Maandelijkse archieven: oktober 2025

Replatforming: trend onder arbeidsmarktbemiddelaars

“We zien bij Freshheads steeds meer bemiddelaars die deze uitdaging aan willen pakken,” vertelt arbeidsmarktstrateeg Sepp Haans. “Hun platform werkte ooit prima, maar voldoet niet meer aan de verwachtingen van kandidaten en opdrachtgevers. Zij zijn gewend geraakt aan apps die snel, overzichtelijk en selfservice zijn. Dat gemak verwachten ze nu ook van een bemiddelingsplatform.” 

Waarom vernieuwen onvermijdelijk is

Veel organisaties hebben jaren geleden flink geïnvesteerd in de bouw van een (matching)platform. “Die basis heeft hen ver gebracht, maar de houdbaarheid lijkt beperkt,” zegt Sepp. Aan de kandidaatszijde zie je bijvoorbeeld: 

  • Formulieren die niet mobielvriendelijk zijn 
  • Login- en verificatieprocessen die omslachtig aanvoelen 
  • Het ontbreken van selfservicefuncties zoals zelf beschikbaarheid aanpassen, documenten uploaden of uren accorderen 

Ook intern loopt het spaak. Recruiters en intercedenten werken met meerdere losse systemen, exports en work-arounds. “Integraties van tools haperen of zijn nooit goed geïmplementeerd,” ziet Sepp. “Daardoor ontstaan fouten, vertraging en frustratie, terwijl de behoefte aan snelheid en schaalbaarheid juist toeneemt. 

Herkenbare signalen dat je platform toe is aan vernieuwing

  • Selfservice ontbreekt: kandidaten kunnen niet zelfstandig hun profiel of documenten beheren. 
  • Integraties lopen vast: systemen als AFAS, Carerix of verloningssoftware zijn niet goed gekoppeld. 
  • Beperkingen in data en rapportage: je hebt onvoldoende grip op metrics als time-to-fill, conversie of beschikbaarheid.
  • Trage gebruikerservaring: pagina’s laden langzaam op desktop of mobiel.
  • Moeilijk uitbreidbaar: nieuwe functionaliteiten of internationaal uitrollen kost veel tijd. 

Replatforming als realistische route

Volledig opnieuw beginnen is vaak te kostbaar, risicovol en tijdrovend. Replatforming biedt een pragmatische middenweg: vernieuwen wat knelt, behouden wat werkt. Je vervangt alleen de onderdelen die niet meer voldoen, terwijl de rest van het platform gewoon blijft draaien. Zo maak je je platform toekomstbestendig, zonder je operatie stil te leggen. “Replatforming is geen big bang,” zegt Sepp. “Het is een gefaseerde aanpak waarbij je bestaande systemen slimmer maakt en koppelingen verbetert. Zo kun je continu blijven doorontwikkelen.” 

De aanpak voor replatforming

  1. Bepaal je doelen 

Wat wil je bereiken? Sneller kunnen opschalen, een hogere mobiele conversie, betere matching, internationale uitrol of lagere operationele kosten? 

  1. Analyseer de knelpunten 

Breng in kaart waar het platform écht vastloopt: performance, UX, data, techniek of integraties. 

  1. Kies een modulaire architectuur 

Denk in losse onderdelen: authenticatie, profielen, documenten, match-engine, dashboards, notificaties. Zo kun je gefaseerd vernieuwen zonder dat alles op slot gaat. 

  1. Werk gefaseerd en datagedreven 

Start met één cruciale flow (bijv. candidate onboarding) en voer stap voor stap verbeteringen door. Meet steeds het effect op snelheid, conversie en gebruik. 5. Zorg voor adoptie bij het team 

Betrek intercedenten en recruiters bij elke stap. Zij weten waar de echte frictie zit en hun feedback bepaalt of de verandering werkt. 

In kleine stappen grote stappen vooruit

“Replatforming vraagt om een doordachte aanpak, maar de investering verdient zich snel terug,” zegt Sepp. “Je digitale dienstverlening wordt sneller, gebruiksvriendelijker en klaar voor groei.” Concreet kun je denken aan het sneller vullen van vacatures, hogere conversie, betere samenwerking tussen intercedenten, makkelijker schalen en meer grip op data.

Kortom: voor kandidaten en opdrachtgevers een soepel proces, voor recruiters minder frustratie.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | Laat een reactie achter

Spanning op de arbeidsmarkt neemt af: voor het eerst meer werklozen dan vacatures

Dat blijkt uit de meest recente cijfers van het CBS en vacaturesite Indeed.

