Maandelijkse archieven: december 2024

De best gelezen artikelen op ZiPconomy in 2024

De laatste dag van het jaar. En wat een jaar… ZiPconomy brak alle records op het gebied van websitebezoek en interactie. En ja, dat had natuurlijk ook alles te maken met het thema ‘ZP & Politiek’. Drie artikelen die tot Kamervragen leidden, veel lezers voor artikelen over hoe verder te gaan na 2025 (als zzp’ers, als opdrachtgevers, als bureau). Met – vanuit de ZiPconomy-redactie – ook gelijk de wens dat het in 2025 wat minder over politiek ‘gedoe’ mag gaan en weer wat meer over de professionele relatie tussen die drie actoren: zelfstandig professionals, hun opdrachtgevers en de wereld van bureaus en andere dienstverleners.

  1. Ministerie van Financiën verlengt contracten met schijnzelfstandigen betrokken bij hersteloperatie toeslagenaffaire
  2. Zo blijf je na 2025 nog zzp’er, zet deze stappen

  3. Conceptwet VBAR is openbaar: dit zijn de nieuwe criteria om te werken als zzp’er

  4. ‘Nederland moet over op sociaal stelsel als in Zweden’

  5. Als zzp-en niet meer mag, wat dan wel?

  6. Handhaving Wet DBA: ‘de markt verkrampt, maar de echte zzp’er blijft’

  7. Concurrentiebeding bij zzp’ers: risico voor zowel zzp’er als opdrachtgever. ‘Een werkende heeft niets te winnen bij een concurrentiebeding’

  8. 17 veelgestelde vragen en antwoorden over de wet DBA
  9. Weinig zzp’ers zien loondienstverband bij opdrachtgever zitten

  10. Zeven dingen die je moet weten (en mag vergeten) over de handhaving Wet DBA. Een overzicht (met update per 19 december)
Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , , , | Laat een reactie achter

Terugblikken op het zzp-dossier 2024: VVD-Kamerlid Thierry Aartsen over “de vrijheid geven aan mensen om zelf hun werkende leven in te richten.”

In gesprek met Oifik Youssefi, van het public affairs-team bij HeadFirst Group, deelt Aartsen zijn visie op de vrijheid voor werkenden om eigen keuzes te maken, het belang van politieke vernieuwing en de toekomst van de Nederlandse arbeidsmarkt.

Oifik Youssefi: Uw politieke bijdrage wordt door menig zzp’er zeer goed ontvangen. Bent u de redder van zzp’end Nederland?

Thierry Aartsen: Dat zijn heel grote woorden, maar ik zet mij er wel erg voor in. Ik zeg altijd: ik zit in de politiek om een brug te slaan tussen ondernemers en de politiek. Het is hard nodig, omdat politiek Den Haag vaak anders naar de wereld kijkt dan hoe die daadwerkelijk is. Er zijn inmiddels meer dan 1,5 miljoen zelfstandigen die zelf willen bepalen hoe, wat, waar, wanneer en waarom zij bepaald werk doen. Zij willen hun eigen werkende leven inrichten. Wat ik zie, is dat Den Haag deze groep werkenden in een mal probeert te stoppen waar ze niet in willen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben tegen gedwongen zelfstandigheid, maar ik ben net zo goed tegen gedwongen werknemerschap.

Oifik: In hoeverre kenmerkt dit dossier u als Kamerlid?

Aartsen: Ik ben een liberaal. Geef mensen de ruimte om hun werkende leven zelf in te richten. Voor mij is het belangrijk dat we dit goed regelen voor deze groep mensen die ook gewoon belasting betalen en keihard werken. Daarnaast heeft deze groep behoefte aan goede politieke vertegenwoordiging en ik merk dat de discussie nogal verkeerd gevoerd wordt over zzp’ers. Critici zeggen vaak dat zzp’ers het sociale stelsel uithollen. Daar kan je trouwens een goede discussie over voeren met elkaar. Maar stel dat dat waar zou zijn, wat ik overigens betwijfel, dan moet je dát goed regelen en niet de bewegingsvrijheid en startmotieven van zzp’ers ter discussie stellen. Ik probeer op mijn beurt een beetje bij te dragen aan de discussie door de positie van zzp’ers duidelijk weer te geven en hun zorgen voor het voetlicht te brengen in Den Haag.

Oifik: Politiek gezien werd het vanaf de zomer vooral heel interessant, maar hoe kijkt u terug op het afgelopen jaar met betrekking tot het zzp-dossier?

Aartsen: Het was een jaar van voortgang, maar niet zonder strijd. Voor de zomer was het inderdaad echt stilte voor de storm. Na verloop van tijd ving ik steeds meer geluiden op van zzp’ers over de afloop van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025. Toen heb ik een week voor het zomerreces het initiatief genomen om een rondetafelgesprek te organiseren in de Tweede Kamer over dit onderwerp. Na dit rondetafelgesprek, op donderdag 5 september, brak het echt los en ontploften al mijn kanalen met nog meer zorgen en reacties van zzp’ers en opdrachtgevers. Het is goed dat het zzp-dossier nu prominenter op de politieke agenda staat. Tegelijkertijd zitten we echt nog in de beginfase van onze strijd: zorgen dat de handhaving per 1 januari 2025 goed gaat. De fundamentele discussie – dat mensen zelf mogen bepalen hoe zij willen werken – voeren we nog onvoldoende. Dat is de volgende stap, wat mij betreft. En als we die discussie gaan voeren met elkaar, dan is de vraag natuurlijk ook van belang hoe we dit goed gaan organiseren met elkaar, kijkend naar de fiscaliteit en het stelsel van sociale zekerheid.

Oifik: U heeft in één van uw moties in september gepleit voor een ‘zachte landing’ bij het aflopen van het handhavingsmoratorium. Wat houdt dat volgens u in?

