Maandelijkse archieven: augustus 2024

Als zzp-en niet meer mag, wat dan wel?

Er is heel veel gaande op onze arbeidsmarkt met betrekking tot het inhuren van zzp’ers. De aanstaande opheffing van het handhavingsmoratorium door de Belastingdienst leidt ertoe dat inleners van zelfstandigen zich opnieuw oriënteren op de fiscale en arbeidsrechtelijke risico’s van een opdrachtgever. Voorlopig heeft dit als consequentie dat een groeiend aantal opdrachten niet meer toegankelijk is voor zelfstandigen. Het begon bij grotere inleners, maar het verspreid zich intussen naar een zeer groot deel van de opdrachtenmarkt. In de gezondheidszorg, het onderwijs, de bouw maar ook bij lokale en centrale overheden, uitvoeringsorganisaties, financiële dienstverleners, energiebedrijven, mediabedrijven, bedrijven in de luchtvaart en industriële bedrijven neemt het aantal opdrachten dat toegankelijk is voor zelfstandigen snel af.

Toegang tot zp’ers verliezen

Vanuit de positie van de opdrachtgevers is dit zeer begrijpelijk. Sinds de invoering van de Wet DBA (afschaffing van de VAR) zijn opdrachtgevers (mede)verantwoordelijk voor de werksituatie. Juist deze feitelijke werksituatie is bepalend voor het al dan niet bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen opdrachtgever of intermediair en opdrachtnemer (zzp’er) met alle bijbehorende risico’s. Een groeiend probleem voor opdrachtgevers is dat ze de toegang tot een deel van de schaarse zelfstandig professionals verliezen. Telkens blijkt dat zelfstandigen lang niet allemaal bereid zijn om in een dienstverband te stappen. 

Vormen van dienstverband

Voor de zelfstandig professional is lang niet altijd duidelijk waarom opdrachten niet openstaan voor zzp’ers. Ze voelen zich dan beknot in hun vrijheden en mogelijkheden en in feite is dat ook zo. Een deel van hen wordt serieus beperkt in het kunnen voeren van eigen regie, terwijl dat juist is waaraan veel professionals in deze tijd behoefte hebben. Indien een opdracht niet toegankelijk is voor een zelfstandige dan kan de opdracht eigenlijk alleen worden uitgevoerd vanuit een arbeidsrechtelijk dienstverband. Van een dergelijk dienstverband bestaan verschillende typen. Het is afhankelijk van de specifieke omstandigheden welke vorm het beste past. Onder meer zaken als verdiencapaciteit, externen beleid inlener en de gewenste ruimte voor het voeren van eigen regie zijn dan medebepalend. Overigens heeft de professional bij alle vormen van dienstverband recht op sociale zekerheid.
Drie bestaande vormen zijn:

  1. Een dienstverband bij de opdrachtgever op basis van BW 7:610
  2. Een dienstverband bij een intermediair op basis van BW 7:690/692 (payroll, uitzend, detachering)
  3. Een dienstverband bij een Declarabele Uren BV (DUBV)

Elk van deze vormen heeft voor- en nadelen en het is afhankelijk van iemands persoonlijke omstandigheden welke het beste past. Laat je daarom goed voorlichten over de consequenties van je keuze.

Uitdaging zzp-bemiddelaars

Ook zzp bemiddelaars hebben een flinke uitdaging. Hoe moeten ze nu omgaan met de nieuwe situatie? Als ze de binding met ‘hun’ professionals in stand willen houden zullen ze minimaal een zorgvuldig informatie en communicatie traject moeten organiseren. Het is onafwendbaar dat ze daarbij soms ook slecht of ongewenst nieuws moeten brengen en natuurlijk verwachten de klanten en professionals dat je als leverancier goed kunt uitleggen waarom iets niet meer mag of juist verplicht is en wat dan de mogelijke alternatieven zijn.

Lees ook: Het einde van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid is in zicht: wat nu?

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , , | 16s Reacties

Van Wet DBA naar VBAR? Infobijeenkomst over de huidige stand van zaken

Bovib, de branchevereniging voor intermediairs en brokers, organiseert op 24 september een informatiesessie over de impact van nieuw beleid rondom de inhuur van zzp’ers. Welke invloed heeft de conceptwet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) ten opzichte van de huidige Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA)? En wat betekent de intensivering van handhaving op het gebied van schijnzelfstandigheid?