Volgens data van vacaturesite Indeed lag het aantal vacatures half oktober 2025 zo’n 26 procent boven het niveau van 1 februari 2020, vóór de pandemie. Ten opzichte van een jaar geleden is het aantal vacatures echter met bijna 7 procent gedaald. Het vacatureniveau is het afgelopen kwartaal ten opzichte van het kwartaal ervoor met bijna 4 procent teruggelopen. 

Ook in de voorgaande twee  kwartalen was een lichte daling zichtbaar. “De afname van het aantal vacatures verloopt geleidelijk”, vertelt Stan Snijders, managing director van Indeed Benelux. “Elk kwartaal is de daling beperkt, maar opgeteld over het afgelopen jaar zien we toch een duidelijke beweging.”

Meer werklozen dan vacatures

Ook cijfers van het CBS laten een daling in het aantal vacatures zien. Volgens deze cijfers nam het aantal vacatures in het derde kwartaal van 2025 af met tweeduizend. Het aantal werklozen daarentegen nam met dertienduizend toe. De spanning op de arbeidsmarkt nam hierdoor af; voor elke honderd werklozen zijn er 97 openstaande vacatures. Voor het eerst in vier jaar zijn er minder vacatures dan werklozen.

Aantal banen gedaald

Volgens het CBS daalde in het derde kwartaal het aantal banen met zevenduizend, een daling van 0,1 procent. Het aantal banen in de cultuur, recreatie en overige diensten daalde met elfduizend. In de ICT nam het aantal banen met vijfduizend af. Ook bij uitzendbureaus, in de handel, vervoer en horeca en in de zakelijke dienstverlening daalde het aantal banen (-4.000).

Vacaturegraad neemt af

In het derde kwartaal ontstonden er 356.000 nieuwe vacatures, dat is negenduizend meer dan in het tweede kwartaal. In totaal werden 358.000 vacatures vervuld, vierduizend meer dan een kwartaal eerder. 

De vacaturegraad nam volgens het CBS het afgelopen kwartaal af van 44 naar 42. Dit betekent dat er per duizend banen van werknemers 42 vacatures open stonden. De bedrijfstak met de hoogste vacaturegraad bleef de bouw (79). Al langere tijd is de vacaturegraad in het onderwijs het laagst. In het derde kwartaal ging het om zestienduizend per duizend banen.

Verschillen per sector

Volgens cijfers van Indeed is de daling in vacatures het grootst in sectoren met veel digitaal of kantoorgericht werk, zoals data & analytics, marketing, banking & finance, administratie en human resource management.

Daarentegen laten sectoren zoals de bouw, architectuur, maatschappelijke dienstverlening, verpleging en hospitality & toerisme juist een toename zien. Het gaat voornamelijk om beroepen waarin fysiek werk en persoonlijk contact centraal staan. Vooralsnog zijn extra handen in die sectoren meer dan gewenst. 

Top 5 dalers (Q3 2024 – Q3 2025) 

  1. Data & Analytics (–30%) 
  2. Marketing (–21%) 
  3. Administratieve medewerkers (–18%) 
  4. HR (–18%)
  5. Banking & Finance(–16%)

Top 5 stijgers (Q3 2024 – Q3 2025) 

  1. Bouw (+13%) 
  2. Architectuur (+13%) 
  3. Maatschappelijke dienstverlening (+9%) 
  4. Verpleging (+8%) 
  5. Hospitality & Toerisme (+8%) 

Meer vast en flexkrachten, minder zzp’ers 

Van de 9,8 miljoen mensen met betaald werk in het derde kwartaal waren er ruim 5,6 miljoen werknemers met een vaste arbeidsrelatie. Dat zijn er 37.000 meer dan een kwartaal eerder. Bijna 2,7 miljoen werknemers hebben een flexibele arbeidsrelatie, dit zijn er zevenduizend meer dan een kwartaal eerder. Het aantal flexkrachten daalde van het tweede kwartaal van 2023 tot en met het derde kwartaal van 2024 met ruim honderdduizend. Sindsdien nam het aantal flexkrachten weer toe met 34.000.

In het afgelopen kwartaal waren er ruim 1,5 miljoen zelfstandigen. Zij werken alleen als zelfstandige of hebben ook nog een baan als werknemers maar werken de meeste uren als zelfstandige. In het derde kwartaal van 2025 waren er 33.000 zelfstandigen minder dan een kwartaal eerder. Deze daling is met 22.000 het grootst onder zzp’ers. De daling van het aantal zzp’ers werd al ingezet in het eerste kwartaal. Dit is waarschijnlijk (deels) het gevolg van de strengere handhaving van de Wet DBA sinds 1 januari dit jaar.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

VVD blijkt favoriete partij bij zzp’ers, verliest wel. D66 groeit flink. JA21 net voor GL/PvdA.

