VVD, SGP en Nieuw Sociaal Contract dienen motie in om zzp-wet te splitsen Geplaatst 8 februari 2024 door Claartje Vogel Thierry Aartsen (VVD), Tjebbe van Oostenbruggen (Nieuw Sociaal Contract) en André Flach (SGP) hebben een motie ingediend om de nieuwe zzp-wet te splitsen. Ze willen het conceptwetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (Wet VBAR) in tweeën knippen: een wet waarin staat dat laagbetaalde zzp’ers automatisch werknemers zijn (rechtsvermoeden van werknemerschap) en een wet met daarin nieuwe, duidelijkere criteria voor inhuur van zzp’ers. Minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ziet daar niets in, zei ze donderdag tijdens een tweeminutendebat over arbeidsmarktbeleid. In eerste instantie ontraadde zij de motie, maar daar was Aartsen het niet mee eens. Hij besloot de motie aan te houden tot de minister een nieuwe versie van het wetsvoorstel presenteert. Sneller schijnzelfstandigheid aanpakken Het tweeminutendebat was een vervolg op het eerste commissiedebat Arbeidsmarktbeleid in de nieuwe samenstelling sinds de Tweede Kamerverkiezingen. Lees hier het verslag. Tijdens dit debat maakten Nieuw Sociaal Contract, SGP en VVD al duidelijk dat zij de zzp-wet willen splitsen. Ze hopen dat ze op die manier sneller schijnzelfstandigheid bij kwetsbare werkenden kunnen aanpakken. Het huidige wetsvoorstel bestaat namelijk uit twee onderdelen: een rechtsvermoeden van werknemerschap instellen onder een bepaald uurtarief (ongeveer 33 euro) en vernieuwing van de criteria om te werken als zzp’er. Op het rechtsvermoeden heeft niemand commentaar. Dat zou de minister dus snel kunnen invoeren, denken VVD, SGP en Nieuw Sociaal Contract. Kritiek op nieuwe criteria Maar op de nieuwe criteria voor werken met zelfstandigen is wel veel kritiek, bleek tijdens de internetconsultatie over het wetsvoorstel. Zzp’ers, opdrachtgevers en bemiddelaars dienden maar liefst 1100 suggesties en kritieken in op dit voorstel. De nieuwe regels maken het namelijk een stuk moeilijker om te werken als zzp’er, ook voor zelfstandigen met een goede onderhandelingspositie en tarieven. Ook politici zijn kritisch, behalve het CDA is eigenlijk niemand enthousiast over de criteria. “Als we de wet in twee delen splitsen, kunnen we prioriteit geven aan het rechtsvermoeden”, zei Aartsen. “Dat kan de minister als eerste naar de Kamer sturen. Het is zonde om te wachten met deze goede oplossing, omdat er veel politieke en maatschappelijke discussie is over een ander onderdeel van de wet.” Hij denkt dat er een hoop tijd nodig is om alle kritieken uit de internetconsultatie te verwerken in het nieuwe voorstel. “De discussie over het onderscheid tussen werknemers en zzp’ers loopt al heel lang”, zei Aartsen. “We hebben nu veel suggesties gehad om tot een oplossing te komen. Daar moeten we goed naar kijken. Als we de wet splitsen, kunnen we dat doen zonder kwetsbare schijnzelfstandigen te laten wachten.” GroenLinks-PvdA en D66 willen niet splitsen Anne-Marijke Podt (D66) en Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) zijn het oneens met de motie. Patijn benadrukt dat de Belastingdienst duidelijkere criteria nodig heeft om te kunnen handhaven. Podt: “De arbeidsmarktplannen zijn een samenhangend pakket. Als je daar één onderdeel uitpakt, raakt het uit balans.” Bovendien zijn schijnzelfstandigheid en onderbetaling niet per se hetzelfde, vertelde Podt. “Er zijn ook mensen die tegen hogere tarieven werken als zzp’er terwijl ze in loondienst moeten zijn. Vooral in de zorg en het onderwijs is dat een probleem.” Voor al die verschillende typen zzp’ers zijn nieuwe regels hard nodig, zei ook minister Van Gennip. “Bovendien is het rechtsvermoeden veel minder effectief als de kwalificatie niet verduidelijkt is”, legde ze uit. “De Belastingdienst heeft duidelijkere regels nodig om te kunnen handhaven.” Nieuwe versie wetsvoorstel komt eraan Daarnaast kan de Nederlandse Staat miljarden euro’s verliezen als de zzp-wet niet op tijd klaar is. Aanpak van schijnzelfstandigheid is namelijk een heel belangrijke voorwaarde om geld te krijgen uit het Europees coronaherstelfonds. Van Gennip: “We moeten deze wet begin 2025 publiceren. Er is dus haast bij.” Van Gennip komt binnenkort met een nieuwe versie van het wetsvoorstel. “We hebben de wet nu verduidelijkt op basis van huidige jurisprudentie, maar de arbeidsmarkt is volop aan het veranderen”, zei ze. “Daarover gaan ook veel reacties op de internetconsultatie. We moeten hier rekening mee houden in wetgeving.” Meer weten? In deze column legt ZiPconomy-hoofdredacteur Hugo-Jan Ruts uit waarom de wet splitsen een goed plan is. In de podcast ZiPtalk. bespreekt Sem Overduin van Bovib (de branchevereniging voor intermediairs) het idee. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags politiek, schijnzelfstandigheid, VBAR, zzp-debat, zzp-wet | 6s Reacties
