Maandelijkse archieven: januari 2011

Zalm over interim-managers: “Ze moeten wel iets speciaals kunnen. Een beetje leidinggeven is niet zo moeilijk.” ABNAMRO rapport over interimmarkt.

“Een interimmer moet iets speciaals kunnen, een bijzondere deskundigheid mee brengen. Een beetje algemeen leidinggeven is niet zo moeilijk. Dat kan ik ook.” Het was een de van prikkelende opmerkingen waarmee Gerrit Zalm, bestuursvoorzitter van ABNAMRO, vrijdag een congres over (de markt) van interim-management opende. Met opmerkingen als deze zette Zalm de toon voor een boeiende middag, vol tegenstrijdige berichten, begripsverwarring en interessante meningen.

Een wake-up call voor interim management

Aanleiding voor het congres was het uitkomen van het rapport ‘Van interim manager naar interim professional. Een ‘wake up call’ voor interim management’. Het is het derde rapport in een mooie reeks over Human Capital in de 21ste eeuw dat Han Mesters,  senior banker bij de ABNAMRO, heeft uitgegeven.

De bank, zo vertelde Gerrit Zalm (in zeker zin Neerlands zwaarste interim-manager) heeft de afgelopen jaren veel interimmers ingehuurd. Al is die tijd wel voorbij: “We gaan weer meer op eigen kracht doen.”  Interim-managers hebben wat Zalm betreft een nuttige rol gespeeld in de turbulente fase waarin de bank zich begeven heeft. Vooral bij projecten waar er tijdelijk, specialistische expertise nodig was. Maar Zalm was ook kritisch naar de beroepsgroep: “Interimmers moeten vooral kennis komen brengen. Toch zie ik te vaak interimmers die meer kennis ‘halen’ dan ‘brengen’. Kennisoverdracht moet altijd een belangrijk element zijn in een interim-opdracht.” Voor Zalm is het bureau of de organisatie waar de interimmer vandaan komt niet erg van belang:  “Het is hooguit een indicatie van kwaliteit. Het gaat om de vent en niet om de tent.”

Turbulent ‘Human Capital’

Het congres, dat mede werd georganiseerd door branche organisaties de Raad voor Interim-management (bureaus), de Nivm (vereniging interim-managers) en het IM-register, werd vervolgd door twee presentaties over de inhoud van het rapport.

Han Mesters hield de zaal voor dat we in een wereld leven vol ‘discontinue veranderingen’. Een mate van turbulentie waar je als organisatie nauwelijks meer op kan anticiperen. Het vergt een ondernemende strategie, ruimte voor creativiteit en een grote mate van flexibiliteit. Ook wat betreft ‘human capital’. Dit wordt versterkt omdat het Human Capital, zeker de jongere generaties, zich ook steeds ‘discontinuer‘ gedraagt.  80% van al het ‘talent’ dat bij de bank start in de beroemde opleidingsklasjes voor startende academici heeft na vijf jaar de organisatie verlaten. Dat was vroeger wel anders. Mesters hield de zaal voor dat in deze turbulente markt het nodig is bestaande businessmodellen en manieren van samenwerken tussen organisaties, bureaus en interimmers te herzien. Het rapport geeft een aantal voorbeelden van nieuwe business modellen, zoals Blue CarpetVictor Mundi of het agentmodel.

Het verhaal van Mesters sloot aardig aan wat hier eerder op ZiPconomy is geconstateerd (bijvoorbeeld de markttrends 2011 voor interimmers, organisaties en bureaus) en bepleit door o.a. Steve Sichtman (over het ‘verbinden’ van interimmers) en Linde Gonggrijp (over de nieuwe arbeidsverhoudingen).

