4 op de 10 werknemers wil (misschien) zzp’er worden Geplaatst 26 februari 2026 door Hugo-Jan Ruts Een op de zeven werknemers (14%) wil graag zzp’er worden. Daarnaast antwoordt een kwart (24%) ‘misschien’ op de vraag of ze hun loondienstverband zouden willen inruilen voor zelfstandig ondernemerschap. Meer dan de helft (55%) wil dat niet en zeven procent weet het niet. Dat blijkt uit het Arbeidsmarktgedragsonderzoek van de Intelligence Group, dat is uitgevoerd in het laatste kwartaal van 2025. Deze cijfers liggen iets lager dan een aantal jaren terug. In het eerste kwartaal van 2024 – een jaar vóór de hervatting van de handhaving op schijnzelfstandigheid – antwoordde nog zeventien procent van de werknemers ‘ja’ op de vraag of ze zzp’er willen worden en 26 procent ‘misschien’. De drang om zzp’er te worden is dus zeker niet verdwenen. Van zzp naar loondienst Andersom geeft elf procent van de zzp’ers aan liever in loondienst te werken en 38 procent zegt ‘misschien’ (weer) in loondienst te willen. Bijna de helft (48%) wil niet in loondienst en drie procent weet het niet. In 2024 gaf 51 procent aan zeker niet in loondienst te willen werken. De wens om zzp’er te worden is onder mannen iets groter dan onder vrouwen. Dat klopt ook met de praktijk: onder zzp’ers is de man-vrouwverdeling 63 versus 37 procent. Bij werknemers ligt dat overigens bijna gelijk. Lees ook: Rijkswaterstaat neemt afscheid van 3 op de 10 zzp’ers: baan aangeboden, maar de meeste zelfstandigen willen niet in loondienst Hoe ouder, hoe honkvaster Werknemers met een afgeronde wo-opleiding geven gemiddeld wat vaker (17%) aan zzp’er te willen worden. Het vooruitzicht op het zzp-schap is onder jongeren (leeftijdsgroep 15-24 jaar) aanzienlijk populairder (22%) dan bij oudere werknemers. Hoe ouder de werknemer, hoe lager het percentage dat ‘ja’ zegt. Oudere zzp’ers zijn daarentegen ook het minst enthousiast over het vooruitzicht om weer in loondienst te gaan. Van de groep zzp’ers boven de vijftig wil maar zeven procent graag in loondienst; bij zzp’ers onder de 25 jaar ligt dat cijfer op twintig procent. Opvallend is dat het percentage zzp’ers met een vmbo-opleiding dat liever in loondienst zegt te gaan in een jaar tijd is gestegen van zes naar zestien procent in 2025. Uit CBS-cijfers blijkt dat deze groep inderdaad oververtegenwoordigd is onder de zzp’ers die uitstroomden naar werknemerschap. Drijfveren Het Arbeidsmarktgedragsonderzoek van Intelligence Group vraagt niet waarom werknemers de overstap naar het zzp-schap willen maken. De Zelfstandigen Enquête Arbeid van TNO en CBS doet dat wel. Autonomie, oftewel zelf kunnen bepalen hoeveel en wanneer je werkt, staat steevast bovenaan dat lijstje. Bijna de helft van de zzp’ers met ‘eigen arbeid’ noemt dat als startmotief. Tussen droom en werkelijkheid Overigens registreerde de KVK 178.000 startende zzp’ers; in 2024 waren dat er nog 206.000. Dat is zo’n twee procent van het totaal aantal werknemers in loondienst. Er zit dus nog wel verschil tussen ‘droom’ en ‘werkelijkheid’. Lees ook: Vijf opvallende trends uit onderzoek naar zzp-tarieven Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Intelligence Group, loondienst, zzp | Laat een reactie achter