Aartsen: Het belangrijkste is dat de Belastingdienst risicogericht gaat handhaven. Dat betekent focussen op evidente misstanden zoals gedwongen zelfstandigheid en constructies met arbeidsmigranten die werken voor lage uurtarieven. Het is daarom ook van belang dat de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie effectief met elkaar gaan samenwerken. Verder heb ik in de motie ook opgeroepen om waarschuwingen in te blijven zetten en modelovereenkomsten blijven ook effectief van kracht. Die waarschuwingen zijn cruciaal om de rust terug te brengen bij opdrachtgevers. Mocht er dan toch een controle plaatsvinden, heb je de kans om het nog netjes te corrigeren en de situatie aan te passen. Ook de modelovereenkomsten bieden toch een bepaalde mate van duidelijkheid, als je je daar ook aan houdt natuurlijk. Zo wordt hopelijk bijgedragen aan een zachte landing. Tot slot moet ik ook eerlijk zijn: de afgelopen jaren heeft de VVD in de regering gezeten, en ons is het ook niet gelukt om dit probleem fundamenteel aan te pakken. Vandaar dat we hier nu staan. Nu het nog kan, wil ik dan ook bijsturen waar dat mogelijk is. Niet direct van 0 naar 100.

Oifik: In de reacties die u krijgt van zzp’ers en opdrachtgevers zal men ongetwijfeld zijn zorgen uiten over de handhaving op schijnzelfstandigheid, maar wat verwacht u zelf van de impact van de handhaving in 2025 op de markt?

Aartsen: Ik ben optimistisch. Ik denk – en bovenal hoop ik – dat het meevalt. Werken met zelfstandigen kan en mag gewoon. Maar ik zie dat de zorgen steeds meer toenemen in aanloop naar 1 januari 2025. Mijn oproep aan opdrachtgevers is dan ook: houd je hoofd koel, blijf rustig en dwing mensen niet massaal (in korte tijd) in loondienst. Gebruik de opheffing van het moratorium niet als excuus voor paniekvoetbal. Kijk naar wat er wél kan, regel een opdrachtbeschrijving netjes en op zo’n manier dat je gewoon met zelfstandigen kan blijven werken. Houd je aan de afspraken die je met elkaar maakt. Ik hoop vooral dat we die rust kunnen bewaren.

Oifik: De Raad van State heeft stevige kritiek op de VBAR en de Wet Meer zekerheid flexwerkers. Daarnaast is de WTTA (toelatingsstelsel) en de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen uitgesteld. Staat het arbeidsmarktpakket niet op losse schroeven?

Aartsen: Ja, absoluut. Er is een enorm gebrek aan vernieuwing, en juist dat is hard nodig. We moeten fundamenteel anders gaan nadenken over de positie van zelfstandigen en onze arbeidsmarkt als geheel. Op sommige plekken is flex doorgeschoten, dat moeten we eerlijk toegeven. Maar vast is ook wel heel erg vast, daar moeten we ook een gesprek over gaan voeren. Dus over flex én vast. In het hoofdlijnenakkoord staan twee wetten genoemd: de WTTA en de VBAR. Als VVD staan wij achter de WTTA. In het hoofdlijnenakkoord staat wel dat ‘het het kabinet vrij staat om door te gaan met de VBAR’. Dat is iets anders dan er blind mee doorgaan en instemmen. Ik heb als VVD grote kritiek op die VBAR. En niet alleen de VVD, maar vele brancheverenigingen, zzp-organisaties en wetenschappers met mij. Daarom heb ik ook aan het kabinet gevraagd: overweeg het om de wet te splitsen, dan kan je alvast aan de slag met het rechtsvermoeden op basis van een uurtarief voor de basis van de arbeidsmarkt. En de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering is gewoon enorm ingewikkeld. Als VVD vinden wij de opt-out heel erg belangrijk. Zonder die opt-out kan een verplichte regeling er wat ons betreft niet komen. Maar we moeten verder kijken dan alleen dat.

Het is tijd voor een moderne aanpak die zelfstandigen echt ondersteunt, zonder hen in een keurslijf te dwingen.

Oifik: In een eerder debat heeft u België genoemd als voorbeeld. Wat zou u concreet willen overnemen?

Aartsen: Het Belgische sociale stelsel biedt een beter evenwicht tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. In België staat het ondernemerschap van de persoon ook centraler. Hier in Nederland blijven we als het om zzp’ers gaat te veel hangen in discussies over fiscaliteit en schijnzelfstandigheid, terwijl we juist veel fundamenteler moeten nadenken over de positie van zzp’ers, ook de bescherming en verantwoordelijkheden die hieruit voortvloeien. In België heb je meer ruimte en vrijheid om zelf te kiezen en is de arbeidsrelatie tussen zelfstandige en opdrachtgever duidelijker gedefinieerd. Tegelijkertijd nemen ze extra maatregelen voor sectoren met lage uurtarieven en waar de kans op kwetsbaar ondernemerschap groter is. Die extra sectorale criteria vind ik logisch en het voorkomt misbruik.

Oiifk: Wat kan er volgens u over het algemeen beter in Nederland wat betreft de omgang met zzp’ers?

Aartsen: De kern is erkennen dat er een enorm groeiende groep Nederlanders is die vrijheid wil, die zelf wil bepalen hoe ze hun werkende leven inrichten. Wij proberen dat nu nog te ontkennen door steeds te verwijzen naar het arbeidsrecht uit 1907. Daarnaast moeten we hier ons fiscale en sociale zekerheidsstelsel aanpassen aan zelfstandigheid. Als het argument is dat zelfstandigen niet genoeg bijdragen aan de sociale zekerheid, zeg dat dan eerlijk en ga daar een discussie over voeren, maar ontneem ze niet de individuele vrijheid om te ondernemen. De focus moet daarnaast ook liggen op een aparte rechtsvorm voor zelfstandigen, iets dat we hier nog niet serieus overwogen hebben. Daarmee kun je een duidelijke scheidslijn trekken tussen werknemers en zelfstandigen, zonder dat je hen onnodig beperkt in hoe ze hun werk inrichten. Dat is de vernieuwing die ik voor me zie: duidelijkheid, vrijheid en een modern sociaal stelsel dat past bij de huidige arbeidsmarkt en dus ook klaar is voor de toekomst.

Oifik: Wat was uw hoogtepunt dit jaar?

Aartsen: Het kabinet begon eindelijk te bewegen richting een zachte landing en de Kamer steunde dit. Daar was ik wel echt blij mee.

Oifik: En het dieptepunt?