Innovatie, groei en ondernemerschap: dit zijn de plannen van Arco Elsman, de nieuwe MSP-directeur van HeadFirst Group Geplaatst 8 februari 2024 door HeadFirst Group “Het was tijd om op zoek te gaan naar een nieuwe baan bij een organisatie met een ondernemende cultuur”, vertelt Arco Elsman. “Ik wilde ook graag de dynamiek leren kennen van een bedrijf dat eigendom is van een investeerder die gericht is op groei. Dit alles heb ik gevonden bij HeadFirst Group.” Elsman heeft veel ervaring met IT en consultancy, was ondernemer en werkte zo’n 20 jaar voor HR-dienstverlener Randstad. Sinds begin dit jaar is hij als managing director MSP services bij HeadFirst Group verantwoordelijk voor de bedrijven Staffing MS (kantoor in Nederland) en ProUnity (kantoor in België). Goede keuze “Mijn eerste ervaring is dat de klant echt op nummer één staat en dat samenwerking heel belangrijk is”, vertelt hij. “Iedereen heeft zijn eigen taken en doelen, maar elkaar verder helpen staat voorop. Het was een goede keuze om over te stappen.” Met zijn uitgebreide ervaring en grote netwerk binnen HR had Elsman genoeg te kiezen. Waarom HeadFirst Group? “Klantgerichtheid, innovatie en internationale groei staan centraal”, vertelt hij. “Dat spreekt mij aan en vind ik leerzaam. Bovendien heb ik een goede klik met mijn team en de mensen aan wie ik rapporteer. Ik kende Han (red. Kolff, bestuursvoorzitter) en Marjon (red. Van Happen, ceo) al. Zij zijn inspirerend en geven mij veel vertrouwen.” Technologische innovatie en internationale uitbreiding Het bestuur van HeadFirst Group kondigde eerder al grote ambities aan. Een belangrijk onderdeel van de strategie is internationaal groeien via strategische overnames. Om de uitbreiding in Europa mogelijk te maken trad IceLake Capital vorig jaar toe als investeerder. Elsman heeft zin om aan de slag te gaan met deze internationalisering. Op dit moment levert HeadFirst Group MSP-diensten in 15 verschillende landen. “En we zijn klaar voor verdere expansie”, zegt hij. “We krijgen wel steeds meer concurrentie, want andere corporates en investeerders zien dat er vraag is naar moderne HR-dienstverlening.” Elsman is ervan overtuigd dat HeadFirst Group alles in huis heeft om in te spelen op de behoeften van klanten in binnen- en buitenland. Het concern is gespecialiseerd in zogenaamde STEM-profielen, oftewel: professionals in wetenschap, technologie, techniek en wiskunde. “Deze vakgebieden zijn heel gewild, want ze zijn essentieel voor technologische vooruitgang, innovatie en economische groei. Maar ze zijn lastig te vinden”, vertelt Elsman. “Dit specialisme geeft ons dus een groot concurrentievoordeel.” Meer innovatie, meer verschillende organisaties Die goede contacten met technologisch talent helpen HeadFirst Group zelf ook met vernieuwing. Daar wordt de nieuwe managing director enthousiast van. “Er is een hoop technologische innovatie gaande en de afzetmarkt wordt steeds breder”, vertelt hij. “MSP-dienstverlening is nu ook interessant voor kleine bedrijven. Bij ProUnity ontwikkelen we bijvoorbeeld een selfservice MSP-model waarmee ondernemers eenvoudig zelf aan de slag kunnen.” Dankzij deze ontwikkelingen krijgen ook kleinere bedrijven toegang tot het netwerk en sommige diensten die voorheen alleen betaalbaar waren voor corporates. Denk aan ondersteuning bij HR-administratie en inkoopprocessen. “Daarnaast kunnen we opdrachtgevers meer inzicht geven met data en analyse, oftewel Talent Intelligence. Wij weten onder andere wat al die schaarse talenten kosten”, zegt Elsman. “Zo weet je als werkgever dat je de juiste prijs betaalt. Kortom, al die concurrentie leidt tot meer innovatie en dat is goed nieuws voor opdrachtgevers.” Webinar: De zin en onzin van talentpools voor zzp’ers In dit webinar tijdens de webinar week gaven Arco Elsman en Pieter van Herpen concrete adviezen om het begrip talentpooling invulling te geven, maar ook belangrijke afwegingen om rekening mee te houden. Zijn zzp’ers te binden en te boeien, en kan technologie je hierbij helpen? Kijk dit webinar terug Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ceo, HeadFirst Group, MSP, Webinarweek februari 2024 | Laat een reactie achter
SkillsCV lanceert recruitmenttech start-up The Talentpool Community Geplaatst 7 februari 2024 door ZiPredactie Uit de start-up SkillsCV is de nieuwe start-up The Talentpool Community gekomen. Deze talentpool wil de samenwerking en uitwisseling tussen sollicitanten en werkgevers beter faciliteren. In de zoektocht naar freelancers zijn skills belangrijker dan cv. 5 tips voor skills-based hiring Het bedrijf wil een regionaal ‘uitwisselbaar eco-systeem van talent’ stimuleren. Bijvoorbeeld door de zogenaamde ‘silver medallists’ – sollicitanten die net naast de baan grepen – te introduceren bij een andere werkgever in de regio. Daarmee hoopt het bedrijf werkgevers sterker en onafhankelijker te maken en sollicitanten sneller en beter te matchen met een baan binnen de regio waarin zij zoeken. Technologie vertaalt cv naar skills The Talentpool Community werkt met de technologie achter SkillsCV. SkillsCV is een start-up met als doel om gelijke kansen bij sollicitaties te bevorderen door middel van skillsbased matching. In de app worden zowel vacatures als CV’s omgezet in vaardigheden, waardoor beide beter aan elkaar gematcht kunnen worden. Dit gebeurt op anonieme basis, waardoor bias zoveel mogelijk voorkomen wordt. SkillsCV is een initiatief van verschillende arbeidsmarktbemiddelaars, waaronder de Intelligence Group en Westerduin Uitzendbureau. Door skillsbased matching kunnen werkgevers een betere match vinden en behouden kandidaten de regie over hun kansen op de arbeidsmarkt. The Talentpool Community wil door het gebruik van deze technologie een nieuwe arbeidsmarktstandaard voor werkgevers realiseren bij het matchen van kandidaten. “Goodbye cv, hello skills!” “We willen groter zijn dan LinkedIn in Nederland” “Binnen 1 jaar willen we ruim 1 miljoen CV’s in de Talentpool Community beschikbaar hebben,” zegt Maarten Westerduin, CEO van The Talentpool Community, “en binnen 3 jaar willen we veel groter zijn dan LinkedIn in Nederland op de arbeidsmarkt.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags SkillsCV, skillspaspoort, The Talentpool Community | Laat een reactie achter
“De hele inhuurketen moet zich voorbereiden op de Wet Toelatingsstelsel” Geplaatst 6 februari 2024 door ZiPredactie Het wetsvoorstel moet nog behandeld worden door de Tweede Kamer, maar dat de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) er komt, is vrijwel zeker. Elke organisatie die doet aan terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (conform de WAADI) moet op 1 januari 2026 officieel zijn toegelaten (of vóór 1 juli 2025 in het SNA-register zijn ingeschreven). Dit geldt niet alleen voor uitzendbureaus die hun eigen uitzendkrachten plaatsen bij opdrachtgevers, maar ook voor doorleners, payrollers, detacheerders en soms zelfs intermediairs van zzp. Impact groot, ook opdrachtgevers Patrick Tom van Bureau Cicero geeft aan dat de impact op de flexbranche groot zal zijn: “De bestuurlijke boetes kunnen oplopen tot € 90.000,- per overtreding. En die boetes gelden voor de hele keten, van uitlener, doorlener tot inlener. De arbeidsinspectie kan zelfs bij recidive de onderneming preventief stilleggen. Ook schijnconstructies met zzp’ers, waarbij feitelijk onder leiding en toezicht van de klant wordt gewerkt, vallen hieronder.” De impact kan ook groot zijn voor de opdrachtgevers van ingehuurd personeel. Ten eerste moeten die kunnen controleren of de bureaus die onder de wet vallen straks toegelaten zijn. Daarbij moeten ze er ook rekening mee houden dat leveranciers van soms cruciaal extern personeel mogelijk weg kunnen vallen als ze niet aan de WTTA voldoen. Met alle bezettingsproblemen vandien. Uitlener moet aan veel eisen voldoen 1 januari 2026 lijkt ver weg, maar dat is het niet. Want er komt nogal wat bij kijken voordat een intermediair wordt toegelaten tot de markt. Om een goedgekeurd inspectierapport te krijgen, moet je als uitlener sowieso voldoen aan het verplichte normenkader. Dit omvat onder meer een uitbreiding van het (Stichting Normering Arbeid) SNA-keurmerk met het toepassen van het juiste loon op basis van het loonverhoudingsvoorschrift. Maar ook anti-discriminatiebeleid bij werving en selectie, waarborging veiligheid en voldoen aan het (Stichting Normering Flexwonen) SNF-keurmerk (indien relevant). Nog afgezien van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en waarborgsom (€ 100.000,-) Overgangsrecht bij SNA-registratie Uitleners die nog niet SNA-gecertificeerd zijn, moeten er snel bij zijn. Want het inspectietraject kan de nodige tijd in beslag nemen, niet alleen vanwege het implementeren van eventuele nodige verbeteringen, ook omdat er waarschijnlijk lange wachtlijsten zullen ontstaan bij inspectiebedrijven in de aanloop naar de Wtta. Uitleenbedrijven die al voldoen aan het SNA-keurmerk, zullen relatief eenvoudig worden toegelaten tot het nieuwe stelsel. Voor hen geldt namelijk overgangsrecht. Intermediairs die vóór 1 juli 2025 in het SNA-register zijn ingeschreven, kunnen bij de aanvraag voor toelating gewoon hun SNA-registratie overleggen in plaats van een inspectierapport (gebaseerd op het verplichte normenkader). Het voordeel van het overgangsrecht is dat je als intermediair na 1 januari 2026 kan blijven uitzenden, detacheren en payrollen, ook als je nog geen positief inspectierapport op het verplichte normenkader hebt. En dat laatste is zeker een reële optie, gezien de enorme bulk werk die inspectiebedrijven in korte tijd moeten uitvoeren. Ga maar na, van de 20.000 uitleenbedrijven zijn op dit moment slechts 4.000 SNA-gecertificeerd. Belangrijkste advies van Patrick Tom is dan ook: “Zorg dat je tijdig (vóór 1 juli 2025) positief bent gecertificeerd op het SNA-keurmerk en ook in het register van gecertificeerde ondernemingen van SNA bent opgenomen.” Interessant webinar voor in- en uitlener Bekijk onderstaande video (een opname uit de WebinarWeek) met gedetailleerde uitleg over de wet en hoe je je daar op kunt – nee, moet – voorbereiden. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Bureau Cicero, SNA-keurmerk, Webinarweek februari 2024, wtta | Laat een reactie achter
Afspraken maken over schijnzelfstandigheid in de zorg blijkt lastiger dan gedacht: fiscaal kader zzp zorg uitgesteld Geplaatst 5 februari 2024 door Claartje Vogel Het is minder makkelijk dan gedacht om sectorale afspraken te maken over schijnzelfstandigheid in de zorg. Op 31 januari zou het ‘fiscaal kader zzp zorg’ af zijn, maar de avond voor de publicatie blijken werkgevers in de zorg, ministeries Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de Belastingdienst het nog niet eens. Er is ‘op dit moment nog onvoldoende gezamenlijk draagvlak voor het uitbrengen van het fiscaal kader in de huidige vorm’, meldt website ZZP-er in de zorg op basis van een brief van werkgeverskoepels. De Belastingdienst bevestigt het nieuws aan ZiPconomy. Ministeries en organisaties blijven overleggen “Alle betrokken partijen vinden de samenwerking om schijnzelfstandigheid een halt toe te roepen erg belangrijk”, zegt de woordvoerder van de Belastingdienst. “De zorgorganisaties en de ministeries blijven overleggen over de ontstane situatie en hoe daar opvolging aan te geven.” Het is niet bekend waarom de partijen er niet uit komen. “Meer informatie daarover is aan de zorgorganisaties”, aldus de Belastingdienst. Schijnzelfstandigheid bestrijden in de zorg Een dag voor de val van het kabinet tekenden werkgevers, de ministeries en de Belastingdienst een convenant om sectorale afspraken te maken over werken met zzp’ers. Dit Fiscaal Kader ZZP Zorg is deel van een ‘beheersingsmodel Zorg’, dat vooral draait om schijnzelfstandigheid in de sector te voorkomen. De zorg is de eerste branche waar sectorale afspraken worden gemaakt over schijnzelfstandigheid en zelfstandig ondernemerschap. Het fiscaal kader moet een praktische leidraad worden voor werkgevers om te bepalen wanneer