Minister Van Hijum gaat ‘nog eens goed’ naar wet VBAR kijken Geplaatst 29 november 2024 door ZiPredactie Minister Van Hijum neemt extra tijd om ‘nog eens goed’ naar de Wet Verduidelijking Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (VBAR) te kijken. Hij wil daarbij zowel het kritische advies van de Raad van State als de verwachte antwoorden van de Hoge Raad in de Uber/FNV-zaak meenemen. Die antwoorden wordt begin volgend jaar verwacht. Van Hijum deed deze toezegging tijdens een debat in de Tweede Kamer, op aandringen van VVD-Kamerlid Thierry Aartsen. Eerder had de minister aangekondigd de VBAR nog dit jaar naar de Kamer te sturen, maar dat plan is nu uitgesteld. Oordeel Hoge Raad “Voordat we stappen zetten in het wetgevingstraject, wil ik goed bekijken wat het advies van de Raad van State betekent,” aldus Van Hijum. “Ik wil ook weten of het brede herstel op de arbeidsmarkt en het herstel van de balans gaat lukken, want dat is wat we uiteindelijk willen bereiken.” De minister wacht daarnaast op de uitspraak van de Hoge Raad, die hij uiterlijk in februari verwacht. De Hoge Raad buigt zich over de vraag hoe ondernemerschap meegewogen moet worden bij de beoordeling van arbeidsrelaties. Volgens de huidige versie van de VBAR wordt ondernemerschap – de OP criteria – alleen beoordeeld wanneer de criteria voor werknemerschap en zelfstandigheid in evenwicht zijn. Belangenorganisaties van zelfstandigen, bemiddelaars en werkgevers pleiten voor een grotere rol van het ondernemerschap in de beoordeling. De VVD en SGP steunen deze wens, en Van Hijum gaf aan de zorgen van de Kamer hierover ‘te kennen’ en mee te nemen in zijn definitieve voorstel. Mogelijke opsplitsing van de wet Ook gaf de minister tijdens het debat over de begroting van het ministerie van SZW aan te kijken naar het mogelijk opknippen van de VBAR. “Na de uitspraak van de Hoge Raad kunnen we beoordelen of opsplitsing opportuun is,” zei hij. Een deel van de Tweede Kamer, waaronder VVD, SGP en NSC, voelt veel voor zo’n opsplitsing. Dat zou betekenen dat het ‘rechtsvermoeden’-deel sneller ingevoerd wordt, terwijl er meer tijd genomen wordt voor het complexere ‘beoordelings’-deel. Het rechtsvermoeden voorziet erin dat zelfstandigen met een uurtarief onder de 33 euro eenvoudiger rechten als werknemer kunnen opeisen. Lees ook: “Knip zzp-wet in tweeën” (opinie) Handhavingsmoratorium Ondertussen vervalt per 1 januari het handhavingsmoratorium. Oorspronkelijk zou dit pas worden opgeheven bij de invoering van een nieuwe wet met duidelijke criteria. De eerder geplande invoeringsdatum van 1 januari 2026 van de VBAR lijkt nu definitief van tafel. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Aartsen, Van Hijum, VBAR, Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) | 21s Reacties
Topvrouw House of HR pleit voor slimmere zzp-aanpak op Nederlandse arbeidsmarkt Geplaatst 29 november 2024 door ZiPredactie Kortetermijndenken De pogingen van Den Haag om het grote aantal schijnzelfstandigen op de Nederlandse arbeidsmarkt terug te dringen, getuigen van weinig inzicht in de behoeften van sectoren waar nu al een groot tekort aan arbeidskrachten is. Door zzp’ers simpelweg te dwingen in vaste dienst te treden, al dan niet via een uitzendbureau, gaat de politiek eraan voorbij dat de meeste zelfstandigen er heel bewust voor kiezen om als zzp’er te werken. Als dat onmogelijk wordt gemaakt, zal dat vooral leiden tot uitstroom en dus nóg grotere tekorten in sectoren als de zorg en de bouw. Volgens Coppens is de Nederlandse aanpak dan ook te veel kortetermijndenken: “Ik heb er alle begrip voor dat Nederland uitbuiting wil aanpakken en zijn sociale stelsel in stand wil houden. Maar de overheid zou ook moeten stimuleren dat mensen flexibel bijspringen in de zorg of in andere sectoren waar we straks heel hard personeel nodig hebben. Den Haag moet oppassen het kind niet met het badwater weg te gooien.” Solidariteit tussen werkenden Als topvrouw van een HR-dienstverlener met een omzet van €3,5 miljard en bijna 800 vestigingen verspreid over Europa, kan Coppens goed vergelijken. Ze zegt: “In elk land waar we zitten is de wetgeving anders, maar nergens is flexibel werken zo scheefgelopen als in Nederland. Die grote problemen op de arbeidsmarkt zijn door de Nederlandse overheid overigens zelf veroorzaakt, door het fiscaal buitengewoon aantrekkelijk te maken om voor jezelf te beginnen. Als je die voordelen afschaft, en je verplicht iedereen om sociale premies af te dragen en een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten, dan haal je de hele onderkant van de markt eruit. Precies daar zitten de mensen die onderbetaald worden en zich niet verzekeren. En opdrachtgevers kunnen de inhoudingen verzorgen.” Coppens pleit dan ook voor een ‘Belgisch model’, waarbij zelfstandigen verplicht een ziektekostenverzekering moeten hebben en moeten sparen voor hun pensioen. “Het voordeel daarvan is dat de solidariteit tussen werkenden overeind blijft”, aldus Coppens. “In Nederland verdient een werknemer in loondienst vaak minder dan een zzp’er, terwijl ze hetzelfde werk doen. Voor de lagere lonen ligt dat in België anders.” Extra bijverdienen Volgens Coppens doet de politiek er daarnaast goed aan te erkennen dat veel mensen – en zeker jongeren – niet meer voor één baas willen werken, of naast hun baan nog iets anders willen doen. In België kan dat tamelijk probleemloos: iedereen die voor vier dagen een arbeidscontract heeft (en daardoor verzekerd is en pensioen opbouwt) kan daarnaast via een zogenoemde flexi-job aan de slag. Veel Belgen grijpen die mogelijkheid aan om naast hun baan extra bij te verdienen. “Die flexibiliteit hebben we in een vergrijzend Europa zeer hard nodig”, zegt Coppens. “Vooral ook omdat een flexi-job ook aantrekkelijk is voor gepensioneerden die geen pensioen meer hoeven op te bouwen, en voor studenten die pensioenopbouw best nog even kunnen uitstellen. Nederland zou meer kunnen denken in mogelijkheden, in plaats van onmogelijkheden.” Lees ook: Handhaving Wet DBA: ‘de markt verkrampt, maar de echte zzp’er blijft’ Geplaatst in ZP en Politiek | Tags aov, arbeidsongeschiktheidsverzekering, House of HR, schijnzelfstandigheid, zzp | 9s Reacties
Concurrentiebeding bij zzp’ers: risico voor zowel zzp’er als opdrachtgever. “Een werkende heeft niets te winnen bij een concurrentiebeding” Geplaatst 28 november 2024 door Willem Vernooij Een student van Zekic zag tijdens haar bijbaantje bij een zzp-bemiddelaar met enige regelmaat concurrentiebedingen in zzp-contracten voorbij komen. Daardoor ging Zekic op onderzoek uit hoe de concurrentiebedingen onder zzp’ers worden toegepast. “Een concurrentiebeding gaat vrij ver: het is een stevige inperking van iemands vrijheid om werk te kiezen en van de vrije markt.” legt Zekic uit. Met name voor zzp’ers is dit een vergaande afspraak. “Een zzp’er moet steeds nieuwe opdrachten vinden en de kans is groot dat de volgende opdracht voor een concurrent is, dus het beperkt de vrije markt van arbeid behoorlijk.” Onderhandelingstactiek voor werkgevers De precieze omvang van het aantal zzp’ers dat een concurrentiebeding heeft ondertekend is niet bekend, maar een vergelijkbaar onderzoek is wel gedaan onder mensen in loondienst. Uit dit onderzoek blijkt dat 1 op 3 van de medewerkers een concurrentiebeding in hun contract heeft staan. Volgens Zekic komen concurrentiebedingen bij zzp’ers vooral bij bemiddelingsconstructies voor. Zekic: “Bemiddelaars hebben hierdoor veel macht, want als zzp’er moet je zelf een gang naar de rechter maken en het beding aanvechten.” Zekic hoort advocaten vaak zeggen dat werkgevers een concurrentiebeding als een onderhandelingstactiek gebruiken. “Het kost werkgevers niets om een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst te zetten. Werkgevers zien het daarom vaak als ‘wisselgeld’ wanneer iemand een nieuwe baan vindt. De nieuwe werkgever wordt bijvoorbeeld gevraagd het concurrentiebeding af te kopen of de werknemer moet concessies doen, door bijvoorbeeld bij wijze van afkoping af te zien van uitstaande beloningen als verlof- en vakantiedagen.” ‘Contract is contract’ Waarom gaan veel mensen, zowel werknemers als zzp’ers, een concurrentiebeding aan? Zekic: “Ten eerste weten veel mensen niet zo goed wat de gevolgen kunnen zijn. Maar daarnaast denken nog steeds veel mensen dat het zo’n vaart niet zal lopen, omdat concurrentiebedingen enkel zouden gelden voor ‘uitzonderlijke’ medewerkers, zoals CEO’s of experts in hun vakgebied.” Maar dergelijke regels staan nergens vastgelegd in de wet, legt Zekic uit. “De wettelijke regels zijn uiterst summier. De jurisprudentie laat zien dat rechters vaak oordelen vanuit de gedachte ‘contract is contract’ en medewerkers minder goed worden beschermd dan ze denken.” Voor zzp’ers is dit niet anders. Hoewel zzp’ers juridisch niet hetzelfde zijn als medewerkers in loondienst, kunnen zij wel door het onwetend tekenen van een concurrentiebeding in een vervelend parket terechtkomen. Zekic herinnert zich een zaak waarbij een laaggeletterde timmerman zich niet bewust was van de betekenis van een concurrentiebeding in zijn contract met het uitleenbureau. “Uiteindelijk verloor hij de zaak. Hierdoor werd hij de facto afgesloten van een groot deel van de markt en moest hij een schadevergoeding van €5.000 betalen omdat hij buiten de uitlener om voor een klant was gaan werken.” Het feit dat de werkgevers op grote schaal concurrentiebedingen zijn gaan gebruiken heeft ertoe geleid dat er momenteel een concept wetsvoorstel klaar ligt om het concurrentiebeding aan te scherpen: de Modernisering concurrentiebeding. Het is nog maar de vraag wanneer deze wet van kracht gaat. Afgelopen maart vond de internetconsultatie voor deze wet plaats. Maar voor de zzp’er zal er niets veranderen: in de wet is niets geregeld over concurrentiebedingen in overeenkomsten met zzp’ers. Geheimhoudingsverklaring beter op zijn plek? Zekic en de co-auteur van het artikel roepen daarom op om het concurrentiebeding bij zzp’ers ook aan banden te leggen. Voor sommige opdrachtnemers is dit al geregeld, zoals handelsagenten en de franchisenemer. Tot die tijd moet men kritisch kijken naar concurrentiebedingen bij zzp’ers. “Niet zomaar uitgaan van contractvrijheid, maar kijken of er ‘gerechtvaardigde belangen’ zijn of het concurrentiebeding echt noodzakelijk is. Een concurrentiebeding zou legitiem kunnen zijn bij tegenstrijdige belangen of het prijsgeven van concurrentiegevoelige informatie. Maar waarom zou je als opdrachtgever een zzp’er dicht bij de bedrijfsgeheimen en de unique selling points laten komen? Waarom was een geheimhoudingsverklaring niet beter op zijn plek?” Ook groot risico voor bemiddelaar Zekic merkt op dat het voor opdrachtgevers en bemiddelaars niet raadzaam is om een concurrentiebeding op te nemen in een opdrachtovereenkomst: “Concurrentiebedingen in een zzp-constructie is een signaal van schijnzelfstandigheid. Met het opheffen van het handhavingsmoratorium die de mogelijkheid biedt om met terugwerkende kracht te handhaven, kan dit voor de belastingdienst een teken zijn dat het schijnzelfstandigheid betreft.” De verschuiving naar projectmatig werken: wat betekent het opheffen van het handhavingsmoratorium voor zzp’ers en opdrachtgevers? “Het feit dat een opdrachtnemer gedwongen wordt een concurrentiebeding te aanvaarden kan een aanwijzing zijn dat het niet een werkelijk zelfstandige opdrachtnemer is, en dus één die bescherming verdient zoals werknemers en uitzendkrachten. De aanwezigheid van een concurrentiebeding kan naast andere omstandigheden in aanmerking worden genomen om te bepalen of sprake is van schijnzelfstandigheid.” Daarnaast is er ook het risico voor zzp-bemiddelaars dat een bemiddeling met een concurrentiebeding juridisch meer het karakter heeft van een uitzendconstructie dan zzp-bemiddeling, merkt Zekic op. Als een rechter oordeelt dat sprake is van een uitzendconstructie, dan zal de bemiddelaar aan veel meer wetten en regels moeten voldoen. ‘Een werkende heeft niets te winnen bij een concurrentiebeding’ Zekic adviseert iedereen bij wie een concurrentiebeding is opgenomen in het contract om kritisch te zijn: “Een werkende heeft niets te winnen bij een concurrentiebeding. Alle alarmbellen moeten dus afgaan als je er één in jouw contract zit.” “Als ondernemer is de kans groot dat je later bij een concurrent aan de slag gaat, dus stel kritische vragen bij een concurrentiebeding. Is een geheimhoudingsverklaring niet beter op zijn plek? Accepteer het alleen als het echt niet anders kan, maar laat je niet zomaar in je vrijheid beknotten.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags bemiddeling, concurrentiebeding, opdrachtgevers, professioneel inhuren, zzp | 5s Reacties
Zorgwerkgevers die afspraken maken over inzet zzp lopen risico, waarschuwt de ACM Geplaatst 27 november 2024 door ZiPredactie Nu het einde van het handhavingsmoratorium nadert, laat de ene na de andere zorginstelling weten dat het per 1 januari helemaal stopt met de inhuur van zzp. Vaak ook brengen ze dat als een gezamenlijke afspraak naar buiten. Dat lijkt een slimme zet. In deze krappe arbeidsmarkt wil je niet riskeren dat de schaarse zorgwerkers naar de buurman verdwijnen. Toch mag het niet, benadrukt Lex Tabak op de website ZZP in de zorg. Tabak constateert hoe in verschillende delen van het land zorginstellingen de handen ineenslaan op het zzp-thema. Zo bouwen twintig organisaties binnen het Noordelijk Platform Gehandicaptenzorg de inzet van zzp versneld af, net als een netwerk van Noordoost-Brabantse VVT ouderenzorgorganisaties. Veertien zorgorganisaties in de Achterhoek doen hetzelfde. Wat wel en niet mag Na diverse meldingen en vragen uit de branche heeft de ACM diverse zorgkoepels een mail gestuurd, en ze daarin nog eens gewezen op de beleidsregels. Wat wel en niet mag, is tamelijk subtiel. Werkgevers mogen wel samen bekendmaken dat zij gaan voldoen aan de Wet DBA. En in het algemeen met elkaar bespreken wat daarvoor nodig is. Maar zij moeten ieder voor zich bepalen wat dit betekent voor hun eigen afspraken met zzp’ers. Werkgevers mogen niet samen afspreken om geen of minder zzp’ers in te huren. Zij mogen ook niet samen afspreken om pas in de laatste plaats zzp’ers in te huren en eerst alle andere mogelijkheden gebruiken. Zij benadelen hiermee namelijk zzp’ers. Werkgevers mogen deze beslissingen wel zelf voor hun eigen organisatie nemen. Wat evenmin mag: afspraken maken over inkoopvoorwaarden, zoals maximale zzp-tarieven, of arbeidsvoorwaarden, zoals inroostering van zzp’ers. De ACM is er niet op uit om strikt te handhaven, laat de woordvoerder in een reactie weten. “Vooralsnog is het ons vooral te doen om voorlichting en uitleg te geven, zodat partijen handelen binnen de mededingingsregels. We willen het gesprek aangaan en betreffende partijen aandachtspunten meegeven.” Gezamenlijke verantwoordelijkheid Volgens Serge Kalfsbeek, woordvoerder van het Noordelijk Platform Gehandicaptenzorg, is hun gezamenlijke mededeling van tevoren afgestemd met de ACM. “Het is niet zo dat we geen zzp meer zouden willen. Maar een zzp’er die als begeleider werkt in de gehandicaptenzorg is gewoon een lastig verhaal, zeker met het oog op de aanstaande handhaving. Het besluit om wel of niet met zzp’ers te werken, neemt elke instelling voor zich.” Een woordvoerder van GGnet meldt: “Goede zorg in de Achterhoek is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Binnen de Thematafel De Gezondste Regio van 8RHK ambassadeurs bespreken we onderwerpen die belangrijk zijn in onze regio en steunen we elkaar. Duurzame arbeidsverhoudingen zijn essentieel voor de kwaliteit en continuïteit van de zorg. Die boodschap dragen we als deelnemers van de Thematafel samen uit. De betrokken organisaties bepalen ieder voor zich wat dit betekent voor de eigen afspraken met zzp’ers.” Regionale samenwerking Op verschillende plekken zijn de afgelopen jaren regionale alternatieven voor zzp opgezet door samenwerkende zorgwerkgevers. Omdat de mededingingsregels niet algemeen bekend zijn, heeft de ACM de afgelopen jaren haar guidance op een aantal punten uitgebreid. Zo spreekt ze zich uit over ruimte voor werkgevers om samen in te kopen bij bemiddelingsbureaus, ruimte voor werkgevers om samen personeel aan te nemen en verduidelijking ten aanzien van de wet DBA. Op de website staat een aantal praktijkcasussen uitgelicht, met de kaders waarbinnen een initiatief moet blijven. Een voorbeeld van een samenwerkingsverband dat binnen de kaders van de mededingingsregels blijft, is Workflow in de regio Rijnmond. Dat is een digitaal platform zonder winstoogmerk van negen zorgorganisaties uit de regio Rotterdam-Rijnmond. Zorgprofessionals bepalen zelf wanneer en waar ze werken, terwijl ze de zekerheid hebben van een contract. “Interesse is er tot nu toe vooral van medewerkers in loondienst”, vertelt programmamanager Robert Vossen. “Onder de zzp’ers is de interesse nog altijd nihil.” Wat ook mag: de regionale zzp-pool voor de zorg FAIR in Zuidoost-Brabant. FAIR is een coöperatie van een dertigtal zorginstellingen die in eigen beheer een coöperatie hebben opgezet. Daar komt vraag en aanbod tussen werkgevers en zzp’ers samen zonder tussenkomst van commerciële bemiddelaars. Over wat er precies mag en niet mag op de zorgarbeidsmarkt heeft ACM een guidance gemaakt. Lees ook: Een regionale zzp-pool voor de zorg: in Zuidoost-Brabant lukte het wél Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ACM, handhaving wet DBA, mededinging, wet dba, Zorg, ZZP-er in de zorg | 7s Reacties
Hoe nu verder met WTTA: waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Geplaatst 26 november 2024 door Annet Maseland Is het uitstel of afstel? Dit najaar stelde minister van Hijum (SZW) de Wtta voor de tweede keer uit, nu vanwege uitvoeringsproblemen. Van de Tweede Kamer mag het zeker geen afstel worden. Zowel oppositie- als coalitiepartijen uitten hun ongenoegen over het uitstel. Ze verwachten heel veel van de wet, zo bleek ook tijdens het kamerdebat over arbeidsmigratie. Experts waarschuwen voor valse hoop. “Alleen door te handhaven pak je misstanden aan”, zegt fiscalist Jacques Raaijmakers. “Kijk hoe dat gaat bij schijnzelfstandigheid”, zegt ook Hendarin Mouselli, arbeidsrechtadvocaat bij VRF advocaten. “Alleen door het pure feit dat er gehandhaafd gaat worden, is het doel al bereikt.” Van het oorspronkelijke doel van de Wtta – buitenlandse werknemers aan de onderkant van het loongebouw beschermen tegen malafide beloning en huisvesting – zijn we steeds verder afgedwaald, zegt Theo van Leeuwen, bestuurslid Stichting PayOK. “Bestrijden van malafiditeit is vertaald naar betere controle op de hele uitzendsector. Dat leidt tot een bureaucratische overstretch en een gigantische verspilling.” Laten we vooral lessen trekken uit het verleden, stelt Mouselli. “Het toelatingsstelsel heeft een andere naam, maar heeft alles weg van het vroegere vergunningsstelsel. Dat hebben we destijds verlaten, onder meer omdat te kostbaar was om in stand te houden en te handhaven. De Waadi-registratie die daarop volgde, werkte onvoldoende, omdat het stelsel zo ruim werd geformuleerd dat iedereen die ook maar ter beschikking stelt, eronder valt. Waarom vervallen we steeds weer in dezelfde fouten?” “Het allerbelangrijkste aan het stelsel is de uitvoerbaarheid en de handhaving”, vervolgt ze. “Ik betwijfel of de Nederlandse Arbeidsinspectie er nu wel in slaagt om effectief te handhaven. Als dat was gebeurd in het verleden en de wettelijke instrumenten bij overtreding van de Waadi allesomvattend waren, hadden we dit stelsel niet nodig gehad.” Maar hoe moet het dan wel? Stel de opdrachtgever verantwoordelijk “Stel de opdrachtgever medeverantwoordelijk”, zegt Van Leeuwen. “We hebben daar al lang een wet voor: de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). Daarin is de ketenaansprakelijkheid voor de juiste beloning geregeld. Koppel daar een boetebeleid aan. De mogelijkheden die de WAS biedt, gaan verder dan de nu voorgestelde simpele controle van de opdrachtgever op het gebruik van een gecertificeerde uitlener.” Ook Mouselli mist in het toelatingsstelsel boetes voor incorrecte toepassing van de gelijke behandelingsnorm. “Straks komt er een verplichting voor bedrijven die alleen mogen inhuren van toegelaten ondernemingen. Dat is leuk. Maar krijgen ter beschikking gestelde arbeidskrachten daarmee wel de juiste arbeidsvoorwaarden? Die krijg je pas als je artikel 12a Waadi (schending van de informatieplicht door inleners) gaat beboeten en bij toepassing van incorrecte beloning zowel in- als uitleners boetes kunt opleggen. Dat mist in de Wtta.” Voor haar ontbreekt de verantwoordelijkheid van inleners. “De inhuur van arbeidskrachten vinden we een probleem van de uitzendmarkt. Maar het is een gezamenlijk probleem van uitzenders én inleners. Zolang de prikkel voor inleners ontbreekt om het goed te doen, zal een toelatingsstelsel nooit effectief zijn.” Ze wijst op een bepaling in de Waadi die inleners verplicht de juiste informatie te verstrekken over de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomstandigheden voorafgaand aan de terbeschikkingstelling aan de uitlener. “Menig uitlener kent de bepaling niet of past deze niet correct toe. Een inlener blijft bijvoorbeeld volhouden dat de cao metaal en techniek niet van toepassing is, terwijl de inspectie-instelling dat wel vindt. Dat los je niet op met een toelatingsstelsel.” “Laten we nou eens gewoon beginnen met het verstrekken van de juiste informatie door de inlener aan de uitlener”, vervolgt ze. “Laten we boetes instellen op incorrecte toepassing van het loonverhoudingsvoorschrift en de informatieverplichting. Dat is een kwestie van één artikel toevoegen aan de Waadi, namelijk dat het beboetbaar wordt. En als je dat doet plus strikt en effectief handhaven, heb je hetzelfde effect als een heel nieuw Wtta instellen.” Concentreer je op de onderkant van de markt Waarom met een mug op een olifant schieten? De controles zouden zich moeten richten op de sectoren waar veel gerommeld wordt, vindt Raaijmakers. “De vleessector, tuinbouw, logistiek, aannemerij. Iedereen weet waar we moeten zijn.” Van Leeuwen is het met hem eens. “Concentreer je op de onderkant van de markt. Waarom zou je een IT-detacheerder verplichten om te certificeren? Niemand ziet daar het nut van in. Het probleem van malafide onderbetaling bestaat in de IT-sector niet.” Zijn oplossing? “Stel alleen voor probleemsectoren privaatrechtelijke normen verplicht. Dat kan in de WAS en Waadi opgenomen worden. Combineer vervolgens de bestaande keurmerken SNA, SNF en PayOK. Dan bestrijk je het hele veld van regelgeving en cao-naleving, inclusief contracting en bemiddeling.” Consequente handhaving effectiever dan nieuw stelsel optuigen “Zoals de Raad van State in zijn advies inzake het wetsvoorstel VBAR terecht opmerkt is handhaven een effectiever middel dan een nieuwe wet”, zegt Raaijmakers. “Ook voor de WTTA geldt: consequente handhaving van bestaande regels is veel effectiever dan een nieuw stelsel optuigen. Er is nu al veel mogelijk als de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie samenwerken.” Vriend en vijand zijn het erover eens dat er juist aan die handhaving veel schort. De privaatrechtelijke normen werken goed. Maar dat is nog geen handhaving, benadrukt Van Leeuwen. “Met private certificering maak je bonafide bedrijven beter, maar je pakt er geen malafide bedrijven mee. Het heeft geen nut om heel veel goedwillende ondernemers en werknemers te belasten met beleid dat vooral tot gevolg zal hebben dat de malafide organisaties en bewuste/notoire overtreders van wet- en regelgeving verhuizen naar andere sectoren.” Betere handhaving, maar hoe? Alle inspanningen zouden gericht moeten zijn op betere handhaving, vinden de experts. Maar hoe? Zorg voor een betere afstemming tussen de NLA, Belastingdienst, SNA en de SNCU, adviseert Van Leeuwen. “Privaatrechtelijke instellingen weten hoe de hazen lopen. Houd deze gegevensuitwisseling concreet en actueel.” Niét met lukraak meer fte’s toevoegen aan de Arbeidsinspectie, zegt Van Leeuwen. “Dat helpt niet, zolang het instrumentarium ontbreekt. Eerst moet je de reglementen en activiteiten van de Belastingdienst en Arbeidsinspectie zo inrichten dat ze daadwerkelijk kunnen handhaven. Het echte probleem met malafiditeit, is het vinden van de bewijslast. Het voor de rechter brengen is zo complex dat het niet gebeurt.” “De onderzoeken zullen goed moeten worden gedaan”, zegt Raaijmakers. “Goed betekent dat je alle feiten en omstandigheden vaststelt. Plus je zult sneller moeten handelen, dat geldt ook voor de eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Tot slot moet je zorgen dat de pijn ook echt wordt gevoeld door daadwerkelijk in te vorderen wanneer malafiditeit is vastgesteld. Je zult de mannen en vrouwen achter de malafide uitzenders moeten blijven volgen en direct bij een nieuwe vennootschap controleren. Maar ook dan blijven er altijd uitzenders die de dans ontspringen. Het is een illusie is dat je alle malafide uitzenders kunt uitbannen.” Lees ook: Minister moet invoering wet toelastingsstelsel wederom uitstellen Vakkrachtenregeling voor werknemers buiten EU verdeelt coalitie Vertraagde invoer van de WTTA: dit zijn de kansen en uitdagingen Misstanden met arbeidsmigranten aanpakken lukt niet met de WTTA Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Arbeidsinspectie, arbeidsmigratie, misstanden, toelatingsstelsel, wtta | 3s Reacties
Handhaving Wet DBA: ‘de markt verkrampt, maar de echte zzp’er blijft’ Geplaatst 25 november 2024 door Arthur Lubbers Tentoo, onderdeel van de Brisker Groep, verzorgt de verloning op payrollbasis voor werkgevers en freelancers. Dat de handhaving van de Wet DBA per 1 januari a.s. de gemoederen bezighoudt, merken ze hier dagelijks. “Wij krijgen veel telefoontjes van bezorgde freelancers. Zzp’ers vertellen dat opdrachten zijn stopgezet en vragen zich af hoe zij in de toekomst nog als zelfstandige kunnen blijven werken. Deze wetgeving raakt de basisveiligheid van mensen, hun inkomen”, zegt Tentoo-directeur Daniëlle Lambo. Ook in de markt is er volgens haar veel onrust. “Bij opdrachtgevers leeft de angst voor boetes als de handhaving vanaf 1 januari start. Beveiligingsbedrijven bijvoorbeeld willen geen zzp’ers meer inhuren en bieden zzp’ers nu een arbeidsovereenkomst aan. En veel van hen zijn ook geneigd in loondienst te treden.” Doel Wet DBA? Het effect van de handhaving van de Wet DBA is dus dat veel zzp’ers in loondienst zullen gaan. Dit lijkt ook de bedoeling, maar Lambo twijfelt daaraan. “Het doel is toch misstanden tegengaan, zorgen dat mensen voor het werk het juiste loon ontvangen. Voorkomen dat bijvoorbeeld arbeidsmigranten hier als lasser of in de slachterijen gaan werken op zzp-basis. Want dat zijn geen zzp’ers. Zij hopen alleen op die manier onder aan de streep meer over te houden en werkgevers hoeven dan geen werkgeverslasten af te dragen. Dat tegengaan – dat is toch de bedoeling van de wet?” Duco van Erkel (bedrijfsjurist Brisker Groep) sluit zich daarbij aan. “De overheid wil al langer ‘vast minder vast, en flex minder flex’ maken. Maar het doel van deze wetgeving is specifiek misstanden tegengaan. Partijen die het bewust, opzettelijk, verkeerd doen eruit halen. Daarnaast moet er ruimte blijven voor zzp.” “Je wilt niet dat mensen alleen zzp’er worden vanwege de financiële voorwaarden. Maar de echte zzp’er, moet kunnen blijven zzp’en. Je kunt de roep van de nieuwe werkende niet negeren.” Duco van Erkel, bedrijfsjurist Brisker Groep Arbeidsmarkt op ‘interessant kruispunt’ “Nederland blijft een flexland, zzp’ers blijven nodig”, zegt Lambo. “Tegelijkertijd leven we in een verzorgingsstaat en moeten er op de een of andere manier werknemers- en werkgeverspremies afgedragen worden. En mensen die tegen hun wil ondernemers zijn bij werkgevers die dit eisen om werkgeverslasten te ontduiden, dat zijn schijnzelfstandigen. Maar als je heel bewust kiest voor ondernemerschap en een flexibele arbeidsrelatie wil zoals vooral de nieuwe generatie op de arbeidsmarkt, wordt het dan niet tijd dat BV Nederland haar sociale stelsel daaraan gaat aanpassen, in plaats van dit met de wet plat te drukken?” Van Erkel ziet dat ook zo. “Mensen moeten tegen zichzelf in bescherming worden genomen. Je wilt niet dat mensen alleen zzp’er worden vanwege de financiële voorwaarden. Want als het dan niet goed gaat, en iemand wil een beroep doen op het sociale stelsel, dan moet die persoon ook wel een bijdrage leveren daaraan. Maar je kunt de roep van de nieuwe werkende niet negeren.” Volgens Van Erkel staat de arbeidsmarkt op een ‘interessant kruispunt’. “Aan de ene kant heb je de nieuwe werkende, die zelf wil bepalen wanneer hij werkt, verschillende opdrachten wil en niet wenst vast te zitten in een stramien. En aan de andere kant zitten we met de vergrijzing. Daar worstelt de markt nu mee.” “De overheid slaat door. Wat als alle handen aan het bed in één keer wegvallen? Dan is er echt wel een probleem in de zorg. Tentoo-directeur Daniëlle Lambo Zzp-markt ‘verkrampt’ Strikte handhaving van 1 januari a.s. zal tot problemen leiden, denkt Lambo. “De overheid slaat door. Wat als alle handen aan het bed in één keer wegvallen, dan is er echt wel een probleem in de zorg? Want bij de overheid zal de grootste terugloop in opdrachten zijn, net zoals banken die al rigoreus zijn gestopt met zzp-inhuur.” Lambo verwacht dat de markt ‘verkrampt’. “Iedereen kijkt nu reikhalzend uit naar het moment dat de Belastingdienst de eerste bedrijven op de zwarte lijst heeft gezet.” Want de praktijk moet uitwijzen hoe de handhaving gaat uitpakken. “Het Deliveroo-arrest vormt de basis, maar het blijft telkens een afweging van zaken die je moet maken. Dat maakt het lastig.” Toch zal dit niet het einde van zzp-inhuur betekenen. “Die verkramping zal komend jaar nog wel aanhouden, maar daarna afnemen.” Lambo vergelijkt het met de komst van de WAB. “Opeens wilde niemand meer payrollen, alles moest uitzenden worden. Maar na een tijdje en enkele praktijkvoorbeelden wist men waar men aan toe was. En er is nog altijd heel veel vraag naar payrollen.” Creatieve oplossingen Als gevolg van de handhaving van de Wet DBA Er wordt een zogenoemd omgekeerd waterbedeffect verwacht; een verschuiving van zzp naar uitzenden. Maar volgens Lambo kan dat juridisch niet. “Er zullen partijen zijn die dat gaan proberen, maar je kunt niet opeens bij een bedrijf als uitzendkracht gaan werken als je voor datzelfde bedrijf jaren als zzp’er hebt gewerkt.” Een verschuiving van zzp naar detacheren is ook minder logisch dan het lijkt. Zo is er de zogenoemde Declarabele Uren BV, waarbij een zelfstandig professional zichzelf detacheert vanuit de DUBV. Maar volgens Van Erkel gaat dat deze ‘creatieve oplossing’ niet werken. “Dan stelt de BV de eigenaar ter beschikking (TBA) aan een opdrachtgever. Daardoor ontstaat een loondienstbetrekking, maar ook een uitzend-betrekking. En hoe lang is dat houdbaar als het toelatingsstelsel (Wtta) er komt. Dan zou zo’n zelfstandige bijvoorbeeld een waarborgsom van € 100.000 moeten betalen.” Verloningsmodel Als iemand door de zelfstandigentoets komt, dan adviseert Tentoo de freelanceverloning. Dan wordt een groot deel van de werknemerspremies (afdrachten UWV) en werkgeverspremies (loonheffing) al betaald. Dus mochten de vereisten van de Belastingdienst bijgesteld worden, dan is een groot gedeelte al afgedekt. “Deze ‘fictieve dienstbetrekking’ is een ideale oplossing voor freelancers”, stelt Van Erkel. Dit verlonen als freelancer is een model dat al 30 jaar bestaat en ook is opgenomen in de handboek van de Belastingdienst. “Het is jammer dat de overheid en partijen in de markt zoals brokers deze status niet erkennen. Het is nog altijd zo dat iemand of een zpp’er (met KvK) is of een werknemer. Er zit niets tussenin. Terwijl dit verloningsmodel juist een heel goede bijdrage leveren aan het sociale stelsel.” Zzp-scan Bestaat toch het vermoeden van schijnzelfstandigheid, dan adviseert Tentoo een payroll- of uitzendovereenkomst. Voor wie twijfelt heeft Tentoo een scan ontwikkeld, die naar eigen zeggen begrijpelijker en gebruiksvriendelijker is dan die van de Belastingdienst. Deze is gebaseerd op de Deliveroo-arrest en aanvullende criteria. Dit stoplichtmodel geeft aan of iemand überhaupt geen zelfstandige kan zijn (rood), of het afhangt van omstandigheden (oranje) of dat het heel duidelijk is dat een zzp-propositie is (groen). Een kanttekening; als partijen gaan samenwerken blijven zij er zelf verantwoordelijk voor dat zij in praktijk daadwerkelijk werken zoals is afgesproken. Periodieke controles zijn nodig om te toetsen of de uitvoering volgens vastgelegde overeenkomst verloopt. Lambo verwacht overigens dat de komende tijd veel zzp’ers voor payrolling en loondienst (met name detachering) zullen kiezen. “Dat is een logische tijdelijke optie, in ieder geval tot de storm voorbij is.” Van Erkel gelooft dat ‘de echte zzp’er, zzp’er zal blijven’. “Die zal op zoek gaan naar opdrachten bij verschillende opdrachtgevers. Als de overheid zegt dat ze bij hen in loondienst moeten, zullen velen van hen dat niet doen. Dan zoeken ze wel werk in een andere sector. De vraag is natuurlijk wie gaat die strijd winnen?” Lees ook: Tweede Kamer wil ‘zachte’ landing handhaving zzp. Kabinet stemt in Dennis Luyten, CEO van de Brisker Groep ‘Paniek in de markt, duidelijkheid is nodig’ “Je ziet de druk toenemen nu het einde van het jaar nadert”, zegt Dennis Luyten, CEO van de Brisker Groep, waar het label Tentoo onder valt. De reden: vanaf 1 januari 2025 wordt de Wet DBA gehandhaafd. Organisaties die zzp’ers inhuren die volgens de Belastingdienst eigenlijk werknemers zijn (schijnzelfstandigen), kunnen een naheffingsaanslag en boete tegemoet zien. Dat de Tweede Kamer de minister heeft gevraagd in het begin daar soepeler mee om te gaan, neemt de onrust niet weg volgens Luyten. “De markt heeft duidelijkheid nodig. Zuiver beschouwd is het prima om onderscheid te maken tussen werknemer en zelfstandig ondernemer, maar formuleer dan eerst wat een zzp’er is. En pak eerst de branches aan met de meest logische gevallen van schijnzelfstandigheid. Denk aan de inzet van studenten in de horeca en voor promotiewerk – dat zijn natuurlijk geen zzp’ers.” ‘Moratorium heeft te lang geduurd’ Volgens Luyten is Den Haag vooral zelf schuldig. “De overheid heeft zelf meegewerkt aan het ontstaan van wat zij nu als problematisch bestempeld. Waar het fout is gegaan, is dat men het heeft laten gaan, waardoor er een enorme groep is bijgekomen die eigenlijk geen zzp’ers zijn. Het moratorium heeft te lang geduurd.” Luyten denkt niet dat het rigorous overgaan tot handhaving gaat werken. “Dat moet je stap voor stap doen anders komen heel veel branches in de knel.” Als voorbeeld noemt hij de zorg. “Daar is echt paniek. Het is een kwestie van vraag en aanbod. Er is een enorme krapte op de arbeidsmarkt, waardoor het financieel aantrekkelijk is geworden om als zzp’er aan de slag te gaan. Dat heeft de overheid zelf laten gebeuren. Hoe moet het werk gedaan worden als de zorg van het ene op het andere moment geen zzp’ers meer mag inzetten?” De overheid komt ook zelf in problemen als de Wet DBA strikt gehandhaafd wordt, stelt Luyten. “Hoeveel zzp’ers heeft de overheid zelf niet in huis? Er zijn tal van dossiers bij ministeries – denk aan de toeslagenaffaire – waarvan de uitvoering in gevaar komt als zzp’ers niet meer ingezet mogen worden.” Dennis Luyten deelt zijn visie op actuele ontwikkelingen in de flexbranche tijdens het webinar in de recente Webinar Week van Werf& en ZiPconomy. Kijk het gesprek tussen FlexNieuws-hoodfredacteur Wim Davidse en Dennis Luyten hieronder terug. Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags handhaving wet DBA, payroll, zzp | 18s Reacties