Aartsen: De zorgen van zelfstandigen die ik dagelijks in mijn mailbox ontvang. Dat raakt mij zeer. Mensen die hard werken en nu opdrachten verliezen, omdat organisaties het niet meer aan durven. Dat vind ik wel een dieptepunt.  

Oifik: Waar kijkt u naar uit in 2025?

Aartsen: Een fundamentele discussie over hoe we met zelfstandigen omgaan. De afgelopen jaren is het de politiek onvoldoende gelukt om een antwoord te formuleren op de vraag hoe wij om willen gaan met zelfstandigen op de arbeidsmarkt. Die vraag hebben we laten liggen. We moeten een serieus gesprek gaan voeren over een contractonafhankelijk stelsel. Dat is een mooie stip op de horizon en voor mij een belangrijk doel. En tot slot kijk ik concreet uit naar 21 januari. Dan organiseren wij als VVD een townhallsessie over de toekomst van zzp’ers, samen met onze politiek leider Dilan Yeşilgöz. Het lijkt me fantastisch om met een grote groep zzp’ers te spreken over hoe zij hun toekomst voor zich zien.

Dit interview maakt deel uit van een reeks van HeadFirst Group, waarin het Public Affairs-team de afgelopen weken meerdere experts heeft geïnterviewd die nauw betrokken zijn bij onderwerpen rondom zzp’ers en de arbeidsmarkt. De serie bestaat uit zes interviews, die de komende weken gepubliceerd zullen worden. Heb je vragen over de interviewreeks? Neem dan gerust contact op met het team via publicaffairs@headfirst.nl.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 9s Reacties

Terugblikken op het zzp-dossier 2024: bijzonder hoogleraar en Kroonlid bij de SER Josette Dijkhuizen over duurzame inzetbaarheid van zzp’ers en het belang van goed luisteren naar elkaar

In gesprek met Sem Overduin, Manager Public Affairs bij HeadFirst Group, kijkt Dijkhuizen terug op 2024. Ze vertelt over goed en verstandig zelfstandig ondernemerschap, waarom duurzame inzetbaarheid zo’n belangrijk thema is voor alle werkenden op de arbeidsmarkt. en haar benoeming als kroonlid bij de SER.  

Sem: Hoe kijk je terug op afgelopen het jaar, wat betreft het zzp-dossier? 

Josette: Het is voor iedereen zichtbaar dat er wel enorm veel discussie is gevoerd over
het zzp-dossier, waar iedereen wat van moet vinden en over moet zeggen. Wat ik als wetenschapper wel lastig vind, is dat er steeds meer meningen en feiten door elkaar heengaan. Uiteraard mag je een mening hebben, maar als dat door elkaar heen gaat lopen, dan wordt de discussie troebel. De afgelopen tijd kon je de krant niet openslaan, of je zag wel er wel drie artikelen over. Ik begrijp dat het voor zzp’ers dan ook best lastig is om het allemaal goed te volgen. Als je elke keer leest dat het zo verwarrend en onduidelijk is, dan begin je vanzelf te denken: “het zal wel heel verwarrend zijn.” Daardoor is er de afgelopen maanden veel paniekvoetbal gespeeld en dat vind ik wel jammer. 

 

Sem: Hoe is dat precies ontstaan? Kan je de vinger op de zere plek leggen? 

Josette: Dat heeft denk ik te maken met verschillende gebeurtenissen. Eén zo’n momentum was bijvoorbeeld het besluit van een grote organisatie om te stoppen met de inhuur van zzp’ers. Als dat dan gedeeld wordt met de buitenwereld, dan schrikt iedereen behoorlijk. Maar er moet natuurlijk wel rekening gehouden worden met de specifieke
situatie. De media duiken er dan ook direct bovenop en dan vliegt zo’n discussie alle kanten uit. Dat maakt het direct heel lastig, want de groep van zzp’ers is enorm divers en ineens wordt de discussie dan gevoerd alsof iedere zzp’er hetzelfde is. De recente brief van het Ministerie van Financiën is ook zo’n momentum. We weten toch al tientallen jaren dat er heel veel zzp’ers bij de overheid werken? Waarom schrikken we dan ineens van die hoeveelheid? En laten we eerlijk zijn; het is ook gewoon best ingewikkeld. We moeten het hebben over wetgeving, mogelijke wetgeving, het handhavingsmoratorium, en over de diversiteit van de groep zzp’ers. Het grote gevaar is geweest dat iedereen er een mening over moet hebben. En soms denk ik ook: de wet bestaat al heel lang hè. Het feit dat we het gedoogd hebben, wil niet zeggen dat het geaccepteerd was. Ik ben nu al twintig jaar zzp’er en ik weet ook dat ik moet oppassen met hele lange interim-klussen. Dat is niet nieuw.  

Sem: Jij bent natuurlijk ook wel een voorbeeld van goed ondernemerschap. Je hebt er bewust voor gekozen, je bent op de hoogte van wat dit allemaal voor je betekent met betrekking tot ziekte, sociale zekerheid en je oudedagsvoorziening. Dat geldt niet voor iedereen.  

Josette: Een gedeelte van de zzp’ers heeft het ook heel goed geregeld. Maar een gedeelte ook niet. Daar heb ik geen oordeel over, maar die zijn wel meegezogen in die ontwikkeling, zonder zich goed te laten informeren wat het allemaal betekent. En we moeten ook kijken naar de kant van opdrachtgevers. Sommige opdrachtgevers hebben het ook allemaal toegestaan en in sommige sectoren hebben opdrachtgevers weinig keuze dan samen te werken met zzp’ers.  

Sem: Heeft de zzp’er meer handvatten en informatie nodig? 

Josette: Ja, maar dat vind ik ook echt de rol van een zzp’er zelf. Er wordt soms – en dat zeg ik heel voorzichtig – net gedaan alsof zelfstandig zijn alleen maar vrijheid en blijheid is. Zo zit de wereld natuurlijk niet in elkaar. Zelfstandigheid wil niet zeggen dat het vrijblijvend is. Het is niet alleen maar autonomie, het geeft ook bepaalde verantwoordelijkheden en plichten. Daar moet je je goed over laten informeren. Ik vind echt dat zzp’ers die handschoen ook zelf op moeten pakken.  

Sem: De drempel om zzp’er te worden ligt misschien ook te laag? 

