"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Toelatingsstelsel voor uitzenders uitgesteld: nieuwe streefdatum WTTA is 2026

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) loopt een jaar vertraging op. De wet moet ingaan per 1 januari 2026, in 2027 begint de handhaving. Welke instantie straks de toelatingen voor uitleners verstrekt, is nog onzeker.

Is het wetsvoorstel Toelating terbeschikkingsstelling van arbeidskrachten (Wtta) uitvoerbaar genoeg? Het duurt langer dan verwacht om een antwoord op die vraag te vinden. Daarom wordt de invoering van het nieuwe toelatingsstelsel voor uitzenders een jaar uitgesteld.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) kan het nieuwe stelsel ‘in elk geval niet sneller’ invoeren dan 1 januari 2026. “Daarbij worden uitleners via het overgangsrecht gestimuleerd om zich vóór 1 januari 2026 te melden en vóór 1 juli 2026 een toelating aan te vragen.” aldus minister Van Gennip in een brief aan de Tweede Kamer.  (*) Op 1 januari 2027 kan de Arbeidsinspectie dan beginnen met handhaven bij uitleners en inleners, zo stelt Van Gennip.

Wat is de Wtta?

De Wtta is een van de aanbevelingen van de Commissie Roemer (2020) om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Het is een toelatingsstelsel voor uitzendbureaus en andere ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Elke organisatie die in of naar Nederland arbeidskrachten uitleent, moet straks een vergunning hebben. Dit geldt niet alleen voor uitzendbureaus die hun eigen uitzendkrachten plaatsen bij opdrachtgevers, maar ook voor doorleners, payrollers en zelfs detacheerders.

Intermediairs moeten aan heel wat eisen voldoen om een goedgekeurd inspectierapport te krijgen. Zo moet je voldoen aan het verplichte normenkader, zorgen voor gelijk loon bij gelijk werk en een anti-discriminatiebeleid hebben bij werving en selectie. Andere eisen zijn een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), een (Stichting Normering Flexwonen) SNF-keurmerk (als je ook voor huisvesting zorgt) en een waarborgsom van € 100.000,-. Lees hier meer.

Dienst Justis presenteert resultaten 15 juli

De minister wil dat screeningsautoriteit Justis straks de vergunningen verstrekt. Kan Justis dat wel aan? Is de wet überhaupt uitvoerbaar? Op dit moment onderzoekt Justis dat nog. De dienst belooft over twee maanden (15 juli 2024) de uitslag. Dat is later dan verwacht en daarom loopt de invoering van de wet vertraging op.

In de beslisnota bij de Kamerbrief uiten ambtenaren van het ministerie van SZW hun zorgen. “We zien dat het toelatingsstelsel sterk afwijkt van de bestaande taken van Justis. Er is expertise nodig die Justis nu (nog) niet heeft.”

Minister: als Justis het niet kan, op zoek naar andere partij

De minister denkt zelf in ieder geval dat de wettekst duidelijk genoeg is. In haar brief schrijft ze dat ze dat het team van haar ministerie daar goed op heeft gelet. “Ook is gebruik gemaakt van input van sociale partners en partijen die bij het huidige vrijwillige certificeringsstelsel van de Stichting Normering Arbeid (SNA) betrokken zijn.”

Uit de beslisnota bij de Kamerbrief blijkt dat de minister teleurgesteld is over de vertraging. Zo schrijft ze ‘oef’ en ‘au’ in de kantlijn als het gaat over de vertraging bij Justis.

Als blijkt dat Justis de Wtta niet kan uitvoeren, dan zoekt Van Gennip een andere partij. Ze zoekt dan “een ander uitvoerend onderdeel van de Rijksoverheid” om de vergunningen uit te delen. Zij kan dat eenvoudig doen, want in de wettekst staat Justis niet specifiek benoemd.

Feedback op AMvB, normenkader en inspectieschema

Verder zijn een paar onderdelen van de wet geregeld via algemene maatregelen van bestuur (AMvB) of ministeriële regelingen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de eisen waaraan uitleners moeten voldoen (het normenkader) en het inspectieschema. Op deze manier kan de wet namelijk sneller tot stand komen. Met een AMvB hoeft het kabinet niet alle details uitgewerkt te hebben in het wetsvoorstel. Bovendien kan de regering een AMvB later veel makkelijker aanpassen dan een wet.

De minister heeft dit voorjaar internetconsultaties gehouden over het concept-AMvB en de concept-ministeriële regelingen. Daar kreeg ze tientallen reacties op en die moet ze nog verwerken. Ook wacht ze nog op de uitslag van het uitvoeringsonderzoek van de Belastingdienst over het concept-AMvB. Als ze alle feedback verwerkt heeft, vraagt ze tot slot nog om advies van de Raad van State en de Raad van Accreditatie. De minister verwacht dat de definitieve concepten ‘aan het eind van de zomer’ klaar zijn.

Lees ook: Flexbranche zeer kritisch op WTTA: ‘sleepwet’ schiet doel voorbij

Patrick Tom (Bureau Cicero): ‘Positief voor de ondernemer’

Al met al loopt de invoering van het nieuwe stelsel zeker een jaar vertraging op. Positief nieuws voor ondernemers, vindt Patrick Tom van certificeringsbureau Cicero. “Zij hebben nu meer tijd om op te gaan voor het SNA-keurmerk”, schrijft hij op LinkedIn.

Uitleenbedrijven die op 30 juni 2026 al zo’n keurmerk hebben, kunnen dat namelijk gebruiken om certificering te krijgen van de overheid. Lees meer over dit overgangsrecht. “Zij kunnen een actuele verklaring van SNA-registratie overleggen”, zegt Tom. “Ze hoeven dus niet te wachten op het inspectierapport gebaseerd op het verplichte normenkader. Wacht dus niet te lang met aanmelden bij SNA als je wilt blijven uitlenen.”

ABU: kwaliteit belangrijker dan snelheid

Ook de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) is blij dat de minister meer tijd neemt. 

ABU-directeur Jurrien Koops schrijft: “De invoering van het toelatingsstelsel is een omvangrijk en complex traject met grote gevolgen voor de uitzend- en payrollbranche. Ik vind het verstandig dat de minister meer tijd neemt voor een zorgvuldige uitvoering. Dat is ook in het belang van de effectiviteit van het stelsel. Kwaliteit en zorgvuldigheid zijn belangrijker dan snelheid.”

De ABU wil in de tussentijd meer duidelijkheid krijgen over de kosten van het stelsel, de uitvoerbaarheid bij uitleners en een goede overgangsregeling. “Verder kan de extra tijd dienen om te investeren in effectievere handhaving. Dat is de sleutel voor een succesvolle introductie van het toelatingsstelsel.”

(*) Een eerste versie van de genoemde Kamerbrief is verschenen op 13 mei. Op 15 mei heeft Minister van Gennip aangegeven dat de Tweede Kamer een verkeerd versie van de Kamerbrief heeft ontvangen en stuurde ze een aangepast versie. De twee versies verschillen vooral qua toon en beperkt op inhoud. Het bovenstaande artikel is gebaseerd op de eerste versie, maar licht aangepast naar aanleiding van de definitieve versie.