WTTA: de 3 grootste misverstanden die organisaties nu nog maken Geplaatst 25 februari 2026 door Flextender De Wet Toelating Terbeschikkingstelling van Arbeidskrachten (WTTA) treedt op 1 januari 2027 in werking en zal een grote impact hebben op de markt voor externe inhuur. De wet introduceert een toelatingsstelsel voor partijen die arbeidskrachten ter beschikking stellen, met als doel meer transparantie, betrouwbaarheid en naleving in de keten. Hoewel veel organisaties zich bewust zijn van de aankomende wetgeving, blijkt in de praktijk dat het beeld van wat de WTTA concreet vraagt vaak onvolledig of onjuist is. Daardoor bestaan er hardnekkige misverstanden die het risico vergroten dat organisaties niet tijdig of onvoldoende voorbereid zijn. Misverstand 1: ‘Er is nog voldoende tijd’ Een veelgehoorde aanname is dat de voorbereiding op de WTTA kan worden uitgesteld tot kort voor de ingangsdatum. In de praktijk blijkt dit een risicovolle benadering. De WTTA vraagt om structurele aanpassingen, zoals: het vastleggen en uniformeren van processen; het op orde brengen van administratie en documentatie; het beoordelen van samenwerkingen en ketenverantwoordelijkheid; het aantoonbaar maken van naleving richting de toelatende autoriteit. Voor organisaties waar processen versnipperd zijn of waar compliance vooral impliciet is ingericht, kan dit traject maanden in beslag nemen. Uitstel vergroot de kans op tijdsdruk en onvolledige implementatie. Misverstand 2: ‘De WTTA geldt alleen voor uitzendbureaus’ De WTTA richt zich niet uitsluitend op traditionele uitzendbureaus. De wet is van toepassing op alle partijen die arbeidskrachten ter beschikking stellen, waaronder: detacheringsorganisaties; brokers en intermediairs; constructies waarin personeel wordt doorgeleend. Daarmee raakt de WTTA de gehele keten van externe inhuur. Ook opdrachtgevers krijgen met de wet te maken, omdat zij verantwoordelijk blijven voor de partijen waarmee zij samenwerken. Samenwerking met niet-toegelaten partijen kan risico’s opleveren, met name in de publieke sector waar rechtmatigheid en transparantie zwaar wegen. Het is verboden om in te huren van niet-toegelaten partijen. De WTTA is daarmee geen geïsoleerd vraagstuk voor leveranciers, maar een ketenbrede opgave. Misverstand 3: ‘Met een SNA-keurmerk is alles geregeld’ Het SNA-keurmerk biedt een belangrijke basis en kan eenmalig toegang geven tot de overgangsregeling. Organisaties met deze certificering hebben aantoonbaar stappen gezet op het gebied van fiscale betrouwbaarheid en administratieve naleving, zoals correcte afdrachten en periodieke audits. De WTTA gaat echter verder dan het bestaande SNA-kader. Het nieuwe stelsel introduceert onder meer: formele toelating door een onafhankelijke autoriteit; structurele borging van naleving, in plaats van uitsluitend periodieke toetsing; meer nadruk op ketenverantwoordelijkheid en transparantie. Een SNA-keurmerk kan bijdragen aan een soepelere toelatingsprocedure, maar vervangt deze niet. Aanvullend zal moeten worden aangetoond dat processen, samenwerkingen en controles voldoen aan de wettelijke eisen van de WTTA. Meer informatie over het toelatingsstelsel is te vinden in de infographic van de Rijksoverheid. Waarom deze misverstanden blijven bestaan De WTTA is complex en de uitwerking van de wet is nog in ontwikkeling. Dat maakt het begrijpelijk dat organisaties geneigd zijn af te wachten of te vertrouwen op bestaande structuren. Tegelijkertijd leidt die houding vaak tot onzekerheid wanneer concrete eisen en deadlines dichterbij komen. Een helpende benadering is om de focus te verleggen van: ‘Moeten we hier nu al iets mee?’ naar: ‘Hoe zorgen we dat onze inhuurketen duurzaam, transparant en toekomstbestendig is?’ Voorbereiding vraagt om vooruitkijken De grootste valkuil rondom de WTTA is de veronderstelling dat duidelijkheid later vanzelf volgt. Juist een tijdige inventarisatie van processen, risico’s en verantwoordelijkheden biedt rust en overzicht. De komst van de WTTA maakt duidelijk dat professioneel opdrachtgeverschap en zorgvuldig leverancierschap niet langer vrijblijvend zijn. De vraag is daarom niet óf organisaties geraakt worden, maar in hoeverre zij zijn voorbereid op de nieuwe realiteit. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags flextender, wtta | Laat een reactie achter
