Column Denis Maessen (PZO): Nog veel werk aan de winkel voor betere positie zzp’ers Geplaatst 12 oktober 2017 door PZO We zijn als PZO blij dat het nieuwe Kabinet poogt om de onzekere situatie, die is ontstaan door de Wet DBA, aan te pakken. Ook spreekt een zekere erkenning voor de positie van ZZP’ers uit het Regeerakkoord. Tegelijkertijd is er nog heel veel werk aan de winkel met dit akkoord. Niet werkbaar Ik vrees alleen wel dat ook deze nieuwe poging om zaken voor ZZP’ers goed te regelen leidt tot veel praktische bezwaren. De vraag is of de voorstellen van het nieuwe Kabinet überhaupt werkbaar zijn in de praktijk van alledag. De huidige arbeidsmarkt vraagt daarnaast eigenlijk om een samenhangende visie, waarin werkgevers, werknemers en zelfstandig ondernemers integraal worden meegenomen. We zien geen ingrijpende vernieuwingen in de nieuwe vervanger van de Wet DBA, aangezien ook deze nog steeds uitgaat van de verouderde arbeidswetgeving uit 1907 in plaats van de vrije keuze voor ondernemerschap en dat is een gemiste kans. Aanknopingspunten Gelukkig zie ik wel een aantal aanknopingspunten, waarmee we verder kunnen. De verkenning hoe het zelfstandig ondernemerschap een eigen plek in het Burgerlijk Wetboek kan krijgen, is interessant en hier zal PZO graag aan meewerken. Het is positief dat het kabinet geen verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de zelfstandig ondernemer oplegt. Hier zien we toch een erkenning van het vrije ondernemerschap. Goed is dat het kabinet wel op zoek gaat naar manieren om te komen tot een betaalbaarder verzekering en de verhoging van de verzekeringsgraad. Denis Maessen, voorzitter PZO Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Rutte III, wet dba | Laat een reactie achter
VMS-systemen worden steeds slimmer. Maar gaan ze nu ook de MSP bedreigen? Geplaatst 12 oktober 2017 door Peter Boerman Samen doen ze inmiddels elke twee jaar vergelijkend onderzoek naar Vendor Management Systemen, software voor de ondersteuning van alle inhuurprocessen en soortgelijke tooling voor externe inhuur. Wat begon in 2012, werd herhaald in 2013, 2015 en nu dus in 2017. Steeds keken Mark Bassie en Marleen Deleu daarbij naar hoe die systemen zich technologisch ontwikkelen. Dit jaar schreven ze 13 aanbieders van zulke systemen in Nederland en België aan; 7 reageerden en vulden onder meer een uitgebreide vragenlijst in. De ontwikkelingen gaan snel Uit het nieuwe onderzoeksrapport (hier en hier gratis te downloaden) blijkt dat de ontwikkelingen snel gaan. Zo snel zelfs, dat het ‘mogelijk is dat deze de dienstverlening van MSP’s gaan beïnvloeden en dus leidend worden voor inhuurprocessen, in plaats van andersom, wat tot nu toe de regel is’, concludeert Bassie. “Slimme VMS-systemen gaan met de opdrachtgever meedenken, variërend van suggesties voor andere opdrachtformuleringen, tot andere zoekcriteria, bepaling van wat marktconforme tarieven zijn. Ergo: precies datgene waar je nu meestal een MSP-dienstverlener voor inschakelt. En dit soort systemen kunnen in de toekomst – net als recruitmentsystemen voor vaste functies – gaan selecteren wie de beste kandidaat of leverancier voor een opdracht is…” MSP’s gaan last krijgen van VMS-systemen? Bassie: “Dat zou best eens kunnen. Onder invloed van data-verzameling, Robotic Process Automation (RPA), HR-Analytics en Artificial Intelligence worden VMS-systemen steeds slimmer. Ze denken meer mee met de inhurende managers. We hebben al een voorbeeld gezien voor de Amerikaanse markt, waarbij het systeem een advies geeft om de gezochte kandidaten ook in een andere staat te zoeken, omdat daar het aanbod groter is en de prijs lager. Dergelijke expertise is nu nog heel vaak te vinden bij de medewerkers van een MSP. Maar die wordt dus straks ingevoerd in een VMS. Ik stel me dan de vraag: wat betekent dit voor de rol van een MSP over niet al te lange termijn? Een VMS was altijd maar een tool. Maar blijft dat ook zo? Ik denk het niet.” “Een VMS was