Een op acht ondernemers kiest voor verlagen productie door schaarste op de arbeidsmarkt Geplaatst 31 mei 2025 door ZiPredactie Twee op de drie ondernemers hebben te maken met een personeelstekort. Dat blijkt uit de Conjunctuurenquête Nederland van april 2025, uitgevoerd door het CBS samen met de KVK, EIB, MKB-Nederland en VNO-NCW. De meest gekozen oplossingen blijven betere arbeidsvoorwaarden en automatisering, maar opvallend veel ondernemers kiezen er ook voor om simpelweg de productie of het aanbod te beperken. Gemiddeld beperkt bijna 16 procent van de ondernemers de productie als gevolg van personeelstekorten. In het kleinbedrijf ligt dat aandeel met bijna 20 procent aanzienlijk hoger dan in het middenbedrijf (15 procent) en het grootbedrijf (12 procent). Productiebeperking het meest in de bouw De bouwsector springt eruit: maar liefst 32,8 procent van de bouwondernemers beperkt de productie als reactie op het tekort aan personeel. Dat is ruim het dubbele van het sectorgemiddelde. Ook in de sector vervoer en opslag (19,9 procent) en de horeca (17,5 procent) ligt dit percentage hoger dan gemiddeld. Deze cijfers laten zien dat bedrijven in arbeidsintensieve sectoren vaker hun aanbod moeten terugschroeven, vooral wanneer automatisering of het aantrekken van arbeidskrachten uit het buitenland geen directe oplossing biedt. Grote verschillen tussen sectoren én bedrijfsgroottes De keuze om productie te beperken hangt niet alleen samen met de sector, maar ook met de schaal van het bedrijf. Waar grote bedrijven vaker investeren in technologie of personeel uit het buitenland aantrekken, zijn kleinere bedrijven eerder geneigd te kiezen voor een praktische oplossing zoals het tijdelijk afschalen van werk. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags arbeidsmarktkrapte | Laat een reactie achter
Olli is een gecombineerd ATS, FMS en VMS in één: TTM-score MMMMM Geplaatst 30 mei 2025 door Mark van Assema Beschrijving van Olli Youseeq is een middelgroot recruitmentbureau uit Veldhoven met een ambitieus team dat naast dienstverlener ook software ontwikkelaar is geworden, en Olli nu als apart product in de Nederlandse markt zetten. Met die achtergrond komt ook direct een belangrijk verschil ten opzichte van veel HRTech-leveranciers op tafel. Want als je core business eigenlijk ‘dagelijks werken met de software’ is en niet ‘software bouwen’, dan weet je dat je met een tool te maken krijgt die is geoptimaliseerd voor dat dagelijkse gebruik. Veelvoorkomende handelingen en controles op data invoer zijn allemaal geautomatiseerd, waardoor het zeer gebruiksvriendelijk wordt. ATS, FMS én VMS? Het echt bijzondere is dat Olli in elk geval in Nederland, maar voor zover bekend ook daarbuiten, de eerste tool is met een gecombineerde ATS-, FMS- en VMS-oplossing. Dat is een pad dat software bouwers tot nu toe nog niet succesvol opgingen. Een modern ATS, Applicant Tracking System voor vaste functies, heeft wel wat opties voor flex-opdrachten, maar voor het werken met leveranciers zijn nog andere oplossingen nodig, zoals Hireport uit een eerdere TTM-review. Andersom is de ‘kandidaat eerst’ benadering van ATS’en voor alle VMS-leveranciers, Vendor Management Systems, een te grote uitdaging, omdat die komen uit een ‘klant en leverancier eerst’ benadering. Als derde is er steeds meer aandacht voor ‘direct sourcing’, zelfstandig inhuren van freelancers zonder bemiddelingsbureaus, met een eigen FMS, Freelance Management System, wat ook mogelijk is met Olli. De belangrijkste TTM-punten op een rij De kern van Olli is de recruitment module en daar focust deze review zich ook op. Daarin zijn ATS-, FMS- en VMS-functies gecombineerd tot een TTA, Total Talent Acquisition, recruitment applicatie. Daarnaast zijn er modules voor contractmanagement, Pre-Employment Screening (o.a. ID en VOG), een compliance module voor detacheerders (WAADI, G-rekening, NEN) en voor freelancers (KvK en DBA-check) en kun je de urenstaten en facturatieproces (reverse billing) gebruiken. Bekijk hier een overzichtvideo over Olli. Een eerste opvallendheid is dat het interne platform, van Youseeq als intermediair, in feite is doorontwikkeld in een tool voor eindklanten, de werkgevers die mensen nodig hebben, waardoor nu een tool staat die voor beide doelgroepengebruikt kan worden. Of je nu werkgever of intermediair met een Total Talent-visie bent, je kunt de