Inhuur extern personeel door Rijksoverheid weer fors gegroeid: verdubbeling groei in 5 jaar tijd Geplaatst 16 mei 2024 door ZiPredactie 15,4 procent van de totale loonkosten van de Rijksoverheid werd in 2023 uitgegeven aan extern personeel. Dat blijkt uit de “Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2023.” In 2022 lag het percentage nog op 14,2%. De overheid streeft er naar om die inhuur te beperken tot maximaal 10 procent, zoals voorgeschreven in de Roemernorm. Die norm raakt steeds verder uit het zicht. De totale kosten van externe inhuur zijn in bijna vijf jaar bijna verdubbeld: van 1,7 miljard in 2019 naar 3,3 miljard in 2023, zo blijkt uit een vergelijking gemaakt door ZiPconomy. De groei in uitgaven zit het laatste jaar – en in de afgelopen jaren – vooral bij de categorie ‘beleidsgevoelig’ (oa interim-management), wat gelijk ook de profielen zijn met de hoogste tarieven. IT personeel (beleidsondersteuning) is verreweg de grootste categorie. De kosten voor uitzendkrachten stijgt veel minder hard. In absolute aantallen daalt het aantal uitzendkrachten zelfs (van 6.557 in 2019, naar 5.882 in 2022 en 5.526 in 2023). Schaarste en projecten Als belangrijkste oorzaak voor de overschrijding van de Roemernorm verwijzen diverse departementen in hun jaarverslagen naar de noodzaak om specialistische ICT- kennis in huis te halen. Ook is inhuur met specifieke (technische) kennis nodig voor bijvoorbeeld de schadeafhandeling Groningen en de tijdelijke uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen. Daarnaast blijft ook de Rijksoverheid last houden van de krapte op de arbeidsmarkt. In totaal gaf de Rijksoverheid in 2023 7 miljard minder uit dan gepland. Deels komt dat door gebrek aan personeel, wat dus deels wordt opgelost door extern personeel in te zetten. Ook stijgende salarissen en bijbehorende tarieven spelen een rol bij de groei aan uitgaven aan extern personeel. De lonen van Rijksambtenaren zijn de afgelopen jaren fors gestegen, meer dan gemiddeld in de arbeidsmarkt. Vanwege de ‘inlenersbeloning’ (extern personeel mag niet minder verdienen dan vast personeel) zullen salarissen van gedetacheerden en uitzendkrachten vaak automatisch mee stijgen. Zo stijgen de kosten van uitzendpersoneel, terwijl het aantal uitzendkrachten gedaald is. Departementale verschillen Op departementaal niveau valt op dat met name EZK relatief veel inhuurt. Dat komt vooral omdat een aantal agentschappen onder dat ministerie vallen. Vooral daar wordt – projectmatig – veel met externen gewerkt. Lees ook: Inhuur Rijksoverheid in 2022 Opinie: 10%-norm voor externe inhuur is niet van deze tijd Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags rijksoverheid | Laat een reactie achter
Hoofdlijnenakkoord: doorgaan met Wet VBAR en Wet TTA Geplaatst 16 mei 2024 door Hugo-Jan Ruts Zekerheid op de arbeidsmarkt moet worden gestimuleerd, bijvoorbeeld voor echte zelfstandigen (zzp’ers) in het zelfstandigenbeleid en door regulering van de uitzendsector. Er moet gestreefd worden naar meer vaste contracten. Daarom wordt de wetsbehandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) en de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) voortgezet. Dat staat te lezen het in hoofdlijnenakkoord dat PVV, VVD, NSC en BBB hebben bereikt. De Wet VBAR bevat regels die bepalen wanneer een zzp’er ingehuurd kan worden en geeft daarnaast werkenden die ingehuurd worden met een uurtarief van onder de 32 euro meer rechten. Over de exacte invulling daarvan verschillen met name de VVD en NSC nog stevig van mening. Het hoofdlijnenakkoord geeft geen richting in hoe die verschillen overbrugd moeten worden. De WTTA moet er onder meer voor zorgen dat er een toelatingsstelsel komt voor uitzendbureaus. Die moeten daarmee aan strengere