Maandelijkse archieven: oktober 2018

Deze twaalf Inhuurconsultants spreken voortaan dezelfde taal

Sonja Prins-Rijpstra van Harvey Nash en Felicia Cornelisse van Het Flexhuis zijn twee van de twaalf allereerste gecertificeerde Inhuurconsultants. “Ik raad het collega’s zeker aan”, zegt Cornelisse. “Ik heb meer kennis over mijn rol als inhuurconsultant en de verdiepende stof vond ik zeer interessant.”

Nieuwe functie

Twaalf Inhuurconsultants behaalden eind oktober hun certificaten. Als het aan Bovib-bestuurslid Frederieke Schmidt Crans ligt, worden dat er snel nog veel meer.

Judith Robben ontvangt certificaat van Bovib-bestuurslid Frederieke Schmidt Crans

Certificering en opleiding zijn hard nodig in de branche van intermediairs en brokers, zegt zij. Ze is zelf partner bij Het Flexhuis, een bureau voor inhuur van zorg. “De functie Inhuurconsultant is vrij nieuw”, vertelt ze. “Het is iemand die binnen een organisatie de regie heeft over het inhuurproces. Het is een rol waarbij communicatie enorm belangrijk is. Jij moet zorgen dat opdrachtgever en leverancier blij zijn.”

En dat is soms nog best moeilijk. “Omdat het zo’n nieuw beroep is, merk je dat de manier van werken en de terminologie nogal verschillen. Daar willen wij als branchevereniging iets aan doen.”

Standaard voor de beroepsgroep

Zo ontstond de driedaagse opleiding Inhuurconsultant. De opleiding moet zorgen voor een standaard binnen de beroepsgroep, waarbij kennisniveau, definities en basisaanpak eenduidiger zijn. Schmidt Crans: “De opleiding moet bijdragen aan een professionele uitvoering van het vak, duidelijke rolverdeling in het proces en natuurlijk verbetering van kwaliteit van dienstverlening.”

Het uitbesteden van het inhuurproces leidt vaak in het begin tot weerstand, legt Schmidt Crans uit. “Over het algemeen kun je zeggen dat de manager die inhuurt, daar vaak niet op zit te wachten. Hij heeft een eigen netwerk van leveranciers en zzp’ers. Die negatieve gevoelens moet je zien weg te nemen. Het helpt dan als je rol duidelijk is en je zaken met argumenten met kennis kunt onderbouwen.”

De twaalf deelnemers komen uit de organisaties van Bovib-leden. Volgens Schmidt Crans hebben de meeste cursisten twee tot drie jaar werkervaring, maar er zijn ook echte beginners. “De opleiding is voor elk niveau nuttig. Binnen het theoretisch kader verbreed je je kennis, de overige dagen werk je aan de vaardigheden rondom jouw positie. Daarnaast is ons doel om ook vooral van elkaar te leren.”

Wat vonden cursisten?

Cornelisse werkt voor Het Flexhuis, het bedrijf van Schmidt Crans. Ze is nu bijna een jaar Inhuurconsultant, daarvoor werkte ze als accountmanager. Tijdens de opleiding leerde ze vooral veel van de thema’s wet- en regelgeving en verandermanagement. “De dagen waren zeer informatief”, zegt ze. “De opleiding geeft je echt verdieping.”

Dat vindt ook Prins-Rijpstra. Zij is nu bijna twee jaar Contractmanager bij Harvey Nash, maar begon haar loopbaan met een studie kinderpsychologie. “Ik had een paar jaar tijdelijke functies in dat vakgebied en ben vervolgens de arbeidsbemiddeling ingerold”, vertelt ze. “Begonnen bij Trend uitzendbureau als intercedente, daarna bij Daan Amersfoort detacheringskantoor als relatiemanager en recruiter.”

De achtergronden van de inhuurconsultants verschillen van elkaar. De een komt van een uitzendbureau, de ander werkte op een HR afdeling en zo ook een bij een vms-leverancier.

Diversiteit van de groep

“De groep van twaalf deelnemers was heel divers”, beaamt Prins-Rijpstra. “Qua achtergrond, functie en bedrijf. Er waren bijvoorbeeld contractmanagers, accountmanagers en relatiemanagers. Juist die diversiteit vond ik een grote meerwaarde.”

Dat zijn veel andere cursisten met haar eens. Tijdens de opleiding werd veel stof besproken aan de hand van praktijkcases, vertelt Prins-Rijpstra. “Op die manier kon iedereen het in zijn eigen wereld plaatsen en konden we ook van elkaar leren.”

“Ik hoopte daar al op”, zegt Schmidt Crans. “Bij Het Flexhuis trainen we mensen vanuit onze visie. Zo doen wij het. Maar misschien kan het wel beter. Daarom is het helemaal niet verkeerd om verder te kijken en te horen hoe een ander met de dagelijkse praktijk omgaat.”

Het vervolg

In het eerste kwartaal van 2019 begint de tweede opleiding. De opleiding is opgesplitst in drie dagen. Dag één is het theoretisch kader en gaat over procesinrichting, wet- en regelgeving en inzicht in het speelveld van de inhuurconsultant. De tweede dag staat in het teken van verander- en stakeholdermanagement, de laatste dag draait om persoonlijke vaardigheden. Het is een mix van theorie en praktijkcases.

“De groep zat binnen twee dagen vol”, vertelt Schmidt Crans. “Dat laat wel zien dat er behoefte aan is. Bovendien is niemand afgehaakt en kregen we enthousiaste reacties na iedere dag, terwijl de dagen wezenlijk van elkaar verschillen.”

Het streven van Bovib is ieder kwartaal een opleiding te organiseren. De driedaagse training is nu alleen nog voor leden van de branchevereniging. Mogelijk is de opleiding in de toekomst ook beschikbaar voor niet-leden en opdrachtgevers. Schmidt Crans: “Het doel is tenslotte dat we allemaal dezelfde taal spreken om uiteindelijk de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren.”

Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

Interim-managers der Nederlanden, verenig u!

Verenigingen zijn van alle tijden en het verenigingsleven is bij lange na niet versleten, ook niet bij beroepsgroepen. De vakbond is de bekendste vorm, maar misschien niet het beste voorbeeld. Vakbonden kampen tenslotte al jaren met een dalend ledental. Maar in kleiner verband zijn succesvolle voorbeelden genoeg: van muziek tot sport- en studentenvereniging. Maar hoe is dat onder interim-managers? Daar is het verenigingsleven een stuk minder levendig.

Beroepsgroep op sterven na dood

In mijn eerdere blog over interim-management suggereerde ik dat deze beroepsgroep op sterven na dood is. Simpelweg omdat ik weinig vernieuwing aantrof. Dus beloofde ik u een zoektocht naar ingrediënten voor een infuus om interim-management nieuw leven in te blazen.

Om te beginnen met de verenigingsdrang van deze beroepsgroep. Of beter gezegd: het ontbreken daarvan. Dan blijkt al snel dat de woorden levenloos, opheffen en het kaarsje uitblazen terugkerende begrippen zijn.

Dat was ooit anders. De Orde van Register Managers (ORM), later Nederlandse Vereniging voor Interim-managers (NVIM), was de eerste beroepsvereniging van interim-managers. Deze vereniging deed goede zaken. Zo begon de groep het IM-register, een soort kwaliteitskeurmerk voor het vak. En de verenigde interimmers waren ook medeoprichter van een lobbypartij: het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO).

Waarom is die verenigingsdrift er dan niet meer? Met het recente  ‘overlijden’ van de kenniskring Society Quintessence is opnieuw een poging om interim-managers te verenigen mislukt.

Rob van Betuw, oud bestuurslid van ORM, NVIM én Society Quintessence: ‘In het verleden kenmerkte de vereniging zich als praathuis. Maar met de komst van internet bedierf de behoefte tot samenzijn. Elk relevant thema is vanachter de computer te raadplegen en is bovendien gratis. De einzelgänger die dit vakgebied zo typeert, heeft daarmee een legitiem excuus om nergens meer te hoeven opdraven.’

Wie weet heeft de ‘gewone’ interim-manager geen behoefte aan nieuwe manieren om vakgenoten te ontmoeten

Een tweede reden, naast de opkomst van internet, is volgens hem dat er geen behoefte was aan het kwaliteitskeurmerk. En inderdaad, ook het IM-register is inmiddels ter ziele. Derde reden is dat menig lid afknapte op de veronderstelling dat werving van opdrachten via een verenigingsnetwerk mogelijk zou zijn.

Scheidslijn vervaagd

Directeur Gert van der Houwen van managersvereniging Nive onderschrijft die verklaring. De poging om interim-managers (van de NVIM) te vermengen met managers (van Nive) was ingegeven vanuit een theoretische en filosofische gedachte: de twee opereren in hetzelfde vakgebied en de scheidslijn kon verdwijnen of vervagen. Helaas is dit niet gelukt.

Van der Houwen: ‘Mensen willen alleen bijeenkomen en daarvoor betalen als het ze op dat moment verder helpt. Vergelijk het met de hardloopvereniging waarvan ik lid ben. Ik betaal voor fysieke coaching en hoef geen bbq of feestavond, zeker niet tegen hogere contributie. Het sociale gebeuren organiseer ik zelf wel.’

Misschien is die scheidslijn wel degelijk vervaagd. Wie weet heeft de ‘gewone’ interim-manager geen behoefte aan nieuwe manieren om vakgenoten te ontmoeten, omdat die ontmoeting al plaatsvindt in de organisaties waar hij samenwerkt met ‘gewone’ managers.

Wil de echte interim-manager dan opstaan? Als dat de persoon is die alleen de betekenisvolle veranderopgaven krijgt, zoals saneren, hervormen of recovery management, is het dus toch een lone wolf… Deze groep is zo klein dat zij zich niet hoeft te verenigen. Zij vinden elkaar bij de specifieke bureaus.

Inner circles

Wellicht is dat de verklaring waarom interne communities het vaak wél goed doen. Tegen betaling nota bene verbinden interim-managers zich hier aan een bureau en krijgen daarvoor inhoudelijke kennissessies en persoonlijke begeleiding. Zij investeren in de driehoeksrelatie tussen zichzelf, het bureau en de opdrachtgever.

Geen garantie op opdrachten, maar wel vooraan staan bij de selectie. Wie wil dat niet? Voor de toppers een associé-contract. Ben je dan nog zelfstandig, pleeg je dan geen karaktermoord op het vak? U mag het zeggen.

Veeg “vriendelijk” de arrogantie van tafel

Ook Van der Houwen ziet dat interim-managers zich willen verenigen, zolang er een persoonlijk belang meespeelt (een opdracht) en zodra deze behoefte vervuld is, men weer verdwijnt. Het is bijna arrogant: ik heb jou niet meer nodig want ik heb wat ik hebben wilde. Bestaat er alleen in elite-groepen en specifieke branches verenigingszin? Wat doen we dan met al die andere interim-managers?

Verenigen via Linkedin is te breed, want dat sociale platform is voor heel werkend Nederland. Normaliter is een vereniging de algemene benaming voor het georganiseerd en vrijwillig samenwerken of samenkomen rond een bepaald doel tussen twee of meer mensen of organisaties. Volgens Wikipedia kunnen zelfs vrienden hieronder vallen, al vormen ze dan geen vereniging in de zin der wet. Dus interim-managers der Nederlanden; verenig als vrienden! En veeg “vriendelijk” de arrogantie van tafel.

Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags , , | 10s Reacties

Detacheringsbranche goed voor 6,2 miljard omzet

De detacheringbranche speelt een belangrijke rol op de Nederlandse arbeidsmarkt. Van de werkzame beroepsbevolking is maar liefst 1,6 procent als gedetacheerde werkzaam. De markt telt naar schatting 638 detacheringsbureaus die in 2017 een omzet van ruim 6,2 miljard euro realiseerden. De branche is hiermee een belangrijke intermediaire speler op de arbeidsmarkt, waar door flexibilisering en het steeds schaarsere aanbod van talent de inzet van kennis, kunde en duurzame inzetbaarheid aan belang wint. Dat zijn de uitkomsten van een onderzoek naar de Nederlandse detacheringsmarkt dat onderzoeksbureau Panteia in opdracht van de ABU, PwC en ABN AMRO heeft uitgevoerd. Het is voor het eerst dat de branche op deze manier in kaart is gebracht.

Detacheerders zijn dé opleiders van de arbeidsmarkt, zo blijkt uit het onderzoek. Gemiddeld besteden ze 4 procent van hun omzet aan opleiding: bijna 2,5 keer zoveel als het gemiddelde in het bedrijfsleven. Bovendien bieden de bureaus een zeer breed aanbod van opleidingen, waardoor de specialistische kennis van de gedetacheerde altijd up-to-date is. Voor kandidaten zijn carrièreontwikkeling, het opleidingsbudget en de afwisseling belangrijke redenen om bij een detacheerder te werken. De belangrijkste redenen voor werkgevers om gedetacheerden in te huren, zijn dat ze flexibel, veelal jong en hoogopgeleid zijn. Dit stelt bedrijven in staat om snel in te spelen op nieuwe technologische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Zo kunnen deze professionals direct en tijdelijk worden ingezet, waarbij zij vooral worden ingeschakeld voor specialistische werkzaamheden (45 procent), de invulling van schaarse functies (24 procent) en het bieden van extra ondersteuning tijdens drukte (22 procent).


Lees ook:  “We zorgen voor flexibiliteit. Maar we zijn geen flexbedrijven!” Detacheerders verenigen zich.


Detacheerders bundelen krachten in branchevereniging

Om de belangen van detacheerders in de snel veranderende arbeidsmarkt te behartigen, hebben dertien detacheringsorganisaties besloten de krachten te bundelen. Samen nemen zij het initiatief voor de oprichting van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN). Dit doen zij met het doel de detacheringsmarkt blijvend in beeld te brengen. Daarnaast wil de branchevereniging zich als gesprekspartner en kennisplatform positioneren en actief de dialoog aangaan over de inrichting van de Nederlandse arbeidsmarkt.

 

Specialistische kennis detacheerders essentieel

Op deze markt is een grote rol weggelegd voor de werving van hoogopgeleide professionals die bedrijven ondersteunen met specialistische kennis. “Nog meer dan in het verleden is de aandacht van detacheerders gericht op de gedetacheerde zelf. Om succesvol te blijven, moeten detacheerders hun blikveld verschuiven naar meer specialistisch detacheren en van inlener naar de kandidaat, omdat deze uiteindelijk hun toegevoegde waarde bepaalt. De detacheerder dient daarom een aantrekkelijk doel te formuleren en een bedrijfscultuur te creëren die aantrekkelijk is voor jong toptalent”, zegt Han Mesters, Sector Banker Zakelijke Dienstverlening van ABN AMRO.

ABN AMRO, ABU en PwC – Executive summary – De detacheringsbranche in beeld
Geplaatst in Professioneel inhuren | Laat een reactie achter

“We zorgen voor flexibiliteit. Maar we zijn geen flexbedrijven!” Detacheerders verenigen zich.

“We bestaan niet, terwijl we onmisbaar zijn,” zegt Maikel Pals, algemeen directeur van detacheerder Brunel. Het zit hem hoog. Een paar honderd bedrijven detacheren dagelijks meer dan 100.000 medewerkers en zijn zo een onmisbare vorm van kennisflexibiliteit voor organisaties. Maar ondertussen komt het woord ‘detachering’ niet voor in de wet- en regelgeving, met alle nadelen van dien.

Om daar verandering in te brengen, neemt een aantal detacheringbedrijven het initiatief tot de Vereniging van Detacheerders Nederland. Pals is één van de initiatiefnemers.

Geen bemiddeling, geen uitzendwerk

“De Nederlands arbeidsmarkt kenmerkt zich door een flinke verscheidenheid aan vormen van arbeid,” vertelt hij. “Uitzendarbeid, payrolling, zzp’ers. En detachering. Die verscheidenheid maakt onze economie krachtig. Het is tijd om die variatie door te vertalen naar wetgeving.”

Detachering valt qua wet- en regelgeving nu nog onder uitzendwerk. “Dat is heel merkwaardig,” zegt Edwin van den Elst, CEO van Redmore, een bedrijf met 1.400 medewerkers die gedetacheerd worden. “Wij zijn helemaal geen uitzenders. Iedereen heeft bij Redmore een vaste arbeidsovereenkomst. Daarin verschillen we niet van werkgevers als Philips, ABN AMRO of de bakker op de hoek.”

Het zit de detacheerders vooral dwars dat ze worden meegezogen in het (vaak niet erg positief getinte) debat over ‘flex’ en dat ze juridisch gezien als uitzenders worden gezien, niet als gewone werkgevers.

Foto M. Akkerhuis
Edwin van den Elst en Maikel Pals tijdens bijeenkomst in aanloop naar oprichting VVDN.

“Ja, we zorgen voor de flexibiliteit waar organisaties zo behoefte aan hebben. Maar we zijn geen flex-werkgevers, juist niet”, zegt Pals. “Onze medewerkers hebben een gewone arbeidsovereenkomst. Ze worden doorbetaald als er geen werk voor ze is. Daarbij hebben wij er belang bij dat onze medewerkers zich ontwikkelen, dus investeren we daarin. We zijn verdomd goede werkgevers.”



Onnodige regels

Dat goed werkgeverschap wordt volgens Van den Elst alleen maar belemmerd door regels zoals de inlenersbeloning.

“Ik wil een eigen salarishuis kunnen opbouwen dat past bij de omstandigheden waarin ik moet concurreren en opereren”, zegt hij. “Dan kan ik niets met de grilligheid van die inlenersbeloning. We steken veel tijd, geld en moeite in opleidingen. Onze mensen per klus een ander salaris geven, dat past gewoon niet ons HR-beleid.”

De bestaande wettelijke kaders zijn volgens hem helemaal niet relevant voor de detacheringsbranche. “Neem de Waadi. Die is bedoeld om bijvoorbeeld aspergestekers te beschermen tegen concurrentie op arbeidsvoorwaarden, maar past niet bij de situatie van de hoogopgeleide mensen die bij ons werken.”

Pals vult aan: “We bieden zekerheid, investeren in mensen, vervullen een brugfunctie voor onder andere starters én we bieden flexibiliteit voor onze klanten. Daar kan toch niemand tegen zijn?”

Branchevereniging in oprichting

Een eigen branchevereniging is nodig, vindt Pals. “We hebben behoefte aan een eigen stem in het gesprek met de politiek over de toekomst van de arbeidsmarkt.”

Het eerste zaadje voor deze vereniging in oprichting werd geplant door de ABU. Van den Elst: “Ik waardeer dat initiatief van de ABU zeer. In wat ze hun ‘Alliantie van werk’ noemen is er plek voor de diversiteit aan dienstverleners. Met elk hun eigen geluid, maar waarin je ook samen kunt optrekken als het nodig is.”

Onderzoek naar omvang markt

Meer dan honderd detacheerders kwam 30 oktober bij ABN AMRO voor het eerst bij elkaar. Tijdens die bijeenkomst werden ook de resultaten van een eerste onderzoek naar de omvang en toekomst van de detacheringsbranche bekend gemaakt. Vragen over de Vereniging van Detacheerders Nederland (VVDN) kunt u kwijt op info@vvdn.nl De resultaten van dit onderzoek staat in dit artikel

Sfeerimpressie bijeenkomst detacheerders (foto’s: Mirjam Akkerhuis)
Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags , , , | Laat een reactie achter

FNV begint rechtszaak tegen schoonmaakplatform Helpling – en snijdt zichzelf uiteindelijk in de vingers

Het zat er al even aan te komen. Op de dag dat platform voor schoonmakers bij huishoudens Helpling een nieuwe investering en de uitbreiding naar Zwitserland bekend wilde maken, verstoorde FNV het feestgevoel. De vakbond daagt het platform voor de rechter.

De boodschap in het persbericht is helder: FNV vindt dat Helpling de schoonmakers die van het platform gebruik maken in dienst moet nemen.

Feitelijke onjuistheden

Wat mij verbaast is dat er wel een aantal flinke feitelijke onjuistheden in het bericht stonden. Zo onjuist, dat dit echt geen toeval kan zijn. Zo spreekt FNV in het bericht over zzp’ers. Dit is onjuist, schoonmaakhulpen vallen onder de regeling dienstverlening aan huis.

“Dit is een uitzonderingsregeling op de verplichte lasten die een werkgever normaal gesproken wel heeft als het gaat om kleinschalige diensten en klusjes van particulieren onderling.“

Daarnaast staat in het bericht dat een hulp 11,50 per uur verdient, terwijl op het platform de aanbieder zelf zijn prijs mag bepalen. Er is wel een adviestarief en een ondergrens, maar geen maximumprijs.

Als voormalig marketeer weet ik dat je af en toe wat zaken moet aandikken, maar toch snap ik niet waarom FNV deze onjuistheden in het bericht heeft geplaatst. De boodschap was met de feiten echt niet minder duidelijk en overtuigend geworden.

Is de keuze om Helpling te dagvaarden willekeur?

Helpling is niet het enige platform dat bemiddelt tussen particuliere vragers en aanbieders volgens de regeling dienstverlening aan huis en commissie rekent. Ook schoonmaakplatformen iemand.nl, ziso.nl en oppasplatform Charley Cares maken gebruik van deze combinatie. Wat dat betreft had FNV het voor het kiezen.

Is Helpling dan echt nieuw?

Platform Helpling stelt huishoudens in staat via een online marktplaats een schoonmaakhulp te vinden. Daarnaast ondersteunt het platform met kwaliteitscontrole (telefonische intake, ID-check en reputatiesysteem), backoffice (klachten, vragen, vervangende hulp bij vakantie) en betaalmodule. Het bedrijf verdient geld door een marge van iedere transactie af te romen. Een veelgebruikt model.

Helpling is zeker niet uniek, dit soort dienstverlening bestaat al jaren. Neem het bedrijf HomeWorks. Een bedrijf dat al 25 jaar lang exact hetzelfde doet als Helping. Het enige verschil is dat dit geen online marktplaats is, maar dat het bedrijf handmatig de match tussen vraag en aanbod maakt. Daarnaast heeft het servicecoördinatoren die toezien op kwaliteit en zelfs met de eerste schoonmaak meegaan. Dit alles maakt het een duur model: de commissie die het bedrijf rekent is dan ook zo’n 39% (t.o.v. 23% bij Helpling).

Als de FNV het belangrijk vindt om voor deze doelgroep op te komen, waarom hebben zij een organisatie als HomeWorks dan niet al veel eerder aangepakt?

Wat gebeurt er als FNV zijn gelijk haalt?

Ik ben geen jurist, heb de aanklacht niet gelezen en kan dus geen voorspellingen in deze zaak doen. Maar als FNV wint en Helpling de huishoudhulpen in dienst moet nemen, dan gaat de prijs van de hulp voor de klant omhoog naar een bedrag van minimaal 20 euro. Nagenoeg geen enkele particulier is bereid dit bedrag per uur te betalen. Er zal niemand meer boeken via het platform en Helpling is binnen de kortste keren failliet. Is daarmee het probleem opgelost? Nee. Die schoonmaak wordt ook daarna nog wel gedaan. Maar dan via de zwarte markt.

Verbrand FNV met deze aanvliegroute haar schepen?

Iedere vakbondsvrouw of -man die ik spreek is overtuigd dat de opkomst van platformen die bemiddelen (in welke vorm dan ook) in arbeid niet meer te stoppen is. Ik zie ook veel kansen in samenwerkingen tussen platformen en vakbonden, zoals het borgen van collectieve afspraken in algoritmes.

Dit is wel een wat onaangename start van de relatie. FNV snijdt zichzelf hiermee flink in de vingers. FNV heeft al een interessant trackrecord in de relatie tot platformen:

  1. Aanklacht Deliveroo (binnenkort uitspraak);
  2. Samenwerking Temper tussen FNV Horeca en het platform waar de top van FNV en publique zijn ongenoegen uitsprak over de samenwerking;
  3. Nu de Helpling case.

Ik kan mij niet voorstellen dat er nu nog een platform is dat met een gerust hart een samenwerking of experiment met FNV aandurft. Een gemiste kans.

Conclusie

Ook al wint FNV de rechtszaak, de schoonmaakhulp wordt er niet beter van. Daarnaast is het duidelijk dat het aanklagen van alleen Helpling over komt als willekeur: het voorbeeld van HomeWorks laat zien dat deze manier van bemiddelen al heel oud is.

Het ziet er dan ook naar uit dat het doel van deze zaak voornamelijk ligt bij het ‘aankaarten van de problematiek achter de platformeconomie’. Een niet onbekende route, maar dit is niet de manier die ik zou hebben gekozen. Voor nu is het afwachten of er ruimte komt voor constructiever debat.

Geplaatst in ZP en Politiek | Tags , , | 4s Reacties

Mismatch op de arbeidsmarkt, want bedrijven investeren te weinig in personeel

Het aantal vacatures in Nederland steeg van 2016 tot 2017 snel. Terwijl banen in de administratieve en financiële sector nog steeds dalen, is er een structureel tekort aan geschoold personeel in bijna alle andere sectoren. Vooral in de industriële sector, IT en dienstverlening.

Eén van de meest gevraagde functietitels is ‘recruiter’. “Dat laat duidelijk zien hoe groot de behoefte aan personeel is in de meeste sectoren”, zegt managing director Robert van Veggel van Hays Netherlands.

Vast én flex neemt toe

Recruiter Hays presenteert jaarlijks een overzicht van de wereldwijde arbeidsmarkt. De onderzoekers nemen 33 landen onder de loep.

Al met al scoort Nederland vrij goed op in de index. In onderstaande grafiek is te zien dat onze arbeidsmarkt er gemiddeld beter aan toe is dan die van België en het Verenigd Koninkrijk. Duitsland en Frankrijk scoren nog beter dan Nederland, onder andere omdat de lonen in die landen hard stegen.

In 2017 daalde de werkloosheid in Nederland met 1,1 procentpunt naar 4,9 procent. De werkgelegenheid steeg met 2 procent. De lonen stegen gemiddeld met 3,8 procent in 2017, de sterkste groei sinds 2008.

Een groot deel van de groei is te danken aan de stijging van het aantal zzp’ers en het aantal werknemers met een tijdelijk contract. Tegelijkertijd kiezen werkgevers vaker voor vaste contracten. Werkgevers richten zich op behoud van hun personeel als zij moeite hebben om de juiste mensen te vinden, verklaren de specialisten. Daarbij is de regelgeving rondom zzp’ers onduidelijk.

Vraag en aanbod komen niet overeen

Er is een steeds grotere mismatch tussen vraag en aanbod, concludeert Hays. Werkzoekers hebben niet de vaardigheden die werkgevers vragen. Dat is niet alleen zo in Nederland: in de helft van de landen die de onderzoekers onder de loep namen, zijn er steeds meer vacatures en zoeken mensen tegelijkertijd langer naar werk. Dat is vooral zo in Australië, Frankrijk en België.

CEO Alistair Cox van Hays vreest dat het probleem in de toekomst nog groter wordt. “Het is nu al lastig om werknemers met de juiste kennis en vaardigheden te vinden. In de toekomst wordt dat nog moeilijker, want technologie en kunstmatige intelligentie ontwikkelen zich in rap tempo.”

De oplossing? Cox: “Het is cruciaal dat bedrijven investeren in opleidingen, zodat hun werknemers de nieuwe rollen kunnen vervullen.”

Vicieuze cirkel

Op dit moment gebeurt dat nog te weinig, schrijven de onderzoekers. Ze spreken van een ‘low growth trap’ wat betreft arbeidsproductiviteit, oftewel: bedrijven zitten vast in een vicieuze cirkel. In veel landen in Europa, het Midden-Oosten en Amerika leidt een trage groei tot minder investeringen. Maar als je minder investeert in arbeid en kapitaal, zal je arbeidsproductiviteit ook niet groeien.

Geplaatst in Toekomst van Werk | Tags , , , , | Laat een reactie achter