Maandelijkse archieven: oktober 2015

‘Hybride cao’s voor flex en vast vormen de nieuwe standaard in 2020’

Farid_Tabarki_oprichter_Studio_Zeitgeist
Farid Tabarki

Als je de arbeidsmarkt vergelijkt met een restaurant, dan lijkt het aanbod op een menukaart van vroeger van een plaatselijk restaurantje in Frankrijk: het menu du jour kunt u krijgen. Take it or leave it. Die tijden zijn veranderd. Inmiddels zijn de arrangementen op de arbeidsmarkt gegroeid tot een waslijst aan mogelijkheden. Nu heb je al de vaste full-time baan, de vaste deeltijdbaan met flexibele extra uren, de zzp-constructie, de flexibele schil en uitzendbanen. Het lijkt wel de menukaart van een Chinees restaurant.

Diverse smaken flex

In 2020 zal het aantal smaken alleen maar toenemen. Vast heeft diverse gradaties. Het contract is een ingewikkelde invuloefening met talloze mogelijkheden. Het kan niet anders of deze diversiteit vind je tegen die tijd terug in de collectieve afspraken. De keuze zal breder zijn dan ‘vast’ of ‘flex’. Cao’s gaan zelf op een menukaart lijken. One size does not fit all.

Dit past in een bredere trend van een steeds flexibeler opvatting van arbeid: de werker in 2020 werkt flexibeler dan nu. Mensen werken in pools, combineren diverse banen en maken regelmatig een carrièremove.

Flexpools

Zelfs de Rijksoverheid, toch een bastion van de klassieke arbeidsovereenkomst (of beter gezegd ‘aanstelling’) werkt inmiddels met flexibele pools. In 2012 waren volgens de website binnenlandsbestuur.nl in vijftien vooral middelgrote gemeentes ‘interimpools’ of flexibele teams met een soortgelijke naam actief. Het gaat nu vooral om het hoger opgeleide en betaalde segment, maar het fenomeen breidt zich uit. Ook provincies en ministeries werken ermee. bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zjin middels de Flex-pool projectleiders in te huren.

Als de overheid de flexibiliteit al omarmt, doet het bedrijfsleven dat zeker. Geen wonder, in alle sectoren zijn veel werkers uit op flexibiliteit, keuzemogelijkheden en persoonlijke groei. Werkgevers zullen daar wel op in moeten spelen.

Banen stapelen

Ik geloof dat in 2020 een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking  meerdere klussen tegelijkertijd wil oppakken. Iemand werkt bijvoorbeeld twee dagen in de week bij een multinational, nog twee dagen bij een minder betalende NGO of een lokaal, klein bedrijf. De vijfde dag wordt gevuld met zich aandienende klussen. Iemand anders zal een job bij verschillende bedrijven in dezelfde productieketen willen combineren.

Het stapelen van banen kan ervoor zorgen dat persoonlijke kwaliteiten optimaal tot hun recht kunnen komen en zich steeds nieuwe netwerken vormen. Dat is niet alleen goed voor de betrokken werknemers, maar ook voor de organisaties die op deze manier aan elkaar worden gekoppeld.

Verschillende arrangementen in cao’s

Hybride werknemerschap in een pool van hybride organisaties vraagt om hybride cao’s. In een flexibele of hybride cao moeten meerdere smaken mogelijk zijn. Het eenvoudige model van een vaste kern met een flexibele schil zal plaatsmaken voor een veelkleurig palet aan arrangementen dat recht doen aan de noodzaak van organisaties om mee te bewegen met de markt en maatschappij. Individuen zullen de noodzaak zien om zich continu te blijven ontwikkelen.

Behalve veel opties voor werknemers en werkgevers om onderling een arrangement uit te werken, zal de cao op nog meer punten keuzevrijheid moeten bieden. Onafhankelijk van de mate van ‘vastheid’ van hun contract. Volgens het Grote Beloningsonderzoek van NRC Handelsblad, nrc.next en de Vlerick Business School zijn mensen anno 2015 ontevreden over de persoonlijke relevantie van hun pakket arbeidsvoorwaarden en de keuzevrijheid die ze hebben. Bijna 80 % wil de regie hebben over zijn persoonlijke ontwikkeling, bijvoorbeeld in de vorm van scholing. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid schreef in 2013 in ‘Naar een lerende economie’ dat we veel meer aan her- en bijscholing moeten doen. Je moet met de laatste ontwikkelingen meegaan om nog in de markt te blijven.