VVD blijft de populairste partij onder zelfstandigen zonder personeel. De populariteit van de partij is wel stevig minder dan twee jaar terug. 22,7% van de zzp’ers stemde gisteren op de VVD. In 2023 was dat nog 33,4%. Dat blijkt uit een groot stemmersonderzoek onder zzp’ers door ZiPconomy, waaraan meer dan 4.000 zzp’ers hebben meegedaan.

De VVD is met name populair onder zzp’ers die het moeten hebben van een beperkt aantal (langer lopende) opdrachten per jaar: de interim-professionals. Ook staat de VVD bovenaan bij de groep zzp’ers met een inkomen boven de € 100.000 en bij de zzp’ers die werkzaam zijn in de zakelijke dienstverlening. Maar de VVD staat ook bovenaan bij de groep zzp’ers in de bouw, met een mbo-opleiding (of minder).

Nummer twee is D66 geworden. De partij maakt dus ook onder zzp’ers een stevige comeback. De partij krijgt de steun van 20,7% van de zzp’ers. Flink meer dan in 2023 (9,5%), maar toch net iets minder dan in een vergelijkbaar onderzoek uit 2017 (22,8%). D66 doet het vooral goed onder zzp’ers die in de publieke sector werken, onder vrouwen, onder zzp’ers boven de 55 jaar en onder de groep zzp’ers die vooral wat kortere opdrachten doet. In al die categorieën staat de partij op 1.

JA21 is nipt derde geworden met 9,5%. Fors meer dan twee jaar terug. De partij is met name populair onder zzp’ers die producten verkopen (in plaats van diensten). In die groep is de partij het meest favoriet. Bij zzp’ers onder de 35 jaar staat de partij op 2 (na de VVD).

Kort daarachter komt GL/PvdA met 9,2% van de stemmen. De partij doet het relatief goed onder zzp’ers met een inkomen onder de 40 duizend euro per jaar en onder zzp’ers actief in de kunstensector.

Het CDA komt op vier met 8,9%; twee jaar terug had de partij nauwelijks aanhang onder zzp’ers. NSC stond toen op 11,1%, maar heeft die aanhang onder zzp’ers geheel verloren.

De PVV komt op 7,1%, iets meer dan in 2023 en 2017. De partij is het meest favoriet onder zzp’ers met een praktisch opleidingsniveau en ook populair onder zzp’ers die vooral voor particulieren werken (gelijk met VVD en GL/PvdA).

 

Grote zes, maar volgorde is anders

Daarmee zijn de zes grootste partijen onder zelfstandigen hetzelfde als in de landelijke verkiezingen. De volgorde is wel anders. Dat zal deels te verklaren zijn door de wat andere demografische samenstelling van zzp’ers ten opzichte van de hele groep stemmers. Ten eerste werken zzp’ers natuurlijk allemaal; daarnaast zijn er relatief veel mannen en is zowel het opleidingsniveau als het inkomen (gemiddeld) hoger dan bij werknemers en de groep niet-werkenden. Daarbij zijn de groepen zzp’ers die producten verkopen en/of met een opleidingsniveau van maximaal mbo ook wel wat ondervertegenwoordigd in dit onderzoek naar het stemgedrag van zzp’ers.

Stemmotivatie

De respondenten in het onderzoek is ook gevraagd hoe zwaar de zzp-standpunten meegewogen hebben bij het uiteindelijke besluit om voor een bepaalde partij te kiezen.

Het gemiddeld gegeven cijfer (op een schaal van 1 tot 10) is 5,6. Dat is iets lager dan in een vergelijkbaar onderzoek twee jaar terug. Toen lag dat cijfer op 6,3. Blijkbaar laten de zzp’ers zich dus iets meer dan twee jaar terug ook leiden door andere standpunten van de partij.

De verschillen tussen de partijen zijn hierin overigens groot. Van de zes grootste partijen laten de VVD-aanhangers zich duidelijk vaker leiden door het zzp-standpunt van de partij. Bij GL/PvdA het minst. Deze verschillen waren ook in 2023 te zien.

Verder onderzoek

De bovenstaande cijfers komen uit een grote vragenlijst, die door ZiPconomy is opgesteld in samenwerking met Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) en FNV Zelfstandigen, en met advies van de Universiteit van Amsterdam en ondersteuning door de HeadFirst Group.

In de peiling wordt niet alleen gevraagd naar politieke voorkeur, maar ook naar meningen over een aantal heikele zzp-dossiers. De uitkomsten daarvan komen in een latere fase naar buiten.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags | Laat een reactie achter

SoW: van uurtje-factuurtje naar betalen voor resultaat

De inhuur van externen gebeurt vaak op basis van time & material (uurtje-factuurtje). Maar er is een andere manier van inhuur in opkomst: Statement of Work (SoW). Hierbij worden diensten (projecten) uitbesteed op prestatie-basis (output). Een verschuiving dus van inspannings- naar resultaatverplichting. Dat SoW een trend is binnen de MSP-wereld blijkt ook uit het deze zomer gepubliceerde onderzoeksrapport MSP-dienstverleners in Nederland en België 2025.

Jan Willem Weijers (hoofdredacteur ZiPconomy) gaat in een nieuwe aflevering van ZiPtalk hierover in gesprek met Chris Neddermeijer (oprichter en eigenaar Nétive VMS) en Tamara Rood (zelfstandig ondernemer/adviseur dienstverlening).

‘SoW is een mooie kans voor zelfstandigen’

Waarom is het voor een opdrachtgever interessant om werk uit te besteden via SoW? Rood: “Het kan je als opdrachtgever geld schelen. Hoe vaak lopen de kosten niet op omdat de inhuur op uurtje-factuurtje basis toch net wat langer duurt. Het is misschien lastig in te schatten wanneer je op basis van resultaat werkt, maar je weet wel van tevoren het budget.” Het vraagt volgens haar om een andere manier van kijken. “Je huurt niet iemand in om een stoel te bezetten, maar je huurt expertise in. Je moet kijken naar wat die expert komt brengen in jouw organisatie.”

Dat maakt werken via een SoW-contract in plaats van uurtje-factuurtje ook voor de zelfstandig ondernemer veel fijner, stelt Rood. “Je wordt niet betaald voor je inzet (in uren), maar voor het uiteindelijke resultaat (prestatie). Opdrachtgevers zien je meer als strategische partner. Je krijgt leuker werk en leukere klanten (meer werkgeluk) en meer flexibiliteit. Bovendien levert het je meer omzet op omdat je meer klanten tegelijkertijd kunt bedienen en hogere tarieven kunt vragen.”

Chris Neddermeijer ziet SoW ook als een mooie kans voor zelfstandig ondernemers. “Hiermee kunnen zij echt een keer afscheid nemen van het uurtje-factuurtje en voorkomen zij mogelijke schijnzelfstandigheid (in kader van handhaving op de Wet DBA, red.).”

Hoort SoW bij HR of Inkoop?

SoW is hét thema in de inhuurwereld, weet Weijers. “Er is heel veel interesse voor. Iedereen heeft het erover. In de volksmond spreekt men over Statement of Work, maar het gaat om het inkopen van een service, waarbij SoW het resultaat is, het contract. De overkoepelende strategie is wat we service procurement noemen.”
Toch ziet hij dat het in de praktijk nog niet echt van de grond komt. “Organisaties durven hun vingers er niet aan te branden. Ze zitten vooral met de vraag ‘bij wie ligt de verantwoordelijkheid? Bij HR of Inkoop?’”

Neddermeijer is het daarmee eens. ”Ik zie nog niet terug in de cijfers dat SoW groeit. We hadden er meer van gehoopt.” Volgens hem hangt dit samen met de moeite die organisaties hebben om Total Talent Management (TTM) in te voeren. “Organisaties zijn nog niet altijd volwassen genoeg voor het werken via SoW bij de inhuur van mensen. SoW is onderdeel van Total Talent Management (TTM), een strategie voor het aantrekken en binden van vast personeel en flexkrachten. Er zijn veel initiatieven en sommigen daarvan zijn geslaagd, maar velen nog niet.”

SoW implementeren vraagt om goed verandermanagement, stelt Neddermeijer. “Recruitment en procurement moeten de regie voeren, een inhuurdesk uitvoeren en bewaken, en voorkomen dat een inhurende manager op de werkvloer gewoon maar mensen zelf binnenhaalt omdat hij snel iemand nodig heeft. Dan moet je die hiring managers er wel van overtuigen dat die andere manier van werken ook voor hen waarde toevoegt.”

En denken vanuit een TTM-strategie betekent dat je bijvoorbeeld niet alleen streeft naar een goede employee experience van vast personeel, maar ook naar die van externen. Daar schort het nog wel eens aan, weet Neddermeijer, bijvoorbeeld bij de onboarding. “Hoe vaak komt het niet voor dat mensen die op een project te werk worden gesteld bij de receptie komen en dat er dan niets geregeld is, geen toegangspasje, geen account, et cetera?”

Tamara Rood over zzp’en via SoW: “Je verkoopt niet langer tijd en aanwezigheid (uurtje-factuurtje), maar de opbrengst die je levert voor de organisatie aan het eind van jouw klus (output).”

Zzp’er gaat echt ondernemen

Tamara Rood moedigt dat ‘anders denken’ natuurlijk aan. Niet alleen bij organisaties, maar ook bij zelfstandigen. “Het is een mindset-shift; je wordt als echte ondernemer uitgedaagd om een ander (business) model te verkopen. Je verkoopt niet langer tijd en aanwezigheid – X-uren per maand – maar jouw waarde: wat jouw expertise oplevert voor de opdrachtgever? Wat is jouw opbrengst voor de organisatie aan het eind van jouw klus.” Dat gaat volgens haar ook verder dan een tarief afspreken. “Je maakt afspraken met de opdrachtgever – wat is zijn rol en wat is jouw rol? – en wat ga je nou echt opleveren?”

Rood zou graag die transitie zien op de arbeidsmarkt. “In de (semi)overheid zal dit misschien pas later gebeuren, maar ik denk dat de adoptie binnen innovatieve commerciële bedrijven sneller zal gaan. Simpelweg omdat ze niet zonder die expertise (van buiten) kunnen groeien.”

Solide SoW is multidisciplinair

SoW wordt ook wel genoemd als oplossing voor het compliant inzetten van zzp’ers (en zo aan de Wet DBA te voldoen). Hoewel dit niet zonder risico is, aangezien nog steeds zal worden gekeken naar wat de rol van de zzp’er daadwerkelijk in de praktijk is. Neddermeijer ziet in de praktijk dat schijn-SoW’s worden gebruikt om de handhaving van de Wet DBA te omzeilen. Daarvan is sprake als men wel op uurtje-factuurtje basis werkt, maar dit omschrijft als een SoW-opdracht.
Maar voor het goed en compliant werken via SoW moet je veel vastleggen, weet hij. “Niet alleen de deliverables, er komen ook financiële en legal-componenten bij kijken, en governance (wie voert de regie over het hele project?) Wat gebeurt er als de scope van het project verandert (krijgt die freelancer betaald als er extra werk uit voortkomt)? Operationele zaken (waar gaat de factuur naartoe?) En hoe zit het met de aansprakelijkheid? Er zijn best veel risico’s voor een freelancer als je het niet goed regelt. Inkoop zal geneigd zijn het risico van een project zoveel mogelijk naar de freelancer te schuiven.”

“Het initiatief voor zo’n talentstrategie zal toch van HR en Inkoop (procurement) moeten komen. Zij zullen elkaar meer moeten opzoeken.”
Chris Neddermeijer

Weijers is het daarmee eens en wijst op de risico’s voor organisaties als dit niet juist wordt gedaan. “Hoe vaak gebeurt het niet dat een inhurende manager tegen een freelancer zegt ‘stuur even een offerte, dan maak ik een purchase order aan’. Want die inhurende manager moet gewoon die klus geklaard zien te krijgen, linksom of rechtsom. Maar als dat niet goed is ingeregeld, heb je een groot compliance-issue.”

Ook Neddermeijer ziet in de praktijk vaak dat de hiring managers een SoW-contract moeten schrijven. Geen goede zaak, vindt hij. De inhurende manager kent de inhoud en weet wat er geleverd moet worden (deliverables), maar niet de andere zaken. Dus legt hij dit vaak bij de leverancier of freelancer neer. In de trant van ‘vorige keer heb je ook een klus gedaan, doe maar hetzelfde, verander de titel en de deliverables en ik zet als inhuurmanager een handtekening om het bij Inkoop erdoor te krijgen’.”
Maar zo zou het volgens Neddermeijer dus niet moeten gaan. “De inhoud van een SoW-contract is multidisciplinair. Je hebt verschillende stafafdelingen, verschillende expertise nodig, om tot een goede, solide SoW te komen.”

Rol technologie

Technologisch is het niet zo moeilijk om inhuur van externen via SoW compliant uit te voeren, stelt Neddermeijer. “Het hele proces, van onboarding tot factureren, die functionaliteit hebben we gewoon (in het Nétive Vendor Management System (VMS), red.) Dat is dus niet het probleem. Het probleem is volgens Neddermeijer in de stap ervoor, het goed uitbesteden en sourcen van zo’n opdracht. ”Wat het lastig maakt is het dat voor het tot stand komen van een SoW, dus het service procurement proces, alle disciplines met hun expertise bij elkaar gebracht moeten worden. Dat is lastig te automatiseren.”

Het is aan de inhurende organisatie om dat goed te regelen. Neddermeijer trekt dit breder, naar TTM: “Dit is meer dan ooit het moment om naar je talentstrategie te kijken. Niet alleen vanwege SoW, ook vanwege de veranderende wereld van werk, denk aan de opkomst van AI. Ga je het werk zelf doen, met behulp van een AI-tool? Of uitbesteden aan een externe? Of een combinatie, een hybride oplossing?
Het initiatief voor zo’n talentstrategie voor de komende jaren zal toch van HR en Inkoop (procurement) moeten komen. Zij zullen elkaar meer moeten opzoeken.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , | 8s Reacties

HR-professionals bevragen politici over arbeidsmarktplannen: ‘Wie gaat het werk doen?’

“HR-professionals staan met hun voeten in de klei”, zegt Wim Davidse, hoofdredacteur van HRMorgen. “Ze zitten midden in de dynamiek van de arbeidsmarkt. Ze weten wat werkgevers nodig hebben, waar organisaties tegenaan lopen én wat werkenden zelf belangrijk vinden.”

In de aanloop naar de verkiezingen vroeg HRMorgen daarom aan zijn lezers: Wat moet politiek Den Haag nú doen om de arbeidsmarkt weer werkbaar te maken? De uitkomsten legden we voor aan Inge van Dijk (CDA), Daan de Kort (VVD), Henk Vermeer (BBB), Hans Vijlbrief (D66) en Mariette Patijn (GL/PvdA).

Over de uitdagingen op de arbeidsmarkt is iedereen het wel eens. Maar dan de oplossingen. Juist daarover verschillen de politieke partijen flink van mening, zo bleek weer tijdens het Groot Arbeidsmarktdebat dat 20 oktober in Den Haag plaatsvond.

Zet vijf goedgehumeurde politici en een volgepakte zaal met een mondig publiek bij elkaar en je krijgt… een spannende discussie. Want plannen maken is één, maar wie moeten die waarmaken? Precies: mensen.

HR-professionals: krapte blijft de grootste zorg

De nummer één zorg van HR-professionals? Nog altijd de arbeidsmarktkrapte. Zo blijkt uit de enquête onder lezers van HRMorgen.

Hun boodschap aan de politiek: Kies koers. Investeer structureel in mensen. In opleiding, ook over sectoren heen. In omscholing en duurzame inzetbaarheid. En zet ook arbeidsmigranten en statushouders in om gaten te dichten.

Daarnaast vinden ze dat werken meer moet lonen. Dat betekent: betere voorwaarden om door te werken, meer prikkels voor fulltime werk en voldoende ruimte voor een gezonde werk-privébalans.

Wat HR-professionals en werkgevers vooral níet willen? Nóg meer regels. Vooral de Wet verbetering Poortwachter krijgt ervan langs: te lang, te zwaar. Ze willen ook minder toeslagen, dan wordt werken vanzelf aantrekkelijker.

Welke plannen hebben politieke partijen met de arbeidsmarkt?

Wat willen de politici doen aan die nijpende personeelstekorten? Inge van Dijk (CDA) ziet arbeidsmigranten als belangrijk arbeidspotentieel. “Zonder arbeidsmigranten kan Nederland niet, maar laten we wel zorgen voor fatsoenlijke huisvesting.”

Want het lukt al jaren niet om de problemen in de huisvesting voor arbeidsmigranten echt aan te pakken en uitbuiting aan de onderkant van de arbeidsmarkt tegen te gaan. De Wtta moet daarbij gaan helpen.

Ook BBB’er Henk Vermeer noemt arbeidsmigranten onmisbaar: “Willen we volle schappen, dan hebben we hen nodig.” Volgens hem ligt het probleem bij de handhaving: “Malafide uitzenders verpesten het voor de goede.”

Mariëtte Patijn (GL/PvdA) vindt vooral dat arbeidsmigranten beter beschermd moeten worden. Ze wil daarom af van uitzendconstructies in sectoren waar veel misstanden voorkomen. “Laat werkgevers hun mensen direct aannemen en goed behandelen.”

Hans Vijlbrief (D66) vraagt zich af of Nederland wel moet blijven leunen op laagbetaalde, arbeidsintensieve sectoren waarin mensen structureel worden uitgebuit. “Richt je op hoogproductieve sectoren.”

De VVD ziet de oplossing in innovatie. “Gebruik ons eigen arbeidspotentieel en stimuleer robotisering”, zegt Daan de Kort. Net als BBB pleit de partij voor strengere handhaving, maar geen verbod.

Meer arbeidsethos?

Nederland is wereldkampioen parttime werken. Moeten we meer uren maken om de krapte op de arbeidsmarkt op te lossen? De politiek kan fulltime werken aantrekkelijker maken, want wie nu parttime werkt, houdt per uur netto méér over dan een fulltimer.

De VVD wil daarom dat de vijfdaagse werkweek weer de norm wordt, met bijna gratis kinderopvang. D66 steunt dat plan en wil ook een bonus voor wie meer dan vier dagen werkt.

Patijn van GroenLinks-PvdA ziet het juist anders en pleit voor een vierdaagse werkweek. CDA’er Inge van Dijk noemt het opleggen van zo’n norm “ingewikkeld” en waarschuwt voor extra druk “in een al hypernerveuze samenleving.”

Over één ding zijn de partijen het wél eens: het huidige toeslagenstelsel is te complex en geeft verkeerde prikkels. BBB wil het in één klap afschaffen, “de nucleaire optie”, aldus Henk Vermeer. Ook D66 wil ervan af, maar staatssecretaris Vijlbrief denkt dat dat nog zeker vier tot acht jaar gaat duren.

Cristel van de Ven, voorzitter van de Vereniging Zelfstandigen Nederland, mist in dit debat één groep: de zelfstandigen.

“Waarom vragen jullie je niet af hoe het komt dat juist zzp’ers meer en langer wíllen én kúnnen werken?” zegt ze. Volgens haar kijkt Den Haag nog altijd te veel naar vaste contracten. BBB geeft haar gelijk en ook Vijlbrief (D66) erkent dat zelfstandigen vaak meer werkgeluk ervaren, juist omdat zij zelf de baas zijn over hun leven.

Nog een wereld te winnen op de arbeidsmarkt

Ruim een miljoen mensen staan in Nederland langs de zijlijn, terwijl ze graag willen werken. Het benutten van dit onbenut arbeidspotentieel kan helpen de krapte op de arbeidsmarkt te verminderen.

Volgens Daan de Kort (VVD) kunnen veel mensen met een bijstandsuitkering aan het werk als ze goed worden begeleid. Ook mensen met een beperking horen daarbij. “Kijk naar wat wél kan. Werk moet bovendien meer lonen”, zegt hij. Dat kan bijvoorbeeld door de eerste belastingschijf te verlagen.

Mariëtte Patijn (GL/PvdA) ziet een rol voor uitzendbureaus. “Zij kunnen deze groepen duurzaam aan werk helpen.”

Hans Vijlbrief (D66) pleit voor extra investeringen in onderwijs en een individueel leerbudget, zodat mensen een leven lang kunnen leren. Patijn wil dat dit budget ook inkomensverlies bij carrièreswitches opvangt.

Tijdens het gesprek stelde Bart Dikkeschei van Heroyam, een uitzendbureau voor nieuwkomers, de vraag waarom we het arbeidspotentieel van de honderdduizend mensen in AZC’s niet beter benutten? Slechts drie procent van hen werkt.

CDA en D66 zien dat er bij sommige partijen angst bestaat: als asielzoekers eenmaal mogen werken, krijgen ze misschien ook hoop om te blijven. Volgens de BBB ligt de oplossing vooral in een snellere afwikkeling van asielprocedures, zodat eerder duidelijk is wie mag blijven en wie niet.

Meer wendbaarheid en mobiliteit

HRMorgen-lezers vragen de politiek volgens Davidse ook om een wendbare arbeidsmarkt: meer vrijheid, minder regels. Er is een roep om contractneutraliteit waarbij iedereen, ongeacht contracttype, voor hetzelfde werk zoveel mogelijk gelijke rechten, kansen en arbeidsvoorwaarden krijgt.

Ook moeten mensen makkelijker kunnen overstappen naar een andere baan of sector. Opleiden en omscholen moeten daarbij vanzelfsprekend zijn.

De VVD benadrukte dat het contract inderdaad geen doel op zich mag zijn, maar een middel. “Mensen moeten zelf kunnen bepalen hoe ze willen werken”, stelde de partij. Volgens de liberalen wordt de arbeidsmarkt pas echt wendbaar als regels verdwijnen, zoals de verplichte transitievergoeding. Ook wil de VVD de loondoorbetaling bij ziekte terugbrengen van twee naar één jaar.

Patijn van GroenLinks-PvdA plaatst daar kanttekeningen bij. “Ik denk allereerst aan de werknemers”, zegt ze. “Goed werkgeverschap begint met goed zorgen voor je mensen. Iedereen heeft recht op bescherming.”

Saskia Kapper, voorzitter van brancheorganisatie Bovib, vraagt zich af waarom het debat te vaak blijft hangen in het traditionele beeld van werkgevers en werknemers. “De vraag gaat over contractneutraal werken en daar horen zelfstandigen ook bij”, benadrukt ze.

Volgens Kapper wordt de economische groei inmiddels geremd door de stroperigheid van de arbeidsmarkt. “We zeggen steeds: vast moet minder vast en flex minder flex. Maar alle regels en wetten draaien maar aan één knop: flex minder flex. Het werkt alleen als je aan het hele systeem sleutelt, niet aan één onderdeel. En dat gebeurt nu niet.”

De BBB is het daarmee eens. Ze pleiten voor een benadering waarin de mens centraal staat, niet de contractvorm. Dat, aldus de partij, is de essentie van contractneutraal denken.

Minder regels voor zelfstandigen graag

Tot slot, voordat iedereen huiswaarts keert (of aan de welverdiende borrel begint), nog even over de zelfstandigen. Volgens Jan Willem Weijers, hoofdredacteur van ZiPconomy, kwamen via ZZPkiest.nu twee interessante dingen naar voren.

Ten eerste: een ruime meerderheid, bijna 60% van de zelfstandigen, maakt zich ernstig zorgen over het teruglopen van het aantal opdrachten. Nog eens 20% zegt zich daar enigszins zorgen over te maken. Kortom: bijna 80% van de zelfstandigen ziet het aantal opdrachten afnemen en maakt zich daar zorgen over.

Het tweede punt is misschien nog opvallender. In de enquête werd gevraagd of er ruimte zou moeten zijn voor een uitruil: strengere of juist soepelere regels, meer of minder verplichtingen. Wat blijkt? De meeste zelfstandigen kiezen liever voor iets meer verplichtingen, bijvoorbeeld op het gebied van verzekeringen en pensioen, in ruil voor minder strenge criteria. Met andere woorden: minder regeldruk, meer flexibiliteit.

Kan de zelfstandigenwet hier de gewenste vernieuwing en zekerheid brengen? “Oh, zeker”, zegt Vijlbrief (D66). Het initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet is ingediend door VVD, D66 en CDA. BBB steunde het plan aanvankelijk, maar vindt de wet inmiddels te complex geworden. Wordt vervolgd… ná 29 oktober.


Het Groot Arbeidsmarktdebat: vijf politieke partijen, vijf beloftes over de arbeidsmarkt

Wat mogen we van jullie verwachten qua arbeidsmarktbeleid en welke plannen zijn echt anders dan die van de andere partijen? Die vraag stelde dagvoorzitter Marijke Roskam aan het einde van het Groot ArbeidsmarktDebat. Hier de antwoorden van respectievelijk Inge van Dijk (CDA), Daan de Kort (VVD), Henk Vermeer (BBB), Hans Vijlbrief (D66) en Mariette Patijn (GL/PvdA).

Het Groot Arbeidsmarktdebat is een initiatief van de brancheorganisaties ABU, NBBU, RIM, Bovib en VvDN, mede georganiseerd door ZiPmedia, uitgever van onder meer HRMorgen.

Lees ook over het Groot Arbeidsmarktdebat:

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | Laat een reactie achter

Afdeling Toeslagen huurt geen schijnzelfstandigen meer in, maar loopt wel vertraging op

Per 1 september 2025 werken er geen schijnzelfstandigen meer bij Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), de organisatie die de hersteloperatie voor gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire uitvoert. Door de afbouw van ingehuurde schijnzelfstandigen loopt de afwikkeling enkele maanden vertraging op. Dat schrijft verantwoordelijk staatssecretaris Palmen aan de Tweede Kamer.

Contractverlenging schijnzelfstandigen

In december 2024 kwam via ZiPconomy aan het licht dat het Ministerie van Financiën contracten met (potentiële) schijnzelfstandigen verlengde ondanks de aangekondigde opheffing van het handhavingsmoratorium. Het ministerie gaf als argument dat anders de afhandeling vertraging zou oplopen. Er werd zelfs aan bureaus aangeboden dat het ministerie eventuele naheffingen zou vergoeden.

Na de ophef die hierover ontstond werd die toezegging weer ingetrokken. Ook eiste de Tweede Kamer dat het UHT binnen het jaar afscheid zou nemen van de schijnzelfstandigen.

Aan die eis heeft het UHT dus nu voldaan, meldt de staatssecretaris: “In totaal zijn sinds 1 januari 2025 458 voorheen (potentiële) schijnzelfstandigen behouden voor de hersteloperatie door indiensttreding bij UHT ofwel detachering via een broker en is er van 192 (potentiële) schijnzelfstandigen afscheid genomen.”

Vertraging bij één team

Het UHT heeft een programma opgezet om vertraging te voorkomen door ‘werving van nieuwe medewerkers, interne doorstroom en het omzetten van ZZP-constructies naar detacheringen.’ Bij de afdelingen Bezwaar IB en bij het team Beroep is dat gelukt, maar bij het team Bezwaar Werkelijke Schade niet. Daar is nu de voorspelde vertraging van drie maanden ontstaan. Palmen schrijft dat het UHT de vertraging in de komende maanden probeert in te lopen door werving van nieuwe medewerkers.

 

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags | 8s Reacties