altijd maar een tool. Maar blijft dat ook zo? Ik denk het niet.” Deleu: “In ons onderzoek zien we bij enkele visionaire organisaties in Nederland en België de trend naar Total Talent Management terug. Je ziet bijvoorbeeld dat je met de Nederlandse marktleider Nétive ook vaste vacatures kunt afhandelen. En Connexys is eigenlijk een ATS voor vast personeel met veel functionaliteit voor flex. Het groeit langzaam naar elkaar toe. Maar we zien ook dat nog geen enkel systeem al een gebruiksklare oplossing kan aanbieden. Enkele VMS-aanbieders zijn wel naarstig op zoek naar partners en innoveren zelf ook, dus het is spannend om nu al uit te kijken naar wat we over 2 jaar hierover kunnen schrijven..” Wat valt jullie verder op in het onderzoek? Bassie: “De grotere leveranciers groeien allemaal flink, niet alleen qua bedrijfsomvang, maar ook qua klanten en functionaliteiten. Er is stevig ontwikkeld de afgelopen jaren, maar niet iedereen ontwikkelt zich in dezelfde richting. Heeft de een bijvoorbeeld stevig ingezet op ondersteuning van het zogeheten Statement of Work (SOW – het uitbesteden van complete projecten en diensten), de ander zette juist stappen om vast en flex in één systeem te krijgen. “Er is stevig ontwikkeld de afgelopen jaren, maar niet iedereen ontwikkelt zich in dezelfde richting” Het blijft voor inhurende organisaties dan ook belangrijk om op voorhand goed na te denken over wat je op de langere termijn met zo’n systeem wil, omdat de mogelijkheden nogal uiteenlopen. Je moet zeker ook de geplande ontwikkelingen hierbij betrekken. Over 2 jaar kan jouw behoefte anders zijn, maar je wisselt niet zo makkelijk van VMS. Het is toch een beetje zoals een huwelijk…” Deleu: “Over huwelijken gesproken: er zijn ook nogal wat fusies en overnames in dit speelveld. Beeline met IQN, Fieldglass met SAP en recent Bullhorn met Connexys. We denken niet dat het einde van deze huwelijksgolf in zicht is. Naarmate leveranciers in meer landen binnen of buiten Europa worden gebruikt, komen ook de omvang en opzet van de bedrijfsorganisatie naar voren. En dan kan samengaan met een partner een oplossing zijn om snel te kunnen schakelen.” Wordt voor een inhurende organisatie de drempel om een VMS in te zetten niet veel te hoog met al die nieuwe functionaliteiten? Bassie: “We denken van niet. In ons vorige onderzoek hadden we een paar nieuwe kleine aanbieders met laagdrempelige systemen. Die hebben we sindsdien niet succesvol zien worden. Inmiddels zijn er ook weer nieuwe partijen ontstaan zoals pro-Unity in België dat ook ambitie heeft om in de nabije toekomst Nederland te veroveren. Daarentegen valt op dat er door de grotere aanbieders veel aanbod is in relatief goedkope en toegankelijke VMS-technologie voor midsize organisaties.” “Ook interessant is de opkomst van Freelance Management Systemen, waarbij inhuurkrachten ‘op voorraad’ worden geselecteerd totdat ze daadwerkelijk nodig zijn” Deleu: “VMS-systemen ontwikkelen zich ook naar meer mobiele ondersteuning van inhuurprocessen. Ze bevinden zich tegenwoordig allemaal in de Cloud en worden benaderbaar op je smartphone, op je tablet en thuis. Ondanks alle risico’s op hacking en privacyschendingen… Ook interessant vind ik de trend van Direct Sourcing en daaraan gekoppeld de opkomst van zogeheten Freelance Management Systemen (FMS). Daarbij worden inhuurkrachten ‘op voorraad’ geselecteerd totdat ze daadwerkelijk nodig zijn. Hiermee kunnen organisaties zelf – dus zonder tussenkomst van intermediairs – op zoek naar geschikte freelancers of zzp’ers en/of candidate/talentpools inrichten met interessante kandidaten. Ook kunnen ze met dit soort systemen de hele financiële afhandeling voor hun freelancers regelen.” Wat waren jullie bronnen voor dit rapport? Deleu: “We hebben alle aanbieders van VMS-systemen in Nederland en België benaderd. Uiteindelijk hebben we er 7 bereid gevonden om onze vragenlijst te beantwoorden. Slechts enkele partijen wensten niet deel te nemen omdat dit het beleid is van de holding waarvan ze deel uitmaken. Anderen hebben aangegeven dat ze niet als een VMS gezien willen worden.” Bassie: “De antwoorden van de 7 deelnemers in het rapport zijn door ons nader geanalyseerd of in een meer algemene context geplaatst, bijvoorbeeld die van relevante technologische ontwikkelingen, veranderende wetgeving of arbeidsmarkttendensen. Verder hebben we zelf ook tientallen onderzoeksrapporten over externe inhuur gelezen en uiteraard de deelnemers aan het onderzoek bevraagd naar hun ervaringen, visie en verwachtingen.” Het rapport is hier en hier gratis te downloaden. Voor eerdere rapporten, lees de verhalen uit 2015, 2013 en 2012. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags inhuur, tooling, vms, VMS. onderzoek | 2s Reacties
Column: Van verlangen naar ambitie Geplaatst 12 oktober 2017 door Jurriën Koops Na ruim 200 dagen is het nieuwe kabinet een feit. Na maanden werken in relatieve rust moeten de vier partijen nu volop aan de bak. Ze hebben het economische tij mee, maar politiek is de meerderheid kwetsbaar. Behalve ‘vertrouwen in de toekomst’ vraagt het vooral veel vertrouwen in elkaar. Uiteraard heb ik de arbeidsmarktparagraaf met veel belangstelling gelezen. Het is goed te zien dat er afscheid wordt genomen van vijf jaar heimweebeleid en verkeerde keuzen worden gerepareerd. ‘Verlangen naar vroeger’ is ingeruild voor een realistische benadering van de arbeidsmarkt. Het kabinet legt een evenwichtige basis neer voor de hervorming van de arbeidsmarkt. Werk moet lonen, het aannemen van mensen moet weer een feestje worden en er moet een gezond evenwicht komen tussen vast en flex. Zaken waar de ABU vorig jaar in Iedereen aan de slag voor heeft gepleit. Wie tussen de oogharen doorkijkt, ziet in het regeerakkoord de contouren van een vernieuwd sociaal stelsel opdoemen Het zijn negen bladzijden met een keur aan maatregelen. Wie tussen de oogharen doorkijkt, ziet in het regeerakkoord de contouren van een vernieuwd sociaal stelsel opdoemen. Vaag maar consistent. Het zit hem in voorstellen als ‘individuele leerrekening’, ‘persoonlijk pensioenvermogen’, ‘minimumtarief voor zzp’, ‘ondernemersovereenkomst’ of ‘transitievergoeding vanaf dag 1’. We gaan toe naar een sociaal stelsel dat diversiteit van arbeidsrelaties accepteert en tegelijkertijd adequate bescherming biedt. Een stelsel dat zorgt voor een gelijk speelveld, onafhankelijk van de manier waarop arbeid wordt verricht en dat zekerheden koppelt aan de werkende in plaats van aan de aard van de arbeidsrelatie. We zijn er nog lang niet en het vraagt een jarenlange consistente koers. Vier bladzijden over leren in eerste 25 jaar, halve pagina over leren in 45 jaar daarna En natuurlijk mag de lat altijd een stukje hoger, zeker als het om een leven lang ontwikkelen gaat. We wijden vier bladzijden aan de eerste 25 jaar van ons onderwijs en slechts een halve pagina aan de 45 werkende jaren daarna. Dat vraagt meer ambitie. Ten slotte pakt de ABU graag de uitgestoken hand van dit kabinet aan om samen met de vakbonden mee vorm te geven aan de noodzakelijke hervormingen van de arbeidsmarkt. Ook als het om payroll gaat. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags ABU, Rutte III | Laat een reactie achter
Waarom het regeerakkoord wel/geen volledige helderheid biedt over vervanging Wet DBA. Geplaatst 11 oktober 2017 door Boris Emmerig Op 10 oktober werd het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III bekend. Daarin staat onder meer dat de Wet DBA vervangen wordt door een nieuwe regeling. In onderstaande graphics heb ik getracht het nieuwe speelveld weer te geven. Er wordt in het vervolg gekeken naar drie indicatoren om de aard van de arbeidsrelatie tussen een zzp’er en zijn opdrachtgever vast te stellen: de duur van de opdracht; het overeengekomen uurtarief, en; de aard van de opdracht (reguliere of niet-reguliere bedrijfsactiviteiten). Deze drie indicatoren, die sterk doen denken aan de aanbevelingen van de commissie-Boot, kunnen leiden tot drie uitkomsten: de zzp’er heeft een arbeidsovereenkomst; de zzp’er kan ervoor kiezen om buiten de sfeer van de loonheffingen en sociale verzekeringen te blijven (“opt out”); de opdrachtgever kan een opdrachtgeversverklaring verkrijgen door via een webmodule een aantal vragen te beantwoorden. Ad 1. Een zzp’er heeft altijd een arbeidsovereenkomst als: het overeengekomen uurtarief lager is dan 15 tot 18 euro per uur (dit bedrag moet nog exact worden bepaald), én; de opdracht reguliere bedrijfsactiviteiten betreft, óf; de opdracht niet-reguliere bedrijfsactiviteiten betreft én ten minste drie maanden duurt. Ad 2. Een zzp’er kan kiezen voor een opt out als: het overeengekomen uurtarief 75 euro of meer bedraagt, én; de opdracht niet-reguliere bedrijfsactiviteiten betreft, óf; de opdracht reguliere bedrijfsactiviteiten betreft, maar wel korter dan 12 maanden duurt. Voor alle overige gevallen kan het traject van de opdrachtgeversverklaring en de webmodule worden gevolgd. Is het nu allemaal helder? De indicatoren tarief en duur van de opdracht lijken helder, maar kunnen in de praktijk toch wel aanleiding geven tot problemen. Niet altijd is namelijk sprake van een uurtarief. Soms is sprake van een vast bedrag of is de honorering bijvoorbeeld afhankelijk van gemaakte vierkante meters, zoals bij tegelzetters en stukadoors. Ook de duur van de opdracht is niet vastomlijnd. Dit zou je bijvoorbeeld kunnen beïnvloeden door een zzp’er opdrachten te geven vanuit verbonden vennootschappen. Ik acht het waarschijnlijk dat hiervoor een anti-misbruikbepaling komt. Ik meen bovendien dat de duur van de opdracht op fulltime basis beoordeeld moet worden. Met andere woorden: een opdracht voor 2 dagen per week gedurende 24 maanden zou mijns inziens ook nog voldoen. Wat ik mij wel afvraag: hoe werkt het bij verlenging van een opdracht, waardoor je de grens van 12 maanden overschrijdt? Het lijkt het meest logisch dat de opt out dan vervalt. Als dat niet gewenst is, zou als alternatief de opdracht beëindigd en later afgemaakt kunnen worden. Maar hoeveel tijd moet er dan tussen beëindiging en opnieuw opstarten van de opdracht zitten? Of wordt dit toch gezien als één opdracht? Wat zijn niet-reguliere activiteiten? En dan is er nog het onderscheid tussen reguliere en niet-reguliere bedrijfsactiviteiten. Dat onderscheid behoeft verduidelijking. Uit het rapport van de Commissie-Boot blijkt dat een PR- en communicatie-adviseur inhuren voor een zakelijke dienstverlener als core business wordt gezien. Ook het retoucheren van foto’s voor een internetwinkel wordt als core business gezien. Van reguliere bedrijfsactiviteiten lijkt dus vrij snel sprake te zijn. Webinar met o.a Boris Emmerig en Hugo-Jan Ruts Is er ook een arbeidsovereenkomst? Los van deze uitvoeringsproblemen is met de aangekondigde regelgeving de onder- en bovenkant van de arbeidsmarkt ingekaderd. Belangrijke vraag is wel of het feit dat er geen inhoudingsplicht voor de loonbelasting is, betekent dat er dan ook geen arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is. Ik denk dat dit niet automatisch samenvalt. Ik verwacht dat een opdrachtgever nog altijd met arbeidsrechtelijke claims geconfronteerd kan worden, ook al is er geen inhoudingsplicht. Het zou goed zijn als die koppeling alsnog wordt gemaakt. Een tweede belangrijke vraag is wat de gevolgen van een opt out voor de heffing van inkomstenbelasting bij de zzp’er zijn. Heeft de opt out ook tot gevolg dat de het honorarium uit de opdracht bij hem als winst uit onderneming wordt belast? Of kan de Belastingdienst deze inkomsten alsnog kwalificeren als loon uit dienstbetrekking? Gelet op recent beleid, openbaar geworden met een beroep op de Wet openbaarheid bestuur, lijkt het erop dat de Belastingdienst voor de heffing van inkomstenbelasting de handen vrij wil hebben. Wat kan de opdrachtgever die het niet eens is met de webmodule? Voor het overgrote deel van de situaties kunnen opdrachtgevers