Maandelijkse archieven: juni 2021

Een HR-perspectief op arbeidsrelaties met zzp’ers

Sjanne Marie is promovenda aan de Tilburg University en ontving in 2020 de PhD Innovatiebeurs van de NSvP. Mede dankzij deze beurs ontwikkelde zij de praktische toolkit. Dit is het eerste blog – met onderaan de eerste Kennisclip uit de toolkit.

Dé zzp’er bestaat niet

Nederland telt op dit moment meer dan 1,3 miljoen zzp’ers. Ondanks het groeiend aantal zzp’ers, worden zij in de media nog te vaak neergezet als één grote groep. Voorbeelden hiervan zijn ‘Zzp’er is minder bereid om te investeren in scholing dan werknemer’ of ‘Zzp’ers willen het liefst klein blijven’. Best gek dat zo’n grote groep werkenden op de arbeidsmarkt in één hokje worden geplaatst, toch?!

In mijn promotieonderzoek bij Tilburg University heb ik de heterogeniteit van zzp’ers in kaart gebracht. Ik heb me hiervoor verdiept in de loopbaanontwikkeling van zzp’ers en de arbeidsrelaties met opdrachtgevers. De onderzoeksresultaten toonden aan dat zzp’ers verschillen in de uitdagingen die zij in hun loopbaan tegenkomen en de manier waarop ze daar mee omgaan. Inzicht in de diversiteit van zzp’ers is belangrijke kennis voor HR-professionals. De diversiteit is van grote invloed op de arbeidsrelaties tussen zzp’ers en opdrachtgevers.

Goed opdrachtgeverschap

Onderzoek van ZiPconomy laat zien dat 54% van de organisaties goed opdrachtgeverschap vertaalt in het aansturen op een optimale samenwerking waarin het leveren van betere prestaties het doel is. Veel minder frequent zien organisaties goed opdrachtgeverschap als een middel om zelfstandigen aan zich te binden (11%) of bij te dragen aan de duurzame inzetbaarheid van zzp’ers (9%). Dit is problematisch.

Wanneer de duurzame inzetbaarheid van zzp’ers ondergeschikt is, heeft dit gevolgen voor het aantal zzp’ers op de arbeidsmarkt dat aantrekkelijk is voor organisaties om in te huren. Zzp’ers worden immers vaak ingehuurd voor hun expertise en rijke ervaringen en spelen een belangrijke rol in het verhogen van de flexibiliteit en wendbaarheid van organisaties. Kortom, het waarborgen van de duurzame inzetbaarheid van zzp’ers is ook van groot belang voor opdrachtgevers.

HR-vraagstukken

Wanneer we inzoomen op hoe ‘goed opdrachtgeverschap’ plaatsvindt in de arbeidsrelaties met zzp’ers, stoten we op een aantal HR-gerelateerde vraagstukken. In mijn onderzoek merkte ik op dat organisaties vaak zoekende zijn naar hoe zij de arbeidsrelatie met zzp’ers het beste kunnen vormgeven. Wanneer een organisatie besluit zzp’ers in te huren, wordt veel aandacht besteed aan contracteren en het voldoen aan wet- en regelgeving. HR-beleid gericht op het socialiseren en de professionele ontwikkeling van zzp’ers blijft echter vaak achterwege. Terwijl het algemeen bekend is hoe belangrijk goed HR-beleid is voor het aantrekken en motiveren van talentvolle mensen in de organisatie.

Doordat er in onvoldoende mate vanuit een HR-perspectief wordt gekeken naar de arbeidsrelaties met zzp’ers gaan waardevolle kansen verloren. Zo verliezen opdrachtgevers veel tijd en geld in het steeds opnieuw moeten zoeken naar zzp’ers. En als de zzp’er dan is gevonden, wordt zijn of haar expertise onvoldoende benut. Dit kan écht anders!

Een HR-perspectief op arbeidsrelaties met zzp’ers

Door de arbeidsrelaties met zzp’ers vanuit een HR-perspectief te bekijken, ontstaan er mogelijkheden om de arbeidsrelaties in te richten op een manier waarop niet alleen organisatiedoelen worden behaald, maar er tegelijkertijd ook wordt geïnvesteerd in de duurzame inzetbaarheid van zzp’ers. Hoe kunnen HR-professionals de arbeidsrelaties met zzp’ers optimaliseren? Kleine aanpassingen in de arbeidsrelaties met zzp’ers kunnen al snel een groot verschil maken, het vraagt alleen om een frisse blik vanuit een HR-perspectief.

Toolkit voor HR-professionals

Om HR-professionals te inspireren op basis van inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, heb ik een toolkit ontwikkeld waarin ik inzoom op HR-activiteiten die waardevol kunnen zijn in het optimaliseren van de arbeidsrelaties met zzp’ers. In de volgende blog deel ik de eerste praktische tips. Stay tuned!