regels voldoen. Werkgevers mogen alleen met bureaus werken die toegelaten zijn. Lees ook: Tjebbe van Oostenbruggen (NSC) wil tempo met wetgeving hervorming arbeidsmarkt. “Beter is de grootste vijand van goed” Arbeidsmigratie Op het punt van arbeidsmigratie is het akkoord een stuk gedetailleerder. De partijen vinden dat het hard nodig is om “grip te krijgen op arbeidsmigratie. “Arbeidsmigratie is nodig voor onze economie en ondernemers, maar het is nodig kritisch te blijven op wie wij nodig hebben en wie ons nodig heeft. Er komt een afwegingskader voor de vestiging van nieuwe bedrijven, in relatie tot de benodigde arbeidsmigranten, ruimte en energie.” Om arbeidsmigratie tegen lage lonen en onder slechte arbeidsomstandigheden te beperken, willen de vier partijen de volgende maatregelen gaan nemen: De aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten (‘rapport Roemer’) worden uitgevoerd. Malafide uitzendconstructies worden hard aangepakt. De uitzendbranche en wervingsbureaus worden gereguleerd door een toelatingsstelsel (WTTA). Arbeidsmigranten van buiten de EU, met uitzondering van kennismigranten, worden tewerkstellingsvergunningplichtig. De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) gaat, ook op deze groep, extra handhaven. Werkgevers van arbeidsmigranten (niet-Nederlandse ingezetenen) worden verantwoordelijk voor overlast en kosten van arbeidsmigranten zonder reguliere huisvesting (shortstay en midstay). Zij moeten daarvoor afspraken maken met gemeenten waarin hun werknemers short- en midstay worden gehuisvest. Bevorderd wordt dat medeoverheden meer ruimte laten voor huisvesting op het eigen terrein van de werkgever. Bij langdurig verblijf krijgen werkgevers ook een verantwoordelijkheid voor het leren van de Nederlandse taal door deze werknemers. Bezien wordt of en zo ja, welke fiscale voordelen onder de extraterritoriale kostenregeling (ETK-regeling) worden versoberd. Nederland zet met betrekking tot arbeidsmigratie in op inperking van het vrije verkeer van personen binnen de EU indien en voor zover uitbreiding van de EU aan de orde wordt gesteld. MKB-winstvrijstelling Verder zullen de recente lastenverzwaringen voor ondernemers deels worden teruggedraaid. Zo wordt de aangekondigde verlaging van de MKB-winstvrijstelling teruggedraaid. Minder ambtenaren, minder inhuur Uit de financiële bijlage valt op te maken dat de partijen honderden miljoenen willen besparen door het terugdraaien van de groei van de rijksoverheid (kerndepartementen) en te besparen op externe inhuur (de Roemernorm) en communicatie. Het nieuwe kabinet wil definitief geen tussentijdse verhoging van het wettelijk minimumloon. Een plan voor een verhoging van 1,2% werd al in de Eerste Kamer geblokkeerd. Dat blijft zo. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Hoofdlijnenakkoord, wet tta, Wet VBAR | Laat een reactie achter
Bovib: ‘Uitstel nieuwe uitzendwet verstandig’ Geplaatst 15 mei 2024 door Bovib De invoering van het nieuwe toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen is vertraagd. Intermediairs die arbeidskrachten uitlenen moeten vóór 1 juli 2026 hun toelating aanvragen, blijkt uit een brief van minister Karien van Gennip (SZW) aan de Tweede Kamer. Handhaving begint per 1 januari 2027. “Een verstandig besluit”, zegt Sem Overduin, voorzitter van de Lobby-werkgroep van Bovib. “De invoering van een toelatingsstelsel is ingewikkeld en zal veel impact hebben op de arbeidsmarkt. Een goede uitvoeringstoets is dus belangrijk. Bovendien geeft dit marktpartijen meer tijd om zich goed voor te bereiden op de toelatingseisen en verplichtingen.” Bovib reageerde eerder al kritisch op de nieuwe wetgeving. De WTTA is bedoeld om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren, maar de branchevereniging