werving & selectie integraal met Olli oppakken. Screenshot van een geïmporteerd en geanalyseerd skills cv. Dankzij generatieve AI in combinatie met skills talen als ESCO, O-net of je eigen taal, kun je met dezelfde skills set zowel vacatures als opdrachtomschrijvingen opstellen. Daardoor wordt vervolgens het vergelijken en beoordelen van kandidaten voor managers ook veel gelijkwaardiger. Vast en flex wordt zo minder appels en peren. Die skills matching en beoordeling kan door verschillende beoordelaars naar eigen inzicht worden uitgevoerd, zodat met verschillende inzichten naar kandidaten kan worden gekeken, het onmisbare menselijke aspect. Voor recruiters en managers is er een zogenaamde ‘sourcing decision tree’-functie ingebouwd om te adviseren over wervingsopties, marketing budget en doorlooptijden, gebaseerd op de net genoemde ESCO skills codes. De onderliggende engine is getraind op basis van data uit opdrachten/vacatures, wervingskanalen en kandidaataanbod van alle klanten, uiteraard geanonimiseerd. Zoals een modern ATS betaamt is er vervolgens ook integratie met onder meer VONQ voor job marketing acties en multi-posting om de vacatures in de markt te zetten, met links naar natuurlijk LinkedIn voor zowel vast en flex, maar ook specifieke ‘vast’-jobsites als nationale vacaturebank en werk.nl of specifieke ‘flex’-sites als freelance.nl. Ook detachering bureaus kunnen vanuit de VMS functie worden aangeschreven om kandidaten te leveren via het leveranciersportaal, zie deze video leveranciersportaal. ZZP-bemiddelingsbureaus kunnen ook aanbieden, maar krijgen dan via dat leveranciersportaal als die zzp’er wordt gekozen een apart contract voor de eventuele aanbreng fee, naast het rechtstreekse, DBA-proof ZZP-contract. Alle kandidaten, via willekeurig welk kanaal, komen vervolgens allemaal terecht in het Total Talent Dashboard, gebouwd met Power BI en geanonimiseerd om vooroordelen uit te sluiten, om vervolgens met matching tools op skills te kunnen matchen en scoren. In het dashboard zie je welke kanalen en vacatures goed presteren, zowel vanuit vast als flex oogpunt. Goede kandidaten die in eerste instantie niet worden geselecteerd kunnen wel worden toegevoegd aan talentpools. Uiteraard kun je ook rechtstreeks voor talentpools inschrijven als kandidaat, met alle skillskenmerken naast alleen je cv. Die talentpools zijn ook rechtstreeks toegankelijk voor inhurende managers waardoor bij goed beheerde talentpools, met actuele beschikbaarheid en profielen, een hele nieuwe dimensie aan proactief werven gegeven kan worden. En uiteraard ook hier weer volledig geïntegreerd voor vast en flex. Screenshot van talentpools met filters op o.a. skills en gewenste contractvorm. Naast dat eigen dashboard kun je ook marktdata voor vast en flex hieraan koppelen via onder meer de ESCO-skills, om vooraf de juiste verwachtingen te managen en de juiste kernwoorden en kanalen te kiezen, via het vast-flex dashboard van de Intelligence Group. Verder zijn er voor het TTA-deel ook nog integraties met communicatieplatform Crisp, met MS Outlook voor emails en met Calendly voor het eenvoudig plannen van interviews. Wat maakt deze oplossing zo bijzonder? Het meest bijzondere is dat we hier met een leverancier te maken hebben, die vanaf het begin als doel hadden om een Total Talent tooling te bouwen. De TTM-visie van directeur Helga van der Steen heeft het ontwikkelteam aangezet om steeds vanuit beide invalshoeken naar de tool te kijken en verschillen zo klein mogelijk te maken. Door contractvorm enkel als een parameter en filter op vacatures/opdrachten en kandidaten te behandelen is de drempel tussen de traditioneel twee gescheiden werelden grotendeels weggenomen. Screenshot van leverancier dossiers statussen en checks. Beoordeling op TTM-criteria Dit zijn de vaste criteria voor het bepalen van de MMMMM-score voor een complete TTM-oplossing en hoe Olli van Youseeq daaraan voldoet. Definitie Beoordeling Score Gelijke User Experience De tool ziet er zo gelijk mogelijk uit voor zowel vast als flex Het is één geïntegreerde recruitment tool voor de eindgebruikers, zowel recruiters/inhuurdesk en de inhurende managers, en daarmee is de UX dus ook geheel gelijk, wat vrij uniek is voor een ATS/VMS combinatie 1 M Voor zover toegestaan gelijke processen De processen werken voor vast en diverse vormen van flex zo gelijk mogelijk als wettelijk is toegestaan Daar waar het de recruitment processen zelf betreft werkt het werving proces, inclusief de distributie en marketing tools geheel gelijk. De recruitment workflow inrichting kan daarbij ook vanuit 1 aanvraag uitsplitsen in verschillende contractvormen. Aangezien dat proces de kern is van Olli de volle score. Voor flex zijn er extra processen rond facturatie, betalingen, waarbij voor vast dit in een ander HR-systeem moet gebeuren, maar dat is zeer gebruikelijk dus geen punten aftrek daarvoor. 