De bijeenkomst op 24 september is bedoeld voor organisaties die zzp’ers inhuren en intermediaire dienstverleners. Onder leiding van ZiPconomy-hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts worden zij bijgepraat over de huidige stand van zaken rondom wet- en regelgeving.

Ten onrechte huiverig voor wet VBAR

“Belangrijk, omdat we vanuit de Bovib nu toch wel zien dat er wat reuring ontstaat”, vertelt mede-organisator Arno Pronk van Bovib. “Ten eerste omdat de Belastingdienst per 1 januari 2025 weer volop wil handhaven en controleren op schijnzelfstandigheid. Ten tweede zien we dat veel inhurende organisaties ten onrechte een voorschot nemen op het wetsvoorstel VBAR, terwijl het nog niet meer is dan een voorstel.”

De Raad van State moet nog met een advies komen over het concept, benadrukt Pronk. “En daarna moet de Tweede Kamer zich er nog over buigen. Toch worden inhurende organisaties nu al bang om zzp’ers in te huren. Reden genoeg voor de Bovib om een informatiebijeenkomst te organiseren.”

De bijeenkomst (24 september) vindt plaats in het DynaHouse te Nieuwegein. De inloop is vanaf 14.30 uur en de rondetafelsessie begint om 15.00 tot 17.00 uur. Afsluitend is er een borrel. Aanmelden is gratis en kan via secretariaat@bovib.nl o.v.v. je naam en de naam van je organisatie.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Politiek staat voor dilemma rond handhaving zzp-regels

De Belastingdienst maakt zich op om vanaf 1 januari 2025 weer nadrukkelijk de regels te handhaven voor het inhuren van zzp’ers. Dit zorgt voor de nodige onrust onder werkgevers, bemiddelaars en zelfstandigen, en plaatst de politiek voor een dilemma. Moet men de harde lijn volgen en een wet die er al jaren is nu eindelijk handhaven? Moet men zorgen voor een zachtere landing, met oog voor mogelijke verstorende effecten op de arbeidsmarkt? Of zou de handhaving opnieuw moeten worden opgeschort totdat er een nieuwe wet is, zoals ooit het plan was?

Achter de schermen in Den Haag lijken al deze opties op tafel te liggen. Voor je het weet, levert dit weer de nodige verwarring en onzekerheid op.

Waar staan we nu?

Op 5 september organiseert de Kamer een ‘rondetafelgesprek’ met betrokken instanties en belangenbehartigers over de hervatting van de handhaving. Dit ter voorbereiding van een overleg in de Tweede Kamer over het zzp-beleid op 12 september. In aanloop daar naar toe zal het nieuwe kabinet met een zienswijze moeten komen over het handhavingsmoratorium. Aan de betrokken bewindspersonen van SZW, EZ en FIN om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen. 

Het ministerie van Financiën is een gewillig voorbeeld om te schetsen waar de pijn zit. Het ministerie loopt (ver) voorop op andere departementen en overheden met het in kaart brengen of de ingehuurde zzp’ers nu wel of geen schijnzelfstandigen zijn. Dat zijn er op dat ministerie nogal wat, zo’n duizend. Op veel onderdelen, zoals bij de Belastingdienst zelf, wordt hard gewerkt om te zorgen dat alles voor 1 januari is opgelost. Bijvoorbeeld door het omzetten van zzp-contracten naar detachering, al voelen lang niet alle zzp’ers daar veel voor.

De uitdaging  is nog veel groter bij de dienst verantwoordelijk voor de afhandeling van de toeslagenaffaire. Die draait voor een flink deel op zelfstandigen, van wie veel door de dienst zelf als schijnzelfstandigen worden gezien. Er is een interim-projectmanager aangesteld om versneld vaste mensen te zoeken. U raadt het al: deze interimmer is zelf weer een zzp’er. Maar dat gaat niet op tijd lukken, zo waarschuwt het ministerie. De harde lijn (‘alle schijnzelfstandigen eruit per 1 januari 2025’) zal onherroepelijk vertraging opleveren in dit toch al politiek gevoelige dossier.

Continuïteit bedrijfsvoering in gevaar

Het is tekenend voor wat er momenteel in meer en meer sectoren plaatsvindt. Waar het grotere bedrijfsleven zijn zaakjes al lang en breed op orde heeft, worden kleinere organisaties en de publieke sector nu pas wakker.

