"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Hoe een zzp-uurtarief laat zien of een markt gezond is

Een zzp-uurtarief zegt meer dan alleen wat iemand verdient. Het laat volgens Wilmar Dik ook zien hoe een markt is ingericht: wie de prijs bepaalt, waar de risico’s liggen en hoeveel ruimte er werkelijk is voor zelfstandig ondernemerschap. Juist daarom verdienen tarieven meer aandacht in beleid en praktijk.

Het huidige overheidsbeleid erkent dat lage uurtarieven iets zeggen over de aanwezigheid van verkapte dienstverbanden. Volgend jaar kan een zzp’er met een laag tarief makkelijker een beroep doen op een arbeidsovereenkomst. Een tarief onder de grens van het rechtsvermoeden is daarmee niet alleen een juridisch signaal van mogelijke schijnzelfstandigheid. Het kan ook laten zien dat er economisch iets niet goed gaat in een markt.

Dat er in de discussie over de Zelfstandigenwet ook sectoraal naar ondergrenzen wordt gekeken, is goed. Maar een rechtsvermoeden is geen harde ondergrens en werkt pas als de zelfstandige het conflict aangaat. Een relatie tussen opdrachtgever en zzp’er begint met vertrouwen. Wie via de rechter moet claimen dat hij eigenlijk werknemer is, is de werkrelatie in de praktijk meestal kwijt. 

Daarom is een goed tarief vooraf zo belangrijk. Een gezond tarief voorkomt dat bescherming pas ontstaat bij een conflict achteraf. En juist tarieven laten zien hoe een markt is ingericht: wie de prijs bepaalt, wie de risico’s draagt en hoeveel ruimte er is voor echte zelfstandigheid.

De markt reageert op maatschappelijke keuzes

Fiscaal jurist Jasper Commandeur herkent dat het risico op schijnzelfstandigheid bij werkenden met een laag tarief relatief groot is. “Er zijn groepen die weinig onderhandelingsmacht hebben en de markt reageert daarop. Dit is een sociale dynamiek, waarbij grote afhankelijkheid van een beperkt aantal opdrachtgevers ertoe leidt dat zelfstandigen hun eigen marktgedrag maar beperkt zelf kunnen bepalen en de kans op ondergeschiktheid in een arbeidsrelatie toeneemt. We doen vaak alsof marktwerking een soort natuurlijke ordening is, maar dat is niet zo. De marktwerking zoals wij die kennen, is mede het resultaat van politieke keuzes, (gedrags-)regels en instituties.” 

Als die inrichting ervoor zorgt dat zelfstandigen met weinig onderhandelingsmacht vooral op arbeidskosten concurreren, heeft dat gevolgen. Opdrachtgevers betalen dan te weinig voor flexibiliteit en expertise, terwijl zelfstandigen te veel risico’s dragen voor te weinig inkomen. 

Juist daarom zijn collectieve prijsafspraken voor zelfstandigen Europeesrechtelijk onder voorwaarden toegestaan wanneer zij een zwakkere onderhandelingspositie hebben tegenover economisch sterkere opdrachtgevers. In zo’n situatie heeft de sterkere partij de concurrentie in feite al beperkt. Maar dat er collectieve prijsafspraken gemaakt mogen worden, wil nog niet zeggen dat die er ook komen. Want je lost marktmacht zelf niet op.

Fair pay in de film en audiovisuele sector als spiegel

Een voorbeeld is de Fair Pay-richtlijn voor zzp-starttarieven in de film- en AV-sector. Die richtlijn is bedoeld als ondergrens voor onderhandeling en contractvorming. Dat is positief, maar de uitkomst laat ook iets anders zien. Bij de Ketentafel Film/AV beginnen de zzp-starttarieven voor 2026 bij €29,16 per uur. De helft van alle niveaus zit onder de €37 per uur. 

Hoe kan een tarief dat behoorlijk onder de grens van het rechtsvermoeden ligt, tegelijk als ‘Fair Pay’ voor zelfstandigen gelden? Deze sector bereikte overeenstemming met de Belastingdienst over zzp-inhuur. Daarmee wordt vooral de juridische en fiscale kant van zelfstandigheid ingekaderd. 

Maar fiscale duidelijkheid is nog geen economische ondergrens. Ook binnen zo’n kader kunnen zelfstandigen nog steeds worden ingehuurd voor tarieven ruim onder de €38. Dan blijft de vraag liggen of je op jaarbasis echt duurzaam kunt rondkomen van bijvoorbeeld €30 per uur. Een gezonde ondernemer rekent vanuit kosten, risico, declarabele uren, leegloop, continuïteit en marge. Daarover ging ook het onderzoek van SEO waarbij ik zelf betrokken was, samen met onder meer vertegenwoordigers uit de AV/Film-sector.

Voor zover ik kan zien, heeft dat onderzoek in de AV/Film-sector niet geleid tot tariefaanpassingen. De zelfstandige draagt dus wel het ondernemersrisico, maar heeft nog steeds te weinig invloed op de prijs die nodig is om dat risico te dragen. Bij tarieven van €29 tot €35 per uur wordt de vraag hoe duurzaam die zelfstandigheid werkelijk is behoorlijk ongemakkelijk.

Juist in sectoren waar werk leuk, zichtbaar of betekenisvol is, werkt bevlogenheid economisch vaak tegen je. Zolang je echt zzp’er bent, kun je blijven werken voor tarieven die eigenlijk te laag zijn.

De keerzijde van leuk werk

Werken in een sector die regelmatig niet zorgt voor een leefbaar inkomen heeft een keerzijde. Daar weet Mark Deuze, hoogleraar Mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam, ook alles van. In zijn boek en onderzoek ‘Well-Being and Creative Careers: What Makes You Happy Can Also Make You Sick’ stelt Deuze dat professionals in de creatieve sector gevangen kunnen raken in een ‘passieval’.

Aan de ene kant identificeren kunstenaars, muzikanten en mediamakers zich met hun werk vanuit passie voor het ambacht en het vak. Aan de andere kant vormt juist die passie een belangrijke motor van de creatieve sector: motivatie, talent, smaak, persoonlijkheid en emoties zijn cruciaal voor succes of falen.

Het is prachtig, en ook een privilege, om van je passie je professie te kunnen maken. Maar daarmee lopen twee werelden door elkaar: de wereld van werk, met vakkennis, rechten, plichten en zakelijke afspraken, en de wereld van liefde en passie, waarin persoonlijke betrokkenheid en romantiek een grote rol spelen. Juist daardoor wordt de keerzijde van leuk werk zichtbaar: omdat het werk zo leuk en betekenisvol is, wordt het moeilijker om grenzen te stellen en een zakelijk tarief te vragen.

Opleidingen op alle niveaus spinnen garen bij de vele studenten die in de rij staan voor diploma’s als mediaredactiemedewerker, muzikant, kunstenaar, journalist of leider in de culturele sector. Hoe kritisch en goedbedoeld al deze opleidingen ook zijn, ze leiden veel jonge mensen op met het idee dat van hun creativiteit prima een loopbaan te maken valt. Dat is lang niet altijd vanzelfsprekend en draagt eraan bij dat mensen afhaken, ziek uitvallen of uiteindelijk buiten hun vakgebied verdergaan. Bovendien kan een groot aanbod van gemotiveerde starters bijdragen aan lage tarieven.

Sectorale minimumtarieven geven vooraf duidelijkheid

Als tarieven structureel laag zijn, wordt dat vaak uitgelegd als een probleem van de individuele zelfstandige. Die zou beter moeten onderhandelen of zakelijker moeten worden. Het kan echter ook een symptoom zijn van een markt waarin alle zelfstandigen weinig onderhandelingsruimte hebben. 

Beleidsmakers moeten daarom serieuzer kijken naar sectorale minimumtarieven. Niet één bedrag voor alle zzp’ers, maar verplichte ondergrenzen die rekening houden met de werkelijkheid per sector. Een goed minimumtarief kijkt naar de markt waarin dat uur wordt verkocht. Hoeveel declarabele uren zijn realistisch? Welke kosten horen bij het beroep? Welke risico’s draagt de zelfstandige zelf? En welk tarief is nodig om van rond te kunnen komen?

Sectoraal rechtsvermoeden?

Zowel in het coalitieakkoord als in de consultatieversie van de nog te verschijnen Zelfstandigenwet staat het voornemen tot sectorale rechtsvermoedens. Prima als de overheid ook een berekening per sector gaat maken. Maar laat die dan wel goed aansluiten bij de realiteit van markten.

Eigenlijk is het berekenen van een sectoraal rechtsvermoeden niet veel anders dan het berekenen van een minimum ondergrens per sector. Ik ben van mening dat een (zelfstandig) ondernemer in eerste instantie zelf een gezonde berekening moet maken van zijn dienst of product. Een ondernemer zal realistische kosten en gemiddelde declarabele uren van een sector goed meenemen. 

Als er eenmaal sectorale rechtsvermoedens zijn, ben ik voorstander om die ondergrenzen hard te maken. Mits ze eerlijk voor zzp’ers tot stand zijn gekomen. Dan kun je partijen verplichten ook echt die ondergrens te respecteren. Want de huidige aanpak via een rechtsvermoeden pakt de bron niet aan. Met genoeg marktmacht en juridische inbedding blijven tarieven ver onder de €38 gewoon mogelijk.

Een uurtarief als diagnose

Gemiddelde uurtarieven laten zien of een markt gezond is. Is er ruimte voor professioneel werk, risico, flexibiliteit en kwaliteit? Of leveren zelfstandigen vooral goedkope en flexibele arbeid, terwijl de risico’s bij hen liggen en het voordeel bij opdrachtgevers?

Sectorale minimumtarieven maken vooraf duidelijk wat duurzaam zelfstandig werken minimaal kost. Geef kwetsbare sectoren een harde ondergrens en verplicht opdrachtgevers die minimumtarieven te respecteren. Dan kun je ook gezonde markten met rust laten en stoppen met handhaving. 

Uiteindelijk laat het gemiddelde uurtarief per markt zien waar de macht ligt, waar de risico’s terechtkomen en of zelfstandig werken in een sector loont.

Wilmar Dik is fotograaf, cameraman en actief pleitbezorger voor de positie van zelfstandigen in Nederland. Sinds 2008 werkt hij als zelfstandig professional en combineert hij zijn praktijkervaring met publicaties over ondernemerschap, marktwerking, tariefvorming, fotografie, marketing en duurzame verdienmodellen voor zzp’ers. Hij schrijft regelmatig over werken als zelfstandige en over de economische realiteit achter het ondernemerschap. Vanuit die betrokkenheid zet hij zich actief in voor realistische en uitvoerbare oplossingen die bijdragen aan een economisch houdbare positie van zelfstandigen. Bij de NVJ is hij vertegenwoordiger in het beleidsteam Werkvoorwaarden namens de ledengroep NVF/Beeldmakers. Daarnaast is hij als zelfstandig specialist betrokken bij de Ketentafel Fotografie (fairPACCT). Bekijk alle berichten van Wilmar Dik

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×