Moleculen in een glas water

De verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt is geen losstaand fenomeen: er is steeds meer sprake van een vloeibare samenleving. Mensen staan niet langer strak in het gelid, maar bewegen vrij. Als moleculen in een glas water. Ze gaan gemakkelijk verbindingen aan en verbreken die ook weer. Dat moet ook, want de ontwikkelingen voltrekken zich zo snel dat je bijna zeker weet dat de taakomschrijving van vandaag over vijf jaar achterhaald zal blijken.

De toekomst voorspellen is notoir moeilijk. Maar één ding is zeker: in 2020 zal de arbeidsmarkt in meer opzichten ‘flex’ zijn dan we nu kunnen voorzien.

Farid Tabarki is de oprichter en directeur van Studio Zeitgeist. Hij doet sinds 2000 onderzoek naar de (Europese) tijdsgeest. Farid presenteerde daarnaast TV-programma’s zoals MTV Coolpolitics en Durf te Denken, van Socrates tot Sartre. Hij schrijft een vaste column in Het Financieele Dagblad. In 2013 en 2014 plaatste De Volkskrant hem, als jongste van de lijst, onder de tweehonderd meest invloedrijke Nederlanders.

Dit is een voorpublicatie uit een nog te verschijnen boek over Eerlijke Flex. Wil je dat jouw visie over flexibel werken ook opgenomen wordt in dat boek? Doe dan mee en stuur je bijdrage naar Eerlijke Flex. Het boek wordt aangeboden aan politiek, journalisten, inleners en belangenorganisaties teneinde te komen tot een duurzame ontwikkeling van de flexmark

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | 5s Reacties

Eerste Kamer zet nieuwe vraagtekens bij afschaffing VAR

ZZP-VARDe Eerste Kamer heeft vandaag opnieuw een reeks vragen naar Staatssecretaris Wiebes gestuurd omtrent de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties, de wet die het systeem van de VAR moet gaan vervangen.

Met name D66 en het CDA tonen zich aanhoudend kritisch op de wet. Zowel inhoudelijk als omtrent de (te?) snelle invoering daarvan.

Geen van de vier addertjes onder het gras, die bij het bekend maken van de wet hier werden opgesomt, zijn volgens het CDA en D66  afdoende opgelost: Te oud arbeidsrecht, een te complex systeem van te veel en gedetailleerde overeenkomsten, het aantasten van de ondernemerspositie van de zelfstandige en de driehoeksverhouding die opdrachtgevers en zelfstandigen vaak hebben met een bureau.

Staatssecretaris Wiebes heeft tot vrijdag om met een reactie te komen. De plenaire behandeling en stemming staat gepland voor 27 oktober, het laatste moment om de wet per 1 januari in te laten gaan.

Waar komt optimisme van Wiebes vandaan?

Waar komt toch het optimisme van Staatssecretaris Wiebes vandaan dat de invoering volgens plan verloopt?, zo vragen het CDA en D66 zich af. De signalen uit de markt en een zeer beperkt lijstje van gepubliceerde voorbeelden, die volgens D66 veel te gedetailleerd zijn, stroken niet erg met het eerdere antwoord van Wiebes dat  de overleggen met sociale partners en brancheorganisaties vlot verlopen. De PvdA vindt het overigens ‘prematuur’ dat dit overleg gevoerd wordt, nog voordat de Eerste Kamer haar akkoord heeft gegeven.