De continuïteit van de bedrijfsvoering staat bij tal van organisaties serieus op het spel als ze radicaal stoppen met het inhuren van zzp’ers. Bij het ministerie van Financiën hebben alle schijnzelfstandigen het aanbod gekregen om in loondienst te komen. Van de duizend heeft er één ‘ja’ gezegd, zo valt in Kamerstukken te lezen. In veel andere sectoren zal het niet veel anders zijn. In deze krappe arbeidsmarkt ligt de macht bij de werkende.

Dilemma’s

De zorgen over te strenge handhaving vanuit het ministerie van Economische Zaken zijn dan ook begrijpelijk. Maar ook de mening van Sociale Zaken dat je niet kunt blijven gedogen, is niet onlogisch. De datum van 1 januari 2025, waarop het handhavingsmoratorium afloopt, is al jaren bekend. Ook Financiën staat te trappelen, al hebben ze daar te maken met een geloofwaardigheidsprobleem omdat ze hun eigen huis niet op orde hebben. Dat geldt overigens ook voor EZ zelf, waar 32% van het personeelsbudget opgaat aan extern personeel (al zijn dat lang niet allemaal zzp’ers).

Onduidelijkheid

Het handhavingsmoratorium zou opgeheven worden op het moment dat er een nieuwe wet zou zijn met voor iedereen begrijpelijke criteria. Die wet is er nog lang niet. Een concept is omstreden en kan op weinig draagvlak rekenen in de politiek en polder. In het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof staat dat dit kabinet doorgaat met deze VBAR, maar niet hoe. Het wachten is nog op een visie van het kabinet.

Voor de handhaving valt de Belastingdienst dus terug op bestaande jurisprudentie. Een eigen interne vertaling daarvan, in een handleiding voor de controleurs die op bedrijfsbezoek gaan, beslaat 24 pagina’s aan vragen en toelichtingen. 

De externe communicatie over de regels is daarentegen summier. Een door het ministerie van SZW ontwikkelde webmodule (overigens niet onomstreden, de uitkomsten van een pilot zijn nooit besproken in de Kamer) heeft nauwelijks een plek in de communicatie van de Belastingdienst. Het ministerie van Financiën gebruikt deze webmodule zelf ook niet voor de interne controle op schijnzelfstandigheid.

De reacties bij werkgevers lopen sterk uiteen. Van simpelweg helemaal geen zzp’ers meer inhuren (wat vaak een overtrokken reactie is) tot kop-in-het-zand-steekgedrag (‘mij controleren ze toch niet’).

Een deel van de sectoren wil ook niets liever dan het afbouwen van het aantal zzp’ers. Anderen vinden het wel prima zo.

En nu?

Moet men voet bij stuk houden, stevig handhaven en via naming en shaming (openbaar maken van de uitkomsten van controles) duidelijkheid verschaffen, zoals de Belastingdienst van plan is? De markt had zich hier immers op kunnen voorbereiden. Of toch de koninklijke weg volgen, zoals ook de Algemene Rekenkamer adviseert: eerst heldere criteria, dan handhaven? Of komt er misschien een Haags compromis: wel handhaven, wel ‘gele kaarten’ uitdelen als het niet goed is (aanwijzingen, zoals dat nu ook gaat), maar nog geen boetes? Toch die wet maar in tweeën knippen?  We zullen het de komende weken merken.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 13s Reacties

CBS: aantal zelfstandigen tweede kwartaal verder gestegen

In het tweede kwartaal van 2024 nam het aantal zelfstandigen toe met 14 duizend. Daarmee komt de teller op 1,6 miljoen. Dit aantal is de afgelopen jaren vrijwel continu gegroeid door de toename van het aantal zzp’ers, meldt het CBS in hun kwartaalbericht over de arbeidsmarkt.

Meer vaste banen, minder flex

Van de 9,8 miljoen mensen met betaald werk in het tweede kwartaal van 2024 waren er 5,5 miljoen werknemers met een vaste arbeidsrelatie. Dat zijn er 26 duizend meer dan een kwartaal eerder. Het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie steeg vrijwel voortdurend vanaf het vierde kwartaal van 2015. Ook de netto arbeidsparticipatie nam licht toe, van 73,3 naar 73,4 procent.

Bron: CBS

Daarnaast waren er bijna 2,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Dit aantal daalde ten opzichte van het vorige kwartaal met 25 duizend. Sinds de coronacrisis steeg het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie tot bijna 2,8 miljoen in het eerste kwartaal van 2023. Daarna is een lichte daling ingezet.

Meer gewerkte uren

Met een groei van 22 duizend (0,2 procent) kwam het totaal aantal banen op 11,6 miljoen. In deze cijfers zijn alle banen meegeteld, voltijd en deeltijd. Zowel bij werknemers als bij zelfstandigen nam het aantal banen toe. In het tweede kwartaal kwamen er 5 duizend werknemersbanen bij, een toename van 0,1 procent. Het totaal kwam daarmee uit op ruim 9 miljoen. Het aantal banen van zelfstandigen nam toe met 17 duizend (+0,6 procent) naar ruim 2,5 miljoen. Ruim 1 op de 5 banen is een zelfstandigenbaan.

Ook het aantal gewerkte uren steeg in het afgelopen kwartaal. Werknemers en zelfstandigen werkten in het tweede kwartaal van 2024 in totaal ruim 3,7 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden, 0,3 procent meer dan een kwartaal eerder.

Bron: CBS

Werkloosheid gedaald

Na een toename in het eerste kwartaal, nam het aantal werklozen in het tweede kwartaal
af met 3 duizend. Er waren 370 duizend mensen werkloos, dat is 3,6 procent van de
beroepsbevolking. Hiermee is het werkloosheidspercentage lager dan een kwartaal
eerder (3,7 procent). Het gaat bij werklozen om mensen die geen betaald werk hebben, maar
daar wel recent naar hebben gezocht en op korte termijn beschikbaar zijn.

Bij jongeren tot 25 jaar steeg de werkloosheid in het afgelopen kwartaal van 8,5 naar 8,6 procent. Onder 25- tot 45-jarigen en 45- tot 75-jarigen nam de werkloosheid met 0,1 procentpunt af naar respectievelijk 3,0 en 2,1 procent.

Minder mensen op zoek naar werk en meer baanvinders

De afname van de werkloosheid in het tweede kwartaal van 2024 is het resultaat van onderliggende stromen tussen de werkzame, de werkloze en de niet-beroepsbevolking. Per saldo was er in het tweede kwartaal van 2024 een toestroom van 30 duizend werklozen vanuit de niet-beroepsbevolking (bijv. gepensioneerden).

Aan de andere kant daalde de werkloosheid doordat meer werklozen werk vonden dan werkenden die werkloos raakten. Hierdoor liep de werkloosheid in het tweede kwartaal terug met 33 duizend. Dit is meer dan een kwartaal eerder. Er waren vooral meer werklozen die een baan vonden. Bij elkaar resulteerden dit in een afname van het aantal werklozen met 3 duizend.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | 2s Reacties

‘Van deeltijd naar fulltime? Dat lost krapte op arbeidsmarkt niet op’

Met het steeds krapper worden van de arbeidsmarkt wordt vol verwachting gekeken naar onbenut arbeidspotentieel, kortgezegd werkuren die nu, om tal van redenen, aan de arbeidsmarkt zijn onttrokken en die mogelijkerwijs wel kunnen worden ingezet. Zo neemt de druk op het meer uren werken van deeltijdwerkers gaandeweg toe. Het zou immers een probaat middel kunnen zijn om de gaten op te vullen. Maar zo eenvoudig is dat nog niet. 

In een recent gepubliceerd artikel onderzoeken diverse experts aan de hand van twee grote datasets de (on)mogelijkheden van dit onbenut arbeidspotentieel.  Daarbij maken ze onderscheid tussen twee ‘soorten’ arbeidspotentieel: kwantitatief en kwalitatief. Bij kwantitatieve onderbenutting gaat het om minder dan 36 uur per werken – in deeltijd dus. In het geval van kwalitatieve onderbenutting is er sprake van een mismatch. Hun werk sluit dan niet helemaal aan bij hun opgedane kennis, expertise en vaardigheden, zegt een van de auteurs, Ronald Dekker tegenover ZiPconomy. Volgens Dekker, arbeidsmarktonderzoeker bij TNO, gaat het bij die laatste categorie om mensen die bijvoorbeeld wel 40 uur per week werken, maar die misschien, gezien hun profiel, niet heel nuttig werk doen. En dan spreek je dus van onderbenutting. 

Geen simpele rekensom

En dat is een belangrijke waarneming, omdat er mogelijk iets te halen valt. Zeker als de op het eerste gezicht simpele rekensom niet het gewenste effect sorteert: dat als deeltijdwerkers meer uren maken het tekort op de arbeidsmarkt wordt opgevuld. In de praktijk zien we vaak iets anders, legt Dekker uit. “Er zijn inderdaad wel mensen die meer uren zouden willen werken. Iets dat in de praktijk niet altijd lukt. Denk bijvoorbeeld aan (mantel)zorgtaken.” `Ter illustratie: slechts 30% van de mensen die meer wil werken, werkt een jaar later ook daadwerkelijk meer uren. Aan de andere kant zijn er ook steeds meer mensen die bewust kiezen voor parttime-werk en ook niet meer anders zouden willen.  “Die willen een gezonde privé-werkbalans. En als je eenmaal een goede kwaliteit van leven hebt, bevalt dat wel. Dan is geld niet meer de hoofdmoot en zullen financiële prikkels jou niet bewegen. Zo heffen beide groepen werknemers elkaar qua uren als het ware op.” 

Het gemiddelde aantal uren dat iemand per week werkt, daalt al zestig jaar. Dat dit nog zal veranderen – zeker nu ook de jongste generatie op de arbeidsmarkt vloeit- is niet erg aannemelijk, zegt Dekker. En dus zul je naar andere manieren moeten kijken om de krapte op de arbeidsmarkt wat te verzachten. Dus niet alleen naar de cijfers, zoals het CBS vaak doet, maar ook naar de kwaliteit van werk. Hoe het binnen organisaties is georganiseerd bijvoorbeeld. Het effect ervan op de arbeidsmarktproblematiek wordt een beetje onderschat.” Zo geeft 30 procent van de werkenden aan dat hun competenties niet voldoende worden benut. “Daar zit wel echt ruimte voor verbetering waarbij een bepalende rol is weggelegd voor werkgevers,” aldus Dekker. 

Een werkgever moet vooral met zijn tijd meegaan. Dat betekent innovatief denken. “Zorg ervoor dat de werknemer, die je immers graag wilt behouden en het liefst voor hetzelfde aantal uren of meer, zichzelf kan ontwikkelen door middel van cursussen en bijscholing. Een leven lang leren is het adagium. En als je dat doet, kun je diezelfde werknemer ook complexere taken toebedelen.” Tel uit je winst, dus. 

En iemand die niet aan betaald werk doet, kan ook van nut zijn voor de maatschappij en waarde toevoegen, benadrukt Dekker. “Bijvoorbeeld door te zorgen voor huisgenoten. Dat hoeft ook niet per se voor kinderen te zijn, of via mantelzorg. Maar er gebeurt heel veel nuttig werk in en rond huishoudens.” De moraal van het verhaal: niet iedereen die betaald werk doet, zit qua nut voor de maatschappij ook echt op zijn plek. 

Uitgelezen kans uitzenders?

Dit alles biedt een uitgelezen kans voor uitzender en detacheerders, zou je zeggen. Zij kunnen immers heel gepast de gaten in de kwalitatieve mismatches opvullen. Dekker: “Dit soort bedrijven kunnen inderdaad in dit gat springen door meer mensen te matchen op basis van hun competenties en hun ontwikkelpotentieel. En ook door zelf innovatief te zijn: niet trouwhartig op zoek gaan naar wat de opdrachtgevende partij precies zoekt, maar een voorstel te doen dat misschien niet zo voor de hand ligt gezien het opgestelde profiel.”

Daartegenover staat dat het werkgevers ook gemakzuchtig kan maken, vindt Dekker. “Ze besteden het soms al dertig jaar uit. Uitzenders en detacheerders stellen werkgevers in staat om zelf niet strategisch na te denken. Heel fijn voor die bedrijven natuurlijk, maar voor de werkgevers op de wat langere termijn niet zo. Ik zou eigenlijk willen dat werkgevers ook meer nadenken over de toekomst van hun onderneming en hoe ze hun werknemers daarin zien.” 

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , | 3s Reacties

Nederlandse MSP-markt is volwassen, maar nog lang niet verzadigd

Eerder deze maand publiceerden we onze eerste FlexNieuws TOP 100. Deze honderd flexbureaus – goed voor 46% van de totale flexbranche – geven een getrouw beeld van de ontwikkelingen in de markt. De verschillen tussen de typen flexbureaus (uitzenden, detachering, brokers/MSP, zzp-bemiddeling) zijn echter groot. Dat geldt ook voor de Managed Service Providers (MSP), hoewel zij vrijwel allemaal blijven groeien.

Dat in de top-10 van de FlexNieuws TOP 100 vier MSP’s staan, geeft natuurlijk een vertekend beeld. De omzet van een uitzend- of detacheringsbureau is heel iets anders dan de ‘omzet’ van een MSP. Bij een MSP praat je over managed spend. Een MSP is een externe partner die namens een organisatie het hele leveranciersbeheer verzorgt. In de managed spend zit de omzet van die leveranciers – uitzenders, detacheerders en zzp-bemiddelaars – verwerkt en een (vrij geringe) marge van de MSP zelf.

Toch zegt het wel degelijk iets dat de MSP/broker het sterkst groeiende type flexbureau is met een gezamenlijke omzetgroei van 18,2% in 2023

Sourceright, TAPFIN en Pontoon

Van de drie grote, internationale uitzendreuzen Randstad, Manpower Group en Adecco is niet bekend welk aandeel hun MSP-activiteiten hebben. (Respectievelijk Sourceright, TAPFIN en Pontoon staan dan ook niet vermeld in de FlexNieuws TOP 100.) Wat we wel weten is dat marktleider Randstad Groep Nederland met Randstad Sourceright ook de grootste MSP van ons land is. Randstad Sourceright beheert zeer omvangrijke inhuurprogramma’s voor grote, internationale bedrijven.
Ook Talent Solutions-TAPFIN, de MSP van ManpowerGroup, profiteert van de internationale positie van het moederbedrijf en behoort in Nederland tot de grotere spelers.

Pontoon Solutions, onderdeel van de Zwitserse uitzendreus Adecco Group, is van deze drie uitzend-dochters (in ieder geval in de Benelux) de kleinste speler op de MSP-markt.

Andere ‘Nederlandse’ MSP’s

HeadFirst Group leidt de MSP/brokers in de FlexNieuws TOP 100 en staat met een managed spend in Nederland van € 2,26 miljard in 2023 op een 2e positie (achter Randstad). Het bedrijf is maar liefst met 17% gegroeid ten opzichte van het jaar daarvoor. En de groei zal zich overigens niet tot onze grenzen beperken. HeadFirst Group ziet Nederland als hub voor de Europese expansie van haar MSP-propositie. Nu HeadFirst Group en de megagrote Britse HR-dienstverlener Impellam Group zijn samengegaan, roert het concern zich nadrukkelijk op de globale MSP-markt.

Magnit is de nieuwe naam waaronder sinds 2023 de wereldwijde MSP Pro Unlimited opereert, dat in 2021 het Nederlandse Brainnet overnam. Het bedrijf in Nieuwegein is ooit begonnen met contractmanagement en heeft zich doorontwikkeld tot MSP. Magnit Benelux kende zowel in 2022 als in 2023 dubbelcijferige omzetgroei. In 2023 bedroeg de managed spend met 16,5% naar bijna € 1,26 miljard.

Circle8Group Nederland staat ook in de top-10 van de FlexNieuws TOP 100. De HR Tech-dienstverlener heeft afgelopen jaar de magische grens van een miljard euro omzet doorbroken (ook door dubbelcijferige groei). Die groei komt naar eigen zeggen vooral uit recruitment/brokering, MSP en consulting. En ook Circle8 Group groeit internationaal snel, mede mogelijk dankzij  investeringen van de eigenaar, de Zwitserse investeringsmaatschappij Axiom Partners.

Van de brokers/MSP’s in de top-10 boekte alleen Nash Squared (Harvey Nash, inclusief Het Flexhuis) licht omzetverlies (-2,9%) met een omzet van € 576 miljoen in 2023.En Hays mag dan met een managed spend van ruim 303 miljoen een wat kleinere speler zijn op de markt van brokers/MSP’s, de omzetgroei van 19,5% is natuurlijk uitstekend.

Flextender spant de kroon. Natuurlijk, je kunt sneller groeien als je relatief kleiner bent, maar de groei van ruim 70% in een jaar tijd is indrukwekkend. Kende Flextender in 2022 nog een managed spend van € 200 miljoen, in 2023 was dat ruim € 340 miljoen.

Hero ziet de omzet al jaren exponentieel stijgen. In 2023 groeide de omzet naar circa € 125 miljoen (+49%). Voorheen kwamen de inkomsten uit brokerdienstverlening, in 2023 is daar de MSP-propositie (Hero MSP) bijgekomen. De ambities om te groeien zijn zeer hoog. Voor 2024 rekent Hero op een omzet tussen € 175 en € 200 miljoen. En de broker/MSP sluit niet uit dat het bedrijf vijf of zes keer zo groot wordt door autonome groei binnen twee jaar. 

Vraag naar bredere MSP-dienstverlening

In ruim twee decennia is de rol van MSP’s uitgegroeid van puur administratie en (directe) kostenbeparing voor de opdrachtgever (MSP 1.0) naar allesomvattend leveranciersmanagement en integraal talentbeheer voor de klant (MSP 4.0). (Uit: MSP onderzoeksrapport editie 2022/23).

Voorheen schakelden (grote) organisaties een MSP in om bij de inhuur van externen te zorgen voor compliance (voldoen aan wet- en regelgeving), transparantie en kostenbeheersing (-besparing). “Dat zijn nu hygiënefactoren. Wat daar vooral is bijgekomen is het vinden en binden van de juiste talenten”” stelt Violet Wolbers (Randstad Sourceright) in een interview met ZiPconomy. Dat is een logisch gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Niet alleen corporates, ook middelgrote organisaties vragen daardoor meer om MSP-dienstverlening. Arco Elsman (HeadFirst Group) zei in een eerder interview met ZiPconomy hierover: “(Ook kleinere) organisaties zetten nu een MSP in om de markt te ontsluiten (schaarse kandidaten vinden), voor het ontzorgen van de hiring managers en kostenefficiënt personeel in te huren.”
Kees Stroomer (Magnit Benelux) stelt eveneens in een interview met ZiPconomy dat de markt tegenwoordig veel meer open staat voor MSP-dienstverlening dan voorheen.

Inspelend op de groeiende behoefte van inhurende organisaties breiden MSP’s hun dienstverlening uit met bijvoorbeeld recruitment process outsourcing (RPO), direct sourcing en talentpool-beheer. Zo maakt Randstad Sourceright naar eigen zeggen gebruik van de kennis en ervaring binnen RPO om ook direct sourcing – het opbouwen van talentpools uit naam van de kant – te verzorgen.

Wereldwijd staat het relatief kleine Nederland qua MSP-beheerde omzet volgens onderzoeksbureau SIA op een vierde positie; met 4% van de wereldwijd door MSP’s beheerde omzet is onze markt bijvoorbeeld zelfs groter dan die van het grote buurland Duitsland (3%).  (uit: MSP-aanbieders in Nederland en België, editie 2022/2023). De VS (52%), UK (15%) en Canada (7%) domineren overigens de wereldwijde MSP-markt. Het MSP-concept is dan ook ontstaan in de Angelsaksische landen en pas later overgewaaid naar Nederland, dat volgens velen dan weer voorop loopt vergeleken met de rest van continentaal Europa..

Nieuwe spelers op de MSP-markt

“Nederland is een volwassen MSP-markt geworden, waar het inmiddels wemelt van de grotere en kleinere aanbieders”, stelt Wolbers. Met ruim een dozijn MSP-dienstverleners is het inderdaad druk op de markt. De ‘nieuwe’ spelers zijn overigens veelal van origine brokers die zich meer en meer gaan richten op MSP-dienstverlening. Fraai voorbeeld is het eerder genoemde Hero, dat vijftien jaar geleden is begonnen als broker voor zzp’ers in de IT (contracting) en sinds kort met Hero MSP een positie op de markt aan het veroveren is.
Meer concurrentie dus op een volwassen MSP-markt. Maar door de groeiende vraag naar (brede) MSP-dienstverlening is daar blijkbaar ruimte voor. Paul Bikkers, Managing Director TAPFIN, stelt in een interview met ZiPconomy: “Die brokers pakken een significant stuk van de markt. Aan de andere kant, de markt is zo groot dat we met z’n allen daarop kunnen opereren en bestaansrecht hebben.” De cijfers van de MSP’s/brokers in de FlexNieuws TOP 100 bevestigen dit.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | Laat een reactie achter