vreest dat dit voorstel niet de oplossing is. Ook maakt de Bovib zich zorgen over de beschikbare handhavingscapaciteit. Overduin: “Zo’n complexe regeling moet je niet met stoom en kokend water tot stand brengen. Je moet goed nadenken over veel zaken om tot een effectief en uitvoerbaar stelsel te komen. Denk aan ICT-systemen, een goede overgangsregeling en voldoende handhavingscapaciteit. We blijven in gesprek met Kamerleden en beleidsmedewerkers om tot een uitvoerbare oplossing te komen.” Nieuw toelatingsstelsel Elke organisatie die in of naar Nederland arbeidskrachten uitleent, moet straks een vergunning hebben. Dit geldt niet alleen voor uitzendbureaus die hun eigen uitzendkrachten plaatsen bij opdrachtgevers, maar ook voor doorleners, payrollers en zelfs detacheerders. De minister moet de invoer van de wet uitstellen, omdat de zogenaamde uitvoeringstoets langer duurt dan verwacht. Van Gennip wil dat screeningsautoriteit Justis straks de vergunningen verstrekt, maar Justis weet nog niet zeker of dat mogelijk is. De dienst belooft over twee maanden (15 juli 2024) uitsluitsel. Dat is later dan verwacht. Uitvoeringstoetsen en internetconsultaties In de beslisnota bij de Kamerbrief uiten ambtenaren van het ministerie van SZW hun zorgen. “We zien dat het toelatingsstelsel sterk afwijkt van de bestaande taken van Justis. Er is expertise nodig die Justis nu (nog) niet heeft.” Als blijkt dat Justis de Wtta niet kan uitvoeren, dan zoekt Van Gennip “een ander uitvoerend onderdeel van de Rijksoverheid” om de vergunningen uit te delen. Zij kan dat eenvoudig doen, want in de wettekst staat Justis niet specifiek genoemd. Daarnaast heeft de minister dit voorjaar internetconsultaties gehouden over het concept-AMvB (algemene maatregel van bestuur) en de concept-ministeriële regelingen. Die gaan onder andere over de eisen waaraan uitleners moeten voldoen (het normenkader) en het inspectieschema. Zij moet de feedback nog verwerken en verwacht dat de definitieve concepten ‘aan het eind van de zomer’. Alternatieve oplossing: register met audit Bovib maakt zich zorgen over de effectiviteit en handhaving van de nieuwe wetgeving. “We zijn verbaasd dat de certificering alleen gericht is op uitleenbureaus en niet op werkgevers die rechtstreeks werken met arbeidsmigranten”, zei voorzitter Marc Nijhuis eerder. “Tegelijkertijd is de reikwijdte van de WTTA veel groter dan het probleem rechtvaardigt. Er vallen straks duizenden bedrijven onder het toelatingsstelsel die niets te maken hebben met arbeidsmigranten. Zij krijgen te maken met onnodige lastenverzwaringen.” Verder is de handhaving erg complex en er zijn niet genoeg inspecteurs. Consequente handhaving van bestaande regels is veel effectiever, vindt het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). De Bovib staat hier volledig achter. Net zoals het ATR, vindt Bovib dat het wetsvoorstel WTTA geen oplossing is voor het probleem en leidt tot veel extra administratieve lasten. Een betere oplossing volgens Bovib is bijvoorbeeld een register met audit van bedrijven (inleners, doorleners en werkgevers) die werken met arbeidsmigranten. Wie met arbeidsmigranten werkt en niet geregistreerd staat, krijgt een boete. Daarbij geldt ketenaansprakelijkheid, oftewel: in-, uit- en doorleners zijn verantwoordelijk. Zo’n register is eenvoudiger, leidt tot minder lastenverzwaringen en is beter te handhaven. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags toelatingsstelsel, uitleners, uitzendbureaus, wtta | Laat een reactie achter
CBS: meer werknemers in vaste dienst, minder flexibele arbeidsrelaties Geplaatst 15 mei 2024 door Tom Reijner Ook het aantal uitzendkrachten werd kleiner, melden het CBS en TNO op basis van een gezamenlijke analyse van de nieuwste gegevens over flexibele arbeid. Tegenover de daling van het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie staat een toename van 29.000 zelfstandigen en 98.000 vaste werknemers ten opzichte van het eerste kwartaal van 2023. Over die laatste groep gesproken: het aantal vaste werknemers groeide naar verhouding sterker ten opzichte van een jaar eerder dan het aantal flexwerknemers en het aantal zelfstandigen. En dat geldt niet alleen voor het begin van 2024: ook al in de laatste twee kwartalen van 2023 was er groei. Het aantal vaste arbeidsrelaties stijgt sinds 2016, en het aantal zelfstandigen sinds de start van de reeks in 2013. Lees ook: bijna 1 op de 9 zzp’ers wil weer terug in loondienst Verschillende typen flexibele contracten Het CBS en TNO onderscheiden verschillende typen flexibele contracten van werknemers, die in meer of mindere mate zekerheid van werk en inkomen bieden. Ten opzichte van een jaar eerder nam in het eerste kwartaal van 2024 het aantal werknemers toe met een tijdelijk dienstverband met uitzicht op vast (met 15.000). Wel ging het om een kleinere stijging dan het jaar ervoor. Het aantal werknemers met een tijdelijk dienstverband korter dan een jaar, nam juist af (met 33.000). Hetzelfde geldt voor degenen met een contract van een jaar of langer (26.000). In het eerste kwartaal van 2023 werden beide groepen nog groter ten opzichte van het jaar daarvoor. Het aantal oproep- en invalkrachten nam de afgelopen twee jaren toe, en het aantal uitzendkrachten neemt al twee jaar op rij af. Als we nader inzoomen op het aantal zelfstandigen, zien we dat de stijging van het aantal zelfstandigen bijna uitsluitend te verklaren is aan de hand van de toename van het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) (40.000). De groep zelfstandigen met personeel (zmp’ers) bleef nagenoeg even groot (toename van 1.000) en het aantal meewerkende gezinsleden nam met 11.000 af. Het aantal zzp’ers nam sterk toe in de zorg, vooral onder (fysio)therapeuten en artsen. Het aantal zelfstandigen in de zorg was al langer aan het stijgen. Overigens wacht de zorgsector nog altijd op een fiscaal kader zzp zorg. Het Fiscaal Akkoord zou begin 2024 ingaan, maar werd vlak voor de publicatiedatum uitgesteld tot juli 2024. Er waren extra gesprekken nodig, schreef ZiPconomy begin april. De hamvraag is hoe de afspraken daarin zich straks verhouden tot de nieuwe wet ‘Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden’ (VBAR). De zorg is de eerste branche die sectorale afspraken wil gaan maken over schijnzelfstandigheid en zelfstandig ondernemerschap. Het Fiscaal Kader moet een praktische leidraad worden voor werkgevers om te bepalen wanneer ze een zzp’er mogen inhuren. Daarmee is er ook de hoop dat er een eind komt aan de onduidelijkheid die lange tijd heerste. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags arbeidsmarkt, CBS, flexcontracten, flexibele arbeid | Laat een reactie achter
Toelatingsstelsel voor uitzenders uitgesteld: nieuwe streefdatum WTTA is 2026 Geplaatst 14 mei 2024 door Claartje Vogel Is het wetsvoorstel Toelating terbeschikkingsstelling van arbeidskrachten (Wtta) uitvoerbaar genoeg? Het duurt langer dan verwacht om een antwoord op die vraag te vinden. Daarom wordt de invoering van het nieuwe toelatingsstelsel voor uitzenders een jaar uitgesteld. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) kan het nieuwe stelsel ‘in elk geval niet sneller’ invoeren dan 1 januari 2026. “Daarbij worden uitleners via het overgangsrecht gestimuleerd om zich vóór 1 januari 2026 te melden en vóór 1 juli 2026 een toelating aan te vragen.” aldus minister Van Gennip in een brief aan de Tweede Kamer. (*) Op 1 januari 2027 kan de Arbeidsinspectie dan beginnen met handhaven bij uitleners en inleners, zo stelt Van Gennip. Wat is de Wtta? De Wtta is een van de aanbevelingen van de Commissie Roemer (2020) om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Het is een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Elke organisatie die in of naar Nederland arbeidskrachten uitleent, moet straks een vergunning hebben. Dit geldt niet alleen voor uitzendbureaus die hun eigen uitzendkrachten plaatsen bij opdrachtgevers, maar ook voor doorleners, payrollers en zelfs detacheerders. Intermediairs moeten aan heel wat eisen voldoen om een goedgekeurd inspectierapport te krijgen. Zo moet je voldoen aan het verplichte normenkader, zorgen voor gelijk loon bij gelijk werk en een anti-discriminatiebeleid hebben bij werving en selectie. Andere eisen zijn een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), een (Stichting Normering Flexwonen) SNF-keurmerk (als je ook voor huisvesting zorgt) en een waarborgsom van € 100.000,-. Lees hier meer. Dienst Justis presenteert resultaten 15 juli De minister wil dat screeningsautoriteit Justis straks de vergunningen verstrekt. Kan Justis dat wel aan? Is de wet überhaupt uitvoerbaar? Op dit moment onderzoekt Justis dat nog. De dienst belooft over twee maanden (15 juli 2024) de uitslag. Dat is later dan verwacht en daarom loopt de invoering van de wet vertraging op. In de beslisnota bij de Kamerbrief uiten ambtenaren van het ministerie van SZW hun zorgen. “We zien dat het toelatingsstelsel sterk afwijkt van de bestaande taken van Justis. Er is expertise nodig die Justis nu (nog) niet heeft.” Minister: als Justis het niet kan, op zoek naar andere partij De minister denkt zelf in ieder geval dat de wettekst duidelijk genoeg is. In haar brief schrijft ze dat ze dat het team van haar ministerie daar goed op heeft gelet. “Ook is gebruik gemaakt van input van sociale partners en partijen die bij het huidige vrijwillige certificeringsstelsel van de Stichting Normering Arbeid (SNA) betrokken zijn.” Uit de beslisnota bij de Kamerbrief blijkt dat de minister teleurgesteld is over de vertraging. Zo schrijft ze ‘oef’ en ‘au’ in de kantlijn als het gaat over de vertraging bij Justis. Als blijkt dat Justis de Wtta niet kan uitvoeren, dan zoekt Van Gennip een andere partij. Ze zoekt dan “een ander uitvoerend onderdeel van de Rijksoverheid” om de vergunningen uit te delen. Zij kan dat eenvoudig doen, want in de wettekst staat Justis niet specifiek benoemd. Feedback op AMvB, normenkader en inspectieschema Verder zijn een paar onderdelen van de wet geregeld via algemene maatregelen van bestuur (AMvB) of ministeriële regelingen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de eisen waaraan uitleners moeten voldoen (het normenkader) en het inspectieschema. Op deze manier kan de wet namelijk sneller tot stand komen. Met een AMvB hoeft het kabinet niet alle details uitgewerkt te hebben in het wetsvoorstel. Bovendien kan de regering een AMvB later veel makkelijker aanpassen dan een wet. De minister heeft dit voorjaar internetconsultaties gehouden over het concept-AMvB en de concept-ministeriële regelingen. Daar kreeg ze tientallen reacties op en die moet ze nog verwerken. Ook wacht ze nog op de uitslag van het uitvoeringsonderzoek van de Belastingdienst over het concept-AMvB. Als ze alle feedback verwerkt heeft, vraagt ze tot slot nog om advies van de Raad van State en de Raad van Accreditatie. De minister verwacht dat de definitieve concepten ‘aan het eind van de zomer’ klaar zijn. Lees ook: Flexbranche zeer kritisch op WTTA: ‘sleepwet’ schiet doel voorbij Patrick Tom (Bureau Cicero): ‘Positief voor de ondernemer’ Al met al loopt de invoering van het nieuwe stelsel zeker een jaar vertraging op. Positief nieuws voor ondernemers, vindt Patrick Tom van certificeringsbureau Cicero. “Zij hebben nu meer tijd om op te gaan voor het SNA-keurmerk”, schrijft hij op LinkedIn. Uitleenbedrijven die op 30 juni 2026 al zo’n keurmerk hebben, kunnen dat namelijk gebruiken om certificering te krijgen van de overheid. Lees meer over dit overgangsrecht. “Zij kunnen een actuele verklaring van SNA-registratie overleggen”, zegt Tom. “Ze hoeven dus niet te wachten op het inspectierapport gebaseerd op het verplichte normenkader. Wacht dus niet te lang met aanmelden bij SNA als je wilt blijven uitlenen.” ABU: kwaliteit belangrijker dan snelheid Ook de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) is blij dat de minister meer tijd neemt. ABU-directeur Jurrien Koops schrijft: “De invoering van het toelatingsstelsel is een omvangrijk en complex traject met grote gevolgen voor de uitzend- en payrollbranche. Ik vind het verstandig dat de minister meer tijd neemt voor een zorgvuldige uitvoering. Dat is ook in het belang van de effectiviteit van het stelsel. Kwaliteit en zorgvuldigheid zijn belangrijker dan snelheid.” De ABU wil in de tussentijd meer duidelijkheid krijgen over de kosten van het stelsel, de uitvoerbaarheid bij uitleners en een goede overgangsregeling. “Verder kan de extra tijd dienen om te investeren in effectievere handhaving. Dat is de sleutel voor een succesvolle introductie van het toelatingsstelsel.” (*) Een eerste versie van de genoemde Kamerbrief is verschenen op 13 mei. Op 15 mei heeft Minister van Gennip aangegeven dat de Tweede Kamer een verkeerd versie van de Kamerbrief heeft ontvangen en stuurde ze een aangepast versie. De twee versies verschillen vooral qua toon en beperkt op inhoud. Het bovenstaande artikel is gebaseerd op de eerste versie, maar licht aangepast naar aanleiding van de definitieve versie. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags toelatingsstelsel, uitleners, uitzendbureaus, wtta | Laat een reactie achter
Kentering op de detacheringsmarkt, afvlakkende groei slaat om naar omzetkrimp Geplaatst 14 mei 2024 door ZiPredactie Na ongekende groei ziet de detacheringsbranche voor het eerst sinds drie jaar de omzet dalen. Toch sorteren detacheerders voor op betere tijden die zij verwachten door blijvende schaarste aan professionals. Dat blijkt uit de nieuwste Marktmonitor van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). Fred Boevé, bestuurslid van de VvDN, zegt over de omslag op de detacheringsmarkt: “Het was te verwachten dat de krimp eraan zat te komen en deze komt dan ook niet als een verrassing. Detacheerders zijn over het algemeen wat meer laat-cyclisch dan uitzenders én bleken de afgelopen jaren beter in staat om op een krappe arbeidsmarkt hun toegevoegde waarde naar zowel de opdrachtgever als de kandidaat te bewijzen. We zien wereldwijde geopolitieke spanningen en dat zorgt ervoor dat organisaties een pas op de plaats maken. Het feit dat wij ook in Nederland nog steeds geen kabinet hebben en dus ook niet duidelijk is wat de gevolgen zijn van eventuele kabinetsmaatregelen helpt ook niet echt.” Boevé ziet dat de detacheringsbranche te kampen heeft met een complexe mix van afgekoelde economie, brede onzekerheid en dus afnemende drukte op de arbeidsmarkt gecombineerd met blijvende krapte. Daardoor is volgens hem de toegevoegde waarde van de detacheringsbranche waarschijnlijk in de luwte beland. Kortere opdrachten, meer leegloop Boevé: “Het gevolg is dat opdrachten nu aanzienlijk korter zijn. Waar normaal een opdracht zes maanden of langer duurde, is nu drie tot 6 maanden gebruikelijk en moeten wij als detacheerders extra werk verzetten om de omzet enigszins op peil te houden. Hierdoor neemt de tijd tussen opdrachten in toe en zorgt daardoor voor een stijging van de leegloop. Door tariefsverhogingen kunnen we de omzetdaling deels tegengaan.” Meer vast Terwijl het aantal medewerkers in loondienst bij detacheerders daalt (-4% t.o.v. jaar eerder), stijgt het aantal medewerkers in vast dienstverband naar 68,7%. Dat betekent een stijging van meer dan 14% ten opzichte van het jaar daarvoor. Een verklaring hiervoor is dat extra personeel in vaste dienst wordt aangenomen omdat verwacht wordt dat de tekorten op de arbeidsmarkt zullen blijven bestaan. De stijging in leegloop (gedetacheerden zonder opdracht) van 26% in het eerste kwartaal van 2024 in vergelijk met twaalf maanden eerder wordt volgens de VvDN bewust geaccepteerd door detacheerders in afwachting van een aantrekkende markt. Volgens Boevé sorteren detacheerders voor op betere tijden. De verwachting bij de leden is dat namelijk de schaarste naar voldoende gekwalificeerd (senior) personeel alleen maar toeneemt. “De juiste balans vinden is voor onze leden de uitdaging. Hoeveel leegloop accepteer je? Hoeveel medewerkers wil je in vaste dienst? Dit omdat je zeker weet dat er weer een moment komt dat de vraag toeneemt en dat de zoektocht naar het juiste talent weer volop losbarst.” Ook opdrachtgevers houden daar volgens Boevé rekening mee. “Zij treffen maatregelen door meer van ons personeel ‘over te nemen’ en zelf in dienst te nemen. Met name bij de overheid heeft dat de afgelopen jaren aan populariteit gewonnen. De salarissen van ambtenaren zijn fors gestegen de afgelopen jaren en de overheid als werkgever wordt toch als heel stabiel ervaren.” Opvallende uitkomsten van de VvDN Marktmonitor over Q1 2024: Omzetdaling (per werkbare dag) van -2,7% ten opzichte van een jaar eerder Gedetacheerden zonder opdracht (‘leegloop’) gestegen met 26% Tariefstijging zet ook in het eerste kwartaal van 2024 door (+5,3%) Bijna 69% van de medewerkers heeft een vast contract Nagenoeg alle vakgebieden krimpen Toekomstverwachting: aanhoudende tekorten op de arbeidsmarkt ICT en engineering hebben het zwaar Het afgelopen kwartaal laat nagenoeg in elk vakgebied een omzetdaling zien. Alleen secretarieel en sociaal domein laten ten opzichte van vorig jaar een plus zien. Engineering (met 34% van de omzet in de VvDN Marktmonitor veruit het grootste segment) is van oudsher enorm gevoelig voor de economische conjunctuur. Tegelijk groeit in de totale arbeidsmarkt de werkgelegenheid voor hoger opgeleide technici al een jaar of zeven. Een half jaar geleden was de omzetgroei in dit segment nog een stevige +8,1%, nu is er een omzetkrimp van -6,5%. Het segment voor ICT’ers koelt ook sterk af. Waar de omzetgroei in dit segment een jaar geleden nog +10,6% was, is er nu sprake van een omzetkrimp van -6,5%. Oorzaken hier zijn de economische onzekerheid, met minder opgestarte projecten, kleinere projecten, pauzering en/of uitstel van projecten. Met alle aandacht voor de versnellende digitale transformatie, generative AI, cyber security, data science en verplaatsingen naar de cloud, is het onwaarschijnlijk dat er structureel minder ICT’ers nodig zullen zijn of dat deze markt-luwte lang zal blijven bestaan. Van groei naar krimp detachering In het voorgaande kwartaal (Q4 2023) was er nog sprake van een omzetgroei van 3,5% van de detacheringsbranche. De omzetontwikkeling vlakte al af gedurende het jaar 2023. In 2022 beleefde de detacheringsbranche een topjaar met een gemiddelde omzetgroei van maar liefst 18%. Opvallend is wel dat Brunel, een van de grootste detacheringsorganisaties in Nederland, in ons land in het eerste kwartaal van 2024 wel een omzetgroei wist te behalen (+6%). Maar ook Brunel Nederland ziet de omzetgroei afvlakken. Lees ook: Omzet Nederlandse detacheerders sterk gestegen in afgelopen vijf jaar Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags detachering, omzetontwikkeling, VvDN MarktMonitor | Laat een reactie achter