“De regering geeft in de memorie van antwoord op meerdere plekken aan dat zij er vertrouwen in heeft dat het nieuwe systeem van vooraf voorgelegde en goedgekeurde modelovereenkomsten en individuele overeenkomsten op een goede manier kan worden afgerond. De leden van de CDA-fractie maken zich daar echter in toenemende mate bezorgd over”, zo staat te lezen. De D66-fractie houdt “grote twijfels of het vele werk dat voor invoering van het nieuwe regime nog verzet moet worden, gerealiseerd zou kunnen worden in de beperkte tijd die daarvoor beschikbaar is.” Het CDA wil van Wiebes weten hoeveel goedgekeurde modelovereenkomsten op 27 oktober op de website van de Belastingdienst te vinden zijn, de dag dat de Eerste Kamer over het wetsvoorstel gaat stemmen. Er staat er nu vijf, die overigens erg weinig houvast geven over hoe dit hele stelsel er uit zou moeten gaan zien.

D66 en het CDA willen dat Wiebes meer kaders vooraf te stellen, bijvoorbeeld door de beslisboom waarmee ingezonden overeenkomsten worden getoetst openbaar te maken. Een vorm van regie waar verschillende auteurs hier op ZiPconomy al veel eerder voor hebben gepleit.

D66 mist een integrale visie. De partij constateert dat het “achterliggende arbeidsrechtelijke kader is dringend aan herziening toe is” en ziet liever een systeem dat aansluit bij de huidige arbeidsmarkt. Daarbij dit D66 een aantasting van de zzp’ers,omdat nu de focus ligt op de mogelijke arbeidsrelatie in plaats van het ondernemerschap van de zzp’er. Het CDA heeft nog geen afdoende antwoord gekregen op de vraag of deze maatregel niet wat overdreven is ten opzichte van een nog nauwelijks gekwantificeerd probleem van schijnzelfstandigheid.

De PvdA wil nog weten of in het geval dat de relatie tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer  toch als een arbeidsrelatie wordt gezien, het ontslagrecht ook van toepassing is.

Blijvende onduidelijkheid rond bureaus

De positie van de intermediairs roept opnieuw vragen op. Niet van de VVD trouwens. Geluiden van de zich zorgen makende bemiddelende ondernemers hebben de liberale senatoren blijkbaar niet bereikt.

Wiebes heeft tot nu toe steeds aangegeven geen mogelijkheid te zien om bemiddelaars die met het tussenkomstmodel werken (en dat zijn bijna alle bureaus) via de Wet DBA zekerheid vooraf te geven over het wel of niet bestaan van een arbeidsrelatie. De PvdA steunt hem daarin. In de vragen die zij stellen zoeken ze bevestiging van het punt dat een bemiddeling volgens de PvdA per definitie een werkgeversrelatie betekent. Een opvallend standpunt, wetende dat zo’n 100.000 zzp’ers momenteel – met een VAR – via een bemiddelaar werken.

D66 wijst op de onzekerheid die momenteel boven de markt hangt over de positie van de bureaus: “De tijdelijke onduidelijkheid rond het tussenkomstmodel voor de thuiszorg was een eerdere voorbode van de onrust die zzp’ers vrezen dat hen te wachten staat en staat haaks op het stabiele vijfjaars perspectief dat de regering zei te willen bieden. Zzp’ers en hun opdrachtgevers verdienen zicht op meer zekerheid dan zich nu lijkt aan te dienen.” Zowel D66 als het CDA willen meer weten over de voortgang die er is in het overleg met de branche van bemiddelaars. Voortgang die er – volgens die brancheorganisaties – overigens nog maar heel beperkt is. “Kan de regering voorafgaand aan de plenaire behandeling van het wetsvoorstel zekerheid geven dat zij met de sector van intermediairs de uitstaande kwesties inzake het bemiddelingsmodel heeft opgelost? zo vraagt het CDA.

Komt er meer ruimte om de driehoeksverhouding opdrachtgevers-bureaus-zzp’ers mee te nemen in de Wet DBA? Houdt Wiebes zich bij zijn standpunt dat de branche het zelf maar moet regelen? Of gaat hij met de PvdA mee en gooit hij de deur voor bemiddeling van zzp’ers helemaal dicht? Wiebes heeft tot vrijdag om met een antwoord te komen.

De volledige lijst met vragen is hier te vinden, met arcering door ZiPconomy. Staatssecretaris Wiebes heeft tot vrijdag om met ene nota van antwoorden te komen. De plenaire behandeling en stemming staat gepland voor 27 oktober, het laatste moment om de wet per 1 januari in te laten gaan. 