ze een zzp’er mogen inhuren. Zorgen over zzp’ers in de zorg Het kabinet en veel zorgorganisaties maken zich al lange tijd zorgen over werknemers in de zorg die de overstap maken naar ondernemerschap. Er is nog steeds veel onduidelijkheid over werken met zzp’ers. Ondertussen stijgt het aantal zelfstandigen in de zorg. Zolang de regels onduidelijk zijn, kunnen werkgevers hier weinig aan doen. Zij hebben tenslotte iedere werkende nodig, of die nu werkt als zzp’er of in loondienst. Een fiscaal kader zou een oplossing zijn om sneller duidelijkheid te krijgen. Dit staat los van de nieuwe zzp-wet waar demissionair minister Karien van Gennip (SZW) aan werkt. Het nieuwe kader zou vanaf 1 januari dit jaar gelden, maar die datum werd in november al uitgesteld tot 1 juli 2024. Het is nog niet bekend of die ingangsdatum later wordt nu de publicatie vertraagd is. Lex Tabak is initiatiefnemer van ZZP-erindezorg.nl en volgt de ontwikkelingen nauwgezet. Hij vindt het ‘zorgelijk’ dat er een dag voor publicatie toch nog geen akkoord is over de leidraad. “Dit zijn de allereerste sectorspecifieke afspraken. Dat het tot op het laatste moment nog moeilijk is, laat zien hoe gevoelig de route van het fiscaal kader ligt.” Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags schijnzelfstandigheid, zorgsector | 5s Reacties
Welke factoren stimuleren de explosieve groei van platformwerk in de EMEA-regio? Een overzicht Geplaatst 2 februari 2024 door Hannah Young De platformeconomie groeit nog steeds en zal naar verwachting niet snel vertragen. Op dit moment werken meer dan 28 miljoen mensen in de EU via een of meer digitale arbeidsplatforms. Er wordt voorspeld dat dit aantal tegen 2025 explosief zal stijgen tot 43 miljoen. Maar wat is de ‘gig economy’ precies en wat is het verschil met de ‘talent economy’ en traditioneel ondernemen? Zogenaamde ‘Gig Workers’ vinden en accepteren opdrachten via apps of platforms die deze arbeidskrachten met klanten verbinden. Afhankelijk van het soort gigwerk waar we het over hebben, kan dat het bezorgen van een pizza betekenen, het afleveren van een passagier of het vertalen van een juridisch document voor een eenmalige vergoeding. Met deze Engelstalige bijdrage van CXC duiken we in wat er precies bedoeld wordt als we het hebben over de ‘gig economy’, en hoe deze verschilt van traditioneel zelfstandig ondernemerschap. What is the gig economy? A gig economy is a market that relies heavily on freelancers, independent contractors and other temporary workers rather than permanent employees. Depending on your definition, this might include freelancers who are paid by the hour or project, temporary workers hired for a set period or independent contractors who get paid on a contract-to-contract basis. However, when we talk about the gig economy, we’re usually referring to workers using apps or platforms that connect them to tasks (gigs). Those workers are paid according to the number of tasks they complete. For this reason, it’s sometimes called the ‘platform economy’. But even this narrower definition encompasses a lot of different types of work. When we think of platform workers, we typically think of people delivering takeaway food or driving for passenger ridesharing services. But it also includes knowledge workers who complete tasks like translation, copywriting or coding, for example. The growth of the gig economy is a global phenomenon: according to McKinsey’s 2022 American Opportunity Survey, 36% of employed Americans identify as independent workers, up from 26% in 2017. However, in this article, we’ll focus on the particularities of the gig economy in the EMEA region. The growth of the gig economy in the EMEA region Over the past two decades, the gig economy has exploded. A recent report by The World Bank put the global number of gig workers at 435 million people. This figure has increased by 41% since 2016. And, like any huge societal change, there isn’t just one reason behind it. Here are some of the key drivers of the gig economy over the past two decades: Shaky economic conditions: In difficult economic circumstances, companies often can’t afford to hire full-time staff — but they still need to keep their operations running. Many rely