Vijlbrief en Aartsen: twee ministers voor één arbeidsmarkt. Zo ziet hun taakverdeling eruit. Geplaatst 24 februari 2026 door ZiPredactie Met het aantreden van het kabinet-Jetten krijgt SZW twee ministers. Hans Vijlbrief (D66) wordt minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Thierry Aartsen (VVD) wordt minister van Werk en Participatie, een nieuwe functie binnen hetzelfde ministerie. Lees ook : Arbeidsmarktpakket nieuwe kabinet: plannen voor de toekomst, maar nog niet heel concreet Vijlbrief: sociale zekerheid, arbeidsmarktbeleid en toezicht Vijlbrief krijgt de klassieke SZW-portefeuille: sociaaleconomisch beleid, inkomensbeleid, bestaanszekerheid, werknemers- en volksverzekeringen en het pensioenstelsel. Voor de arbeidsmarkt is vooral relevant dat het brede arbeidsmarktbeleid — waaronder arbeidsverhoudingen, ontslagrecht en arbeidsmigratie — bij hem ligt. Ook toezichthouders en uitvoerders zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie en UWV vallen onder zijn verantwoordelijkheid. Het ligt voor de hand dat ook de invoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) onder zijn portefeuille valt. Die moet per 1 januari 2027 ingaan, al neemt het kabinet daar naar verwachting voor de zomer een definitief besluit over. Dat hangt mede af van de uitvoerbaarheid, waaronder de capaciteit bij de toelatingsautoriteit. Met deze portefeuille wordt Vijlbrief ook verantwoordelijk voor politiek gevoelige dossiers binnen de sociale zekerheid, zoals hervormingen van WW en pensioen. Aartsen: participatie en het zzp-dossier Aartsen krijgt een smallere portefeuille, die vooral gericht is op uitvoering: kinderopvang, re-integratie, participatie, arbeidsomstandigheden, inburgering en de Sociale Verzekeringsbank. En bovenal: het zzp-beleid valt expliciet onder hem. Aartsen is geen onbekende op het zzp-dossier. Als Kamerlid was hij de initiatiefnemer van de Zelfstandigenwet. Die wet is nu opgenomen in het coalitieakkoord. Het lijkt logisch dat Aartsen dan ook verantwoordelijk wordt voor de BAZ, de (verplichte) basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. Nieuw kabinet zet in op gefaseerde nieuwe zzp wetgeving In het coalitieakkoord staat dat het nieuwe kabinet, en dus Aartsen, als eerste aan de slag gaat met het R-deel van de Wet VBAR: het rechtsvermoeden van werknemerschap bij laag tarief. De Zelfstandigenwet zelf is nog niet klaar: er is nog geen advies aan de Raad van State gevraagd en uit de internetconsultatie kwamen forse verbeterpunten. Politiek liggen er ook nog hobbels: een deel van de oppositie vindt dat de wet weinig bescherming biedt voor kwetsbare zzp’ers, terwijl partijen als JA21 en de BBB de verplichte pensioen- en aov-eisen juist te ver vinden gaan. De handhaving op schijnzelfstandigheid, op basis van bestaande regels totdat er een nieuwe wet is, ligt vooral bij de Belastingdienst en daarmee staatssecretaris Eerenberg (zie hier voor kort profiel) en voor een deel bij de Arbeidsinspectie (portefeuille Vijlbrief) Steun voor zzp-plannen Aartsen kan zich gesteund voelen door een opiniepeiling van Ipsos. Waar een ruime meerderheid van de respondenten uitgesproken negatief is over plannen die onder de verantwoordelijkheid van Vijlbrief vallen — zoals verkorting van de WW, een hogere AOW-leeftijd en het afschaffen van de IVA — is de houding tegenover het zzp-beleid duidelijk positiever. Slechts 5% zegt negatief te zijn over voorstellen om de regels rond zelfstandigheid te verduidelijken. Daartegenover staat 57% die (zeer) positief is. De rest van de respondenten is neutraal of heeft geen mening. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags Aartsen, vijlbrief | 1 Reactie
