Partijprogramma DENK wil meer zekerheid voor flexwerkers Geplaatst 26 februari 2021 door Annemarie van Veelen Het van de PvdA afgesplitste DENK staat voor gelijkwaardigheid en heeft een linkse signatuur. De partij vindt dat diversiteit een kracht is die beter moet worden benut. Racisme, discriminatie en moslimhaat worden bestraft. De partij richt zich ook in haar arbeidsmarktbeleid op een specifieke achterban. Diversiteitseconomie De diversiteitseconomie leidt tot handel en economische groei. Om die diversiteit te stimuleren en om kwetsbaren te beschermen, pleit DENK voor een aantal links georiënteerde belastingwijzigingen. Een verzwaring van de belasting op hoge inkomens en hoog vermogen, een nog toegankelijker BTW-laagtarief en een verhoging van de dividendbelasting. De partij pleit voor sociale maatregelen zoals verhoging van het minimumloon en verlaging van de pensioenleeftijd. Veel aandacht gaat uit naar arbeidsmigranten. Er komt een vergunningsplicht “om malafide uitzendbureaus die arbeidsmigranten uitbuiten tegen te gaan”. Minder flex, meer vast DENK zet zich in voor flexwerkers. De partij stelt dat een groot gedeelte van de Nederlandse bevolking nu onvoldoende zekerheid heeft door flexcontracten en nulurencontracten. Flexkrachten worden gebruikt als “de klapstoeltjes van de economie”. Daarom wil de partij minder flex, meer vast. Het stapelen van tijdelijke contracten wordt nog meer aan banden gelegd, waardoor mensen eerder een vast contract krijgen. Verder stimuleert het premiesysteem vaste contracten en worden tijdelijke contracten afgestraft. De ontslagversoepeling uit de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) wordt teruggedraaid. Het feit dat dit de drempel verhoogt om mensen aan te nemen, met name van een andere achtergrond, wordt niet benoemd of opgelost. DENK profileert zich als de “enige echte autopartij van Nederland”, in ieder geval voor taxichauffeurs. Lagere parkeerkosten, verhoogde maximumsnelheid en betaalbare taxiverzekeringen. Ook beoogt de partij een “gelijk speelveld voor taxibedrijven en vervoerders zoals Uber”. Hoe dit gelijke speeldveld wordt gecreëerd, blijft onduidelijk. Opluchting voor het mkb DENK ziet in het mkb de onbetwiste groeiende banenmotor van Nederland. Voor kleine ondernemers komt er belastingverlaging, een kredietbank, minder regeldruk en meer financiële steun. Daarnaast wordt de loondoorbetaling bij ziekte gecollectiviseerd. Weinig voor zzp’ers Specifiek voor zzp’ers, noemt DENK de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Deze wordt verplicht, maar moet wel betaalbaar zijn. Voor zzp’ers heeft DENK verder weinig aandacht in haar programma. Wat betreft de arbeidsmarkt, ligt de passie van de partij bij het beschermen van kwetsbare groepen zoals flexwerkers en de kleinere mkb’ers. Op 17 maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. In aanloop naar de verkiezingen besteedt ZiPconomy aandacht aan de visies van de verschillende politieke partijen en de beloftes in hun verkiezingsprogramma’s op het gebied van de arbeidsmarkt en zelfstandigen. Klik hier voor een overzicht. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags DENK, TK2021, WAB | Laat een reactie achter
Tijd voor fundamentele wegwerkzaamheden op de arbeidsmarkt Geplaatst 26 februari 2021 door ABU De arbeidsmarkt is net als het verkeer: er zijn rijbanen, in- en uitvoegstroken. Er zijn mensen die moeten oversteken, wegen waar je niet in mag of die moeilijk begaanbaar zijn… snelwegen, provinciale wegen, B-wegen… Veilig oversteken De vergelijking met rijbanen zien we terug in het rapport van de commissie-Borstlap en in de rapporten van het Platform Toekomst van Arbeid. Een aantal jaar geleden publiceerde de ABU samen met AWVN en TNO de inspiratiegids over van-werk-naar-werktransities: Veilig Oversteken. Deze is nog verrassend actueel. Wie ABU-directeur Jurriën Koops volgt, hoort hem regelmatig zeggen: “Voor de meest kwetsbare groep hebben we de moeilijkste weg naar werk gemaakt”. Dat ben ik zeer met hem eens. Want zelfs de beste kaartenmaker zal zich achter zijn oren krabben als hij naar de infrastructuur van onze arbeidsmarkt kijkt. Onoverzichtelijke situatie De regionale, provinciale en landelijke opdrachten, initiatieven, projecten, programma’s en inzet om zo veel mogelijk mensen aan werk te helpen, zullen allemaal impact hebben. Begrijp me daarin niet verkeerd. Hartstikke goed dat ze er zijn. De inzet van iedereen is hard nodig om mensen aan het werk te helpen. Maar het is al met al een onoverzichtelijke situatie. Wie regelt nu eigenlijk het verkeer op onze arbeidsmarkt? De uitwisseling van best practices zou al een belangrijke stap in de goede richting zijn. Op die manier kunnen verschillende initiatieven beter op elkaar aansluiten. Dit zal zich uiteindelijk ook vertalen naar besparingen, waardoor geld effectiever en succesvoller ingezet kan worden. Ofwel: meer mensen aan het werk. De uitwisseling van best practices zou al een belangrijke stap in de goede richting zijn. Netwerk van goed onderhouden wegen De arbeidsmarkt van nu laat de verschillen tussen partijen, instrumenten en regio’s extra goed zien. Ik zou het mooi vinden als ons arbeidsnetwerk er echt uit gaat zien als een netwerk van goed onderhouden wegen, die onderling op een logische manier met elkaar zijn verbonden. Zodat werkzoekenden en mensen die van baan willen of moeten wisselen moeiteloos naar hun nieuwe bestemming kunnen navigeren. En werkgevers niet verdwaald raken in regelingen en ondersteuning bij hun zoektocht naar nieuw talent. U begrijpt. Tijd voor fundamentele wegwerkzaamheden op de arbeidsmarkt. Auteur: Femke Kooijman (Beleidsadviseur Arbeidsmarkt) Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags arbeidsmarkt | Laat een reactie achter
Internationale studie: ‘Helft van de werkenden via onlineplatforms verdient minder dan 2 dollar per uur’ Geplaatst 25 februari 2021 door ZiPredactie Via digitale arbeidsplatformen laten we eten bezorgen, bestellen we een taxi of huren we freelancers in om op afstand opdrachten uit te voeren. Welke invloed heeft dat op de wereld van werk? Dat onderzocht de Internationale Arbeidsorganisatie, beter bekend als de ILO (International Labour Organization). Deze denktank van de Verenigde Naties houdt zich bezig met internationale arbeidsvraagstukken. Het rapport richt zich op de twee belangrijkste types van digitale arbeidsplatformen: online platformen waarbij werknemers taken online en op afstand uitvoeren, en platformen gebaseerd op locatie, zoals taxi-apps en maaltijdbezorgdiensten als Deliveroo. De bevindingen zijn gebaseerd op enquêtes en interviews met zo’n 12.000 werkenden en vertegenwoordigers van 85 bedrijven over de hele wereld. Uit de studie blijkt dat digitale arbeidsplatformen de afgelopen tien jaar wereldwijd zijn vervijfvoudigd. Daarbij zijn taxi- en maaltijdbezorgdiensten veruit het grootst. Er is in totaal voor 120 miljard dollar geïnvesteerd in platformen, waarvan 100 miljard in taxi- en bezorgapps. Helft van de gigs in softwareontwikkeling De rest van het geld ging naar zogenaamd ‘platformwerk op afstand’, ook wel ‘online gigwork’. Het grootste deel hiervan zijn freelanceklussen in softwareontwikkeling en technologie, blijkt uit de ILO-studie. In 2018 viel 39% van alle online opdrachten in deze categorie, in 2020 is dat gestegen naar 45%. Ook het percentage opdrachten in marketing en sales steeg tussen 2018 en 2020. Er waren relatief minder gigs voor online freelancers in de creatieve- en mediasector. ILO vermoedt dat dit komt door de coronacrisis, in april 2020 daalde het aantal klussen in deze categorie namelijk fors. Vraag uit rijke landen, aanbod in arme landen De meeste vraag naar online freelancers komt uit de Verenigde Staten en andere rijke landen. Het aanbod komt juist uit lagelonenlanden, vooral uit India. Volgens de onderzoekers biedt platformwerk veel kansen. Zo zouden platformen de arbeidsmarkt inclusiever kunnen maken. “Digitale arbeidsplatformen geven vooral vrouwen, jongeren, gehandicapten en gemarginaliseerde groepen in alle delen van de wereld meer kans op werk”, zegt Guy Ryder, directeur-generaal van de ILO. “Dat moeten we toejuichen.” Platformen bieden ook mogelijkheden voor bedrijven, want ze geven ondernemers toegang tot een grote flexibele beroepsbevolking. Maar er zitten ook risico’s aan platformen voor werkenden. Daarom roept de denktank beleidsmakers wereldwijd op samen wet- en regelgeving voor arbeidsplatformen te ontwikkelen. ‘Minder dan 2 euro per uur’ De risico’s hebben te maken met zaken als arbeidsomstandigheden, onregelmatig inkomen en sociale bescherming. “Werktijden kunnen vaak lang en onvoorspelbaar zijn”, zegt Ryder. “De helft van de werknemers van online platforms verdient minder dan 2 dollar per uur. Bovendien zijn er op sommige platformen aanzienlijke loonverschillen tussen mannen en vrouwen. De coronapandemie heeft veel van deze problemen nog eens extra onder de aandacht gebracht.” De arbeidsvoorwaarden worden vaak eenzijdig bepaald door de platformen. Bovendien vervaagt het onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen, waarschuwen de onderzoekers. “Aangezien platformen in meerdere jurisdicties actief zijn, is een coherent en gecoördineerd beleid nodig om ervoor te zorgen dat zij waardig werk bieden en de groei van duurzame bedrijven bevorderen.” Collectief onderhandelen en sociale zekerheid ILO roept op tot een wereldwijde dialoog, zodat werknemers, werkgevers en regeringen ‘volledig en in gelijke mate’ kunnen genieten van deze vooruitgang. De denktank vindt bijvoorbeeld dat alle zelfstandige platformwerkers wereldwijd het recht moeten krijgen om collectief te onderhandelen. Ook wil ILO dat ‘alle werknemers, ook platformwerkers, toegang hebben tot adequate socialezekerheidsuitkeringen, door de uitbreiding en aanpassing van beleids- en wettelijke kaders waar nodig’. Ryder: “Alle werknemers, ongeacht hun arbeidsstatus, moeten hun fundamentele rechten op het werk kunnen uitoefenen.” There is a need for Intl policy dialogue to achieve a coherent, consistent and coordinated approach worldwide to ensure digital #labour platforms provide #decentwork opportunities and the growth of sustainable businesses. Check out the new ILO report: https://t.co/NtBhSW75bK pic.twitter.com/s1pEkTvJl6 — International Labour Organization (@ilo) February 23, 2021 Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ILO, Kluseconomie, platformeconomie, zzp | Laat een reactie achter