Volg alle actualiteit omtrent de Wet DBA via deze speciale pagina op ZiPconomy 

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags | 5s Reacties

Social media als zzp’er: wat, hoe vaak en waar plaats je iets?

art social mediaAls zelfstandige professional moet je je tegenwoordig wel promoten via social media. Dat staat in alle handleidingen van hoe je aan klanten komt, een netwerk opbouwt of hoog in de Google zoekresultaten komt. Maar welke social media dan, hoe vaak en waarover moet je schrijven? Hoofdkraan.nl, het platform voor zzp’ers, zocht het uit.

Doelgroep

Er zijn zoveel social media platforms tegenwoordig, welke is nou geschikt voor jouw doelgroep? Het belangrijkste is daarom allereerst te bedenken wie jouw doelgroep precies is en te bedenken waar zij zich bevinden (komen we later in het artikel nog op terug). Een loodgieter zijn doelgroep zijn alle bewoners in zijn regio. Deze zal hij kunnen vinden op Facebook, bijvoorbeeld in regio groepen. Voor een loopbaancoach zou LinkedIn belangrijker zijn.

Je kunt ook verschillende doelgroepen bereiken via verschillende social media. Via Twitter en LinkedIn je zakelijke netwerk en via Facebook de consument.

Plan

Als je hebt bedacht wie je doelgroep precies is, is het tijd om te bedenken wat je precies wilt delen op social media.

Om meer volgers/likes op de verschillende social media te krijgen is het van belang dat mensen je bericht gaan delen, ‘liken’ en/of reageren. Zorg daarom dat het informatie is die je volgers willen lezen en vooral ook willen delen. Een mededeling dat je winkel dicht is, is voor hen zelf van belang, maar een recept voor witte chocolade frambozentaart gaan ze zeker met vrienden delen.

Meer weten over wat en wel niet werkt? Bekijk goed je statistieken van de afgelopen maanden of verdiep je in de psychologie van het delen.

Kleine tip: berichten met foto’s of video vallen meer op en worden meer gedeeld dan berichten met alleen maar tekst.

Geef gratis weg

Zorg ervoor dat je niet alleen maar reclame voor jezelf maakt maar ook echt toegevoegde waarde biedt. Geef antwoord op vragen waar je doelgroep mee zit, geef tips en advies. Dat is een reden om je pagina te blijven volgen, je berichten te delen en aan je te denken de volgende keer dat ze iemand als jij nodig hebben. Help dus je doelgroep, maak een instructievideo hoe iets moet, schrijf een 10-stappenplan, etc. En link daarbij vooral naar je eigen website!

In tegenstelling tot andere media gaat het bij social media niet om het zenden, maar om het dialoog. Men kan reageren op je berichten, tips aan je doorgeven of zelfs klachten indienen via social media. Hou daar rekening mee: luister naar wat men over je zegt en reageer snel en vriendelijk op reacties.

Tip: vul op elk platform vooral ook je profiel goed in. Wat doe je, waar ben je te vinden (website/adres) en waarom moeten ze naar jou i.p.v. de concurrent? Dit vergeten veel bedrijven maar als iemand via via op jouw profiel terecht komt, is het wel van belang dat hij/zij binnen 30 seconden snapt wat jij doet en niet verder klikt naar een concurrent. 

Welk platform?

Hieronder worden de bekendste social media platforms toegelicht met de doelgroep erbij. Bedenk waar je jouw doelgroep zou kunnen vinden en vooral of jijzelf iets met dat platform kan en probeer het dan uit.

Facebook 

  • 9,4 miljoen Facebook Nederlandse gebruikers, 6,6 miljoen dagelijks
  • Doelgroep: bijna alle Nederlanders boven de twintig.
  • Waarom? Het grootste platform in Nederland nog, grote kans dat je doelgroep hier zit.
  • Tips:
    – Je kunt in de statistieken zien wanneer je volgers online zijn, dus plaats op goede tijdstippen!
    – Recent worden berichten die teveel lijken op echte advertenties door Facebook geweerd en niet aan je volgers getoond.
    – Je kan vanaf een klein bedrag je pagina of een bericht ook promoten onder een specifiek in te stellen doelgroep. Zo kun je gemakkelijk je bereik vergroten.
    – Vergeet de groepen niet, kijk of er een groep is aangemaakt waar jouw doelgroep zich kan bevinden.

LinkedIn 

  • 3,8 miljoen Nederlandse gebruikers, 0,4 miljoen dagelijks
  • Doelgroep: professionals
  • Waarom? Belangrijk voor je zakelijke netwerk, maar ook als je een specifieke doelgroep gericht op beroepen hebt.
  • Tip:
    – Vergeet ook hier de groepen niet, actief reageren is de manier om je netwerk uit te breiden.

Twitter 

  • 2,8 miljoen Nederlandse gebruikers, 1 miljoen dagelijks
  • Doelgroep: vooral 40+ en nu vooral nog groeiend in de 65+ categorie.
  • Waarom? Kort lijntje met je klant/doelgroep en heel makkelijk om met jou in contact te treden.
    Tip:
    – Je kunt makkelijk zien wanneer je volgers online zijn via FollowerWonk. (https://followerwonk.com/)

Instagram 

  • 1,8 miljoen Nederlandse gebruikers, 722.000 dagelijks
  • Waarom? Als je dienst/product in foto’s of video’s is te vangen, vooral doen! Erg in opkomst. Doet het vooral goed in de fashion en beauty branche.
  • Doelgroep: vooral jongeren tot 35 jaar. 47% van de Nederlandse scholieren & studenten gebruikt Instagram.

Google Plus

  • Maandelijks 2,3 miljoen Nederlandse gebruikers
  • Doelgroep: Vooral de oudere doelgroep 45 en ouder.
  • Waarom? Google neemt mee hoe actief je bent op o.a. Google plus om te bepalen hoe hoog je komt in de zoekresultaten.

YouTube

  • 7,1 miljoen Nederlandse gebruikers
  • Waarom: Uiteraard alleen van belang als je dienst in video’s uit te drukken is, zoals bijv. een singer-songwriter, een video-productiebedrijf, etc.

Overigen

Naast deze grote platforms komen er steeds meer kleinere op, waar vooral de jongeren te vinden zijn. Voorbeelden:

  • Snapchat (0,8 miljoen Nederlandse gebruikers) – plaats een foto/video en na bekijken is het weer weg.
  • Vine – populair voor korte video’s.
  • Pinterest (1,6 miljoen Nederlandse gebruikers) – een digitaal prikbord, vooral heel populair bij vrouwen.
  • Ello – alternatief voor Facebook met meer privacy. Trekt vooral creatieve mensen, grafisch ontwerpers, etc.
  • Er zijn vele recensie websites zoals IENS, Trip Advisor, Yelp. Hou ook deze zeker in de gaten als winkel, dienstverlener of horecagelegenheid. En los negatieve feedback meteen op!

Hoe vaak?

Als je eenmaal besloten hebt welk platform je gaat gebruiken is de volgende vraag: hoe vaak? Om optimaal gebruik te kunnen maken van het bereik wordt voor grotere merken vaak meerdere keren per dag aangeraden (Twitter 5 keer per dag, LinkedIn elke dag en Facebook/Google+ 5 a 10 keer per week). Dit is als zzp’er echter niet haalbaar. Zoveel nieuws heb je waarschijnlijk niet en je volgers spammen met onzin werkt juist tegenovergesteld. Geef jezelf daarom een minimum, bijvoorbeeld één keer in de week en mocht je meer nieuws hebben of tegenkomen is dat mooi meegenomen! Hou dat minimum echter vast en zorg dat het niet wegzakt naar één keer in de zes maanden.

Gouden tip

De gouden tip: met Hootsuite kun je gratis Twitter, Facebook, Google+, LinkedIn en Instagram inplannen. Reserveer een uurtje in de week om alles wat je de rest van de week tegen kwam in te plannen en je hoeft er voor de rest niet meer aan te denken totdat er reacties binnen komen!