on gig workers, who they can simply hire to complete one-off tasks through a labour platform. Rise in labour platforms: Over the past 15 years or so, we’ve seen a huge rise in the number of digital labour platforms that connect gig workers to customers. Through these platforms, consumers have easy access to food deliveries, taxi rides and all manner of online services. Other technologies: The ready availability of remote collaboration software has made it possible for knowledge workers to work from anywhere. This has given rise to a growing number of online gig workers working out of their homes. The improvements to GPS technology have also been crucial in allowing the growth of ridesharing platforms like Uber, because it means there’s a relatively low barrier to entry for drivers. COVID-19: The COVID-19 pandemic increased participation in the gig economy in a few ways. First, global demand for delivery services skyrocketed as national and local lockdowns confined people to their homes. Plus, as people found themselves out of work, many had to turn to non-traditional means of making money to keep themselves afloat. Generational change: Another important factor in the gig economy is that younger generations simply don’t want to work in the same way as their parents and grandparents. According to a global survey by gig platform Fiverr, 67% of Gen Z respondents either want to freelance during their career or are doing so already. Key characteristics of the gig economy People working for themselves instead of having a full-time employer is nothing new. In the UK, it’s been steadily on the rise since the late 1990s. But when we talk about the gig economy, we’re talking about something quite different from traditional self-employment. Here are a few of the key characteristics of the gig economy as we know it today: Pay-per-task model Gig workers are typically paid a fee for each task they complete. For example, Uber drivers are paid a base fare per ride, plus additional money for the time and distance involved. Couriers for Deliveroo earn a fee that varies for each order, including a variable distance component. Other gig workers working for online platforms like Upwork or Fiverr are paid an amount agreed on with their clients for each task they complete. Side-hustles Not everyone working in the gig economy is doing it full-time. In fact, a survey by UberEats found that over 80% of its drivers in the UK had another significant responsibility, including other jobs, studies or looking after a family. The survey also found that if the platform were to disappear, only 23% of drivers would replace it with a full-time job. This is confirmed by a CIPD survey from early 2022, in which only 20% of respondents who worked in the gig economy said they saw it as their main activity. Flexibility The gig economy offers a great deal of flexibility for workers because they only need to work when their other responsibilities allow them to. They’re theoretically free to turn down work they don’t want to do — although whether this is actually the case has been the subject of many controversial court cases in the last few years. Technology Gig workers find and accept tasks through apps or platforms set up to connect those workers with clients. Depending on the type of gig work we‘re talking about, that might mean delivering a pizza, dropping off a passenger or translating a legal document for a one-off fee. Case studies: the gig economy in practice in 3 European countries Since the gig economy is a relatively new phenomenon — at least in its current form — a lot of the country-level regulations around it are based on case law. Let’s take a look at a few important cases that have shaped the gig economy in three European countries: the UK, the Netherlands and Spain. UK: Supreme Court rules Uber drivers are workers In 2021, the UK’s Supreme Court dismissed an appeal by Uber against an employment tribunal decision. The lower court had ruled that Uber’s drivers should be classed as ‘workers’, not self-employed independent contractors (we’ll get to what that specific term means in a moment). The court reached this decision based on a number of factors. For example, they cited the fact that Uber provides a set maximum fare for rides, meaning they can’t meaningfully set their own prices. Uber’s app also hides passengers’ destinations from drivers until they accept a ride. The court argued this means drivers are not free to turn down work they didn’t want to do. The UK is unusual in having this third category of ‘worker’, which is distinct from both employees and independent contractors. In the UK, workers are entitled to some employment rights, like the National Minimum Wage, paid holidays and protected rest breaks. However, they typically aren’t granted things like sick pay, maternity pay and protection from unfair dismissal. Netherlands: Supreme Court finds Deliveroo riders are employed In March 2023, the Dutch Supreme Court upheld a decision by the lower courts that delivery drivers working for Deliveroo between 2018 and 2022 were employees, not independent contractors. Deliveroo had argued that the workers were free to choose their own hours and refuse deliveries if they didn’t want to do them. But the courts countered that there was a relationship based on authority between Deliveroo and its riders. Deliveroo pulled out of the Netherlands in 2022 after struggling to gain a substantial market share. But the Supreme Court’s finding will have implications for other high-profile cases, including an ongoing case against Uber that was referred to the Supreme Court in October 2023. Spain: Glovo and the so-called ‘Riders Law’ As with the other two examples, this story involves a case working its way up through the country’s courts to determine whether Spanish food delivery platform Glovo’s workers were employees or ‘autónomos’ (freelancers) as the company claimed. While Glovo did win some of the legal rulings, the Supreme Court ultimately confirmed in 2020 that the workers were employees. Along the way, Glovo has been forced to pay fines, penalties and back-payment of social charges totalling more than €200 million, according to the Spanish newspaper El Diario. This landmark case has even prompted the Spanish government to draft new legislation to protect gig workers. The ‘Riders Law’ introduces a presumption of employment for workers who provide paid distribution services through labour platforms. Challenges and hurdles of the gig economy The gig economy comes with various challenges for both workers and platform operators. Let’s take a look at some of them. For gig workers Instability and uncertainty: Unlike with a regular job, there are no redundancy packages or required notice periods for gig workers. This means they could be dismissed by the platform they work for at any time, for any reason. Lack of rights and protections: Gig workers typically don’t have access to employment benefits like paid sick leave, health insurance or paid holidays. That said, workers are beginning to be granted these rights in certain countries thanks to landmark legal cases that have found them to be employees, not independent contractors. For platform operators and employers Regulatory concerns: In many countries, platforms that incorrectly classify their workers as independent are facing huge fines and other penalties. The EU’s Directive on Platform Work will bring in additional regulations that platform operators will need to be aware of once it comes into effect. What does the future look like? The platform economy is still growing, and isn’t expected to slow down any time soon. However, the next few years will be an interesting test of the gig economy as an economic model, as platforms face increasing scrutiny of their employment practices. The EU’s Platform Work Directive is also expected to come into force over the next few years. This will standardise laws across the EU, and make it easier for gig workers to access basic employment rights like the minimum wage, paid holidays and sick leave. Of course, these rules will only apply to the EU’s member states — but it’s very likely that we’ll see similar legislation arising elsewhere as the gig economy continues to grow. Bron: CXC, Unlocking the gig economy with digital labour Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags CXC, gigeconomie, platformeconomie | Laat een reactie achter