Josette: Zeker, die drempel is ook laag want het kost geen moeite om een inschrijving bij de KVK te regelen. De drempel hoeft trouwens niet per se omhoog, maar ik geloof wel in ‘bezint eer ge begint’. Ergens een plek om mensen te laten realiseren wat er allemaal bij het zelfstandig ondernemerschap komt kijken, dat kan naar mijn mening geen kwaad. Hoe zorg je voor sterke financiële buffers? Hoe ga ik om met onzekerheid? Hoe regel ik iets voor mijn pensioen? En misschien nog wel het belangrijkste: hoe blijf ik mijzelf en mijn bedrijf continu ontwikkelen? Leren en ontwikkelen, dat vind ik heel belangrijk.  

Sem: Een mooi bruggetje naar duurzame inzetbaarheid. Als er gesproken wordt over duurzame inzetbaarheid, dan gaat het veel al over de relatie werkgever-werknemer en veel minder over zzp’ers. Hoe komt dat?  

Josette: Mijn leerstoel heb ik expres ‘Duurzame inzetbaarheid van ondernemers’ genoemd. Als ik aan een ondernemer vraag: “wat betekent duurzame inzetbaarheid voor jou?”, dan begint de ondernemer te praten over wat hij of zij allemaal doet voor de medewerkers of het bedrijf. Ondernemers zijn continu bezig met het bedrijf draaiende houden, die is voor anderen aan het werk voor zijn gevoel, die is gewoon aan het ondernemen. Het thema is enorm belangrijk, we hebben er veel te weinig aandacht voor. En pas de laatste jaren is het thema echt meer gaan landen, maar ik sta ook al twintig jaar op het podium. Steeds meer komt het besef: als de ondernemer zich niet ontwikkelt, dan kan het bedrijf dat ook niet. Daar zit een directe link tussen.  

 Sem: Kan de overheid daar nog een rol in spelen om dat te faciliteren en stimuleren? 

Josette: Dan is wel direct de vraag: voor welke doelgroep doen we het precies? Er zijn bijna 2,6 miljoen inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel. Ik denk dat veel ondernemers zullen denken: ik doe dat zelf wel. Ondernemers zijn natuurlijk ook
eigenwijs, zelf ben ik dat wel in ieder geval. Misschien moet het niet direct bij de overheid liggen, maar juist meer bij brancheverenigingen. Die weten vaak veel beter wat er speelt in een bepaalde sector en snappen wat er nodig is. En duurzame inzetbaarheid is ook best een complex begrip. Volgens de literatuur bestaat het uit drie elementen: vitaliteit, werkvermogen en inzetbaarheid. Voor een werknemer blijft het vaak bij die drie, maar er komt nog een vierde element bij voor de ondernemer: het eigen bedrijf. En dat bedrijf moet ook gezond blijven en ontwikkelen. Dat bedrijf moet ook meebewegen. Technologische ontwikkelingen, juridische ontwikkelingen… Een werknemer heeft dat extra element niet.  

Sem: Sinds november 2023 ben je Kroonlid bij de SER. Als bijzonder hoogleraar én zelfstandig ondernemer is deze positie op jouw lijf geschreven. Hoe bevalt het Kroonlid zijn? 

Josette: Heel goed. Het is voor mij een totaal andere wereld, maar enorm eervol. Er zijn
twaalf onafhankelijke Kroonleden en nog twaalf plaatsvervangers en ik mag dan op de eerste geoormerkte zetel voor zzp’ers plaatsnemen, samen met Fabian Dekker. Dat je als ondernemer zelf daar dan mag zitten, dat blijft bijzonder. Het is één van de hoogste adviesorganen en dat brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee. Je doet het echt met elkaar, en ik vind het belangrijk om met mijn kennis en ervaring iets te betekenen voor Nederland en daarnaast nog voor al de zelfstandigen. Het perspectief van de zzp’er is anders dan het perspectief van werknemers en werkgevers. Ik probeer het perspectief van die zzp’er naar binnen te brengen bij de relevante commissies.  

Sem: Recentelijk heeft HeadFirst Group heeft opiniemonitor afgerond waaruit blijkt dat bijna 20% van de zelfstandig professionals overweegt om te stoppen in verband met opheffing van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025. Er is onrust en er is veel beweging op die arbeidsmarkt. Hoe zie jij die koppeling met sociale vergelijking? Een aspect waar je ook veel onderzoek naar doet.  

Josette: Het is eigenlijk wat ik in het begin van ons gesprek al zei. Als je alleen maar in je omgeving hoort ‘er is een probleem’ en ‘het is niet duidelijk’, dan ga je dat ook daadwerkelijk denken. Dat is menselijk. Als er zoveel berichtgeving is en er zoveel verschillende kanten belicht worden, dan weet je lang niet altijd meer wat nou precies de waarheid is. En dat gebeurt ook bij opdrachtgevers natuurlijk, dat zijn ook mensen die daar keuzes maken. Het is het narratief en de teksten die elkaar versterken. Het is zorgelijk dat het zoveel informatie is en dat het alle kanten opgeschoten is. Het is cruciaal dat we in gesprek blijven met elkaar. De discussie moet samen gevoerd worden. Ik las overigens een interessant artikel in de Volkskrant over ouderenzorginstelling Libertas in Leiden. De directeur is al jaren geleden aan de slag gegaan met het vraagstuk omtrent zzp’ers in de ouderenzorg. Er zijn dus voorbeelden over hoe het anders kan, van die best-practices kunnen we ook leren. En laten we eerlijk zijn, mijn ervaringen met de Belastingdienst zijn goed. De mensen die daar werken zijn heel redelijk, die staan altijd open voor een gesprek.  

Sem: Wat was voor jou persoonlijk het hoogtepunt in het zzp-dossier dit jaar?  

Josette: Dat er binnen de SER een sterkere vertegenwoordiging voor zzp’ers is. Deze groep werkenden kreeg eerder niet automatisch een plek om mee te praten en inbreng te leveren bij het schrijven van rapporten en het opstellen van adviezen. Daar is nu echt verandering in gekomen. 

Sem: Wat vond jij het dieptepunt van 2024 als het gaat om de positie van de zzp’ers? 

Josette: Dat we door feiten en meningen door elkaar te halen er samen niet meer uitkomen. Zo voelt het voor mij. Er komen ook enorm veel prikkels op ons af en mensen zijn dan geneigd om iets beet te pakken en dat vast te houden. En in angst houden we vooral vast aan de negatieve dingen, maar we moeten juist kijken wat er wél kan. Dat hoort bij ondernemers. En door negativiteit los je geen dingen op, we losse dingen op door positiviteit en verbinding.  

Sem: En wat zijn je verwachtingen voor 2025, zowel in termen van uitdagingen als kansen? 

Josette: We hebben veel uitdagingen die in het nieuwe jaar gewoon doorlopen. Bijvoorbeeld de krapte op de arbeidsmarkt en de handhaving. Maar we moeten het samen oppakken en goede gesprekken voeren. We moeten meer begrip hebben voor elkaars situatie en oprecht meer interesse hebben in bijvoorbeeld die zzp’er. Waarom kiezen mensen nou voor het zzp-schap? Hoe gaan we invulling geven aan die behoefte aan autonomie en flexibiliteit? Door de juiste vragen te stellen, gaan we elkaar ook beter begrijpen. Daar zit de kern en ik hoop dat we in 2025 daarmee aan de slag gaan. 

Dit interview maakt deel uit van een reeks van HeadFirst Group, waarin het Public Affairs-team de afgelopen weken meerdere experts heeft geïnterviewd die nauw betrokken zijn bij onderwerpen rondom zzp’ers en de arbeidsmarkt. De serie bestaat uit zes interviews, die de komende weken gepubliceerd zullen worden. Heb je vragen over de interviewreeks? Neem dan gerust contact op met het team via publicaffairs@headfirst.nl.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , | 3s Reacties

Het belang van context bij schijnzelfstandigheid

Of een overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst hangt af van alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien”. Dit overwoog de Hoge Raad in rechtsoverweging 3.2.5. van het Deliveroo-arrest. Dit is de zogenaamde ‘holistische toets’ bij het beoordelen van arbeidsrelaties.

Deze toets staat vol in de spotlights. “Onduidelijk”, roepen velen daarover en de politiek het hardst. “Onzin”, zeggen daarop wetenschappers. “Het beeld dat er nu helemaal géén duidelijke wetgeving is, klopt gewoon niet.”

Ook door alle (elkaar tegensprekende) communicaties zien velen door de bomen het bos niet meer. Daarom wil ik de holistische toets nader duiden om meer rust, vertrouwen, ontspanning en voorspelbaarheid te bieden. Want een open norm zoals de holistische toets is noodzakelijk bij fundamentele onmogelijkheid van het recht om als een exacte wetenschap duidelijkheid te bieden.

Deze bijdrage is juridisch-theoretisch van aard. Dit maakt de kost soms wat taaier. Wellicht dat sommige zinnen twee keer moeten worden gelezen, maar uw inspanning zal beloond worden. De auteur meent op basis van zijn praktijkervaring dat deze achtergrondinformatie de lezer waardevolle inzichten kan verschaffen voor beter begrip van het juridische systeem voor een praktische en duurzame aanpak van dagelijkse zaken. Net zoals kennis van het bos behulpzaam is om de weg te vinden wanneer men verdwaald is, is ook in dit dossier niets zo praktisch als een goede theorie om te voorkomen steeds hetzelfde rondje te lopen.

Holistische toets is juridisch niets bijzonders

Er is geen ontkomen aan. Media pakken er dagelijks mee uit. De holistische toets bij het beoordelen van arbeidsrelaties staat in de schijnwerpers. Heel bijzonder is een holistische toets echter niet. Het recht barst uit z’n voegen daarmee. Niet alleen in het arbeidsrecht komt de frase “alle omstandigheden van het geval” geregeld voor, maar ook in het materiële privaatrecht, het procesrecht, het bestuursrecht en zelfs in het strafrecht.

Voor het arbeidsrecht kan – behalve aan de onderwerpen uitleg en kwalificatie – onder andere worden gedacht aan de onderwerpen loon, matiging, ontbinding, overgang van onderneming, ontslag op staande voet, werkgeversaansprakelijkheid, stakingsrecht en wijziging van arbeidsvoorwaarden.

In 2024 stond in diverse arbeidsrechtelijke zaken bij de Hoge Raad een holistische toets centraal. Zo overwoog de Hoge Raad dat holistisch wordt bepaald of een weigering van een werkgever voor overleg over collectieve arbeidsvoorwaarden onrechtmatig is en of bijvoorbeeld aan de klachtplicht is voldaan en in dat verband gedeeltelijk is betaald.

Selectieve onduidelijkheid

Over de honderden soortgelijke holistische toetsen bij andere rechtsgebieden zijn geen tot minder bezwaren te vernemen. Sterker nog: een argument van de vakbeweging tegen het invoeren van concrete representativiteitsvereisten in het collectieve arbeidsrecht is dat er op maatschappelijke ontwikkelingen moet kunnen worden ingespeeld.

Juristen-bingo

Ondertussen weet de rechtspraktijk niet beter. “Dat hangt er van af” is dagelijks vocabulaire van de jurist. Er bestaat daarom ook tussen arbeidsrechtadvocaten vooral overeenstemming over de geldende toets voor het beoordelen van arbeidsrelaties. Verschillen zitten in voor de dagelijkse praktijk beperkte relevante details. Juist daarom zeggen zij dat de wet VBAR niets toevoegt.

Betekenis in een bepaalde context

De gedachte achter een open norm als “alle omstandigheden van het geval” is niet om flauw te doen of om zaken ingewikkeld te maken, maar omdat normen en waarden geen ondubbelzinnige betekenis of waarde hebben.

Zij krijgen betekenis in een bepaalde context. Er is geen tijdloos recht. Niet alles is te voorzien. Daarom is een definitie per definitie niet definitief. Het recht loopt steeds achter de maatschappelijke ontwikkelingen aan.

Vrijheid in gebondenheid

Open normen zijn vereist om tot een “compromis” te komen tussen de twee sociale benodigdheden: enerzijds flexibiliteit en anderzijds zekerheid binnen een rechtssysteem.

