"Exploring the future of work & the freelance economy"

FNV begint rechtszaak tegen schoonmaakplatform Helpling – en snijdt zichzelf uiteindelijk in de vingers

Platformeconomie-expert Martijn Arets verbaast zich over rechtszaak die FNV aanspant tegen Helping. “Bemiddeling in particuliere schoonmaak gebeurt al 25 jaar”.

Het zat er al even aan te komen. Op de dag dat platform voor schoonmakers bij huishoudens Helpling een nieuwe investering en de uitbreiding naar Zwitserland bekend wilde maken, verstoorde FNV het feestgevoel. De vakbond daagt het platform voor de rechter.

De boodschap in het persbericht is helder: FNV vindt dat Helpling de schoonmakers die van het platform gebruik maken in dienst moet nemen.

Feitelijke onjuistheden

Wat mij verbaast is dat er wel een aantal flinke feitelijke onjuistheden in het bericht stonden. Zo onjuist, dat dit echt geen toeval kan zijn. Zo spreekt FNV in het bericht over zzp’ers. Dit is onjuist, schoonmaakhulpen vallen onder de regeling dienstverlening aan huis.

“Dit is een uitzonderingsregeling op de verplichte lasten die een werkgever normaal gesproken wel heeft als het gaat om kleinschalige diensten en klusjes van particulieren onderling.“

Daarnaast staat in het bericht dat een hulp 11,50 per uur verdient, terwijl op het platform de aanbieder zelf zijn prijs mag bepalen. Er is wel een adviestarief en een ondergrens, maar geen maximumprijs.

Als voormalig marketeer weet ik dat je af en toe wat zaken moet aandikken, maar toch snap ik niet waarom FNV deze onjuistheden in het bericht heeft geplaatst. De boodschap was met de feiten echt niet minder duidelijk en overtuigend geworden.

Is de keuze om Helpling te dagvaarden willekeur?

Helpling is niet het enige platform dat bemiddelt tussen particuliere vragers en aanbieders volgens de regeling dienstverlening aan huis en commissie rekent. Ook schoonmaakplatformen iemand.nl, ziso.nl en oppasplatform Charley Cares maken gebruik van deze combinatie. Wat dat betreft had FNV het voor het kiezen.

Is Helpling dan echt nieuw?

Platform Helpling stelt huishoudens in staat via een online marktplaats een schoonmaakhulp te vinden. Daarnaast ondersteunt het platform met kwaliteitscontrole (telefonische intake, ID-check en reputatiesysteem), backoffice (klachten, vragen, vervangende hulp bij vakantie) en betaalmodule. Het bedrijf verdient geld door een marge van iedere transactie af te romen. Een veelgebruikt model.

Helpling is zeker niet uniek, dit soort dienstverlening bestaat al jaren. Neem het bedrijf HomeWorks. Een bedrijf dat al 25 jaar lang exact hetzelfde doet als Helping. Het enige verschil is dat dit geen online marktplaats is, maar dat het bedrijf handmatig de match tussen vraag en aanbod maakt. Daarnaast heeft het servicecoördinatoren die toezien op kwaliteit en zelfs met de eerste schoonmaak meegaan. Dit alles maakt het een duur model: de commissie die het bedrijf rekent is dan ook zo’n 39% (t.o.v. 23% bij Helpling).

Als de FNV het belangrijk vindt om voor deze doelgroep op te komen, waarom hebben zij een organisatie als HomeWorks dan niet al veel eerder aangepakt?

Wat gebeurt er als FNV zijn gelijk haalt?

Ik ben geen jurist, heb de aanklacht niet gelezen en kan dus geen voorspellingen in deze zaak doen. Maar als FNV wint en Helpling de huishoudhulpen in dienst moet nemen, dan gaat de prijs van de hulp voor de klant omhoog naar een bedrag van minimaal 20 euro. Nagenoeg geen enkele particulier is bereid dit bedrag per uur te betalen. Er zal niemand meer boeken via het platform en Helpling is binnen de kortste keren failliet. Is daarmee het probleem opgelost? Nee. Die schoonmaak wordt ook daarna nog wel gedaan. Maar dan via de zwarte markt.

Verbrand FNV met deze aanvliegroute haar schepen?

Iedere vakbondsvrouw of -man die ik spreek is overtuigd dat de opkomst van platformen die bemiddelen (in welke vorm dan ook) in arbeid niet meer te stoppen is. Ik zie ook veel kansen in samenwerkingen tussen platformen en vakbonden, zoals het borgen van collectieve afspraken in algoritmes.

Dit is wel een wat onaangename start van de relatie. FNV snijdt zichzelf hiermee flink in de vingers. FNV heeft al een interessant trackrecord in de relatie tot platformen:

  1. Aanklacht Deliveroo (binnenkort uitspraak);
  2. Samenwerking Temper tussen FNV Horeca en het platform waar de top van FNV en publique zijn ongenoegen uitsprak over de samenwerking;
  3. Nu de Helpling case.

Ik kan mij niet voorstellen dat er nu nog een platform is dat met een gerust hart een samenwerking of experiment met FNV aandurft. Een gemiste kans.

Conclusie

Ook al wint FNV de rechtszaak, de schoonmaakhulp wordt er niet beter van. Daarnaast is het duidelijk dat het aanklagen van alleen Helpling over komt als willekeur: het voorbeeld van HomeWorks laat zien dat deze manier van bemiddelen al heel oud is.

Het ziet er dan ook naar uit dat het doel van deze zaak voornamelijk ligt bij het ‘aankaarten van de problematiek achter de platformeconomie’. Een niet onbekende route, maar dit is niet de manier die ik zou hebben gekozen. Voor nu is het afwachten of er ruimte komt voor constructiever debat.

Martijn Arets is internationaal platform expert en verkent sinds 2012 de opkomst van de platformeconomie en de impact op de samenleving. Bekijk alle berichten van Martijn Arets

3 reacties op dit bericht

  1. Goed stuk. De FNV leeft nog in de economie van de vorige eeuw. Dat is niet zo gek. Haar leden zijn voornamelijk oude mannen. Vakbonden hebben alle representativiteit verloren. Slechts 20% van de werknemers is lid (en nog maar 85% van de werkenden is werknemer), dus eigenlijk is het 17%. Het wordt nu toch echt tijd voor modernisering van de arbeidsmarkt.

    • Dank voor je reactie en compliment. Ik deel je mening dat vakbonden een grote uitdaging hebben wat betreft representativiteit en het aanpassen van een nieuwe werkelijkheid. Zij zijn hier zelf uiteraard ook niet blind voor, ook voor hen is het een zoektocht. Natuurlijk kun je zeggen dat deze te laat is begonnen, maar dat zie je traditioneel bij ‘gevestigde’ partijen. Voortschrijdend inzicht zorgt niet voor urgentie. Pijn wel, maar dan is het vaak al (te) laat. En dan krijg je soms paniekvoetbal. Kan de beste overkomen.

      Wanneer je voorbij de vooroordelen over -en de af en toe wat discutabele aanpak van- vakbonden kijkt, dan zie je dat zij zich in veel gevallen terecht zorgen maken over de omstandigheden waar platformwerkers mee te maken hebben zoals het ontbreken van een verzekering. Want innovatie mag nooit ten koste gaan van een stuk basiszekerheden en de mening dat wetgeving verouderd is, is nog geen excuus om deze te negeren.

      Wat mist bij de aanpak is gedegen kennis van de ontwikkeling van de platformeconomie, een besef dat iedere platformsector zijn eigen dynamiek (en kansen en uitdagingen) kent, het gegeven dat platform ondernemers in de meeste gevallen écht open staan om mee te denken en te werken en een visie hoe platformen kunnen bijdragen aan een meer inclusieve arbeidsmarkt.

      Uiteindelijk ben ik ervan overtuigd dat er nog veel kansen liggen voor organisaties die collectieve belangen vertegenwoordigen en verdedigen. Platformen hebben alleen een machtspositie bij de gratie van de gebruikers. Wanneer je de gebruikers weet te organiseren, dan is platformmacht te breken. Wat dat betreft kunnen platformen de redding zijn van vakbonden. Als vakbonden dat in gaan zien, dan kunnen we ook praten over hoe platformen, die in veel gevallen een gefragmenteerde en onzichtbare markt centraliseren, kunnen bijdragen aan betere omstandigheden en voorwaarden voor degenen die het werk leveren.

  2. We worden als FNV aangesproken over de vraag waarom wij de stap naar de rechter zetten als het om platforms gaat. We hebben daar verschillende redenen voor, die we hieronder toelichten.
    • Veel platforms vinden dat zij een techbedrijf zijn, die min of meer toevallig in een bepaalde branche actief zijn. Deze techbedrijven hebben de neiging te stellen dat zij innovatief zijn en nieuwe bedrijfsmodellen toepassen. Maar, en daar zit het pijnpunt, zij stellen daarbij dat de huidige regelgeving (zowel de wetgeving als de cao) hen belet om innovatief te kunnen werken. Hun conclusie is dan ook dat de regelgeving moet worden aangepast aan de huidige tijd. En in veel gevallen wachten ze daar niet op en gaan gewoon aan de gang en daarmee passen ze de regelgeving toe zoals het hen goed uitkomt (en daarmee lappen ze soms de bestaande regels en afspraken bewust aan hun laars). Het effect is dat afspraken die in een collectieve arbeidsovereenkomst zijn vastgelegd worden genegeerd. Deze ‘nieuwe’ manier van werken is doorgaans in het nadeel van de werkers.
    • Om dit te verkopen stellen de platforms dat zij werkers optimale vrijheid en flexibiliteit bieden. Je kunt zelf kiezen wanneer je wilt werken en hoe lang, zodat werkers werk en privé optimaal op elkaar kunnen aanpassen. Wij zien dat die flexibiliteit vooral betekent dat werkers veel onbetaald wachten tot er een klus wordt aangeboden. Dat noemen we onvrijwillige werkloosheid. Een risico dat normaal door ondernemingen wordt gedragen, maar nu volledig bij de werker wordt neergelegd, net als de risico’s op een substantieel verlies aan inkomen bij arbeidsongeschiktheid en ouderdom. We vragen ons zelf af of we hiermee niet terug gaan naar de dagloners uit de 19e eeuw, die ook toen per klus werden betaald.
    • De risico’s voor werknemers zijn in het geldende arbeidsrecht afgedekt door de werkgever en werknemer, via sociale verzekeringen en pensioen. De groep platformwerkers is daarvan uitgesloten en mag dat vrijwillig voor zichzelf regelen. De tweedeling in de samenleving groeit, want het gaat hier vooral om laagbetaald en laaggeschoold werk, en de FNV vindt dat ongewenst. Als die tweedeling groeit zijn de gevolgen voor de samenleving groot. Wij willen voorkomen dat nieuwe technologie wordt gebruikt om middeleeuwse arbeidsverhoudingen opnieuw te introduceren.
    • Wat wij zien is dat platforms bij voorkeur zzp-ers inzetten voor maaltijdbezorging, taxidiensten, schoonmaakwerkzaamheden etc. Maar van echt ondernemerschap is nauwelijks sprake want zelfstandig afspraken kunnen maken over tarieven, arbeidstijden, methode van werken is vaak geen sprake. En dan hebben we nog niet eens over de werking van algoritmen, die op basis van allerlei voorgeprogrammeerde management beslisregels, bepalen wie wel of geen opdracht krijgt aangeboden. Is jouw rating hoog genoeg, heb je niet te veel opdrachten geweigerd, ben je actief in de vakbond zijn factoren die in een algoritmen zijn ingebouwd.
    Uiteraard doen platforms er alles aan om aan te tonen dat zij hier geen zeggenschap over hebben om zo elke verdenking, dat er sprake is van een arbeidsverhouding weg te nemen. Wij noemen dit schijnzelfstandigheid. Hoewel de Regeling Dienstverlening aan huis schoonmaakwerk wit heeft gemaakt, vinden wij dat deze regeling leidt tot schijnzelfstandigheid. Er is naar onze mening sprake van gewone werknemers. De FNV wil dan ook af van de Regeling en ratificatie van het ILO verdrag voor domestic work.
    • In Denemarken is een afspraak gemaakt tussen de vakbond 3F en het platform Hilfr dat schoonmakers in dienst kunnen komen van het platform. De werkers kunnen maximaal 100 uren werken als zelfstandige en daarna komen ze in dienst van het platform, behalve als zij zelf uitdrukkelijk kiezen voor het zelfstandig ondernemerschap. Dat heeft inderdaad geleid tot een tariefstijging, maar nog niet tot een verkleining van de markt. Het leveren van kwaliteit en continuïteit is voor dit platform hun ‘unique selling point’. Bovendien bleek dat platformwerkers meer verdienen dan zzp-ers, dus ook voor de werkers was deze constructie aantrekkelijk. Dit is een interessante ontwikkeling die de moeite van het volgen waard is.

    De FNV is een vakbond van leden. Wij komen in actie als leden dat met ons willen doen. We moeten daarbij altijd afwegen waar we onze mensen en middelen op inzetten, het gaat immers om hun belangen. Dan begrijp je dat we niet alle platforms kunnen aanpakken. Natuurlijk overleggen wij met de tegenpartij voordat we steviger middelen inzetten. Ook in het geval van Helpling hebben we dat gedaan. Maar net als ieder bedrijf moet ook een hip techbedrijf zoals Helpling zichzelf noemt, zich houden aan de wet- en regelgeving in ons land. Die door jarenlang democratisch debat tot stand is gekomen, en in een zorgvuldige afweging tussen belangen van werkers, van ondernemers en van de samenleving is geworden tot wat hij nu is. En dat is nu net wat platforms niet willen en daarmee is een gesprek wel erg lastig gebleken. De gang naar de rechter is dan een logische want de rechter toetst het naleven van de regels.

    George Evers
    Marjan Maassen
    FNV

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *