kan de werktijden bepalen, bepalen hoe het werk wordt verricht of wat de werktijden zijn.
  3. De werkende verricht werkzaamheden die ook door werknemers wordt verricht bij die organisatie.
  4. De werkende verricht taken die structureel onderdeel zijn van de organisatie (zoals bouwen bij een bouwbedrijf, of lesgeven op een school).
  5. De werkende verricht het werk persoonlijk. De werkende mag zich niet zonder toestemming van de werkgevende laten vervangen.
  6. De vergoeding/het salaris voor het werk wordt van tevoren per uur (of per maand) afgesproken en op een vast moment overgemaakt.
  7. De vergoedingen zijn niet veel hoger dan het salaris dat aan werknemers wordt betaald voor gelijksoortig werk.
  8. De werkende loopt weinig commercieel risico  bij het uitvoeren van het werk. Bijvoorbeeld omdat de werkgever de kosten draagt als het werk niet goed wordt uitgevoerd.
  9. De werkende doet geen of weinig eigen investeringen. Bijvoorbeeld omdat de werkgever de materialen, apparaten of opleidingen aanlevert.
  10. De werkende heeft een ‘inspanningsverplichting’. Dit betekent dat hij/zij niet rechtstreeks wordt afgerekend op een bereikt resultaat, maar dat verwacht wordt dat de werkende zo goed mogelijk functioneert.

 

 

Relevant is hier op te merken dat geen van deze kenmerken op zich tot een oordeel ‘wel/niet zzp’ kan leiden. Deze criteria moeten altijd allemaal en in samenhang bekeken worden. Dat is wat het lastig maakt.

Inhoudelijk zijn dit verder geen verrassende elementen. Ze zijn bekend. Opvallend is wel dat een aantal kenmerken die horen bij een zzp-opdracht (de punten 2, 3 en 6) niet in de webmodule voorkomen. Het zijn criteria die iets zeggen over het feit of de werkende ondernemer is. Naar die webmodule – die met 36 vragen een stuk uitgebreider is – wordt wel verwezen als hulpmiddel wanneer een werkgever er met deze kortere vragen lijst er nog niet uitkomt. Zzp’ers zelf worden verwezen naar de ondernemerscheck die, zoals bekend, deels andere vragen stelt en ook tot andere conclusies komt dan de webmodule.

Voorbeelden

Beeldender zijn tien voorbeelden van tien concrete situaties en beroepen die worden uitgewerkt (zie hier). Van interim-manager tot docent, van schilder tot maaltijdbezorger. De voorbeelden zijn op zich helder, al zullen ze voor een deel van de zzp’ers confronterend zijn. Alles wat met ‘ziek & piek’ te maken heeft en lijkt op de manier van werken van werknemers in loondienst, valt hier voor zzp’ers af.

Het zal de volgers van dit dossier opvallen dat de voorbeelden overeenkomen met voorbeelden in de Memorie van Toelichting van de conceptwet VBAR. Een conceptwet waarvan we nog niet weten wat dit kabinet ervan vindt, laat staan de Tweede Kamer. Dat blijft een wat opvallende volgorde.

De serie moties waar de Tweede Kamer over gaat stemmen zal overigens weinig veranderen aan deze interpretatie van het Ministerie van SZW van de huidige regels. De voorbeelden maken duidelijk dat praktisch of theoretisch geschoold werk, hoog of laag tarief, er niet toe doet. De mate van inbedding wel. Dat geldt ook voor de interim-manager die een zieke manager vervangt (immers: ziek en piek = geen zzp).

Bureaus

Er is ook een apart informatieblokje over “Het juiste contract bij werken met bemiddelingsbureaus of detachering.” De regels voor wie werkt via een bemiddelingsbureau of detacheringsbureau zijn hetzelfde, zo staat te lezen. “Toch is het wat ingewikkelder, omdat er dan drie partijen betrokken zijn.” Dat klopt.

Wat niet klopt, is de uitleg.

Een bemiddelingsbureau dat alleen helpt om “de werkende en de opdrachtgever elkaar te laten vinden” wordt op de website “prikborden” genoemd. Dat is wat al te eenvoudig. Een website als Temper noemt zichzelf graag een ‘prikbord’. Bureaus die actief op zoek gaan naar kandidaten, een selectieproces doen en kandidaten voorstellen aan een opdrachtgever, waarna die opdrachtgever zelf het contract afsluit, doen aan (zuivere) bemiddeling. Ze zijn dus geen contractpartij en spelen geen rol in deze discussie.

Dan is er volgens de voorlichting nog een ander type ‘bemiddelingsbureau’. Die hebben wel een “actieve rol bij het koppelen van de werkende en de opdrachtgever. Bijvoorbeeld omdat er afspraken worden gemaakt met het bemiddelingsbureau over waar en wanneer de werkende moet worden ingezet.” Als vervolgens de opdrachtgever het werk “bepaalt” en “instructies” geeft, is er sprake van “een uitzendovereenkomst tussen de werkende en het bemiddelingsbureau.” Wanneer er een dienstverband wordt geconstateerd op basis van handelen en feiten van de opdrachtgever, zal de werkende een arbeidsovereenkomst krijgen met het bureau. Dat klopt. Dan is er spraken van uitzenden of detachering.

Wat onjuist is, is het onderscheid maken op basis van de “actieve rol” bij het koppelen; dat doet er in deze niet toe. Ook de term “bemiddeling” wordt hier wat ongelukkig gebruikt. Wat wel relevant is, is met wie de zzp’er een overeenkomst heeft. Bij (zuivere) bemiddeling is dat niet met een bureau, maar in andere gevallen wel. Dat wordt in het jargon ‘tussenkomstbureaus’ genoemd. Deze kunnen een actieve rol hebben bij de werving en selectie, maar ook een passieve rol vervullen door enkel de administratie rond het inhuren van zzp’ers te verzorgen, zoals de brokers. Veel inhuur bij grotere bedrijven en ook bij overheden loopt via een broker. Of de rol bij werving en selectie groot of klein is, doet er in deze discussie niet toe. Wat er wel toe doet, is met wie een zzp’er een contract heeft. In vrijwel alle gevallen waarin een bureau (intermediair is hier een betere term) een rol speelt bij de inhuur van zzp’ers, gaat het om een ‘tussenkomstbureau’. Daar is ook een aparte modelovereenkomst voor. Wanneer er sprake is van schijnzelfstandigheid, zijn het die bureaus die de naheffing zullen krijgen, ook als ze geen of nauwelijks een rol spelen bij de werving en selectie.

Dit overzicht van onze kennispartner W&RK advies geeft beter uitleg dan wat op de website van SZW staat:

 

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 43s Reacties

Advies AG aan Hoge Raad: betekenis ondernemerscriteria bij beoordeling arbeidsrelatie ‘beperkt’

De betekenis die bij de beoordeling van een arbeidsrelatie moet worden gegeven aan persoonlijke ondernemerscriteria is ‘beperkt’. Ze doen ertoe, maar ze kunnen niet de ‘balans doen omslaan’, als op grond van andere criteria is geoordeeld dat de werkrelatie als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt. Dat schrijft advocaat-generaal (AG) De Bock in een vandaag gepubliceerde zogeheten ‘conclusie’. Zo’n conclusie is een onafhankelijk (maar in de regel zwaarwegend) advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat advies al dan niet te volgen.

Het advies van de AG heeft betrekking op prejudiciële vragen die het gerechtshof Amsterdam aan de Hoge Raad heeft gesteld in een zaak tussen Uber en FNV over de status van de werkrelatie van de Uber-chauffeurs. Die vragen gaan onder meer over de betekenis van ondernemerschap bij de beantwoording van de vraag of een werkrelatie als arbeidsovereenkomst kan worden aangemerkt. (zie hier voor mee uitleg)

Criterium persoonlijk ondernemerschap

In haar conclusie verwijst de AG naar het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad zelf. Daarin staan acht criteria over de werkrelatie tussen de opdrachtgever en de werkenden. In een negende criterium wordt gekeken naar persoonlijke ondernemerscriteria (zie hier voor meer uitleg). Dat zijn criteria zoals het hebben van meerdere opdrachtgevers, het actief doen van acquisitie of het doen van bedrijfsinvesteringen. De HR schreef hierover: “dat ook van belang kan zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.”

Beperkte rol

Volgens de AG is de betekenis van het ondernemerschapscriterium ‘beperkt’. Aan het gezichtspunt ‘persoonlijk ondernemerschap’ wordt pas toegekomen wanneer toetsing aan de eerdere acht gezichtspunten uit Deliveroo geen uitsluitsel geeft over de vraag of een werkrelatie als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, aldus de AG.

Gedragingen van de werkende in het economisch verkeer kunnen dus niet ‘de balans doen omslaan’, als op grond van de eerdere gezichtspunten is geoordeeld dat de werkrelatie als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, aldus de conclusie.

“Voor deze opvatting pleit met name dat op grond van de wet niet de persoon van de werkende, maar de werkrelatie tussen twee partijen beoordeeld moet worden. Daarbij past niet dat bij deze beoordeling steeds gewicht zou toekomen aan gedragingen van de werkende in het economisch verkeer. Die gedragingen liggen namelijk buiten de werkrelatie waarvan moet worden vastgesteld of het een arbeidsovereenkomst is,” zo staat in een toelichting te lezen.

Ondernemerschap doet er wel toe

Dat de betekenis van de gedragingen van de werkende in het economisch verkeer beperkt is, betekent volgens de AG echter niet dat ondernemerschap er niet toe doet. Vooral zaken die spelen binnen de concrete werkrelatie doen ertoe. Ze wijst erop dat ook zaken zoals de aard en duur van de werkzaamheden, de inbedding van het werk in de organisatie van de werkverschaffer, het economisch risico van de werkende binnen de arbeidsrelatie en de wijze waarop het loon wordt betaald, kunnen worden gezien als contra-indicatie voor werknemerschap.

Aansluiten op de VBAR

Dat ‘persoonlijk ondernemerschap’ van beperkte betekenis is, sluit volgens de AG aan bij het conceptwetsvoorstel Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) en bij het toetsingskader dat het Hof van Justitie van de EU heeft ontwikkeld voor de afbakening tussen ondernemers en werknemers.

In haar argumentatie verwijst zij onder andere naar argumenten uit de memorie van toelichting van dat conceptwetsvoorstel, opgesteld onder verantwoordelijkheid van de vorige minister van SZW, Van Gennip. Minister Van Hijum wacht met zijn oordeel over die wet juist weer op deze antwoorden van de HR.

Vervolg

Na de publicatie van deze conclusie kan de Hoge Raad aan de slag met het formuleren van de definitieve antwoorden. Het is nog niet bekend wanneer die komen. Na de uitspraak van de Hoge Raad zal het hof de zaak tussen FNV en Uber voortzetten. Het oordeel van de HR zal ook meewegen in het politieke debat over de VBAR en een rol spelen in hoe op dit moment (denk aan de opheffing van het handhavingsmoratorium) gekeken moet worden naar de beoordeling van een arbeidsrelatie. Oftewel: kan er een zzp’er ingehuurd worden voor een opdracht?

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 10s Reacties

Zo blijf je na 2025 nog zzp’er, zet deze stappen

Het zijn spannende tijden voor zzp’ers die het aantal opdrachten zien opdrogen. Door het opheffing van het handhavingsmoratorium schijnzelfstandigheid zijn sommige opdrachtgevers onzeker of ze wel door kunnen gaan het inhuren van zzp’ers. Soms is dat terecht, maar soms komt het ook voort uit onvoldoende inzicht in wet- en regelgeving. Van belang dus dat je als zelfstandig professional goed weet wat er speelt, zodat je – met je opdrachtgever – op zoek kan naar een oplossing.

Projectmatig werken

Zeker voor zelfstandig professionals die projectmatig (kunnen) werken, blijven er namelijk nog meer dan voldoende mogelijkheden over om als zelfstandige te blijven werken. Mits je kritisch naar je opdrachten kijkt en eventueel je werkwijze aanpast. Wij leggen je uit hoe je zzp’er blijft vanaf 2025. Wil je meer weten? Download dan de nieuwe whitepaper van Compagnon: Hoe blijf je zzp’er vanaf 2025?

Eerlijk is eerlijk. Sommige opdrachten zul je niet meer als zelfstandige kunnen doen. Voor wie feitelijk hetzelfde werk doet als anderen in loondienst, inspringt bij een zwangerschapsverlof of werkinhoudelijke aansturing krijgt – en zich dus nauwelijks kan onderscheiden van een werknemer – zal het steeds lastiger worden. Maar als je je laat inhuren voor een concrete, duidelijk omschreven opdracht met een specifiek resultaat en een duidelijk begin- en eindpunt, kun je prima zzp’er blijven.

Laat je inhuren om je specifieke kennis

De meeste interim-professionals beschikken gelukkig over specifieke kennis of expertise die tijdelijk gewenst is bij een organisaties. Zorg ervoor dat dit de aanleiding is waarom je ingehuurd wordt. Als expert heb je ook geen instructies nodig. Jij weet als professional prima hoe het werk gedaan moet worden. Je opdrachtgever mag wel de kaders bepalen van wat er gedaan moet worden, maar moet de rest aan jou overlaten.

Dat klinkt mogelijk vanzelfsprekend. Zaak is wel om dat nu ook expliciet te maken in je opdrachten. Stap niet zomaar in een ‘tijdelijke functie’, maar richt je interim-opdracht zo in, samen met je opdrachtgever, dat het ook echt om een opdracht gaat. Met een kop, een staart en een duidelijk omschreven resultaat.

Ondernemende professional

Dat klinkt mogelijk vanzelfsprekend. Zaak is wel om dat nu ook expliciet te maken. Zowel in de manier waarop je afspraken maakt over de invulling van je opdracht als in de manier waarop je je positioneert als ondernemer. Profilering en meerdere opdrachtgevers hebben zijn manieren om aan te tonen dat je zelfstandig ondernemer bent. Ook dat weegt mee in de beoordeling.

Laat je betalen per uur of per project

Bij ondernemen hoort ook rekenen. Klopt je tarief en de manier waarop je het in rekening brengt nog wel? Koppel je tarief aan output, bijvoorbeeld per uur of per project. Spreek als dat kan ook iets af over resultaatbeloning. Deze bonus laat zien dat je ook ondernemersrisico loopt.

Overeenkomst en de praktijk

Het is belangrijk om afspraken over hoe je een opdracht vervult – zelfstandig, met veel autonomie en duidelijk resultaat – vast te leggen in een overeenkomst. Daar staan dingen in over begin- en einddatum, de specifieke werkzaamheden en de naam van de opdrachtgever. Er is een duidelijk verschil met een arbeidscontract, bijvoorbeeld als het gaat om een concurrentiebeding. Twijfel je over de inhoud van jouw Overeenkomst van opdracht (ovo) en wil je daarover sparren, doe dan gerust een beroep op de specialisten van Compagnon. Die kijken met je mee en geven advies.

Belangrijk bij alles wat je doet: wat op papier staat, moet kloppen met de werkelijkheid. Er kan wel op papier staan dat jij niet in vaste roosterdiensten werkt, maar is dat ook echt zo? Dit laatste is een aanwijzing voor een dienstverband. Wezen gaat voor schijn of te wel: het gaat om de praktijk, niet wat op papier is afgesproken is. De Belastingdienst controleert hier ook op. In onze whitepaper Hoe blijf je zzp’er vanaf 2025? vind je meer informatie over de werkwijze van de fiscus.

Voorbereiden op de handhaving

Misschien denk je dat het niet zo’n vaart loopt. Dan kan je je mogelijk vergissen. De handhaving gaat starten – daarover zijn Kabinet en Kamer het over eens – en dat realiseren de meeste opdrachtgevers zich ook. Je kunt er dus maar beter op voorbereid zijn. Ook om potentiële opdrachtgevers te adviseren hoe ze nog wel zzp’ers kunnen inhuren, zeker op HR-vlak.

Lees ook: Kabinet stemt in met wensen kamer koerswijziging handhaving schijnzelfstandigheid

Sowieso ben je, als je nu de juiste stappen zet, grotendeels klaar voor de invoering van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (Wet Vbar), een nieuwe zzp-wet die waarschijnlijk in 2026 wordt ingevoerd. Ook na de invoering van die wet is het essentieel dat je geen werk doet dat werknemers in loondienst ook kunnen doen.

Toch niet meer zzp’en?

Sommige typen opdrachten zul je toch echt niet meer kunnen uitvoeren als zzp’er. Of wellicht vind je het gewoon ook te veel gedoe. Geen nood. Je kunt nog altijd het werk blijven doen waar je van houdt, door in dienst te gaan bij een detacheringsbureau dat SNA-gecertificeerd is. Dat kan bijvoorbeeld bij Compagnon.

Raast het ondernemersbloed door je aderen en zie je detachering niet zitten? Dan is het Pluslance-concept van Compagnon mogelijk iets voor jou. Dit biedt de zekerheid van een vast contract met de voordelen van ondernemerschap. Je voelt je zzp’er, maar je bent in loondienst: een mix van detachering en ondernemerschap. Er is een relatie tussen je omzet en inkomen, net als bij een ondernemer.

Hoe dit precies werkt, lees je ook in de whitepaper  Hoe blijf je zzp’er vanaf 2025?

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 43s Reacties

Voldoen aan de regels is van doorslaggevend belang

“Vanuit mijn functie geef ik toelichting aan professionals, inlenende partijen en intermediairs over de werking van ons concept en over de wijze waarop deze partijen kunnen worden gevrijwaard van fiscale en arbeidsrechtelijke inhuur risico’s. Zeker in een tijd waarin de overheid bezig is met nieuwe wetgeving en hernieuwde handhaving van bestaande wetten, is er momenteel veel behoefte aan. Uniforce bestaat al bijna 25 jaar en heeft in die periode al veelvuldig aanpassingen moeten doen aan het concept vanwege nieuwe wetgeving en regels. Eén ding staat bij ons als een paal boven water: wij zullen steeds blijven voldoen aan alle geldende wetten. Onze professionals en hun opdrachtgevers kunnen er zeker van zijn dat alles klopt.”

Lees ook: Goede compliance creëert ondernemersvrijheid

Veel zzp’ers en hun opdrachtgevers maken zich momenteel zorgen over de nabije toekomst en merken nu al dat er minder opdrachten voor hen beschikbaar komen. Zijn jullie dan voor al die zzp’ers een oplossing?

“Onze oplossing is niet voor alle zelfstandig professionals geschikt. Onze community van professionals bestaat uit gekwalificeerde specialisten uit allerlei vakgebieden met uurtarieven boven de €55 à €60. Wij houden regelmatig klankbord-meetings met een delegatie van de Uniforcers en zij hebben enkele dingen gemeen. Ze willen niet in dienst bij hun opdrachtgever omdat ze zoeken naar een werkvorm met meer eigen regie. Daarnaast hechten ze eraan dat alles rond hun werk netjes en conform de regels is geregeld. Daar willen ze zich geen zorgen over maken. Ze willen zeker weten dat alles klopt voor henzelf en hun opdrachtgevers, en die garanties kunnen wij ze geven.”

Kan je kort uitleggen hoe jullie concept werkt?

“Zeker. Het Uniforce-concept is gebaseerd op een speciale BV-vorm, in de volksmond DUBV genoemd. De kern is dat er een arbeidsrechtelijk dienstverband van onbepaalde tijd is tussen de professional en de DUBV. De DUBV is de inhoudingsplichtige werkgever en de professional is de verplicht verzekerde werknemer. Elke Uniforce Professional heeft dezelfde sociale zekerheid als elke andere werknemer in Nederland, zoals WW en WIA. Vanuit deze DUBV kan de Uniforcer gedetacheerd worden naar een opdrachtgever. Die opdrachtgever huurt geen zzp’er in, maar iemand met een vast dienstverband. Hierdoor kan er onmogelijk sprake zijn van schijnzelfstandigheid.”

Hoe kijkt de overheid tegen jullie oplossing aan?

“Haha, dat is de ‘thousand dollar question’. Wie weet tegenwoordig nog hoe de overheid precies aankijkt tegen zaken rond werk en arbeidsmarkt en hoe zal dat morgen zijn? In de afgelopen 25 jaar zijn wij en de DUBV’s tientallen keren gecontroleerd door de Belastingdienst, de arbeidsinspectie, de SNCU en vele andere controle autoriteiten. Nog nooit is er geconcludeerd dat er iets niet klopt. Steeds wordt aangetoond dat de DUBV de werkgever is en de Uniforce Professional de werknemer. Een flink aantal DUBV’s is inmiddels ook NEN-gecertificeerd en tonen daarmee aan dat ze ook door die hoepel weten te springen.

Daarnaast is er geen bezwaar te bedenken vanuit de positie van de overheid. Zowel in letter als in geest beantwoordt ons concept aan alle regels en principes. Geen schijnzelfstandigheid, wel participatie in het sociaal stelsel, geen dwangmatige werksituaties, alle loonheffingen komen binnen bij de overheid, verzekerd tegen ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid en ga zo maar door. Het is jammer dat ons concept niet kan voldoen aan de wensen en behoeftes van alle zzp’ers, maar dat is niet anders.”

Hebben jullie ook concurrenten in de markt?

“Ja, we hebben in de afgelopen 25 jaar regelmatig partijen zien opkomen die ons concept hadden gekopieerd. Voor veel van die partijen bleek het moeilijk om de ontwikkelingen goed bij te houden en telkens op tijd aanpassingen te doen aan de nieuwe wetgeving. Dan red je het niet lang. Net als bij uitzendbureaus en detacheerders is het voldoen aan de regels voor een DUBV van doorslaggevend belang. Wij zijn een bedrijf voor en door professionals en doen alles in het belang van onze professionals. Dat blijkt telkens zeldzamer dan je zou hopen. Concurrenten die datzelfde doen en volhouden, zijn van harte welkom want er is veel behoefte aan dergelijke dienstverleners.”

Hoe kijken jullie en de Uniforcers aan tegen het huidige arbeidsmarktbeleid?

“Hoe goed en begrijpelijk het ook is dat de overheid misstanden op de arbeidsmarkt probeert te bestrijden, de groeiende administratieve lasten lopen geleidelijk aan volledig uit de hand. Zeker voor het MKB zoals ook DUBV’s is de bureaucratie nauwelijks meer te dragen. Alledaagse zaken als werkgeverschap zijn zo gecompliceerd gemaakt dat je je afvraagt wanneer de wal het schip gaat keren. Die regels worden bedacht in de talrijke vergadertorens van Den Haag door op zich goed bedoelende vakmensen die ondertussen geen idee hebben met wat voor problemen ze de mensen uit de praktijk opzadelen. Je zou verwachten dat MKB-Nederland daar een keer wat ongeduldiger in wordt. Maar ook de politiek en de ambtenaren van SZW zouden zich wat vaker moeten afvragen voor wie ze al die regels optuigen en of er nog wel een relatie ligt met de problemen die ze ermee denken op te lossen. Vergeet niet dat het toeslagenschandaal ooit ontstond vanuit de behoefte om misbruik door Bulgaren te bestrijden. Momenteel is het medicijn vaak erger dan de kwaal. De actoren op de arbeidsmarkt zien de overheid nu vaak als grootste factor van onzekerheid. Juist daarom wordt het zeer gewaardeerd dat een Uniforcer zijn of haar opdrachtgever op voorhand kan vrijwaren van risico’s.” 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | 1 Reactie

Motie over handhavingsaanpak zzp: much ado about nothing

Op 12 september 2024 heeft commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) van de Tweede Kamer gedebatteerd over het ZZP-dossier. Meermaals werd daarin aandacht gevraagd voor de onrust die is ontstaan in reactie op het opheffen van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid. In vervolg daarop hebben de VVD, D66, BBB, NSC en SGP op 25 september 2024 een motie ingediend met als titel “Motie koerswijziging handhavingsstrategie voor zachte landing

In de motie wordt het volgende verzocht:

A: een wijziging van de handhavingsstrategie om zo een zachte landing te introduceren bij het opheffen van het handhavingsmoratorium door voorlopig voor in ieder geval 1 jaar risicogericht te gaan handhaven en hierbij de focus op probleemgevallen zoals gedwongen zelfstandigen, onderbetalingen, evidente schijnzelfstandigen en arbeidsmigratie-constructies door middel van naheffingen op te leggen bij deze probleemgevallen, en;

B: in de overige gevallen bij de keuze van inzet van handhavingsinstrumenten waaronder een waarschuwing vooraf zoveel als mogelijk rekening te houden met de menselijke maat en maatwerk.

Onrust blijft

Zal deze motie – waarover op 1 oktober gestemd wordt – de onrust wegnemen? Het antwoord is negatief. Van een koerswijziging is geen sprake omdat het al in de rede lag dat de Belastingdienst risicogericht gaat handhaven. Immers, in het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2024 van de Belastingdienst is al aangegeven dat het identificeren van risico’s een belangrijke stap in de handhavingsstrategie is. Ook lijkt het aannemelijk dat de Belastingdienst al sowieso de focus op “probleemgevallen” legt.

In feite is dat een open deur en ik mag hopen dat men dat langer gaat doen dan slechts één jaar. Dat de Belastingdienst bij de keuze van inzet van handhavingsinstrumenten vooraf zoveel als mogelijk rekening zal houden met de menselijke maat en maatwerk, lijkt mij een inkopper.

Van een koerswijziging zou sprake zijn geweest als het moratorium later dan op 1 januari 2025 zou zijn opgeheven, maar dat beoogt de motie niet. Wordt bij een controle in 2030 schijnzelfstandigheid geconstateerd, dan kan er nog steeds bij opdrachtgevers worden nageheven met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 5s Reacties

Handhaving Wet DBA: wat doet de Belastingdienst vanaf 1 januari?

Het handhavingsmoratorium op de Wet DBA vervalt per 1 januari 2025. Dat leidt tot paniek in de markt. Niemand weet precies waar hij aan toe is. De fiscus belooft enige coulance: “Er staat straks echt niet achter elke boom een belastinginspecteur.”

Men kwam stoelen tekort bij Bovib-bijeenkomst op 24 september jl. over de handhaving van de Wet DBA. Dat op deze eerste sessie 150 zzp-intermediairs en inhurende organisaties afkwamen, wijst op de enorme onrust momenteel in de markt. Zzp-bemiddelaars en inhurende organisaties weten niet goed waar ze aan toe zijn. Ook veel zzp’ers maken zich grote zorgen nu opdrachtgevers hen niet meer willen inhuren. 

Het tumult is veroorzaakt door de Kamerbrief van 6 september 2024, waarin staatssecretaris Idsinga (Financiën) aankondigde het handhavingsmoratorium op de Wet DBA per 1 januari a.s. af te schaffen. Het moratorium op de (in 2016 (!) ingevoerde) Wet Deregulering Arbeidsrelaties, die de VAR is gaan vervangen, was ingesteld in afwachting van duidelijkere regelgeving. Die is er nog niet, maar toch wil het kabinet dat schijnzelfstandigheid zo snel mogelijk wordt aangepakt. En dus geldt vanaf 1 januari volledige handhaving op de Wet DBA. Dat stuitte direct op kritiek van de eigen regeringspartijen in de Kamer. Kritiek die brancheorganisaties eerder ook al uitten.

Schillenmodel

De aankondiging dat de fiscus volledig gaat handhaven op schijnzelfstandigheid roept vooral de vraag op waarop (op welke criteria) wordt gehandhaafd en hoe de Belastingdienst te werk zal gaan. In hun presentatie gaven medewerkers van het Team Handhavingsaanpak van de Belastingdienst tekst en uitleg.

“Er staat straks echt niet achter elke boom een belastinginspecteur”, belooft de medewerker. De Belastingdienst zal gaan werken volgens het schillenmodel; als een organisatie bij een eerste controle aantoonbaar maakt dat zij iets doet tegen schijnzelfstandigheid, dan zal de Belastingdienst niet direct verder onderzoek doen (‘niet doorprikken naar de volgende schil’). De fiscus zal vooral focussen op organisaties die de inhuur van zzp’ers niet goed op orde hebben. 

Het advies is dan ook: zorg dat je die eerste schil goed hebt ingeregeld. Dat doe je in 2 stappen:

  1. Leg vast hoe de inhuur in je organisatie verloopt en specificeer de arbeidsrelaties
  2. Leg die arbeidsrelaties vervolgens langs de meetlat van de jurisprudentie (Deliveroo-arrest) en de Wet DBA

Zachte landing

De Belastingdienst spreekt van een ‘thematische benadering’ bij de handhaving*. Op de vraag of er een sectorspecifieke aanpak (zorg, onderwijs) komt, wil men niet concreet antwoorden. “We onderzoeken of een sectorspecifieke oplossing een werkbare situatie kan zijn.”
De strategie houdt men geheim, de Belastingdienst stelt dat er ‘volledig gehandhaafd’ wordt, dus dat elke inhurende organisatie in principe bezoek van de fiscus kan verwachten.
Wel belooft de Belastingdienst in 2025 nog niet al te streng op te treden. Een ‘zachte landing’ heet dat. Stel: bij een boekenonderzoek blijkt dat er sprake is van schijnzelfstandigheid. Dan kunnen die inhurende organisaties en de schijnzelfstandige wel een naheffing loonbelasting verwachten, maar hoeven zij niet te vrezen dat naheffing tot vijf jaar teruggaat (aangezien de feitelijke handhaving pas per 1 januari 2025 is ingegaan). Ook geldt er een overgangsperiode van een jaar. In 2025 krijgen werkgevers en werkenden nog geen (vergrijp)boete als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid.

*Op 25 september heeft het kabinet overigens ingestemd met een motie van de Tweede Kamer voor een meer ‘risicogerichte’ handhaving, waarbij de focus ligt op ‘gedwongen zelfstandigen, onderbetaling, evidente schijnzelfstandigen en arbeidsmigratie-constructies’. Lees ook: Tweede Kamer wil ‘zachte’ landing handhaving zzp. Kabinet stemt in


Interim-manager vervangt zieke manager: mag dat?

De Belastingdienst legt tijdens de Bovib-bijeenkomst een concrete case voor; een ervaren interim-manager vervangt een manager (in loondienst) die ziek is. Op de vraag of dat mag, reageert de zaal verdeeld. Aspecten die zouden kunnen wijzen op schijnzelfstandigheid zijn: de werkgever geeft aanwijzingen voor het uitvoeren van het werk, de interimmer moet zich houden aan organisatorische regels. (Er zit dus een component leiding en toezicht in). Aan de andere kant, de interimmer loopt wel ondernemersrisico (aangezien hij slechts een zieke vervangt).

Oordeel van de Belastingdienst: ‘dit neigt naar schijnzelfstandigheid’. Met als argumentatie: de interimmer kan zich niet gemakkelijk laten vervangen, hij krijgt een vaste (vooraf afgesproken) beloning en hij vult een vacature in. Vooral dat laatste argument roept reacties op in de zaal: ‘bij ziekte wordt helemaal geen vacature uitgezet’. Hier botst de Belastingdienst met de praktijk.


Criteria Deliveroo-arrest

Uit het voorbeeld van de interim-manager (zie kader) blijkt wel dat de afweging wel/niet (schijn)zelfstandige voor discussie vatbaar is. “De Bovib is voor handhaving op schijnzelfstandigheid, maar wel op basis van duidelijke criteria”, stelt Alexander Kist, interim-directeur van Bovib.
Om zo weinig mogelijk risico te lopen als werkgever/opdrachtgever doe je er volgens Kist goed aan vóór 1 januari a.s. je hele zzp-populatie in kaart te brengen en te checken – aan de hand van de volgende 8 criteria – of een overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst (of niet):

  1. de aard en duur van de werkzaamheden;
  2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  3. de inbedding van het werk en van degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie (doet zelfstandige hetzelfde werk als werknemer in loondienst?);
  4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren (vrije vervanging wel/niet mogelijk);
  5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen;
  6. de wijze waarop de beloning (prijs, tarief) wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  7. de hoogte van deze beloningen (vuistregel: jaartarief/2 > jaarsalaris loondienst);
  8. ondernemerscriteria (loopt werkende commercieel risico en gedraagt hij zich als ondernemer (acquisitie, meerdere opdrachtgevers, duur opdrachten, etc)

Organisaties moeten zelf aan de hand van deze acht criteria beoordelen of een werkende wel of niet als zzp’er ingehuurd kan worden. “Zekerheid vooraf is er niet”, stelt Kist, je kunt als organisatie wel een inschatting maken. “Het is net als bij een eindexamen. Niet alles hoeft een voldoende te zijn, maar het gemiddelde moet wel voldoende zijn. En er mag geen 2 of 3 tussen zitten.”

Het helpt om inzicht te krijgen en zo pik je wel de overduidelijke gevallen eruit. Als voorbeeld noemt Kist een zwangerschapsvervanging voor de klas; iemand werkt in een team, doet hetzelfde werk als een werknemer en is onderdeel van reguliere werkzaamheden – Dat is een rood licht. Voor zulke ‘rode opdrachten’ is het volgens Kist duidelijk dat je geen zzp’er mag inhuren.

Deze acht criteria volgen uit het Deliveroo-arrest, waarbij de Hoge Raad ook nog wijst op het principe ‘wezen gaat voor schijn’. Dat wil zeggen dat je wel iets conctractueel kunt vastleggen, maar dat bepalend is hoe er in de praktijk daadwerkelijk gewerkt wordt.
Het simpel omzeilen van de zzp-wetgeving, door bijvoorbeeld als zzp’er een BV op te richten en jezelf vervolgens te detacheren, zal waarschijnlijk niet werken, zo verwacht Kist. “Dat mag niet als de intentie het vermijden van een arbeidsrelatie is.”
Hoe verleidelijk het ook is om dergelijke creatieve oplossingen te bedenken – ‘aan de rand van het ravijn groeien ten slotte de mooiste bloemetjes’, merkt iemand in de zaal terecht op – verstandig is het niet als je geen risico wil lopen.

Bovib-keurmerk als basis

“Er blijft meer dan voldoende ruimte om zzp’ers in te huren”, stelt Arno Pronk (Circle8, Bovib). “Wel moet men stoppen met bovengenoemde ‘rode’ opdrachten.”

Pronk ziet in de aangekondigde handhaving van de Wet DBA een goede aanleiding om de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te professionaliseren. Daarbij dienen partijen op de volgende 5 punten te letten:

  1. is er een concrete opdracht met eindpunten (resultaten/termijn)?
  2. Wat is de specifieke expertise van de werkende?
  3. Maakt de interimmer een duidelijke keuze voor ondernemerschap?
  4. Is er een passende beloning?
  5. Is de praktijk consistent met de (contractuele) afspraken?

Brokers en zzp-intermediairs die over het Bovib-keurmerk beschikken, voldoen volgens Pronk overigens al aan het advies van de Belastingdienst om aantoonbaar te maken dat je als organisatie bezig bent schijnzelfstandigheid tegen te gaan. “In de jaarlijkse controle voor het Bovib-keurmerk zijn deze beheersmaatregelen ook opgenomen.”
In de basis zijn de beheersmaatregelen binnen het Bovib-keurmerk de ‘buitenste schil’ in het schillenmodel dat de Belastingdienst zal hanteren.

De Bovib zal zich actief blijven inzetten om de rust in de markt terug te laten keren, zowel door in gesprek te blijven met de Belastingdienst als door opdrachtgevers te adviseren in het handelen naar de Wet DBA. Want één ding is zeker: iedereen is gebaat bij (meer) duidelijkheid.

Vanwege de grote belangstelling vindt op 14 oktober a.s. een 2e bijeenkomst over de handhaving van de Wet DBA plaats. Houd hiervoor de website van de Bovib in de gaten.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , | 33s Reacties