Traditionele opdrachtgevers

Gerda van Dijk, associate onderzoeker/consultant bij het IVA, schetste in haar presentatie een veel rustiger beeld van de markt. Ze deed, in samenwerking met Nyenrode, voor dit rapport onderzoek naar de motieven waarom opdrachtgevers interimmers inhuren. Een beperkt onderzoek, zo gaf ze zelf aan, waar een beeld uit voortkomt dat het inhuren van interimmers veelal wordt gezien als een noodzakelijk kwaad. Niet als een bewust instrument om flexibel in te spelen op die turbulente omgeving waar Mesters het over had. Van Dijk zag dan ook eerder redenen voor een verder daling vraag naar interim-managers, dan tekenen van herstel.

Markt in verwarring

Het verschil tussen het verhaal van Mesters en Van Dijk tekende de rest van een boeiende middag. Een middag met tegengestelde geluiden en begripsverwarring. Waren de resultaten van het onderzoek bij opdrachtgevers een ‘nagalmende echo uit een oude markt’, zoals Leo Witvliet (Hoogleraar Interim-management Nyenrode) suggereerde? Of herstelt de markt zich terug in traditionele verhoudingen? Vakspecialisten lijken een beter vooruitzicht te hebben dan ‘managers’, maar interim-management is toch ook een vakspecialisme? Zijn de bemiddelingsbureaus nu een partner voor organisaties en interimmmers, of een hinderlijk opstakel in een soepele transactie tussen vraag en aanbod?

De verwarring, ook tijdens de paneldiscussie, werd mijn inziens deels gevoed door de aloude begripsverwarring over welke markt we het nu eigenlijk hebben. De markt van (algemeen) interim-management of de veel grotere markt van interim-professionals die (al dan niet in leidinggevende functies) werken vanuit een vakdiscipline. In de wereld die Mesters schetst zal er vooral behoefte zijn aan de laatste categorie interimmers.

Oproep tot dialoog

Leo Witvliet sloot de dag af met een aantal bespiegelingen. Hij maande HR afdelingen meer in HRD termen te denken en daar de ontwikkeling van extern talent bij te betrekken. En hij riep op tot een blijvend gesprek tussen de verschillende belanghebbende in de interimmarkt: opdrachtgevers, bemiddelaars en interimmers. Een gesprek waar we hier op ZiPconomy natuurlijk graag ruimte voor willen geven.

Het rapport van Han Mesters, waarin de presentaties van Mesters en Van Dijk uitgebreid beschreven staan (ondersteunt door cijfermateriaal en onderzoeken uit het buitenland) geeft in ieder geval een mooi overzicht en voldoende stof tot nadenken en verder onderzoek. Het is hier op de site van ABNAMRO te downloaden.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | 4s Reacties

2011: Trends en thema’s voor organisaties en hun externen

Organisaties denken weer aan groei. Extra personeel. In toenemende mate ingevuld door flexibele contracten. Wat zijn voor organisaties die (veel) met externen werken voor 2011 de trends en thema? Na vergelijkbare overzichten over de interim-professionals en de bemiddelingsbureaus hierbij het sluitstuk van dit drieluik. Wederom een voorzet.

Trends

Het dieptepunt van de economische crisis lijkt in 2011 wel achter de rug. Het risico van een dubbele dip blijft aanwezig. In de meeste sectoren wordt weer gedacht aan groei, ook qua menskracht. Gevolg van de scherpe crisis is dat een groeiend deel van die menskracht zal bestaan uit allerlei vormen van flex. Tijdelijke contracten, pay-rolling, detachering, contracten met zelfstandige interim professionals. Organisaties willen het. Uit kosten overweging, voor de flexibiliteit, voor ‘just in time’ human resources, om snel te kunnen reageren op nieuwe trends en nieuw diensten.

Veel professionals willen het. Voor de vrijheid, voor de focus, om het ‘nieuwe werken’ optima forma te kunnen invullen, voor eigen regie op werk, tijd & plaats. De relatie tussen Zelfstandige Interim Professionals (zippers) en organisaties wordt sterker en langduriger. Daarmee wordt het verschil tussen vaste en tijdelijke medewerkers steeds kleiner.

De combinatie van weer enig economisch herstel en relatieve, maar tijdelijk, rust op de arbeidsmarkt is een uitstekend moment voor organisaties om na te denken over die groeiende flexibiliteit. En actie te ondernemen. Welke thema’s bij organisaties spelen, is afhankelijk van hoe ver ze zijn met hun beleid rond flexibiliteit.

Thema’s

a.         Grip op inhuur

Veel organisaties hebben de afgelopen jaren goed grip gekregen op de inhuur processen van het flex-personeel op operationeel niveau. Vaak door dat te organiseren via uitzendbureaus of andere externe oplossingen. De grip op de inhuur van externe professionals blijft nog achter. Het lijnmanagement wil bij ‘inhuur’ de macht houden, HR richt zich liever op het vaste personeel en bemoeit zich vaak niet met inhuur.

In een markt die nu nog een ‘kopersmarkt’ is, lijkt dit het moment om dat te doorbreken. Om als organisatie zicht te krijgen op de inhuur van professionals, om inkoop- en instroomprocessen (o.a. contractmanagement, goede VAR controle en registratie) te verbeteren. Door zelf meer centrale regie te pakken, al dan niet met externe oplossingen als MSP’s (Managed Service Providers). De volumes mogen dan vaak lager zijn dan bij uitzendkrachten, de tarieven en het belang van deze externe professionals rechtvaardigt die inspanning en een andere benadering dan bij uitzendkrachten.  Belangrijk wel om dit niet allen vanuit het  ‘inkoop’ perspectief aan te pakken. Uit onderzoek van Jaap Schaveling blijkt dat dat een negatief effect heeft op de kwaliteit van de ingehuurde interimmers. Een kwalitatieve ‘grip op inhuur’ vergt kennis en betrokkenheid vanuit verschillende disciplines: inkoop, legal, HR, finance, ICT. Met de lijn als klant en het bestuur (met visie) als opdrachtgever.

b.         Strategisch beleid externen

Het werken met externen was voorheen vaak een negatieve, ad hoc keuze. Dat is veranderd. Voor een groeiend aantal organisaties is het werken met externe professionals een bewuste keuze. Bij een bewuste keuze voor het werken met externen past ook beleid. Een beleid dat verder gaat dan sec een effectief en efficiënt inkoopproces. Een strategische personeelsplanning waarin ook de behoefte aan externen is verwerkt. Employer branding die ook gericht is op het aantrekken van de beste externen. Een kwalitatieve aanpak van de werving & selectie. Een goede en warme ‘onboarding’, heldere opdrachtformulering, transparant betalingsgedrag, procesbewaking, feedback, kennisborging, procesbewaking, sturen op afronding en overdracht van de opdracht. Het past bij een ‘goed opdrachtgeverschap’ en het optimaal gebruik maken van externen.

c.         Externen als partners

Zo langzamerhand is het bewustzijn wel geland dat personeel niet als kostenpost op de verlies & winstrekening van een organisatie thuis hoort, maar als een ‘bezit’ op balans. Een (figuurlijk) bezit dat je moet koesteren.  Dat geldt ook voor externen, zeker wanneer een organisatie daar bewust over een langere periode met regelmaat mee werkt (de ‘near employees’, zoals Piet-Hein de Sonnaville van Atos dat noemt). Stappen maken naar het ‘vinden, volgen en verbinden‘. Partnership vergt wederzijds inzicht en begrip in elkaars drijfveren, motieven, financiële belangen. Dat inzicht kan leidden tot een duurzame samenwerking. Met externen, met bureaus. Een samenwerking die vaak ook nog goedkoper is!

Ik ben benieuwd naar uw visie over de trends en thema’s van 2011 en/of u zich in het bovenstaande herkent.

 

(De afgelopen twee weken verscheen in deze reeks een vergelijkbare artikel over de trends en thema’s voor de Zelfstandige interim Professionals [klik hier] en voor de Bemiddelingsbureaus [klik hier]).

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | 5s Reacties

Kent u de X-factor van uw onderneming? Doe mee aan onderzoek en ontvang gratis persoonlijk benchmark.

In 2007 en 2008 heeft de Universiteit Utrecht belangrijk onderzoek verricht naar de succesfactoren van zelfstandig ondernemers. Naar aanleiding van die resultaten is de Universiteit Utrecht nu begonnen met een grootschalig vervolgonderzoek. Dit onderzoek probeert nog scherper de succesfactoren van zelfstandig ondernemers in kaart te brengen. Wanneer u, als zelfstandig ondernemer, ook benieuwd bent naar de succesfactoren van ondernemingen zoals de uwe. Of als u de prestaties en kerncompetenties van uw onderneming wilt vergelijken met andere zelfstandige ondernemingen, dan kunt u nu deelnemen aan dit vervolgonderzoek. Het enige wat u hoeft te doen is eenmalig een internetenquête in te vullen. Dit kost u ongeveer 15 minuten.

Als tegenprestatie voor het invullen van deze enquête ontvangt u als ondernemer per email een uitgebreid ‘benchmark’ rapport (enkele A4-tjes) over u en uw onderneming. In dit rapport staan uw eigen scores op de succesfactoren en scores van vergelijkbare zelfstandig ondernemers. Zo krijgt u een scherp beeld waar u staat en op welke wijze u uw ondernemerschap kunt versterken.

Ga voor de vragenlijst naar:  http://www.surveymonkey.com/s/succesvolondernemen

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | 3s Reacties

ZZP markt is toe aan innovatieve arbeidsverhoudingen

Goede arbeidsverhoudingen tussen opdrachtgevers en zelfstandigen zijn essentieel voor de concurrentiekracht van Nederland. Dat vergt vernieuwing in die samenwerking en aanpassing van wet- en regelgeving. En een vrijplaats om ideeën uit te wisselen zonder vast te houden aan oude structuren en belangen.

Mobiliteit tussen werknemerschap en ondernemerschap van toenemend belang

Sociale vernieuwing staat voor mij gelijk met innovatieve arbeidsverhoudingen die horen bij de kenniseconomie. Dan moet je dus denken aan arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid die de juiste balans vormen tussen de belangen van opdrachtgevers en die van de zelfstandige professionals die die opdrachten uitvoeren. Naar mate we daar beter in slagen, krijg je vanzelf meer innovatie, een gezond ondernemersklimaat en een goede persoonlijke ontwikkeling. Zo’n situatie tref je niet overal aan; er zijn grote verschillen tussen bedrijfstakken en soms zelfs daarbinnen.

Wat we weten is dat bij economische tegenwind ontslagen worden voorkomen door het niet meer of minder contracteren van zelfstandigen. Maar voor de meeste  bedrijven geldt echter dat om te kunnen meedoen in de mondiale competitie ze afhankelijk zijn van een goed werkende arbeidsmarkt met een hoog percentage goed opgeleide professionals. Niet de contract vorm waarmee je werkt zou bepalend moeten zijn. Concurrentiekracht als geheel wordt bepaald door de snelheid waarmee de kennis en ervaring die wordt opgedaan bij innovatieve projecten ook weer door de betrokken professionals – werknemers en zelfstandigen – wordt gedeeld. Mobiliteit tussen het werknemersschap en het ondernemersschap wordt van toenemend belang.  Maar de realiteit is dat die overgang vaak niet soepel verloopt.

Groei zelfstandigen als emancipatiebeweging

Het is vreemd dat de groei van het aantal zzp’ers zo weinig wordt gezien als een emancipatiebeweging van zelfbewuste mensen die hun eigen weg kiezen. Negatieve connotaties als ‘dwangzelfstandige’ onder de dreiging van ontslag en ‘nepzelfstandigen’ en ‘de uitwassen van flex’ voeren te vaak de boventoon.

Zzp’ers zijn allerminst weggooiwerknemers of nepzelfstandigen. Hun betekenis neemt met de dag toe. Daarom is het ook van belang om goed in kaart te krijgen welke bestaande wet en regelgeving op dit moment de flexibiliteit en de mobiliteit van vakmensen belemmert en welke nieuwe arrangementen er kunnen worden bedacht om daar verandering in te brengen.

Rol bemiddelingsbureaus niet altijd dienstbaar aan zelfstandigen

Vernieuwen betekent ook dat je bereid moet zijn samen met anderen ‘out of the box’ te denken zonder je meteen iets aan te trekken van lopende afspraken en bestaande belangen.  Daartoe moet je dus een soort ‘vrijplaats’ inrichten waar nieuwe concepten uitgedacht worden die niet meteen onmogelijk lijken omdat de bestaande regels anders zijn. Wat mij betreft komt dan ook de rol en de positie van de bemiddelingsbureaus aan de orde omdat die soms niet erg dienstbaar zijn aan de belangen van de zelfstandige vakmensen die ze ‘bemiddelen.’

ZiPconomy als vrijplaats van ideeën

ZIPcomony kan zo’n vrijplaats  zijn. Waar mensen ‘out of the box’ kunnen denken en ideeën uitwisselen om tot nieuwe inzichten te komen voor sociale innovatie waar vakmanschap, kennis en de toegevoegde waarde van professionals voorop staat. Zonder vast te houden aan oude structuren en belangen.

Geplaatst in ZP en Ondernemen, ZP en Politiek | Tags , , , , | 8s Reacties

Organisatie & Flexibiliteit: Van “binden en boeien” naar “vinden, volgen en verbinden”

In 1980 zat 82% van de arbeidspopulatie gemiddeld 15 jaar bij dezelfde werkgever. In 2010 zat 59% van de arbeidspopulatie gemiddeld 4 jaar bij dezelfde werkgever. Long life employment bestaat niet meer. Medewerkers en ook professionals hechten aan hun vrijheid, wisselen graag van leeromgeving en zitten derhalve korter op één plek en korter bij één werkgever. Met wat aftrek voor inactieven op de arbeidsmarkt is ruim 30% via een tijdelijke functie, een zelfstandige positie, een tijdelijk contract of via een flexorganisatie aan het werk. Deze arbeidscarrousel vraagt om een nieuwe manier van werkgeven. Binden en boeien is een utopie, het is effectiever om te vinden, volgen en verbinden.

Het flexibele legioen kent inmiddels een stevige omvang en complexiteit

Organisaties kunnen niet meer om inhuur en flexibilisering heen. In 2009 werd er officieel voor 1,3 miljard euro bij de overheid aan externe inhuur gerealiseerd, waarvan aan uitzendwerk 815 miljoen, voornamelijk vanwege pieken, ziekte en projecten (tijdelijk werk). Van de 1,3 miljard ging 180 miljoen op aan management- en organisatieadvies, waarvan 25 miljoen aan interim management, 57 miljoen aan organisatieadvies, 77 miljoen aan beleidsadvies en 20 miljoen aan communicatieadvies. Los van de vraag of deze getallen correct zijn, is duidelijk dat inhuur aan volume en dus aan belang is toegenomen. Binnen grotere organisaties heeft het flexibele legioen inmiddels de omvang en complexiteit van een middelgrote onderneming. Het optimaal organiseren van instroom en management van deze groep is vanuit HR-perspectief dan ook hard nodig.

Niet alleen de omvang neemt toe, maar ook het belang

Arbeidsmarktspecialist Bas van de Haterd stelt: ‘er wordt steeds meer gepraat over een flexibele schil, de medewerkers aan de rand, terwijl steeds meer organisaties eigenlijk werken met een flexibele kern. Vaak zijn het kenniswerkers die flexibel zijn, zelfstandige professionals in het hart van de organisatie. Belangrijke IT’ers die helemaal niet meer op de loonlijst staan,interim marketing managers die de strategie helpen uitzetten of interim recruiters die de recruitmentstrategie bedenken en uitzetten’.

Deze ontwikkeling wordt bevestigd door een aantal grote bedrijven. KPN bijvoorbeeld, is voor complexe projecten steeds meer afhankelijk van specialisten die niet in dienst zijn van KPN, veelal ZZP’ers. KPN realiseert zich dat het goed zou zijn voor KPN om deze mensen in vaste dienst te hebben. Zij willen echter niet in vaste dienst treden. In het FD van 22 december jl. spreekt Hein Knaapen, HR directeur KPN over: “…Flexkracht is meer dan een wondermiddel, het is de motor van ons economisch succes. Als we de werknemer werkelijk als volwaardige partner in onze moderne arbeidsorganisatie zien, laten we hem meebewegen in de flexibiliteit en de slagvaardigheid die nodig zijn voor economisch succes.”

Organisaties zijn niet georganiseerd flexibel

Terwijl de trend van flexibilisering steeds meer manifest  wordt, zijn veel organisaties hier nog niet optimaal voor ingericht en heerst er een negatief sentiment omtrent inhuur. HR vindt in veel gevallen dat zij geen probleemeigenaar zijn van inhuur externen. In 99% van de visionstatements van organisaties staat echter toch; “onze mensen maken het verschil en onze mensen zijn onze belangrijkste assets”.  Als 20% tot 30% van je organisatie bestaat uit een flexibele buitenwacht dan dient HR dé regisseur te zijn. Op welke mate van flexibiliteit wil je als organisatie gaan sturen, maar ook: hoe zorgen we dat ook de ingehuurde kracht voor ons kiest, hoe sturen we op zijn kwaliteit, hoe borgen we de bedrijfs- / organisatiewaarden als er steeds meer externen in dienst zijn? Het gaat om immers om borging en verbetering van continuïteit.

Een integrale personeelsplanning inclusief externen is essentieel

Het contact met de externen moet en kan veel intensiever dan het nu is. Het is van belang de binding te verdiepen en te verlengen. In beide richtingen. Als je flexmedewerkers ziet en behandelt als klanten, kun je veel van ze terugkrijgen. Als je de mensen die vandaag de dag waarde toevoegen aan je organisatie kunt vasthouden, ontstaat er geen “braindrain zgn. verlies van kennis” op het moment dat ze weer uitvliegen, ook al zijn ze tijdelijk. Daarnaast is het van belang om te allen tijde als organisatie bewust de keuze te maken om iemand in te zetten vanuit de pools voor management development, leeftijdsbewust personeelsbeleid, re-employment, talentmanagement of op tijdelijke basis.  Vanuit deze optiek is  een integrale personeelsplanning inclusief externen dus essentieel.

ASML is er tijdens de recente crisis achter gekomen hoe belangrijk de up-to-date marktkennis is van de specialisten uit haar flexibele schil. Door de enorme vraaguitval als gevolg van de recessie, is er door ASML afscheid genomen van specialisten uit de flexibele schil. Dit is echter op een zodanige wijze gedaan dat deze specialisten zonder twijfel een volgende keer weer graag deel willen uitmaken van die schil. Waarom? ASML biedt de meest interessante projecten in hun expertise en die projecten geven deze specialisten de mogelijkheid met vakgenoten te werken die gedreven worden door passie voor hun vak.

Inkoop heeft de macht

Zo strategisch als ASML omgaat met hun flexibele schil, kom je in het algemeen nog niet tegen. Zeker niet bij de overheid. Inhuur externen is een inkoopvraagstuk, waarbij procedureel langs de juiste (aanbestedings-) regels correct moet worden ingekocht. Flexwerker-vriendelijk? hoezo? Hij meldt zich maar aan bij een anonieme, niet klant- en servicegerichte marktplaats, waarbij in de meeste gevallen ook nog eens overduidelijk het selectiecriterium de prijs is. We zetten de inhuur achter een broker (contractmanagementleverancier), dan zijn we ook nog eens van het juridische risico af. En we voeren gelijk wat extra condities door zoals 60 dagen betalen, verplicht 5% besteden aan MVO en boete voor het reizen met de auto. “onze mensen maken het verschil en onze mensen zijn onze belangrijkste assets……”.

HR kan terrein terugwinnen door flexibilisering naar een strategisch niveau te tillen

De traditionele HR functie staat sowieso steeds meer onder druk en veel van die functies zijn door het lijnmanagement overgenomen. Grote bedrijven realiseren zich dat door ’slimmer’ in te kopen enorme bedragen te besparen zijn. Deze besparingen zijn ‘netto’ met andere woorden: er moet enorm veel verkocht worden om het zelfde bedrag aan winst over te houden.Dit betekent dat selectie op prijs steeds belangrijker wordt. Dit botst met de behoefte aan kwaliteit die cruciaal is. HR kan terrein terugwinnen door proberen de juiste balans tussen die twee uitersten te gaan brengen.

Een aantal organisaties heeft inmiddels een inhuurdesk opgezet onder leiding van HR. Een afdeling die bekend is met alle specifieke vraagstukken die samenhangen met alle aspecten van flexibilisering; het screenen, inhuren, belonen, trainen en informeren van ook deze “bijzondere” groep medewerkers. NUON heeft een afdeling Resource Management en bij ING is een afdeling Resource Allocation Management ervoor verantwoordelijk op zo effectief mogelijke wijze de juiste man op de juiste plek te krijgen. Zij stemmen met de afdeling inkoop af dat die de borging regelt wat betreft de kosten van de inhuur, de condities waaronder dat gebeurt en de arbeidsrechtelijke zaken. Deze bedrijven weten inmiddels dat het volgen, vinden en verbinden van deze groep ondernemende flexwerkers anders werkt dan bij vast personeel en hebben zich daarop ingericht.

Er is behoefte aan een nieuw psychologisch contract

De Grote Recessie zet veel op z’n kop, voor werkgevers, werknemers, en de arbeidsmarkt in zijn geheel. Mensen maken bewustere keuzes, dus ook ten aanzien van hun werk. Aansluitend op de trend van de zelfbewuste werknemer, kiezen meer mensen voor onafhankelijkheid en flexibiliteit. De nieuwe professional is – meer dan zijn jarentachtigbroertje de ‘yup’ – een onafhankelijk individu. Hij (of zij natuurlijk!) ambieert niet per definitie een glansrijke carrière binnen één bedrijf, maar neemt de regie liever zelf in handen en heeft weer andere drijfveren dan alleen geld. De nieuwe yup is kortom een ‘CHIP’: (self-)Conscious Happy Independent Professional. De uitdaging is voor zowel werkgevers als werknemers; hoe sluit je het nieuwe psychologische contract.

( Waar “hij” staat kan ook “zij” gelezen worden) 

Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags , , , , | 1 Reactie

NS lanceert online marktplaats voor de inhuur van ICT professionals

De Nederlandse Spoorwegen heeft een marktplaats gelanceerd voor de inhuur van ICT professionals. De online marktplaats van de NS – één van Nederlands grootste inleners van flexibele arbeid – staat open voor alle leveranciers van flexibele arbeid zoals grote consultancy bedrijven en detacheringbureaus, maar ook ZZP’ers.

Gerard Groten – Directeur P&O Arbeidszaken van de Nederlandse Spoorwegen “Het is ons doel om niet alleen de beheersbaarheid van het inhuurproces te verbeteren om kostenbesparingen te realiseren, maar ook om bij te dragen aan een meer transparante markt van flexibele arbeid. Deze oplossing, die zowel aanbestedingsproof als auditproof is, heeft ons geholpen om dat te doen.”

Het platform vindt u hier en is ontwikkeld door BrightboxHR in samenwerking met TheNextFlex.

Marktplaats: voor en nadelen

De stap van NS past in een reeks organisaties (met name overheid/non-for-profit) die met een marktplaats-concept werken. Een systeem dat zo zijn voor- en nadelen heeft. Klik hier voor overzicht van die voor- en nadelen of voor een nadere toelichting van het marktplaats concept dit artikel van Mark Bassie.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter