Zo kan zzp’er wél. Geldt dat ook voor het UWV? Geplaatst 30 juni 2026 door Hugo-Jan Ruts Een interessante samenloop van zaken. De ene minister die de aftrap afkondigt van de campagne ‘Zo kan zzp’er wél’ en zijn buurman op hetzelfde ministerie die via antwoord op Kamervragen op dezelfde dag bevestigt dat het UWV echt niét met zzp’ers kan werken om de wachtlijsten bij het UWV weg te werken. Hoe zit dat nu? Even de zaken op een rij. Het UWV Bij het UWV spelen twee zaken. De organisatie werkt al sinds jaar en dag met enkele tientallen zzp’ers die daar werken als verzekeringsarts. Daarbij heeft de organisatie te kampen met flinke wachtlijsten. Met het opheffen van het handhavingsmoratorium, nu precies anderhalf jaar geleden, ontstond bij het UWV het beeld dat – binnen de toen geldende kaders – afscheid genomen moest worden van deze groep zzp’ers. Dat werd overigens al in het UWV-jaarverslag van 2023 aangekondigd. Voormalig minister Paul legde dat vorig jaar op basis van Kamervragen al eens uit: “UWV is tot het oordeel gekomen dat inhuur van verzekeringsartsen een groot risico op schijnzelfstandigheid oplevert. Daarom wil UWV-artsen niet langer inhuren als zelfstandigen.” Haar opvolger, minister Vijlbrief, bevestigt dat in antwoord op nieuwe Kamervragen: ja, schrijft hij, het klopt dat UWV vanwege de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) geen zelfstandige verzekeringsartsen meer inhuurt, omdat zij door de aard van het werk eigenlijk werknemers zouden moeten zijn. (cursief door redactie ZiPconomy) En dus werken bij het UWV sinds oktober 2025 geen verzekeringsartsen meer als zzp’er. Overigens hebben alle zzp’ers die als verzekeringsarts werkten bij het UWV een baan aangeboden gekregen. Drieëntwintig hebben daar gebruik van gemaakt, zo laat Vijlbrief weten. Het (her)inzetten van zzp’ers om de forse wachtlijsten bij het UWV weg te werken is, zo schrijft Vijlbrief met zoveel woorden, dus geen optie. Via een detachering (waarbij de arts in loondienst is bij een detacheerder) zou het wel kunnen. Alleen – zo blijkt – kan het UWV geen detacheerders vinden die verzekeringsartsen aanbieden. Tot zover minister Vijlbrief. Afwegingskader Is het werk dat wordt gedaan min of meer hetzelfde als wat mensen in loondienst ook doen? Is de werkende ingebed in de organisatie? Is het een kernactiviteit van de organisatie? Dus vooral ook kijken naar de ‘aard van de werkzaamheden’. Dat het UWV in 2023 tot de conclusie kwam dat dit werk zo niet (meer) door zzp’ers gedaan kon worden, is mogelijk niet zo heel vreemd. Zeker als je even de film terugdraait en bedenkt hoe de toenmalige minister (Van Gennip) in de wedstrijd stond. Zie de eerste versie van de VBAR, waarin zaken stonden als ‘heeft het werk een structureel karakter binnen de organisatie’ en ‘worden de werkzaamheden zij-aan-zij met werknemers in loondienst verricht’. Plus het feit dat destijds het extern ondernemerschap als ondergeschikt criterium werd beschouwd. Het Lijstje van Aartsen We zijn nu drie jaar, twee kabinetten en drie ministers en bovendien een interessante uitspraak (Uber) verder. Een andere politieke lijn, een wet VBAR die voor de helft in de prullenbak ligt, maar ook een gerechtelijke uitspraak die zegt dat ‘hetzelfde werk doen’ niet per se uitgesloten is voor zzp’ers (Uber), zorgen ervoor dat de kaders rond wat wel en niet kan rond inhuur van zzp’ers aan het schuiven zijn. Niet voor niets is er een aangepaste leidraad inhuur zzp van de Rijksoverheid aangekondigd. En net op dezelfde dag als de antwoorden van minister Vijlbrief komt zijn collega minister Aartsen met een eerste stukje van de publiekscampagne ‘Zzp, het kan wél’. De minister van Werk & Participatie maakt er – zoals bekend – graag een punt van dat het inhuren van zzp’ers prima kan, mits je je aan de regels houdt. Interessant om te zien wat daarin onder het kopje “Met deze afspraken kan het wél” als lijstje (van Aartsen) staan: Spreek een concreet resultaat af. Een zzp’er wordt ingehuurd voor een afgebakende opdracht met een helder eindresultaat, niet voor zijn inspanning of beschikbaarheid. Bespreek dus samen wat er af moet zijn en leg het vast. Laat de zzp’er zijn eigen werk sturen. Hoe het werk wordt gedaan en wanneer, bepaalt de zzp’er zelf. Geef de kaders aan, maar stuur niet aan op de manier van werken. Als een zzp’er ziek wordt of op vakantie gaat, is het zijn verantwoordelijkheid dat de opdracht toch afkomt. Of hij een vervanger regelt of de planning aanpast: dat is aan hem. Werk op factuurbasis. Een vast maandelijks bedrag of een wekelijkse uitbetaling past bij loondienst. Een zzp’er factureert per opdracht of afgesproken mijlpaal. Stel een tarief vast dat past bij zelfstandig werk. Een zzp’er betaalt zelf zijn verzekeringen, bouwt zelf een pensioen op en heeft geen recht op loondoorbetaling bij ziekte. Dat vraagt om een tarief dat dat ook mogelijk maakt. Laat een zzp’er zelf het ondernemersrisico dragen. Een echte zelfstandige werkt voor eigen rekening en risico. Hij investeert in zijn eigen middelen en is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het geleverde werk. Als een opdracht niet goed wordt uitgevoerd, herstelt hij dat zelf en draagt hij de eventuele kosten. Dat hoort bij zelfstandig ondernemerschap. Aanvullend Kijk ook verder dan jouw opdracht Ook speelt mee of de zzp’er zich buiten jullie samenwerking om als ondernemer gedraagt. Werkt de zzp’er ook voor andere opdrachtgevers? Heeft hij een eigen logo of website? Spreekt hij naar buiten toe als zelfstandige en dus niet namens jouw bedrijf? Ook dit zijn kenmerken van zelfstandigheid. Kan het UWV hier iets mee? De vraag is: als je naar dit Lijstje van Aartsen kijkt, is het voor het UWV dan nog steeds onmogelijk om zzp’ers in te zetten als verzekeringsarts? Eerst even wat een verzekeringsarts in de regel doet. Hij/zij beoordeelt bij het UWV de medische situatie van mensen die een uitkering aanvragen of ontvangen (bijvoorbeeld WIA, WAO, Wajong of Ziektewet). Via gesprekken, onderzoek en het bestuderen van medische informatie van behandelaars bepaalt de arts welke beperkingen iemand heeft. Dat wordt vastgelegd in een rapportage. Een deel van de taken van verzekeringsartsen kan ook het meewerken aan bezwaarprocedures zijn, of beleidsoverleg met andere disciplines en organisaties. In het Lijstje van Aartsen zien we geen zaken terug als ‘maakt dit werk onderdeel uit van de kernactiviteiten van de organisatie?’ of ‘wordt dit werk ook gedaan door mensen in loondienst?’ Ook niets over de ‘aard van de werkzaamheden’, waar Vijlbrief het wel over heeft. Blijkbaar is dat niet meer relevant. Wat dan wel? We lopen de punten van het lijstje af of te zien hoe je dat – als verzekeringsarts – zou kunnen invullen, in opdracht van het UWV. Spreek een concreet resultaat af. Handel x aantal openstaande dossiers af binnen een bepaalde tijd. Als dat resultaat behaald is, is de opdracht afgelopen. Zet iemand in op bijvoorbeeld een specifiek type dossier. Geen beleidsoverleg, of juist wel daar een project voor doen. Als het maar een een opdracht met een kop en een staart is. En al het klaar is, is het klaar (nee, niet blijven zitten tot je geen zin meer hebt) Laat de zzp’er zijn eigen werk sturen. Hoe het werk wordt gedaan en wanneer, bepaalt de zzp’er zelf. Het UWV heeft ongetwijfeld allerlei procedures en protocollen, maar de uiteindelijke afweging maakt een arts juist ook op basis van de eigen professionele kennis. Als een zzp’er ziek wordt of op vakantie gaat, is het zijn verantwoordelijkheid dat de opdracht toch afkomt. Of hij een vervanger regelt of de planning aanpast: dat is aan hem. Dat is te regelen en/of af te spreken Werk op factuurbasis. Een vast maandelijks bedrag of een wekelijkse uitbetaling past bij loondienst. Een zzp’er factureert per opdracht of afgesproken mijlpaal. Geen vast bedrag, wel per uur. Dat lijkt me sowieso logisch. Of per dossier? Wellicht best ingewikkeld, maar het onderzoeken waard. Als je wilt. Stel een tarief vast dat past bij zelfstandig werk. Een zzp’er betaalt zelf zijn verzekeringen, bouwt zelf een pensioen op en heeft geen recht op loondoorbetaling bij ziekte. Dat vraagt om een tarief dat dat ook mogelijk maakt. Ik weet het niet, maar ik heb zomaar het vermoeden dat de zzp-verzekeringsartsen best een meer dan fatsoenlijk tarief krijgen en dat er alle ruimte is om daar over te onderhandelen (=ondernemerschap). En laat dan ook maar zien die verzekeringen. Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering bijvoorbeeld lijkt me voor een arts best verstandig. Laat een zzp’er zelf het ondernemersrisico dragen. Een echte zelfstandige werkt voor eigen rekening en risico. Hij investeert in zijn eigen middelen en is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het geleverde werk. Als een opdracht niet goed wordt uitgevoerd, herstelt hij dat zelf en draagt hij de eventuele kosten. Dat hoort bij zelfstandig ondernemerschap. Eigen laptop, niet doorbetaald krijgen bij ziekte en vakanties, afspraken maken over dat de opdracht voortijdig beëindigd kan worden bij onvrede over resultaten. Gedraagt de zzp’ers zich – buiten de opdracht – zich als ondernemer? Check om andere opdrachtgevers, eigen bedrijfsnaam, professioneel logo: dat is te doen. Spreekt hij naar buiten toe als zelfstandige en dus niet namens jouw bedrijf? ingewikkeld? Ach waarom, wees transparant over feit dat iemand niet in loondienst is. Conclusie : kan het wel, kan het niet? Kan – met dit hernieuwde afwegingskader – het UWV dus simpelweg weer overgaan tot het inhuren van zzp’ers als verzekeringsarts? Dat lijkt me wat te kort door de bocht. Dat vraagt meer inzicht in de casus en omstandigheden. Het vraagt ook antwoord op de vraag ‘wil je het?’, want: nee, het is niet verplicht om zzp’ers in te huren. Er kunnen allerlei legitieme overwegingen zijn waarom het UWV dit soort werk niet door zzp’ers wil laten doen. Maar stellen dat je voor dit werk per definitie geen zzp’ers kan inzetten, zoals Vijlbrief zegt, lijkt me op zijn minst wel op gespannen voet staan met de lijn van zijn collega Aartsen Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Aartsen, Thierry Aartsen, UWV | 10s Reacties
Landelijk inhuurcongres Bovib: ‘zorgeloos zzp’ers inhuren, het kan wel’ Geplaatst 30 juni 2026 door Arthur Lubbers Een goed gevulde zaal met professionals van inhurende organisaties en brokers/MSP’s tijdens het eerste Landelijk Inhuurcongres van de brancheorganisatie voor intermediairs en brokers (Bovib) op 22 juni 2026 in Leusden bij AFAS. De grote belangstelling is niet verwonderlijk, want er is veel onrust in de markt. “Er komt zoveel wetgeving tegelijkertijd op organisaties af dat het wel een perfecte storm lijkt”, zegt Bovib-voorzitter Saskia Kapper. Kapper begrijpt de onzekerheid in de inhuurmarkt. “Het is een mooi spel, maar niet als tijdens het spel de spelregels zo snel worden veranderd. Dat zet het vertrouwen onder druk”, doelend op de handhaving op schijnzelfstandigheid. Zij ziet dan ook een duidelijk omslag bij inhurende organisaties. “Vijf jaar geleden ging het om de vraag: hoe kom ik aan die schaarse professional, nu is de fundamentele vraag: mag ik wel een zzp’er inhuren?” Bovib-voorzitter Saskia Kapper op het podium Toch heeft de komst van nieuwe wet- en regelgeving volgens haar ook een positieve kant. “Het zorgt voor het volwassen worden van de inhuurmarkt. Het bieden van compliancy is een concurrentievoordeel voor Bovib-leden. Voorheen was de boodschap aan opdrachtgevers ‘vertrouw ons maar’, nu moet je als broker laten zien dat je alles goed hebt geregeld, die compliancy expliciet zichtbaar maken. Want dat bepaalt of de inhurende organisatie met jou in zee wil gaan.” Wtta: waarom, wanneer en voor wie? “Er is echt wat mis op de inhuurmarkt”, stelt Kees van Nieuwamerongen, directeur van de toelatende instantie Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). Volgens hem is de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) dan ook hard nodig. “Er moet een eerlijker speelveld komen, betere bescherming van de werkende en meer transparantie in de keten.” De Wtta treedt op 1 januari 2027 definitief in werking (handhaving vanaf 1 januari 2028). Vanaf dat moment mogen inlenende organisaties alleen nog zaken doen met intermediairs (uitleners) die zijn toegelaten tot de markt. Het toelatingsstelsel raakt dus zowel intermediairs als inleners, legt Patrick Tom (inspectie-instelling Bureau Cicero) uit. “De aanleiding was het advies voor een verplichte certificering van uitzenders in het rapport Roemer om misstanden rondom arbeidsmigranten tegen te gaan. De uitwerking is dat de Wtta voor de hele BV Nederland geldt.” Dat de reikwijdte van het toelatingsstelsel veel groter is dan het oorspronkelijk doel blijkt uit de reacties in de zaal: ‘wij huren IT’ers in tegen tarieven van € 80, er zijn bij ons helemaal geen misstanden. Dit zorgt alleen maar voor meer regeldruk’ en ‘die regelgeving werkt kostenverhogend, is dit niet gewoon het rondpompen van publiek geld?’ Van Nieuwamerongen reageert: “Er is een tendens naar goedkoper en goedkoper. Daar moeten we vanaf. We moeten accepteren dat het vlees duurder wordt (verwijzend naar de berichten over misstanden rondom arbeidsmigranten in de vleessector).” Bovib-voorzitter Saskia Kapper toont begrip, maar is ook kritisch. “Ik begrijp dat hiervoor regels komen, maar ik vind een sectorale aanpak voor de onderkant van de arbeidsmarkt wenselijker.” En zij benadrukt dat het doel van de Wtta alleen bereikt wordt bij goede handhaving, iets waar menig expert in de inhuurmarkt aan twijfelt. Ook incidentele uitleners Hoe dan ook, het toelatingsstelsel raakt alle uitleners en inleners. En niet alleen uitzenders, detacheerders, payrollers en zzp-bemiddelaars moeten zijn toegelaten, ook incidentele uitleners vallen onder dit stelsel, licht Marc Nijhuis (W&RK Advies) toe. Denk daarbij aan marketing- of consultancybureaus of SaaS-leveranciers die een implementatie doen bij een klant. Het geldt voor alle bedrijven die aan terbeschikkingstelling (TBA) onder leiding en toezicht van de inlener doen. “Veel bedrijven zijn zich er helemaal niet van bewust dat zij daaronder vallen”, merkt Nijhuis bij presentaties die hij geeft hierover. “Het is soms alsof ik voor een zaal vol kalkoenen sta en ze vertel dat het morgen Kerst is.” En haast is geboden. Wil een uitlener gebruik kunnen maken van het overgangsrecht (en dus na 1 januari 2028 mogen blijven uitlenen ook al staat hij nog niet in het register), dan moet hij zich tussen 1 november en 31 december dit jaar nog aanmelden voor de overgangsregeling. De uiteindelijke aanvraag voor het toelatingsstelsel moet voor 1 juli 2027 gebeuren. De Wtta brengt de volgende vier verplichtingen mee voor inleners: Vergewisplicht; checken of uitlener in het toelatingsregister staat Verklaring juridisch werkgever; nagaan (in de hele keten) en vastleggen wie de juridisch werkgever is van de flexkracht (ook bij doorlenen) Registratieplicht; in kaart brengen welke externe arbeidskrachten werken onder jouw leiding en toezicht binnen jouw organisatie Informatieplicht; de inlener dient alle informatie over arbeidsvoorwaarden te verschaffen (zodat de uitlener volgens cao gelijkwaardige beloning kan toepassen) “Ook inleners kunnen forse boetes krijgen als zij niet aan deze verplichtingen voldoen”, waarschuwt Van Nieuwamerongen. Lees ook: ‘Het succes van het toelatingsstelsel staat of valt met goede samenwerking’ ‘Bovib-keurmerk dekt heel veel af’ Om te worden toegelaten moeten intermediairs voldoen aan het Wtta-normenkader. Dit is een uitbreiding van het bestaande keurmerk van de Stichting Normering Arbeid (NEN 4400-1). Zzp-bemiddelaars moeten dus ook SNA-gecertificeerd zijn om te worden toegelaten. Lees ook: SNA-keurmerk is uitgebreid met nieuwe modules voor zzp-dienstverlening Uitleners die al over het SNA-keurmerk beschikken zijn al goed op weg om te worden toegelaten. Dat geldt zeker voor Bovib-leden. Het Bovib-keurmerk omvat namelijk zowel het SNA-keurmerk als ISO 9001 (en biedt financiële zekerheid aan inleners). “Het Bovib-keurmerk dekt heel veel af”, zegt Maaike van Driel (HeadFirst Group en actief binnen de Bovib). “Het helpt als je kunt aantonen dat je beheersmaatregelen hebt genomen. Toets tussentijds, neem steekproeven en leg dat vast.” Nog een tip van Van Driel: “Maak alstublieft gebruik van de modelovereenkomsten (van de Bovib). Het is geen garantie, maar heeft alles in zich om het juridisch goed te regelen.” Handhaving schijnzelfstandigheid, hoe werkt dat? En dan is er natuurlijk nog dat andere heikele punt: schijnzelfstandigheid. Bijna alle vertegenwoordigers van inhurende organisaties in de zaal zaten met de prangende vraag; hoe weet ik van tevoren of ik wel of niet een zzp’er kan inzetten? Het antwoord: dat kun je van tevoren nooit met zekerheid zeggen. Ook het inschakelen van een bemiddelaar biedt geen garantie. En vrijwaringsclausules in contracten met intermediairs hebben voor de Belastingdienst geen betekenis. De Belastingdienst beoordeelt een arbeidsrelatie aan de hand van arbeidswetgeving en jurisprudentie, zoals het Uber-arrest en de negen criteria uit het Deliveroo-arrest. De fiscus zal deze gezichtspunten in samenhang (holistisch) beoordelen. Het is dus niet zwartwit; hoewel aard en duur van de werkzaamheden een van de criteria is, kan iemand die al tien jaar voor een opdrachtgever werkt, toch als zelfstandige (buiten dienstbetrekking) worden beoordeeld. Het is overigens aan de Belastingdienst om een zorgvuldig standpunt in te nemen, maar uiteindelijk bepaalt de rechter of iemand een zelfstandige of werknemer is. In principe moet de Belastingdienst per individuele zzp’er de feiten en omstandigheden wegen, iets wat in de praktijk natuurlijk lastig is als er bij een inhurende organisatie tientallen of enkele honderden freelancers over de vloer lopen. Dan zal de Belastingdienst toch proberen deze zzp’ers te clusteren. In het kader van de ‘gedeeltelijke zachte landing’ die vanaf begin dit jaar geldt, deelt de fiscus nog geen verzuimboetes uit, wel vergrijpboetes (bij opzet/grove schuld). Ook begint de Belastingdienst eerst met een (aangekondigd) bedrijfsbezoek voor de weging van de feiten en omstandigheden. De inspecteur zal de opdrachtgever wijzen op de risico’s en mogelijk een waarschuwing geven. Als daar aanleiding voor is, kan de Belastingdienst overgaan tot een boekenonderzoek om vast te stellen of iemand binnen of buiten dienstbetrekking werkt. Om een idee te geven: de Belastingdienst heeft in 2025 842 bedrijfsbezoeken afgelegd en 237 boekenonderzoeken uitgevoerd (dat is minder dan in 2024). Vanaf 1 januari 2027 vervalt de zachte landing en zal de Belastingdienst boetes opleggen als schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld. Voor de werk-/opdrachtgever kan dat grote gevolgen hebben, zoals het betalen van premies werknemersverzekeringen, loonbelasting en premies volksverzekeringen. Zo kun je wel compliant inhuren Richard Jansen, directeur Hinttech Staffing en voorzitter van de werkgroep Kwaliteit, Keurmerk en Legal binnen de Bovib Risico’s op forse naheffingen en boetes bij vaststelling van schijnzelfstandigheid zijn groot, nog afgezien van de claims die de ‘werknemer’ achteraf kan doen. Om toch zorgeloos zzp’ers in te kunnen blijven zetten heeft de Bovib een Afwegingskader opgesteld. Dit is gebaseerd op de Deliveroo-criteria en helpt intermediairs, brokers en opdrachtgevers vooraf objectief te bepalen of een opdracht geschikt is voor een zzp’er of niet. Richard Jansen, directeur Hinttech Staffing en voorzitter van de werkgroep Kwaliteit, Keurmerk en Legal binnen de Bovib, licht dit toe. “Het Afwegingskader geeft inzicht in de mate van (schijn)zelfstandigheid. Door alle plussen en minnen in te vullen krijg je een goed beeld. Het is uiteraard de bedoeling te zorgen voor zoveel mogelijk groene vinkjes. Dat geeft een goede indicatie dat je een zpp’er kan inzetten.” De Bovib biedt meer tools om compliant te werken, zoals de ‘template opdrachtomschrijving’. Ook adviseert de Bovib bij de selectie altijd een ondernemingstoets (check KvK, BTW nr.) en een ondernemerstoets (gedraagt zzp’er zich echt als ondernemer op de markt?) uit te voeren. Daarnaast is een zzp’er een ondernemer die aan een vastomlijnde opdracht werkt met duidelijk gespecificeerde eindresultaten. Daarom is een oplevering en decharge van de afgesproken resultaten aan het einde van het project een essentieel onderdeel van het compliant inhuurproces. Er komt best veel bij kijken, zoals het inhuurbeleid up to date houden en het inregelen van standaardprocessen (templates, dossiervorming). Lastig? De Bovib biedt de training compliant inhuren aan. Het is tenslotte in ieders belang dat organisaties zorgeloos zzp’ers kunnen blijven inhuren. Gelukkig is dat ook de mening van Thierry Aartsen (Minister van Werk en Participatie), zo bleek tijdens het ArbeidsmarktPoort-debat begin deze maand, mede-georganiseerd door de Bovib. Lees ook: Wtta en schijnzelfstandigheid – hoe zit dat en wat moeten inleners ermee? Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags bovib, schijnzelfstandigheid, wtta | Laat een reactie achter
Connie Maathuis (VZN) presenteert standpunt over de Zelfstandigenwet: niet ‘werknemer, tenzij’, maar ‘ondernemer, want’ Geplaatst 30 juni 2026 door Claartje Vogel Als het aan de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) ligt, krijgen zzp’ers een eigen status voor de Belastingdienst. Als zij voldoen aan de voorwaarden van een speciale zelfstandigentoets, krijgen zij die status voor één belastingjaar. Als hun opdrachten daarnaast aan een aantal heldere voorwaarden voldoen, weten hun opdrachtgevers vooraf zeker dat ze geen werkgeverspremies hoeven te betalen. Verdere invulling van de Zelfstandigenwet Dit is een voorstel van VZN als aanvulling op de Zelfstandigenwet, een conceptwetsvoorstel om te bepalen wanneer iemand als zelfstandige mag werken voor een zakelijke opdrachtgever. Minister Thierry Aartsen (Werk & Participatie) werkt momenteel aan dit voorstel. Hij wil daarbij graag inbreng van sociale partners, handhavers en experts zoals zzp-organisaties. “Het is belangrijk dat opdrachtgevers meer zekerheid vooraf krijgen over de arbeidsrelatie”, zegt Connie Maathuis, voorzitter van VZN. “Veel opdrachtgevers zijn namelijk gestopt met de inhuur van zelfstandigen. Niet omdat er geen regels zijn, maar omdat je pas achteraf zeker weet of je voldoet aan die regels in plaats van vooraf.” Voordelen voor zzp’ers, opdrachtgevers en Belastingdienst De Belastingdienst beoordeelt een werkrelatie vanaf 2025 pas nadat er al is gewerkt, legt ze uit. “Daar zit een groot deel van de huidige terughoudendheid bij opdrachtgevers. Met deze uitwerking willen we dit oplossen.” Die uitwerking moet opdrachtgevers voldoende zekerheid geven om echte zelfstandigen in te huren. Verder heeft het ook voordelen voor de Belastingdienst, vertelt Maathuis. “De Belastingdienst krijgt met een status-controle in plaats van een werkrelatie-controle echt veel minder uitvoeringslast”, zegt ze. “Het kost veel meer tijd om per werkrelatie te oordelen of er sprake is van gezag, inbedding of feitelijke uitvoering, dan eens per jaar te bezien of een zelfstandige aan objectieve, controleerbare criteria voldoet. Bovendien is statusfraude concreter en beter te handhaven dan schijnzelfstandigheid.” VZN deelde het uitgebreide voorstel eind mei met de minister. Donderdag sprak voorzitter Connie Maathuis er voor het eerst over met de buitenwereld via het Financieele Dagblad. Niet ‘werknemer, tenzij’, maar ‘ondernemer, want’ Het probleem met het huidige concept-wetsvoorstel is het uitgangspunt, vertelt Maathuis. “Dat is: wanneer is er sprake van werknemerschap? Je bent zelfstandig, zolang je niet als werknemer wordt aangemerkt. Wij draaien dat om.” De vraag moet volgens VZN zijn: wanneer is er sprake van ondernemerschap? Maathuis: “Dus niet ‘werknemer, tenzij’ maar ‘ondernemer, want’. Een eigen vertrekpunt, met een eigen toets en een eigen rechtspositie voor zzp’ers.” Zelfstandigenwet: twee toetsen Het huidige concept van de Zelfstandigenwet bestaat uit een ondernemerstoets, een werkrelatietoets en criteria die verschillen per sector. In de ondernemerstoets zitten eisen voor zelfstandigen, zoals pensioenopbouw en een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. De werkrelatietoets gaat over de specifieke opdracht en de relatie met de opdrachtgever. VZN wil dat dus anders aanpakken. “In de werkrelatietoets zitten toch weer begrippen als inbedding en gezagsverhouding”, zegt Maathuis. “Zulke vage begrippen die te maken hebben met werknemersbegrip leveren geen zekerheid op, maar eindeloze rechtszaken. Een eigen vertrekpunt voor zelfstandigheid biedt juist wel zekerheid.” Openbaar register Er moet een speciaal openbaar register komen waarin staat welke zzp’ers geslaagd zijn voor de zelfstandigentoets. Een opdrachtgever ziet zo wie dat belastingjaar in elk geval de status ‘zelfstandige’ heeft. Als de opdracht vervolgens voldoet aan bepaalde objectieve voorwaarden, weet de opdrachtgever zeker dat hij geen boetes of premies hoeft te betalen voor schijnzelfstandigheid. “Als de opdracht voldoet aan de voorwaarden, is de vrijwaring definitief”, zegt de voorzitter van VZN. Voorwaarden aan de opdracht VZN denkt in elk geval aan voorwaarden zoals vrijheid om ook voor andere opdrachtgevers te werken en geen vast rooster zoals bij een werknemer. Ook mag de zzp’er niet binnen de twee jaar vóór de opdracht bij dezelfde opdrachtgever in loondienst hetzelfde of bijna hetzelfde werk gedaan hebben. Maathuis: “Woorden als feitelijke aansturing, feitelijke inbedding en gezagsverhouding staan bewust niet in deze lijst. Die openen de deur naar de werkinhoudelijke beoordeling van de relatie die we juist willen vermijden.” Rechtsvermoeden, sectorale regels en collectieve afspraken VZN wil kwetsbare werkenden beschermen tegen schijnconstructies met drie maatregelen: harde regels voor bepaalde sectoren waar misbruik vaak voorkomt, ruimte voor collectieve afspraken voor zelfstandigen in een zwakke onderhandelingspositie en het rechtsvermoeden van werknemerschap onder een laag uurtarief (inmiddels goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer). Maathuis: “Het civielrechtelijke werknemersbegrip blijft volledig overeind. Een zzp’er die vindt dat hij feitelijk toch werknemer is, kan dat altijd bij de rechter laten vaststellen.” Werkbaar, uitvoerbaar en minder kostbaar De minister en ambtenaren zijn nog volop bezig met input verzamelen. Maathuis heeft goede hoop dat zij aan de slag gaan met het voorstel van VZN. “Wij denken dat ons voorstel makkelijker uitvoerbaar is dan het huidige plan. De status hangt namelijk aan de persoon, je hoeft dus in principe geen losse opdrachten meer te controleren. De Belastingdienst kan bovendien een groot deel automatiseren met de bestaande infrastructuur en registers.” Tot slot zijn de criteria objectief en vooraf helder toetsbaar, benadrukt ze. “Er is geen sprake van vrije interpretatie of weging. De Toetsingscommissie beoordeelt bezwaren tegen weigering of intrekking van de status. Er is geen nieuwe organisatie of aparte uitvoeringsmachine nodig. Al met al lijkt dit voorstel ons werkbaar, uitvoerbaar en uiteindelijk veel minder kostbaar.” Geplaatst in ZP en Politiek | Tags #zzpdebat, Vereniging Zelfstandigen Nederland, VZN, zelfstandigenwet | Laat een reactie achter
Wet Platformwerk biedt bescherming kwetsbare zzp’ers. Maar impact is veel breder dan dat Geplaatst 29 juni 2026 door Hugo-Jan Ruts Het kabinet heeft een concept-memorie van toelichting gepubliceerd bij het wetsvoorstel Wet Platformwerk. Dit is de Nederlandse uitwerking van de Europese Platformrichtlijn (Richtlijn (EU) 2024/2831), die in oktober 2024 werd aangenomen. Lidstaten zijn verplicht deze richtlijn uiterlijk 2 december 2026 om te zetten in nationale wetgeving. Nederland erkent in de stukken dat die deadline niet meer haalbaar is en streeft naar implementatie zo spoedig mogelijk daarna. Waarom deze wet? De Europese Platformrichtlijn is er na een jarenlange discussie toch gekomen. Een eerdere versie, waarbij vijf concrete criteria zouden gelden voor het rechtsvermoeden van werknemerschap, haalde in 2024 geen meerderheid. In een nieuw akkoord werd besloten dat lidstaten de invulling van die criteria zelf mogen bepalen, zolang het rechtsvermoeden effectief en werkbaar is. Het doel van de richtlijn is drieledig: Makkelijker maken dat de juiste arbeidsrelatie van platformwerkers wordt vastgesteld (via een rechtsvermoeden werknemerschap) Transparantie en menselijk toezicht bij algoritmisch beheer bevorderen, en Informatieverstrekking over platformwerk verbeteren, ook in grensoverschrijdende situaties. Dit doel gaat dus een stuk verder dan sec de ‘kwalificatie’-vraag: is een platformwerker zoals een Uber-chauffeur of een maaltijdbezorger) een zzp’er of niet? Doel 2 en 3 staan daar immers los van. Dat betekent dat de wet ook impact kan hebben op arbeidsmarktdienstverleners in de breedste zin van het woord. Ook als er geen twijfels zijn over de juistheid van de arbeidsrelatie. Het kan dus ook gaan over echte zzp’ers of mensen in loondienst. Voor wie geldt de wet? De wet richt zich op digitale arbeidsplatforms. Dat is een bedrijf of persoon die een dienst verleent die aan vier vereisten voldoet: 1. De dienst wordt minstens gedeeltelijk op afstand verleend via elektronische middelen, zoals een website of app. 2. De dienst wordt verleend op verzoek van een afnemer. 3. De dienst omvat, als noodzakelijk en essentieel onderdeel, de organisatie van werk dat door personen tegen betaling wordt verricht. 4. De dienst omvat het gebruik van geautomatiseerde monitorings- of besluitvormingssystemen. Alleen als aan alle vier de punten aanwezig zijn, valt een platform, of dienstverlener die grootschalig gebruik maakt van technologie onder de wet. De reikwijdte en impact van de Wet Platformwerk ligt met name bepaald worden door het derde en vierde criterium. Een bedrijf dat slechts bijkomstig werk organiseert, valt er niet onder. De memorie van toelichting geeft het voorbeeld van een webshop die huishoudelijke apparatuur verkoopt en als bijkomende service installatie aanbiedt via een lokale monteur. Omdat de installatie niet het kernproduct is, wordt dit bedrijf waarschijnlijk niet als digitaal arbeidsplatform aangemerkt. Platforms die het werk niet organiseren maar alleen de middelen bieden waarmee aanbieders klanten kunnen bereiken, vallen eveneens buiten de definitie. Denk aan advertentieplatforms die enkel dienstverleners en eindgebruikers bij elkaar brengen zonder verdere bemoeienis. Uitzendbureaus, zzp-intermediairs en tussenbureaus Voor de gehele intermediair sector, maar ook sommige detacheerders en consultancybureaus, ligt dit het punt ‘val ik onder deze wet of niet’ ingewikkelder. Voor deze uitzendbureaus en andere (intermediaire dienstverleners) geldt dat de arbeidsbemiddeling rechtstreeks via een digitaal kanaal moet plaatsvinden én dat gebruik wordt gemaakt van geautomatiseerde monitoring- of besluitvormingssystemen. Een app die alleen urenregistratie en salariëring toont, kwalificeert daar niet als zodanig. Een bureau (uitzend of zzp, dat maakt niet uit) dat voor werving, selectie, tarief of salarisbepaling, contractering (opstellen/overeenkomen van contract) en/of communicatie zwaar leunt op technologie en AI, valt al een stuk sneller onder de doelen van de wet (doel b en c). Ook als er geen twijfels zijn over de juistheid van de arbeidsrelatie (doel a). In de meest geavanceerde VMS en ATS systemen in toenemende mate AI tooling zit die ‘besluiten’ nemen en autonoom communiceren met de werkenden (chatbots). Dat maakt dan ook ‘gewone’ intermediairs mogelijk nu al, of in de toekomst waar gebruik van AI steeds meer standaard wordt, onder de wet vallen. Dat geldt ook voor de dienstverleners dit tussenpersoon werken. Platformwerkers die niet rechtstreeks een contract hebben met het platform maar met een tussenpersoon (zoals een uitzendbureau, broker of onderaannemer), genieten dezelfde bescherming als degenen die direct voor het platform werken. Een uitleg wat nu de precieze regels en verplichtingen worden: Het rechtsvermoeden van werknemerschap De wet introduceert een ‘weerlegbaar rechtsvermoeden’ van werknemerschap. Dat betekent: als een platformwerker aan ten minste twee van vijf criteria voldoet, wordt de arbeidsrelatie vermoed een arbeidsovereenkomst te zijn. Het is dan aan het platform om te bewijzen dat dit niet zo is. De vijf criteria zijn: Het platform bepaalt of beïnvloedt de hoogte van de vergoeding. Het platform bepaalt de verdeling of toewijzing van opdrachten. Het platform houdt toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden. Het platform beperkt de vrijheid om opdrachten te aanvaarden of te weigeren, ook via sancties. Het platform legt specifieke bindende regels op aan de werkende over uiterlijk, gedrag of uitvoering van het werk. Het rechtsvermoeden verandert de kwalificatie van arbeidsrelaties niet. Het verlaagt wel de drempel voor platformwerkers om een arbeidsovereenkomst te claimen, doordat de bewijslast na een geslaagd beroep op het vermoeden verschuift naar het platform. Dit lijkt dus erg op het wet rechtsvermoeden bij laag tarief die vanaf 1 januari 2027 geldt voor de inzet van zzp’ers. Het rechtsvermoeden platformwerk geldt voor de civiele rechter en voor de Arbeidsinspectie bij handhaving van de Wet minimumloon. Het wordt – net als bij het rechtsvermoeden laag tarief – geen handhavingsinstrument van de Belastingdienst of UWV. Regels rond algoritmisch beheer Een – voor ZiPconomy lezers (zie uitleg hierboven)- waarschijnlijk relevanter onderdeel van de wet is het breed opgezette deel over over het gebruik van algoritmes. De wet legt platforms verplichtingen op rondom geautomatiseerde monitoring- en besluitvormingssystemen: Verboden verwerkingen. Platforms (of althans bedrijven die volgens bovenstaande criteria als platform gezien worden) mogen bepaalde persoonsgegevens niet verwerken via geautomatiseerde systemen. Denk aan gegevens over de emotionele toestand van een werkende, of het afleiden van informatie over ras, geloofsovertuiging of seksuele geaardheid. Ook mogen er geen gegevens worden verzameld buiten de momenten dat de werkende daadwerkelijk platformwerk aanbiedt of uitvoert. Onduidelijk is hierbij in hoeverre evaluaties van opdrachten hier dan ook onder vallen Gegevensbeschermingseffectbeoordeling. Platforms moeten altijd een privacyeffectbeoordeling (DPIA) uitvoeren bij gebruik van geautomatiseerde systemen. De standpunten van platformwerkers en hun vertegenwoordigers moeten daarin worden betrokken. De beoordeling moet worden gedeeld met de ondernemingsraad. Platforms zijn verplicht platformwerkers, hun vertegenwoordigers en bevoegde autoriteiten te informeren over het gebruik van geautomatiseerde systemen. Dit moet proactief en op begrijpelijke wijze, met name bij aanvang van de werkrelatie en bij substantiële wijzigingen. Menselijk toezicht. Platforms zijn verplicht minimaal eens per twee jaar een evaluatie uit te voeren van de impact die geautomatiseerde systemen hebben op platformwerkers. Bovendien mogen beslissingen over het beperken, schorsen of beëindigen van een account of overeenkomst uitsluitend door een mens worden genomen, ook als een geautomatiseerd systeem die beslissing voorbereidt. Uitlegrecht en herziening. Platformwerkers hebben recht op uitleg bij besluiten die zijn genomen of ondersteund door geautomatiseerde systemen. Bij besluiten die gevolgen hebben voor hun overeenkomst of account, moet het platform een schriftelijke motivering geven en heeft de werkende het recht om herziening te vragen. Het platform moet binnen twee weken schriftelijk reageren. Ook hier geldt weer: de impact van deze punten kan fors zijn voor dienstverleners die zich wellicht geen ‘platform’ voelen, maar mogelijk wel zo gezien worden. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houdt toezicht op deze privacygerelateerde onderdelen van de wet en kan boetes opleggen tot 20 miljoen euro of 4% van de wereldwijde jaaromzet, conform de AVG. Verplichte en afgeschermede ommunicatiekanalen Een laatste verplichting is dat het verplicht wordt om communicatiekanalen in te richten waar platformwerkers privé en veilig met elkaar en met hun vertegenwoordigers kunnen communiceren. Het platform zelf mag geen toegang hebben tot die communicatie (over dit punt binnenkort meer). Wat nu? Het concept-wetsvoorstel ligt nu voor via een internetconsultatie. Iedereen, dus ook brancheverenigingen, uitzendbureaus, platforms en individuele werkenden, kan reageren. Niet zozeer de regels en verplichtingen zelf, maar de definities die bepalen welke dienstverleners onder deze richtlijn vallen of niet, zal in deze fase naar verwachting de nodige aandacht krijgen. Na deze consultatiefase stelt het kabinet een definitief voorstel op, waarna de Raad van State advies uitbrengt en het voorstel naar de Tweede Kamer gaat voor behandeling. De regering erkent dat de Europese implementatiedeadline van 2 december 2026 niet meer haalbaar is en streeft naar zo spoedig mogelijke invoering daarna. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags EU richtlijn platformeconomie, Wet Platformwerk | Laat een reactie achter
Interim HR-professional weet wat hij wil: goede afspraken, ruimte voor expertise en duidelijkheid Geplaatst 29 juni 2026 door Claartje Vogel “Een goede opdrachtgever geeft me vrijheid om mijn professionaliteit in te zetten, daar ben ik per slot van rekening voor ingehuurd.” Interim HR-professionals denken er vrijwel allemaal zo over, blijkt uit een recente enquête van platform ZiPconomy en recruiter Compagnon. Uit de vragenlijst blijkt dat zij vrijheid, mandaat en ondersteuning beschouwen als de belangrijkste onderdelen van goed opdrachtgeverschap. Ervaren HR-professional wil ruimte voor vakmanschap De meerderheid van de respondenten werkt als zelfstandig HR-professional, HR- of recruitmentmanager of HR-directeur. Het betreft een zeer ervaren doelgroep: ruim 40 procent van de deelnemers is al langer dan tien jaar actief als zelfstandige, ongeveer 35 procent werkt tussen de een en vijf jaar als interim-professional. Zij willen dan ook serieus genomen worden, blijkt uit de resultaten. Hun belangrijkste voorwaarde voor een goede samenwerking is een heldere opdrachtomschrijving met ruimte om hun vakmanschap in te zetten. Interim-professionals willen behandeld worden als gelijkwaardige partners met specifieke expertise. Behoefte aan duidelijke doelen Om hun werk goed te doen, hebben zij behoefte aan een scherpe opdrachtomschrijving met duidelijke probleemstellingen, doelen en gewenste resultaten. Daarbij moeten opdrachtgevers de professionaliteit, autonomie en het ondernemerschap van de interimmer respecteren. Heel herkenbaar, vindt Monique van den Hoogen, senior consultant bij Compagnon en verantwoordelijk voor HRexecutives.nl. Volgens Van den Hoogen weten ervaren interim-professionals dat onduidelijkheid aan de voorkant vrijwel altijd leidt tot problemen. “Zo sprak ik onlangs een interim HR-directeur die na twee gesprekken afhaakte bij een interessante opdracht. Niet vanwege de inhoud, maar omdat tijdens de gesprekken bleek dat er binnen het bestuur geen overeenstemming was over de opdracht.” Lees ook: Interim HR-professional nog steeds matig gestemd over de markt, maar verwacht verbetering. ‘De markt vraagt om interim van hogere kwaliteit’ Randvoorwaarden: tarief, contract en communicatie Verder moeten de randvoorwaarden kloppen. Een fatsoenlijk tarief, een goed en zorgvuldig contract en tijdige betaling staan hoog op de prioriteitenlijst. Ook communicatie en transparantie zijn essentieel, vinden respondenten. Zij noemen wederzijdse transparantie, regelmatige afstemming over de voortgang en eerlijkheid over interne belangen als voorwaarden voor een geslaagde verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Goed opdrachtgeverschap is echt iets anders dan goed werkgeverschap. De respondenten hechten nauwelijks waarde aan zaken als evaluatie achteraf en de mogelijkheid om opleidingen te volgen via de opdrachtgever. De praktijk: gelijkwaardig partnerschap Een belangrijk onderdeel van goed opdrachtgeverschap is een gelijkwaardige relatie. Volgens de meeste professionals is daar ook echt sprake van in hun huidige of meest recente opdracht. Op een schaal van 1 (ongelijkwaardig) tot 5 (volledig gelijkwaardig) geeft bijna de helft (48%) de relatie een 4 en 20 procent zelfs een 5. Lees ook: Zes redenen waarom organisaties moeite hebben met het vinden van interim professionals Matige on- en offboarding Hoewel interimmers korter blijven dan vast personeel, is ook voor hen een goede onboarding belangrijk om snel aan de slag te kunnen. Daar valt nog een hoop te verbeteren. Het onboardingproces scoort bij ruim een derde van de interim-professionals ‘matig’ of ‘onvoldoende’. Interimmers missen snelle toegang tot de juiste systemen en documenten en een goede introductie bij collega’s. Ook de offboarding en evaluatie achteraf scoren overwegend ‘matig’ (50%). Goed opdrachtnemerschap Een goede werkrelatie is tweerichtingsverkeer, weten de interim HR-professionals. Daarom is het ook hun eigen verantwoordelijkheid om te zorgen voor heldere communicatie en verwachtingsmanagement. Dat betekent voortgang rapporteren, knelpunten of risico’s tijdig signaleren en afspraken nakomen. Volgens hen betekent goed opdrachtnemerschap: professionaliteit, betrouwbaarheid en resultaatgerichtheid. Verder is een goede interimmer integer, flexibel en erop gericht om de organisatie beter achter te laten dan bij aanvang. Meer dan de helft gebruikt AI-tools Tot slot blijkt uit de enquête dat interim HR-professionals al volop gebruikmaken van kunstmatige intelligentie (AI). Meer dan de helft (59%) gebruikt eigen AI-tools en houdt de opdrachtgever hiervan op de hoogte. Nog eens ruim 20 procent gebruikt eigen AI-tools maar bespreekt dit niet actief. Een kwart (24%) gebruikt AI-tools van de opdrachtgever. Lees ook: Interim-tarieven stijgen, maar de oorzaak is niet wat je denkt Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags enquête, goed opdrachtgeverschap, goed opdrachtnemerschap | Laat een reactie achter
Driekwart zzp’ers werkt via intermediair door angst opdrachtgever Geplaatst 26 juni 2026 door ZiPredactie Steeds meer zelfstandigen werken niet uit vrije keuze via een intermediair. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Vereniging ZZP Nederland onder ruim 1.350 zelfstandig ondernemers. Bijna driekwart van de respondenten geeft aan dat zij meestal of altijd via een intermediair werken omdat de opdrachtgever dat verlangt of zelfs eist. Volgens de vereniging laat dit zien dat opdrachtgevers nog altijd onzeker zijn over het rechtstreeks inhuren van zzp’ers. Opdrachtgevers bang voor schijnzelfstandigheid Van de ondernemers die via een intermediair werken, zegt 41,3% dat dit altijd een eis van de opdrachtgever is en 32,5% dat dit meestal door de opdrachtgever wordt verlangd. Bij elkaar 73,8% van de respondenten. Slechts een kwart kiest dus uit eigen beweging voor een intermediair. Voorzitter van Vereniging ZZP Nederland, Frank Alfrink: “Steeds meer opdrachtgevers durven zelfstandigen niet meer rechtstreeks in te huren. Niet omdat zij geen zzp’ers willen inzetten, maar omdat zij bang zijn voor de risico’s rondom schijnzelfstandigheid.” Lees ook: Auditdienst Rijk sluit zzp’ers met BV uit bij aanbesteding interim-opdrachten Zzp’ers lopen opdrachten mis De gevolgen zijn inmiddels duidelijk zichtbaar. 40,3% van de ondervraagde zelfstandigen geeft aan het afgelopen jaar een opdracht te zijn misgelopen omdat zij niet rechtstreeks konden worden ingehuurd. Ook werkt inmiddels 30,9% van de respondenten sinds de strengere handhaving van de Wet DBA vaker via een intermediair dan voorheen. Intermediair geen toegevoegde waarde Opvallend is dat de belangrijkste reden om via een intermediair te werken niet ligt in de dienstverlening van de intermediair zelf. Bijna de helft (48,7%) noemt als belangrijkste voordeel dat een intermediair toegang biedt tot opdrachten die anders niet bereikbaar zijn. Tegelijkertijd vindt 25,9% dat een intermediair helemaal geen toegevoegde waarde biedt. Ook in de open antwoorden komt een duidelijk beeld naar voren. Zo schrijft een respondent: “Ze bieden voor mij geen meerwaarde. Voor mijn werk een noodzakelijk kwaad omdat opdrachtgevers niet rechtstreeks met zzp’ers durven werken.” Een andere ondernemer zegt: “Opdrachtgevers moeten vanwege angst voor de Wet DBA vaak via een tussenpersoon werven.” Lees ook: Het zzp-dossier: de stand van de zaken voor de zomer Opdrachtgevers zoeken zekerheid Volgens Vereniging ZZP Nederland laat het onderzoek zien dat de onzekerheid rondom schijnzelfstandigheid nog altijd grote gevolgen heeft voor de arbeidsmarkt. Alfrink: “Opdrachtgevers zoeken zekerheid en kiezen daarom steeds vaker voor een extra schakel tussen zichzelf en de zelfstandige. Nutteloos want de crux zit hem in de inhoud van de opdracht. Uiteindelijk betaalt iedereen daarvoor de prijs: de opdrachtgever, de zelfstandige én de arbeidsmarkt. Middels onze inbreng voor de gesprekken over de Zelfstandigenwet, proberen wij de onzekerheid bij opdrachtgevers weg te nemen”. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags schijnzelfstandigheid, Vereniging ZZP Nederland, wet dba, zzp | 7s Reacties