Bij zaken als “normatief pluralisme” leidt wet- en regelgeving tot compromissen hierin en dus tot dubbelzinnig recht. Het is dan voor normatieve ordening belangrijk dat het gedrag van officiële instanties in overeenstemming is met afgekondigde regels. Dit doet de Rijksoverheid nu niet (Fuller, The Morality of Law: rechtsbeginsel 8).

Dat er dan zogenaamde “rafelige randen” en “hard cases” zijn, betekent niet dat iedereen vogelvrij is. Dit toonde H.L.A. Hart meer dan 60 jaar geleden aan in het juridische werk “The Concept of Law”.

Zo is er een wisselwerking tussen het micro- en macro-perspectief te herkennen in de verschillende fases van de rechterlijke oordeelsvorming, gericht op de toekomst. Bijvoorbeeld in de legitimatiefase: met het inzichtelijk maken van het vonnis door de motivering ingevolge argumenten geformuleerd in het heden ontstaan toekomstverwachtingen bij partijen (micro-niveau), maar ook bij buiten-partijen (macro-niveau).

Eerst uitleggen, dan kwalificeren. Niet andersom zonder context

Bij het beoordelen van arbeidsrelaties wordt eerst uitgelegd (het net wordt simpelweg opgehaald ter bepaling van de inhoud van de overeenkomst), dan pas gekwalificeerd (hetgeen vastgesteld op basis van uitleg gaat in de mal van de definitie van artikel 7:610 lid 1 BW).

Niet andersom, zoals je in praktijk regelmatig ziet met als startpunt “gezag”. Beoordelingen gaan dan eenvoudig mis.

Daarbij dienen dus alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien, te worden gewogen bij “wezen boven schijn” in een toetsing achteraf. Fundamenteel sluit de holistische toets dus fixeringen uit. Dat gegeven maakt ook verschillende zogenaamde ‘ondersteunende’ maatregelen problematisch, zoals hetjuistecontract.nl en de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie. Zaken kunnen snel worden overbelicht of ten onrechte in de schaduw blijven.

Anders gezegd: het belang van het “contextualisme” brengt met zich mee dat omstandigheden van de beoordeling niet op voorhand mogen worden uitgesloten. Arbeidsrelaties mogen dus niet bij voorbaat worden uitgesloten van het opdrachtnemerschap zonder bekendheid met de context. Helaas wordt dit wel door diverse partijen geopperd in het dossier schijnzelfstandigheid.

Door schijn bewogen

Partijen hebben een eigen verantwoordelijkheid zich tijdig, correct en volledig te informeren. Het speelveld raakt echter snel uit het lood wanneer er onnodige verwarring ontstaat door onjuiste berichten (en partijen daarop acteren).

Het lijkt erop dat een “car crash in slow motion” in september startte met de publieke voorlichting door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met opnieuw referte aan de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie en de ondernemerscheck voor de inkomstenbelasting.

Op het verkeerde been hebben opdrachtgevers het zekere voor het onzekere genomen en (omdat zzp’ers beperkt in dienst zijn getreden) zijn arbeidsmarkttekorten juist in de zorg, onderwijs en kinderopvang toegenomen.

De vraag is of de geest nog terug in de fles te krijgen valt, zeker nu naast de ACM ook arbeids- en pensioenrechtelijke slapende honden wakker zijn gemaakt. Zo zullen pensioenfondsen in actie moeten komen op basis van het ‘geen premie, wel recht’-principe bij verplichte collectieve regelingen (juist in de publieke sector).

Het heeft er alle schijn van dat door gebrek aan kennis over de werking van de holistische toets er een werkelijk probleem is gecreëerd.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , , , | 8s Reacties

Staatssecretaris Van Oostenbruggen over handhaving en zzp: “We moeten nu echt een bocht door.”

Vijf weken is hij nu staatssecretaris van Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane. Tjebbe van Oostenbruggen (NSC) viel met zijn neus in de boter. Vrijwel alles binnen zijn portefeuille komt aan het einde van het jaar samen in het Belastingplan. Een overvolle agenda, met politiek stevige onderwerpen als de BTW-verhoging en de problematiek rond box 3. En dan is er nog het zzp-dossier en de opheffing van het handhavingsmoratorium.

Toch maakt Van Oostenbruggen in deze drukke periode tijd vrij voor een lang gesprek, waarin we het vooral hebben over de ‘onvermijdelijkheid’ om per 1 januari toch echt dat moratorium op te heffen, over de zachte landing, het uitblijven van nieuwe wetgeving, en over waarom de flexsector in 2025 mag rekenen op extra aandacht van de Belastingdienst.

Over een week is het zover: dan wordt het handhavingsmoratorium opgeheven. Dit is ooit ingesteld in afwachting van nieuwe wetgeving. Die is er nog steeds niet. Toch wordt het moratorium opgeheven. Er zijn mensen die zeggen: wacht nu tot er nieuwe, duidelijke wetgeving is.

“Daar ben ik het echt niet mee eens. Het handhavingsmoratorium is ingesteld omdat de markt moest wennen aan het afschaffen van de VAR. Maar laten we eerlijk zijn: sindsdien is er veel gebeurd. Verschillende bewindspersonen, zoals Koolmees, Wiebes, Van Rij en Van Gennip, hebben gezegd: ‘We gaan wat doen met de arbeidsmarkt, we gaan het veranderen.’ “

“Helemaal eens en daar heb ik ook een politieke mening over. Maar ik constateer ook dat het nog niet gelukt is om nieuwe wetgeving te maken. Links en rechts, de polder – werkgevers- en werknemersorganisaties – zijn het gewoon niet met elkaar eens.
Als je geen overeenstemming krijgt dat we overal op de snelweg voortaan 110 mogen rijden, dan blijft het honderd. We kunnen niet blijven wachten. Als we geen nieuwe regels maken, dan gaan we handhaven op de bestaande wetgeving. Het is tijd dat we een duidelijk signaal geven.”

Duidelijkheid is er wel degelijk, maar niet iedereen vindt het wenselijk

“Ik hoor vaak van zzp-belangenorganisaties dat het allemaal niet duidelijk is. Maar er is een groot verschil tussen onduidelijkheid en iets niet wenselijk vinden. Dat zijn echt twee verschillende dingen.”