Onderdeel van de toolkit zijn de Kennisclips – korte informatieve filmpjes waarin Sjanne Marie inzichten uit haar promotieonderzoek toelicht, steeds vanuit een ander perspectief. Deze inzichten en tips kun je direct toepassen in de praktijk! Waarom het waardevol is om als HR-professional meer kennis te hebben van hoe arbeidsrelaties met zzp’ers optimaal vorm te geven? Dat hoor je in Kennisclip #1.


Lees en bekijken zo de hele serie van vier kennisclips &-artikelen:

</ul

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 2s Reacties

Meer dan een kwart van opdrachtgevers verwacht afname van inhuur interim-management

Minder inhuur

Een prangende vraag is of opdrachtgevers verwachten meer of minder interim-managers te gaan inhuren. Van de respondenten verwacht 42% stabiliteit in de inhuur en 27% een afname, 6% verwacht een sterke afname. Slechts een klein deel verwacht een lichte toename (6%), niemand verwacht een forse toename. Bij 19% van de ondervraagden is er geen sprake van inhuur van interim-management.

Inhuurproces interim-managers verschilt

Het totaalonderzoek besloeg verschillende categorieën van inhuur: zelfstandige professionals, detachering, interim-management, consultancy & SOW (statement of work), en uitzendarbeid. Of de inhuur van interim-managers anders verloopt dan dat van andere professionals? 51% van de respondenten zegt van wel. Zij zeggen dat het niveau van interim-management zorgt voor een ander inhuurproces.

 

Dat proces vindt plaats door gebruik te maken van een eigen netwerk (48%) of van een bureau, vanwege de complexiteit van de opdracht (36%). Bij interim-management leunt 34% van de respondenten zwaarder op het advies van een bureau ten aanzien van de selectie van de juiste kandidaat. Ruim 41% verwacht dan ook inhoudelijke ondersteuning van een bureau tijdens de opdrachtuitvoering.

 

Op de stelling dat inhuur van interim-management en executive search steeds meer in elkaar overlopen, is slechts een derde van de respondenten het eens.

Wie huurt in?

Interim-management zien we als het inhuren van een manager (of specialist) in de bovenste één à twee managementlagen van een organisatie. Op de vraag of de inhuur van interim managers binnen de scope van de afdeling inhuur/inkoop of hr valt, antwoordt bijna 80% van wel. Ruim 8% zegt dat dit niet zo is, maar dat dit geldt voor alle inhuur.

De respondenten zijn afkomstig uit al deze functies: 36% van de respondenten heeft een hr/recruitment-functie, 34% een directie/management-functie, 24% inkoop en 6% is finance of ICT-manager. Niet alle respondenten hebben de vragen over interim-management beantwoord. Degenen die dat wel deden, waren voornamelijk bestuurs-/directieleden van kleinere bedrijven (tussen 100-500 fte).

Dit is een deelpublicatie van het ZiPconomy trendonderzoek ‘Inhuur externen. Trends in 2021-2022’ . Aan dat onderzoek hebben rond de 200 bedrijven en organisaties meegedaan die structureel gebruikmaken van extern personeel. De respondenten zijn afkomstig uit zowel profit als non-profit bedrijven, van verschillende omvang. Bedrijven met minder dan 50 medewerkers en de zorgsector zijn duidelijk ondervertegenwoordigd in dit onderzoek. Meer over het trendonderzoek van ZiPconomy is hier te lezen.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Overleven in het zzp-oerwoud. Wegwijs voor opdrachtgevers

Het webinar heeft als titel ‘Overleven in het zzp oerwoud’ en is ingedeeld in twee delen. Eerst bespreekt Jasper van der Voet, gespecialiseerd in arbeidsrecht bij Pellicaan Advocaten, welke elementen van het inhuurproces zorgen voor compliance en hoe groot de risico’s zijn als dit niet goed geregeld is. Vervolgens bespreekt Chris Neddermeijer, solution architect en mede-oprichter bij Nétive, op welke manieren een Vendor Management Systeem (VMS) kan zorgen dat het inhuurproces aan de regelgeving voldoet.

Bekijk het volledige webinar ‘Overleven in het zzp oerwoud’

Een korte geschiedenis van de wetgeving

De wetgeving omtrent inhuur is aan verandering onderhevig. Vroeger was er de VAR (Verklaring ArbeidsRelatie), wat goed werkte voor opdrachtgevers, maar de Belastingdienst viste vaak achter het net.

Met de komst van de wet DBA werd de VAR afgeschaft. Er werden modelovereenkomsten gebruikt met geel gearceerde bepalingen. Dit systeem werkte vanaf het begin al niet, vertelt advocaat Van der Voet. Zzp’ers werden soms weggestuurd vanwege de wetgeving, ook als zowel opdrachtgever en zzp’er tevreden met elkaar waren. Een voorbeeld zijn operaties die moesten worden uitgesteld omdat de operatieassistenten vaak zzp’ers waren en niet meer als dusdanig mochten opereren. Het was tijd voor een nieuwe oplossing.

Huidige status van wetgeving en handhaving

Sinds januari is de pilotfase van de webmodule gestart. 36 vragen bepalen of iemand een zzp’er of een werknemer is, waarbij elke vraag een zeker aantal punten oplevert. Boven 44 punten wordt het twijfelachtig of er sprake is van een dienstbetrekking.

De uitslagen van de webmodule na een eerste onderzoek testrun waren:

  • Opdrachtgeversverklaring: 25%
  • Indicatie dienstbetrekking: 48%
  • Geen oordeel mogelijk: 27%

Dit betekent dat er in opgeteld 75% van alle gevallen eigenlijk een dienstbetrekking is, of twijfel daarover. Momenteel is handhaving opgeschort, maar mogelijk komt hier vanaf 1 oktober verandering in.

Indicatoren van werknemerschap

In de huidige wet- en regelgeving zijn er negen kenmerken die werknemers onderscheiden van zzp’ers. Dit zijn indicatoren die het zzp-schap onderscheiden van werknemerschap. In het webinar worden deze kenmerken besproken en volgt een uitleg van wat de belangrijkste indicator is.

Ook wordt in het webinar uitgewerkt hoe het inhuurproces bij gerechtigd zzp-schap eruitziet.

Compliance in zes onderdelen van het inhuurproces

Het inhuurproces bestaat uit zes onderdelen:

  1. Inkoop
  2. Legal
  3. Administratie vooraf
  4. Administratie tijdens de inhuur
  5. Financiële afdeling
  6. Uitvoering werkzaamheden

Compliance krijgt in deze zes onderdelen vorm, onder andere door middel van documenten zoals KvK-nummers, NEN-certificaten, vrijwaringsbepalingen en correcte facturen. Alle onderdelen moeten op elkaar aansluiten om ze optimaal beheersbaar te houden. En daar zit vaak de crux, vertelt advocaat Van der Voet.

De risico’s van non-compliance

Één van de risico’s waar opdrachtgevers zich zorgen over maken, is dat zzp’ers voor de wet kunnen worden gezien als werknemers, met alle fiscale gevolgen van dien. Maar nu de Belastingdienst niet handhaaft op de inhuur van zzp’ers, vragen sommige organisaties zich af hoe groot de gevaren daadwerkelijk zijn.

Advocaat Van der Voet geeft advies aan grote bedrijven en merkt op dat de Belastingdienst kan besluiten tot een naheffingsaanslag, in het geval van kwaadwillendheid of in het geval van een fictieve dienstbetrekking. In dat geval wordt loonheffing gevorderd bij de opdrachtgever, waarbij de facturen worden gekwalificeerd als netto loon, worden gebruteerd en waarbij er nog een boete kan worden opgelegd. In het webinar wordt een voorbeeld gegeven van de hoogte van dit kostenplaatje.

Behalve een fictieve dienstbetrekking, kan er sprake zijn van een civielrechtelijke dienstbetrekking. Dit is het geval wanneer een zzp’er claimt werknemer te zijn en door de rechter in het gelijk wordt gesteld, zoals in de rechtszaak X / Gemeente Amsterdam. Ook in dat geval is de schadelast voor rekening van de opdrachtgever, hetzij omdat er een direct dienstverband wordt aangenomen, hetzij via de Wet aanpak schijnconstructies.

Lees ook: De gevolgen van het arrest X/Gemeente Amsterdam voor de inhuur van zzp’ers

Hoe je de risico’s inperkt

Van der Voet benadrukt dat het belangrijk is om in alle stappen van het inhuurproces te blijven nadenken. Is degene die je inhuurt iemand die iets bijzonders kan, of is het iemand die gewoon meedraait in het team?

Elke afdeling heeft hierin een verantwoordelijkheid. Zo zou de financiële afdeling moeten signaleren wanneer een zzp’er langer dan twee jaar wordt ingehuurd. Vaak wordt dit echter gezien als een (lastige) taak van de afdeling legal. Maar een Vendor Management Systeem (VMS) maakt compliance in alle stappen van het inhuurproces makkelijker.

De oplossingen van een VMS

Oprichter Chris Neddermeijer vertelt hoe Nétive in 2005 begonnen is om compliance in te bouwen in het systeem, omdat een VMS bij uitstek geschikt is om te zorgen voor compliance. Een VMS is immers een geautomatiseerd systeem dat het hele inhuurproces regelt, van aanvraag tot facturatie. In alle stappen in het inhuurproces vind je compliance terug.

Compliance komt neer op vier taken. Dit is de zogenaamde Plan Do Check Act-cyclus. De vier soorten taken uit deze cyclus zijn:

  1. Bepaal compliance benodigdheden
  2. Verkrijg documenten en goedkeuringen
  3. Check documenten
  4. Neem maatregelen bij non-conformiteit

Een VMS neemt het merendeel van deze taken uit handen. In het webinar laat Neddermeijer een demo zien van het Nétive-systeem.

Demo van een VMS

Neddermeijer laat zien dat een VMS informatie over zowel leveranciers en klanten als over zelfstandigen bevat. Op basis van instellingen wordt bepaald welke compliance benodigdheden vereist zijn. Zo is het bij leveranciers bijvoorbeeld van belang of er een Waadi-check is uitgevoerd, of er een SNA-keurmerk is en of er een bedrag moet worden gereserveerd voor een G-rekening.

Ook bij zelfstandigen kunnen bepaalde documenten verplicht worden gesteld, zoals een KvK-uittreksel of een geheimhoudingsplicht. Zelf kan de zzp’er indien gewenst op basis van reversed billing facturen genereren.

Het tabblad compliance toont welke documenten nog ontbreken, op welke termijn ze binnen moeten zijn en wie ze moet goedkeuren. Alle sjablonen zijn aanpasbaar, omdat de regelgeving bij inhuur van bijvoorbeeld Kroatische zzp’ers verschilt van die van hun Duitse collega’s. Doordat het systeem automatisch processen kan tegenhouden in het geval van non-compliance, is het van het grootste belang voor leveranciers en zelfstandigen om actief mee te werken aan compliance. Zo kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat non-compliant leveranciers kandidaten voorstellen, of zelfs dat de facturering van een non-compliant zelfstandige (tijdelijk) wordt bevroren.

Bij grote organisaties is de inhuurdesk vaak verantwoordelijk voor gebruik van het VMS. Sommige organisaties laten dit door een Managed Service Provider (MSP) doen, anderen schakelen gespecialiseerde consultants in.

Een VMS regelt compliance door het beperken van risico’s. Tegelijkertijd biedt het rust, door alle specifieke en individuele aanpassingsmogelijkheden. Het dashboard biedt een overzicht van de compliance risico’s in een oogopslag. Dit is het basisprincipe van een VMS.

Vragen van het publiek

Tot slot komen een paar vragen van het publiek aan bod in het webinar. Arbeidsrechtspecialist Van der Voet vertelt wat hij verwacht van de handhaving na 1 oktober, of voor die tijd alles geoorloofd is, en of zzp’ers zelf ook risico lopen. Daarnaast geeft hij zijn mening over werken met een G-rekening.

Nétive-oprichter Chris Neddermeijer geeft aan in hoeverre een VMS kan helpen bij het up-to-date houden van de benodigde documentatie.

Bekijk het volledige webinar ‘Overleven in het zzp oerwoud’

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter

Sectoraal zzp-beleid. Toch de beste weg?

Voor de allereerste keer werd eind 2019 een cao afgesloten met daarin tariefafspraken voor zzp’ers. De eer was aan de architecten, ongeveer een jaar later volgden medewerkers van de publieke omroep. In beide gevallen werd afgesproken dat zzp’ers 150 procent van het loon van de loondiensters kregen.

Zijn dit soort sectorale afspraken een oplossing voor het zzp-vraagstuk? Immers, de ene zzp’er is de andere niet. Van een manager die 150 euro per uur vraagt tot een Deliveroo-bezorger die 12 euro per uur verdient voor drie maaltijdbezorgingen. In de bouw, zorg of kunstensector spelen hele andere thema’s. Kan je dan wel uit de voeten met een generiek zzp-beleid? Of is het niet beter om sectoren zelf de ruimte te geven om afspraken te maken. Over tarieven, maar bijvoorbeeld ook over wel of geen arbeidsongeschiktheidsverzekering of voorwaarden waaronder iemand wel of niet ingehuurd kan worden?  Zo’n sectorale aanpak was de basis van de Wet DBA. En daar is nog steeds het nodige enthousiasme over, zo blijkt uit gesprekken met een aantal zzp-belangenorganisaties.


De vervanging van de Wet DBA, een sociaal vangnet voor zelfstandigen met een laag verdienvermogen,  duidelijkheid voor de echte ondernemer, hervorming van het fiscale stelsel voor zzp’ers. Het is het huidige kabinet niet gelukt om een doorbraak te realiseren in deze onderwerpen.

Ideeën en voorstellen genoeg. In de formatie zullen daar keuzes in gemaakt worden. In een serie artikelen zet ZiPconomy een aantal van die ideeën nog eens stuk voor stuk op een rij.  En bespreekt met insiders in hoeverre ze ook haalbaar zijn. Zie voor alle artikelen uit deze serie, en ander nieuws rond de formatie het ZiPconomy dossier #formatie2021


Sectoren en specifieke afspraken

Sectorspecifieke afspraken maken was lange tijd verboden door de Autoriteit Consument & Markt, omdat die het zag als overtreding van het kartelverbod. Het was illegaal voor zelfstandig ondernemers om prijsafspraken te maken. Het tij keerde echter toen de ACM in 2019 met de Leidraad tariefafspraken zzp’ers kwam.

Zzp’ers bepalen zelfstandig hun product, prijs en service. Daarom gelden de concurrentieregels. Er zijn echter situaties waar de concurrentieregels niet gelden of waar de ACM geen boetes oplegt. Het gaat dan om het ‘zij-aan-zijprincipe’, aldus de ACM. Zelfstandigen die hetzelfde werk doen als mensen in loondienst zijn geen echte zelfstandigen, dus zijn ze niet gehouden aan het verbod om collectieve afspraken te maken. Als in het geval van de architecten en media minder dan 150 procent wordt betaald, dan ontstaat een rechtsvermoeden van werknemerschap, dat bij de cao-geschillencommissie moet worden gemeld.

De architecten-CAO kreeg in mei 2021 weer een update. Vanaf 1 maart 2021 tot en met 28 februari 2023 krijgen ook de zelfstandig architecten 8 procent vakantiegeld.

Sectoraal overleg werkgevers en zelfstandigen

“Wij zijn geen groot voorstander van afspraken over zzp’ers in de cao,” zo zegt Charles Verhoef, voorzitter van Zelfstandigen Bouw. “Een cao moet over de rechten en plichten van werknemers en werkgevers gaan. En meer niet. Maar we zijn wel groot voorstander van sectorale afspraken over de condities en voorwaarden waaronder zzp’ers in de bouw werken. En helderheid: wanneer is er sprake van zzp-schap? We denken dat een sectorale afspraak veel beter werkt dan het gedrocht van de modelovereenkomsten, de webmodule en wat er nog komen gaat.”

Regelmatig zit Verhoef aan tafel met het ministerie van Sociale Zaken, de Belastingdienst en vertegenwoordigers van Bouwend Nederland. Een paar weken geleden werd ook besproken of sectorale afspraken een optie zijn “De opdrachtgevers, onder meer Bouwend Nederland, zijn ook voor. Maar het ministerie en de belastingdienst voelen er niets voor. Ze willen er niet aan. Geef de webmodule een kans omdat daar ook goede kanten aan zitten, zeggen ze. Maar dat is naar onze mening de oplossing niet.”

Als het aan Verhoef ligt komen er in een sectorale afspraak objectieve criteria, onder meer over minimumtarief, pensioenopbouw, sociaal vangnet en duur van een opdracht per opdrachtgever. “Zodat zowel opdrachtgevers als zelfstandigen weten aan welke condities ze zich moeten houden. Op een bouwplaats is de kans op arbeidsongeschiktheid groter dan bijvoorbeeld bij computerwerk. Als je je arbeidsongeschiktheidsverzekering niet hebt geregeld, ben je misschien geen zzp’er”, geeft Verhoef als voorbeeld van mogelijke toekomstige regels.

Juist die verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering is een heikel punt. “Dat komt omdat een aov niet voor iedereen toegankelijk is. Je moet wel zorgen dat het voor iedereen betaalbaar is. Dat geldt ook voor een pensioen. Als je sectoraal afspreekt dat een zzp’er in de bouw iets voor zijn oude dag heeft geregeld, moet je hem wel in staat stellen om financieel iets op te kunnen bouwen en regelen dat een verzekeraar of pensioenfonds hem ook accepteert als deelnemer.”

De bouw is een brede sector. Van kantoorfuncties tot de timmerman. De sectorale afspraken zou je als het aan Verhoef ligt zelfs op microniveau moeten maken. “Zowel qua minimumtarief als qua verplichtingen. Juist door de segmentering maak je het werkbaar.”

De webmodule is niet werkbaar, meent hij. “Die geeft geen zekerheid vooraf en houdt onvoldoende rekening met sectorspecifieke zaken die de bouw kent.“

Meer nodig dan CAO afspraken over tarief

Ook Peter van den Bunder, belangenbehartiger bij de Kunstenbond en voormalig lid SER ziet wel iets in sectorale afspraken. “Al zal een sectorale aanpak zoals bij de architecten-CAO niet alles oplossen. Ook omdat niet alle sectoren een cao hebben. Je zult dus naast de cao’s ook via andere instrumenten afspraken moeten maken.”

Beeldend kunstenaars werken zelden in loondienst. Ze onderhandelen zelf bij een opdracht over hun tarief, maar er is wel een richtlijn voor kunstenaarshonoraria. “Die richtlijn focust zich op beeldend kunstenaars, maar zou uitgebreid kunnen worden naar andere beroepen zoals fotografen en musici”, zegt Van den Bunder.

Sectorale afspraken moet je niet beperken tot tarieven

“Dat soort afspraken zijn nodig voor alles wat je niet in cao’s kunt vangen. De kunstenaarssector is erg breed. Vaak gaat het om schijnzelfstandigheid. Door bezuinigingen op centra voor de kunsten geven veel muziekdocenten nu bijvoorbeeld gitaarles als zelfstandige terwijl ze eerder in loondienst waren.”

Van den Bunder wil de sectorale afspraken echter niet beperken tot tarieven. “Dat moet je breder trekken, denk bijvoorbeeld aan pensioenafspraken. Als je wilt dat kunstenaars van hun vergoeding ook gaan sparen voor een pensioen, zul je moeten afspreken dat als incentive ook de opdrachtgevers een deel van dat pensioen betalen. Dat is in een sector met hoge tarieven niet nodig, maar in die van ons wel, wil je mensen over de streep trekken. Ik zou hier graag een pilot mee doen.”

Belangrijk is dat er commitment van alle partijen is die aan tafel zitten, zegt de voorman van de Kunstenbond. “Bij de webmodule is die er niet. Overigens wil dat niet zeggen dat de wet DBA slecht is. Er wordt vaak gezegd dat die onduidelijk is, maar dat valt wel mee. Het onduidelijkheidsargument wordt door opdrachtgevers vaak gebruikt als de uitkomst niet bevalt en ze iemand niet in dienst willen nemen.”


In België is er voor gekozen om voor een aantal sectoren strengere regels te hanteren om een zelfstandige in te mogen huren. Er zijn daar een aantal algemene criteria voor iedereen, maar voor sectoren met een grotere kans op misbruik of kwetsbare zelfstandigen, bijvoorbeeld de schoonmaak en vervoer zijn er een aantal aanvullende criteria die inhuur in die sectoren een stuk lastiger maakt. Zie ook deze paper


Weerstand tegen sectorale aanpak

Ook Van den Bunder heeft na gesprekken met de overheid en belastingdienst het idee dat die geen heil zien in sectorale afspraken. “Ze zien wel dat de problemen niet in iedere sector hetzelfde zijn. Maar een ministerie zoekt natuurlijk graag naar generieke oplossingen, dat is organisatorisch goedkoper en makkelijker dan maatwerk.”

Frank Alfrink, voorzitter van ZZP Nederland en bestuurslid van VZN is minder enthousiast over  sectorale afspraken. “In de basis zijn we tegen toetsing van zelfstandigen aan het arbeidsrecht. Of je dat nu sectoraal doet of generiek, maakt geen verschil.”

Tarief zegt niets over ondernemerschap

De afspraak dat zelfstandig architecten 150 procent van het salaris van een loondienst-architect krijgen is dan ook een doorn in zijn oog. “Dan bekijk je zzp’ers vanuit werkgeversoogpunt. Maar een minimumtarief zegt niets over ondernemerschap of het gezagscriterium.”

Er is nog een reden dat ZZP Nederland tegen een sectorale aanpak is. In iedere sector werken verschillende type zzp’ers, dat geldt zelfs voor sectoren als postbezorging en maaltijdbezorging. “Voor PostNL werken niet alleen postbodes, maar ook tekstschrijvers en accountants. Welk beroep valt dan wel onder de te maken sectorale afspraak en welk niet? Dat wordt veel te ingewikkeld.”

VZN en ZZP Nederland zien liever een definitie van het begrip zelfstandig ondernemer. “En als je een zelfstandig ondernemer bent onder die definitie, dan maakt het niet uit of je een opdracht doet onder gezag.”

Autonomie, wendbaarheid en weerbaarheid, dat zijn als het aan ZZP Nederland ligt de kenmerken waar het om draait bij een zelfstandige. “Een echte ondernemer is in staat om een normaal inkomen te verwerven, risico’s af te dekken en nog te sparen voor de oude dag en scholing. Het maakt niet uit of een zelfstandige een functie uitvoert die ook in loondienst gedaan kan worden. Als dat maar vrijwillig is en niet omdat een werkgever het doet omdat het goedkoper is. Dan ben je niet weerbaar” aldus Alfrink.

De vraag is wat een redelijk tarief is om weerbaar te zijn. De een heeft een goedkoop huis en geen kinderen, dan is 50 euro per uur misschien afdoende. Een ander heeft het driedubbele nodig vanwege die dure woning in het centrum van Amsterdam en drie studerende kinderen. “Je moet kijken naar de grootste gemene deler. Het Nibud heeft daar modellen voor.”

Een zelfstandige moet bovendien iets toevoegen, meent ZZP Nederland, ook als in een functieomschrijving staat wat iemand moet doen. Alfrink: “Een geschiedenisleraar, zowel in loondienst als zelfstandige, zal het lesplan moeten volgen. Maar dat betekent niet dat een geschiedenisleraar niet ingehuurd kan worden als zelfstandige, mits hij bijvoorbeeld door zijn kennis of manier van lesgeven iets toevoegt.”

Conclusie

Vertegenwoordigers van uitgesproken sectoren, zijn ook uitgesproken voorstanders van sectorspecifieke afspraken. Geef ons die ruimte om dat soort afspraken te maken. Maar waar generiek beleid waarschijnlijk onvoldoende is om sectorspecifieke problemen op te lossen, lijken sector afspraken alleen ook weer niet dé doorbraak in het zzp-dossier.

Zie voor alle artikelen uit deze serie, en ander nieuws rond de formatie het ZiPconomy dossier #formatie2021

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 1 Reactie

Bovib-voorzitter: ‘betrek ons bij invulling SER-advies’

Het ontwerp SER-advies ‘Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving’ dat onlangs is gepresenteerd, en waarover ZiPconomy berichtte, heeft nogal wat stof doen opwaaien.

Niet verwonderlijk, aangezien er nogal vergaande voorstellen in staan, ook voor zzp’ers, zoals het afschaffen van de zelfstandigenaftrek, feitelijk een minimumtarief voor zzp’ers (van € 35,- per uur) en verplichte sociale voorzieningen (AOV, sociaal vangnet) voor deze beroepsgroep.

Niet alle brancheorganisaties die met zzp’ers te maken hebben reageren positief. De meningen over het SER-advies zijn sterk verdeeld.

Fundamentele discussie

Frederieke Schmidt Crans staat zeker niet negatief over het SER-advies. “Het biedt goede handvatten om verder in gesprek te gaan.” Wel zou de Bovib-voorzitter de discussie graag eerst terugbrengen naar de basis. “Iedereen is het er wel over eens dat bepaalde zekerheden moeten worden geregeld, premies afgedragen en dat er een sociaal vangnet voor iedereen moet komen. Dan zou het niet uitmaken of iemand in loondienst werkt of zzp’er is. Het probleem is dat deze fundamentele zaken nog niet geregeld zijn en toch wordt er nu in detail op middelen gestuurd. Terwijl de visie ontbreekt, de echte discussie daarover moet nog altijd gevoerd worden. Je moet eerst een visie hebben en dan de uitvoering in goede banen leiden. Dat is de enige juiste volgorde.”

Haar redenering: als je de basis goed regelt, zorgt dat er keuzevrijheid is in hoe iemand wil werken en vrijheid in hoe je dat wilt organiseren – voor werkgevers en opdrachtgevers – dan pas kan je de nodige arbeidsmarkthervormingen inkleuren. Dan kun je vervolgens kiezen tussen wettelijk vastleggen of zelfregulering. “Hierbij is het logisch dat je fundamentele zaken in de wet vastlegt en kiest voor zelfregulering om dit in goede banen te leiden omdat dit veel flexibeler is en je kunt meebewegen met de markt. Met het Bovib-keurmerk hebben wij in elk geval een belangrijke stap hierin gezet.”

Wettelijk kader

Er ligt ook nog het Alternatief Sociaal Akkoord waarin werkgeversorganisatie ONL, de Vereniging Zelfstandigen Nederland en vakbond VZN eind mei met eigen voorstellen kwamen.

Dit akkoord is aanzienlijk zzp-vriendelijker en pleit onder meer voor het wettelijk vastleggen van een onderscheid tussen werknemer en zelfstandige; eigen wettelijke criteria voor een zzp’er zou een einde maken aan de eeuwigdurende discussie en opdrachtgevers en -nemers zekerheid bieden.

Het huidige, diffuse en dus discutabele onderscheid tussen werknemer en zelfstandig ondernemer speelt ook zzp-intermediairs parten. En dus is Schmidt Crans vóór het vastleggen van de positie van zelfstandig ondernemers in de wet. “Het helpt ons als er een duidelijk kader komt waaraan iemand moet voldoen om als zzp’er te werken.”

Het helpt ons als er een duidelijk kader komt waaraan iemand moet voldoen om als zzp’er te werken.

Alternatief voor minimumtarief

Een ander heikel punt is het ‘minimumtarief’ van € 35,- waar de SER voor pleit. Onder dit tarief zou er een ‘rechtsvermoeden van werknemerschap’ zijn waarop de handhaving tegen schijnzelfstandigheid zich zou moeten focussen. Frederieke Schmidt Crans ziet daar wel iets in. “Je geeft daarmee een grens aan, het is een kantelpunt voor de vraag ‘waar ligt de bewijslast?’ Dat is een gedachte die ik goed kan volgen en waar wij ons als Bovib wel in kunnen vinden. Je blijft dan ook weg uit de discussie over een echt minimumtarief.” Uiteraard is het ook gunstig voor het hogere segment waarin de Bovib-leden zich bevinden.

Overigens heeft de Bovib heeft ook nog wel een andere suggestie als alternatief. “Wij hebben het voorstel gedaan om het cao-loon maal 150% aan te houden om überhaupt als zelfstandige ingezet te kunnen worden. Dan kies je een middenweg die uitvoerbaar is. Voor uitzendkrachten moet je ook de inlenersbeloning volgen, dat kan ook voor zelfstandigen. Dan geef je een duidelijk toetsbare grens aan terwijl je jezelf niet op slot zet door één tarief. Er blijft dan ruimte voor ondernemerschap.”

Waarde SER-advies?

Welke waarde moeten we toedichten aan het ontwerp SER-advies? “Ik verwacht wel dat dit wordt meegenomen in de politieke debatten. Er zitten zeker ook bruikbare elementen in om over door te praten, zoals het idee van de basisvoorzieningen”, zegt Schmidt Crans. Zij vindt het ook hoog nodig dat hierin vooruitgang wordt geboekt. “Als je echt een stap wilt zetten en de keuzevrijheid wilt behouden, dan moet je afspraken met elkaar maken. Zowel de werkende, de opdrachtgever als de politiek die via wetgeving moet faciliteren. Maar dan moet je wel de vertegenwoordiging uit de markt erbij betrekken. Dat is bij het SER-advies nog onvoldoende gebeurd”, zo is het grootste kritiekpunt van de Bovib-voorzitter.

En waar in het SER-advies de zzp-voorstellen volgens haar ‘strikter’ zijn, biedt het akkoord met ONL juist nog teveel ruimte voor discussie. “Zij zullen vanuit het zzp-veld water bij de wijn moeten doen.” De markt is welwillend, denkt Schmidt Crans. “Zzp’ers zijn echt wel bereid om iets te organiseren zolang zij hun keuzevrijheid kunnen behouden. Maar laat die ideeën ook bij hen vandaan komen. En wil je de flexmarkt hervormen, laat dan ook brancheorganisaties als de Bovib aan tafel zitten. Ook wij als intermediairs zijn tegen uitbuiting en willen wij ons aan de wet- en regelgeving houden. Niet voor niets hebben wij een Bovib-keurmerk. Neem dit dan ook als basis voor verdere regulering daar waar het nodig is.”

Zzp’ers zijn echt wel bereid om iets te organiseren zolang zij hun keuzevrijheid kunnen behouden. Maar laat die ideeën ook bij hen vandaan komen.

Belangrijke rol Bovib

De Bovib-voorzitter verwacht dat er met de komst van een volgend kabinet schot komt in het zzp-dossier. “Wij hopen dat het volgende kabinet het advies van de SER ter harte neemt. En dat zij alle partijen betrekken bij de invulling hiervan, zowel de zelfstandigen als de intermediairs.” De Bovib kan hierbij een belangrijke, objectieve rol spelen, stelt Schmidt Crans. “Wij hebben belang bij duidelijkheid en willen voorkomen dat de markt op slot gaat. Maar wij hebben geen belang bij een specifieke contractvorm. Wij zijn de hele dag bezig met allerlei vormen van flex – weten wat wel en niet kan en hoe je dit moet borgen. Wij hebben een soort poortwachtersfunctie. Als intermediair brengen wij twee werelden bij elkaar. Door die kennis en ervaring kunnen wij heel goed inschatten of een wet in de praktijk ook echt uitvoerbaar is.”

Lees ook: ”Geef Bovib aan de voorkant een plaats aan tafel, dan zorgen wij dat implementatie van een wet soepeler verloopt”

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | Laat een reactie achter

Uitzendsector groeit fors door

De ABU marktmonitor schiet flink de lucht in. De brancheorganisatie meldt dat in de maand mei (week 17-20) het aantal uitzenduren gestegen is met 39% en de omzet met 40%. Er valt daar wel een nuance bij aan te tekenen: het zijn groeicijfers ten opzichte van dezelfde periode een jaar geleden. Toen zaten we midden in de strengste fase van de lockdown en daalde de uitzendomzet flink.

De ontwikkelingen per sector zijn als volgt:

  • Administratieve sector: het aantal uren steeg met 61% en de omzet is gestegen met 52% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. In deze sector zitten ook alle zorg en indirecte zorg functies. Denk ook aan de forse inzet van personeel voor de prik- en testlocaties.
  • Industriële sector: het aantal uren steeg met 24% en de omzet steeg met 26% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.
  • Technische sector: het aantal uren steeg met 31% en de omzet steeg met 35% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , | Laat een reactie achter