1 M TTM-architectuur De tool en koppelingen zijn correct ingericht voor een TTM benadering Alle koppelingen in de recruitment module zijn bruikbaar voor vast en flex, zowel de data die binnen wordt gehaald rond bv skills en arbeidsmarktdata, als ook de koppelingen naar buiten, voor bv vacature distributie (multiposting) marketing (via VONQ), Pre-Employment Screening 1 M Correcte persoons-gegevens De datapunten die worden vastgelegd voor vast en flex zijn zo gelijk mogelijk gebruikt. De nodige verschillen, zoals salaris vs tarief, zijn ook aanwezig Naast de gebruikelijk datapunten in een ATS zijn ook de relevante datapunten vanuit het recruitment deel uit FMS/VMS- tools beschikbaar, zoals periode, tarief en opdrachtomschrijving. 1 M Complete TTM-data, rapportage en analytics Van alle talent, vast en flex, is de data vergelijkbaar compleet en te tonen in dashboards en gebruikt voor analyses De recruitment dashboard biedt integraal inzicht in de status van alle recruitment workflows, die wel verschillende stappen kunnen bevatten (met/zonder leveranciers ertussen), en acties gebaseerd op ontdekte fouten in het proces of documenten. Analyse op (skills) matching tussen kandidaat en vacature gebeurt contractonafhankelijk. 1 M Totaal 5 M’s Conclusies Dit is de eerste keer dat de hoogste score van 5 M’s gegeven wordt. Die 5 M’s staan voor tools die voorloper zijn op het gebied van TTM, waarmee snelle stappen vooruit mogelijk zijn. Organisaties die klaar zijn om hun recruitment uit te breiden naar TTA en toe zijn aan vervanging van hun huidige ATS, kunnen met Olli zeker die snelle stappen maken. Het heeft meer dan voldoende in huis voor een modern ATS, inclusief allerlei automatisering voor de ‘administratieve handelingen’, dus recruiters zullen zich niet misdeeld voelen. Die recruiters zullen zich juist gesterkt voelen in de mogelijkheden om hun inhurende managers aan te kunnen bieden om op exact dezelfde manier ook te gaan werven voor inhuur algemeen of voor tijdelijke invulling als een vaste vacature moeilijk invulbaar is. Natuurlijk kun je Olli ook inzetten voor alleen de flex-modules voor de inhuur van externen, maar daarmee doe je de TTM-mogelijkheden tekort. Juist in die TTA kant zit de kracht op TTM-vlak. Daar zou de direct sourcing van freelancers en de voordelen voor organisaties nog explicieter uitgelicht mogen worden in het Olli verhaal en op sommige plekken in de tool. Daarin zit ook voor veel VMS’en de spanning tussen de zzp’er als leverancier en de zzp’er als kandidaat. De tool is nu alleen voor alleen Nederland te gebruiken, dus nog niet internationaal. Maar dat kan bij bewezen succes natuurlijk veranderen. Wat is Total Talent Management (TTM)? TTM is een strategisch instrument voor organisaties om alle beschikbare talent dat nodig is om het werk uit te voeren op een holistische manier te werven, selecteren, engageren, ontwikkelen en in te zetten. Het is een groot raadsel hoe in organisaties de interne processen en tools zo uit elkaar kunnen lopen als het gaat om vast en flex, ook wel interne en externe werkkrachten. Op de werkvloer voeren mensen met verschillende contractvormen vaak dezelfde werkzaamheden uit. Of het nu in een contact center is of op de IT-afdeling, uitzendkrachten, zzp’ers en gedetacheerden werken zij aan zij met de vaste krachten. Voor managers zijn, talenten met bepaalde skills en ervaringen, onafhankelijk van de contractvorm, een bron om de werkopdracht van het team uit te voeren. De 5M score geeft de volgende beoordeling voor je reis naar Total Talent Management M = Geen tijd en geld aan besteden MM = Vrij TTM onvolwassen, maar het kan werken in een vroeg stadium MMM = Is goed op weg, het overwegen waard voor een volgende stap MMMM = Een partij die TTM echt snapt en waarmee je het verschil kan maken MMMMM = Een voorloper op het gebied van TTM, snelle stappen vooruit zijn mogelijk Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags recruitment, total talent management, TTM | Laat een reactie achter