“Er is sinds de invoering van de Wet DBA veel veranderd. Destijds hadden we de VAR, en die gaf een ongecontroleerde vrijwaring. Daardoor werd er nooit iets voor de rechter gebracht. Maar sinds 2016 is er juist veel geprocedeerd. We hebben tientallen – misschien wel dertig of veertig – uitspraken gezien, tot aan de Hoge Raad toe. Onze hoogste rechter heeft duidelijk gemaakt hoe je een arbeidsrelatie moet beoordelen. Er is geen woord Spaans bij.”

“Fiscalisten, juristen, iedereen is het erover eens. Dat er dan nog mensen zijn die vinden dat je verpleegkundige kunt zijn, waarbij je zelf je eigen onderneming drijft omdat je graag vrij wil zijn hoe je je arbeidsrelatie vormgeeft… Tegen die mensen zeg ik: ik rijd misschien ook wel graag 110 op de snelweg, maar dat is niet de afspraak zoals we die in Nederland hebben gemaakt.”

We moeten nu de bocht nemen. Je kunt niet blijven wachten.

“Overigens, als je dus wil dat we allemaal 110 mogen rijden, dan moet je zorgen dat Veilig Verkeer Nederland, de ANWB, de politiek links en rechts en de politie het allemaal ondersteunen om voor die 110 te gaan. Dan kom je in het parlement bij elkaar en geef je daar een klap op, en dan rijden we voortaan 110.”

“Op de arbeidsmarkt is dat gewoon niet gebeurd. Ik zie het ook niet op termijn gebeuren. Wat ga je dan doen? Ga je dan maar niet handhaven omdat een deel van Nederland het niet wenselijk acht? Nee, daar ben ik heel duidelijk in als staatssecretaris. We moeten – en dat heb ik ook als Kamerlid gezegd – de bocht nemen. Je kunt niet blijven wachten. Het besluit om te gaan handhaven is genomen, en we gaan dat ook doen.”

Dus ook geen prioriteit geven aan handhaving onder de 35 euro zoals VVD kamerlid Thierry Aartsen graag wil?

Nee, dat kan praktisch niet, want de Belastingdienst beschikt niet over  gegevens over tarieven. Verschil maken is juridisch niet mogelijk en ook oneerlijk. Daarbij, er zijn organisaties waar tarieven veel hoger liggen en toch echt sprake is van schijnzelfstandigheid.

Ik hoop ook echt dat de media niet uitstraalt dat er niets verandert

Dus kwam daar vorige week het “Handhavingsplan arbeidsrelaties 2025” met uw toelichting. Met daarin de invulling van de ‘zachte landing’ waar de Tweede Kamer om gevraagd heeft. De reacties en de media-aandacht liepen uiteen. De ene zegt: er is weinig veranderd, de ander zag er groot nieuws in.

“Dat er in 2025 geen boetes worden uitgedeeld, dat was geen nieuws. Dat was al besloten door mijn voorganger. Zo’n verzuimboete, waar gaat dat over? De naheffing loonheffing, daar moet je voor opletten. De arbeidsrechtelijke en pensioenrisico’s zijn veel groter dan een eventuele boete.”

“Ik hoop ook echt dat de media niet uitstraalt dat er niets veranderd is en dat mensen daar dan vertrouwen aan ontlenen. Dat is echt niet het geval. We hebben een handhavingsteam van tachtig man dat op bedrijfsbezoeken gaat en boekenonderzoeken uitvoert. Ook zijn zij onder andere verantwoordelijk voor de voorlichting aan de markt.

“Ook in 2024 hebben ze boekenonderzoeken gedaan, en deze lopen mogelijk nog door. Nieuw is dat we in 2025 in principe starten met een bedrijfsbezoek.”

Wat moeten we nu precies met die bedrijfsbezoeken voorstellen?

“Ik vind echt dat de Belastingdienst eerst netjes moet aankloppen en vragen hoe de vlag erbij hangt, zeker bij organisaties die het beste voor hebben met de maatschappij. Het idee is niet om meteen met zware sancties te komen, maar om in redelijkheid te kijken wat er speelt. Organisaties moeten de kans krijgen om fouten te herstellen voordat we zwaar geschut inzetten.”

Wat is nu het verschil met de situatie nu, waarin het met een aanwijzing wordt gewerkt?
“Een aanwijzing is echt het middel van de afgelopen jaren en die hoorde bij het handhavingsmoratorium. Een waarschuwing klinkt wat lichter. Maar een naheffing daarna is vrij gegarandeerd, kan ik je zeggen. We verwachten ook dat mensen zelf gaan corrigeren na zo’n waarschuwing.”

“Het team handhaving begint dus altijd eerst met een gesprek en mogelijk een waarschuwing?”

“Ja. Zo duidelijk is het in principe wel. Maar, we krijgen ook signalen over schijnzelfstandigheid van andere teams binnen de Belastingdienst, van de Arbeidsinspectie of FIOD. Dan krijg je geen ‘gesprekje’.”

Er circuleert onjuiste informatie. Dat is onderdeel geworden van de manier waarop brokers en leveranciers met klanten omgaan.

We lezen in uw brief aan de Kamer dat “de doelgroep arbeidsmiddelaars meer gestructureerd aandacht geven” zal worden.

“Met de komst van de Wet DBA zijn er heel wat partijen gekomen die zich voorstaan op het feit dat zij weten hoe de Wet DBA, of beter gezegd, hoe de wet op de loonbelasting zou moeten worden uitgelegd. Ze sluiten contracten af die ook vrijwaren voor loonheffingen. Ze worden geselecteerd op hun kennis en kunde om arbeidsrelaties goed te beoordelen. Ik denk wel dat we kunnen concluderen dat dat niet altijd overal even goed gaat.”

“Er circuleert onjuiste informatie. Dat is onderdeel geworden van de wijze waarop brokers en leveranciers met klanten omgaan. Ja, dat vinden wij extra interessant, want ze zetten hun klanten op het verkeerde been en verdienen daar geld aan.”

Dat intermediairs in de flexbranche extra aandacht krijgen, vindt Van Oostenbruggen dan ook logisch. Immers, dat gebeurt bij andere intermediairs die advies geven, zoals accountants en fiscalisten. “Fraude door een accountant weegt toch net wat zwaarder dan bij een reguliere ondernemer.”

In het handhavingsplan staat ook dat de Belastingdienst meer inzicht wil krijgen in de hele inhuurketen en de driehoek opdrachtgever-intermediair-zelfstandige.

“Je hebt situaties met meerdere tussenpartijen, van brokers tot uitzendbureaus, en dat maakt handhaving uitdagender. Er is geen wet die zegt dat je maar één tussenpartij mag hebben, en soms zie je dat de keten uit wel vier of vijf partijen bestaat.”

“De vraag is of je als zzp’er onderaan zo’n keten nog wel echt zelfstandig bent. Dat onderzoeken we, en die inzichten worden onderdeel van onze handhavingsstrategie.”

Eén punt waar we het toch echt ook over moeten hebben, is de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen. Daar werken schijnzelfstandigen, zo hebben ze zelf geconstateerd. Maar ze mogen blijven, en het ministerie van Financiën gaat de naheffing en mogelijke boetes betalen als de leveranciers van zzp’ers deze van de Belastingdienst opgelegd krijgen. Dit staat haaks op het beleid van een staatssecretaris die heel duidelijk is over regels en handhaving, terwijl er tegelijkertijd een onderdeel van het ministerie van Financiën dezelfde regels blijft overtreden.

“UHT is nu toevallig in de media, maar er werken natuurlijk zzp’ers bij veel meer overheden, departementen, uitvoeringsorganisaties, gemeentes en waterschappen. Ik wil daarover een heel duidelijke lijn trekken en – alsjeblieft – citeer me daarin: wij handhaven niet anders bij de overheid dan bij het bedrijfsleven. Iedereen dient zich aan de wet te houden en iedereen is gelijk. De overheid is niet méér gelijk dan een ander. Wij zullen de overheid dus niet ontzien.”

Het kan gewoon: op een manier werken die conform de Nederlandse wet is.

Het punt is: de overheid betaalt eventuele boetes. Dat is voor een overheid toch iets makkelijker dan voor een mkb-ondernemer. Gaan alle overheden nu de boetes van leveranciers overnemen?

“Daar ga ik niet over. Het rijksbrede beleid voor externe inhuur is de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken. Iedereen heeft in dit proces zijn eigen verantwoordelijkheid. Een zzp’er heeft verantwoordelijkheid, de broker of leverancier heeft verantwoordelijkheid, en iedere organisatie heeft verantwoordelijkheid. En ja, de overheid heeft diepe zakken. Maar houd in gedachten, ook de overheid dient zich aan budgetten te houden. Als je aanslagen of boetes krijgt omdat je fouten hebt gemaakt, gaat dat van dat budget af. Je dient gewoon goed HR-beleid te voeren, ook binnen de overheid en binnen een budget.”

Van Oostenbruggen maakt in het gesprek een stevig punt om te benadrukken dat zijn eigen Belastingdienst op dit vlak 100% schoon is. “Nul-komma-nul schijnzelfstandigen. Dat is niet mijn verdienste, maar ik ben er wel trots op. Daar is de afgelopen twee jaar keihard aan gewerkt. En het sterkt mij in het vertrouwen dat dit mogelijk is bij een grote bank of een groot bouwbedrijf. Ik zie het verschil niet tussen een Belastingdienst en een grote bank of een grote verzekeraar met een complex IT-landschap. Het kan dus gewoon: op een manier werken die conform de Nederlandse wet is.”

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 17s Reacties

Inhuur interim-managers maakt pas op de plaats, behalve bij de overheid

Onderzoek toont een opmerkelijke ontwikkeling: op alle markten is stilstand of achteruitgang te merken in de inhuur van interim managers. Op een markt na: de overheid. Maar liefst 92 procent van de respondenten geeft aan dat de inhuur rijksbreed niet naar het gewenste niveau zal dalen. 

De 21e editie van de Interim Index toont aan dat de groei van interim-managementdiensten achter de rug is. Vrijwel alle belangrijke indicatoren (tarifering, wachttijd tussen opdrachten, toekomstverwachtingen, tijd besteed aan acquisitie) scoren negatief of neutraal. 

“Toch valt de teruggang van bovengenoemde indicatoren mee. De cijfers van de teruggang zijn niet schokkend en een andere relevante indicator (tevredenheid over bestaan als tijdelijk manager) blijft onveranderd”, aldus de onderzoekers Piet Hein de Sonnaville en Marleijn de Groot. 

De Sonnaville: “Een (kleine) correctie is goed en gezond. Opdrachtgevers varen er wel bij: het aanbod is wat verruimd en de kosten ervan minder gestegen dan op grond van de inflatiecijfers te verwachten zou zijn”. Respondenten zijn ook minder van plan om in vaste dienst te treden: 59 procent geeft aan zelfstandig te willen blijven.

Roemernorm zal waarschijnlijk niet lukken

Het huidige kabinet wil de inhuur van extern personeel bij de overheid fors verminderen. De uitgaven aan externe inhuur zullen rijksbreed worden verlaagd tot de zogenaamde Roemernorm (maximaal 10 procent externe inhuur bij de overheid). 

Maar liefst 92 procent van de respondenten geeft aan dat dit niet zal lukken en dat is opmerkelijk. De uitgaven aan externe inhuur bij de overheid zullen met dit percentage niet dalen tot het, volgens de net genoemde norm, gewenste niveau. 

Doorlooptijd bij overheid het hoogst

De duur van een opdracht bij de overheid is nog steeds een van de hoogste van alle markten. Maar liefst gemiddeld 16 maanden.  “Als er een terrein is waar snel winst te behalen is, is het de doorlooptijd. Bijkomend zijn de uren per week. Gemiddeld is de inzet 4 dagen per week. Ook hier is nog geen spoor te bekennen van minder inzet in de overheidsmarkt”, aldus de onderzoekers. 

Meer dan de helft van de respondenten met een sterk overheidsprofiel heeft het uurtarief verhoogd. Ook zijn in deze markt de hoogste cijfers voor het aantal mensen dat zelfstandig wil blijven (67 procent). “Logisch, gezien de omvang en verwachtingen van deze specifieke markt,” stellen de onderzoekers. 

De volledige 21e editie van de Interim Index is hier te downloaden.

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter