De zzp’er is here to stay. Flexibilisering gaat nooit meer weg. Geplaatst 23 januari 2017 door Juliette de Swarte De zelfstandige die je als een klapstoeltje tevoorschijn kon halen als je hem nodig had en weer op kon bergen als je hem niet meer nodig had, heeft alweer afgedaan. In dit nieuwe jaar moeten zzp’ers, opdrachtgevers en inhuurders er samen uit zien te komen, zegt zzp-expert Pierre Spaninks. We hebben elkaar nodig. Ieder voor zich en God voor ons allen, dat gaat niet werken. Aan het woord is zzp-expert Pierre Spaninks, tijdens de inspiratiesessie “Grip op inhuur” die in december 2016 werd georganiseerd door Yacht. Spaninks blikt tijdens de dag vooruit op 2017. “Opdrachtgevers, inhuurders, zzp’ers zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Alle drie moeten dealen met de DBA. En alle drie hebben te maken met een wereld die flexibiliseert. Dat zouden we niet meer kunnen terugdraaien, al wilden we het.” Helaas zijn overheid en vakbonden daar nog niet van doordrongen. Van die flexibilisering dan. En dan moet je volgens Spaninks niet denken aan ‘oppervlakkige’ flexibilisering – vaste werknemers vervangen voor flexwerkers. Maar een diepere vorm: niet een organisatie met een flexibele schil maar een flexibele kern. Denk aan een Uber, Airbnb, Alibaba. Hoe ver zijn we met de diepere flexibilisering? En is dat sinds de Wet DBA allemaal wat ingewikkelder geworden? “We gaan natuurlijk niet doen alsof de wet DBA er niet is. Dat zou dom zijn.” De grote organisaties Spaninks: “Hugo-Jan Ruts heeft een rondje gemaakt langs managers die verantwoordelijk zijn voor het inhuurbeleid van grotere ondernemingen. De verlenging van de implementatieperiode en de aankondiging dat er niet gehandhaafd wordt, lijken geen enkel effect te hebben op het standpunt van grote inhuurders ten aanzien van de Wet DBA. De deur voor zzp’ers zit daar grotendeels op slot en dat blijft zo.” Organisaties zijn hun inhuur DBA-proof aan het maken. En nu de wet is opgeschort hanteren ze 1 januari 2017 als de nieuwe deadline. De grote klap moet volgens Spaninks dus nog komen. De uitspraken van de staatssecretaris dat er voorlopig niet gehandhaafd wordt, zorgen er volgens Spaninks hooguit voor dat de afbouw van de inzet van zelfstandigen in een iets rustiger tempo gaat. Dit blijkt ook uit de verhalen van Philips en ROC Midden-Nederland, tijdens de inspiratiesessie (lees hier). Opgelucht zijn ze dat ze wat extra tijd hebben gekregen, maar ze zijn niet van plan nu een andere koers te varen. Alternatieven Tijdens de middag wordt duidelijk dat de aanwezige grote en middelgrote organisaties al alternatieve dienstverbanden hebben gevonden voor de flexwerkers. “Alternatieven die bijna geen zzp’er aanspreken” zegt Spaninks. “Want de meesten onder hen – dat onderkent zelfs het Centraal Planbureau – zijn bewust zelfstandig ondernemer en willen dat blijven ook. Anders dan de modale flexwerker wil de zelfstandige professional geen dienstverband, niet tijdelijk en niet vast, geen uitzendovereenkomst, en al helemaal geen payroll-constructie.” Hoe nu verder in 2017? Wie de meeste waarde kan creëren met mensen in vaste dienst, neemt mensen in vaste dienst, raadt Spaninks aan. Maar wie vanuit de inhoud zelfstandige professionals nodig heeft, moet zich door de DBA niet laten weerhouden. “Maar dan niet meer als klapstoeltjes. Want dan komen organisaties in de problemen met hun compliance. Wel als kleinere maar gelijkwaardige ondernemers die kennis en kunde toevoegen aan de organisatie. Dat heeft altijd gemogen en dat zal ook altijd blijven mogen. En daarbij zetten we samen vooral stevig in op de ontwikkeling van goed opdrachtgeverschap en goed opdrachtnemerschap, daar geven we samen invulling aan.” Samen dus. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Flexibele schil, goed opdrachtgeverschap, Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | Laat een reactie achter
Do’s en don’ts voor succesvol interim management Geplaatst 23 januari 2017 door BLMC Veel interim management opdrachten gaan over het realiseren van verbeteringen. Vaak hangt de toekomst van het bedrijf ervan af. De selectie van de juiste interim manager is daarom cruciaal. Helaas blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat zowel opdrachtgevers als interim managers vaak in dezelfde valkuilen trappen. Van belang is om na te gaan welke rol de interim manager moet gaan vervullen. Het interim management vak is ontstaan vanuit de behoefte van organisaties om tijdelijk management in te zetten als onderdeel van of leidend in een verandertraject of crisis. Echter, de rollen die interim managers nu vervullen, variëren van verandermanager, crisismanager, projectmanager tot die van functioneel lijn manager. Perceptie en rol kloppen niet altijd met elkaar. Het maakt nogal wat uit of een interim manager wordt ingezet voor het realiseren van een gedragsverandering of om vakinhoudelijke ondersteuning op het gebied van warehouse management, transport, voorraadbeheer, customer service, productie, inkoop en supply chain management te bieden. Het één sluit het ander niet uit maar duidelijk moet wel zijn wat leidend is. Het realiseren van gedragsveranderingen is fundamenteel iets anders het oplossen van een complex vraagstuk. Definiëren rol Bij het definiëren van de rol van de interim manager, het bepalen van de opdracht van de interim manager en het selecteren van de interim manager zijn vaak meerdere functionarissen betrokken: directie, lijnmanagers, inkoop en human resources (HR). Laatstgenoemde ondersteunt directie en lijnmanagement aangezien het verantwoordelijk is voor instroom van medewerkers, ook al betreft het in dit geval de tijdelijke inzet van een professional. HR richt zich dan vaak op ‘de match van de kandidaat met de organisatie’. Maar afhankelijk van de rol die de interim manager moet vervullen, is de match met de organisatie wel, minder of zelfs helemaal niet van belang. Relatie voor daadwerkelijke verandering Het gebeurt al te vaak dat van een verandermanager wordt verwacht dat hij afstand houdt van mens en organisatie om de juiste dingen te kunnen doen. Onder meer vanuit de hulpverlening is bekend dat de relatie tussen de hulpverlener en de cliënt van wezenlijk belang is om daadwerkelijk de gewenste verandering bij de medewerkers te kunnen realiseren. Ditzelfde geldt voor interim management. De interim manager is de hulpverlener, de medewerkers die onderdeel zijn van het veranderproces zijn de cliënten (Vorst, 2009). In 70% van de gevallen is de het gedrag van de mens de oorzaak van mislukte verandertrajecten (Cozijnsen, 2012, Carr, 1996). Inkoop De rol van inkoop in de fase voorafgaand aan de inzet van een interim manager werkt negatief, concludeert dr. Schaveling onderzoek uit 2010. De uiteindelijke tevredenheid na afronding of beëindiging van een interim opdracht zal lager zijn. Daar komt nog eens bij dat directie en/of lijnmanagement over het algemeen het initiatief tot het inzetten van interim management hebben genomen. Zij zijn de zogenoemde probleemdrager. Als de beslissing eenmaal genomen is om een interim manager in te zetten, dan hebben ze haast en willen ze direct een oplossing. Dit leidt tot stress. En dat is niet handig. Onderzoek van dr. Servan-Schreiber (2013) heeft aangetoond dat ons brein niet is staat de juiste rationele beslissing te nemen als stress overheerst. Tot slot spelen verborgen agenda’s ook vaak nog een rol bij de inzet van interim managers. Het aanbod van interim managers neemt nog steeds toe. Drie op de tien heeft geen opdracht. Interim managers zitten in een verkoopproces terwijl organisaties die een interim manager willen inhuren de beste oplossing zoeken voor hun uitdagingen in logistiek en supply chain management. Macht, invloed en tegengestelde belangen steken de kop op tijdens een project. Een goede objectieve stakeholderanalyse vooraf helpt dit in het meest gunstige geval te voorkomen (Hermans en van der Lei, 2011). Een goede analyse voorafgaand aan de opdracht is van groot belang, want de keuze van de interim manager is bepalend voor het slagen van het project. Michel van Buren, directeur BLMC Geplaatst in Professioneel inhuren, ZP en Ondernemen | Tags inhuur, interim management, organisatie ontwikkeling | Laat een reactie achter
Voorkom dat je minder waard wordt door online bij te blijven Geplaatst 23 januari 2017 door Arjan Nieuwbeerta Wanneer je Googlet naar succesfactoren voor de interimmanager, vliegen de populistische termen je om de oren. Je dient jezelf een ‘growth mindset’ aan te meten om zo in staat te zijn tot een ‘lifelong learning’. Want alleen zo lijk je te kunnen komen tot een ‘branche overstijgende persoonlijkheid’ en die gewenste ‘internet & tech savvyness’ om elke klus met succes te kunnen klaren. Overdreven? Een staaltje beeldscherm intelligentie van de bovenste plank? Roept het de nodige weerstand op? Lees dan juist even verder. Want jij kan degene zijn die dit artikel het meest nodig heeft. Maar eerst antwoord op de vraag waar deze termen vandaan komen. Trend 1: een leven lang leren Joop Vorst, een ervaren interim manager binnen samenwerkende- en verzelfstandigde overheidsdiensten, stelt dat de tijd waarin kennis de helft van zijn waarde verliest (halfwaardetijd) tegenwoordig op 3 a 4 jaar ligt. Als professional dien je dus steeds te investeren in het bijblijven op je vakgebied, wil je concurrerend blijven. Hij pleit daarom voor ‘lifelong learning’. Hij is hierin niet de enige. De op het moment populaire psycholoog/professor Dweck, veel te zien in Tedtalks, noemt een mindset ingesteld op groei DE bepalende factor voor succes. Voor het overgrote deel van de interimmanagers, behorend tot de groep die al zo’n 10 jaar actief is en zo’n 50 levensjaren telt (onderzoek Schaekel en partners), is dit iets nieuws. Zij vallen onder generatie X: een generatie waarin kennis enkel beschikbaar voor je was via opleidingen of ervaringsdeskundigen in je netwerk. Een generatie waarin de halfwaardetijd van kennis 20 jaar was in plaats van de slechts 3 tot 4 van tegenwoordig. Trend 2: internet- & tech savyness Met de komst van het internet is kennis voor iedereen toegankelijk geworden, waar en wanneer je maar wilt. Degene die wint is degene die de benodigde kennis het beste weet te vinden. Vakkennis en ervaring blijft hierbij natuurlijk wel een vereiste, want alleen zo kan je de gegoogelde kennis op waarde schatten en het kaf van het koren scheiden. De ervaren interimmanager die zichzelf deze ‘internet- en tech savyness’ eigen maakt, lijkt daarmee een winnende formule te creëren. Trend 3: collaborative consumption & circulaire economie Waar het vroeger allemaal draaide om bezit, lijkt het nu belangrijker te zijn om te delen en lenen. Ergens toegang toe hebben is waar het om draait, en door de komst van diverse internetplatformen hangt dit niet langer samen met bezit. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Spotify: door het afsluiten van een abonnement kan je alle muziek luisteren die je wilt, waar je maar wilt. Het maakt het bezitten van cd’s overbodig. Google Drive: iedereen die een Gmail account aanmaakt, heeft toegang tot Google Drive. Deze maakt het bezitten van Word en Excel overbodig: Google Drive beschikt over online versies van deze programma’s. OV-fiets: met een abonnement heb je voortaan in elke plaats waar je heen reist met de trein een fiets ter beschikking. Online facturatietool: het versturen van een factuur met een moderne opmaak is door de komst van deze tools niet meer voorbehouden aan grote bedrijven met een aangekocht ERP systeem. Door de vele abonnees hebben de tools de middelen om mooie producten te maken. De concurrentiedruk maakt dat ze constant innoveren en de gebruikers dus altijd toegang hebt tot het nieuwste van het nieuwste, voor een lage prijs. Trends in de praktijk: e-facturatie Uit onderzoek onder hoogopgeleide interim managers blijkt dat de grootste groep werkzaam is binnen de industrie, diensten en retail (38%). Daaropvolgend komt de overheid (22%). Er wordt een groei verwacht in opdrachten bij de overheid. Mooie kansen dus! Maar als je dan eindelijk die felbegeerde aanbesteding of opdracht binnen hebt gesleept, is het natuurlijk wel zo leuk als je software in staat is aan de overheid te factureren. Vanaf 1 januari 2017 wordt e-facturatie verplicht bij de Rijksoverheid bij nieuwe inkoopovereenkomsten. Dit zal tot gevolg hebben dat ook andere overheidsorganisaties zoals gemeenten, waterschappen en provincies overgaan op e-facturatie. Het zal dan niet lang meer duren voordat ook ondernemers, met hun samenwerkingsverbanden met overheidsinstanties en elkaar, aan deze innovatie zal moeten geloven. De communicatie van het ene elektronische systeem naar het andere systeem, zonder menselijke tussenkomst, wordt mogelijk gemaakt door UBL: Universal Business Language. Door de standaardindeling van de factuur (.XML) begrijpen softwareprogramma’s elkaar en kunnen ze de factuur op de juiste manier inlezen. Jezelf upgraden: 3 trends in een klap Gelijk up-to-date raken en meedoen aan de bovengenoemde trends? Schaf een facturatietool aan die beschikt over de mogelijkheid tot e-factureren. Rijksoverheid heeft zijn marketing gedaan en vat het mooi samen: ‘E-factureren is de toekomst. Het is sneller, gemakkelijker, nauwkeuriger en scheelt de ondernemers veel administratie’. Je kunt gebruik maken van vergelijkingssites om eenvoudig bekend te raken met de wereld van de online tools. Je kunt hier filters instellen als bedrijfsgrootte en je specifieke wensen aangeven, zodat je snel de tool vind die bij je past. Ook kan je hier de prijzen en reviews van softwarepakketten vergelijken. Realstaffing stelt: ‘Goede interim-professionals brengen nieuwe ideeën, meer deskundigheid en een bredere ervaring met zich mee. Hierdoor kunnen bestaande medewerkers nieuwe dingen leren en anders leren denken’ Voldoe jij hieraan en heb jij voldoende marktwaarde? Of kan je wel een upgrade gebruiken? Door je te laten ondersteunen door zakelijke tools en thuis te raken in deze wereld maak je binnen enkele muisklikken een vliegende start! Geplaatst in ZP en Ondernemen | Tags personal branding, persoonlijke ontwikkeling | Laat een reactie achter
Wiebes in nieuwe brief over Wet DBA: “Stuur ons geen nieuwe modelovereenkomsten toe”. Geplaatst 22 januari 2017 door Hugo-Jan Ruts Zzp’ers en opdrachtgevers hebben niets te vrezen van eventuele boetes en naheffingen in verband met de Wet DBA. Dat staat in een brief die staatssecretaris Wiebes (Financiën) heeft verstuurd naar enkele tientallen branches. Zelfstandigen die ooit een VAR hadden, kunnen binnenkort een brief met gelijke strekking op de deurmat vinden. Wiebes had deze brief in het laatste Kamerdebat in december aangekondigd. Wiebes stuurt deze brief (zie hier voor een voorbeeld) aan de branches en niet rechtstreeks aan opdrachtgevers omdat hij niet weet welke organisaties gebruik maakt van zzp’ers Voor wie de berichtgeving over de Wet DBA een beetje gevolgd heeft, bevat de brief en bijlage geen nieuwe informatie. Geen handhaving, geen boetes In de brief herhaalt Wiebes zijn mantra van ‘geen handhaving, geen boetes’. “Als een opdrachtgever een zzp’er inhuurt en de Belastingdienst achteraf constateert dat er sprake is van loondienst, zal de fiscus geen naheffing, boetes en correctieverplichtingen voor de loonheffingen opleggen. In dat opzicht kunnen opdrachtgevers dus met een gerust hart zaken doen met zzp’ers”. Werkgroep ministerie op zoek naar nieuwe criteria Wiebes legt verder uit dat er momenteel gewerkt wordt aan nieuwe criteria de meer duidelijkheid (vooraf) moeten gaan verschaffen wanneer er nu wel of geen sprake is van een arbeidsrelatie tussen een opdrachtgever/werkgever en opdrachtnemer/werknemer. “Het kabinet gaat onderzoeken hoe de criteria die belangrijk zijn bij het bepalen of er sprake is van loondienst concreter of anders ingevuld kunnen worden. Het kabinet wil haast maken met het onderzoek en hoopt nog vóór een volgend regeerakkoord met resultaten te komen.” Momenteel worden er hierover oriënterende gesprekken gevoerd door een interdepartementale werkgroep en sociale partners en deskundigen. Kwaadwillenden In de bijlage in de brief gaat Wiebes nog wat verder in op de term ‘kwaadwillenden’, de groep opdrachtgevers waar de Belastingdienst wél gaat handhaven. “Kwaadwillend is de opdrachtgever of opdrachtnemer die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).” Wiebes legt verder zijn handhavingsstrategie uit met de volgende passage: “De Belastingdienst richt de handhaving nu eerst op de ernstigste gevallen: situaties waarin partijen evident buiten het wettelijk kader treden. Het gaat daarbij dus niet om een zelfstandige professional bij wie er ruis is over de gezagsrelatie. Het gaat wel om gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij kunt u denken aan situaties waarin sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.” “Stuur geen modelovereenkomsten meer op” Tot slot geeft Wiebes aan dat opdrachtgevers en zelfstandigen prima gebruik kunnen blijven maken van bestaande modelovereenkomsten. Maar op de vraag of het zinvol is om nieuwe modelovereenkomsten nog voor te leggen aan de Belastingdienst schrijft hij: “De Belastingdienst handhaaft niet, in ieder geval tot 1januari 2018 of zolang de herijking van de arbeidswetgeving loopt. In afwachting van het onderzoek naar de criteria uit de arbeidswetgeving is het niet nodig om nu een overeenkomst voor te leggen aan de Belastingdienst. De Belastingdienst blijft uiteraard wel bereid om op verzoek een overeenkomst te beoordelen. De Belastingdienst beoordeelt dan, aan de hand van de huidige wetgeving, of uw overeenkomst leidt tot het werken buiten loondienst (dienstbetrekking).” Niet zo raar. Na de kritiek van de commissie Boot en met de uitkomsten het lopende onderzoek naar alternatieve criteria, zal de hele systematiek van de huidige modelovereenkomsten op de schop gaan. Als de Wet DBA de formatie al overleeft. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties | Laat een reactie achter
Uitweg impasse Wet DBA geeft zzp-markt rust Geplaatst 20 januari 2017 door ABU Het jaar 2017 is nog maar net begonnen. Toch willen wij nog een keer terugkijken naar vorig jaar, naar het gedoe met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, om te bezien hoe het nu verder moet met de zzp-markt. De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) haalde de eindstreep van 2016 niet. Na heel veel tumult in de media, de vele Kamervragen, de rondetafelgesprekken en de debatten in beide Kamers over de kwestie, moest staatssecretaris Wiebes van Financiën wel kleur bekennen. De Wet DBA werd in de ijskast gezet. Dit is eigenlijk wel bijzonder, omdat de Wet DBA niet meer is dan het schrappen van een paar fiscale wetsartikelen. Maar hoe nu verder? De huidige onzekerheid kan en mag absoluut niet te lang voortduren. Zzp’ers moeten gewoon aan de slag kunnen als opdrachtnemer en doen waar ze goed in zijn. De Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) heeft een aantal voorstellen bedacht om uit de huidige impasse te komen. Welke voorstellen zijn dat? Beleid Ten eerste vinden wij dat er een integrale visie op en hervorming van de arbeidsmarkt moet komen. Aparte maatregelen, het betere knip- en plakwerk, die alleen toezien op de regulering van flexibiliteit, zoals de Wet DBA en de Wet werk en zekerheid, bieden naar onze mening geen soelaas. Wij staan in deze conclusie niet alleen. Het Centraal Planbureau kwam het afgelopen najaar tot een zelfde conclusie. Ten tweede: neem de diversiteit van arbeidsrelaties als uitgangspunt van het te maken beleid. Zet ‘de werkende’ centraal. Ongeacht de contractvorm. Dit betekent ook dat zelfstandigen een eigen plek in ons sociale (zekerheids)stelsel moeten krijgen. Dus niet de zelfstandige definiëren als een afwijking van een werknemer. Nee, zorg voor een eigen definitie in het fiscale domein (via de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet inkomstenbelasting 2001) en een eigen civielrechtelijke positie naast de werknemer met een arbeidsovereenkomst. Dit kan prima naast elkaar bestaan. Arbeidsrecht De ABU is kritisch op de haalbaarheid van het sleutelen aan de definitie van de arbeidsovereenkomst. Met name als het gaat om de criteria ‘gezag’ en ‘vrije vervanging’. Waarom? Sinds 1907 liggen deze criteria verankerd in de wet. Jurisprudentie heeft ervoor gezorgd dat deze twee elementen zich in de praktijk ontwikkeld hebben tot wat ze nu zijn. Ons voorstel zou zijn om de herijking van het arbeidsrecht te laten rusten. Als we kijken naar de onderkant van de arbeidsmarkt, dan vinden wij dat er een gelijk speelveld moet komen voor alle werkenden. Ongeacht het soort contract. Maak het aantrekkelijk voor werkgevers om arbeidsovereenkomsten aan te bieden. Doe dat door de concurrentie op basis van fiscale prikkels en sociale zekerheid weg te nemen. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan het verminderen van de duur van loondoorbetaling bij ziekte. Dit zijn allemaal zaken voor de wat langere termijn en voor het nieuwe kabinet. Wat te doen op de korte termijn? Wij vinden het belangrijk dat het vertrouwen in de zzp-markt wordt hersteld. Wij vinden het bieden van duidelijkheid hierbij erg belangrijk. Dus maak duidelijk wat van opdrachtgevers en opdrachtnemers, ondanks het uitstellen van de handhaving van de Wet DBA, nu wordt verwacht. Neem de modelovereenkomst en de (goede) wil van partijen als uitgangspunt. Laat de feitelijke situatie voorlopig buiten beschouwing. Dit ligt in lijn met het voorstel van staatssecretaris Wiebes om alleen te handhaven bij evidente gevallen van fraude. Zet de ingezette koers van professionalisering van de zzp-markt verder voort. Hanteer een voor de zzp-markt werkbare termijn van maximaal twee jaar, waarbinnen een zelfstandige aaneengesloten bij één opdrachtgever mag werken. Regel verder dat die termijn toeziet op de toekomst en voor de lopende én nieuwe contracten en per direct ingaat. Nieuwe wetgeving En tot slot een oproep aan het nieuwe kabinet om heel snel met voorstellen te komen. Voorstellen die moeten dienen als opvolger van de Wet DBA. Het geeft rust en duidelijkheid aan de getroffen zzp-markt. Alle reden dus om deze voorstellen uit te voeren! Op een mooi 2017. Geplaatst in Professioneel inhuren | Tags ABU, Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie | 14s Reacties
VVD populairste partij onder zzp’ers Geplaatst 19 januari 2017 door Juliette de Swarte Wanneer er nu verkiezingen zouden zijn, dan zou de VVD als de grootste zzp-partij uit de bus komen. Dat blijkt uit een peiling door ZZP Barometer. De partij stoot hiermee D66 van de troon, de partij die in dezelfde peilingen na de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 steevast als grootste uit de bus kwam onder zzp’ers. D66 (-9), SP (-8) en PvdA (-3) zijn de grote verliezers onder de zzp’ers in Nederland, waarbij de SP en PvdA zelfs gehalveerd zijn ten opzichte van de zzp-peiling ten tijde van de Tweede Kamerverkiezingen in 2012. 50Plus (+5), CDA (+5) en Groenlinks (+1) winnen juist ten opzichte van de afgelopen jaren. Bron: ZZPbarometer De campagne moet nog van start gaan. ZiPconomy daar ruim aandacht aan besteden, met specifieke aandacht voor de standpunten van de partijen in de verschillende zzp-dossiers. In dit speciale ZiP-verkiezingsdossier staan alvast artikelen over de standpunten van de grootste politieke partijen. Blijvende onrust door Wet DBA. 3% zzp’ers stopt De helft van de zzp’ers (51%) laat zijn stem afhangen van het zzp-standpunt van de partijen, ander andere op het gebied van de Wet DBA. Blijkbaar wordt het de VVD dus niet al te hard aangerekend dat het juist hun staatssecretaris is die verantwoordelijk is zowel de Wet zelf als de mislukte implementatie. In het verkiezingsprogramma van de VVD staat ook niets over hun standpunt over de toekomst van de Wet DBA. Maar dat geldt voor meer partijen. Uit hetzelfde onderzoek, gehouden onder 1.500 zzp’ers, blijkt dat er in de flexmarkt nog steeds onrust omtrent de Wet DBA bestaat. Ondanks het door staatssecretaris Wiebes aangekondigde uitstel van handhaving van de nieuwe wetgeving tot 1 januari 2018. Bijna alle zzp’ers (88%) vinden dat de wetgeving moet worden aangepast, en liefst 70% van hen wacht af wat de politiek gaat beslissen over de Wet DBA, alvorens actie te ondernemen. 3% van de zzp’ers uit het onderzoek geeft aan te stoppen als ondernemer en in loondienst te gaan. Geplaatst in ZP en Politiek | Tags nieuws, verkiezingen 2017 | 2s Reacties