Auteur: Sanne de Jong, redactie Hoofdkraan.nl 

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , | Laat een reactie achter

Tien tips om de reuzenstap te maken van gecentraliseerd inhuur naar total talent management.

penaEen reuzenstap. Zo noemt Byran Peña de stap van gecentraliseerde inhuur naar total talent management. En Peña kan het weten. Als vice-president van Staffing Industry Analists reist hij de hele wereld over en adviseert hij grote organisaties over hun beleid ten aanzien van ingehuurd personeel.

Peña reageerde tijdens het Harvey Nash-seminar Externe inhuur: Sturen op kwaliteit op de uitkomsten van het ZiPconomy-onderzoek onder HR- en inkoopprofessionals. Een meerderheid van hen wil in drie jaar tijd dat het inhuurbeleid binnen hun organisatie doorontwikkelt van een fase van gecentraliseerde inhuur naar total talent management.

Inhuurbeleid als concurrentievoordeel

Peña herkent de ambitie, al ziet hij dat in de praktijk veel organisaties blijven hangen in het middenniveau van zijn volwassenheidsmodel. Er is wel een beleid rond inhuur ontwikkeld en daar wordt op gestuurd, maar daar blijft het dan bij. De inhuur van mensen wordt te veel een transactie. Dat terwijl de doorontwikkeling van inhuur organisaties volgens Peña een duidelijk concurrentievoordeel kan opleveren.

fase volwassenheid inhuur extern personeel
fase volwassenheid inhuur extern personeel bron: rapport Inhuur: HR of Inkoop. ZiPconomy 2015

“De volgende stap is het verder optimaliseren van processen, meer inzicht, meer oog voor kwaliteit. Arbeidsmarktcommunicatie en aandacht voor betrokkenheid. Dat vraagt een strategische verandering in hoe je aankijkt tegen inhuur en de mensen die niet bij je op de payroll staan. Daarna kan je je visie en beleid op flexibiliteit en inhuur ook inzetten om een concurrentievoordeel te behalen. Dat vraagt om een veel holistischere benadering van de inzet van personeel, in vaste dienst én tijdelijk. Professionals die hiermee bezig zijn, moeten een diep inzicht hebben in de drijfveren van de eigen organisatie. Daar moet je bij weten aan te sluiten.”

volwassenheid inhuurproces pena.GIF

Tien tips voor inhuurprofessionals

In drie jaar die reuzenstap maken van fase III naar fase V is volgens Peña misschien wat overambitieus. Wel ziet hij dat Europa hierin voorop loopt ten opzichte van de Verenigde Staten. Het lukt blijkbaar beter om met een bottum up-visie en energie de top te overtuigen dan met de topdown-benadering die we vaak zien bij Amerikaanse organisaties.

Bryan Peña heeft tien tips voor inhuurprofessionals om stap te maken van gecentraliseerd inhuur naar total talent management:

  1. Weet wat er leeft in je organisatie. Niet alleen rond het thema inhuur.
  2. Benader de doorontwikkeling van je inhuurbeleid als een veranderprogramma dat de hele organisaties raakt.
  3. Lever als inhuurprofessionals waarde die verder gaat dan lagere kosten en efficiënte processen.
  4. Word zichtbaar en herkenbaar als DE bron van informatie over ontwikkelingen in de markt. Wees relevant buiten de vier muren van je kantoor.
  5. Ontwikkel antennes om risico’s rond inhuur te kunnen identificeren.
  6. Betrek stakeholders en snap hun positie en belangen.
  7. Zorg voor kwalitatief hoogwaardige werkprocessen en betrek de beste mensen in jouw team.
  8. Streef naar onderscheidende innovatie en verlang dat ook van je leveranciers.
  9. Richt je aandacht op effectiviteit in plaats van op efficiëny.
  10. Adoption, adoption, adoption!” Zorg dat je plannen en jouw visie omarmt en ondersteund worden door het leiderschap in je organisatie, het lijnmanagement en je collega-stafafdelingen.

In het rapport Inhuur: HR of Inkoop?’ staan, naast cijfers en trends, tips en aanbevelingen uit de praktijk van de ruim tweehonderd inhuurprofessionals die aan het onderzoek meededen. Het volledige rapport (20 paginas) is hier (gratis) te downloaden. 

 Dit is het derde artikel in een reeks van verdiepende blogs naar aanleiding van de verschillende presentaties tijdens het seminar Externe inhuur: Sturen op kwaliteit van Harvey Nash. Alle artikelen zijn hier te vinden. 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

ESF-subsidie Duurzame inzetbaarheid medewerkers (2015-) 2016 komt eraan. Ook voor flexternen!

esfDuurzame inzetbaarheid van medewerkers bij gemeenten, zorginstellingen en MKB bedrijven wordt ook in 2016  gesubsidieerd door de overheid. De ESF-subsidie Duurzame inzetbaarheid staat vanaf 19 oktober aanstaande al open voor aanvragen.

Het gaat bij deze aanvragen om het verbeteren van ‘Duurzame inzetbaarheid’. Hier hoeft niet alleen te worden gekeken naar de inzetbaarheid van medewerkers in loondienst. Ook de inzetbaarheid va flexpersoneel (‘flexternen’) is zeker een interessant en subsidiabel thema.

Uit de evaluatie over het 1e jaar 2014-2015 blijkt dat de meeste van de aanvragers daadwerkelijk stappen hebben gezet naar meer inzetbaarheid van hun medewerkers. Ook geeft maar liefst 90% van de aanvragers aan dat zij zonder de subsidie deze stappen niet zouden hebben gezet.

Duurzaam externen beleid

Maar waar moet je nu aan denken bij ‘Duurzame inzetbaarheid van flextern ingehuurd personeel’? Bijvoorbeeld aan het realiseren van flexibele inzetbaarheid van uw vaste én flexibele personeel. Door goed te in kaart te brengen hoe uw medewerkers in loondienst flexibeler inzetbaar zijn en tegelijk een vaste groep van potentieel interessante flexternen rondom uw organisatie te organiseren, combineert u the best of both worlds.

Of door een toekomstbestendig inhuurbeleid op te stellen waarbij de inzet van vast & flex worden gecombineerd. Hierin komt uw visie op de rol van flexternen naar voren. Gebruikt u hen alleen voor extra handjes of moeten zij bijvoorbeeld een belangrijke rol spelen bij innovaties en veranderingen? U kunt ook pogingen doen een ‘Goed opdrachtgever’ voor uw flexkrachten te worden. Als trouwe lezer van ZiPconomy weet u dit natuurlijk a lang, anders kijkt u hier nog een keer.

Subsidieaanvraag

De kosten van externe expertise die de aanvrager indient worden voor 50% gesubsidieerd (binnen zekere grenzen) tot een maximum van € 10.000. Het is mooi dat niet alleen advies-, maar ook implementatiekosten worden gesubsidieerd. De projecten moeten in 2016 starten en afgerond worden.

  • Aanvragers dienen zich eerst bij het Ministerie van SZW te registeren als subsidie-aanvrager. Dat kan op deze pagina.
  • Meer informatie over de mogelijkheden vindt u via deze link.

Wacht niet te lang, de subsidieaanvraag start al op 19 oktober aanstaande en op=op.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

‘Te snelle afschaffing van de VAR leidt tot chaos op de zzp-markt’

Rob_de_Laat_interview
Rob de Laat, voorzitter Bovib

De Eerste Kamer vergadert vandaag wederom over de afschaffing van de VAR. Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën) wil de VAR graag per 1 januari vervangen door de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA). De senatoren aarzelen of de wet niet te snel wordt ingevoerd. En terecht, vindt Rob de Laat, voorzitter van brancheorganisatie Bovib. Hij vreest voor een chaos op de zzp-markt.

“Door de onduidelijkheid en onzekerheid die er nu is, weten opdrachtgevers onvoldoende waar ze aan toe zijn. Ze weten niet wat wel en wat niet kan wanneer ze zelf zzp’ers willen inhuren,” zegt De Laat.

Leden van de brancheorganisatie voor intermediairs en brokers beheren samen ruim 2 miljard euro aan inkomsten aan inhuur, waarvan ruimschoots de helft van zzp’ers afkomstig is. De Laat hoopt dat de Eerste Kamerleden de staatssecretaris er vandaag van weten te overtuigen de Wet DBA uit te stellen.

Tienduizenden zzp’ers en misschien wel meer, dreigen per 1 januari hun opdracht kwijt te raken.

“Het is onduidelijk hoe inhuur via intermediairs met de nieuwe wet gaat lopen,” zegt De Laat “Bijna alle grote inleners huren zzp’ers in via een intermediair. Ik maak me vooral zorgen om de BV Nederland. Die heeft flexibiliteit nodig. Daarnaast maak ik me vooral druk om de individuele zzp’ers. Tienduizenden en misschien wel meer, dreigen per 1 januari hun opdracht kwijt te raken. Simpelweg vanwege het feit dat opdrachtgevers niet weten wat wel en niet kan. Wij krijgen signalen dat opdrachtgevers per gebrek aan duidelijkheid dan maar – misschien tijdelijk – stoppen met het inzetten van zzp’ers. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van deze wet.”

“Er dient zich ook een parallel met de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) aan. Bij de WWZ was er ook een groot gat tussen de Haagse werkelijkheid en de realiteit bij organisaties. Wiebes doet voorkomen dat de invoering goed verloopt, maar de werkelijkheid die wij in de markt zien is anders.”

“Als het echt zo is dat de Wet DBA niet bedoeld is om zzp’ers dwars te liggen, dan snap ik de overhaaste invoering ervan niet. Organisaties zijn er gewoon nog niet klaar voor. Het overleg tussen de Belastingdienst en belangenorganisaties is nog maar nauwelijks gestart en er zit weinig vaart in. In onze ogen leidt het frustreren van flex in welke vorm dan ook, vooral tot minder werk.”

Wat zich hier wreekt, is het gebrek aan regie bij de Belastingdienst.

“Wiebes heeft het steeds over modelovereenkomsten die op de website van de Belastingdienst komen te staan en die duidelijkheid moeten geven over de overeenkomsten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Nu, er staan er twee. En als je die leest, dan lopen de rillingen over je rug. Ze zijn zeer algemeen en geven geen enkele houvast omtrent het wel of niet aanwezig zijn van een arbeidsrelatie. Daarnaast zijn ze zeer specifiek. Het lijken wel functieomschrijvingen. Gaan we toe naar één modelovereenkomst voor elke type opdracht? Dat wordt onwerkbaar.”

“Wat zich hier wreekt, is het gebrek aan regie bij de Belastingdienst. Je kan alleen iets dereguleren als er scherpe kaders zijn. Die ontbreken en de Belastingdienst maakt ze niet.”

“Er is ook geen noodzaak voor de haast. Het kabinet wil vooral schijnzelfstandigheid aanpakken. Prima, daar is niemand op tegen. De Bovib is voor eerlijke flex en tegen uitbuiting en schijnconstructies. Maar we willen voorkomen dat het kind met het badwater wordt weggegooid. In het vrijdag gepubliceerde rapport van de IBO-zzp-werkgroep wordt de schijnzelfstandigheid in het juiste perspectief gezet. Het is een belangrijk, maar marginaal probleem, zo staat met zoveel woorden in dat rapport. Met te snelle invoering van de Wet BDA zaai je onnodig onrust onder alle zelfstandigen. Met een simpele verlenging van de VAR voor zes maanden creëer je meer tijd voor constructief overleg met alle betrokken partijen. Dan komen we gezamenlijk tot een juiste afstemming van de regels en de praktijk. Dan krijg je afspraken voor een duurzame flexmarkt zonder dat goedwillende opdrachtgevers en zelfstandigen er last van hebben.“

Vandaag (6 oktober) bespreekt de commissie Financiën van de Eerste Kamer wederom de Wet DBA. De reactie van Wiebes op een eerste reeks kritische vragen vonden de senatoren niet afdoende. Een plenaire behandeling en mogelijke stemming staat vooralsnog gepland op 27 oktober, de laatste mogelijkheid om de wet nog per 1 januari van kracht te laten zijn.

Volg alle actualiteit omtrent de Wet DBA via deze speciale pagina op ZiPconomy 

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter