Hugo-Jan Ruts 8 juni 2026 0 reacties Print De politiek worstelt met arbeidsmigratie, de kiezer kijkt een stuk pragmatischer.De Tweede Kamer wil de aantallen omlaag. Nieuw CBS-onderzoek laat zien dat Nederlanders een stuk pragmatischer zijn dan de politieke toon doet vermoeden: een ruime meerderheid wil arbeidsmigranten toelaten, maar wél begrensd en onder duidelijke voorwaarden. En juist die voorwaarden vragen politieke keuzes zo constateert Hugo-Jan Ruts. Het was de rode draad door het commissiedebat Arbeidsmigratie van afgelopen week: vrijwel de hele Kamer, van SP tot VVD, wil dat het aantal arbeidsmigranten — naar schatting circa 1,7 miljoen — naar beneden gaat. Maar zodra het over de route gaat, valt de eensgezindheid uiteen. SP en JA21 willen tewerkstellingsvergunningen voor EU-werknemers; GroenLinks-PvdA wil de uitzendketens inkorten en misstanden aanpakken; de PVV wil eerst het binnenlandse arbeidspotentieel benutten; en partijen als CDA, D66, VVD en ChristenUnie willen vooral toe naar een “hoogwaardiger economie” die minder leunt op laagbetaalde arbeid. Minister Hans Vijlbrief (SZW) sloot aan bij dat laatste standpunt — “verstandig beleid” noemt hij dat: draaien aan de knoppen van de vraagkant, waarmee het aantal arbeidsmigranten vanzelf zou dalen. Makkelijker gezegd dan gedaan overigens: het vereist stevige sturing vanuit de overheid, iets wat Vijlbrief zelf “bijna vloeken in de kerk voor een liberale econoom” noemde. Pijnlijke keuzes ook. Uit recent onderzoek naar het anti-migratiebeleid van Trump blijkt bijvoorbeeld dat voor elke zes arbeidsmigranten die verdwijnen uit laag betaalde sectoren er ook een baan voor een Amerikaan verdwijnt. Ondertussen zegt nog steeds twee derde van de bedrijven in Nederland last te hebben van personeelstekorten, zo blijkt uit nieuwe CBS-cijfers. Alleen het grootbedrijf denkt dat (mede) te kunnen oplossen door robotisering en de inzet van AI. Krapte blijft een dominant thema, en de vraag naar arbeidsmigratie lijkt daarmee niet af te nemen. De arbeidskrachten zijn er al, binnen de EU Dat onderschrijft het UWV ook. Nederland heeft op dit moment de krapste arbeidsmarkt van Europa, maar voor 95 procent van de Nederlandse tekortberoepen is in ten minste één ander EU-land een overschot binnen hetzelfde beroepsveld gemeld, zo laat het UWV zien in een onderzoek. Lassers in Finland, elektriciens in Finland en Griekenland, systeembeheerders in Tsjechië en Letland: het arbeidsaanbod ís er, binnen de Unie. UWV plaatst er meteen kanttekeningen bij: internationale werving via het Europese netwerk EURES wordt nog nauwelijks benut, en taal, diploma-erkenning, huisvesting en arbeidsvoorwaarden vormen flinke drempels. Bovendien is er één grote uitzondering: voor negen tekortberoepen, vooral in de zorg, zoals artsen, verpleegkundigen en laboranten, is nergens in de EU een overschot, omdat heel Europa met dezelfde tekorten kampt. Het kabinet kijkt naar een onbenutte groep dichtbij huis Een andere invalshoek zijn de statushouders. Formeel zijn dat geen arbeidsmigranten; ze zijn er immers al. Daardoor vallen ze ook onder een andere minister, namelijk Thierry Aartsen van Werk en Participatie. Hij kondigde twee dagen na het debat aan de komende vier jaar 75.000 nieuwkomers extra aan het werk te helpen: statushouders en kansrijke asielzoekers die hier mogen blijven. Benut dus het potentieel dat al binnen de Nederlandse grenzen woont. De cijfers verklaren de urgentie. Van de statushouders die in 2021 een verblijfsvergunning kregen, had na twee jaar slechts 21 procent een baan; pas na meerdere jaren loopt dat op tot 57 procent — nog altijd ver onder het Nederlandse gemiddelde van 81 procent. “Betaald werk moet de standaard worden”, aldus Aartsen, die werk centraal wil stellen in de inburgering: ruimte om naast de lessen vier dagen per week te werken, werken al tijdens de asielfase, snellere erkenning van buitenlandse diploma’s en werkervaring, leerbanen, en voor jongeren tot 27 jaar eventueel een opleiding. Na de zomer volgt een uitwerking van het plan “Werk en meedoen voor nieuwkomers”. Ook hier schuilt de worsteling in de uitvoering. De belemmeringen die Aartsen wil wegnemen — taal, netwerk, diploma’s, lange wachttijden, veelvuldig verhuizen — zijn precies de redenen waarom deze groep al jaren achterblijft, en werkgevers zijn vaak terughoudend. Het is geen knop om even aan te draaien, maar een meerjarig traject. De kiezer kijkt anders: pragmatisch, maar met voorwaarden Dan wat de gemiddelde Nederlander ervan vindt. Niet onbelangrijk. Een paar dagen na het debat (slecht getimed…) komt het CBS vandaag met nieuwe cijfers. Daaruit blijkt dat Nederlanders best genuanceerd over arbeidsmigratie denken — genuanceerder in ieder geval dan de politieke toon doet vermoeden. Een meerderheid van 68 procent vindt dat Nederland arbeidsmigranten moet toelaten, maar met een maximum aantal. Slechts 12 procent wil er zo weinig mogelijk en 3 procent helemaal geen; 17 procent zou er zelfs onbeperkt toelaten. Optellen levert een opvallend beeld op: ruim acht op de tien accepteren arbeidsmigratie in een of andere vorm. Ruim de helft (56 procent) vindt de komst van arbeidsmigranten zelfs een (heel) goed idee, en driekwart denkt dat arbeidsmigratie personeelstekorten in bepaalde sectoren kan oplossen. 63 procent van de voorstanders vindt dat arbeidsmigranten zowel uit de EU als van daarbuiten mogen komen, en zeven tot acht op de tien zien gediplomeerde arbeidsmigranten als goede oplossing voor de tekorten in de zorg. Sterker nog: zou een ziekenhuis door personeelsgebrek minder patiënten kunnen opnemen, dan kiest 69 procent liever voor een arbeidsmigrant dan voor een zorgrobot (12 procent). De kiezer wil dus geen gesloten grens, maar grip: een plafond en heldere voorwaarden. En precies die voorwaarden zijn politiek het meest veelzeggend, omdat ze naadloos aansluiten op de dossiers die nu op tafel liggen: Gelijke behandeling. Een grote meerderheid vindt dat arbeidsmigranten bij gelijk werk hetzelfde moeten verdienen (84 procent) en dezelfde arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden moeten hebben (ruim 85 procent). Dat is exact de inzet van de aanpak van misstanden: het toelatingsstelsel voor uitleners (vanaf 2027), de nieuwe toezichthouder en het door Vijlbrief gedreigde uitzendverbod in de vleessector. Geen fiscale voorkeursbehandeling. Een meerderheid (58 procent) vindt dat arbeidsmigranten geen recht zouden moeten hebben op een belastingvoordeel zoals de expatregeling. Dat raakt direct het interruptiedebat tussen ChristenUnie en VVD over de expatregeling en de woningmarkt — en de bredere vraag of Nederland kennismigranten fiscaal moet blijven verleiden. Taal en inburgering. Ruim 90 procent vindt dat arbeidsmigranten Nederlands moeten leren (twee derde het liefst zo snel mogelijk) en 85 procent dat ze zich moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur. Gerichte toelating. Bijna de helft van de voorstanders vindt dat arbeidsmigranten alleen in bepaalde sectoren — met bijvoorbeeld een tekort — zouden mogen werken. Tegelijk zijn er zorgen die de politiek niet kan negeren: 62 procent denkt dat er door arbeidsmigratie minder woningen beschikbaar zijn voor Nederlanders, en ongeveer een kwart vreest meer overlast en criminaliteit of minder banen. De boodschap van de kiezer is dus niet “houd ze buiten”, maar “laat ze toe, behandel ze fatsoenlijk, en regel de gevolgen”. De spagaat en de opdracht De gemiddelde Nederlander zit dus tamelijk pragmatisch in deze discussie. De gestelde vragen, en antwoorden, zijn soms ook een beetje makkelijk. Niemand is voor misstanden, iedereen is voor meer gelijkheid. Behalve dan als je daar iets voor moet inleveren. Zo mag die gemiddelde Nederlander dan schande spreken van de misstanden in de vleessector, de kiloknallers laat hij er niet voor liggen. Noch bestelt hij minder pakketjes. Het is een beetje zoals het BBB-standpunt: fel tegen migratie, ook geen fan van arbeidsmigratie, dus de partij vraagt om maatregelen — zolang de eigen sector er maar geen last van heeft. Het kabinet begint aan de andere kant: werken aan een andere economische structuur. Maar erg concreet wordt dat nog niet. Al was het maar omdat dat ook pijnlijke keuzes vraagt. Wat te doen met die sectoren die draaien op laagbetaalde arbeid waar geen Nederlander voor te vinden is? Tekenend is dat op de agenda van het Kamerdebat een stapel rapporten over arbeidsmigratie stond (bijvoorbeeld van de Adviesraad Migratie en het CPB), maar dat een belangrijk deel van het debat ging over misstanden met arbeidsmigranten in de vleessector en de rol van uitzenders daarbij. Het feit dat het kabinet dreigt met een mogelijk sectoraal uitzendverbod was in ieder geval wat de landelijke media oppikten van het debat. Het is brandjesblussen. Ook andere voornemens van Vijlbrief blijven nog wat versnipperd; het zijn vooral al eerder aangekondigde voornemens en wetten, zoals de kennismigrantenregeling (wil het kabinet behouden, uitwerking na de zomer), de pilot voor internationale vakkrachten (voorstel na de zomer), de start van de Wtta en de komst van toezichthouder NAU (operationeel in 2028), een uitbreiding van de Arbeidsinspectie met 135 fte voor het nieuwe toezicht, en de problematiek van derdelanders. Voor een meer samenhangend beleid verwijst Vijlbrief naar de uitkomsten van een kabinetsbrede taskforce Toekomst van Welvaart met een talentstrategie. De vraag is wel hoe daarin die langetermijnvisie op een hoogwaardige economie — met lastige keuzes — en de pragmatische houding van de gemiddelde Nederlander bij elkaar te brengen zijn. arbeidsmigratie, kennismigratie Print Over de auteur Over Hugo-Jan Ruts Hugo-Jan Ruts is de oprichter van ZiPconomy. Hij is de algemeen directeur/uitgever van ZiPmedia en politiek verslaggever voor ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts
nieuws - Talentstrategie van kabinet: vier sectoren centraal. Switch van laag productieve arbeidsmigratie naa...
nieuws - Van Hijum over zzp’ers: “Je hebt toch liever een werknemer dan iemand die even een klusje komt d...