Kamer maant kabinet om te werken aan positieve communicatie over werken met zzp’ers Geplaatst 28 mei 2025 door Claartje Vogel Het kabinet gaat positiever communiceren over werken met zelfstandig ondernemers. Ministeries en lagere overheden mogen werken als zzp’er niet op voorhand uitsluiten, zoals nu vaak gebeurt. Verder gaat het kabinet in overleg met de zorg om te zorgen dat zij hun flexibele schil behouden. De Tweede Kamer heeft dinsdag namelijk meerdere zzp-moties aangenomen. Kamerleden dienden de moties vorige week in tijdens een tweeminutendebat. Zij maken zich zorgen over het feit dat opdrachtgevers huiverig zijn om te werken met zzp’ers sinds de opheffing van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid. Meerdere partijen vroegen speciale aandacht voor problemen in de gezondheidszorg. SGP, BBB en VVD willen dat huisartsen bij drukte en ziekte zzp’ers kunnen blijven inzetten. ‘Categorisch uitsluiten mag niet’ Minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) was toen al voorstander van de moties. “In onze huidige communicatiecampagne willen we al meegeven dat werken met zzp’ers kan, zolang je je aan de regels houdt”, zei hij. “In volgende campagnes willen we dit nog verder benadrukken. En verder mag categorisch uitsluiten van zzp’ers niet aan de orde zijn.” Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) diende een motie in om goed werkgeverschap te stimuleren, vooral in sectoren waarin relatief veel zzp’ers werken. Ook deze motie is aangenomen. Hetzelfde geldt voor de motie van Maikel Boon (PVV), waarin hij aan de kaak stelt dat opdrachtgevers boetes en naheffingen onterecht afschuiven op zzp’ers. Boon vraagt hij om overleg met werkgevers en zzp-organisaties om dit tegen te gaan. Problemen in de zorg André Flach van de SGP vroeg aandacht voor problemen in de zorg sinds het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid is opgeheven. Hij wil dat huisartsen bij drukte en ziekte zzp’ers kunnen blijven inzetten. In een motie vraagt hij het kabinet ‘in samenspraak met de beroepsgroep een flexibele schil te behouden voor zorg voor huisartsen en avond-, nacht- en weekendzorg (ANW-zorg)’. Die motie dient hij samen met BBB en VVD in. De motie kreeg ruime steun in de Kamer, maar regeringspartij PVV en SP stemden tegen. Van Hijum zei tijdens het debat dat hij hierover wel wil overleggen met de sector, maar benadrukte dat er geen aparte regels voor huisartsen komen. “Er blijft overleg met de huisartsenvereniging over wat er binnen de kaders mogelijk is, maar er komt geen aparte regeling voor deze sector.” Lees meer over de ingediende moties. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags moties, VVD, wet dba, zzp-debat | 5s Reacties
De heiligverklaring van de VBAR belemmert de beleidsruimte Geplaatst 28 mei 2025 door HeadFirst Group Dat de Nederlandse arbeidsmarkt hervorming behoeft, staat buiten kijf. En in sommige onderdelen van het wetsvoorstel kan ik mij zeker vinden. Bijvoorbeeld het rechtsvermoeden van werknemerschap, dat broodnodige bescherming biedt aan zelfstandigen met lage uurtarieven. Ook het tegengaan van schijnzelfstandigheid is een legitieme beleidsdoelstelling, al is de vraag gerechtvaardigd of de VBAR dit in zijn huidige vorm werkelijk effectief aanpakt. Wat mij vooral zorgen baart, is de manier waarop dit kabinet én het vorige kabinet zich zonder veel terughoudendheid aan de VBAR hebben verbonden, zonder expliciete ruimte te laten voor alternatieve benaderingen en voorstellen. De VBAR gaat verder dan nationaal beleid Eén van de expliciete doelstellingen van de VBAR is het scheppen van duidelijkheid in de arbeidsrelatie tussen opdrachtgevers en zelfstandigen. Het voorstel introduceert een toetsingskader door de jurisprudentie te ordenen én een rechtsvermoeden van werknemerschap om kwetsbare zelfstandigen met lage uurtarieven meer bescherming te bieden. Maar wat in het debat pas echt duidelijk werd, is de internationale lading die dit voorstel met zich meedraagt. Zo verwees minister Van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) tijdens het debat meermaals naar de rol die de VBAR speelt in het bredere kader van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). Dat is niet zonder gevolgen. Om aanspraak te maken op de Brusselse miljarden uit het Europese coronaherstelfonds, heeft Nederland zich in 2022 gecommitteerd aan hervormingen van de arbeidsmarkt. Het gaat dan om diverse concrete maatregelen, zoals het verlagen van de zelfstandigenaftrek, een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en het aanpakken van schijnzelfstandigheid. De invoering van de VBAR speelt een belangrijke rol in de nationale invulling van die derde maatregel, aangezien er een duidelijke mijlpaal is opgenomen in het HVP: ‘Bekendmaking in de Staatcourant van een wet tot wijziging van de definitie van het begrip arbeidsrelatie’. Het is opvallend dat de wet zelf in het HVP nergens expliciet wordt benoemd, terwijl de VBAR in het debat door de minister gepresenteerd werd als een haast onvermijdelijke stap. Heiligverklaring Kamerlid Ergin (DENK) stelde in het debat dan ook een rake vraag: “Hoe heilig is de VBAR eigenlijk en is er ruimte om naar alternatieven te kijken?” De reactie van minister Van Hijum was diplomatiek, maar tussen de regels door klonk de boodschap helder: de VBAR is het antwoord en alternatieven passen moeilijk binnen de afgesproken kaders. Dat versmalt het debat over andere oplossingsrichtingen. En dat is zonde, want er zijn alternatieven. Denk bijvoorbeeld aan de initiatiefwet van VVD, CDA, D66 en SGP, waarin wordt gewerkt met een zelfstandigentoets met duidelijke criteria en werkrelatietoets met vier elementen gebaseerd op de Belgische Arbeidsrelatiewet. Ook kan een Toetsingscommissie opdrachtgevers en zelfstandigen aan de voorkant meer duidelijkheid verschaffen en zorgt een sectoraal rechtsvermoeden voor maatwerk. Deze benadering biedt meer duidelijkheid, behoudt de ruimte voor opdrachtgevers en zelfstandigen en voorkomt tegelijkertijd schijnzelfstandigheid, zonder een juridische lappendeken te creëren. Uit recent onderzoek van Knab blijkt dat maar liefst 71% van de zzp’ers enthousiast is over dit voorstel. Dat is een duidelijk signaal van draagvlak en reden genoeg om dit alternatief serieus te nemen. De internetconsultatie Zelfstandigenwet, die tot en met maandag 23 juni online staat voor reacties, zal verder uitwijzen wat zzp’ers, brancheverenigingen, inhurende organisaties en andere geïnteresseerden daadwerkelijk vinden van het wetsvoorstel. Ruimte voor meerstemmigheid De VBAR voldoet misschien aan het Europese verzoek om schijnzelfstandigheid aan te pakken, maar dat betekent niet dat het de enige weg is. Zeker in een dynamische en pluriforme arbeidsmarkt als de Nederlandse – met grote verschillen tussen sectoren, de behoeften van werkenden en het type werkzaamheden dat wordt uitgevoerd – is het belangrijk dat we ruimte houden voor differentiatie en maatwerk. Ook het HVP zelf geeft hier impliciet aanleiding toe. Het legt namelijk nadruk op de doelen, zoals het verkleinen van de fiscale verschillen tussen verschillende arbeidscontracten of het aanpakken van schijnzelfstandigheid, maar schrijft nergens één specifiek wetsvoorstel voor. Zeker in een tijd waarin er steeds vaker sprake is van ‘symboolwetgeving’ die moeilijk uitvoerbaar of handhaafbaar is, is het cruciaal om onderscheid te maken tussen doel en middel. Meerdere wegen die naar Brussel leiden De VBAR is zonder twijfel een wetsvoorstel met legitieme beleidsdoelen, maar de discussie mag niet stoppen bij de aanname dat dit automatisch de beste – of enige – route is. Als het doel is om zelfstandigen en opdrachtgevers duidelijkheid te bieden en schijnzelfstandigheid aan te pakken, dan hoort daar ook een open blik bij. Een blik die ruimte laat voor voorstellen die mogelijk beter aansluiten op de praktijk en meer draagvlak genieten in de samenleving. Het debat van 3 april laat zien dat de politieke bewustwording hierover groeit, en tijdens het tweeminutendebat ZZP op 20 mei liet Van Hijum weten dat ‘als je uitstel of afwijking van de afgesproken mijlpalen wilt effectueren, dat onder een aantal voorwaarden mogelijk is’. Nu is het van belang om die ruimte vast te houden. Want de kernvraag blijft: wat weegt zwaarder, politiek wensdenken, Europese verplichtingen of de bereidheid om echt naar alternatieven te luisteren, als die zich aandienen? Geplaatst in ZP en Politiek | Tags HeadFirst Group, Wet VBAR | 4s Reacties
Inhuur extern personeel bij Rijksoverheid in 2024: meer adviseurs, minder interim. Geplaatst 27 mei 2025 door Hugo-Jan Ruts De Rijksoverheid heeft in 2024 €3,67 miljard uitgegeven aan extern personeel. Dat is 15,4% van de totale personeelsuitgaven. Afgelopen jaar gaven de ministeries meer uit aan advies en ICT, maar minder aan interim-management, zo blijkt uit het recente Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2024. De totale uitgaven aan extern personeel zijn in 2024 opnieuw gestegen. Maar als aandeel van de totale personeelskosten was er – in tegenstelling tot voorgaande jaren – geen groei. De 15,4% ligt wel ruim boven het streefcijfer van maximaal 10%, de zogenoemde Roemernorm. Slechts vier ministeries blijven onder die norm. Bij zeven ministeries is het aandeel externe inhuur het afgelopen jaar gedaald. Bron: Jaarrapportages Bedrijfsvoering Rijk | Bewerking: ZiPconomy Projecten en schaarste Volgens de ministeries is extern personeel nodig vanwege specialistische ICT-kennis en om tijdelijke projectorganisaties te bemensen, zoals bij de schadeafhandeling in Groningen en de tijdelijke uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen. Ook de schaarste op de arbeidsmarkt en het niet of moeilijk kunnen vervullen van vacatures blijft een reden voor externe inhuur. Verschuiving in type inhuur Binnen de verschillende typen inhuur is een opvallende verschuiving zichtbaar. ICT blijft het grootste onderdeel van de inhuur (44% van het totaal). Ook de uitgaven aan beleid-, organisatie- en juridisch advies zijn opnieuw toegenomen. Daarentegen zijn er minder interim-managers ingehuurd. De uitgaven aan communicatieadvies zijn vrijwel stabiel gebleven, Ook de uitgaven aan uitzendkrachten zijn toegenomen, terwijl het aantal uitzendkrachten juist is gedaald, zo blijkt uit aanvullende rapportages. Bron: Jaarrapportages Bedrijfsvoering Rijk | Bewerking: ZiPconomy Forse afbouwambities De groei van de uitgaven aan externe inhuur staat in schril contrast met de ambitie van het huidige kabinet om de komende jaren fors minder extern personeel in te huren. In de begrotingen voor 2025 – zoals bekendgemaakt in september 2024 – zijn aanzienlijke besparingen op inhuur aangekondigd, al vanaf dit jaar (zie hier). In totaal moeten de kosten voor inhuur bij de kerndepartementen binnen vijf jaar met maar liefst 80% omlaag. Let wel: deze bezuinigingsdoelstelling geldt uitsluitend voor de kerndepartementen. In de eerder genoemde cijfers is ook (deels) de inhuur van uitvoeringsorganisaties opgenomen. Naast de besparingen op inhuur wil het kabinet-Schoof over vijf jaar ook 20% minder uitgeven aan vast personeel. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags inhuur, rijksoverheid | Laat een reactie achter
Zelfstandigenwet in internetconsultatie. ‘Je moet voldoen aan alle criteria’ Geplaatst 26 mei 2025 door Claartje Vogel VVD, D66, SGP en CDA komen met een nieuwe wet om te bepalen wanneer iemand als zzp’er mag werken voor een zakelijke opdrachtgever. Zij bieden de conceptwettekst van deze Zelfstandigenwet vandaag aan voor internetconsultatie. De komende vier weken mag iedereen erop reageren. Initiatiefnemer Thierry Aartsen (VVD) heeft hoge verwachtingen. “Met deze wet geven wij zelfstandigen duidelijkheid en vrijheid om als zelfstandige te werken. Daar staat wel wat tegenover: je moet aan vaste criteria voldoen en je moet iets regelen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Vrijheid en verantwoordelijkheid gaan hand in hand.” Mede-indiener Inge van Dijk (CDA): “Voor het CDA blijft werken in dienst de norm. Tegelijkertijd zien wij een groep die werk wil kunnen combineren met bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of zorg voor kinderen en mantelzorgtaken en daarvoor naar zelfstandig werk kijkt. Om dat op een fatsoenlijke manier te doen, moet duidelijk zijn wanneer werken zelfstandig werken is.” Alternatief voor Wet VBAR Met de Zelfstandigenwet introduceren de partijen een nieuwe manier om te bepalen wanneer iemand als zzp’er mag werken voor een zakelijke opdrachtgever. Die bestaat uit drie toetsen: een zelfstandigentoets, een werkrelatietoets en een sectorale toets. Begin april presenteerden VVD, D66, SGP en CDA voor het eerst hun idee voor deze nieuwe wet. Het is een alternatief voor een deel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) van het kabinet. De VBAR bestaat uit twee delen: een toetsingskader voor de beoordeling van arbeidsrelaties en een rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald uurtarief. De vier partijen zijn voorstander van het rechtsvermoeden, maar hebben weinig vertrouwen in het toetsingskaders van het kabinet. Hun Zelfstandigenwet is daar een alternatief voor. Lees ook : De tekst van de initiatiefwet is hier te vinden. De tekst van de memorie van toelichting – met een uitgebreide motivatie en uitwerking – vindt u hier. De internetconsultatie – waar iedereen aan mee mag doen – is hier te vinden. Voldoen aan alle criteria VVD, D66, SGP en CDA en vele anderen vinden het toetsingskader van VBAR te vaag. Tijdens een eerder overleg in de Tweede Kamer benadrukte Hans Vijlbrief (D66) de verschillen tussen VBAR en de Zelfstandigenwet. “We hebben geprobeerd om een keer niet op de gebaande paden te blijven en om het op een andere manier te proberen, namelijk door te kijken of we het begrip “zelfstandige” anders kunnen definiëren. Wat is nou kenmerkend voor een zelfstandige? Daar beginnen we mee. […] Ik denk dat wij daarom vooruitgang boeken.” Aartsen (VVD) benadrukt dat dit wetsvoorstel de positie van de zelfstandige versterkt en verduidelijkt, zonder die van de werknemer te verzwakken. “Met een duidelijke definitie van wie als zelfstandige mag werken beperken we bovendien alle vormen van schijnzelfstandigheid.” De afgelopen weken hebben de initiatiefnemers veel gepraat met belanghebbenden en experts, zoals zzp-organisaties, werknemersverenigingen en juristen. Op basis daarvan hebben ze wat zaken verduidelijkt, vertelt Aartsen. “Ten eerste benadrukken we dat je aan alle criteria moet voldoen om met een zelfstandige of als zelfstandige te mogen werken”, zegt hij. “Als je aan alle eisen voldoet, heb je zekerheid dat je met of als zzp’er kunt werken. Verder hebben we een aantal eisen verduidelijkt.” Drie toetsen Er zijn drie toetsen om te bepalen of een opdracht door een zelfstandige uitgevoerd mag worden: 1. Zelfstandigentoets De eerste toets gaat over de persoon die het werk verricht: is iemand echt een zelfstandige? Hiermee wordt de positie van een zelfstandige wettelijk erkend, afgebakend en verankerd, benadrukken de initiatiefnemers. Bij deze toets bepaal je of iemand: Werkt deze persoon voor eigen rekening en risico? Voert iemand een deugdelijke administratie? Gedraagt de persoon zich in het economisch verkeer als zelfstandig ondernemer? Heeft de persoon een ‘adequate voorziening’ getroffen tegen het risico op arbeidsongeschiktheid? Dat hoeft niet per se een arbeidsongeschiktheidsverzekering te zijn, ook ‘substantieel’ eigen vermogen of beleggingen zijn toegestaan. Voorziet iemand in een ‘proportionele bijdrage voor een voorziening tegen inkomensverlies en/of armoedeval bij pensionering’? Anders gezegd: spaart iemand voldoende voor zijn pensioen? Vrijheid en verantwoordelijkheid Aartsen: “Je moet iets geregeld hebben voor pensioen en aov, maar je mag zelf bepalen hoe je dat doet. Het zijn open normen, er is geen minimum spaarbedrag. Zulke vrijheid past bij zelfstandig ondernemerschap. We vertrouwen erop dat de markt dit zelf goed organiseert.” Het is aan de zelfstandige zelf om te onderbouwen waarom hij voldoet aan de criteria in de zelfstandigentoets. “Hij kan dat doen met een derdeverklaring”, vertelt Aartsen. “Een zelfstandige kan zo’n verklaring halen bij een financieel adviseur. Hiermee kan hij opdrachtgevers en de Belastingdienst zekerheid geven dat hij voldoet aan de zelfstandigentoets.” 2. Werkrelatietoets De tweede toets gaat over de werkrelatie tussen de zelfstandige en de opdrachtgever. Er mag geen sprake zijn van een gezagsrelatie. De vier criteria zijn: De vrijheid van organisatie van de werktijd. Heeft de zelfstandige een grote mate van vrijheid om werktijden en verlof te bepalen? De vrijheid van organisatie van het werk. Heeft de zelfstandige een grote mate van vrijheid om zelf te bepalen hoe hij zijn werk uitvoert of organiseert? De afwezigheid van hiërarchische controle. De opdrachtgever mag geen directe hiërarchische controle over de zelfstandige uitoefenen. De wil van de partijen. Is het de bedoeling van partijen om te werken met en als zelfstandige? Zaken die voortvloeien uit de aard van een organisatie “Ook in dit geval moet de werkrelatie aan alle voorwaarden voldoen”, zegt Aartsen. “Soms heeft een organisatie vaste werktijden door praktische redenen, zoals openingstijden of geplande evenementen. Bij zulke zaken die voortvloeien uit de aard van een organisatie is het logisch dat de zelfstandige zich aan de planning moet houden.” Hetzelfde geldt voor werkzaamheden, legt hij uit. “In een pannenkoekenrestaurant kun je niet ineens pizza’s gaan bakken.” 3. Sectoraal rechtsvermoeden Sommigen sectoren hebben een hoger risico op schijnzelfstandigheid. Voor deze branches zijn er extra regels die wijzen op de aanwezigheid van een arbeidsovereenkomst. Eigen verantwoordelijkheid en hulp Opdrachtgevers en zelfstandigen zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering, onderbouwing en bewijslast van de drie toetsen. Er komt geen nieuwe instantie om de toetsen af te nemen. De initiatiefnemers willen nadrukkelijk regeldruk voorkomen. Wie vragen of twijfels heeft, kan straks terecht bij de Commissie Beoordeling Toetsingskader Zelfstandigenwet. Deze nieuwe, onafhankelijke commissie helpt opdrachtgevers en opdrachtnemers om het toetsingskader te beoordelen en de juiste contractvorm te kiezen. Doorbraak in politieke impasse “Met deze wet willen we uit een decennialange politieke impasse komen”, zegt Aartsen. “Ons doel is niet meer of minder zzp’ers, maar meer duidelijkheid. Ons voorstel sluit aan op Europese jurisprudentie en is gebaseerd op de criteria die in België gebruikt worden. Je kan veel over België zeggen, maar qua arbeidsrecht is dat geen ontwikkelingsland.” Zorgen van vakbonden Vakbonden hadden in eerste instantie veel kritiek op het nieuwe wetsvoorstel. Zo vindt het CNV dat de wet ‘schijnzelfstandigheid legaliseert, het arbeidsrecht aantast en collectieve regelingen onder druk zet’. CDA Kamerlid Inge van Dijk hoopt dat de nieuwe wettekst die zorgen wegneemt. “We tasten nadrukkelijk het werken in de arbeidsovereenkomst niet aan”, zegt zij. “CAO’s en andere collectieve regelingen zijn belangrijke verworvenheden. Het CDA hecht daar grote waarde aan.” Aartsen heeft veel vertrouwen in het wetsvoorstel. “Er is veel bereidheid om samen te werken. Het is gelukt om als vier partijen samen tot een voorstel te komen, terwijl we eerder soms tegenover elkaar stonden.” CDA is vooral enthousiast over het voorstel omdat het zorgt voor meer duidelijkheid over de positie van zzp’ers op de arbeidsmarkt en leidt tot betere bescherming van zelfstandigen tegen arbeidsongeschiktheid en bij pensionering. Internetconsultatie De komende vier weken mag iedereen online reageren op de conceptwet tijdens de internetconsultatie. Een internetconsultatie is een gebruikelijke stap in een wetgevingsproces. “We hopen op inhoudelijke reacties en suggesties, die hebben we nodig om tot een zo goed mogelijk voorstel te komen”, zegt Aartsen. “Laten weten of je het er wel of niet mee eens bent. Wat je graag anders of beter zou zien. Het is belangrijk dat zzp’ers hun mening laten horen.” Na eventuele aanpassingen sturen de partijen het wetsvoorstel naar de Raad van State voor advies. Daarna gaat het voorstel inclusief het advies naar de Tweede Kamer. Europees geld Aartsen denkt dat het snel kan gaan. “Dit wetsvoorstel versterkt de positie van zelfstandigen, verbetert hun sociale bescherming en helpt schijnzelfstandigheid tegengaan, terwijl het ook voorkomt dat Nederland een financiële korting krijgt op het Europese Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). We kunnen dit wetsvoorstel namelijk sneller invoeren dan een aparte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers.” In het HVP staat dat Nederland vóór 1 januari 2026 met maatregelen moet komen tegen schijnzelfstandigheid om aanspraak te maken op 600 miljoen euro subsidie. Complexe politieke situatie Uiteindelijk moet de politiek kiezen: VBAR of de Zelfstandigenwet? De vier indieners van de Zelfstandigenwet hebben samen maar 41 zetels in de Tweede Kamer en moeten dus flink aan de bak om een meerderheid te krijgen. BBB en DENK lijken een voorkeur te hebben voor de Zelfstandigenwet, maar de linkse partijen zijn op voorhand niet enthousiast. NSC-Minister Eddy van Hijum (SZW) houdt voorlopig vast aan zijn eigen VbAR. Als zijn partij het voorstel van zijn eigen minister blijft steunen, komt de Zelfstandigenwet alleen door de Tweede Kamer met steun van PVV. In de Eerste Kamer heeft de Zelfstandigenwet meer kans van slagen. Daar hebben de vier initiatiefnemers plus de BBB een meerderheid. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags zelfstandigenwet | 3s Reacties