straks dus via een webmodule een opdrachtgeversverklaring krijgen. Dit lijkt op een herhaling van zetten. De Beschikking Geen Loonheffingen, de voorganger van de modelovereenkomsten, moest immers ook via een webmodule verkregen worden. Maar er zijn ook verschillen. Zo lijkt er nu geen betrokkenheid van de opdrachtnemer meer vereist. Waar is de gedeelde verantwoordelijkheid van opdrachtnemer en opdrachtgever van de Wet DBA gebleven? Ten tweede kon tegen de Beschikking Geen Loonheffing bezwaar en beroep worden ingesteld. Nu lijkt dat niet te kunnen, wat een verslechtering van de rechtsbescherming betekent. Wat kan een opdrachtgever nog doen als hij oprecht meent dat van een dienstbetrekking geen sprake is, terwijl hij wel de vragen van de webmodule naar eer en geweten heeft beantwoord en het oordeel van de module luidt dat er toch sprake is van een dienstbetrekking? Zoals de kaarten nu liggen, kan hij niets doen. Dat is een fundamentele weeffout in dit voorstel. De fiscale wetgeving biedt tal van mogelijkheden om een voor bezwaar vatbare beschikking te verkrijgen voor mindere zaken. En wat als de fiscus het er niet mee eens is? Vervolgens is de vraag wat er gebeurt als de Belastingdienst meent dat de vragen onjuist zijn beantwoord. Het antwoord ligt al min of meer verscholen in het woord “opdrachtgeversverklaring”; de naheffingsaanslag komt dan terecht bij de opdrachtgever. Ik zie niet in hoe een opdrachtnemer nadelige fiscale gevolgen kan ondervinden van een aanvraag van een verklaring waar hij part noch deel aan had. Ook hier dus weer de vraag waar de gedeelde verantwoordelijkheid is gebleven. Wat komt er in de webmodule? Veel staat of valt dus met de inhoud van de webmodule. Welke vragen worden gesteld? Welke antwoorden zijn mogelijk? Hoe is de beslisboom? De Raad van State zei over de voorgestelde webmodule bij de Beschikking Geen Loonheffingen het volgende: “De Afdeling merkt daarnaast op dat een goede uitvoering en toepassing van de BGL alsmede zekerheid vooraf, staat en valt met het adequaat functioneren van de webmodule. Zij betwijfelt echter of en zo ja in hoeverre voldoende zekerheid vooraf is te realiseren met de webmodule, aangezien niet duidelijk is of en in hoeverre de webmodule invulling zal geven aan de casuïstiek van het individuele geval.” Die twijfel van de Raad van State keert weer in volle omvang terug. Is de praktijk niet te divers om in een webmodule te vangen? De Tweede Kamer deelde de twijfel van de Raad van State ten volle, waarna de webmodule een stille dood stierf en “de polder” aan staatssecretaris Wiebes het alternatief van de modelovereenkomsten aanreikte, dat door hem dankbaar werd omarmd. De afloop is bekend. De webmodule lijkt dus op oude wijn in nieuwe zakken. Waarom nu weer kiezen voor een route die al eerder is bewandeld, gewikt en gewogen is en te licht is bevonden? Zo haal je de onzekerheid niet uit de markt. Het is overigens mijns inziens nog steeds mogelijk om een overeenkomst aan de Belastingdienst voor te leggen. De modelovereenkomsten waren immers niet in de Wet DBA geregeld en verdwijnen dus ook niet met het vervangen van de Wet DBA. Maar goed, hoe gaat de webmodule eruit zien? Wordt gekozen voor de holistische benadering zoals door de Hoge Raad is voorgeschreven en waarbij alle feiten en omstandigheden in hun onderlinge samenhang worden gewogen? Of wordt gekozen voor de binaire benadering van de Belastingdienst (arbeid + loon + gezag = dienstbetrekking)? Ik vrees het laatste, want een opdrachtgever heeft geen inzicht in alle relevante omstandigheden. In de holistische benadering wordt ook gekeken naar feiten en omstandigheden die fiscaal een rol spelen bij de vraag of iemand ondernemer is. Een opdrachtgever kan die niet allemaal kennen. In de binaire benadering van de Belastingdienst is vrij snel sprake van een dienstbetrekking. Geef je als opdrachtgever aanwijzingen over de uitvoering van de opdracht? Dan is volgens de fiscus al snel sprake van een dienstbetrekking, terwijl een opdrachtgever deze aanwijzingen volgens het Burgerlijk Wetboek gewoon mag geven. Kortom: het zou goed zijn als de webmodule onderdeel gaat uitmaken van het wetsvoorstel. Voor herstel van vertrouwen is volledige transparantie een vereiste. Kun je de webmodule ook anoniem invullen? Het regeerakkoord neemt bij de webmodule de Britse Employment Status Indicator als voorbeeld. Deze ESI invullen kan anoniem. Ik ben benieuwd of dat ook bij de Nederlandse webmodule het geval is. Het gebruik van de ESI gaat overigens gepaard met stevige waarschuwingen van de Britse Belastingdienst, de HMRC. Zo valt op de introductiepagina het volgende te lezen: “HMRC won’t stand by results achieved through contrived arrangements designed to get a particular outcome from the service. This would be treated as evidence of deliberate non-compliance with associated higher penalties.” Met andere woorden: men is niet gecharmeerd van mensen die de webmodule net zo lang invullen tot de gewenste uitkomst bereikt wordt. Als je de webmodule doorloopt, eindigt deze met een oordeel. Daarbij wordt het volgende voorbehoud gemaakt: “HMRC will stand by the result given unless a compliance check finds the information provided isn’t accurate. If the working practices of this engagement change you accept this result may no longer hold.” Een vergelijkbaar voorbehoud wordt, zo verwacht ik, ook onderdeel van de Nederlandse webmodule. Een aardig aspect van de ESI is dat deze niet alleen vóór de opdracht kan worden ingevuld, maar ook tijdens de opdracht. De vragen worden dan wel anders. Ook kan de ESI zowel vanuit het perspectief van de opdrachtgever als dat van de opdrachtnemer of een intermediair worden ingevuld. Ik heb het zelf niet kunnen vaststellen, maar soms schijnt de ESI ook niet een eenduidig oordeel te geven en wordt de invuller toch nog verzocht contact op te nemen met de Belastingdienst. Hoe werkt het uit in de praktijk? Een lakmoesproef om te kijken of de webmodule goed functioneert bestaat uit de invoer van concrete zaken en dan te controleren of de uitkomst spoort met het oordeel van de rechter. Ik ben benieuwd hoe het dan afloopt met de zaak waarin de vraag centraal stond of de bedrijfsleider van restaurant Plancius in Amsterdam wel of niet in dienstbetrekking werkte. Deze bedrijfsleider werkt bijna fulltime voor het restaurant en dient verantwoording af te leggen aan de eigenaren. Naar eigen zeggen werd hij zelfs door het camerasysteem van het restaurant nauwlettend in de gaten gehouden. Het Hof Amsterdam oordeelde echter dat hier géén sprake van een dienstbetrekking. Ik denk dat de Belastingdienst (en overigens niet alleen de Belastingdienst) deze arbeidsrelatie wél als een dienstbetrekking had aangemerkt. Zo zijn er nog vele andere voorbeelden uit de jurisprudentie te noemen. 100 procent zekerheid? Nog zeker niet Concluderend, de voorstellen in het regeerakkoord brengen nog lang niet overal de gewenste duidelijkheid. Waarschijnlijk is dit inherent aan een regeerakkoord en valt er pas meer over te zeggen nadat een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ligt. Tot die tijd bestaan er nog vele vragen. De onzekerheid die werd opgeroepen door de modelovereenkomsten, blijft bestaan met de webmodule. Je zou kunnen zeggen dat de verpakking is veranderd, maar het resultaat is onveranderd gebleven: een oordeel met voorbehoud van alle rechten. Maar aan de andere kant: hoe reëel is het om 100% zekerheid te verwachten? Dat bestaat nergens in het leven en dus ook niet in het belastingrecht. Er zijn overigens wel wegen om deze 100% zekerheid dichter te benaderen dan met de voorgestelde webmodule. Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags opdrachtgeversverklaring | 24s Reacties
PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk over Rutte III en de zzp-dossiers: ‘Goed begin, maar half werk’ Geplaatst 11 oktober 2017 door Hugo-Jan Ruts Blij verrast was Gijs van Dijk (PvdA) toen hij in het regeerakkoord las dat het nieuwe kabinet een minimumtarief wil invoeren voor zzp’ers. Van Dijk, voormalig FNV-bestuurder en nu Tweede Kamerlid namens de PvdA, liep eerder al te hoop tegen bijvoorbeeld maaltijdbezorger Deliveroo die van haar fietsbezorgers zzp’ers wil maken. ‘Een verdienmodel bouwen rond zzp’ers met veel te lage tarieven, dan kan nu niet meer. Dat is een goede zaak’. ‘Payrollen inperken: goed idee’ Ook met de uitspraken over het inperken van payrolling is Van Dijk blij. De PvdA, GroenLinks en SP kondigden onlangs een gezamenlijke initiatiefwet aan om gelijke rechten te bedingen voor payroll-werknemers. “Ik zie dit als een begin van een oplossing. Maar er is echt meer nodig om misbruik tegen te gaan en te komen tot een gelijk speelveld. Dat is ook in het belang van de echte ondernemende zelfstandigen.” Zo zijn de genoemde bedragen van het minimumtarief (15 tot 18 euro) volgens Van Dijk te laag. “Je moet ervoor zorgen dat er niet op kosten kan worden geconcurreerd. Dus niet alleen naar loonkomsten kijken, maar naar de totale werkgeverskosten. Dan kom je hoger uit dan 1,25 keer het minimumloon.” ‘Geen arbeidsongeschiktheidsverzekering? Gemiste kans’ Dat het kabinet weinig lijkt te willen doen rond de arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen noemt Van Dijk een gemist kans. “In gesprek gaan met verzekeraars, zoals het nieuwe kabinet van plan is, zonder een dwingend wettelijk kader, dat gaat hem niet worden. Zo blijft een verzekering voor velen onbetaalbaar en ontoegankelijk. Op dit vlak is echt meer nodig. Ook om een gelijke uitgangspositie te hebben voor zelfstandigen. Waarbij ik me overigens best iets kan voorstellen bij een opt-out-regeling voor wie zijn zaken al geregeld heeft. ” ‘Opdrachtgeversverklaring is vaag’ Van Dijk ziet nog niet waar de nieuwe coalitie heen wil met de opdrachtgeversverklaring die de modelovereenkomsten uit de Wet DBA moeten vervangen. “Het is goed dat de opdrachtgever, net als bij de Wet DBA, een verantwoordelijkheid blijft houden. Maar wat er verder staat is vaag. Het lijkt erop dat ze het eens zijn voor de bovenkant en onderkant van de markt, maar er niet uitkwamen voor alles wat daartussen zit.” Wat er nu staat zijn niet meer dan procesafspraken, oordeelt Van Dijk. “Op zich goed om het werkveld te betrekken bij de uitwerking. Maar ja, die kwamen er een half jaar geleden ook niet uit.” ‘Waar is de integrale visie?’ Van Dijk mist vooral een integrale benadering van het hele zzp-dossier. “Het lijkt erop dat de nieuwe coalitie heeft opgepakt waar ze makkelijk uit konden komen, en de rest laat liggen. Veel van wat er in het IBO-zzp rapport staat wordt niet behandeld. Zonde.” Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags Interview Kamerlid, opdrachtgeversverklaring, Rutte III, wet dba, zzp-beleid | 2s Reacties
Steven van Weyenberg (D66): ‘Zelfstandigenparagraaf regeerakkoord ambitieus, maar haalbaar’ Geplaatst 11 oktober 2017 door Hugo-Jan Ruts “Ik vind de paragraaf in het regeerakkoord over de zelfstandigen en vooral ook de Wet DBA ambitieus, maar ook realistisch, haalbaar en gebalanceerd.” D66-Kamerlid Steven van Weyenberg roerde zich de afgelopen twee jaar regelmatig in de debatten rond de Wet DBA. Aan een van de ‘zijtafels’ onderhandelde hij onder andere over de zzp-paragraaf in het nieuwe regeerakkoord. Vooral de aanpassingen van de Wet DBA springen daarbij in het oog. Een minimumtarief, een opdrachtgeversverklaring, en een opt-out mogelijkheid boven de 75 euro. Opt-out voor bovenste segment zp-markt. Opdrachtgeversverklaring voor midden segment “De Wet DBA helpt niet waar het moet helpen en het levert schade op waar we geen schade willen. Die gaat nu echt van tafel”, zegt Van Weyenberg Het nieuwe kabinet wil een online vragenlijst maken, een zogeheten ‘webmodule’. De opdrachtgeversverklaring die hieruit voortkomt moet vooraf duidelijk maken of er nu wel of niet sprake is van een arbeidsrelatie. Die opdrachtsverklaring geldt niet voor opdrachten boven de 75,- euro per uur. “We bewandelen inderdaad meerdere sporen tegelijk. De markt van zelfstandigen is te divers om met een algemene maatregel te komen. Voor wie een hoger tarief van 75,- euro heeft, komt er er een opt-out regeling. Mits de opdracht korter dan een jaar is of het moet gaan om niet-reguliere werkzaamheden. Onder de 18 euro is inhuren van zelfstandigen niet meer toegestaan. Voor het gebied daartussen komt er opdrachtgeversverklaring, waarbij gekeken wordt wat de situatie bij de opdrachtgever is.” Aan welk type criteria moeten we hierbij denken? “De opdrachtgeversverklaring is een zeer ingrijpende aanpassing. Die moeten we nog gaan uitwerken. Daarin willen we vooral ingaan op elementen van echt, materieel werkgeverschap. Krijg je een cursus? Is er een beoordelingsgesprek? Dat soort dingen. Het bijwonen van een vergadering moet natuurlijk gewoon kunnen. We gaan dat verduidelijken. En de wettelijke kaders aanpassen, zodat er betere indicatoren zijn wat nu precies een gezagsrelatie is. We gaan dus verduidelijken en verruimen.” Willen we alle partijen in het veld bij de uitwerking betrekken De duvel zit hem in de details “Zeker. Het is ingewikkelde materie. Daarom willen we ook alle partijen in het veld bij de uitwerking betrekken. We gaan daarbij echt denken vanuit de opdrachtgever. Wat daarbij ook belangrijk is, is dat we het vertrouwen weer gaan herstellen. We maken in de uitwerking van de vragenlijst ook graag gebruik van alle expertise die er is in het land van de zelfstandige professionals. Daarbij moet in die beoordeling de ruimte zitten die we willen, en proberen we zo een pakket neer te zetten dat de echte zelfstandigen weer moet helpen. En dat begint primair met het wegnemen van de onzekerheid bij opdrachtgevers.” Een punt van zorg onder veel zelfstandigen is wel:hoe lang gaat dit allemaal duren? “Voor een aantal zaken is een wetswijziging nodig, voor een aantal ook niet. Maar ook dan willen we het zorgvuldig doen. In de tussentijd blijft het handhavingsbeleid alleen gericht op de evident kwaadwillenden. Bij een nieuwe regeling komt er een ruimhartige overgangstermijn. We willen de onrust van de opdrachtgever – waar de zelfstandige zoveel last van heeft – wegnemen Het regeerakkoord straalt rond de Wet DBA wat mij betreft uit dat we ons buitengewoon goed realiseren dat we zaken moeten aanpassen en dat we daar tempo mee moeten maken. Maar wel zorgvuldig en in overleg de praktijk. We willen de onrust van de opdrachtgever – waar de zelfstandige zoveel last van heeft – wegnemen.” De term ‘reguliere werkzaamheden’ komt een aantal keer terug. Komt die straks ook terug in de opdrachtgeversverklaring? “Die term is gekoppeld aan het minimumtarief en aan de opt-outregeling. Als een zelfstandige die reguliere werkzaamheden doet, kan dat niet onder het minimumtarief. En bij een uurtarief van meer dan 75 euro kan het niet langer dan een jaar.” Het minimumtarief kwam als een verrassing “We willen het de ondernemende zelfstandige niet onnodig lastig maken. Tegelijk willen we zelfstandigen aan de onderkant van de markt beschermen. Groepen die weinig onderhandelingsmacht hebben en bij wie eigenlijk niet echt sprake is van ondernemerschap. De Wet DBA deed daar eigenlijk onvoldoende iets aan. Met een minimumtarief doen we dat wel. Het is een maatregel die je ook in samenhang moet zien met andere voorstellen om uit het regeerakkoord, gericht op een bredere hervorming van de arbeidsmarkt . Naast een oneigenlijke gebruik van de zzp-constructie pakken we ook het oneigenlijk gebruik van payrolling aan. We willen het ook weer aantrekkelijker te maken mensen een gewoon arbeidscontract aan te bieden. Er is heel veel werk aan de winkel voor het kabinet om hiermee aan de slag te gaan. De insteek is: de echte zelfstandigen te helpen en de kwetsbare zelfstandigen meer te ondersteunen. “ Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Interview Kamerlid, Rutte III, wet dba | 5s Reacties