Hilde Palland (CDA) wil duidelijkheid voor zzp’ers: ‘Pas als de regels helder zijn, kun je discussiëren over handhaving’ Geplaatst 25 februari 2021 door Claartje Vogel Als het aan Hilde Palland van het CDA ligt, krijgen zzp’ers komende kabinetsperiode eindelijk meer duidelijkheid. “Afgelopen jaren is van alles geprobeerd, maar veel gestrand omdat het praktisch onuitvoerbaar was of niet voldeed aan Europese regels”, vertelt ze. Daarmee doelt Palland onder andere op het minimumtarief voor zelfstandigen en de vrijwaring voor zzp’ers met een hoog tarief. Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) liet afgelopen zomer weten dat deze conceptwetten om de wet DBA te vervangen er toch niet komen. Aansluiten bij Borstlap Als Tweede Kamerlid zit Palland nu bijna twee jaar op het zzp-dossier en ze weet dat het arbeidsmarktdossier behoorlijk ingewikkeld is. “Het is belangrijk dat zzp’ers ruimte en duidelijkheid krijgen om te kunnen ondernemen”, zegt Palland. “Afgelopen kabinetsperiode is het niet gelukt om dat voor elkaar te krijgen. Maar we hebben wel een rapport vol aanbevelingen van de Commissie Regulering van Werk, waar we komende periode mee aan de slag kunnen.” Deze commissie, onder leiding van Hans Borstlap, was ingesteld door minister Koolmees om te onderzoeken hoe de regulering van werk er in de toekomst uit zou moeten zien. Uit de analyse blijkt dat de huidige wet- en regelgeving niet meer past bij de arbeidsmarkt van nu. Kwalificatie van de arbeidsrelatie Dat vindt ook CDA. “Het huidige systeem moet op de schop om aan te sluiten op de toekomst”, zegt Palland. “Een belangrijk onderdeel van de hervorming is een nieuwe definitie van de arbeidsrelatie. Onderscheid maken tussen echte ondernemers en schijnzelfstandigen is nu moeilijk, zelfs voor rechters. Die maken een afweging op basis van specifieke omstandigheden per casus. Dat leidt tot veel onzekerheid bij ondernemers en hun opdrachtgevers.” CDA wil dus in de eerste plaats aan de slag met de kwalificatie van een arbeidsrelatie. Op die manier wil Palland zorgen dat er ook duidelijkheid komt over de rechtspositie van zzp’ers. “Pas als de regels helder zijn, kun je discussiëren over handhaving op schijnzelfstandigheid”, zegt ze. Lees meer over de verkiezingsplannen van het CDA: CDA wil investeren in flexibiliteit van alle werkenden, met het vaste contract als uitgangspunt Eerst de definitie, dan pas een tool Op dit moment loopt er een pilot met de webmodule, een online tool waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen voor welke klussen ze zzp’ers mogen inhuren en voor welke niet. “Zo’n tool kan helpen om duidelijkheid te verschaffen, maar op dit moment is hij niet zaligmakend,” vindt ze. “De definitie van werknemerschap is namelijk niet voldoende afgebakend in onze wet- en regelgeving. Ik ben bang dat de tool nu juist tot meer onduidelijkheid leidt. Pas als die definitie helder is, kan zo’n webmodule helpen.” Bij twijfel: werknemer Het onderscheid tussen echte zzp’ers en schijnzelfstandigen eenduidig bepalen, dat klinkt makkelijker gezegd dan gedaan. Wereldwijd worstelen overheden met dit vraagstuk. Palland diende vorig jaar november een motie in om eens te kijken naar de manier waarop België het probleem oplost. Ten eerste verzocht ze de regering de definitie van ‘zelfstandige’ aan te scherpen en uit te zoeken ‘in hoeverre een rechtsvermoeden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst’ daarbij kan helpen. Wat bedoelt ze daarmee? “Ten eerste moet een vast arbeidscontract weer de norm worden, net zoals de Commissie Borstlap voorstelt,” zegt ze. “Bij twijfel ben je werknemer. Ik stel voor om dat in elk geval zo te doen voor platformbedrijven. Pas als een werkende kan aantonen dat hij bewust ondernemer is en in zijn eigen inkomen kan voorzien, mag hij werken via een platform als zzp’er. Dat geeft de echte zzp’ers duidelijkheid en rust.” Lees ook: Commissie Borstlap adviseert: “Als iemand eigen arbeid verricht tegen een beloning, is hij werknemer. Tenzij hij kan aantonen dat hij zelfstandige is. Belgisch voorbeeld: criteria per sector In België wordt in enkele sectoren ook gewerkt met zo’n rechtsvermoeden, aan de hand van wettelijk vastgelegde criteria. “Ik wil kijken wat we kunnen leren van dat systeem,” zegt ze. “Wat ik bijvoorbeeld interessant vind, is dat de criteria verschillen per sector. In bepaalde beroepen is het tenslotte logisch dat iemand leiding geeft, terwijl jij wel zelfstandig een klus uitvoert.” Palland vindt het belangrijk om zelfstandig ondernemerschap te stimuleren. “Ik merk dat zzp’ers het gevoel hebben dat ze er niet meer mogen zijn, maar dat is niet zo,” zegt ze. “Zelfstandig ondernemerschap is mooi en dat moeten we faciliteren als overheid. Maar we zien dat werkgevers het te vaak gebruiken als constructie om de kosten te drukken. Het gaat erom dat we dat voorkomen.” Maak het vaste contract aantrekkelijker Daarom wil Palland het ook aantrekkelijker maken voor werkgevers om vaste contracten te geven. “Dat is ook onderdeel van wat de Commissie Borstlap constateert,” zegt ze. “Als het aanlokkelijker wordt personeel in dienst te nemen, zullen ondernemers minder op zoek gaan naar constructies om werkgeverschap te vermijden. Loondoorbetaling bij ziekte is nu bijvoorbeeld vooral een risico voor de werkgever. Dat is een drempel om mensen aan te nemen.” Verder pleit ze voor een collectief sociaal stelsel, waar alle werkenden aan meebetalen en van profiteren. “Ook daarmee verklein je de verschillen en voorkom je concurrentie tussen zzp’ers en werknemers op basis van kosten,” zegt ze. “Bovendien maak je het makkelijker om te switchen van baan of je baan in loondienst te combineren met ondernemerschap.” Ondertussen werkt het kabinet met de Sociaal Economische Raad aan een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) speciaal voor zzp’ers. Dat is zo afgesproken in het pensioenakkoord in 2019. “Ik zie het als een tussenstap,” zegt het CDA-kamerlid. “Want ik ben ook realistisch: we krijgen zo’n collectief vangnet voor alle werkenden niet in drie jaar voor elkaar. Het is een grotere opgave, maar in de tussentijd kun je niet stilzitten.” Op 17 maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. In aanloop naar de verkiezingen besteedt ZiPconomy aandacht aan de visies van de verschillende politieke partijen en de beloftes in hun verkiezingsprogramma’s op het gebied van de arbeidsmarkt en zelfstandigen. Klik hier voor een overzicht. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags CDA, TK2021 | 1 Reactie
Programma van Volt: een ambitieus plan met basiszekerheden voor iedereen Geplaatst 24 februari 2021 door Annemarie van Veelen Volt beoogt met haar pro-Europese standpunten een transformatie naar een duurzame economie. Onderwerpen zoals het klimaat en inclusiviteit zijn hierin belangrijk. De partij pleit voor welzijn in plaats van welvaart. Herverdeling Inkomensverschillen worden aangepakt. Zo pleit Volt voor een progressief belastingstelsel waarin topinkomens zwaar worden belast. De partij spreekt zich positief maar voorzichtig uit over het basisinkomen. Met betrekking tot het minimumloon is de partij minder voorzichtig: dit moet met 10% worden verhoogd. Over de fiscale verschillen tussen werknemers en zzp’ers laat de partij zich niet uit. Maar plannen voor een basisinkomen zijn meestal gekoppeld aan het afbouwen van fiscale toeslagen, zoals de zelfstandigentoeslag. Meer ruimte voor werkgevers Volt is toekomstgericht en wil vooral jongeren meer kansen bieden. Zo biedt de partij meer mogelijkheden voor het mkb om binnen Europa uit te breiden. Er wordt meer geïnvesteerd in innovatief ondernemerschap, fiscaal beleid wordt op Europees niveau afgestemd en digitale portals maken het indienen van grensoverschrijdende belastingaangiften makkelijker. Digitalisering is de fundering van de toekomst. De partij wil meer flexibiliteit voor werkgevers en noemt hierbij vooral de ruimte om arbeidsovereenkomsten aan te passen bij veranderde omstandigheden. Indien nodig, mogen functie en werktijd worden aangepast, zoals ook de Commissie Borstlap voorstelt. Volt wil de mogelijkheid voor omscholing voor iedereen (ook zzp’ers), ouderschapsverlof voor beide partners en gratis kinderopvang. Een ambitieus plan. Onderscheid tussen vrijwillige en onvrijwillige zzp’ers Er zijn kaders nodig om de negatieve gevolgen van de ‘vrije’ markt te voorkomen, vindt Volt. Zo wil de partij onderscheid te maken tussen onvrijwillige en vrijwillige zzp’ers. Hoe dat onderscheid te maken, maakt de partij alleen niet concreet. In het verkiezingsprogramma staat dat “zzp’ers, uitzendkrachten en mensen met een nulurencontract financieel te afhankelijk zijn van onzeker werk”. Kwetsbaren met een zwakke positie hebben bescherming nodig. Daarom worden flexcontracten voor werkgevers minder goedkoop en minder makkelijk te beëindigen. Mensen die vrijwillig kiezen voor flexibel werk, behouden hun vrijheid. Het combineren van verschillende werk- en contractvormen wordt makkelijker, zonder verlies van sociale zekerheden. Door meer zekerheden te koppelen aan de persoon in plaats van de contractvorm, krijgen zzp’ers ook toegang tot hypotheken en vangnetten voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. De details hiervan heeft Volt niet uitgewerkt, maar de insteek is een basis van nieuwe sociale vangnetten waar ook zzp’ers aan meedoen en meebetalen. Op 17 maart 2021 zijn de Tweede Kamerverkiezingen. In aanloop naar de verkiezingen besteedt ZiPconomy aandacht aan de visies van de verschillende politieke partijen en de beloftes in hun verkiezingsprogramma’s op het gebied van de arbeidsmarkt en zelfstandigen. Klik hier voor een overzicht. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags TK2021, Volt | 2s Reacties
Dogma’s duwen de arbeidsmarkt naar de afgrond Geplaatst 24 februari 2021 door Gastblogger Met de naderende verkiezingen worden er druk plannen gemaakt voor Nederland voor de komende jaren, met als een van de belangrijkste thema’s: de arbeidsmarkt. En dat is hoognodig. De Nederlandse arbeidsmarkt is de meest flexibele van Europa. Tellen we flexibel werkenden en zzp’ers bij elkaar op, dan heeft ruim 35 procent van de werkenden geen vast contract meer. Flexwerkers slecht beschermd De flexibele arbeidskrachten hebben weinig financiële zekerheid en stellen daarom belangrijke keuzes – een huis, een kind – uit. Nog zo’n zorgelijk punt: vergeleken met andere landen is onze grote groep flexwerkers ook nog eens heel slecht beschermd tegen arbeidsongeschiktheid. Zelfstandigen hebben geen plek in het stelsel van sociale zekerheid. Vast is heel vast In Nederland is een vast contract ook heel vast. De ontslagbescherming is een van de meest strenge van de Westerse landen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) wijst erop dat werkgevers aarzelen om personeel in dienst te nemen vanwege de rompslomp rond de vele regelingen. Bovendien zijn de verplichtingen van werkgevers rondom ziekte groot: de duur van de loondoorbetalingsverplichting van twee jaar is veel langer dan bijvoorbeeld onze oosterburen (zes weken). Na tien jaar Rutte, die nota bene campagne voerde onder de slogan ‘werk moet lonen’, valt op dat Nederland ten opzichte van andere landen relatief veel belasting heft op inkomen en relatief weinig op vermogen. Toekomst Het meestal zo gematigde en genuanceerde OESO luidt de noodklok. Onze arbeidsmarkt is niet opgewassen tegen de (technologische) veranderingen die er op komst zijn. Maar gelukkig was daar Commissie Borstlap. Begin vorig jaar publiceerde de commissie een uitstekend rapport die alle problemen op de arbeidsmarkt – en de bijbehorende oplossing – in kaart bracht. Ik doe de aanbevelingen eigenlijk tekort door ze hier kort op te sommen, maar het komt neer op: minder flex, minder vast en meer opleiden en omscholen. De linkse partijen slaan de plank volledig mis Bij uitstek een onderwerp waar de linkse coalitiepartijen zich op kunnen profileren. En inderdaad, sommige van de aanbevelingen uit het rapport zijn letterlijk terug te vinden in de partijprogramma’s. Groenlinks wil dat vaste contracten de norm worden. Dat doen ze door tijdelijke contracten duurder te maken voor werkgevers. De PvdA wil de wildgroei aan (flexibele) contractvormen aanpakken en meer sociale zekerheid voor zzp’ers. Allemaal maatregelen om de toenemende flexibilisering tegen te gaan. Toch slaan de linkse partijen hier de plank volledig mis. Het probleem in de Nederlandse arbeidsmarkt is niet dat het te flexibel is, maar dat het te flexibel en te vast is. Interne wendbaarheid hard nodig Maken we de arbeidsmarkt minder flexibel, maar geven we bedrijven niet de ruimte om hun arbeidspotentieel te laten meegroeien en krimpen met de activiteiten, zal dat onvermijdelijk leiden tot hogere werkloosheid. Bedrijven zullen heus niet zomaar al die schijnzelfstandigen, payrollers en nul-urencontractanten een contract aanbieden. De aanbevelingen van Commissie Borstlap om vast minder vast te maken schitteren in afwezigheid in de partijprogramma’s van de linkse partijen. Her en der wordt zelfs een suggestie gedaan om vast nog vaster te maken. Los van het feit dat dat vanuit economisch perspectief onverstandig is, gaat het ook in tegen de filosofie die de linkse partijen uitdragen in hun partijprogramma’s. Bedrijven moeten een grotere maatschappelijke rol spelen, meebewegen met nieuwe innovaties en werknemers moeten meer vrijheid krijgen in hoeveel ze werken en wanneer ze werken. Maar, om deze doelstellingen te verwezenlijken moeten bedrijven intern wendbaar zijn. Of zoals de Commissie Borstlap dat mooi verwoordt: binnen het contract moet er ruimte zijn voor werkgevers om arbeidsomvang, salaris maar ook functie, werklocatie en arbeidstijden te wijzingen. Dat zal ervoor zorgen dat bedrijven werknemers sneller een contract aanbieden en meedenken met welke omscholing werknemers nodig hebben om mee te bewegen in deze snel veranderende wereld. Alleen dan zijn werknemers en werkgevers voorbereid op de toekomst en kunnen de linkse dromen, waarin bedrijven een belangrijke maatschappelijke rol bedienen, waarheid worden. Nora Neuteboom, econoom, ABN AMRO Deze column is eerder verschenen op RTLZ. Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags ABN AMRO, TK2021 | 5s Reacties