FrieslandCampina en De Vlijt/Feadship centraliseren hun inhuurprogramma’s, elk op hun eigen manier Geplaatst 23 februari 2026 door Arthur Lubbers Darja Bokhove en Esther Meulendijk vertellen hoe – elk op hun eigen manier – de inhuurprogramma’s binnen respectievelijk FrieslandCampina en De Vlijt/Feadship zijn gecentraliseerd en geprofessionaliseerd. Hun podium: het seminar Inhuur in verbinding in de Mauritskazerene in Ede op 12 februari jl. Gastheren Thijs Maters (Quest4) en Thomas Blom (Workforce Consulting) schotelden de ruim 200 HR-, Inkoop- en recruitmentprofessionals een boeiend en bomvol programma voor. Onderzoeker en trendwatcher Peter Reagan (SIA) waarschuwt in een slotbetoog de inhuurprofessionals: “Met de manier waarop we vandaag de dag inhuurprogramma’s runnen red je het morgen niet meer.” FrieslandCampina: ‘Koester de verschillen binnen hybride inhuurprogramma.’ Darja Bokhove Het is een van de grootste zuivelcoöperaties ter wereld: 14.000 aangesloten melkveehouders, 20.000 medewerkers en een wereldwijde omzet van € 30 miljard. En alleen al in Nederland zeventien kantoor- en productielocaties. Aan Darja Bokhove, Contingent WorkForce Manager bij FrieslandCampina, de taak de inhuur centraal te organiseren. Bokhove is een zeer ervaren inhuurspecialist, weet onder meer op basis van haar tijd bij adviesbureau Labor Redimo hoe je een strategische inhuurbeleid moet opstellen. Maar in de praktijk stuit zij op drie typen inhuurmanagers: Gerda, als productiemanager verantwoordelijk voor de bemensing in de fabrieken; ‘Ik heb gewoon fulltime uitzendkrachten nodig, maar niet altijd.’ Kees, de maintenance manager die technische vakmensen inhuurt; ‘Strategische inhuur? Het enige wat jij doet is bureaus inschakelen.’ Leyla, IT-manager die moet kunnen beschikken over gespecialiseerde IT-professionals; ‘Mooi, zo’n inhuurprogramma, maar ik moet wel kunnen blijven doen wat ik doe.’ “Daar sta je dan met je inhuurstrategie”, zegt Bokhove. Het inhuurlandschap binnen FrieslandCampina is heel divers, varieert van honderden uitzendkrachten die (vooral in de voorjaarspiek) blokken kaas in dozen stoppen tot techneuten, IT’ers en researchspecialisten. Omdat de behoefte aan ondersteuning bij de inhuur van de verschillende managers heel verschillend is, is het inhuurprogramma gesplitst in twee delen: Portal voor inhuur van uitzendkrachten; twee grote uitzenders zijn de master vendors die de inhuur van (eigen) uitzendkrachten verzorgen, de werving en selectie, contracten en plaatsing. Bedoeld voor Gerda, die gewoon morgen X-aantal uitzendkrachten nodig heeft op locatie Y. Voor haar zijn snelheid en kosten het meest relevant. Een perfecte match is niet per se vereist. Interim desk; voor de meer complexe inhuur heeft Friesland Campina MSP-dienstverlener Tapfin ingeschakeld. Tapfin stuurt de leveranciers aan voor de inhuur van technische vakmensen (blue collar skilled) voor Kees) en de inhuur van professionals (Leyla). De MSP houdt rekening met de specifieke behoefte van beide flexdoelgroepen. Zo geldt voor maintenance manager Kees dat snelheid belangrijk is (onderhoudswerk) en dat vakmensen echt capabel moeten zijn (perfecte match). Hierdoor – en vanwege de schaarste aan techneuten – krijgt Kees dan ook meer vrijheid bij de keuze van de juiste kandidaat. Voor IT-manager Leyla is snelheid niet zozeer een issue, maar zijn kosten (van dure IT-inhuur) en een perfecte match de voornaamste drijfveren. Daarom kan Leyla uit haar eigen netwerk plukken, maar worden ook altijd tegenkandidaten geworven om meer controle op de tarieven te houden. En het inhuurprogramma werkt in de praktijk, vertelt Bokhove. “In een derde van de gevallen komt de inhuurmanager zelf met een kandidaat, maar valt de keuze uiteindelijk toch op een andere kandidaat die uit het inhuurprogramma rolt.” Werkt het perfect? “Nee, Kees heeft nog steeds wel leveranciers op bezoek die zeggen ‘Ik heb nog wel iemand’. Daar kun je niet tegenop. Maar er is zeker verbetering in de inhuur door deze segmentatie.” Bij de implementatie van een inhuurprogramma moet het proces volgens haar geen doel op zich zijn. “Het is niet de bedoeling dat inhuurmanagers door hoepeltjes moeten springen om te voldoen aan de voorwaarden.” Wel geeft een inhuurstrategie de nodige grip, ook in de keuze voor vast of flex. “Uitzendkrachten ambiëren geen carrière bij Friesland Campina, die willen gewoon op korte termijn geld verdienen. Voor (technische) professionals ligt dat anders. Hier speelt het sterke werkgeversmerk wel degelijk een rol om mensen aan te trekken en te binden. Het uitgangspunt bij een vacature is ‘vast, tenzij’, legt Bokhove uit. “Er is niets mis met bewust inhuren. Het wordt pas een probleem als het bewuste eraf gaat.” “Er is niets mis met bewust inhuren. Het wordt pas een probleem als het bewuste eraf gaat.” De belangrijkste les die Bokhove zelf trekt uit het implementeren van het centrale inhuurprogramma? “Koester de verschillen. FrieslandCampina bestaat uit heel verschillende bedrijfsonderdelen en mensen. Die diversiteit kleurt onze cultuur. Daar moet je rekening mee houden. Daar past een one site fits all-inhuurprogramma niet bij.” De Vlijt/Feadship: ‘Interne inhuurdesk beter dan MSP.’ Esther Meulendijk Feadship is een samenwerkingsverband van twee scheepswerven, Royal Van Lent en Koninklijke De Vries Scheepsbouw, met twaalf aangesloten bedrijven. Op de werfen in Kaag, Makkum en Amsterdam worden superjachten gebouwd, de grootste tot nu toe is 143,5 meter lang. Daarvoor zijn heel veel vakmensen uit de maritieme sector nodig, uit Nederland, Europa en ver daarbuiten. “Kunnen voldoen aan de vraag naar al die benodigde maritieme vakmensen is a ‘hell of job’”, stelt Esther Meulendijk, die in 2019 als directeur van inleenbureau De Vlijt de opdracht kreeg die inhuur van vakmensen te centraliseren om besparingen te realiseren en risico’s rondom compliancy te beperken. Meulendijk heeft het rigoureus aangepakt. Er is afscheid genomen van de bestaande MSP-dienstverlener en het oude Vendor Management Systeem (VMS). In plaats daarvan heeft zij met haar 10-koppige team een eigen inhuurdesk opgezet: De Vlijt. En zijn ze overgestapt naar een andere VMS-leverancier: Nétive. “Samen met het ATS vormt Nétive VMS de ruggengraat van de inhuurorganisatie”, stelt Meulendijk. Anno 2026 lopen jaarlijks meer dan een miljoen verwerkte uren via de interne inhuurdesk. Weerstand overwinnen Die transitie ging niet zonder slag of stoot, vertelt Meulendijk. “De centrale inhuur is niet vrijblijvend. Die gedwongen winkelnering stuit natuurlijk op weerstand, omdat de inhurende managers voorheen zelf de inhuur van vakkrachten deden.” En dat is logisch volgens haar. “Feadship is ontstaan uit verschillende familiebedrijven, elk met hun eigen cultuur, waarin alles draait om vakmanschap.” Hoe ga je om met die weerstand? “Die weerstand blijft, die komt ergens vandaan. Wat je kunt doen is daarover in gesprek gaan en kijken of je die oorzaak kunt wegnemen.” Daarom is het volgens haar belangrijk te investeren in relaties met die inhuurmanagers en die te blijven onderhouden. “Natuurlijk heb je gedurende dat traject wel eens buikpijnmomenten, maar je moet volhouden en geduld hebben om de muren binnen de organisatie (silo’s) af te kunnen breken.” En je moet het samen doen met HR en Inkoop. “Het invullen van vacature (met vast of flex) gaat via de beslisboom, daar is iedereen bij betrokken en dat moet uiteindelijk alle afdelingen en inhuurmanagers helpen.” Weerstand overwinnen doe je ook door de discussie op inhoud te winnen, stelt Meulendijk. “Je moet blijven focussen op het inkoopvoordeel en het verhogen van de compliancy. Je moet zorgen dat je beter bent dan de externe partij, de MSP/broker.” “Als interne inhuurdesk moet je zorgen dat je beter bent dan een MSP/broker.” Leveranciersbijeenkomsten De Vlijt investeert ook veel tijd en energie in het leveranciersnetwerk. “We hebben het leverancierslandschap in kaart gebracht en het aantal leveranciers al teruggebracht van 160 naar circa 90. Dat zijn er nog teveel, we willen toe naar een aantal voorkeursleveranciers in de niches.” Omdat het om zulke specialistische maritieme functies gaat bevordert De Vlijt ook actief de samenwerking tussen de bureaus die de flexkrachten leveren. “We organiseren leveranciersbijeenkomsten waarbij we de leveranciers bij elkaar aan tafel zetten. Dat zorgt voor echte verbinding en samenwerking. Zo zijn er inmiddels leveranciers die elkaar helpen bij de huisvesting van arbeidsmigranten, huizen worden gedeeld door meerdere bureaus. De ABU en NBBU kunnen dat niet, wij doen dat wel.” Peter Reagan (SIA): ‘Inhuurwereld heeft man on the moon nodig.’ Peter Reagan “Met de manier waarop we vandaag de dag inhuurprogramma’s runnen red je het morgen niet meer”, zo waarschuwt Peter Reagan. Hij schetst een turbulente wereld, waarin mensen op verschillende manieren willen werken, meer autonomie nastreven en tegelijkertijd verbinding zoeken. Dat vraagt om flexibiliteit (agile) en een shift van focus op processen naar een mensgerichte manier van inhuur. “De huidige inhuurprogramma’s hebben hun volwassenheid qua operational excellence maximaal bereikt. Je kunt voor je strategische inhuurbeleid voor de toekomst niet langer in de achteruitkijkspiegel kijken.” “De technologie en processen die ons in het verleden hebben geholpen, werken nu tegen ons”, stelt Reagan. Hij doelt op bottle necks die innovatie van inhuurprogramma’s afremmen, zoals het vasthouden aan vaste kpi’s (teveel kostengericht), overregulering (compliance) en het werken met gefragmenteerde data die wordt gebruikt om te analyseren wat er in het afgelopen jaar is gedaan in plaats van geïntegreerde data benutten voor het bepalen van je toekomstige inhuurbeleid. “De technologie die ons in het verleden heeft geholpen, werkt nu tegen ons” Radicaal het roer omgooien in je inhuurbeleid vereist moed, weet Reagan. Toch is het nodig. “Als John F. Kennedy in 1961 niet had gezegd dat Amerika voor het eind van het decennium een man on the moon zou hebben, zou het ook niet zijn gelukt.” Zo ver is de inhuurwereld nog niet, maar Reagan ziet wel een verschuiving van proces- naar mensgerichte inhuur. De verantwoordelijkheid van inhuurprogramma’s binnen organisaties ligt momenteel meer dan voorheen bij HR (52%) – met meer focus op de candidate journey – dan bij Inkoop (42%), dat vooral kostengericht is. “Het is geen kwestie van goed of slecht, het is beter om beide goed te bedienen.” En het vraagt volgens hem om een bredere toekomstvisie. “Dat stijgt boven de silo’s uit. Het draait om ecosystemen waarin verbinding is tussen alle doelgroepen: alumni, externe talentpools, flexkrachten en interen mobiliteit. Vast en flex geïntegreerd, inclusief direct sourcing, flexleveranciers, Statement of Work (SoW), freelance platformen.” Total Talent Management dus, het toekomstbeeld waar de inhuurwereld al zo lang van droomt. Tijdens het seminar Inhuur in verbinding gaven daarnaast Alexander Kist en Marc Nijhuis (W&RK Advies) een heldere uitleg over werking van het toelatingsstelsel (Wtta), schijnzelfstandigheid en de impact van de nieuwe cao’s voor detachering en uitzenden voor inlenende organisaties (W&RK Advies). Hun tips en adviezen delen zij regelmatig op ZiPconomy. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags inhuurprogramma, Quest4, workforce consulting | Laat een reactie achter
Wat traditionele organisaties kunnen leren van AI-native bedrijven Geplaatst 23 februari 2026 door ZiPredactie “AI-native bedrijven werken fundamenteel anders dan hoe we bedrijven de afgelopen honderd jaar hebben ingericht”, zegt Lindmark. “Ze hebben platte structuren, weinig middenmanagement en geven medewerkers veel ruimte om fouten te maken, daarvan te leren en snel weer door te gaan. Alles draait om snelheid en innovatie.” Als Zweed noemt hij graag een voorbeeld van eigen bodem: Lovable, een AI-softwarebedrijf waarmee je apps en websites bouwt door er simpelweg over te praten. Dit bedrijf groeide in één jaar van nul naar honderd miljoen euro aan jaarlijkse terugkerende omzet, met slechts 35 mensen. “Dat is uitzonderlijk. Bij de bedrijven waar ik eerder werkte, heb ik dergelijke groei ook mogen meemaken, maar die verliep langzamer en met veel meer mensen.” Hoe doen dit soort bedrijven dat? Mikael ziet dat dit onder andere te maken heeft met de manier waarop deze bedrijven zich organiseren. “Ze werken met een klein, vast team van generalisten: mensen die meerdere rollen kunnen vervullen en veel verschillende soorten taken oppakken. Daaromheen zit een grote, flexibele schil. Die zelfstandige professionals zijn vaker de specialisten, met heel specifieke niche-kennis.” Volgens Mikael staat deze ontwikkeling haaks op het beleid van sommige overheden. “In het Verenigd Koninkrijk, waar ik woon, probeert de overheid met de IR35-hervorming het aantal zelfstandigen terug te dringen. Nederland doet iets vergelijkbaars met nieuwe zzp-jurisprudentie. Het doel is de belastinggrondslag te verbreden, maar vaak gebeurt het tegenovergestelde: in het VK verschoof veel werk naar buitenlandse dienstverleners. De belastingopbrengst werd daardoor niet groter, maar kleiner.” Lees ook: Mikael Lindmark, CEO van Nétive: “Veel mensen hebben geen idee hoe ver de verschuiving in de workforce al is gevorderd.” AI raakt jong én oud De impact van AI op de arbeidsmarkt? Sommige organisaties wachten af, ziet Mikael. Anderen snijden rigoureus: massaontslagen, vacaturestops. Op sommige plekken verdwijnen instapfuncties en traineeships. “Opvallend is dat deze keuzes vaak niet voortkomen uit de cijfers – die zijn meestal prima – maar uit verwachtingen. Bedrijven denken dat oudere medewerkers moeite zullen hebben met AI-ontwikkelingen en dat er voor junior functies simpelweg minder mensen nodig zijn. Zo raakt AI beide kanten van het leeftijdsspectrum.” Volgens Mikael hoeft leeftijd geen rol te spelen. “Het draait om nieuwsgierigheid: willen begrijpen hoe je jezelf met deze tools kunt verbeteren, zonder gemakzuchtig te worden. In elke leeftijdsgroep kun je AI-vaardig worden en in vrijwel elk vakgebied is een manier te vinden om AI voor je te laten werken.” Nétive en AI AI maakt interne en externe processen efficiënter. Tijdens een hackathon bedachten én bouwden crossfunctionele teams in één dag nieuwe applicaties. “Drie daarvan ontwikkelen we nu verder om onze interne processen te versnellen.” Voor klanten introduceert Nétive de komende tijd meerdere nieuwe AI-functionaliteiten, waaronder een tool voor automatische dataverzameling. “Iedereen die ooit een VMS-implementatie heeft gedaan, weet hoe complex dat is: data handmatig verzamelen uit verschillende spreadsheets, uploaden naar een nieuwe omgeving, terwijl die data continu verandert. En waar mensen werken, sluipen fouten erin. Deze tool automatiseert dat proces vrijwel volledig. Hij haalt data uit verschillende systemen, voegt die samen en zet een gecontroleerde dataset klaar in een nieuwe VMS-omgeving. Het resultaat: trajecten die normaal acht tot tien weken duren, worden aanzienlijk korter, terwijl de kwaliteit juist toeneemt. Dankzij AI is het proces gesloten en controleerbaar. Precies waar het ons om draait: blijven vernieuwen, sneller waarde leveren en écht naast de klant staan.” Nétive gaat voor ‘regie op de hele inhuurketen’ Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags AI, Nétive, vms | Laat een reactie achter
Mantelzorg en ondernemerschap: cijfers tonen druk op zzp’ers Geplaatst 21 februari 2026 door ZiPredactie De SER vraagt aandacht voor mantelzorgers die hun zorgtaken moeilijk kunnen combineren met werk. Deze problematiek geldt ook voor zzp’ers, zoals blijkt uit recent onderzoek op initiatief van de verschillende ZZP-vertegenwoordigers binnen de SER. Het is nu van belang dat het advies verder wordt verduidelijkt. De ZZP-geledingen in de SER – HZC/VCP ZZP, FNV Zelfstandigen, Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) en de twee kroonleden voor zzp – waarderen dat in het advies een aparte paragraaf is opgenomen over de positie van mantelzorgende zzp’ers. Stress en een verslechterde werk-privébalans Inmiddels is bijna één op de drie werkenden mantelzorger. Het SER-advies onderstreept dat ook onder zzp’ers sprake is van een aanzienlijke, maar relatief weinig zichtbare groep mantelzorgers. Uit onderzoek onder circa duizend zzp’ers blijkt dat de helft van de mantelzorgende zzp’ers mentale stress ervaart en 22 procent financiële stress. Daarnaast geeft 57 procent van de mantelzorgende zzp’ers aan minder tijd te hebben voor netwerken en acquisitie. Bijna 52 procent heeft minder tijd voor opleidingen en trainingen en 42 procent ervaart een verslechterde werk-privébalans als gevolg van mantelzorgtaken. Lees ook: Josette Dijkhuizen: ‘Zet duurzame inzetbaarheid voor zelfstandigen op de kaart’ Onvoldoende aansluiting bij realiteit De in het SER-advies genoemde oplossingsrichtingen sluiten volgens de ZZP-geledingen nog onvoldoende aan bij de praktijk van zelfstandig ondernemers. De nadruk ligt sterk op eigen verantwoordelijkheid, zoals het benutten van flexibiliteit en het aanleggen van financiële buffers. In de praktijk vraagt het benutten van flexibiliteit ook medewerking van opdrachtgevers. Bovendien vergt het opbouwen van extra buffers – bovenop reserveringen voor ziekte, arbeidsongeschiktheid, pensioen, investeringen, bedrijfsschade en verplichte opleidingen – aanzienlijke financiële ruimte. De vraag is in hoeverre dit voor alle zzp’ers realistisch haalbaar is. Fiscale tegemoetkoming en vereenvoudiging van regels Het advies biedt aanknopingspunten waar het kabinet wordt geadviseerd om voor de langere termijn te verkennen hoe mogelijke compensatie vorm kan krijgen. Mantelzorgende zzp’ers geven aan dat een gerichte fiscale tegemoetkoming of vergoeding zou kunnen bijdragen aan vermindering van financiële druk. Ook vereenvoudiging van regels kan verlichting bieden. Nadere uitwerking en concretisering van deze voorstellen is nodig om de positie van mantelzorgende zzp’ers structureel te versterken. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags duurzame arbeidmarkt, duurzame inzetbaarheid zzp'ers, overheid | 3s Reacties